aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
1. Raad voor maatschappelijk welzijn - 26 februari 2026 - notulen en audio-opname - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd de notulen en de audio-opname van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
Artikel 278 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de raad voor maatschappelijk welzijn kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Juridische gronden
• Algemene basisbevoegdheid: Art. 74 Decreet Lokaal Bestuur
• Andere:
◦ Art. 32 en 278 Decreet Lokaal Bestuur
◦ Art. 32 en 33 Huishoudelijk reglement van de OCMW-raad
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de notulen van de zitting van 26 februari 2026 goed te keuren.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de audio-opname van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 goed te keuren.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
2. Personeelsbeleid - delegatiereglement - vaststelling
Aanleiding en context
De raad wordt verzocht om goedkeuring te hechten aan het onderliggend reglement met betrekking tot delegatie van personeelsbevoegdheden.
Motivering
Inzake het personeelsbeleid van het lokaal bestuur, biedt het Decreet Lokaal Bestuur heel wat bewegingsvrijheid tot delegatie van bevoegdheden. Op vandaag zitten al deze bevoegdheden sterk geconcentreerd op niveau van de raad. Het staat elk lokaal bestuur in dat opzicht vrij om te bepalen wat het meest geschikte niveau is om vorm te geven aan het personeelsbeleid van de organisatie. Het is daarbij weliswaar raadzaam om de diverse aspecten van het personeelsbeleid niet willekeurig te verdelen, maar te koppelen aan het beleidsniveau met de meeste voeling met en impact op de betrokken materie.
Het is raadzaam om dit vast te leggen om te komen tot een vlotte en efficiënte werking die de rechtszekerheid optimaal dient, en om binnen de dagdagelijkse werking snel te kunnen handelen en op een flexibele manier te kunnen bijsturen om operationele wijzigingen zo snel mogelijk te kunnen doorvoeren.
Het vaststellen van de (lokale) rechtspositieregeling van het personeel behoort tot de delegeerbare bevoegdheden van de raad. Deze bevoegdheid kan niet verder doorgedelegeerd worden. De rechtspositie is het volledige geldelijke en administratieve statuut van de personeelsleden van het lokaal bestuur. Deze is onderhevig aan wijzigingen opgenomen in diverse hogere normen (Vlaams, federaal en Europees). Deze normen wijzigen frequent, en hoewel de hogere wetgeving steeds primeert op de lokale, biedt het meer transparantie en rechtszekerheid als de lokale rechtpositieregeling mee evolueert. Door een delegatie aan het vast bureau wordt vermeden dat wijzigingen niet tijdig doorgevoerd zouden kunnen worden door de administratieve procedures die eigen zijn aan dossiers die op de raad worden geagendeerd. Dit heeft bijkomend als voordeel dat de agenda’s van de raden niet onnodig worden verzwaard.
Ook het vaststellen van andere reglementen over personeelsaangelegenheden dan de (lokale) rechtspositieregeling van het personeel, behoort tot de delegeerbare bevoegdheden van de raden. Deze kunnen in principe ook nog verder gedelegeerd worden, hoewel dit niet aangewezen is om samenhang en een coherent personeelsbeleid te garanderen. Ook hier is er vaak een impact van snel wijzigende hogere normen. Daarnaast gaat het vaak ook over louter praktische wijzigingen. Indien deze wijzigen via een raad moeten passeren, is het gewicht van deze administratieve procedure vaak niet in verhouding tot de inhoud van de door te voeren aanpassing. Delegatie naar het vast bureau komt hieraan tegemoet.
Gelet op bovenstaande is het ook raadzaam, in het kader van een coherent en transparant personeelsbeleid, om de vaststelling van het organogram, alsook de definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer, te delegeren naar het vast bureau.
Het vast bureau rapporteert hierover via de notulen. Beslissingen die uit deze bevoegdheid voortvloeien en die een budgettaire impact hebben die het meerjarenplan van het lokaal bestuur kunnen beïnvloeden, blijven afhankelijk van de goedkeuring van de raad, die bevoegd blijft voor de meerjarenplanning van het lokaal bestuur.
Het vast bureau stelt tevens voor om de delegatiebeslissing d.d. 30 april 2020 (genomen ifv de coronacrisis) inzake toekenning en vastlegging van brugdagen en dienstvrijstellingen, op te
heffen, gezien deze vervat zit in de lokale rechtspositieregeling en teneinde de rechtszekerheid te dienen.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid:
● Art. 41, tweede lid, 2° Decreet Lokaal Bestuur
● Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Art. 57 Decreet Lokaal bestuur
● Art. 161 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad besluit onderliggend delegatiereglement met betrekking tot de delegatie van personeelsbevoegdheden vast te stellen, als volgt:
DELEGATIEREGLEMENT PERSONEELSBELEID
Art. 1
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de lokale rechtspositieregeling.
Art. 2
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van andere reglementen betreffende personeelsaangelegenheden.
Art. 3
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van het organogram.
Art. 4
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de inhoud van het begrip dagelijks personeelsbeheer.
Artikel 2
De raad beslist - teneinde de rechtszekerheid te dienen - de delegatiebeslissing d.d. 30 april 2020 inzake toekenning en vastlegging van brugdagen en dienstvrijstellingen op te heffen, gezien deze vervat zit in de lokale rechtspositieregeling.
Artikel 3
Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur treedt onderhavig reglement in werking op de 5de werkdag na de bekendmaking ervan.
Artikel 5
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 6
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
3. Algemeen reglement poetsdienst - stopzetting - goedkeuring
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht de stopzetting van het algemeen reglement van de poetsdienst, vanaf 1 april 2026, goed te keuren.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de stopzetting van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van 8 december 2014.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● Sinds 1 februari is het OCMW van Deerlijk gestart met een dienstencheque-onderneming. Alle poetsmedewerkers die eerst onder de poetsdienst van het OCMW zaten, zijn overgestapt in de dienstencheque-onderneming. Daardoor bestaat de poetsdienst de facto niet meer en moet het reglement dus ook officieel stopgezet worden.
Conform artikel 78, tweede lid, 3° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het vast bureau heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de stopzetting van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd burger en welzijn werd verleend: positief advies.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 78, § 2, 3° Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de stopzetting vanaf 1 april 2026 van het algemeen reglement poetsdienst, goed.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
4. Tariefreglement maaltijddienst - stopzetting - goedkeuring
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht de stopzetting van het tariefreglement maaltijddienst vanaf 1 april 2026, goed te keuren.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de stopzetting van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 april 2020.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● Sinds 1 januari 2026 is het nieuwe reglement van de maaltijddienst van toepassing. De prijzen zijn daarin gewijzigd, waardoor het tariefreglement van 2020 niet meer van toepassing is.
Conform artikel 78, tweede lid, 3° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het vast bureau heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de stopzetting van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd burger en welzijn werd verleend: positief advies.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 78, § 2, 3° Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de stopzetting vanaf 1 april 2026, van het tariefreglement maaltijddienst, goed.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
5. Reglement - Tussenkomst in de kosten van een dag(verzorgings)centrum - vaststelling
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht het reglement "Tussenkomst in de kosten van een dag(verzorgings)centrum" goed te keuren.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglementzoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van7 december 2015.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● De kostprijs voor het vervoer van en naar het centrum valt buiten het toepassingsgebied van dit reglement.
● De voorwaarden zijn gewijzigd: er is nu een expliciete einddatum om alle documenten in te dienen, zodanig dat alle kosten tijdig kunnen uitbetaald worden.
Conform artikel 78, tweede lid, 17° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het vast bureau heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 11 maart 2026 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd Burger en Welzijn en Thuiszorgcoördinator werden verleend:
positief.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 78, § 2, 17° Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële impact.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:
REGLEMENT
Tussenkomst in de kosten van een dag(verzorgings)centrum
Wat
Art. 1. - OCMW Deerlijk verleent vier keer per jaar (= per kwartaal) en onder bepaalde voorwaarden, aan de inwoners van de gemeente Deerlijk, een tussenkomst voor hun aanwezigheid in een dag(verzorgings)centrum.
Art. 2. - Onder dag(verzorgings)centrum - D(V)C - wordt verstaan:
● een dagverzorgingscentrum is een erkend centrum voor dagverzorging voor zorgafhankelijke ouderen;
● een dagcentrum is een centrum dat zich richt op volwassenen met een mentale, motorische of sensoriële beperking die niet werken maar overdag toch opvang of begeleiding nodig hebben.
Art. 3. - De toelage is gebaseerd op de dagprijs, die uitsluitend de uren dekt die de aanvrager effectief in het dagverzorgingscentrum verblijft. De kostprijs voor het vervoer van en naar het centrum valt hierbuiten.
Art. 4. - De toelage wordt slechts toegekend binnen de perken van het goedgekeurde begrotingskrediet terzake. Indien het begrotingskrediet niet toereikend zou zijn om de tussenkomst uit te betalen, zal de toelage verhoudingsgewijs verminderd worden.
Voorwaarden
Art. 5. - De aanvrager is gedomicilieerd in Deerlijk, met uitzondering van het domicilieadres Dammeke 3, 8540 Deerlijk (WZC De Gavermeersen).
Art. 6. - De aanvrager verblijft thuis. Onder ‘thuis verblijven’ wordt verstaan: verblijven op de plaats waar men gedomicilieerd is.
Art. 7. - De aanvrager wordt in zijn/haar thuismilieu verzorgd en gaat overdag op regelmatige basis naar een dag(verzorgings)centrum. Regelmatige basis = minstens 1 keer per zes maanden (met uitzondering van omstandigheden zoals ziekenhuisopname).
Art. 8. - Indien uit de aanwezigheidslijst van het dag(verzorgings)centrum blijkt dat de aanvrager minder dan 1 keer per zes maanden is aanwezig geweest in het dag(verzorgings)centrum, zal de aanvrager gecontacteerd worden en kan de tussenkomst stopgezet worden op basis van een raadsbeslissing.
Art. 9. - Elk kwartaal ontvangt het dag(verzorgings)centrum een verzoek per e-mail om de aanwezigheidslijsten voor het verlopen kwartaal te bezorgen. De uiterste indieningsdatum is de 10de van de maand volgend op het kwartaal. Bij laattijdige indiening vervalt het recht op de toelage voor dat specifieke kwartaal.
Tussenkomst
Art. 10. - De aanvrager ontvangt van OCMW Deerlijk een financiële steun per aanwezige dag in het dag(verzorgings)centrum van 15 % van de betaalde dagprijs.
Art. 11. - De tussenkomst wordt verleend vanaf het begin van het kwartaal waarin de tussenkomst wordt aangevraagd en na goedkeuring door het BCSD.
Art. 12. - Het recht op de tussenkomst houdt op vanaf het moment dat de begunstigde:
● overlijdt;
● verhuist buiten de gemeente;
● definitief wordt opgenomen in een residentiële setting.
Aanvraag
Art. 13. - Het aanvraagformulier is te verkrijgen via het Sociaal Huis. Op het aanvraagformulier wordt volgende informatie ingevuld:
● identiteit van de hulpbehoevende (naam, adres, geboorteplaats en –datum, telefoon- of GSM-nummer, rijksregisternummer, bankrekeningnummer);
● welk D(V)C de aanvrager bezoekt;
● sinds wanneer de aanvrager het D(V)C bezoekt;
● op welke dag(en) het D(V)C wordt bezocht;
● de reden waarom het D(V)C wordt bezocht;
● de gegevens van de mantelzorger;
● datum aanvraag;
● handtekening van de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
Uitbetaling
Art. 14. - Het dag(verzorgings)centrum wordt op de hoogte gebracht van de aanvraag en zal per kwartaal een overzichtslijst ontvangen om daarop het aantal aanwezige dagen te noteren.
Art. 15. - De tussenkomst wordt viermaal per jaar uitbetaald:
● De tussenkomst voor het eerste kwartaal (januari-februari-maart) wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst tijdens de zitting in de maand mei. Er wordt vervolgens uitbetaald in de loop van de maand mei.
● De tussenkomst voor het tweede kwartaal (april-mei-juni) wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst tijdens de zitting in de maand september. Er wordt vervolgens uitbetaald in de loop van de maand september.
● De tussenkomst voor het derde kwartaal (juli-augustus-september) wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst tijdens de zitting in de maand november. Er wordt vervolgens uitbetaald in de loop van de maand november.
● De tussenkomst voor het vierde kwartaal (oktober-november- december) wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst tijdens de zitting in de maand februari. Er wordt vervolgens uitbetaald in de loop van de maand februari.
Betwistingen
Art. 16. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het BCSD.
Inwerkingtreding
Art. 17. - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 april 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Art. 18. - Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 december 2015 houdende de vaststelling van het reglement Tussenkomst kosten dag(verzorgings)centrum wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
6. Huishoudelijk reglement - Lokaal Opvanginitiatief (LOI) - vaststelling
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht het huishoudelijk reglement LOI vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 november 2019.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● De kledijbonnen van 50 euro per persoon werden teruggebracht naar één per drie maanden in plaats van één per twee maanden.
● Het gedeelte 'eigen inkomen en bijdrage voor uw opvang' (6.1.2) werd toegevoegd.
● Bij punt 6.3.2 en 6.3.4, waar sprake is van schoolbonus en geboortepremie, werd toegevoegd dat dit enkel kan als er geen soortgelijke rechten zijn via Groeipakket en/of mutualiteit.
● Het gedeelte 'klachten, ordemaatregelen en sancties' (6.5.3) werd toegevoegd.
Het vast bureau heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 11 maart 2026 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de vaststelling van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd Burger en Welzijn werd verleend: positief.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 77, derde lid Decreet Lokaal Bestuur
○ Opvangwet van 12 januari 2007
○ Koninklijk besluit van 24 september 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 juli 2012 tot regeling van de terugbetaling door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers van de kosten van de materiële hulp door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, toegekend aan een begunstigde gehuisvest in een lokaal opvanginitiatief
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële impact.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
LOI (Lokaal Opvanginitiatief)
DEEL I: ALGEMENE DEEL (VOLGENS ALGEMEEN BELEID VANUIT FEDASIL)
A. Onze dienstverlening
Basisdienstverlening
Art. 1. - De opvangstructuur biedt u, afhankelijk van zijn organisatie, de volgende dienstverlening:
● huisvesting met toegang tot sanitaire voorzieningen
● toegang tot toiletartikelen
● de mogelijkheid om kledij te wassen en noodzakelijke kleding (tweedehands) te ontvangen
● maaltijden of maaltijdcheques of de mogelijkheid om zelf voeding aan te schaffen
Individuele begeleiding
Art. 2. - Alle medewerkers van de opvangstructuur zijn onderworpen aan een deontologische code die waarden zoals het respect, de klantgerichtheid, de onpartijdigheid en de discretie onderschrijft.
Art. 3. - Tijdens uw verblijf heeft u een maatschappelijk werker als referentiepersoon. Deze zal u gedurende uw verblijf individueel begeleiden, u informeren over uw rechten en u kunnen doorverwijzen naar andere diensten indien nodig.
Deze persoon zal een individueel dossier aanleggen waarin alle belangrijke zaken voor uw begeleiding in de opvangstructuur bijgehouden worden.
Ook andere medewerkers uit onze opvangstructuur kunnen hieraan bijdragen. U hebt altijd recht op inzage in uw dossier. Indien u verhuist naar een andere opvangstructuur zal dit dossier worden overgedragen aan de nieuwe opvangstructuur.
Art. 4. - De individuele begeleiding die u van ons kunt verwachten is de volgende:
● Begeleiding in de opvang: uw maatschappelijk werker bespreekt en evalueert samen met u uw specifieke opvangbehoeften
● Maatschappelijke begeleiding: wij bieden ondersteuning en advies over het maatschappelijk leven buiten de opvangstructuur en helpen u bijvoorbeeld bij het inschrijven van kinderen in een school.
● Begeleiding in de asielprocedure: de opvangstructuur zal ervoor zorgen dat u goed geïnformeerd bent over het verloop van de procedure. Wij zullen u ook ondersteunen bij het vinden van gratis juridische bijstand (advocaat) vanaf het begin van uw procedure.
● Opleidingen: Onder bepaalde voorwaarden en op basis van de beschikbare plaatsen heeft u recht op deelname aan activiteiten. Uw maatschappelijk werker zal u hierover verder informeren.
Medische en psychologische begeleiding
Art. 5. - In geval van medische klachten heeft u toegang tot medische begeleiding.
Art. 6. - Indien binnen de opvangstructuur een medische dienst bestaat, dient u zich te richten tot deze interne medische dienst, die, indien nodig, een externe medische raadpleging zal regelen. Bij gebrek aan een medische dienst, zal uw maatschappelijk werker u de modaliteiten om een arts te raadplegen verduidelijken.
Wij willen er uw aandacht op vestigen dat wanneer u ervoor kiest om beroep te doen op een andere arts dan die door de opvangstructuur is aangeduid of indien u zich uit eigen beweging aanmeldt bij een arts of ziekenhuis, u de kosten hiervan zelf zal moeten betalen.
Art. 7. - Wanneer u nood heeft aan psychologische begeleiding zal de opvangstructuur u naar gespecialiseerde psychologische hulp doorverwijzen, binnen of buiten de opvangstructuur.
Zakgeld
Art. 8. - U hebt recht op een wekelijks vast bedrag aan zakgeld. De hoogte van dit bedrag is wettelijk bepaald.
Art. 9. - In bepaalde collectieve opvangstructuren bestaat de mogelijkheid om dit bedrag aan te vullen door het uitvoeren van bepaalde taken ten voordele van de opvangstructuur, de zogenaamde gemeenschapsdiensten. Elke opvangstructuur bepaalt zelf de wijze van organisatie en het bedrag van de uitvoering van deze taken.
B. Regels inzake het samenleven
Privacy en rust
Art. 10. - U hebt recht op de eerbiediging van uw privéleven en dient eveneens het privéleven van andere bewoners te respecteren. Dit betekent dat u niet ongevraagd binnengaat in de kamers van andere bewoners en dat u de nachtrust in de opvangstructuur dient te respecteren.
Art. 11. - U nodigt geen minderjarigen uit op uw kamer, behalve na toestemming van de ouders of de begeleider, indien de minderjarige niet begeleid is.
Art. 12. - U draagt bij tot een rustige sfeer in de opvangstructuur.
Art. 13. - U respecteert de bezoekersregeling en ziet erop toe dat externe personen die u bezoeken deze ook respecteren. De bezoekersregeling heeft als doel de privacy van u en uw medebewoners te verzekeren.
Art. 14. - U respecteert de persoonlijke bezittingen van andere bewoners en de goederen van de opvangstructuur. De opvangstructuur is niet verantwoordelijk voor beschadiging, diefstal of verlies van uw persoonlijke bezittingen. In het geval u schade veroorzaakt aan goederen van anderen of van de opvangstructuur, kan u verzocht worden deze te vergoeden.
Art. 15. - U vraagt voorafgaandelijk goedkeuring aan de directie van de opvangstructuur voor het organiseren van evenementen, in het bijzonder wanneer die de rust in de opvangstructuur kunnen verstoren.
Art. 16. - U respecteert de instructies die u worden gegeven door de medewerkers van de opvangstructuur.
Art. 17. - U respecteert dat bepaalde delen van de opvangstructuur een beperkte toegang hebben.
Veiligheid
Art. 18. - U respecteert de geldende regels inzake preventie en brandveiligheid en het materieel voor branddetectie en brandbestrijding niet te beschadigen.
Art. 19. - Vernieling en vandalisme van de opvangstructuur zijn volstrekt verboden.
Art. 20. - Het is verboden om te koken in de opvangstructuur tenzij in de ruimtes die de opvangstructuur hiertoe eventueel heeft aangeduid.
Art. 21. - Er geldt een algemeen rookverbod in de opvangstructuur, behalve in de daarvoor voorziene plaatsen.
Art. 22. - Handel, bezit en gebruik van alcohol of drugs in opvangstructuur zijn verboden. Elk gedrag verbonden aan dronkenschap en het gebruik van illegale middelen in de opvangstructuur is verboden.
Art. 23. - Het bezit van gevaarlijke voorwerpen waarmee u anderen in gevaar kan brengen of waarmee u schade kan aanrichten aan de lokalen is verboden.
Art. 24. - De voorwerpen verboden door dit reglement kunnen in beslag worden genomen.
Art. 25. - Verbale of fysieke intimidatie, seksueel en gendergerelateerd geweld, agressie of fysieke geweldpleging zijn verboden, alsook elk racistisch of discriminerend gedrag of taalgebruik ten opzichte van individuen of groepen.
Hygiëne
Art. 26. - U bent verantwoordelijk voor het goede onderhoud en de netheid van uw kamer of woning.
Art. 27. - U dient de gemeenschappelijke ruimtes te respecteren en deze net te houden.
Art. 28. - Het is niet toegestaan om dieren te houden.
C. Regels van organisatie van de opvangstructuur
Informatieverplichting
Art. 29. - Omwille van de goede opvolging van uw recht op opvang heeft u een informatieverplichting ten opzichte van de opvangstructuur. Dit betekent dat u uw maatschappelijk werker tijdig op de hoogte brengt van alle nuttige informatie betreffende uw asielprocedure en van elk ander element dat invloed kan hebben op uw recht op opvang. (vb. schrijven ontvangen van de Dienst Vreemdelingenzaken, beslissing van het CGVS of de RVV, …).
Art. 30. - Ook het uitoefenen van vrijwilligerswerk of een arbeidsovereenkomst moet u melden aan uw maatschappelijk werker.
Financiële bijdrage in de opvang
Art. 31. - Wanneer u een arbeidsovereenkomst heeft en betaald werk verricht buiten de opvangstructuur brengt u de opvangstructuur onmiddellijk op te hoogte over de modaliteiten hiervan. Naargelang de hoogte van uw inkomen zult u een bijdrage moeten betalen aan de kosten van uw opvang volgens de voorziene modaliteiten. Onder bepaalde voorwaarden en indien uw inkomen stabiel is en een bepaald bedrag overschrijdt, kan de opvang worden stopgezet
Afspraken maken en nakomen
Art. 32. - Als u zonder de expliciete voorafgaande toestemming van uw opvangstructuur beroep doet op een externe dienst of dienstverlener, zijn de eventuele kosten hiervan voor uw rekening.
Art. 33. - Als de opvangstructuur voor u een afspraak maakt bij een externe dienstverlener (opleiding, arts, ziekenhuis, etc.) bent u verplicht om deze afspraak correct en op tijd na te komen.
Art. 34. - Het is mogelijk dat uw aanwezigheid bij bepaalde evenementen (bv. vergadering of opleiding) verplicht is. In dat geval zal u op voorhand worden geïnformeerd over de praktische organisatie (uur, eventueel transportmiddel) en respecteert u deze.
Art. 35. - De vervoersbewijzen die u worden gegeven voor verplaatsingen in het kader van uw procedure, een medische raadpleging, een consultatie bij een advocaat etc. worden uitsluitend gebruikt voor deze doeleinden.
Uitoefening van het ouderlijk gezag
Art. 36. - Als ouder(s) bent u verantwoordelijk voor het toezicht, de opvoeding en de schoolplicht van de minderjarige kind(eren) in uw gezin. De opvangstructuur kan u hierin ondersteunen indien u dit wenst.
Aanwezigheid in de opvangstructuur
Art. 37. - Om uw opvangplaats te behouden dient u regelmatig aanwezig te zijn in de opvangstructuur.
Art. 38. - Bij elke afwezigheid gedurende de nacht informeert u de opvangstructuur en laat u uw contactgegevens achter. Na drie nachten afwezigheid zonder voorafgaande verwittiging kan u worden uitgeschreven en kan u bijgevolg uw opvangplaats in de structuur verliezen.
Art. 39. - U mag nooit meer dan 10 nachten per periode van 30 dagen afwezig zijn. U kunt worden uitgeschreven indien u langer afwezig bent.
Art. 40. - Om opnieuw een opvangplaats te vragen, moet u zich aanbieden bij de Dienst Dispatching van Fedasil waar u, indien u nog recht heeft op opvang, een opvangplaats zal worden toegewezen.
Waarborgsysteem
Art. 41. - Het is mogelijk dat de opvangstructuur u om een waarborg vraagt bij het te uwer beschikking stellen van materiaal. Deze waarborg wordt teruggegeven bij uw vertrek uit de opvangstructuur of bij teruggave van het ontleend materiaal in oorspronkelijke staat.
Controle van kamer / huisvesting en private kastruimte
Art. 42. - Naast vaststellingen die gebeuren tijdens rondes in de structuur kunnen regelmatige controles van de kamers plaatsvinden om de naleving van de verschillende regels met betrekking tot de veiligheid, brandpreventie, hygiëne en de naleving van dit reglement in de kamers te garanderen.
Art. 43. - De regelmatige controle mag twee keer per maand gebeuren en dit enkel tussen 9u00 en 17u00. Enkel in geval van specifieke eisen van preventie inzake veiligheid, brandbestrijding, hygiëne of ernstige tekortkomingen op het huishoudelijk reglement kan de kamer vaker en buiten deze uren worden gecontroleerd.
Art. 44. - Tijdens de controle wordt de hele kamer gecontroleerd. U kunt hierbij aanwezig zijn. Bij een vermoeden van inbreuk op het huishoudelijk reglement, kan de kast geopend worden en de inhoud gecontroleerd worden.
Art. 45. - Indien bij het uitvoeren van een controle, voorwerpen worden ontdekt die verboden worden door dit reglement, zullen deze in beslag worden genomen. Er wordt een lijst met de in beslag genomen voorwerpen opgesteld, een kopie van deze lijst wordt u overgemaakt indien u hierom verzoekt.
Art. 46. - Indien een voorwerp dat tijdens de controle in beslag werd genomen, een gevaarlijk voorwerp lijkt te zijn voor de fysieke integriteit van de bewoners en het personeel, dan wordt het desgevallend overgemaakt aan de bevoegde diensten.
Art. 47. - Indien het voorwerp in beslag werd genomen om redenen van hygiëne, veiligheid, of brandbestrijding, werd bijgehouden, wordt het teruggegeven aan de bewoner bij vertrek uit de opvangstructuur.
Indien het voorwerp dat in beslag werd genomen of elk ander voorwerp dat eigendom is van de bewoner niet werd meegenomen bij vertrek uit de opvangstructuur, dan verkrijgt deze laatste de vrije beschikking binnen de 10 dagen die volgen op zijn vertrek.
D. sancties en ordemaatregelen
Sancties
Art. 48. - Als u een inbreuk pleegt op de regels of afspraken kan een sanctie worden opgelegd. Daden gepleegd buiten de opvangstructuur kunnen eveneens sancties met zich meebrengen wanneer deze een belangrijke impact hebben op de opvangstructuur.
Art. 49. - Er zal steeds rekening gehouden worden met de aard en de ernst van de inbreuk en met de concrete omstandigheden waarin de inbreuk gepleegd werd. U kunt voorafgaand aan het nemen van een sanctie die op u betrekking heeft, gehoord worden en u kan zich tijdens dit onderhoud door een persoon naar keuze laten begeleiden.
De sanctie wordt u steeds schriftelijk overhandigd.
Art. 50. - De volgende sancties zijn mogelijk:
Art. 51. - De sancties zijn allen onmiddellijk uitvoerbaar. De uitsluitingssancties dienen bevestigd te worden door een beslissing van de Directeur-generaal van Fedasil, binnen de drie werkdagen volgend op de dag waarop de sanctie getroffen werd. De datum waarop deze beslissing bij de Dienst Dispatching kan worden opgehaald, wordt vermeld op de sanctie die u werd overhandigd door de opvangstructuur.
Voor uitleg over de toepasselijke sancties kan u steeds terecht bij uw maatschappelijk werker.
Ordemaatregelen
Art. 52. - Om de orde, de veiligheid en de rust in de opvangstructuur te waarborgen kan een ordemaatregel worden genomen. U kunt voorafgaand aan het nemen van een ordemaatregel die op u betrekking heeft, gehoord worden en u kan zich tijdens dit onderhoud door een persoon naar keuze laten begeleiden.
Art. 53. - Ordemaatregelen worden schriftelijk overhandigd of geafficheerd in de structuur indien zij van algemeen belang zijn (bijvoorbeeld: sluiting van een TV-zaal op een bepaald tijdstip in de avond als gevolg van herhaaldelijke problemen).
E. klachten en beroep
Indien u meer informatie wenst met betrekking tot de hieronder beschreven procedures, kan u zich steeds richten tot het personeel van de opvangstructuur.
Indienen van een klacht
Art. 54. - Wanneer u ontevreden bent over de algemene levensomstandigheden in de opvangstructuur of over de toepassing van het huishoudelijk reglement dan kunt u klacht neerleggen.
Art. 55. - U richt uw klacht schriftelijk of mondeling aan de directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur, die uw klacht binnen een termijn van maximaal zeven dagen zal behandelen. De klacht kan worden ingediend in het Nederlands, Frans, Duits of Engels.
Art. 56. - Als u geen antwoord ontvangt binnen de zeven dagen kunt u de klacht schriftelijk indienen bij de Directeur-generaal van het Agentschap of de persoon aan wie deze bevoegdheid gedelegeerd werd.
Beroep tegen opgelegde sanctie
Art. 57. - Als u niet akkoord gaat met een opgelegde sanctie besproken onder punten 4), 5), 6) of 7), dan kunt u hiertegen schriftelijk een beroep tot herziening indienen bij de Directeur-generaal van het Agentschap of, indien u in een LOI verblijft, bij de OCMW- raad.
Art. 58. - Dit beroep wordt opgesteld in het Nederlands, Frans, Duits of Engels en moet per post worden opgestuurd binnen de 5 werkdagen nadat de sanctie of ordemaatregel schriftelijk aan u werd overhandigd.
Art. 59. - U bezorgt onmiddellijk een kopie van dit beroep aan de opvangstructuur. Een beslissing wordt u binnen de 30 dagen betekend. Zolang de directeur-generaal of de OCMW-raad de sanctie niet wijzigt blijft de sanctie voorlopig bestaan.
Beroep tegen beslissingen inzake medische bijstand
Art. 60. - Als u niet akkoord gaat met een beslissing met betrekking tot de medische bijstand dan kunt u schriftelijk een beroep indienen bij de Directeur-generaal van het Agentschap of, indien u in een LOI verblijft, bij de OCMW-raad. Dit beroep wordt opgesteld in het Nederlands, Frans, Duits of Engels en moet per post worden opgestuurd binnen de 5 werkdagen na de consultatie waarop de beslissing aan u werd meegedeeld.
Art. 61. - U bezorgt onmiddellijk een kopie van dit beroep aan de opvangstructuur. Een beslissing wordt u binnen de 30 dagen betekend.
DEEL II: WERKINGSREGELS SPECIFIEK VOOR DE OPVANGSTRUCTUUR TE DEERLIJK
F. Toekenning
BCSD
Art. 62. - De beslissing over de toekenning van materiële hulp binnen een LOI wordt genomen door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
G. Dagvergoeding
Wekelijks leefgeld
Art. 63. - U krijgt een wekelijks leefgeld voor uw persoonlijke uitgaven. Het leefgeld wordt bij voorkeur uitbetaald op een bankrekening. Bij het ontbreken van een bankrekening kan dit cash uitbetaald worden.
Art. 64. - Het bedrag van uw leefgeld is berekend op basis van de forfaitaire bedragen die Fedasil heeft vastgelegd. In bijlage vindt u de lijst van deze bedragen (bijlage 1). Wij hanteren de maximumbedragen van deze lijst, en berekenen uw wekelijks leefgeld aan de hand van uw gezinssamenstelling en de leeftijden van uw kinderen.
Art. 65. - Het leefgeld wordt telkens op vrijdag uitbetaald. Indien uw aankomst in ons LOI op een andere dag valt, dan zullen wij uw leefgeld op basis hiervan berekenen (wekelijks leefgeld waarop recht / 7 dagen x aantal dagen die nog resten tot de eerstvolgende vrijdag).
Wat moet u onder andere met het leefgeld betalen?
● voeding en drank;
● producten voor de persoonlijke hygiëne zoals shampoo, douchegel, tandpasta, toiletpapier, scheergerief, …. ;
● andere persoonlijke uitgaven, zoals sigaretten.
Wat moet u niet met het leefgeld betalen?
● Schoolkosten; zie punt 6.5.2
● Kledij en schoenen; zie punt 6.5.1
● Trein, bus en tramtickets voor afspraken in functie van uw procedure betreffende het verzoek om internationale bescherming bij de DVZ, het CGVS of de RVV.
Art. 66. - Wij voorzien in een lijnabonnement voor iedere bewoner, kinderen tot en met vijf jaar rijden gratis. Als uw abonnement verloopt, dient u tijdig uw maatschappelijk werker te verwittigen. Treintickets worden u gratis verstrekt door het OCMW voor verplaatsingen in het kader van uw procedure of in het kader van uw gezondheid (vb. onderzoek in UZ Gent). Gelieve deze tijdig aan te vragen.
Eigen inkomen en bijdrage voor uw opvang
Art. 67. - Als het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) binnen de vier maanden na uw aanvraag nog geen beslissing heeft genomen inzake uw vraag tot internationale bescherming, kan u werken in ons land. Zodra dit het geval is, bent u verplicht uw maatschappelijk werker hiervan op de hoogte te brengen.
Art. 68. - Elke vorm van inkomensverwerving (inkomen op basis van betaald werk, werkloosheidsuitkering, zelfstandige arbeid of opleiding als werkzoekende) door een volwassen bewoner en boven een bepaald grensbedrag zal in rekening gebracht worden volgens de regels van Fedasil, wil u uw plaats behouden in onze opvangstructuur. Dit wordt uw ‘bijdrage voor de opvang’ genoemd. Meer info hierover vindt u op www.fedasilinfo.be, en uw maatschappelijk werker kan u hierover inlichten en een infofiche bezorgen.
Art. 69. - U dient zelf aangifte te doen van uw inkomen. Uw maatschappelijk werker kan u hierin bijstaan. Na uw aangifte krijgt u van Fedasil een betalingsuitnodiging. Als i niet wilt betalen, zal Fedasil u vragen te vertrekken uit de opvangstructuur.
Gemeenschapsdiensten
Art. 70. - Gemeenschapsdiensten zoals vermeld in punt 1.4. van dit huishoudelijk reglement zijn niet mogelijk in ons LOI. Een verhoging van uw leefgeld door het presteren van gemeenschapsdiensten is bijgevolg niet mogelijk. U kunt wel vrijwilligerswerk doen, en dit bespreken met uw maatschappelijk werker.
H. Medische kosten
Art. 71. - U hebt recht op medische begeleiding. In een LOI is er geen interne medische dienst. Wij vragen u om een vaste huisarts en apotheker te kiezen. Uw maatschappelijk werker geeft u een lijst van de huisartsen en apotheken in de buurt (zie bijlage 2), en de nodige informatie (contactgegevens, spreekuur, hoe een afspraak maken, openingsuren, wegbeschrijving enz.).
Art. 72. - Het OCMW staat in voor uw kosten bij de huisarts en apotheker, maar niet voor de kosten van cosmetica, shampoo e.d. die kunnen aangekocht worden bij de apotheek.
Art. 73. - Uw huisarts en apotheker zijn op de hoogte van de te volgen werkwijze voor hun betaling. Indien u een andere huisarts of apotheek wil kiezen, bespreekt u dat eerst met uw maatschappelijk werker om problemen met de betaling van de kosten te voorkomen.
Indien u bij een specialist op consultatie dient te gaan, of moet opgenomen worden in het ziekenhuis, dient u ons, indien mogelijk, daarvan vooraf op de hoogte te brengen zodat wij u een verwijsbrief kunnen meegeven. De doorverwijzingen naar een specialist, psycholoog of psychiater gebeuren altijd via de huisarts.
Art. 74. - Voor buitengewone kosten die niet worden terugbetaald door het RIZIV, zoals bepaalde tandartskosten, de kosten voor een bril e.d., dient er een aanvraag gedaan te worden via uw maatschappelijk werker.
Art. 75. - Er is een EHBO-koffer aanwezig in de woning.
Art. 76. - Een lijst met noodnummers is eveneens voorzien in de woning. Indien u dit wenst kan u ook een kopie van deze lijst ontvangen.
Art. 77. - Informatie over de wachtdienst van de huisartsen en apothekers is beschikbaar in de woning en/of wordt u meegedeeld door uw maatschappelijk werker.
In noodgevallen kan u rechtstreeks een beroep doen op de noodzakelijke zorgverlening. U verwittigt uw maatschappelijk werker steeds zo snel mogelijk.
I. Bijkomende rechten
Kledij en schoenen
Art. 78. - Voor de aankoop van kledij en schoenen voorzien wij in aankoopbonnen van het Shoppingcenter ‘Ring Kuurne’ in Kortrijk:
● Voor kledij gaat het om bonnen t.w.v. 50,00 euro per persoon per drie maanden;
● Voor schoenen ontvangt u bonnen t.w.v. 75,00 euro per persoon per zes maanden.
School – opleiding
Art. 79. - Het OCMW neemt de schoolfacturen van uw kinderen volledig ten laste, met uitzondering van de kosten voor warme maaltijden en opvang (tenzij de beiden ouders een opleiding volgen). Indien deze kosten wel ten onrechte aangerekend worden op de schoolrekening, kunnen deze ingehouden worden op het leefgeld.
Art. 80. - Het OCMW neemt het inschrijvingsgeld aan een universiteit of hogeschool volledig ten laste voor uw meerderjarige kinderen.
Art. 81. - Er is een volledige terugbetaling van het inschrijvingsgeld voor Nederlandse lessen en opleidingen voor volwassenen waardoor de inschakelingskansen op de arbeidsmarkt worden verhoogd. Er is een volledige terugbetaling van de kosten voor fotokopieën, boeken en cursussen, op voorlegging van de bewijsstukken hiervan.
Art. 82. - Er is een volledige tenlasteneming van de kosten voor opvang van kinderen tot tweeënhalf jaar indien beide ouders een opleiding volgen.
Art. 83. - Uw maatschappelijk werker zal regelmatig uw aanwezigheden in uw Nederlandse lessen nagaan. Indien er een afwezigheid is van meer dan 30 % (zonder gegronde reden), kan het inschrijvingsgeld worden teruggevorderd van uw leefgeld. Er mag maximum 10 % van uw totale wekelijkse leefgeld ingehouden worden.
Art. 84. - Er wordt een schoolbonus voorzien bij het begin van het schooljaar voor de aankoop van een boekentas, schoolgerief,… (equivalent bedragen Groeipakket) voor uw schoolgaande kinderen, in het geval u geen Groeipakket geniet.
Culturele, sociale en sportieve activiteiten
Art. 85. - Voor vrijetijdsactiviteiten in groep (bijvoorbeeld sportclub of sportlessen, jeugdbeweging, …) voorziet het OCMW jaarlijks een budget van 150,00 euro per persoon. Dit bedrag kan zowel aangewend worden voor de inschrijving, als voor de eventuele uitrusting.
Art. 86. - Er wordt voor alle gezinsleden een MIA-Uitpas voorzien, waarmee u korting krijgt voor bepaalde sportieve en/of culturele activiteiten. De MIA-Uitpas is geldig voor de periode dat u in ons lokaal opvanginitiatief verblijft.
Baby’s of kleine kinderen
Art. 87. - De groei en ontwikkeling van uw kindje wordt tot de leeftijd van tweeënhalf jaar opgevolgd door een verpleegkundige en/of dokter van het consultatiebureau van Kind & Gezin/Opgroeien.
Art. 88. - Voor kinderen jongeren dan twee jaar wordt een verhoogd leefgeld voorzien volgens de richtlijnen van Fedasil (zie bijlage 1).
Art. 89. - Er wordt een geboortepremie (cfr. de geboortepremie van de mutualiteiten) voorzien voor bewoners die niet werken en zo niet kunnen aangesloten worden bij een mutualiteit. Deze geboortepremie is voorzien voor de aankoop van babyspullen en wordt uitbetaald vanaf de zevende maand zwangerschap.Er is enkel recht op een dergelijke geboortepremie indien er geen recht is op een startbedrag van het Groeipakket.
J. Woning
Waarborg sleutels
Art. 90. - Er wordt geen waarborg gevraagd voor sleutels of voor ander uitleenbaar materiaal, maar bij verlies van sleutels kan de kost voor een nieuwe sleutel aan u worden aangerekend – via een inhouding van maximum 10 % op uw totale wekelijkse leefgeld.
Inboedel woning
Art. 91. - U krijgt een gemeubelde woning ter beschikking. De meubels en de andere uitrusting zijn geen eigendom van u en dienen in de woning te blijven. Om deze redenen kan een plaatsbeschrijving opgemaakt worden bij het in gebruik nemen van, en bij het vertrek uit de woning. U mag deze goederen niet verhuren verkopen of verplaatsen. Ook mogen deze meubels niet vervangen worden door uw eigen spullen.
Art. 92. - Aanpassingen in de indeling van de woning kunnen slechts plaatsvinden indien u hiertoe de toestemming verkregen heeft van uw maatschappelijk werker.
Art. 93. - Het plaatsen van schotelantennes, kabels of modems voor telefonie of internet is niet toegestaan.
Art. 94. - Er zijn een aantal zaken die voor u verboden zijn te doen in of aan de woning:
● Er mag zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant niets gewijzigd worden. Er mogen dus geen gaten geboord worden en er mag niets geschilderd worden.
● Vetten, zoals frituurvet, of andere stoffen die een verstopping kunnen veroorzaken, mogen niet door de afvoer gegoten worden. Voorwerpen die verstopping kunnen veroorzaken mogen niet via het toilet doorgespoeld worden. Maandverbanden, tampons of vochtige doekjes mogen niet door het toilet worden doorgespoeld.
● Huisdieren zijn niet toegelaten.
Art. 95. - Indien er schade aan de woning (of aan de inboedel van de woning) is, of er zijn defecten die dringend uitgevoerd dienen te worden, dan dient u het OCMW hier zo snel mogelijk van op de hoogte te brengen. Indien er sprake is van verzuim of bij schade door een grote fout van uw kant, zal de herstellingskost op u verhaald worden (via een inhouding van 10 % op uw wekelijks leefgeld).
Art. 96. - Volgende kosten zijn ten laste van de bewoner:
● het vernieuwen van gebroken of gebarsten ramen;
● het voorkomen en herstellen van schade voortvloeiend uit het niet ‘normaal’ gebruik van inrichtingen van water, elektriciteit en gas.;
● het vrijmaken van afvoerbuizen, toiletten, spoelbakken bij verstopping;
● het herstellen van beschadigingen aan muur- en plafondbezetting, plinten, raam- en deurdorpels en ingemaakte kast;
● ..
Deze lijst is niet-limitatief.
Art. 97. - Het OCMW beslist door wie en op welke wijze de herstelling wordt uitgevoerd. U mag zelf geen werken of herstellingen uitvoeren, zonder uitdrukkelijke toestemming van het OMCW. Indien u hiervan afwijkt, dan zijn de gemaakte kosten voor u en wordt de eventueel aangebrachte schade ook op u verhaalt (via een inhouding van 10 % op uw wekelijks leefgeld).
Bezoekers
Art. 98. - U mag bezoekers in de woning ontvangen tussen 7u ’s morgens en 22u ’s avonds. Indien u weet heeft van gepland bezoek buiten deze uren, dan vragen wij u om hiervoor specifiek toestemming te vragen aan uw maatschappelijk werker.
Art. 99. - U bent verplicht anderen niet meer dan noodzakelijke te hinderen met lawaai. Onnodig lawaai ’s nachts (tussen 22u en 7u) is verboden. De politie kan optreden bij overlast door bijvoorbeeld harde muziek of geschreeuw, met risico’s op boetes.
Art. 100. - Eveneens verwachten wij dat het ontvangen van bezoekers geen hoger verbruik van de nutsvoorzieningen inhoudt (bijvoorbeeld het verbruik van het water).
Art. 101. - U mag uw bezoekers niet laten overnachten. In uitzonderlijke situaties en met voorafgaandelijke toestemming van uw maatschappelijk werker is hierop een afwijking mogelijk.
Regelmatige aanwezigheid in de opvangstructuur en controle van de kamers
Art. 102. - De maatschappelijk werkers en/of sociaal ondersteuner van het OCMW kunnen zich ten allen tijde aan uw woning aanbieden om uw aanwezigheid in de woning te controleren.
Indien u drie opeenvolgende nachten niet in de woning verblijft zonder dat u uw maatschappelijk werker daarvan heeft verwittigd, dan kan u uw woonrecht verliezen.
Art. 103. - Indien u of een lid van uw gezin tijdelijk niet in de woning kan verblijven omwille van hospitalisatie, familiale omstandigheden, of een andere reden (bijvoorbeeld een meerdaagse activiteit voor kinderen met overnachting), dan betreft dit een uitzondering bij overmacht. Maar wij vragen u expliciet om uw maatschappelijke werker hier telkens van op de hoogte te brengen.
Art. 104. - Bij een huisbezoek kan ook controle worden gedaan op het bezit van verboden middelen en voorwerpen, in het kader van ieders veiligheid.
Hygiëne
Art. 105. - Alle bederfelijke etenswaren bewaart u in de koelkast in de keuken.
Art. 106. - Er wordt van u verwacht de woning en de bijhorende goederen, te onderhouden als een goede huisvader en dus met het nodige respect te behandelen.
Hiermee wordt onder meer het volgende bedoelt:
● regelmatig poetsen van de vloeren;
● reinigen van de ramen en deuren;
● poetsen van de keukenmeubelen en -toestellen;
● poetsen van de badkamermeubelen;
● reinigen van sanitaire toestellen;
● regelmatig ontvetten van de dampkap;
● poetsen van de ramen;
● onderhouden van de tuin;
● ….
Deze lijst is niet-limitatief.
Art. 107. - Het OCMW mag zelf een onderhoud laten uitvoeren, op uw kosten, indien de woning niet goed onderhouden wordt.
Besparen van energie en respect voor het milieu
Art. 108. - Verbruik
Elektriciteit en gas zijn erg duur. Daarom de volgende regels:
● als u de woning verlaat: schakel de lichten en alle elektrische toestellen (bijv. radio, TV, etc.) uit en zet de verwarming uit;
● zet de verwarming ‘s nachts uit;
● open geen vensters terwijl de verwarming brandt;
● niet verwarmen door kookplaten aan te zetten;
● het is verboden extra elektrische verwarming te gebruiken;
● het is verboden om eigen huishoudelijke toestellen te gebruiken;
● draai de kraan zo snel mogelijk dicht en meldt elke lekkende kraan meteen;
● het is niet toegelaten om bezoekers te laten douchen.
Art. 109. - Afvalsortering
U moet uw huishoudelijk afval sorteren met behulp van de daarvoor bestemde huisvuilzakken en/of containers. U krijgt meer uitleg over het sorteren van uw maatschappelijk werker of sociaal ondersteuner.
Informatie over de concrete regels voor het buitenzetten van de huisvuilzakken en/of containers, is beschikbaar in de woning. Het is uw verantwoordelijkheid om uw afval correct te sorteren en op de dag van de ophaling correct aan te bieden.
Glas wordt tijdig naar een glascontainer of het containerpark gebracht.
Indien u nalaat deze regels te volgen, kan het OCMW het afval laten verwijderen en de kostprijs hiervoor aanrekenen aan de bewoner.
Verboden voorwerpen of middelen en veiligheid
Art. 110. - Volgende voorwerpen of middelen zijn verboden in de woning en zullen in beslag genomen worden. Bij het vermoeden van het in gedrang komen van de algemene veiligheid kan de politie verwittigd worden:
● vuurwapens, munitie en explosieven
● andere wapens (messen, boksbeugel, etc.)
● drugs
Art. 111. - Roken is verboden in de gehele woning. U kan wel roken in de tuin.
Art. 112. - Dronkenschap is verboden.
K. Maatschappelijke en juridische begeleiding
Maatschappelijke begeleiding
Art. 113. - Uw maatschappelijk werker is een medewerker van het Sociaal Huis (OCMW) van Deerlijk:
Sociaal Huis
Vercruysse de Solartstraat 22
8540 Deerlijk
Tel 056 73 63 30
GSM 0474 57 12 19
Openingsuren:
Maandag tot vrijdag: 9u – 12u30
Donderdagavond : 16u – 19u
Maandag , dinsdag en woensdag: 14u -16u
Art. 114. - Uw maatschappelijk werker houdt uw sociaal dossier bij, en zal regelmatig uw specifieke behoeften evalueren. U kan tijdens de openingsuren van het Sociaal Huis bij hem of haar terecht met uw vragen of bekommernissen. Hij of zij zal uw vragen, die buiten dit reglement vallen, voorleggen aan de voorzitter van het OCMW of aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, die een beslissing zal nemen.
Art. 115. - Uw maatschappelijk werker (of de sociaal ondersteuner) zal regelmatig bij u langskomen op huisbezoek om uw behoeften en leefsituatie te peilen. Er wordt minstens om de 14 kalenderdagen een huisbezoek bij u voorzien.
Art. 116. - Bij deze huisbezoeken zal ook driemaandelijks een interne controle worden gedaan van de temperatuur van de koelkast en diepvriezer, de EHBO-kit, de staat van de elektrische installatie en de elektrische apparaten. Eveneens checken wij dan uw energieverbruik aan de hand van de meterstanden en de stand van de nog aanwezige brandstof voor het verwarmingssysteemen doen we een detectie van mogelijke vochtproblemen, scheuren of andere zichtbare gebreken, en van de brandinstructies. Deze controles zullen geregistreerd worden.
Art. 117. - U kunt een beroep doen op een tolk bij de gesprekken die u heeft met uw maatschappelijk werker. Om een tolk aan te vragen dient u vijf werkdagen op voorhand contact op te nemen met haar hierover. De kosten voor de tolk worden ten laste genomen door OCMW Deerlijk.
Juridische begeleiding
Art. 118. - Onze maatschappelijk werkers zijn geen juristen en staan in voor uw opvang, niet voor de behandeling van uw aanvraag tot internationale bescherming.
Art. 119. - Indien gewenst kan u een brochure ontvangen met de procedure van het verzoek om internationale bescherming in België, uitgegeven door het CGVS. Deze brochure is enkel in het Nederlands, Frans en Engels beschikbaar.
Art. 120. - Wij verwijzen ook naar de website www.fedasilinfo.be, het informatieplatform voor asielzoekers in België, uitgewerkt door Fedasil in verschillende talen.
Art. 121. - Wij kunnen u het adres en de permanenties van het dichtstbijzijnde Bureau voor Juridische Bijstand bezorgen, in het geval u een advocaat wil aanvragen.
Art. 122. - Verplaatsingen in het kader van uw asielprocedure worden door OCMW Deerlijk ten laste genomen.
Art. 123. - De kosten voor tolkendiensten in het kader van de asielprocedure worden terugbetaald.
Art. 124. - De kosten in het kader van de juridische of administratieve stappen die verband houden met de asielprocedure (verblijfsdocumenten, identiteitsfoto's) worden terugbetaald na voorlegging van de nodige bewijsstukken ( factuur, onkostennota,…).
Klachten, ordemaatregelen en sancties
Art. 125. - U kan een klacht indienen bij de verantwoordelijke van uw opvangstructuur – zijnde de algemeen directeur van het lokaal bestuur Deerlijk - als:
● u niet akkoord bent met de leefomstandigheden in het opvangcentrum (zoals veiligheid, uw privé- leven, hygiëne…);
● u niet akkoord bent met de toepassing van het huishoudelijk reglement (zoals een inbreuk op uw rechten).
Art. 126. - U kan uw klacht mondeling of schriftelijk indienen. Uw maatschappelijk werker kan u alle nodige informatie en formulieren verschaffen om een klacht in te dienen.
Art. 127. - U krijgt een ontvangstbevestiging op het moment van de overhandiging van uw klacht en u moet binnen een termijn van 7 kalenderdagen een schriftelijk antwoord ontvangen op uw klacht.
Indien u tevreden bent over het antwoord, dan wordt de procedure van de klacht afgesloten.
Indien u niet tevreden bent met het antwoord vanwege de opvangstructuur of indien u geen antwoord ontvangen heeft binnen de voorziene termijn, dan kan u uw klacht schriftelijk richten tot de directeur van Fedasil van de regio (noord@fedasil.be) waartoe uw opvangstructuur behoort, en in dit in het Nederlands, Frans, Duits of Engels.
Art. 128. - De opvangstructuur kan op haar beurt een specifieke ordemaatregel aan u als bewoner opleggen indien wordt vastgesteld dat de orde en de veiligheid binnen de opvangstructuur, of voor één van haar medewerkers, omwille van uw gedrag in het gedrang komt. Een ordemaatregel is een beslissing met een preventief karakter, en dient niet om u te sanctioneren. De maatregel wordt u schriftelijk en gemotiveerd overgemaakt via een standaardformulier dat dient betekend te worden tijdens een gesprek.
Art. 129. - Stellen wij vast dat u een inbreuk pleegt op dit huishoudelijk reglement, dan kan u een sanctie worden opgelegd. Dit verloopt via volgend stappenplan:
Op het moment dat wij u een sanctie dienen op te leggen, zullen wij hiertoe – indien nodig – een tolk voorzien zodat uw maatschappelijk werker u voldoende kan inlichten over het precieze verloop van deze procedure. De opvangstructuur dient zich hierbij te houden aan de wettelijke basis hiertoe, specifiek voorzien in artikel 45 van de Opvangwet. De sancties kunnen gaan van een formele verwittiging, tot een volledige uitsluiting van de materiële hulp.
In voorkomend geval zal u bij een ordemaatregel of sanctie ingelicht worden over uw beroepsmogelijkheden tegen bovengenoemde ordemaatregelen en sancties.
U heeft telkens de mogelijkheid om u hierin te laten bijstaan door een derde of een advocaat.
L. Aankomst en vertrek
Aankomst
Art. 130. - Bij aankomst in ons lokaal opvanginitiatief ontvangt u:
● een voedselpakket;
● een huishoudpakket met o.a. schoonmaakproducten en wasproducten, u ontvangt dit pakket om de twee maanden;
● lakens (die eigendom zijn van OCMW Deerlijk, en bij uw vertrek in de woning dienen te blijven);
● een handdoekenpakket;
● uw eerste aankoopbonnen voor de aankoop van kledij en schoenen;
● uw eerste leefgeld;
● de nodige sleutels van de woning.
Gekozen woonst
Art. 131. - U wordt door de gemeentediensten ingeschreven op het adres van de LOI-woning, dit wordt uw domicilieadres. Een wijkagent zal hiervoor ter controle bij u langskomen.
De maatschappelijk assistent zal alle nodige documenten invullen, u laten ondertekenen, en deze dan opsturen om de wijziging van uw adres aan te geven bij de asielinstanties.
Vertrek
Art. 132. - Bij het verlaten van het LOI, is het OCMW van de plaats waar uw nieuwe woning (in België) zich bevindt bevoegd voor het toekennen van een eventuele verdere steun. Er wordt een overdracht van uw dossier voorzien met de maatschappelijk werker van het OCMW van de gemeente waar u naartoe verhuist.
Art. 133. - De woning dient in haar oorspronkelijke staat terug achtergelaten te worden, netjes en gepoetst. Er wordt een rondgang van de woning gedaan en een uittredende plaatsbeschrijving opgemaakt. De sleutels dienen afgegeven te worden.
Art. 134. - Alle bagage dient meegenomen te worden bij vertrek.
Art. 135. - De rekening waarover u beschikte en waarop u uw leefgeld ontving, zal binnen een termijn van drie maanden afgesloten worden.
DEEL III: Betwistingen, inwerkingtreding en geldigheidstermijn
Betwistingen
Art. 136. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het BCSD.
Inwerkingtreding en geldigheidstermijn
Art. 137. -
● Hetreglementtreedtinwerkingop1april 2026.
● Ditreglementgeldttotenmet31december2031.
Art. 138. - Hetbesluitvanderaadvoormaatschappelijkwelzijnvan28 november 2019houdendedevaststelling vanhet Huishoudelijk reglement Lokaal Opvanginitiatief (LOI)wordtopgehevenvanafdedatumvan inwerkingtredingvanonderhavigreglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
7. Reglement - Sociale kruidenier - vaststelling
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht het reglement "Sociale kruidenier" vast te stellen.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van7 september 2015.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● Producten die we vanuit Europa ontvangen, vallen nu onder ESF+
● Bij levensmiddelen worden nu expliciet de categorieën food en non-food opgenomen (in plaats van enkel 'food' vroeger).
● Er dient geen gemotiveerd sociaal verslag meer gemaakt te worden bij de stopzetting van de voedselbedeling.
● Vanaf heden zullen alleenstaanden 1 euro betalen en gezinnen/koppels (vanaf een gezin uit meer dan 1 persoon bestaat), 2 euro voor de sociale kruidenier.
Conform artikel 78, tweede lid, 17°§1 Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het vast bureau heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 25 februari 2026 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd Burger en Welzijn werd verleend: positief.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 78, § 2, 17° Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële impact.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:
REGLEMENT
Sociale kruidenier
Doel
Art. 1. - Het doel van dit reglement is om de meest behoeftigen toegang te verlenen tot de basisbehoefte die bepaalde levensmiddelen zijn.
Aanvraag voedselbedeling
Art. 2. - De aanvraag om gebruik te kunnen maken van de sociale kruidenier gebeurt steeds via het Sociaal Huis.
Art. 3. - Een maatschappelijk werker voert een sociaal en financieel onderzoek uit, waarna de maatschappelijk werker beslist of de aanvrager al dan niet gebruik kan maken van de werking van de sociale kruidenier.
Begunstigden
Art. 4. - Omdat voeding een basisbehoefte is en het niet om financiële steunverlening gaat, wordt, om het recht op toegang tot de werking van de sociale kruidenier te openen, de drempel om in aanmerking te komen zo laag mogelijk gehouden. Iedereen die onder de armoedegrens/armoededrempel valt, kan gebruik maken van de werking van de sociale kruidenier.
Art. 5. - Om misbruik tegen te gaan, wordt de hulpvrager pas toegelaten tot deze hulpverleningsvorm nadat een sociaal en financieel onderzoek heeft plaatsgevonden.
Financiëel en sociaal onderzoek
Art.6. - Het financieel en sociaal onderzoek gebeurt steeds door een maatschappelijk werker. Het financieel en sociaal onderzoek gebeurt aan de hand van een daartoe bestemd formulier dat door de betrokken cliënt wordt ondertekend en afgegeven wordt aan de maatschappelijk werker.
Bij het financieel onderzoek dient rekening gehouden te worden met volgende maandelijkse inkomsten:
● nettoloon
● alle sociale uitkeringen
● kinderbijslag
● onderhoudsgeld voor zichzelf en voor de kinderen
● maandelijkse OCMW-steun
Aan de uitgavenzijde wordt rekening gehouden met het beschikbare gedeelte van het inkomen. Dit is het inkomen dat overblijft na aftrek van de maandelijkse afbetaling van schulden aan schuldeisers en/of betaling van onderhoudsgeld.
Als blijkt dat het maandelijks beschikbaar inkomen lager ligt dan de armoededrempel van hun categorie gezinssamenstelling dan wordt de cliënt toegelaten tot de werking van de sociale kruidenier en dit voor een periode van zes maanden.
Uitzondering
Art. 7. - Bij een nieuwe aanvraag voor leefloon/financiële steun equivalent leefloon/schuldhulpverlening (budgetbegeleiding, budgetbeheer of collectieve schuldenregeling) kan de maatschappelijk werker beslissen om maximum één maand toegang tot de sociale kruidenier toe te kennen zonder financieel onderzoek. Het verstrekken van deze hulp kan in sommige aanmeldingssituaties reeds de primaire noden ondervangen. In dit geval wordt het aanvraagformulier ingevuld en ondertekend door de cliënt.
Na verloop van deze eerste maand, wordt de hulpvrager toegelaten tot de sociale kruidenier nadat een financieel en sociaal onderzoek is uitgevoerd.
Evaluatie
Art.8. - Na zes maanden wordt opnieuw een financieel onderzoek gevoerd om na te gaan of het maandelijks beschikbaar inkomen nog steeds lager ligt dan de armoededrempel van hun categorie gezinssamenstelling.
Als blijkt dat de financiële situatie dermate gewijzigd is waardoor het maandelijks beschikbaar inkomen hoger komt te liggen dan de armoededrempel, dan wordt de toegang tot de sociale kruidenier de daaropvolgende maand stopgezet.
Kostprijs
Art.9. - Elke gebruiker van de sociale kruidenier levert een beperkte financiële bijdrage ter ondersteuning van de werking van de voedselbedeling.
De bijdrage bedraagt:
● 1 euro voor alleenstaanden;
● 2 euro voor gezinnen, dit wil zeggen "huishoudens die uit meer dan één persoon bestaan".
Deze bijdrage heeft tot doel de organisatorische en logistieke kosten van de werking van de sociale kruidenier gedeeltelijk te dekken.
Art.10. - De in artikel 9 vermelde bijdrage wordt telkens ter plaatse betaald op het moment van de voedselbedeling.
Art.11. - De producten die worden aangeboden via Europese ondersteuning, met name afkomstig uit het ESF+ programma, worden kosteloos verdeeld aan alle rechthebbende gebruikers.
Betwistingen
Art. 12. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het vast bureau.
Inwerkingtreding en geldigheidstermijn
Art. 13. - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 mei 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Art. 14. - Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 september 2015 houdende de vaststelling van het reglement 'Gratis verdeling van levensmiddelen ter beschikking gesteld aan de OCMW's en erkende partnerorganisaties in het kader van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen' wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
aantal voorstanders: 0 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0
Zitting van 26 MAART 2026
8. Reglement doorgangswoning - vaststelling
Aanleiding en context
De raad voor maatschappelijk welzijn wordt verzocht het reglement "Doorgangswoning" goed te keuren.
Motivering
Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van6 mei 2013.
De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:
● Het reglement werd uitgebreider beschreven.
● Er werden nieuwe onderdelen toegevoegd of gewijzigd:
○ terbeschikkingstelling
○ onkostenvergoeding
○ duur
○ domicilieadres
○ huisdieren
○ onderhoud woning
○ schade/herstelling aan de woning
○ afval
Conform artikel 78, tweede lid, 17°/1 Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het vast bureau heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 18 maart 2026 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgend advies van clusterhoofd Burger en Welzijn werd verleend: positief.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 78, § 2, 17°/1 Decreet Lokaal Bestuur
○ Art. 286 § 2, 287, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële impact.
BESLUIT
De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:
REGLEMENT Doorgangswoning
Bevoegdheid
Art.1. - De bevoegdheid voor het nemen van de beslissing over het toekennen van de doorgangswoning valt onder de algemene bevoegdheidsregels van het OCMW (Art. 1.1° van de wet van 02/04/1965). Het is het OCMW van de gemeente waar de cliënt zijn gewoonlijke feitelijke verblijfplaats heeft, dat bevoegd is voor de aanvraag.
Art. 2. - Volgende uitzonderingen op de algemene bevoegdheidsregel (art. 2 van de wet van 02/04/1965) kunnen ook voorkomen:
● Dakloos en persoon verblijft niet in een instelling: Het OCMW van de plaats waar de cliënt feitelijk verblijft op het moment van de hulpaanvraag moet de steunaanvraag onderzoeken.
● Student: het OCMW van de gemeente waar de student op het moment van de aanvraag ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister is bevoegd voor de hele ononderbroken duur van de studies.
Art. 3. - De uitzondering voor een verblijf in een instelling is niet van toepassing. Wanneer iemand in een instelling verblijft, is er namelijk geen hoogdringende nood aan een woning.
Doel
Art.4. - Een doorgangswoning is een woning die het OCMW tijdelijk ter beschikking stelt aan mensen in een noodsituatie zonder eigen woning. De woning dient als ‘overgang’ naar de reguliere huurmarkt of de sociale huurmarkt.
Het verblijf biedt een periode van woonzekerheid waarin de bewoners de kans krijgen om een duurzame oplossing voor hun huisvestingssituatie te vinden. Hiermee wordt voorkomen dat mensen in een neerwaartse spiraal van bestaansonzekerheid terechtkomen.
Doelgroep
Art.5. - Personen of gezinnen die niet over een (vaste) verblijfsplaats beschikken ten gevolge van een (acute) noodsituatie:
● domicilieadres werd ongezond of onbewoonbaar verklaard
● (advies tot) uithuiszetting
● gezinsconflict (partnergeweld)
● gerechtelijk huisverbod
● domicilieadres is door brand, ontploffing, overstroming, storm of andere schade tijdelijk of definitief onbewoonbaar
● personen die statuut erkend vluchteling krijgen en de opvangcentra van FEDASIL moeten verlaten
● dakloos of thuisloos waarbij het laatste adres op grondgebied Deerlijk was
Deze lijst is niet-limitatief.
Art.6. - Een doorgangswoning biedt dus geen oplossing voor mensen die willen verhuizen omdat hun huur te hoog is of voor asielzoekers die zich installeren op het territorium van de gemeente.
Voorwaarden
Art.7. - Nationaliteit/verblijfsrecht
De betrokkene moet Belg zijn, of voldoen aan de voorwaarden voor maatschappelijke dienstverlening.
Art.8. - Verblijfplaats
De gewoonlijke verblijfplaats van de betrokkene moet in België zijn. Opdat het OCMW van Deerlijk deze aanvraag moet behandelen, moet gekeken worden naar de bevoegdheidsregel hierboven vermeld.
Art. 9. - Hoogdringendheid
Er moet sprake zijn van een hoogdringende situatie.
Alle andere alternatieven, zoals inwonen bij familie, vrienden, of andere instanties werden overlopen en bieden geen optie.
Art. 10. - Begeleiding door het Sociaal Huis
De betrokkene moet ten allen tijde openstaan voor een sociale begeleiding door het OCMW, of via doorverwijzing naar de gepaste dienst, om de overgang naar een stabiele huisvestingssituatie te ondersteunen. De betrokkene tekent daarvoor ook een begeleidingsovereenkomst bij het OCMW.
Art. 11. - Budgetbeheer
Het verblijf in de doorgangswoning wordt gekoppeld aan de opstart van budgetbeheer.
Het OCMW beheert de gelden van de betrokkene op een rekening waarover het OCMW volmacht heeft. Dit is een rekening bij Belfius-bank.
Betrokkene krijgt een afnamerekening en wekelijks wordt er leefgeld op deze rekening gestort.
De verblijfsvergoeding wordt op die manier zeker betaald, en er kan eventueel gespaard worden voor een toekomstige huurwaarborglening en/of eerste maand huur.
Art. 12. - Inschrijving centraal inschrijvingsregister
De betrokkene moet zich inschrijven in het centraal inschrijvingsregister voor sociale woningen. Ingeval van acute dakloosheid, schrijft de maatschappelijk werker van het sociaal huis de persoon in voor een versnelde toewijs van een sociale woning.
Uitzondering: deze verplichting geldt niet indien de woning van betrokkene tijdelijk of definitief onbewoonbaar is door brand-, water-, storm- of andere schade.
Indien de betrokkene een aanbod voor een gepaste sociale woning weigert, dan wordt het recht op het verblijf in de doorgangswoning onmiddellijk stopgezet (na beslissing van het vast bureau).
Art.13. - Uitputting van de sociale rechten
De betrokkene moet zijn sociale rechten uitputten. Indien dit nog niet gebeurd is, zal het sociaal huis van Deerlijk de betrokkene hierin ondersteunen. De eindverantwoordelijkheid voor de uitputting van de sociale rechten blijft wel bij de betrokkene.
De sociale rechten kunnen het volgende omvatten:
● zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (Vlaamse overheid)
● zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (Vlaamse overheid)
● inkomensgarantie voor ouderen = IGO (Rijksdienst voor pensioenen)
● pensioen (Rijksdienst voor pensioenen)
● verhoogde tegemoetkoming (mutualiteit)
● invaliditeitsuitkering (mutualiteit)
● persoonsvolgend budget (Vlaamse overheid)
● inkomensvervangende- en integratietegemoetkoming (FOD sociale zekerheid)
● werkloosheidsuitkering (Vlaamse overheid)
● groeipakket
● ..
Deze lijst is niet-limitatief.
Art. 14. - Gebruik verdovende middelen of extreem gokken
Volgende exclusiecriteria gelden als weigering voor een verblijf in de doorgangswoning:
● de persoon gebruikt drugs;
● de persoon kent buitensporig misbruik van medicatie of alcohol;
● de persoon heeft een gokverslaving.
Wanneer er sprake is van één van bovenstaande zaken, wordt de aanvraag tot verblijf in de doorgangswoning geweigerd.
Toewijs
Art. 15. - De toewijs voor een doorgangswoning wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Art. 16. - De bezettingsovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het vast bureau.
Bezettingsovereenkomst
Art.17. - De terbeschikkingstelling
Het tijdelijk ter beschikking stellen van de woning is een vorm van maatschappelijke dienstverlening en omvat naast het tijdelijke verblijfsrecht ook de terbeschikkingstelling van de aanwezige inboedel, water, internet, elektriciteit en verwarming, dit gedurende de duur van de terbeschikkingstelling.
De betrokkene moet op een verantwoorde manier omgaan met de nutsvoorzieningen.
Er wordt tussen betrokkene en OCMW een bezettingsovereenkomst opgesteld, waarin de afspraken voor het verblijven in de woning duidelijk vermeld staan.
Art. 18. - De onkostenvergoeding
De onkostenvergoeding voor een doorgangswoning bedraagt maandelijks 375,00 euro.
Naast deze berekening, komt er maandelijks ook nog een forfaitair bedrag bij voor de vaste kosten (energie, telecom, water). Dit bedrag varieert per type woning:
● Een-slaapkamerwoning: 100,00 euro
● Twee-slaapkamerwoning: 125,00 euro
● Drie-slaapkamerwoning: 150,00 euro
● Vier-slaapkamerwoning: 175,00 euro
● Vijf-slaapkamerwoning: 200,00 euro
Daarnaast wordt ook maandelijks een afvalkost van 23 euro aangerekend.
De verblijfsvergoeding, het forfaitair voorschot in de energiekosten en de afvalkost is onderhevig aan indexatie.
De vergoeding wordt jaarlijks herzien, op basis van het huidige cijfer van de gezondheidsindex en wel volgens volgende formule:
Basishuurprijs x nieuwe index (voorafgaand aan de indexatie )
Aanvangsindexcijfer januari
Dit zijn de forfaitaire bedragen als er sprake is van een ‘normaal’ verbruik. Indien er sprake is van extreem gebruik van de nutsvoorzieningen of afval, kan er een extra kost worden aangerekend, op basis van het reële verbruik.
De maandelijkse onkostenvergoeding dient ten laatste op de 5de kalenderdag van de betrokken maand betaald te worden aan het OCMW van Deerlijk op het rekeningnummer BE24 0910 0021 4338 met als mededeling ‘huur doorgangswoning maand en naam’.
Indien betrokkene financiële steun van het OCMW van Deerlijk ontvangt, onder de vorm van een leefloon of equivalent leefloon, dient er een attest opgemaakt te worden waarin betrokkene verklaart dat de bezettingsvergoeding rechtstreeks van het (equivalent) leefloon ingehouden mag worden.
Art. 19. - De woning en diens bezetting
Bij de toewijs van de doorgangswoning zal rekening gehouden worden met de rationele bezetting van de woning.
Tijdelijke overbezetting wordt niet toegestaan.
Woning | Maximale bezetting |
Adres: 8540 Deerlijk
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Adres: 8540 Deerlijk
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Adres:
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Adres: 8540 Deerlijk
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Adres: Paandersstraat 53 E 8540 Deerlijk
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Adres: Paandersstraat 53 F 8540 Deerlijk
1 slaapkamerwoning | Twee personen (koppel of ouder-kind) |
Naast de bewoner(s) opgenomen in de bezettingsovereenkomst, mag niemand in de woning verblijven of wonen.
Er mag niemand anders dan de bewoners, onderdak verschaffen in de doorgangswoning.
Art. 20. - De duur
Het verblijfsrecht in de doorgangswoning heeft een strikt tijdelijk karakter en kan worden toegekend voor een periode van maximaal 9 maanden. Deze termijn kan, na beslissing door het vast bureau, waaruit blijkt dat de betrokkene voldoende inspanningen levert om een andere woonst te vinden, maximaal tweemaal verlengd worden met 3 maanden.
De maximale duur van een verblijf in een doorgangswoning bedraagt dus 1 jaar en 3 maanden.
Deze termijn mag enkel overschreden worden in heel uitzonderlijke situaties. Het is het vast bureau dat beslist of een situatie heel uitzonderlijk is.
Art. 21. - Domicilieadres
De betrokkene mag zijn domicilie niet plaatsen op het adres van de woning. Door het OCMW van Deerlijk zal een referentieadres worden toegekend, bij beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Art. 22. - Huisdieren
Bij het houden van een huisdier in de doorgangswoning moet eerst schriftelijke toestemming gevraagd worden aan het OCMW.
Art. 23. - Onderhoud woning
Er wordt van de betrokkene verwacht de woning en de bijhorende goederen, te onderhouden als een goede huisvader en dus met het nodige respect te behandelen.
Het OCMW mag zelf een onderhoud laten uitvoeren, op kosten van de betrokkene, indien de woning niet goed onderhouden wordt.
Hiermee wordt onder meer volgende bedoelt:
● regelmatig poetsen van de vloeren
● reinigen van de ramen en deuren
● poetsen van de keukenmeubelen en -toestellen
● poetsen van de badkamermeubelen
● reinigen van sanitaire toestellen
● regelmatig ontvetten van de dampkap
● poetsen van de ramen
● onderhouden van de tuin
● ….
Deze lijst is niet-limitatief.
Er zijn een aantal zaken die voor de betrokkene verboden zijn te doen in/of aan de woning:
● Er mag zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant niets gewijzigd worden. Er mogen dus geen gaten geboord worden en er mag niets geschilderd worden.
● Vetten, zoals frituurvet, of andere stoffen die een verstopping kunnen veroorzaken, mogen niet door de afvoer gegoten worden. Voorwerpen die verstopping kunnen veroorzaken mogen niet via het toilet doorgespoeld worden. Maandverbanden, tampons of vochtige doekjes mogen niet door het toilet worden doorgespoeld.
● Bijkomende verwarming plaatsen mag niet.
● Rijwielen of andere voertuigen mogen niet in de woning staan.
● Roken mag in geen enkele ruimte.
Art. 24. - Schade/herstellingen aan de woning
Indien er schade aan de woning (of aan de inboedel van de woning) is, of er zijn defecten die dringend uitgevoerd dienen te worden, dan dient de betrokkene het OCMW hier zo snel mogelijk van op de hoogte te brengen.
Indien er sprake is van verzuim of bij schade door een grote fout van de betrokkene, zal de herstellingskost verhaald worden op de betrokkene. Volgende kosten zijn ten laste van de betrokkene:
● het vernieuwen van gebroken of gebarsten ramen
● het vernieuwen van verloren of gebroken sleutels
● het voorkomen en herstellen van schade voortvloeiend uit het niet ‘normaal’ gebruik van inrichtingen van water, elektriciteit en gas.
● vrijmaken van afvoerbuizen, toiletten, spoelbakken bij verstopping
● herstellen van beschadigingen aan muur- en plafondbezetting, plinten, raam- en deurdorpels en ingemaakte kasten
● ..
●
Deze lijst is niet-limitatief.
Het OCMW beslist door wie en op welke wijze de herstelling wordt uitgevoerd. De bewoner mag zelf geen werken of herstellingen uitvoeren, zonder uitdrukkelijke toestemming van het OMCW. Indien de betrokkene hiervan afwijkt, dan zijn de gemaakte kosten voor hem/haar en wordt de eventueel aangebrachte schade ook op de betrokkene verhaalt.
Het bedrag, de ten lasteneming van het OCMW of verhaling op de betrokkene, de wijze waarop de herstellingen worden uitgevoerd, .. worden beslist door het vast bureau.
Art. 25. - Afval
De betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het correct buiten zetten van het afval, en dit op de juiste data.
Deze staan vermeld in de afvalkalender, die gratis kan worden bekomen op het gemeentehuis van Deerlijk.
Per doorgangswoning wordt een container van 40 liter voorzien, én een afvalcontainer voor het GFT-keukenafval van 25 liter. De containers blijven eigendom van OCMW Deerlijk. Restafval van de bewoner wordt in de rolcontainer gedeponeerd, GFT-en keukenafval wordt gedeponeerd in de daartoe bestemde GFT-keukenafvalemmer.
De algemene beheerkost voor afvalophaling, de huur van de containers alsook de prijs voor ophaling en verwerking van de aangeboden kilo’s zijn de laste van de bewoner en worden via de maandelijkse afvalkost verrekend.
Glas wordt tijdig naar een glascontainer of het containerpark gebracht. Indien de bewoner nalaat deze regels te volgen, kan het OCMW het afval laten verwijderen en de kostprijs hiervoor aanrekenen aan de bewoner.
Betwistingen
Art. 26. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Inwerkingtreding en geldigheidstermijn
Art. 27. -
● Dit reglement treedt in werking vanaf 1 april 2026.
● Dit reglement is geldig tot en met 31 december 2031.
Art. 28. - Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 mei 2013 houdende de vaststelling van het reglement Doorgangswoningen wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Artikel 2
Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 3
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.
Artikel 4
Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.