Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
1. Gemeenteraad - 27 november 2025 - notulen en audio-opname - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de notulen en de audio-opname van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
Artikel 278 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Juridische gronden
• Algemene basisbevoegdheid: Art. 32 Decreet Lokaal Bestuur
• Andere:
◦ Art. 277 en 278 Decreet Lokaal Bestuur
◦ Art. 32 en 33 Huishoudelijk reglement gemeenteraad
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit de notulen van de zitting van de gemeenteraadszitting van 27 november 2025 goed te keuren.
Artikel 2
De gemeenteraad besluit de audio-opname van de gemeenteraadszitting van 27 november 2025 goed te keuren.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Jo Tijtgat Claude Croes Louis Vanderbeken Lukas Viaene Jurgen Beke Regine Rooryck Tine Willaert Koen Dendoncker Marc Coppens Lies De Witte Louis Haerinck Yves Vande Wiele Marleen Prat Filip Terryn Katrien Vandenbogaerde Sophie Mespreuve Matthias Vanneste Jan Feryn Sandra De Leeuw-Goussey Bruno Lecluyse Bert Schelfhout Philip Ghekiere Jan Colpaert aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
2. Meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.
Motivering
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bevindt zich in bijlage.
De voorliggende strategische nota omvat de omschrijving van de prioritaire acties, de verwachte ontvangsten en uitgaven per prioritaire actie, en dit telkens per beleidsdoelstelling.
De voorliggende financiële nota omvat het financieel doelstellingenplan, de staat van het financiële evenwicht en het overzicht van de kredieten.
De toelichting en de documentatie bevinden zich ook in bijlage.
Het managementteam gaf op 20 november 2025 volgend advies: 8 gunstig.
De commissie financiën gaf op 1 december 2025 volgend advies: 5 gunstig en 1 ongunstig.
Het college van burgemeester en schepenen besprak op 3 december 2025 het finaal ontwerp.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, 3° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: Art. 249 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 15 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Filip Terryn (N-VA), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
7 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.
De openbare zitting van de gemeenteraad wordt geschorst om deze, na de beslissing over het meerjarenplan van het OCMW, te hernemen.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Marleen Prat Jo Tijtgat Louis Haerinck Regine Rooryck Jurgen Beke Marc Coppens Claude Croes Yves Vande Wiele Louis Vanderbeken Koen Dendoncker Filip Terryn Lukas Viaene Katrien Vandenbogaerde Tine Willaert Sophie Mespreuve Bert Schelfhout Bruno Lecluyse Matthias Vanneste Jan Feryn Philip Ghekiere Sandra De Leeuw-Goussey Jan Colpaert aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
3. Meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling deel OCMW door raad voor maatschappelijk welzijn - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het deel van het meerjarenplan 2026-2031, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed te keuren.
Motivering
Vandaag heeft de raad voor maatschappelijk welzijn het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld. Dit meerjarenplan bevindt zich in bijlage.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport.
Nadat de raden het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed.
Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 249, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 15 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Filip Terryn (N-VA), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
7 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit het deel van het meerjarenplan 2026-2031, zoals vandaag vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed te keuren.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
4. Cameratoezicht inzake sluikstorten - verlenging overeenkomst IMOG - hervaststelling algemene politieverordening - goedkeuring
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd de verlenging van de 'overeenkomst inzake camerabewaking voor het vaststellen van sluikstorten' goed te keuren.
Motivering
Cameratoezicht - historiek
1.
In zitting van 30 november 2017 bracht de gemeenteraad positief advies uit over de plaatsen waarop op het grondgebied van de gemeente Deerlijk verplaatsbare vaste bewakingscamera's konden worden geplaatst. Dit gebeurde in toepassing van de camerawet van 21 maart 2007. De camera's dienden voor het vaststellen van sluikstorten.
De gemeenteraad keurde in deze zitting ook de 'overeenkomst inzake camerabewaking voor het vaststellen van sluikstorten' goed tussen de gemeente Deerlijk, de afvalintercommunale (IMOG) en de politiezone.
In dezelfde zitting wees de gemeenteraad de ambtenaren-vaststellers aan en wees ze de artikelen aan waarop deze ambtenaren inbreuken kunnen vaststellen.
2.
In zitting van 29 oktober 2020 werd de bovenvermelde overeenkomst gewijzigd. Deze actuele overeenkomst is in bijlage bij huidig besluit gevoegd. De gemeenteraad diende namelijk de locaties voor camerabewaking te herdefiniëren aangezien de glas- en textielcontainers werden herverdeeld over het grondgebied.
Het cameratoezicht had toen reeds zijn nut bewezen binnen de gemeente en de politiezone. Op voorstel van de toenmalige milieudienst werd, net zoals in alle andere gemeenten van het IMOG-gebied, camerabewaking voor het bestrijden van sluikstorten gebiedsdekkend op het hele grondgebied uitgerold. Deze techniek werd ook gebruikt voor het handhaven van de verplichting tot het opkuisen van hondenpoep.
Als motivering werd aangegeven dat de verruimde inzet van camerabewaking op probleemlocaties op het volledige grondgebied van de gemeente de effectieve handhaving zou kunnen verhogen en bovendien zowel preventief als ontradend kon werken. Op deze manier kon ook ad hoc ingespeeld worden op actuele probleemlocaties (de zogenaamde hotspots) bij eventuele verschuivingen van de zwerfvuilproblematiek.
Bijgevolg werd gebiedsdekkende camerabewaking op het ganse grondgebied van de gemeente, dus los van de eerdere zogenaamde hotspots, voldoende gemotiveerd en proportioneel bevonden ten opzichte van de zich stellende sluikstortproblematiek en het in die context nagestreefde doel, namelijk een propere gemeente.
3.
Verder werd ook de algemene politieverordening (APV) overeenstemmend aangepast (aanduiding van de vaststellers van de inbreuken alsook de inbreuken op de APV waarvoor het cameratoezicht kan worden aangewend).
4.
De camera's die IMOG gebruikt zijn tijdelijke vaste bewakingscamera's in een niet-besloten plaats (zie art. 2, 4° en 4°/2 van de wet van 21.03.2007 (‘Camerawet’), zoals gewijzigd door de wet van 21.03.2018).
In toepassing van artikel 5, §2/1 van de Camerawet diende IMOG, als medeverwerkingsverantwoordelijke, aan de gemeenteraad het volgende te verduidelijken:
● de bijzondere doeleinden van deze tijdelijke bewakingscamera's (dit is het vaststellen van overtredingen op de artikelen van de APV waar de gemeenteraad camerabewaking voor toelaat);
● de perimeter waarbinnen hun verplaatsingen gebeuren (dit zijn alle locaties waar camerabewaking sluikstort wordt toegelaten, hetzij het gehele grondgebied van de gemeente).
5.
In toepassing van artikel 5, §2/1 van de Camerawet heeft de gemeenteraad advies uitgebracht omtrent de geldigheidsduur van het cameratoezicht. In zitting van 29 oktober 2020 werd geadviseerd om het cameratoezicht voor een termijn tot en met 31 december 2025 te voorzien.
Bijgevolg werd de bovenvermelde samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente, de politiezone Gavers en IMOG afgesloten voor een termijn tot en met 31 december 2025.
Cameratoezicht - hernieuwing
6.
De samenwerking met IMOG en politiezone wordt positief beoordeeld. Zowel IMOG als de politiezone staan gunstig ten opzichte van een verlenging van de samenwerkingsovereenkomst.
Het handhaven op sluikstort, zwerfvuil en de opruimplicht bij hondenpoep vormt nog steeds een actuele noodzaak.
Bijgevolg wordt voorgesteld om de samenwerkingsovereenkomst te verlengen tot en met 31 december 2031.
7.
In zitting van 17 november 2025 werd de algemene politieverordening aangepast aan de nieuwe afvalinzamelingsmethodiek die ingaat op 1 januari 2026.
In navolging van de goedkeuring van de voormelde wijzigingen dient de samenwerkingsovereenkomst eveneens te worden geactualiseerd op basis van de nieuwe artikelnummering.
GAS-vaststellers - hernieuwing aanwijzing
8.
De gemeenteraad heeft in eerdere zittingen personeelsleden van zowel opdrachthoudende vereniging IMOG als van OVAM aangewezen als GAS-vaststeller.
Deze aanwijzing gebeurde voor specifieke artikelen van de APV die betrekking hadden op sluikstort, zwerfvuil en opruimplicht voor hondenpoep.
Gelet op de hoger vermelde wijziging van de APV met ingang op 01 januari 2026, dient de machtiging voor de GAS-vaststellers, zowel in de APV zelf als in de aanstellingsbesluiten van deze vaststellers, te worden geactualiseerd.
9.
Tot 7 januari 2024 dienden de vaststellers persoonlijk te worden aangesteld door de gemeenteraad. Hierdoor diende, telkens er een personeelsverschuiving of nieuwe aanwerving plaatsvond onder de IMOG- of OVAM-vaststellers, een nieuwe gemeenteraadsbeslissing te worden genomen.
Sinds 8 januari 2024 is echter de gewijzigde GAS-wetgeving van kracht. Eén van de wijzigingen houdt in dat GAS-vaststellers niet meer op naam aangesteld moeten worden. Het volstaat om de betrokken overheden of entiteiten aan te wijzen waarvan het personeel bevoegd is om GAS-vaststellingen te doen. Deze aanstelling is dan blijvend geldig, ook indien er interne personeelsverschuivingen zouden plaatsvinden binnen deze organisatie.
De desbetreffende overheid of entiteit houdt een lijst bij met de namen van de personeelsleden belast met de vaststellingsopdracht, waarbij deze personeelsleden voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 1 tot en met 3 van het K.B. van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie.
10.
Voor wat betreft de OVAM-vaststellers is er reeds dergelijke algemene aanwijzing gebeurd in gemeenteraadszitting van 28 maart 2024.
Voor de IMOG-vaststellers is er nog geen algemene aanwijzing van toepassing. Het is aangewezen om ook voor hen in een gelijkaardige algemene aanwijzingsregeling te voorzien.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid:
○ Art. 41, §2, 2) Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 5, §2/1 Camerawet
● Andere:
○ de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, inzonderheid en zonder zich daartoe te willen beperken artikel 2 en 5
○ de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties zoals van kracht, inzonderheid en zonder zich daartoe te willen beperken art. 4 §5 en art. 21, §1, 2°
○ het K.B. van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking is
○ het K.B. van 2 juli 2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s
○ Het KB van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie
○ het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid art. 40, §1 en art. 41, 2de lid, 2)
○ de Algemene Politieverordening (APV) van de gemeente Deerlijk.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
Artikel 1 van de algemene politieverordening (APV) wordt hervastgesteld als volgt:
“In geval van overtreding van deze verordening kan de politie de overtreder aanmanen om de niet-reglementaire toestand ongedaan te maken.
De politieambtenaren aangeduid in de wet van 24.06.2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties zijn bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in deze politieverordening. Van de vaststelling wordt proces-verbaal opgemaakt.
De inbreuken op de artikelen art. 60, 60bis, 106, 110, 111, 111bis, 121, 122, 123, 125-129.36, 129.42, 129.48, 129.49, 129.51, 130, 131, 132, 133, 144, 147 en 164 - inbegrepen de erin betrokken begrippen zoals bepaald in artikel 28- van deze algemene politieverordening kunnen, met toepassing van art. 21, §1, 2° van de wet van 24.06.2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, ook, voor zover zij hiertoe binnen het raam van hun bevoegdheden door de gemeenteraad worden aangewezen, worden vastgesteld door:
● personeelsleden van het intergemeentelijk samenwerkingsverband IMOG (Intergemeentelijke Maatschappij voor Openbare Gezondheid in Zuid-West-Vlaanderen);
● gewestelijke vaststellers die personeelslid zijn van OVAM. Indien OVAM bepaalt dat hun personeelsleden op bepaalde artikelen geen vaststellingen zullen (mogen) doen, dan heeft dit een beperkende invloed.
De inbreuken vermeld in het voorgaande lid worden in een bestuurlijk verslag of vaststelling opgenomen. Voor deze inbreuken dient het woord “proces-verbaal” in deze verordening te worden gelezen als “bestuurlijk verslag” of “vaststelling”.”
Artikel 2
De gemeenteraad geeft positief advies voor het plaatsen van tijdelijke vaste bewakingscamera’s voor het vaststellen van sluikstorten op het gehele grondgebied van de gemeente onder de vorm van inbreuken op de artikelen art. 60, 60bis, 106, 110,111,111bis,121,122,123,125-129.36, 129.42, 129.48, 129.49, 129.51, 130, 131, 132, 133, 144, 147 en 164 - inbegrepen de erin betrokken begrippen zoals bepaald in artikel 28 van de algemene politieverordening (APV) -, alsook het vaststellen in het kader van sluikstorten, zowel in het kader van de bestuurlijke handhaving als in het kader van de strafrechtelijke handhaving, van inbreuken op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Dit positief advies geldt vanaf de inwerkingtreding van deze beslissing en tot en met 31 december 2031.
Artikel 3
De gemeenteraad besluit de nieuwe overeenkomst, af te sluiten tussen de gemeente Deerlijk, de afvalintercommunale IMOG en de politiezone, goed te keuren als volgt:
Overeenkomst inzake camerabewaking voor het vaststellen van sluikstorten
Tussen volgende partijen:
De gemeente Deerlijk, met zetel te 8540 Deerlijk, Harelbekestraat 27, alhier vertegenwoordigd door de heer Louis Haerinck, voorzitter van de gemeenteraad en de heer Karel Bauters, algemeen directeur, handelend in uitvoering van een beslissing van de gemeenteraad van …(datum)…,
hierna genoemd “de gemeente”,
en,
De afvalintercommunaleIMOG, met zetel Kortrijksesteenweg 264 te 8530 Harelbeke, vertegenwoordigd door de algemeen directeur Johan Bonnier en voorzitter Isabelle Degezelle
Hierna genoemd “de afvalintercommunale”
en,
De politiezone Deerlijk – Harelbeke, met zetel te 8530 Harelbeke, Deerlijksesteenweg 43, alhier vertegenwoordigd door de heer Michaël Vannieuwenhuyze, voorzitter van het politiecollege en de heer Jean-Louis Dalle, korpschef, handelend in naam en voor rekening van de politiezone, in uitvoering van een beslissing van de politieraad van …(datum)…,
hierna genoemd “de politiezone”,
is overeengekomen hetgeen volgt.
Artikel 1
Deze overeenkomst beoogt de afspraken vast te leggen tussen de afvalintercommunale enerzijds en de stad/gemeente en de politiezone anderzijds, gezien de politiezone inzake camerabewaking optreedt als feitelijke gebruiker-verwerker a posteriori van de beelden afkomstig van tijdelijke vaste bewakingscamera’s geplaatst op niet-besloten plaatsen op het openbaar domein door de afvalintercommunale, conform de adviezen van de gemeenteraad ter zake.
Artikel 2
De camerabewaking en de verwerking van de beelden heeft als doel het voorkomen, vaststellen en verzamelen van bewijzen van overlast, meer bepaald inzake sluikstorten, op het gehele grondgebied van de gemeente, zowel wat betreft de overtredingen van de artikelen art. 60, 60bis, 106, 110,111,111bis,121,122,123,125-129.36, 129.42, 129.48, 129.49, 129.51, 130, 131, 132, 133, 144, 147 en 164 - inbegrepen de erin betrokken begrippen zoals bepaald in artikelen 28 - van de APV alsook het vaststellen in het kader van sluikstorten, zowel in het kader van de bestuurlijke handhaving als van de strafrechtelijke handhaving, van inbreuken op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De afvalintercommunale is de verantwoordelijke voor de verwerking en de verwerker van de beelden.
De camera’s mogen enkel worden geplaatst op plaatsen waaromtrent overeenkomstig de camerawet een gunstig advies werd bekomen van de gemeenteraad.
De concrete plaatsing gebeurt naar noodzaak en maakt het voorwerp uit van een specifiek akkoord tussen de afvalintercommunale en de gemeente na voorafgaand overleg met de lokale politie. Zonder specifiek akkoord van de milieudienst van de gemeente zal de afvalintercommunale geen camera’s kunnen plaatsen.
De definitieve lijst met data, uren en locaties wordt voorafgaand aan de lokale politie overgemaakt en dit ten laatste 3 werkdagen voor de eerstvolgende plaatsing.
Het cameratoezicht zal worden aangekondigd met de door de wetgeving vereiste pictogrammen. Ze worden aan de gemeentegrenzen aangebracht, onverminderd de mogelijkheid om elders en in de meer onmiddellijke omgeving van de locaties waar camerabewaking is ingesteld overeenkomstig deze overeenkomst, nog andere kennisgevingen aan te brengen.
Artikel 3
De afvalintercommunale verklaart de toepasselijke wetgeving en instructies inzake camerabewaking en privacy op ieder ogenblik na te zullen leven en de gemeente en de politiezone nemen daar akte van.
Deze verklaring slaat op volgende teksten zoals van kracht of gecoördineerd, onverminderd hun eventuele aanpassing of het van kracht worden van nieuwe bijkomende wetten, reglementen of instructies:
● de verordening 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27.04.2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming - AVG);
● de wet van 30.07.2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
● de toepasselijke uitvoeringsbesluiten bij deze wet;
● de wet van 21.03.2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s (afgekort als “de camerawet”);
● de toepasselijke uitvoeringsbesluiten bij deze wet waaronder het K.B. van 10.02.2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking is en het K.B. van 02.07.2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's;
● de gecoördineerde ministeriële omzendbrief van 10.12.2009 betreffende de wet van 21.03.2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s zoals gewijzigd bij wet van 12.11.2009.
Iedere aanhaling van verplichtingen hierna geldt met behoud van huidig artikel.
In het bijzonder en met behoud van het voorgaande verklaart de afvalintercommunale de vereiste mededeling zoals bedoeld in art. 5 par. 3 van de Camerawet en het toepasselijke uitvoeringsbesluit aan de politiediensten te hebben gedaan en de wijzigingen aan de ingezette camerabewakingsvoorziening op identieke wijze te zullen doen.
Artikel 4
De verwerking van de beelden mag enkel gegevens bevatten van de bezoekers van de onmiddellijke omgeving van de camera’s.
De verwerking van de beelden dient van zodanige kwaliteit te zijn dat personen en voertuigen te identificeren zijn.
Er dient erop te worden toegezien dat de bewakingscamera’s niet specifiek gericht zijn op een plaats waarvoor de verantwoordelijke van de verwerking niet zelf de gegevens verwerkt, tenzij hij daarvoor expliciet de toestemming heeft van de verantwoordelijke voor de verwerking van de betrokken plaats.
In geen geval mogen beelden worden gemaakt/verwerkt die de intimiteit van een persoon schenden of gericht zijn op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke of syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand.
De beelden mogen niet worden bewerkt, behoudens om te voldoen aan het derde en vierde lid hiervoor.
Artikel 5
De beelden mogen door de verwerker en de vaststellers GAS uitsluitend in real time worden bekeken indien dit onder toezicht van de politiediensten gebeurt opdat de bevoegde diensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijf, schade, overlast of verstoring van de openbare orde en deze diensten in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd en met inachtneming van het toepasselijke uitvoeringsbesluit ter zake.
De camerabeelden worden binnen de afvalintercommunale enkel door de vaststellers GAS, aangeduid door de gemeenteraad, later bekeken met het oog op het vaststellen van sluikstorten bestaande in een inbreuk op de bepalingen van de algemene politieverordening (APV) van de gemeente opgenomen in de aanstellingsbeslissing van de vaststellers GAS of een inbreuk op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De vaststellers GAS zijn onderworpen aan de discretieplicht. Zij mogen de camerabeelden enkel bekijken en gebruiken in functie van de door hen te verrichten vaststellingen zoals aangehaald in art. 2 eerste lid hiervoor. De beelden of eruit afgeleide gegevens mogen zij enkel overmaken aan de gerechtelijke overheden, de politiediensten en de sanctionerend ambtenaar.
Wanneer uit de beelden misdrijven van gemeen recht blijken die buiten het doel van de camerabewaking vallen, dan nemen de vaststellers GAS onmiddellijk contact op met de lokale politie en worden de beelden aan de lokale politie overgedragen op een door deze te bepalen wijze.
Het bekijken van de beelden door de vaststellers GAS gebeurt in de gebouwen van IMOG.
De afvalintercommunale zal de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat andere personen dan de vaststellers GAS toegang hebben tot de beelden.
De afvalintercommunale houdt een register bij met de beeldverwerkingsactiviteiten van de gebruikte bewakingscamera’s overeenkomstig de regels bepaald door de Koning. Dit register wordt ter beschikking gehouden van de gegevensbeschermingsautoriteit en van de politiediensten.
Artikel 6
Wanneer op basis van de beelden een sluikstort bestaande uit een inbreuk op de bepalingen van de algemene politieverordening (APV) van de gemeente blijkt lastens een herkenbaar of potentieel identificeerbaar persoon of wanneer daarbij een nummerplaat van een voertuig op de beelden leesbaar is, maakt de vaststeller GAS een bestuurlijk verslag op.
Dit bestuurlijk verslag of vaststelling bevat ten titel van inlichting minstens volgende gegevens:
● de voornaam, naam en hoedanigheid van de opsteller;
● dag, datum, plaats en uur van de feiten en van de vaststelling van de feiten;
● de plaats waar de camera zich bevond en de plaats waar de pictogrammen werden aangebracht;
● een precieze beschrijving van hetgeen werd vastgesteld;
● een of meerdere screenshots uit de camerabeelden waarop de herkenbare of potentieel identificeerbare persoon tijdens de sanctioneerbare handeling voorkomt of waarop de nummerplaat van een voertuig voortkomt;
● de aanduiding van de overtreden bepaling(en) van de APV;
● het administratief adres van de sanctionerend ambtenaar;
● de datum van overmaking aan de sanctionerend ambtenaar.
Het bestuurlijk verslag wordt binnen een termijn van orde van zeven werkdagen aan de sanctionerend ambtenaar bezorgd.
Het bestuurlijk verslag wordt digitaal aan de sanctionerend ambtenaar bezorgd.
Zo de sanctionerend ambtenaar of de lokale politie dit wenselijk acht, dan kunnen zij de beelden opvragen bij de afvalintercommunale. De afvalintercommunale zal daaraan uiterlijk binnen maximaal 10 werkdaqen gevolg geven.
Artikel 7
De afvalintercommunale garandeert dat de beelden niet langer worden bijgehouden dan noodzakelijk en maximaal maar één maand worden bewaard.
Voorgaande bewaringstermijn geldt niet:
● hetzij indien het beelden betreft die slaan op feiten waarvoor een bestuurlijk verslag werd opgemaakt en die bijgevolg kunnen aangewend worden om via sluikstorten inbreuken te kunnen vaststellen en te bewijzen op de in art. 2 eerste lid hiervoor aangehaalde normen;
● hetzij uit de beelden andere misdrijven zouden blijken.
In beide gevallen worden de beelden bewaard zolang de gerechtelijke of bestuurlijke procedure niet is afgesloten.
Voor wat betreft de procedures in het kader van de GAS-wetgeving zal de sanctionerend ambtenaar na het afsluiten van de procedure aangeven wanneer de beelden mogen worden vernietigd.
Artikel 8
Ieder gefilmde persoon heeft een recht van toegang tot de beelden.
Hij richt daartoe een verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking conform art. 15 van dealgemene verordening gegevensbescherming – AVG.
Artikel 9
Alle kosten in verband met de aanschaf, de werking, het onderhoud en de vervanging van de camera en alle (rand)apparatuur en noodzakelijke goederen (zoals pictogrammen) zijn ten laste van de afvalintercommunale.
Het plaatsen en verplaatsen van de camera, de pictogrammen, de opmaak en het overmaken van het bestuurlijk verslag, de kosten van de opslag van de data en de overdracht van data en het bijhouden van het register met de beeldverwerkingsactiviteiten gebeurt door de afvalintercommunale op haar kosten.
Artikel 10
Deze overeenkomst geldt vanaf de inwerkingtreding van gemeenteraadsbeslissing die deze overeenkomst goedkeurt en tot en met 31.12.2031.
De samenwerking zal om de twee jaar in een gezamenlijke vergadering worden geëvalueerd.
De afvalintercommunale kan, na overleg met de stad/de gemeente, een met redenen omkleed verzoek indienen met het oog op de hernieuwing van het positief advies van de gemeenteraad alsook van deze overeenkomst tegen het verstrijken van de aangehaalde termijn.
Aldus opgemaakt te Deerlijk op …(datum)… in drie exemplaren.
De drie partijen erkennen elk één exemplaar te hebben ontvangen.
Namens de gemeente Deerlijk
Karel Bauters Louis Haerinck
Algemeen directeur voorzitter van de gemeenteraad
Namens de afvalintercommunale
Johan Bonnier Isabelle Degezelle
algemeen directeur voorzitter
Namens de politiezone
Jean-Louis Dalle Michaël Vannieuwenhuyze
korpschef voorzitter van het politiecollege
Artikel 4
De opdrachthoudende vereniging IMOG (Intergemeentelijke Maatschappij voor Openbare Gezondheid in Zuid-West-Vlaanderen) wordt, in toepassing van artikel 21, §1, 1ste lid, 2° van de GAS-wet, aangewezen als entiteit waarvan de personeelsleden bevoegd zijn voor de vaststelling van de inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve sanctie.
De bedoelde personeelseden krijgen vaststellingsbevoegdheid voor overtredingen op de artikelen 60, 60bis, 106, 110, 111, 111bis, 121, 122, 123, 125-129.36, 129.42, 129.48, 129.49, 129.51, 130, 131, 132, 133, 144, 147 en 164 van de Algemene Politieverordening van de gemeente Deerlijk, inbegrepen de erin betrokken begrippen zoals bepaald in artikel 28.
Artikel 5
De OVAM wordt, in toepassing van artikel 21, §1, 1ste lid, 2° van de GAS-wet, aangesteld als gewestelijk vaststeller, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor overtredingen op de artikelen 60, 60bis, 106, 110, 111, 111bis, 121, 122, 123, 125-129.36, 129.42, 129.48, 129.49, 129.51, 130, 131, 132, 133, 144, 147 en 164 van de Algemene Politieverordening van de gemeente Deerlijk, inbegrepen de erin betrokken begrippen zoals bepaald in artikel 28.
Indien de OVAM bepaalt dat hun personeelsleden op bepaalde artikelen geen vaststellingen zullen (mogen) doen, dan heeft dit een beperkende invloed.
Artikel 6
Dit reglement zal op de webtoepassing van de gemeente worden bekendgemaakt overeenkomstig art. 286 van het DLB.
Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 7
Afschrift van deze beslissing zal worden wordt overgemaakt aan:
● OVAM;
● IMOG;
● De sanctionerend ambtenaren voor Harelbeke en Deerlijk;
● De lokale politie PZ Gavers via de korpschef.
Artikel 8
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 9
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Jan Colpaert Lies De Witte Katrien Vandenbogaerde Yves Vande Wiele Jurgen Beke Louis Vanderbeken Tine Willaert Regine Rooryck Koen Dendoncker Louis Haerinck Lukas Viaene Jo Tijtgat Marleen Prat Filip Terryn Marc Coppens Claude Croes Bruno Lecluyse Matthias Vanneste Sophie Mespreuve Jan Feryn Philip Ghekiere Sandra De Leeuw-Goussey Bert Schelfhout aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
5. Hoogstraat 70-72 - aankoop - ontwerpakte - goedkeuring
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
6. Aanpassing rechtspositieregeling - goedkeuring
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt verzocht de wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed te keuren.
Motivering
In het ontwerp van de meerjarenplanning 2026-2031, dat wordt behandeld op huidige zitting, zitten een aantal zaken vervat die impact hebben op het personeel van het lokaal bestuur, waardoor ook de rechtspositieregeling navenant dient gewijzigd te worden.
Volgende artikelen dienen te worden aangepast:
● Artikel 233 § 1: De werkgeversbijdrage op de maaltijdcheques wordt met 0,5 euro verhoogd vanaf 1 januari 2026, 2028 en 2030 om respectievelijk uit te komen op 6,90 euro, 7,40 euro en 7,90 euro.
● Artikel 241: de waarde van de nieuwjaarsgeschenkcheque wordt aangepast naar het nieuwe door de RSZ vastgestelde plafond van 40 euro voor voltijdse medewerkers en 20 euro voor halftijdse medewerkers (volgens de bijkomende voorwaarden zoals voorzien in de rechtspositieregeling).
● Artikel 242: de geschenkcheque bij pensionering die in de vorm van Deerlijkbonnen wordt uitgereikt, wordt verhoogd van 10 euro per dienstjaar met een minimum van 100 euro, naar 20 euro per dienstjaar met een minimum van 120 euro en een maximum van 1.000 euro.
● Artikel 243: de anciënniteitspremie voor medewerkers met 25 jaar dienst wordt verhoogd van 600 euro naar 1.000 euro (voor medewerkers die gedurende minstens 3/4 van de loopbaan 50 % of meer van de voltijdse arbeidsduur hebben gewerkt) en van 300 naar 500 euro (voor medewerkers die gedurende minstens 3/4 van de loopbaan 50 % of minder van de voltijdse arbeidsduur hebben gewerkt).
● Artikel 244: De tweede pensioenpijler wordt gradueel opgetrokken van 2,5 % van het pensioengevend jaarloon naar 2,75 % vanaf 1 januari 2027 en 3,00 % vanaf 1 januari 2029.
● Artikel 252 § 1: het aantal vakantiedagen voor een voltijds werkend personeelslid wordt verhoogd van 30 werkdagen naar 31 werkdagen (20 wettelijke en 11 bijkomende dagen). De extra werkdag betaalde vakantie bij 30 jaar dienst wordt geschrapt gezien dit het maximum aantal verlofdagen zou doen overschrijden.
● Artikel 252 § 1: Schrappen van de 5 extra werkdagen betaalde vakantie bij 30 jaar dienstanciënniteit gezien dit het wettelijk plafond van 35 dagen zou overschrijden.
● Artikel 252 § 3: Het maximaal aantal dagen die mogen overgezet worden naar het volgende vakantiejaar wordt verhoogd van 3 naar 5.
● Artikel 334: De vorige goedgekeurde versie van de rechtspositieregeling wordt opgeheven om de rechtszekerheid te dienen.
● Artikel 335: De rechtspositieregeling met opname van de nieuwe bepalingen zoals hierboven beschreven gaat in per 1 januari 2026.
Deze zaken werden behandeld op het syndicaal overleg van 12 november 2025 en gaven aanleiding tot een positief protocol. In dat protocol wordt ook expliciet opgenomen dat de zaken die door het bestuur worden voorzien, gelden als voorafname op een eventueel toekomstig sectoraal akkoord.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 40, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen en zijn ingecalculeerd in het voorliggend ontwerp van meerjarenplanning.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit de voorliggende rechtspositieregeling in zijn totaliteit goed te keuren en deze te laten ingaan vanaf 1 januari 2026
Artikel 2
Teneinde de rechtzekerheid te dienen, wordt de rechtspositieregeling zoals goedgekeurd in zitting van 28 maart 2024 opgeheven.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
7. Retributiereglement - refter de beuk - vaststelling
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd het retributiereglement voor de refter van de beuk vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement vervangt het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 29 februari 2024 en dat afloopt op 31 december 2025. Bovendien wordt het gebruikersreglement refter beuk, zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 29 februari 2024 en dat afloopt op 31 december 2025, aan dit retributiereglement toegevoegd met oog op de vereenvoudiging en gebruiksvriendelijkheid van deze reglementen.
In onderhavig reglement werden de volgende artikels aangepast:
● Artikel 5: Categorie A blijft onveranderd, bij categorie B voegen we de volgende doelgroepen toe:
○ het onderwijzend en niet-onderwijzend personeel van de Deerlijkse scholen behorende tot de scholengemeenschap KADANZ (voor private doeleinden);
○ personeelsleden van gemeente Deerlijk (voor private doeleinden).
● Artikel 5: bij categorie B wordt ‘alle erkende Deerlijkse verenigingen’ vervangen door ‘alle Deerlijkse verenigingen’.
● Artikel 6: De retributieprijzen zoals bepaald in artikel 6 blijven ongewijzigd na vergelijking met de prijzen van de gemeenschapscentra. Door de verschuiving van de doelgroepen binnen de onderhavige categorieën bedraagt de retributie voor de huur van de refter van de beuk voor private doeleinden, voor de doelgroepen zoals bepaald in artikel 3, 200 euro (in plaats van 150 euro zoals voorheen). Ter vergelijking: de huurprijs voor een zaal in de gemeenschapscentra van de gemeente Deerlijk voor private doeleinden bedraagt 250 euro. Er wordt bewust gekozen voor een prijsverschil van 50 euro, aangezien bij de huur van de refter van d beuk geen drank noch dienstverlening wordt voorzien, en de gebruikers m.a.w. hiervoor zelf instaan.
● Artikel 8: toevoeging van een indexeringsclausule.
● Art. 11: toevoeging van ‘Deze lijst wordt maandelijks aan het vrijetijdspunt bezorgd’.
● Art. 20: toevoeging geldende wetgeving, incl. ‘De gebruiker is eveneens verantwoordelijk voor de naleving van het rookverbod in een straal van 10 meter rond in- en uitgangen van de schoolgebouwen’.
● Art. 24: aanpassing prijs gepresteerde uren van het personeel (van 50,00 euro naar 35,00 euro per begonnen uur/per persoon), conform het retributiereglement verhuur gemeenschapscentrum verenigingen (art. 36) en niet-verenigingen (art. 37).
Conform artikel 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
In zitting van 19 november 2025 verzocht het college van burgemeester en schepenen de voorzitter van de gemeenteraad om het retributiereglement voor de refter van de beuk ter goedkeuring te agenderen op de gemeenteraad van 27 november 2025. In zitting van 27 november 2025 besliste de gemeenteraad om voormeld agendapunt te verdagen naar een volgende gemeenteraadszitting.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het onderstaand retributiereglement voor de refter van de beuk vast:
RETRIBUTIEREGLEMENT"REFTERBEUK"
Toepassingsgebied
Art. 1. - Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de goede werking van de refter (met inbegrip van de speelplaats en toiletten) van de gemeentelijke lagere school (de beuk), hierna genoemd ‘de refter’, en wordt hiervoor bijgestaan door de directeur van de gemeentelijke lagere school (de beuk), hierna genoemd ‘de directie’.
Art. 2. - De refter bevindt zich in de Sint-Amandusstraat 26 te 8540 Deerlijk. De directie is verantwoordelijk voor de verhuring van de refter en is tevens gevestigd in de Sint-Amandusstraat 26 te 8540 Deerlijk, de.beuk@deerlijk.be, 056 71 19 49.
Art. 3. - Er wordt een retributie gevestigd op het huren van de refter van de gemeentelijke lagere school (de beuk).
Art. 4. - De heffing van deze retributie heeft tot doel de mogelijkheid te bieden de refter (met speelplaats en toiletten) te huren als extra gemeentelijke locatie voor gemeenschapsvormende activiteiten. Hiermee wordt mee invulling gegeven aan het multifunctioneel gebruik van schoolinfrastructuur.
Heffingsplichtige
Art. 5. - De retributie wordt bepaald voor volgende categorieën:
Categorie A:
● lokaal bestuur Deerlijk;
● alle Deerlijkse gemeentelijke adviesraden, gemeentelijke commissies en hun werkgroepen, de beheersorganen en hun werkgroepen;
● alle onderwijsinstellingen gelegen op het grondgebied Deerlijk en hun oudercomités;
● erkende Deerlijkse benefietorganisaties.
Categorie B:
● alle Deerlijkse verenigingen;
● individuele leden van de ouderraad berk+beuk en De KIM & De SAM (voor private doeleinden);
● onderwijzend en niet-onderwijzend personeel van de Deerlijkse scholen behorende tot de scholengemeenschap KADANZ (voor private doeleinden);
● personeelsleden van gemeente Deerlijk (voor private doeleinden).
Categorie C:
● organisatoren van (vakantie)aanbod met een winstgevend/commercieel doel, die met die respectievelijke organisatie mee uitvoering geven aan de uitrol van de Deerlijkse visie inzake Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA).
Bedrag
Art. 6. - De retributie is als volgt vastgesteld:
CategorieA | Gratis |
CategorieB | 200,00euro |
CategorieC | 150,00euro |
Art. 7. – De retributie wordt aangerekend per dag, ongeacht het aantal uren de infrastructuur die dag wordt gebruikt. De kosten voor algemene verlichting, de verwarming en het gebruik van het aanwezige meubilair zijn in de huurprijs inbegrepen.
Art. 8. – Het college van burgemeester en schepenen houdt zich het recht voor om de in dit reglement vermelde retributiebedragen, behoudens indien expliciet andersluidend geformuleerd, jaarlijks te indexeren op 1 januari op basis van de gezondheidsindex volgens navolgende formule:
Basisbedrag retributie x index december voorafgaand aan de indexatie
index januari 2026
Indien het geïndexeerde retributiebedrag decimalen bevat, dan wordt het bedrag afgerond naar de bovenliggende euro.
Wijze van vestiging van de retributie
Art. 9. - De retributie moet betaald worden via overschrijving, ten laatste 30 dagen na de datum van de kostennota of na het verzoek tot betaling.
Vrijstelling van retributie
Art. 10. - Verenigingen of privépersonen wonende in Deerlijk die geen erkende benefietorganisatie zijn en een benefiet wensen te organiseren op grondgebied Deerlijk, kunnen 1x per jaar gratis gebruikmaken van de refter van de gemeentelijke lagere school (de beuk). De organisator dient, in functie van goedkeuring, een expliciete aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen en vermeldt aan welk goed doel een financiële gift zal worden gegeven en welk bedrag daarvoor geraamd wordt. De financiële gift dient minimaal 50 % van de financiële netto-opbrengst te bedragen. Na het benefiet dient de organisatie het bewijs van overschrijving van de financiële gift in bij het college van burgemeester en schepenen. Bij nalatigheid wordt het gebruik van de refter aangerekend conform het reglement.
De aanvraag
Art. 11. - Het gebruik van de refter dient aangevraagd te worden via de directie. De toelating tot gebruik wordt bevestigd aan de aanvrager door de directie. Er wordt een overzichtslijst bijgehouden door de directie. Deze lijst wordt maandelijks aan het vrijetijdspunt bezorgd.
Aanvragen tot gebruik van de refter worden chronologisch behandeld volgens tijdstip van aanvraag. Aanvragen dienen minimaal 7 kalenderdagen en maximaal 1 kalenderjaar voor aanvang van de activiteit bezorgd te worden bij de directie.
Art. 12. - Door het gebruik van de refter gaat de aanvrager akkoord met dit reglement en neemt hij kennis van de geldende veiligheidsvoorschriften dewelke door de directie worden toegelicht en bezorgd.
Algemene voorschriften
Art. 13. - Elke gebruiker is ertoe gehouden:
● de refter te gebruiken voor het overeengekomen doel;
● de refter niet onder te verhuren;
● geen activiteiten te organiseren die in strijd zijn met de openbare orde en de goede zeden;
● de algemene gemeentelijke politieverordening na te leven;
● niet te overnachten in de refter.
Art. 14. - De eenmalige gebruiker kan bij de directie een sleutel van de refter bekomen. Na de activiteit wordt de sleutel, volgens afspraak met de directie, terugbezorgd. Door het aanvaarden van de sleutel verklaart de gebruiker zijn verantwoordelijkheid te nemen tot het goede beheer. Het doorgeven van de sleutel is ten strengste verboden zonder medeweten van de directie. Voor de vaste gebruikers wordt een sleutel tegen aftekening meegegeven. Deze wordt bij stopzetting van de activiteiten steeds terugbezorgd aan de directie.
Art. 15. – In verband met gebruik van de refter geldt het volgende:
● De gebruiker beheert de refter als een voorzichtig en redelijk persoon. Tijdens de uitoefening van de activiteit is de gebruiker verantwoordelijk voor verlies, diefstal en iedere schade aangebracht aan het gebouw en/of materiaal van de refter en de school, te wijten aan een (opzettelijke of onopzettelijke) fout van de gebruiker of van de deelnemers aan de activiteit die de gebruiker organiseert.
● De gebruiker dient ervoor te zorgen dat de hem toevertrouwde ruimte en het bijhorend materiaal gebruikt worden overeenkomstig hun bestemming.
● De gebruiker die verantwoordelijk is voor de beschadiging moet de (herstellings) kosten hiervan vergoeden.
Art. 16. - In verband met catering geldt het volgende:
● de gebruiker staat zelf in voor eventuele dranken, glazen en andere toebehoren;
● de gebruiker moet zelf instaan voor de bediening van de dranken;
● de refter moet na gebruik altijd in perfecte staat achtergelaten worden:
○ alle leeggoed, dranken, glazen en andere toebehoren worden door de gebruiker terug meegenomen of worden op een vooraf afgesproken plek verzameld in functie van ophaling daags nadien;
○ de ter beschikking gestelde koelkasten worden geledigd;
○ de gebruikte keukeninfrastructuur wordt gereinigd.
● de gebruiker respecteert de wetgeving inzake leeftijdsgrenzen voor het schenken van alcohol aan minderjarigen (alcoholhoudende dranken mogen niet geschonken of aangeboden worden aan jongeren onder de 16 jaar, sterke dranken niet aan jongeren onder de 18 jaar, minderjarigen mogen alcohol schenken alleen als er een volwassen eindverantwoordelijke aanwezig is);
● het is strikt verboden eigen kookfornuizen, frietpotten of elektrische huishoudtoestellen van welke aard ook binnen te brengen in de refter zonder toestemming van de directie en na advies van de preventieadviseur.
Art. 17. - Bij het verlaten van de refter dient de gebruiker:
● de ruimte (refter en toiletten) te vegen en indien nodig te dweilen, borstels zijn ter beschikking;
● de tafels schoon te maken;
● de stoelen op de tafels te plaatsen;
● het restafval in de containers te deponeren;
● alle lichten te doven, eveneens deze van de toiletten;
● na te gaan of elke vorm van brandgevaar vermeden wordt door onder meer vuilnisbakjes te ledigen in de containers etc.;
● de refter af te sluiten en, indien de gebruiker de laatste gebruiker is, eveneens de toiletten af te sluiten.
Art. 18. - Elke gebruiker moet steeds vrije toegang verlenen aan het personeel van de school en het lokaal bestuur in werkopdracht.
Art. 19. - Elke gebruiker maakt gebruik van de openbare parking aan de Guido Gezellelaan of andere openbare parkeerplaatsen.
Art. 20. - Er is een strikt rookverbod in de volledige school. De gebruiker dient ervoor te zorgen dat bezoekers aan de refter het rookverbod naleven (Wet van 22 december 2009). De gebruiker is eveneens verantwoordelijk voor de naleving van het rookverbod in een straal van 10 meter rond in- en uitgangen van de schoolgebouwen (Wet van 31 december 2024).
Art. 21. - Alle eventuele belastingen, retributies, taksen, rechten en fiscale verplichtingen die voortvloeien uit de organisatie van een activiteit zijn ten laste van de gebruiker. Het lokaal bestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor het niet nakomen van deze verplichtingen. Evenmin kan lokaal bestuur aansprakelijk gesteld worden voor alle eisen, boeten of strafrechtelijke klachten naar aanleiding van authenticiteit, misbruik van naam, vervalsing, eerroof en andere wetsovertredingen.
Art. 22. – Eventuele materialen van de uitleendienst en/of het gemeenschapscentrum dienen apart en overeenkomstig het betreffende retributiereglement voor de uitleendienst aangevraagd te worden.
Sancties
Art. 23. - Alle gebruikers dienen de refter na elk gebruik in zijn oorspronkelijke staat achter te laten. De directie zal de nodige controle uitvoeren en kijken of alles zich in goede staat bevindt (zie artikel 9). Alle verhuringen worden geëvalueerd door de directie en in geval van onregelmatigheden wordt dit gerapporteerd aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 24. - Bij vaststelling van niet naleving van artikel 9 van het gebruikersreglement wordt een schadevergoeding aangerekend ter waarde van de gepresteerde uren van het personeel voor het poetsen van de refter en toiletten, aangerekend aan 35,00 euro per begonnen uur/per persoon.
Art. 25. - Het gebruikersreglement dient strikt nageleefd te worden, zo niet kan het college van burgemeester en schepenen de beslissing nemen tot het niet laten doorgaan van de activiteit, het stopzetten ervan of tot het ontruimen van de refter. Bij herhaalde niet-naleving van het reglement en na schriftelijke verwittiging kan een weigering van verhuring in de toekomst uitgesproken worden door het college van burgemeester en schepenen. De directie adviseert het college van burgemeester en schepenen hierin. Deze sanctie doet geen afbreuk aan de specifieke sancties die in dit reglement worden beschreven.
Verzekering en aansprakelijkheid
Art. 26. – Het lokaal bestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen en schade veroorzaakt door de inrichting van de activiteit. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen en schade, dit zowel tegenover derden als tegenover het lokaal bestuur.
Art. 27. – Het lokaal bestuur kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor verlies van materiaal, voor diefstal of voor beschadigingen.
Betwistingen
Art. 28. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement, alsook elke niet in dit reglement voorziene materie, worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen dat hierover een beslissing neemt.
Inwerkingtreding
Art. 29. - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het gebruikersreglement en het retributiereglement refter de beuk, beide goedgekeurd in de gemeenteraad van 29 februari 2024, worden opgeheven bij de inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
8. Sport - huidig retributiereglement huurprijzen sportaccommodatie - verlenging - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd
● het huidige retributiereglement "huurprijzen sportaccommodatie", goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 24 februari 2022, te verlengen tot 30 juni 2026.
Motivering
Het huidige retributiereglement "huurprijzen sportaccommodatie" werd door de gemeenteraad in zitting van 24 februari 2022 goedgekeurd en eindigt op 31 december 2025.
Doordat de huurprijzen van de sportaccommodatie seizoensgebonden zijn voor onze gebruikers en het nieuwe retributiereglement "huurprijzen sportaccommodatie", goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025, maar ingaat op 1 juli 2026, is een verlenging van het huidige retributiereglement noodzakelijk voor 6 maanden, nl. tot en met 30 juni 2026.
Conform artikel 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2, 14° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement huurprijzen sportaccommodatie, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 24 februari 2022
○ Art. 286, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit het huidige retributiereglement "huurprijzen sportaccommodatie", goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 24 februari 2022, te verlengen met 6 maanden, tot 30 juni 2026, omdat huurprijzen voor sportverenigingen seizoensgebonden zijn.
Artikel 2
Het gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2022 houdende de vaststelling van de retributiereglementen "huurprijzen sportaccommodatie" en "grootschalige evenementen sporthal" wordt bijgevolg pas opgeheven op 1 juli 2026. Vanaf die datum treedt het nieuwe retributiereglement "huurprijzen sportaccomodatie", dat goedgekeurd werd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025, in werking.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
9. Erfgoed - convenant René De Clercqgenootschap - verlenging - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het huidige convenant met het René De Clercqgenootschap te verlengen met 3 maanden.
Motivering
Op 31 december 2025 loopt het huidige convenant tussen gemeente Deerlijk en het René De Clercqgenootschap af.
Op het voorstel van een nieuw convenant vanuit de dienst erfgoed, voor de periode 2026-2031, bleek het René De Clercqgenootschap niet bereid hiermee akkoord te gaan. Zij hadden zelf graag nog enkele aanpassingen en wijzigingen voorgesteld die zouden kunnen opgenomen worden in het nieuwe convenant.
In januari 2026 wordt een overleg ingepland tussen het René De Clercqgenootschap en de dienst erfgoed om het nieuwe convenant verder uit te werken en te finaliseren. Echter, om in de tussentijd niet zonder geldend convenant te vallen, zou het huidig convenant moeten verlengd worden met 3 maanden, tot en met 31 maart 2026.
Op deze manier geeft dit de dienst voldoende overbruggingstijd om tot een nieuw convenant te komen met het René De Clercqgenootschap, dat door beide partijen gedragen wordt.
Dit nieuwe convenant wordt ten laatste geagendeerd op de gemeenteraad van maart 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om onderstaand convenant met het René De Clercqgenootschap te verlengen met 3 maanden, tot en met 31 maart 2026.
Convenant René De Clercqgenootschap – gemeente Deerlijk
Art. 1 – Doel
De gemeente verleent logistieke, promotionele en financiële ondersteuning aan het René De Clercqgenootschap als erkenning van het belang van de vereniging voor het in stand houden, verzorgen en uitbaten van het René De Clercqmuseum. Het uitbaten van het museum en daar een werking ontplooien is van wezenlijk belang voor de culturele en toeristische uitstraling van de gemeente. Met dit convenant wenst de gemeente de samenwerking tussen beide partners en de wederzijdse verwachtingen duidelijk te omschrijven.
Art. 2 – Engagementen van het René De Clercqgenootschap
§ 1 Verzamelen, beschermen en bewaren van erfgoed met een Deerlijkse link
Het René De Clercqgenootschap zorgt voor het verzamelen, bewaren, onderzoeken en documenteren van materieel en immaterieel erfgoed met een culturele, sociale of historische waarde voor de Deerlijkse bevolking, die een link heeft met René De Clercq als persoon en als schrijver. Deze taken behoren tot de basisfuncties van een museum. Hiervoor neemt het René De Clercqgenootschap initiatief om erfgoed rond het verleden van René De Clercq in kaart te brengen en veilig te stellen voor de toekomst. Het René De Clercqgenootschap bewaart het erfgoed binnen de door de gemeente beschikbaar gestelde ruimtes en lokalen.
Het René De Clercqgenootschap zet in op het digitaliseren van foto’s, dia’s en afbeeldingen. Het René De Clercqgenootschap staat zelf in voor het respecteren van de privacywetgeving en het auteursrecht bij gebruik of terbeschikkingstelling ervan.
§ 2 Uitbaten van het museum René De Clercq
Het René De Clercqgenootschap baat, in opdracht van het gemeentebestuur, het René De Clercqmuseum uit (René De Clercqstraat 8). Hierbij wordt permanentie voorzien door vrijwilligers van de vereniging. Het staat het René De Clercqgenootschap vrij om de openingsuren van het museum te bepalen.
§ 3 Ontsluiten en toegankelijk maken van het Deerlijks erfgoed rond René De Clercq
Het René De Clercqgenootschap zorgt ervoor dat het bewaarde erfgoed en het museum publiek toegankelijk zijn en ontsloten kunnen worden voor de Deerlijkse burger en voor geïnteresseerden van buiten de gemeente. Dit wordt gegarandeerd op verschillende manieren:
● Het museum is publiek toegankelijk voor de (Deerlijkse) burger in functie van een toeristisch bezoek of voor opzoekingen en onderzoek. Daarnaast is het museum ook te bezoeken met een gids, na afspraak met het René De Clercqgenootschap.
● Op geregelde tijdstippen worden, al dan niet in het teken van bovenlokale of nationale campagnes, tentoonstellingen of soortgelijke activiteiten georganiseerd die publiek toegankelijk zijn.
● Er worden op geregelde tijdstippen artikels of teksten gepubliceerd, zowel digitaal als gedrukt. Op vraag van het gemeentebestuur kunnen teksten of artikels rond een bepaald thema opgemaakt worden.
● Samenwerkingen met gemeentelijke en intergemeentelijke partners waar mogelijk, bij lokale en bovenlokale projecten.
§ 4 Organisatie van en deelname aan gemeentelijke en nationale activiteiten zoals Open Monumentendag, Erfgoeddag, Nacht van de Geschiedenis, …
In samenspraak met het gemeentebestuur en met gemeentelijke middelen, ondersteunt het René De Clercqgenootschap, indien wenselijk, in het kader en in het jaarthema van een nationale campagne (Open Monumentendag, Erfgoeddag). De uitgaven en eventuele inkomsten van deze activiteiten zijn voor het gemeentebestuur. Voor de organisatie hiervan wordt een werkgroep samengesteld die bestaat uit personeel van de vrijetijdsdienst, leden van de heemkring en leden van het René De Clercqgenootschap, aangevuld met projectvrijwilligers van buiten de organisatie. Hierbij wordt voldoende opvolging gegarandeerd vanuit het gemeentebestuur, om een vlotte en efficiënte organisatie mogelijk te maken. Waar mogelijk en wenselijk worden samenwerkingen aangegaan met gemeentelijke (bv. Heemkring Dorp en Toren) en intergemeentelijke (bv. Erfgoed Zuidwest) partners.
§ 5 Terbeschikkingstelling beeldmateriaal (analoog of digitaal) aan het gemeentebestuur
Zowel voor intern gebruik als voor externe communicatie staat het de gemeente vrij om beeldmateriaal uit het archief van het René De Clercqgenootschap te gebruiken. De gemeente kan kosteloos beroep doen op deze beelden. De gemeente mag deze beelden niet commercialiseren. De bronvermelding wordt in elk geval gerespecteerd, met verwijzing naar het René De Clercqgenootschap.
§ 6 Ondersteuning van de intergemeentelijke erfgoedcel Zuidwest bij bovenlokale initiatieven met een impact op Deerlijk
Bij bovenlokale projecten die georganiseerd of gecoördineerd worden door de intergemeentelijke erfgoedcel Zuidwest (Erfgoed Zuidwest) en waarbij een link is met René De Clercq, verleent het René De Clercqgenootschap gratis en vrijwillige medewerking.
§ 7 Adviesrol
Het gemeentebestuur doet beroep op het René De Clercqmuseum om advies te vragen in alle materies die te maken hebben met het gebouw waar het René De Clercqmuseum is gevestigd. Het staat het René De Clercqgenootschap vrij om proactief en op eigen initiatief advies te verlenen aan het gemeentebestuur over materies die te maken hebben met het René De Clercqmuseum. Deze voorstellen en adviezen zijn niet bindend voor het gemeentebestuur. Er wordt steeds gezorgd voor een redelijke termijn, zodat het René De Clercqgenootschap telkens een voldoende gemotiveerd advies kan bezorgen.
§ 8 Onderhoud gebouw
Het René De Clercqgenootschap is verantwoordelijk voor het klein onderhoud van het gebouw en de tuin.
Art. 3 – Engagementen van de gemeente Deerlijk
§ 1 Logistieke ondersteuning
Het gemeentebestuur Deerlijk stelt kosteloos het gebouw (René De Clercqtraat 8) ter beschikking om rondleidingen en museumwerking mogelijk te maken. De kosten voor sanitair, gas, elektriciteit en telecom en het onderhoud van deze lokalen zijn ten laste van de gemeente. Dit gebeurt telkens in overleg met het René De Clercqgenootschap. Het René De Clercqgenootschap gebruikt het gebouw als een goede huisvader.
Er wordt in het archief ook ruimte voor het René De Clercqgenootschap voorzien. Het gebruik van deze ruimte gebeurt in onderling overleg met de Heemkring Dorp en Toren.
De gemeente stelt een locatie van maximum 10 vierkante meter ter beschikking voor de stockage van boeken van het René De Clercqgenootschap. De oude piano van René De Clercq wordt eveneens gestockeerd in een veilige, gemeentelijke locatie.
Bij activiteiten die in samenwerking met de gemeentelijke diensten worden georganiseerd, wordt er ook logistieke ondersteuning (gebruik van materiaal en infrastructuur) geboden bij de organisatie van een evenement.
Bij activiteiten die op eigen initiatief worden georganiseerd, kan het René De Clercqgenootschap gebruik maken van materiaal en infrastructuur volgens de geldende retributiereglementen.
§ 2 Administratieve ondersteuning
Het gemeentebestuur zorgt voor een administratieve ondersteuning van het René De Clercqgenootschap. Deze ondersteuning bestaat uit medewerking bij activiteiten die vrij toegankelijk zijn voor het publiek, zoals o.a. het kleutertheater en de rondleidingen voor de scholen.
Bij activiteiten die in samenwerking met de gemeentediensten worden georganiseerd, wordt er extra administratieve (evenementiële) ondersteuning geboden volgens noodzaak.
§ 3 Communicatieve en promotionele ondersteuning
Het René De Clercqgenootschap kan beroep doen op de gemeentelijke communicatiekanalen, net zoals andere verenigingen, voor de promotie van hun activiteiten en werking. Bij activiteiten die in samenwerking met de gemeente Deerlijk worden georganiseerd, kan druk- en ontwerpwerk via de gemeentelijke diensten gebeuren.
§ 4 Digitale ondersteuning
Het gemeentebestuur stelt volgens haar mogelijkheden digitaal ruimte ter beschikking van het René De Clercqgenootschap, zodat het bijhouden van een digitaal archief en het digitaliseren van het papieren archief mogelijk worden gemaakt. De toegestane ruimte wordt afgestemd met de gemeentelijke dienst ICT.
§ 5 Financiële ondersteuning
Het gemeentebestuur Deerlijk voorziet een jaarlijkse nominatieve toelage voor het René De Clercqgenootschap. Het bedrag wordt elk jaar geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Daarnaast kan het René De Clercqgenootschap bij het organiseren van eigen initiatieven beroep doen op de premiereglementen voor verenigingen, indien aan alle voorwaarden wordt voldaan. Activiteiten die in samenwerking met de gemeente worden georganiseerd, komen niet in aanmerking voor premies.
§ 6 Verzekering
De gemeente Deerlijk zorgt voor een verzekering voor de vrijwilligers van het René De Clercqgenootschap tijdens hun werking en permanentie in het museum en bij activiteiten die in samenwerking met de gemeente worden georganiseerd.
§ 7 Advies
Het gemeentebestuur vraagt advies aan het René De Clercqgenootschap, al dan niet via de cultuurraad, rond materies die het René de Clercqmuseum aanbelangen. Het gemeentebestuur zorgt telkens voor een redelijke termijn om een gemotiveerd advies te laten bezorgen. Deze voorstellen en adviezen zijn niet bindend.
Art. 4 – Rapportering
Het René De Clercqgenootschap legt jaarlijks een jaarprogramma voor tegen 31 januari, voor dat kalenderjaar. Het jaarverslag van het voorafgaande jaar wordt telkens ingediend tegen 30 april. Dit beknopt jaarverslag bevat een overzicht van de georganiseerde activiteiten en een schatting van het aantal aanwezigen en bezoekers.
Art. 5 – Communicatie en overleg
Minstens één keer per kwartaal wordt er een overleg georganiseerd met het René De Clercqgenootschap, de gemeentelijke dienst cultuur & erfgoed en de schepen van erfgoed. Dit overlegplatform heeft tot doel om de praktische samenwerking tussen beide partijen in het kader van dit convenant verder uit te werken, om de komende activiteiten te plannen en om voorbije activiteiten te evalueren.
Art. 6 – Duur van de overeenkomst
Dit convenant treedt in werking op 1 januari 2023 en loopt af op 31 maart 2026.
Het gemeentebestuur kan de overeenkomst op elk moment herzien of beëindigen als het algemeen belang dit vereist.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
10. Feestelijkheden - retributiereglement uitleendienst - vaststelling
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het retributiereglement "uitleendienst" vast te stellen met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de verlenging en aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 6 juli 2023.
De reden voor agendering wordt als volgt toegelicht:
● Aanpassing van de prijzen binnen volgende categorieën:
○ de tarieven van categorie C worden overal met 15 % verhoogd en afgerond naar het dichtstbijzijnde volle eurobedrag;
○ de tarieven van categorie D worden overal met 15 % verhoogd en afgerond naar het dichtstbijzijnde volle eurobedrag.
De afgelopen jaren is het gebruik van de uitleendienst sterk toegenomen. Steeds meer verenigingen, organisaties en inwoners maken gebruik van het beschikbare materiaal. Door dit intensieve gebruik vertoont het materiaal meer slijtage en gebruikssporen, waardoor regelmatige vervanging en onderhoud noodzakelijk zijn.
Daarnaast zijn de aankoopprijzen van nieuw materiaal en onderdelen voor herstel de voorbije jaren merkbaar gestegen. Om de kwaliteit en veiligheid van het aanbod te blijven garanderen, is het aangewezen om de huurprijzen licht te verhogen.
De voorgestelde prijsaanpassing zorgt ervoor dat:
○ de uitleendienst duurzaam kan blijven functioneren;
○ de vervangings- en onderhoudskosten gedeeltelijk worden gedekt;
○ er blijvende investeringen kunnen gebeuren in degelijk, veilig en hedendaags materiaal;
○ de dienstverlening naar verenigingen en inwoners op hetzelfde kwaliteitsniveau behouden blijft.
De verhoging blijft beperkt en evenredig met de stijgende kosten, zodat het gebruik van de uitleendienst betaalbaar en toegankelijk blijft voor alle doelgroepen.
● Aanpassing van de benaming van bepaalde artikelen binnen de categorie Audiovisueel materiaal, met name:
○ Projectiescherm klein: aangezien er twee projectieschermen zijn met verschillende afmetingen, wordt voortaan een onderscheid gemaakt op het aanvraagformulier om verwarring te vermijden.
● Toevoeging van artikel 8 inzake indexering en prijsaanpassing:
een nieuw artikel wordt toegevoegd dat bepaalt dat de vermelde tarieven en vergoedingen jaarlijks kunnen worden geïndexeerd, overeenkomstig de bepalingen die ook van toepassing zijn in andere gemeentelijke reglementen.
● Aanpassing van artikel 12: de betaling dient pas te gebeuren na de ontlening en na controle van het materiaal.
● Aanpassing van artikel 14: zodat het duidelijk is dat hier maar 1x per jaar gratis gebruik kan van gemaakt worden.
● Toevoeging van artikel 22: dit artikel bepaalt dat na ontlening een tevredenheidsenquête kan worden verstuurd aan de gebruikers. Deze enquête heeft tot doel om de werking van de uitleendienst intern te evalueren en verder te optimaliseren op basis van de feedback van de ontleners.
● Volgende artikelen worden uit de materialenlijst van de uitleendienst gehaald, aangezien deze niet langer beschikbaar zijn (defect of buiten gebruik) of nauwelijks nog ontleend worden door gebruikers:
○ Loopski’s
○ Opklapbaar minidoel
○ Spin ladder
○ Reuze frisbee
○ Reuze doel frisbee
○ Kompas
○ Double derby
○ Nooduitgangsignalisatie 60 x 60
Deze aanpassing draagt bij tot een duidelijker en actueler overzicht van het beschikbare materiaal, afgestemd op de reële vraag en het effectieve gebruik door verenigingen en inwoners.
● Aanpassing van het aanvraagformulier van de uitleendienst op volgende punten:
○ Informatie evenement:
■ “Datum evenement/activiteit” toegevoegd om duidelijk te weten wanneer het evenement plaatsvindt.
■ “Locatie en leveringsadres materiaal feestelijkheden” toegevoegd om een beter beeld te krijgen van de plaats van levering.
○ Categorie B: aangepast conform de verduidelijking vermeld bij artikel 5.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2, 14° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement uitleendiensten, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 6 juli 2023
○ Art. 286, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:
RETRIBUTIEREGLEMENT UITLEENDIENST
Toepassingsgebied
Art. 1 – Er wordt een retributie gevestigd op de materialen van de uitleendienst. Deze omvat enerzijds de materialen die door de gemeentediensten ter plaatse worden geleverd en opgehaald (dienst feestelijkheden) en anderzijds de materialen die door de aanvrager zelf dienen opgehaald en teruggebracht te worden.
Art. 2 - Wijzigingen in de beschikbare materialen van de uitleendiensten worden ter kennis gegeven aan het college van burgemeester en schepenen.
Doelstelling
Art. 3 - De heffing van deze retributie heeft tot doel zowel (Deerlijkse) verenigingen als privépersonen die activiteiten wensen te organiseren op Deerlijks grondgebied, actief te ondersteunen door materialen uit de uitleendienst tegen een democratische prijs aan te bieden.
Heffingsplichtige
Art. 4 – De retributie wordt bepaald voor volgende categorieën:
Categorie A:
● lokaal bestuur Deerlijk;
● alle Deerlijkse gemeentelijke adviesraden, gemeentelijke commissies en hun werkgroepen, de beheersorganen en hun werkgroepen;
● alle onderwijsinstellingen gelegen op het grondgebied Deerlijk en hun oudercomités;
● Deerlijkse benefietorganisaties;
● hulpverleningszone Fluvia, politiezone Gavers en hun vriendenkringen, voor gebruik op het grondgebied Deerlijk.
Categorie B:
● alle Deerlijkse verenigingen + straat – en buurtfeestcomités.
Categorie C:
● privépersonen wonende in Deerlijk.
Categorie D:
● privépersonen, niet-Deerlijkse verenigingen en/of rechtspersonen met maatschappelijke zetel in Deerlijk, die een open publieksactiviteit organiseren die plaatsvindt op grondgebied Deerlijk en niet behoren tot categorie A, B of C;
Een aanvraag kan maximaal 60 dagen voor het evenement ingediend worden en categorieën A, B en C hebben voorrang op de materialen, volgens beschikbaarheid.
Bedrag
Art. 5 - De retributie is vastgesteld op onderstaande materialen van de gemeentelijke uitleen- dienst, zolang de voorraad strekt en volgens beschikbaarheid, in een centraal beheersysteem.
De vermelde retributie voor onderstaande materialen is het tarief voor een ontleningsperiode van maximaal één week. De retributie is verschuldigd voor elke nieuwe begonnen ontleningsperiode van één week.
DIENST FEESTELIJKHEDEN: materialen ter plaatse geleverd en opgehaald door gemeente- diensten:
Nadar- en werfhekkens | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
nadarhekken 2,5m 100 stuks per kar | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 3,00 | |
toogplaat 2,5m + 2 nadars | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 9,00 min. 3 stuks | |
werfhekken + blokken | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 3,00 min. 5 stuks | |
klemmen voor werfhekkens | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 0,10 | |
werfhekkenwiel | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 0,20 | |
Podia en toebehoren | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
podiumelement 1 x 2m houten bovenkant | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 9,00 min. 4 stuks | |
podiumklemmen | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 0,10 | |
podiumtrap | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 5,00 | |
podiumrok 1 x 10m | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | 9,00 | |
podiumwagen | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Signalisatiemateriaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
afbakeningspaal + ketting | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
parkeerverbodsborden* | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
rood / wit kegel | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Tafels en stoelen | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
plooitafel 1,83m x 0,76m | 0,00 | 1,70 | n.v.t. | n.v.t. | |
receptietafel | 0,00 | 3,50 | n.v.t. | n.v.t. | |
stoel wit - gebruik binnen | 0,00 | 0,30 | n.v.t. | n.v.t. | |
stoel antraciet - gebruik buiten
| 0,00 | 0,30 | n.v.t. | n.v.t. | |
*De parkeersverbodsborden dienen enkel voor gebruik op niet-openbaar domein/weg. In alle andere gevallen moeten de borden aangevraagd worden via EagleBe: https://app.eaglebe.com/auth/start | |||||
Tenten en toebehoren | Categorie A | Categorie B | Categorie C | Categorie D | |
tent groen 3 x 3m | 0,00 | 11,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
tent groen 3 x 6m | 0,00 | 20,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
tentgewicht | 0,00 | 1,20 | n.v.t. | n.v.t. | |
zijpaneel voor tent 3 x3m | 0,00 | 1,20 | n.v.t. | n.v.t. | |
zijpaneel voor tent 3 x6m | 0,00 | 1,20 | n.v.t. | n.v.t. | |
Vlaggen en toebehoren | Categorie A | Categorie B | Categorie C | Categorie D | |
vlag België | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
vlag Deerlijk | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
vlag Europa | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
vlag Provincie | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
vlag Vlaams | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
vlaggenmast - aluminium | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Varia feestelijkheden | Categorie A | Categorie B | Categorie C | Categorie D | |
automatische handalcoholdispenser | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
standpijp (inclusief levering en plaatsen)* | 0,00 | 50,00* | n.v.t. | n.v.t. | |
strokengordijn | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
*Het verbruik wordt gemonitord, enkel waterverbruik op en voor het evenement is toegelaten. Indien er sprake is van een verbruik > 10 m³, zal het verbruik verrekend worden aan de reële marktprijs.
| |||||
VRIJETIJDSPUNT: materialen af te halen en terug te brengen door aanvrager
Audiovisueel materiaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
muziekinstallatie +2 actieve boxen op statief + mengpaneel | 0,00 | 28,90 | 47,00 | n.v.t. | |
microfoon met draad | 0,00 | 5,80 | 10,00 | n.v.t. | |
soundbox + 2 draadloze microfoons | 0,00 | 11,60 | 19,00 | n.v.t. | |
LCD-projector (beamer) | 0,00 | 14,40 | 24,00 | n.v.t. | |
projectiescherm klein | 0,00 | 11,60 | 19,00 | n.v.t. | |
projectiescherm groot | 0,00 | 14,00 | 21,00 | n.v.t. | |
Licht- en elektromateriaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
black-light | 0,00 | 2,90 | 5,00 | n.v.t. | |
bubbelmachine | 0,00 | 8,10 | 13,00 | n.v.t. | |
klemspot | 0,00 | 0,90 | 1,00 | n.v.t. | |
LED-lichtinstallatie | 0,00 | 13,00 | 29,00 | n.v.t. | |
LED-rainbow | 0,00 | 2,90 | 5,00 | n.v.t. | |
LED lichteffect ‘Beam’ | 0,00 | 2,90 | 5,00 | n.v.t. | |
LED lichteffect ‘Flower’ | 0,00 | 2,90 | 5,00 | n.v.t. | |
lichtkrans 20m | 0,00 | 8,10 | 13,00 | n.v.t. | |
phare | 0,00 | 1,40 | 2,00 | n.v.t. | |
rookmachine | 0,00 | 8,10 | 13,00 | n.v.t. | |
stekkerdoos | 0,00 | 0,50 | 1,00 | n.v.t. | |
stroboscoop | 0,00 | 2,90 | 5,00 | n.v.t. | |
verlengdraad | 0,00 | 0,50 | 1,00 | n.v.t. | |
Fuifmateriaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
fuifbord (banner) | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
banner drankkaarten | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
banner eetstand | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
banner fuifbandjes | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
banner binnen = binnen | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
banner geen alcohol -16j | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
fuifkoffer | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Veiligheidsmateriaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
CO2 – blusser | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
poederblusser | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
schuimblusser | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Fluohesjes volwassenen | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
fluohesjes kinderen | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
geluidsmeter | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
kabelgoot 900x600x58 mm | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
nooduitgang signalisatie lamp 345x110x65 mm
| 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
nooduitgang signalisatie 38x17 38cm x 17 cm - lamp | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
rookverbodsteken 230x330 mm | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
megafoon | 0,00 | 5,80 | n.v.t. | n.v.t. | |
walkie talkie (per paar) | 0,00 | 11,60 | n.v.t. | n.v.t. | |
Oordopjes (doos)** | 0,00 | 43,00** | n.v.t. | n.v.t. | |
Speelmateriaal | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
sport- en spelkoffer | 0,00 | 5,80 | 10,00 | n.v.t. | |
hoepel | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
jute zak | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
loopklossen (per paar) | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
stelten (per paar) | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
smash ball set | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
touwtrekken | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
kids dierenkubb 12 | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
viking kubb | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
voetbal | 0,00 | 0,60 | 1,00 | n.v.t. | |
(Reuze-) spelen | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
balans krokodil 12 | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
blikgooien | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
box it | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
dartsbord + 2x3 pijltjes | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
de dief 12 | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
ganzenbord (speeltapijt) | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
kattenstaart gooien | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
Kikker hop 12 | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
krabben vissen 12 | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
mens-erger-je-niet | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
mini bowling | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
pietjesbak | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
pittenzakwerpen | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
sjoelbak groot | 0,00 | 3,00 | 5,00 | n.v.t. | |
sjoelbak klein | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
toren van balans | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzenspeelkaarten | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzen-vier-op-één-rij | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzenmikado | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzen damspel | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzendomino | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzenjenga | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
reuzenmemory | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
ringbord | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
vuurtoren estafette | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
werpspel ringen | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
Verkleedkledij | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
kerstmanpak | 0,00 | 6,90 | 11,00 | n.v.t. | |
pietpak | 0,00 | 4,60 | 8,00 | n.v.t. | |
sintpak | 0,00 | 9,20 | 14,00 | n.v.t. | |
schminkkoffer | 0,00 | 11,60 | 19,00 | n.v.t. | |
UiTPAS | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
NFC-lezer | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
smartphone UiTPAS – met dataverbinding | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
beachflag UiTPAS | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | n.v.t. | |
Varia vrijetijdspunt | Categorie A | Categorie B (€) | Categorie C (€) | Categorie D (€) | |
badgemachine | 0,00 | 0,00 | 0,00 | n.v.t. | |
badges | 0,00 | 0,50 | 0,50 | n.v.t. | |
vuurkorf | 0,00 | 2,30 | 4,00 | n.v.t. | |
buurtfeestpakket*** | 0,00 | 0,00 | n.v.t | n.v.t | |
**Via de uitleendienst kan er een doos oordopjes aangekocht worden voor evenementen. Eenmaal aangekocht, blijft de doos van de organisatie. De rest hoeft niet teruggebracht te worden. | |||||
*** Bij het organiseren van een buurt- of straatfeest kan de organisator 1x per jaar gratis een vast pakket tafels (4 stuks) en stoelen (30 stuks) ontlenen bij de uitleendienst, volgens beschikbaarheid.
| |||||
Art. 6 – Er wordt een eenmalige leveringskost van 50,00 euro gerekend voor categorie D, onafhankelijk van de hoeveelheid en soort(en) van ontleende materialen, voor het leveren en ophalen van de ontlening op het grondgebied van de gemeente Deerlijk.
Art. 7 – Het uitgeleende materiaal wordt door de uitleendienst nagekeken. Eventuele herstellingskosten van beschadigd materiaal worden integraal aan de ontlener doorgerekend.
Bij onherstelbare beschadiging alsook bij diefstal en bij verlies van materiaal, wordt de kostprijs voor het aanschaffen van nieuw materiaal integraal aan de ontlener doorgerekend.
Bij de herstellingskost en/of de kostprijs voor aanschaffen van nieuw materiaal wordt een administratieve vergoeding aangerekend ten bedrage van 10 % van het verschuldigde bedrag met een maximum van 50,00 euro. Indien het uitgeleende materiaal in een bevuilde staat terugkeert naar de uitleendienst en deze gepoetst dient te worden door het personeel van de gemeente, indien bijkomend dient opgeruimd te worden, indien bij ophaling van uitgeleend materiaal deze niet gecentraliseerd staat of niet correct gestapeld staat op de karren of opgeborgen in de voorziene transportmiddelen zoals bij levering, wordt er een vergoeding aangerekend overeenkomstig de gepresteerde uren van het personeel aan 50,00 euro per begonnen uur/per persoon.
Bij vaststelling van niet correct behandelen van materiaal of het niet naleven van het retributiereglement wordt het college van burgemeester en schepenen hiervan in kennis gebracht en bij herhaling kan het college van burgemeester en schepenen beslissen tot uitsluiting van het reglement voor een bepaalde duur. De ontlener wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Art. 8 – De vermelde tarieven en vergoedingen kunnen jaarlijks worden geïndexeerd, overeenkomstig de bepalingen die ook van toepassing zijn in andere gemeentelijke reglementen.
Wijze van ontlening
Art. 9 – Aanvragen tot ontlening worden chronologisch behandeld volgens tijdstip van aanvraag. Aanvragen dienen minimaal 7 kalenderdagen en maximaal 1 kalenderjaar voor aanvang van de activiteit bezorgd te worden bij de uitleendienst.
Ter bevestiging van de reservatie ontvangt de aanvrager een ontleningsbon (e-mail) met vermelding van de gereserveerde goederen, de overeenkomstige huurprijs, de wijze van levering en/of de locatie voor afhaling van de materialen.
Art. 10 - Door het in ontvangst nemen van de materialen verbindt de ontlener er zich toe:
● op de hoogte te zijn van het correcte gebruik en behandelen van de materialen en ze te beheren als een goede huisvader en de opgegeven richtlijnen strikt na te leven;
● de materialen in dezelfde staat terug te brengen/te zetten als bij de afhaling/levering. De materialen bevinden zich in een degelijke staat, zoals een goede huisvader ze zou beheren. Indien de materialen zich niet in een degelijke en werkende staat bevinden, dient dit door de ontlener vóór de ingebruikname ervan gemeld te worden bij de uitleendienst. Wanneer er geen melding gebeurt vóór de ingebruikname, wordt verondersteld dat de materialen zich in degelijke staat bevonden vóór het uitlenen ervan;
● bij diefstal onmiddellijk aangifte te doen bij de politie en een kopie van het proces-verbaal te bezorgen aan de uitleendienst;
● de materialen in geen enkel geval noch uit te lenen, noch onder te verhuren;
● de uitleendienst onmiddellijk in kennis te stellen in geval van schade.
Art. 11 – Het uitleensysteem staat of valt met het correct ophalen en terugbrengen van het uitleenmateriaal. Indien de ontlener het uitleenmateriaal niet tijdig of niet volledig kan terugbrengen op de afgesproken datum zoals vermeld op de ontleningsbon, neemt de ontlener telefonisch of per mail contact op met de uitleendienst. Indien het materiaal dat de ontlener langer wenst te ontlenen niet gereserveerd is voor een andere ontlener in de gewenste verlengperiode, kan de reservatie worden aangepast. De verlenging van de ontleenperiode kan tot gevolg hebben dat de ontleenvergoeding verhoogt conform artikel 6, tweede lid van dit reglement.
Wijze van vestiging van de retributie
Art. 12 - De retributie dient betaald te worden na ontlening en controle van het materiaal via overschrijving, na ontvangst van de onkostennota.
Vrijstelling van retributie
Art. 13 – Bij het organiseren van een speelstraat kan de organisator gratis reuzenspelen en speelmateriaal ontlenen bij de uitleendienst. Bij gelijktijdige aanvraag tot ontlening van deze spelen genieten de organisatoren van speelstraten prioriteit.
Art. 14 – Bij het organiseren van een buurt- of straatfeest kan de organisator 1x per jaar gratis een vast pakket tafels (4 stuks) en stoelen (30 stuks) ontlenen bij de uitleendienst, volgens beschikbaarheid.
Art. 15 - Verenigingen of privépersonen wonende in Deerlijk die geen erkende benefietorganisatie zijn en een benefiet wensen te organiseren op grondgebied Deerlijk, kunnen 1x per jaar gratis gebruik maken van de materialen uit de uitleendienst. De organisator dient, in functie van goedkeuring, een expliciete aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen en vermeldt aan welk goed doel een financiële gift zal worden gegeven en welk bedrag daarvoor geraamd wordt. De financiële gift dient minimaal 50 % van de financiële netto-opbrengst te bedragen. Na het benefiet dient de organisatie het bewijs van overschrijving van de financiële gift in bij de uitleendienst. Bij nalatigheid worden de ontleende materialen van de uitleendienst aangerekend conform het reglement.
Art. 16 - In het kader van intergemeentelijke samenwerking kunnen omliggende gemeente- en stadsbesturen van Deerlijk gratis beroep doen op de materialen van de dienst feestelijkheden volgens beschikbaarheid. De aanvrager dient zelf de materialen af te halen en terug te brengen in onderlinge overeenstemming met de betrokken diensten.
Art. 17 - Onderstaande materialen worden beheerd door het gemeenschapscentrum en staan in functie van gebruik buiten het gemeenschapscentrum, zolang de voorraad strekt en volgens beschikbaarheid, gratis ter beschikking van categorie A en feestcomités die behoren tot het centraal feestcomité. Aanvragen voor het gebruik van onderstaande materialen dienen afzonderlijk te gebeuren bij het gemeenschapscentrum, via het vrijetijdspunt.
Materialen eetfestijnen | dessertbord, dessertvork, plat bord, diep bord, soepkom, tafellepel, tafelmes, tafelvork, fluteglas, fruitsapglas, wijnglas rood, wijnglas wit, glazen schenkkan, dienblad, koffiekan, koffiekop en schotel, koffielepel, koffiezetmachine bravilor, melkkan, schragentafels, stoelen, … |
Audiovisueel materiaal | DVD-speler, film- of diascherm, flapover, LCD projector, mobiele lichtinstallatie, rack geluidsinstallatie, soundbox, statief met spots, statieven voor spots, verlengkabels, … |
Tentoonstellingsmateriaal | sokkels, zwarte tentoonstellingspanelen, paneel op voet |
Andere | podiumelement (20 st) |
Art. 18 – Bij gebruik van het gemeenschapscentrum overeenkomstig het betreffende retributiereglement wordt de infrastructuur ter beschikking gesteld, inclusief de aanwezige en voorziene materialen van het gemeenschapscentrum. Eventuele materialen van de uitleendienst dienen apart en overeenkomstig onderhavig retributiereglement aangevraagd te worden. Uitzondering hierop voor categorie A en B, vormen tafels en stoelen gekoppeld aan het gebruik van het gemeenschapscentrum (bijvoorbeeld ook buiten op parking/terras) en aanvullend op de in het gemeenschapscentrum beschikbare tafels en stoelen. Ontleningen kunnen enkel volgens beschikbaarheid binnen de uitleendienst. Bij gelijktijdige aanvraag tot ontlening genieten de organisatoren van activiteiten die niet gekoppeld zijn aan het gebruik van het gemeenschapscentrum, prioriteit.
Overige
Art. 19 - Door het ontlenen van het materiaal verklaart de ontlener zich akkoord met de bepalingen van dit reglement en waarborgt de stipte naleving ervan.
Art. 20 - Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen en/of andere schadelijke gevolgen die zouden voortvloeien uit het gebruik van het ontleende materiaal.
Art. 21 - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 22 – Gebruikers van de uitleendienst ontvangen na afloop van hun ontlening een tevredenheidsenquête. Deze enquête heeft tot doel de werking en dienstverlening van de uitleendienst te evalueren en te verbeteren.
Het invullen van de enquête is niet verplicht en heeft geen invloed op de toepassing van de retributie of de mogelijkheid tot toekomstige ontleningen. De verzamelde gegevens worden uitsluitend gebruikt voor interne evaluatie en beleidsdoeleinden, met inachtneming van de geldende regelgeving inzake gegevensbescherming.
Inwerkingtreding
Art. 23 - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Art. 24 - Het gemeenteraadsbesluit van 6 juli 2023 houdende de vaststelling van het retributiereglement op uitleendiensten wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
11. Retributiereglement - UiTPAS Zuidwest - vaststelling
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd het retributiereglement 'UiTPAS Zuidwest' vast te stellen met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Motivering
Om de regelgeving te vereenvoudigen en te actualiseren, werden onderstaande reglementen samengevoegd tot één nieuw reglement.
● Retributiereglement - MIA-UiTPAS - aanpassing - goedkeuring - OR 23 oktober 2025
● Uitpas - retributiereglement Uitpas Zuidwest - goedkeuring - GR 17 september 2015
Beide bestaande reglementen worden daarom opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Dit nieuwe reglement werd in samenwerking opgesteld door dienst Vrije Tijd en het Sociaal Huis, zodat alles gebundeld wordt in één document.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 26 november 2025 de voorzitter van de gemeenteraad verzocht om de opheffing van de twee oude reglementen en de goedkeuring van het nieuwe, geïntegreerde reglement, te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraadszitting.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement - MIA-UiTPAS - aanpassing - goedkeuring van 23 oktober 2025
○ Uitpas - retributiereglement Uitpas Zuidwest goedkeuring van 17 september 2015
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit om volgend reglement vast te stellen:
RETRIBUTIEREGLEMENT UITPAS ZUIDWEST
WAT
Art. 1 - De UiTPAS is een voordeelkaart voor vrije tijd, waarmee je punten kunt sparen en ruilen voor kortingen, cadeaus of andere voordelen bij deelnemende organisaties. Het is een persoonlijke kaart die je kunt gebruiken voor cultuur, sport en andere vrijetijdsactiviteiten in Vlaanderen en Brussel. Personen met een beperkt budget (= mensen in kansarmoede) kunnen een UiTPAS met kansentarief aanvragen (= MIA UiTPAS), wat extra voordelen biedt.
PRIJS
Art. 2 - De aankoopprijs van de UiTPAS Zuidwest bedraagt 3 euro voor volwassenen en kinderen vanaf 3 jaar.
Art. 3 - De aankoopprijs van de UiTPAS Zuidwest bedraagt 1 euro voor mensen in kansarmoede.
Art. 4 - Een nieuwe UiTPAS aanvragen bij verlies bedraagt 2 euro voor volwassenen en kinderen vanaf 3 jaar. Mensen die recht hebben op het kansentarief betalen 1 euro. Bij wijziging van statuut (iemand die plots wel recht heeft op kansentarief of plots niet meer) is het gratis.
Art. 5 - De ontvangsten uit de verkoop zijn voor de gemeente Deerlijk.
MIA UITPAS
Art. 6 - De doelgroep ‘mensen in armoede’ (MIA’s) die recht hebben op een UiTPAS aan kansentarief zijn:
● Cliënten OCMW Deerlijk in budgetbegeleiding met domicilie in Deerlijk;
● Cliënten OCMW Deerlijk in budgetbeheer met domicilie in Deerlijk;
● Cliënten OCMW Deerlijk in collectieve schuldenregeling voorafgegaan door budgettering met domicilie in Deerlijk.
● Cliënten OCMW Deerlijk die het leefloon ontvangen met domicilie in Deerlijk.
● Cliënten OCMW Deerlijk die financiële steun equivalent leefloon ontvangen met domicilie in Deerlijk.
● Alle personen/gezinnen met domicilie in Deerlijk waarvan het maandelijks beschikbaar inkomen lager is dan de Europese armoededrempel, via een beperkt financieel onderzoek naar inkomsten, uitgaven en spaargelden.
TOEWIJZING MIA UITPAS
Art. 7 - De toewijzing van UiTPAS aan kansentarief gebeurt na een financieel en sociaal onderzoek door de sociale dienst van het OCMW Deerlijk.
SOLIDAIRE KOSTENDELING
Art. 8 - UiTPAS biedt de mogelijkheid om mensen op uniforme en discrete wijze te identificeren en rechtstreekse kortingen aan te bieden aan personen in armoede. Dit gebeurt door een eenmalige registratie die vervolgens voor elke activiteit een korting van 80 % geeft voor deze doelgroep. Het regionaal invoeren van UiTPAS geeft dus de kans aan alle mensen in armoede om in de hele regio te participeren aan een bedrag dat 20 % van de kostprijs bedraagt. Dit principe van de solidaire kostendeling vertaalt zich als volgt:
● Voor gemeentelijke participatie: 20 % (mensen in armoede) + 40 % (gemeente) + 40 % (inkomstenderving lokale aanbieder).
● Voor intergemeentelijke participatie aan eigen gemeentelijk aanbod: 20 % (mensen in armoede) + 80 % (gemeente waar de deelnemer woont).
● Voor intergemeentelijke participatie aan aanbod van derden (verenigingen, private aanbieders ...): 20 % (mensen in armoede) + 40 % (gemeente waar de deelnemer woont) + 40 % (inkomstenderving lokale aanbieder).
WELKOMSTVOORDELEN
Art. 9 - Wie een UiTPAS aankoopt krijgt daar meteen enkele welkomstvoordelen bij. Omdat er geen concurrentie zou ontstaan tussen de verschillende gemeenten voor de verkoop van de passen wordt met regionale welkomstvoordelen gewerkt. De welkomstvoordelen zijn cumulatief. Dit houdt in dat de koper van de UiTPAS recht heeft op:
● een gratis zwembeurt in een deelnemend zwembad;
● een gratis museumbezoek in een deelnemend museum;
● een welkomstgeschenk: de UiTPAS Blije Bijen Bloemenmix;
● 2,50 euro korting bij een deelnemend cultuurcentrum;
● drie welkomstpunten.
OMRUILVOORDELEN
Art. 10 - Omruilvoordelen worden gemeentelijk bepaald uit het aanbod van de gemeentelijke diensten.
Art. 11- De omruilvoordelen kunnen tijdelijk of permanent aangeboden worden. Daarnaast kunnen omruilvoordelen verdwijnen en nieuwe omruilvoordelen ontstaan.
Art. 12 - Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd tot het goedkeuren van de gemeentelijke omruilvoordelen.
BETWISTING
Art. 13. – Betwistingen omtrent dit reglement worden behandeld door de UiTPASverantwoordelijke van de gemeente of door het clusterhoofd burger & welzijn en indien nodig door het college van burgemeester en schepenen.
INWERKINGTREDING
Art. 14. - Dit reglement treedt in werking vanaf 01 januari 2026 en loopt af op 31 december 2031.
Art. 15. - Het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 23 oktober 2025 houdende de vaststelling van het retributiereglement op Uitpas - mensen in armoede - aanpassing doelgroep - bekrachtiging, wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
Art. 16. - Het besluit van de gemeenteraad van 17 september 2015 omtrent het retributiereglement UiTPAS Zuidwest wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Marc Coppens Yves Vande Wiele Katrien Vandenbogaerde Jurgen Beke Filip Terryn Louis Vanderbeken Tine Willaert Claude Croes Jo Tijtgat Marleen Prat Koen Dendoncker Regine Rooryck Lukas Viaene Louis Haerinck Philip Ghekiere Bert Schelfhout Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Matthias Vanneste Bruno Lecluyse Jan Feryn Jan Colpaert aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
12. Belastingreglement ter bestrijding van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen - opcentiemen - aanpassing - vaststelling
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassing van het belastingreglement "Heffing ter bestrijding van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen - opcentiemen" vast te stellen.
Motivering
In zitting van 9 juli 2025 van het college van burgemeester en schepenen werd er voorgesteld om het bestaande reglement, zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019, te verlengen vanuit volgende motivatie:
Het blijft wenselijk om naast de gemeentelijke aanpak van leegstand en verwaarlozing, ook maatregelen te nemen ter bestrijding van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.
Er wordt een gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven op ongeschikte en onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris die beheerd wordt door Wonen in Vlaanderen.
Er werd voorgesteld om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 opcentiemen te vestigen op de gewestelijke heffing op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen en het aantal opcentiemen te behouden op 25 opcentiemen.
Uit een overzicht van de heffingen binnen de Woonwijs-gemeenten blijkt dat alle gemeenten het aantal opcentiemen verhogen en ook gelijkstellen met de opcentiemen op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
In lijn met de andere Woonwijs-gemeenten wordt nu voorgesteld om het aantal opcentiemen te verhogen tot 50 opcentiemen.
Het college van burgemeester en schepenen verzocht in zitting van 26 november 2025 de voorzitter van de gemeenteraad om het reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van deze beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 15 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Filip Terryn (N-VA), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
7 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit het volgende belastingreglement vast te stellen:
BELASTINGREGLEMENT - HEFFING TER BESTRIJDING VAN ONGESCHIKTE EN/OF ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN EN GEBOUWEN – OPCENTIEMEN
Art. 1. – Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden er, ten bate van de gemeente,
opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van ongeschikte en/of
onbewoonbare woningen en gebouwen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995
houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald hoofdstuk VIII,
afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse
Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Art. 2. – Het aantal opcentiemen op voormelde gewestelijke heffing wordt voor de
aanslagjaren 2026 tot en met 2031 bepaald op 50 opcentiemen.
Art. 3. – De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse
Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst, Vaartstraat 16, 9300 Aalst.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Katrien Vandenbogaerde Filip Terryn Lukas Viaene Louis Haerinck Koen Dendoncker Marleen Prat Jurgen Beke Tine Willaert Yves Vande Wiele Lies De Witte Louis Vanderbeken Marc Coppens Claude Croes Regine Rooryck Jo Tijtgat Philip Ghekiere Sandra De Leeuw-Goussey Bruno Lecluyse Jan Feryn Sophie Mespreuve Bert Schelfhout Matthias Vanneste Jan Colpaert aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
13. Belastingreglement - leegstand - vaststelling
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing en verlenging van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van17 december 2020. Dit reglement eindigt op 31 december 2025.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
Er mag worden aangenomen dat het behoud van deze belasting zal leiden tot een activering van leegstaande woningen, gebouwen en kamers en bijdraagt tot een betaalbaar woonaanbod.
Eveneens is een dergelijk heffingsreglement ook verantwoord binnen de Vlaamse beleidsprioriteit die bepaalt dat ‘gemeenten leegstaande gebouwen en woningen moeten opsporen, registreren en aanpakken’. Daarbij heeft de strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen pas echt effect als de opname in het leegstandsregister, bij het niet tijdig aanpakken van leegstand, leidt tot een belasting.
Het belastingreglement werd geëvalueerd en herwerkt. Volgende aanpassingen worden voorgesteld:
● Het tarief van de belasting: het basisbedrag wordt verhoogd naar 1.500 euro voor een gebouw of woning en 150 euro voor een kamer. De voorbije 6 jaar werd het bedrag niet aangepast.
Om belastingplichtigen voldoende te kunnen informeren wordt voorgesteld om de verhoging pas in te voeren vanaf het aanslagjaar 2027.
● Om de langdurige leegstand in tijd te beperken is het wenselijk om het plafondbedrag te verhogen, zijnde het maximumaantal periodes van twaalf maanden, vast te stellen op zes in plaats van vier.
● Er wordt een vast beoordelingsmoment opgenomen, zijnde 1 juli van het aanslagjaar, om de administratieve opvolging efficiënter te kunnen laten verlopen.
● De termijn van vrijstelling voor de belastingplichtige die zakelijk gerechtigde is van één enkele woning of kamer wordt aangepast naar 1 aanslagjaar, in lijn met de andere steden en gemeenten binnen Woonwijs.
● Aanpassing van de vrijstelling voor woonmaatschappijen gezien dit volgens info van Wonen in Vlaanderen niet meer kan. Als alternatief wordt een vrijstelling voorzien voor zakelijk gerechtigden die minstens 3 woongelegenheden in dezelfde wijk tegelijk wensen te renoveren. De vrijstelling geldt voor 1 aanslagjaar.
Het college van burgemeester en schepenen verzocht in zitting van 26 november 2026 de voorzitter van de gemeenteraad de goedkeuring van de reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
○ Vlaamse Codex wonen
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 15 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Filip Terryn (N-VA), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
7 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit het volgend reglement vast te stellen:
BELASTINGREGLEMENT op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister
Heffingstermijn en belastbaar feit
Art. 1.
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de gebouwen, woningen en kamers die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig het reglement inzake inventarisatie van 17 december 2020 en de toepasselijke decretale en wettelijke bepalingen.
§2. De definities uit het inventarisatiereglement leegstand van 17 december 2020 en de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen waarnaar dit inventarisatiereglement verwijst zijn van toepassing.
Voor de toepassing van dit belastingreglement hebben de navolgende begrippen de hierna weergegeven inhoud:
Renovatienota = een nota die bestaat uit:
§3. De belasting voor een leegstaand gebouw, woning of kamer is verschuldigd op 1 juli van het aanslagjaar, op voorwaarde dat die woning, dat gebouw of die kamer gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§4. Zolang het leegstaande gebouw, de leegstaande woning of kamer niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op 1 juli van het aanslagjaar.
Belastingplichtige
Art. 2.
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw, de leegstaande woning of kamer op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht met nauwkeurige aanduiding van het overgedragen goed, de datum ervan en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar(s) alsmede het eigendomsaandeel.
Berekeningsgrondslag en tarief
Art. 3.
§1. De belasting bedraagt bij een eerste aanslag:
Voor het aanslagjaar 2026:
● 1.200 euro voor een gebouw of woning;
● 100 euro voor een kamer.
Voor de aanslagjaren 2027 t.e.m. 2031
● 1.500 euro voor een gebouw of woning;
● 150 euro voor een kamer.
§2. Het bedrag van de volgende belastingen is gelijk aan het resultaat van volgende formule:
De belasting vermenigvuldigd met het aantal periodes van twaalf maanden dat het gebouw, de woning, kamer zonder onderbreking opgenomen is op de gemeentelijke inventaris. Het plafondbedrag, zijnde het maximum aantal periode van twaalf maanden, wordt vastgesteld op zes.
§3. De bedragen van de belasting worden bepaald met inachtname van de voor de berekening van de belasting relevante duur, zonder dat de duur van de al bekomen vrijstelling – wat betreft de bepaling van het bedrag van de belasting – opnieuw inrekening kan worden gebracht. Zodoende dient in geval van eerdere vrijstelling en latere belasting het tarief verbonden aan de gehele leegstandstermijn te worden toegepast.
§4. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Dit geldt niet voor overdrachten aan:
Vrijstellingen
Art. 4.
§ 1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° de belastingschuldige die zakelijk gerechtigde is van één enkele woning of kamer, bij uitsluiting van enige andere woning of kamer, met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 1 aanslagjaar.
2° de belastingschuldige die (mede)eigenaar en de laatste bewoner van een belastbare woning of kamer is en die in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een erkend revalidatiecentrum. Deze vrijstelling kan voor maximaal 3 opeenvolgende aanslagjaren worden toegekend.
3° de belastingschuldige die beperkt is in handelingsbekwaamheid ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 3 aanslagjaren.
4° de belastingschuldige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van een gebouw, woning of kamer, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het aanslagjaar volgend op de overdracht van het zakelijk recht.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
5° De houder van het zakelijk recht die minstens 3 woongelegenheden in dezelfde wijk tegelijk wenst te renoveren of te slopen en te vervangen, met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 1 aanslagjaar.
§ 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument;
4° deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap;
5° in het actieplan bouwkundig erfgoed aangeduid is als bouwkundig erfgoed met een hoge of middelhoge locuswaarde en mits het indienen van een dossier bij de beoordelingscommissie, met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 1 aanslagjaar;
6° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
7° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. De vrijstelling geldt voor de aanslagjaren waarin het gebouw of de woning onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden en voor het aanslagjaar volgend op de beëindiging van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.
8° gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;
De termijn van vrijstelling gaat in op datum van het definitief uitvoerbaar worden van deze omgevingsvergunning en eindigt op het ogenblik van de voltooiing van de werken, die het voorwerp van deze omgevingsvergunning uitmaken. De termijn van vrijstelling bedraagt evenwel niet meer dan 3 jaar te rekenen vanaf de datum van het definitief uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.
Deze vrijstelling kan slechts éénmaal ingeroepen worden ongeacht het aantal dergelijke omgevingsvergunningen.
9° gerenoveerd wordt blijkens een gedateerde en ondertekende renovatienota waarin minstens een overzicht van de voorgenomen werken en een stappenplan zijn opgenomen waaruit blijkt dat de woning of het gebouw bewoonbaar gemaakt wordt;
De uitvoering van de renovatienota moet tijdens het aanslagjaar aangetoond worden aan de hand van facturen en bijbehorende foto’s of vastgesteld worden door een controlebezoek. Deze vrijstelling geldt voor 3 aanslagjaren.
Deze vrijstelling kan slechts éénmaal ingeroepen worden ongeacht het aantal renovatienota’s.
10° het voorwerp uitmaakt van een compromis betreffende de overdracht van het zakelijk recht van de woning. De compromis dateert van voor het moment waarop de woning aan de belasting onderhevig werd. Uiterlijk 6 maanden na datum van de compromis dient de definitieve overdracht te worden aangetoond aan de hand van een authentieke akte. De vrijstelling geldt enkel voor de eerstvolgende heffing volgend op de datum van de compromis.
Inkohiering
Art. 5.
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betwisting
Art.6.
Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Inwerkingtreding
Art. 7.
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
14. Klimaatfonds Zuid-West-Vlaanderen - verlenging - goedkeuring
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd de verlenging van de overeenkomst betreffende het Klimaatfonds Zuid-West-Vlaanderen goed te keuren.
Motivering
In 2023 hebben elf Zuid-West-Vlaamse steden en gemeenten samen met Leiedal, het Streekfonds West-Vlaanderen en de Koning Boudewijnstichting het Klimaatfonds Leiedal opgericht.
Het Klimaatfonds Leiedal wil alle geledingen in de samenleving betrekken bij het klimaatbeleid, om bij te dragen tot klimaatneutraliteit en onze leefomgeving weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het Klimaatfonds richt zich tot de burger, organisaties en verenigingen, scholen, bedrijven en overheden.
Het Klimaatfonds bestaat uit twee deelfondsen: een lokaal Klimaatfonds en een bovenlokaal Klimaatfonds. Het lokaal Klimaatfonds bestaat uit verschillende subfondsen, één voor elke deelnemende gemeente.
De oorspronkelijke overeenkomst werd afgesloten voor een periode van 3 jaar en loopt tot en met 31 december 2025.
Intussen werden 23 projecten goedgekeurd, waarvan 2 in Deerlijk.
Leiedal werkte een concreet voorstel tot verlenging uit:
● Het klimaatfonds wordt verlengd voor de duur van 3 jaar, van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
● De totale jaarlijkse bijdrage per lokaal bestuur blijft ongewijzigd, nl. 0,50 euro per inwoner. Voor Deerlijk bedraagt de jaarlijkse bijdrage 6.335 euro
● De regels voor het storten van de jaarlijkse bijdrage worden versoepeld. Zolang het saldo van het lokale Klimaatfonds op het einde van het jaar niet minder bedraagt dan 25 % van de verschuldigde jaarlijkse bijdrage, stort de gemeente slechts 35 % van de jaarlijkse bijdrage in het Klimaatfonds:
○ 25 % in het bovenlokaal fonds;
○ 10 % in het eigen lokaal fonds.
Als het saldo van het Lokaal Klimaatfonds onder de 25 % daalt of er zich een waardevol project aandient waarvoor het saldo ontoereikend is, stort de gemeente de resterende 65 % van de jaarlijkse bijdrage in het lokaal fonds. Op die manier wordt de bijdrage aan het lokaal fonds rechtstreeks verbonden met de instroom van projecten op het eigen grondgebied.
In het kader van de verlenging van het Klimaatfonds werd een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met volgende bijlage uitgewerkt:
● het intern werkingsreglement;
● het deelnamereglement;
● de beslissings- en bestuursorganen van het Klimaatfonds.
Het college van burgemeester en schepenen verzocht de voorzitter van de gemeenteraad in zitting van 19 november om deze overeenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 40, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 6.335 euro per jaar voor 2026, 2027 en 2028 |
Dit budget wordt voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026 - 2031.
BESLUIT
Eenparig goedgekeurd
Artikel 1
De gemeenteraad besluit de "Overeenkomst met betrekking tot de samenwerking in het kader van het Klimaatfonds Leiedal 2026-2029" goed te keuren.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Tine Willaert Louis Vanderbeken Filip Terryn Marleen Prat Lies De Witte Katrien Vandenbogaerde Yves Vande Wiele Koen Dendoncker Claude Croes Louis Haerinck Lukas Viaene Marc Coppens Jurgen Beke Jo Tijtgat Regine Rooryck Matthias Vanneste Jan Feryn Philip Ghekiere Bruno Lecluyse Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Bert Schelfhout Jan Colpaert aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
15. Belastingreglement - verwaarlozing - vaststelling
Aanleiding en context
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement voor woningen en gebouwen opgenomen in de gemeentelijke inventaris verwaarlozing, vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing en verlenging van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van9 juli 2020. Dit reglement eindigt op 31 december 2025.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
Om de aantrekkelijkheid van de gemeente als leefomgeving te bevorderen is het wenselijk om verwaarlozing van gebouwen en woningen te bestrijden. De afwezigheid van verwaarloosde gebouwen of woningen draagt immers bij tot een levendigere en aangename omgeving en vergroot ook het veiligheidsgevoel.
Dit belastingreglement is ook verantwoord binnen de Vlaamse beleidsprioriteit die bepaalt dat ‘gemeenten verwaarloosde gebouwen en woningen moeten opsporen, registreren en aanpakken’. Daarbij heeft de strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen pas echt effect als de opname in het verwaarlozingsregister, bij het niet tijdig aanpakken van verwaarlozing, leidt tot een belasting.
De tarieven van de heffing worden zoals in huidig reglement gelijkgeschakeld met de leegstandsheffing. Het basisbedrag wordt opgetrokken van 1.200 euro naar 1.500 euro.
Om belastingplichtigen voldoende te kunnen informeren wordt voorgesteld om de verhoging pas in te voeren vanaf het aanslagjaar 2027.
Om de langdurige verwaarlozing in tijd te beperken is het wenselijk om het plafondbedrag te verhogen, zijnde het maximum aantal periodes van twaalf maanden, vast te stellen op zes in plaats van vier.
Verder worden nog volgende aanpassingen of verduidelijkingen opgenomen in het reglement:
● Er wordt een vast beoordelingsmoment opgenomen, zijnde 1 januari van het aanslagjaar, om de administratieve opvolging efficiënter te kunnen laten verlopen.
● Verduidelijking van de inkomensvoorwaarden, gebaseerd op de huidige inkomensvoorwaarden in de Mijn Verbouwpremie, en die jaarlijks geïndexeerd worden.
● Bepalingen rond de betaling van en bezwaren tegen de belasting worden geschrapt gezien dit bepaald wordt door het Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het college van burgemeester en schepenen verzocht de voorzitter van de gemeenteraad in zitting van 26 november 2025 om de goedkeuring van dit belastingreglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
○ Vlaamse Codex wonen
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 15 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Filip Terryn (N-VA), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
7 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit volgend reglement vast te stellen:
BELASTINGREGLEMENT voor woningen en gebouwen opgenomen in de gemeentelijke inventaris verwaarlozing
Heffingstermijn en belastbaar feit
Art. 1.
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in de gemeentelijke inventaris van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar, op voorwaarde dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de gemeentelijke inventaris van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit de inventaris, blijft de belasting verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar.
Belastingplichtige
Art. 2.
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt.
§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in de inventaris van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De instrumenterende ambtenaar stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar.
Berekeningsgrondslag en tarief
Art. 3.
§1. De belasting bedraagt bij een eerste aanslag
Voor het aanslagjaar 2026: 1.200 euro voor zowel een woning als een gebouw.
Voor de aanslagjaren 2027 tem 2031: 1.500 euro voor zowel een woning als een gebouw.
§2. Het bedrag van de volgende belastingen is gelijk aan het resultaat van de volgende formule:
De belasting vermenigvuldigd met het aantal periodes van twaalf maanden dat de woning of het gebouw zonder onderbreking opgenomen is op de gemeentelijke inventaris. Het maximum aantal periodes voor bovenstaande wordt vastgelegd op zes.
§3. De bedragen van de belasting worden bepaald met inachtname van de voor de berekening van de belasting relevante duur, zonder dat de duur van de al bekomen vrijstelling - wat betreft de bepaling van het bedrag van de belasting - opnieuw in rekening kan worden gebracht. Zodoende dient in geval van eerdere vrijstelling en latere belasting het tarief verbonden aan de gehele verwaarlozingstermijn, te worden toegepast.
§ 4. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw, woning of kamer op de inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Dit geldt niet voor overdrachten aan:
Vrijstellingen
Art. 4.
§ 1. Van de heffing inzake verwaarlozing zijn vrijgesteld:
1) De belastingplichtige die op 1 januari van het aanslagjaar minder dan 1 jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning en die een gezinsinkomen heeft dat lager ligt dan onderstaande premievoorwaarden.
Voor de beoordeling van deze voorwaarde wordt rekening gehouden met het gezamenlijk belastbaar inkomen van 2 jaar voorafgaand aan het aanslagjaar waarin de belasting voor de eerste maal zou worden gevestigd. De beoordeling gebeurt eenmalig en opent – indien aan de inkomensvoorwaarde is voldaan - het recht voor de volledige duur van de vrijstellingsperiode. De voormelde premievoorwaarden zijn deze zoals ze van kracht zijn op 1 januari 2025. De vermelde inkomensgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari op basis van de gezondheidsindex volgens navolgende formule:
max. gezinsinkomen x index december voorafgaand aan de indexatie
index januari 2025
De vrijstelling geldt voor de eerste drie aanslagjaren na verwerving van het zakelijk recht.
2) De belastingplichtige die, zonder dat er een overgang is van een zakelijk recht en die wordt geïnventariseerd en die voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:
De beoordeling gebeurt eenmalig en opent – indien aan de inkomensvoorwaarde is voldaan - het recht voor de volledige duur van de vrijstellingsperiode.
De vrijstelling geldt voor drie aanslagjaren.
3) De belastingplichtige die beperkt is in zijn of haar handelingsbekwaamheid ingevolge een gerechtelijke beslissing met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende drie aanslagjaren.
§ 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1) gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
2) vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.
Inkohiering
Art. 5.
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betwisting
Art.6.
Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Inwerkingtreding
Art. 7.
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Karel Bauters Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Lies De Witte Matthias Vanneste Philip Ghekiere Louis Haerinck Tine Willaert Jan Colpaert Regine Rooryck Claude Croes Bruno Lecluyse Katrien Vandenbogaerde Louis Vanderbeken Yves Vande Wiele Bert Schelfhout Marleen Prat Koen Dendoncker Jan Feryn Marc Coppens Jo Tijtgat Jurgen Beke Lukas Viaene Filip Terryn Sandra De Leeuw-Goussey Sophie Mespreuve Marleen Prat Marc Coppens Lukas Viaene Claude Croes Jo Tijtgat Tine Willaert Koen Dendoncker Louis Vanderbeken Katrien Vandenbogaerde Louis Haerinck Lies De Witte Regine Rooryck Jurgen Beke Yves Vande Wiele Matthias Vanneste Filip Terryn Sophie Mespreuve Philip Ghekiere Bert Schelfhout Jan Feryn Sandra De Leeuw-Goussey Bruno Lecluyse Jan Colpaert aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 8 Goedgekeurd
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
16. Belastingreglement - tweede verblijven - vaststelling
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement "tweede verblijven" vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing en verlenging van het bestaande belastingreglement op tweede verblijven zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van24 januari 2024. Dit reglement eindigt op 31 december 2025.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
Met deze belasting wordt het effectief gebruik als hoofdverblijf van woongelegenheden nagestreefd, om op die manier het residentieel wonen in de gemeente en de sociale cohesie te beschermen, hetgeen telkens in het gedrang komt wanneer woongelegenheden alleen occasioneel of in bijkomende orde worden gebruikt.
Het behoud van de belasting draagt, samen met de leegstandsheffing, ook bij tot een betaalbaar woningaanbod.
Volgende aanpassingen of verduidelijkingen worden verder opgenomen in het reglement:
● Verhoging van het basistarief naar 1.000 euro voor het aanslagjaar 2026 en naar 1.500 euro vanaf het aanslagjaar 2027.
○ Het is aangewezen om de belasting op tweede verblijven en het basisbedrag van de leegstand op elkaar af te stemmen. Een verhoging van het tarief zorgt ervoor dat eigenaars niet via de belasting op tweede verblijven aan de leegstandsheffing ontsnappen.
○ Door de verhoging van het basistarief trapsgewijs door te voeren geven we de eigenaars van een tweede verblijf de tijd om andere opties voor hun pand te overwegen.
● De definitie van tweede verblijf wordt verduidelijkt onder meer om discussie rond het gebruik van woongelegenheden door tijdelijke werkkrachten te vermijden.
● De omschrijving van de belastingplichtige wordt aangepast zodat de inning altijd via de eigenaar kan, ook als het pand verhuurd wordt, gezien het bij verhuur aan een buitenlandse firma (voor tijdelijke werkkrachten) niet altijd evident is om de belasting te innen.
● De ambtshalve belasting wordt weggelaten omdat dit in het verleden niet werd toegepast.
● Bepalingen rond de betaling van en bezwaren tegen de belasting worden geschrapt gezien dit bepaald wordt door het Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het college van burgemeester en schepenen verzocht de voorzitter van de gemeenteraad in zitting van 26 november om dit belastingreglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
○ Vlaamse Codex wonen
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
De gemeenteraad besluit met 14 ja-stemmen: Louis Vanderbeken (CD&V), Claude Croes (CD&V), Regine Rooryck (CD&V), Jo Tijtgat (CD&V), Lies De Witte (CD&V), Marleen Prat (CD&V), Louis Haerinck (CD&V), Jurgen Beke (CD&V), Marc Coppens (CD&V), Yves Vande Wiele (CD&V), Lukas Viaene (CD&V), Katrien Vandenbogaerde (CD&V), Tine Willaert (CD&V) en Koen Dendoncker (CD&V)
8 neen-stemmen: Matthias Vanneste (Team Deerlijk), Filip Terryn (N-VA), Bert Schelfhout (Team Deerlijk), Sophie Mespreuve (Team Deerlijk), Philip Ghekiere (Team Deerlijk), Sandra De Leeuw-Goussey (Team Deerlijk), Bruno Lecluyse (Team Deerlijk) en Jan Feryn (Team Deerlijk)
1 onthouding: Jan Colpaert (Vlaams Belang)
Artikel 1
De gemeenteraad besluit volgend reglement vast te stellen:
BELASTINGREGLEMENT TWEEDE VERBLIJVEN
Begrippen
Art. 1 - definities
● Tweede verblijf:
§1. Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die niet tot hoofdverblijf dient voor een gezin of een alleenstaande maar die wel een feitelijk gebruik kent in overeenstemming met de woonfunctie.
§2. Private woongelegenheden zijn, mits te voldoen aan het eerste lid, (land)huizen, bungalows, appartementen, studio’s, weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Worden niet beschouwd als tweede verblijf:
● lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;
● garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.
§3. Het al dan niet gebruik als hoofdverblijf blijkt uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister.
§4. Het feitelijk gebruik kan worden aangetoond door alle middelen van recht. Als feitelijk gebruik wordt onder andere maar niet - limitatief beschouwd: buitenverblijf, verblijf door tijdelijke werkkrachten, …
● Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
○ een aangetekend schrijven;
○ een afgifte tegen ontvangstbewijs.
Heffingstermijn en belastbaar feit
Art. 2.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van Deerlijk.
Belastingplichtige
Art. 3.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt, of wanneer hij het belaste goed dat niet door een derde wordt gehuurd of feitelijk gebruikt, zelf niet tijdelijk gebruikt.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting, met behoud van de overige bepalingen van het eerste lid, verschuldigd door respectievelijk de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder.
In geval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtig ten belope van zijn aandeel in het belaste goed. Hetzelfde geldt bij medevruchtgebruik en indien meerdere personen titularis zijn van het recht van opstal en erfpacht.
Elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar, medevruchtgebruiker en medetitularis van het recht van opstal en erfpacht is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Aangifteplicht
Art. 4.
De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 april van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet er zelf één vragen. De administratie stelt op eenvoudig verzoek een formulier ter beschikking. Uiterlijk twee maanden na ontvangst van het formulier dient de belastingplichtige het ingevuld en ondertekend formulier aan het gemeentebestuur terug te bezorgen.
Berekeningsgrondslag en tarief
Art. 5.
De belasting wordt forfaitair vastgesteld op
● 1.000 euro voor het aanslagjaar 2026
● 1.500 euro voor de aanslagjaren 2027 t.e.m. 2031
Belastinginvordering
Art. 6.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betwistingen
Art. 7.
Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Inwerkingtreding
Art. 8.
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Zitting van GR van 18 DECEMBER 2025
17. Regionaal handhavingskader Leiedal 2026-2031 - goedkeuring
Aanleiding en context
De gemeenteraad wordt gevraagd het Regionaal handhavingskader Leiedal 2026-2031 goed te keuren.
Motivering
De afgelopen jaren werd in regio Zuid-West-Vlaanderen reeds ingezet op omgevingshandhaving. Een aantal van de lokale besturen in regio Zuid-West-Vlaanderen doen voor handhaving beroep op Leiedal. Ook in Deerlijk wordt er reeds vandaag hiervoor beroep gedaan op Leiedal.
Via een regionaal handhavingskader wenst Leiedal nu de ondersteuning binnen handhaving door Leiedal samen met de betrokken lokale besturen verder te optimaliseren.
Met