Deerlijk

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

 

Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

1. Gemeenteraad - 9 juli 2026 - notulen en audio-opname - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de notulen en de audio-opname van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.

 

Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Artikel 278 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 32 Decreet Lokaal Bestuur

          Andere:

          Art. 277 en 278 Decreet Lokaal Bestuur

          Art. 32 en 33 Huishoudelijk reglement gemeenteraad

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit de notulen van de zitting van de gemeenteraadszitting van 9 juli 2026 goed te keuren.

 

Artikel 2

 

De gemeenteraad besluit de audio-opname van de gemeenteraadszitting van 9 juli 2026 goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

2. Vaststelling aanpassing algemene politieverordening en bekrachtiging aanpassing protocolakkoord

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd

        de voorgestelde wijzigingen aan de algemene politieverordening vast te stellen en

        de aanpassingen aan het protocolakkoord met het parket te bekrachtigen.

 

Motivering

 

1. Verhouding tussen het Parket en de sanctionerend ambtenaar

 

               Zuivere administratieve inbreuken

 

Op grond van de algemene GAS-bevoegdheidsregel van artikel 2, §1 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna "de GAS-Wet" genoemd) kunnen lokale besturen enkel voorzien in administratieve sancties voor inbreuken waarvoor er niet reeds in een straf voorzien wordt door een wet, decreet of ordonnantie.

 

Dit betekent dat, wanneer het Parket de handhavingsbevoegdheden van strafrechtelijke inbreuken uit handen wenst te geven, deze uithandengeving gepaard dient te gaan met een depenalisering van de beoogde strafrechtelijke inbreuk (lees: doorhaling van de inbreuk in de strafwet). Dergelijke gedepenaliseerde inbreuken worden op die manier zuiver administratieve inbreuken, die vandaag gekend zijn als de zogenaamde GAS 1-inbreuken.

 

               Gemengde inbreuken

 

Artikel 3 van de GAS-Wet maakt op het bovenstaande principe een uitzondering door het Parket toe te laten om de handhaving van de op limitatieve wijze opgesomde strafbepalingen in dit artikel 3, uit handen te geven zonder gelijktijdige depenalisering.

 

Op die manier krijgen deze limitatief opgesomde inbreuken een administratief karakter, bovenop (en dus niet in de plaats van) het strafrechtelijke karakter dat zij reeds hadden en is er sprake van een gemengde inbreuk. Deze kennen wij vandaag als de zogenaamde GAS 2-inbreuken (‘lichte’ inbreuken) en GAS 3-inbreuken (‘zware’ inbreuken voor wat betreft de bepalingen uit het Strafwetboek). Dergelijke inbreuken uit de Wegcode zijn dan weer gekend onder de noemer GAS 4-inbreuken.

 

               Noodzaak tot opmaak van een protocol bij gemengde inbreuken

 

Wanneer twee partijen naast elkaar bevoegd zijn voor de handhaving van dezelfde groep (gemengde) inbreuken, zijn goede afspraken noodzakelijk.

 

Voor wat betreft de gemengde GAS 2 & 3-inbreuken mogen deze vastgelegd worden in een protocolakkoord. Dit is niet verplicht en artikel 23, §2-3 van de GAS-Wet voorziet zelf in een procedure voor het geval er geen protocolakkoord zou bestaan.

 

Het parket van West-Vlaanderen voorziet in haar model van protocolakkoord zowel afspraken omtrent de GAS 2 en 3, als GAS 4 (ook al wordt dit laatste type op heden niet toegepast in Deerlijk).

 

Voor het verdere verloop van deze nota, wordt het GAS 4-luik, hoewel deel uitmakend van het Protocolakkoord dat mee het voorwerp vormt van onderhavige nota, buiten beschouwing gelaten, vermits de gewijzigde strafwetbepalingen uitsluitend betrekking hebben op de gemengde GAS 2 en 3-inbreuken.

 

2. Huidige ontwikkeling

 

De twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I, respectievelijk boek II van het Strafwetboek brachten een grondige herziening van het bestaande Strafwetboek met zich mee - en bijgevolg ook van de inbreuken waarvoor de sanctionerend ambtenaar op grond van artikel 3, 1° en 2° van de GAS-wet bevoegd is.

 

Vermits lokale regelgeving in de zogenaamde "hiërarchie der rechtsnormen" ondergeschikt is aan de federale regelgeving dienen de teksten van alle bestaande lokale GAS-instrumenten afgestemd te worden op de nieuwe structuur en tekst van het Strafwetboek.

 

3. Inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek

 

De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek was initieel voorzien voor 8 april 2026, maar diende noodgedwongen uitgesteld te worden naar 1 september 2026, nadat diverse beroepsgroepen en openbare diensten hadden aangegeven dat zij de nodige aanpassingen niet tijdig doorgevoerd zouden krijgen en hun werking hierdoor in het gedrang zou komen.

 

Indien de Algemene Politieverordening (APV) niet dringend zou worden aangepast terwijl het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking treedt zal de sanctionerend ambtenaar geen gemengde GAS 2 en 3-inbreuken behandelen.

 

Teneinde de bestaande aanpak van openbare overlast te kunnen garanderen, is het dan ook noodzakelijk om de voorgestelde aanpassingen aan de APV en het protocolakkoord met prioriteit aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad voor te leggen, met verzoek akkoord te gaan met de onmiddellijke inwerkingtreding (lees: de vijfde dag na de bekendmaking van het gemeenteraadsbesluit).

 

Deze werkwijze ligt overigens volkomen in lijn met de door het Parket toegepaste methodiek in haar ontwerp van protocolakkoord en arrondissementele omzendbrief.

 

4. Vooropgestelde wijzigingen aan de APV

 

               Wijziging van artikel 26: beroepsgeheim in hoofde van de GAS-bemiddelaar

 

De onder dit punt voorgestelde wijziging betreft een loutere aanpassing aan de nieuwe artikelnummers van het nieuwe Strafwetboek en een vereenvoudiging van de bestaande tekst.

 

               Wijziging van de omschrijving van de bestaande term "Geluid" (artikel 28.15) en toevoeging van de term "Geluidsoverlast" (artikel 28.16bis)

 

De onder dit punt voorgestelde aanpassingen spruiten voort uit een streven naar een duidelijker en/of correcter taalgebruik. In wezen verandert er niets aan de draagwijdte van de bestaande rechtsregel.

 

In het bijzonder voor wat betreft de inbreuk op het veroorzaken van geluidsoverlast, is het zaak om de burger een gecentraliseerd overzicht van alle uitgesloten situaties aan te reiken, vermits al deze uitzonderingssituaties op heden verspreid terug te vinden zijn in de APV.

 

               Samensmelting van artikel 37 inzake geluidsoverlast overdag en artikel 38 inzake nachtlawaai

 

Art. 561, 1° van het originele Strafwetboek voorzag in een strafrechtelijke sanctie voor éénieder die zich schuldig maakte aan het maken van rustverstorend lawaai, maar enkel voor zover dit lawaai tijdens de nachtelijke uren geproduceerd werd.

 

Dit betekende concreet dat, al naargelang het tijdstip, inbreuken te beschouwen waren als hetzij een louter administratieve overlastinbreuk (GAS 1), hetzij een gemengde inbreuk (GAS 2).

 

Vermits de behandeling van GAS 1- en 2-inbreuken een verschillend procedureverloop kennen, was het noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen geluidsoverlast overdag (art. 37 van de APV) en geluidsoverlast tijdens de nacht (art. 38 van de APV).

 

In het nieuwe Strafwetboek wordt evenwel niet langer voorzien in een bepaling rond nachtlawaai (depenalisatie), zodat inbreuken erop - of toch vanuit theoretisch en procedureel oogpunt - niet langer afwijken van inbreuken die overdag plaatsvinden. In die zin bestaat er op vandaag dan ook geen noodzaak meer om in twee afzonderlijke APV-bepalingen te voorzien.

 

Een dergelijke goedkeuring betekent niet dat het nachtelijke aspect van vastgestelde geluidshinder plots gebanaliseerd zou worden. Dit kan in het kader van de beoordeling van een GAS-dossier nog steeds weerhouden worden als verzwarende omstandigheid bij de vastgestelde inbreuk.

 

Vermits de inhoud van artikel 38 verwerkt wordt in de tekst van artikel 37, kan eerstgenoemde bepaling zonder meer opgeheven worden.

 

               Wijziging van de naam van Hoofdstuk 8 onder Titel 3 van het algemeen deel van de APV

 

De onder dit punt voorgestelde wijziging vloeit rechtsreeks voort uit de tekst van het nieuwe Strafwetboek.

 

               Opheffing van artikel 96 : lichte gewelddaden t.a.v. de personen

 

Het Parket heeft deze inbreuk reeds geruime tijd geleden uitgesloten van de toepassing van de GAS-procedure, zodat zij geen deel mogen uitmaken van de APV. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om dit alsnog goed te zetten.

 

               Wijziging van artikel 97 : bevuiling van andermans goederen

 

De onder dit punt voorgestelde aanpassingen vloeien voort uit een streven naar een duidelijker en/of correcter taalgebruik. In wezen verandert er niets aan de draagwijdte van de bestaande rechtsregel.

 

               Wijziging van artikel 98 met hieruit voortvloeiend de opheffing van de artikelen 99, 99bis, 100, 101 (gedeeltelijk), 102, 102 bis, 103 en 186,7°: beschadiging of vernieling van andermans goederen of het openbaar domein

 

In het originele Strafwetboek waren nog talrijke bepalingen met betrekking tot een beschadigingsverbod terug te vinden. Hierbij werd een onderscheid gemaakt op basis van hetzij de aard van de beschadiging (bv. graffiti, beschadiging zonder of met onbruikbaarmaking en vernietiging of vernieling), hetzij de aard van het beschadigde goed (bv. roerend goed, onroerend goed, boom en hagen, monumenten en grafstenen, voertuigen,...). 

 

In het kader van het nieuwe Strafwetboek wordt geopteerd om eenvoudigweg te stipuleren dat het verboden is om andermans goederen zonder diens toestemming te vandaliseren, waarbij artikel 514 en 517 van boek II van het nieuwe Strafwetboek bepalen dat vandalisme in de ruimste zin van het woord begrepen moet worden en bijgevolg alle hierboven aangehaalde beschadigingsvormen in zich draagt.

 

Het ontbreken van enige opsplitsing naar verschijningsvorm van het vandalisme, maakt dat in de APV een heel aantal bepalingen kunnen geschrapt worden wegens deel uitmakend van het algemene vangnet van het nieuwe art. 98 van de APV.

 

               Wijziging van artikel 141 : dempen en verleggen van grachten

 

Net zoals nachtlawaai, wordt er in het nieuwe Strafwetboek geen bepaling meer gewijd aan de bestraffing van inbreuken op het verbod om grachten te dempen of te verleggen (depenalisatie). Dit impliceert dat dergelijke inbreuken wijzigen van gemengde GAS 2-inbreuken tot zuiver administratieve overlastinbreuken (GAS 1).

 

Het is dan ook nodig om de vermelding van het gemengde karakter door de verwijzing naar het Strafwetboek door te halen.

 

               Wijziging van artikel 190 : vermommingen met gezichtsbedekking

 

De onder dit punt voorgestelde wijziging vloeit rechtsreeks voort uit de tekst van het nieuwe Strafwetboek.

 

5. Bekrachtigen Protocolakkoord

 

Het bestaande Protocolakkoord werd door de procureur des Konings van West-Vlaanderen opgezegd met een brief van 28 mei 2026. Deze opzegging gebeurde weliswaar onder voorbehoud van inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek, die voorzien werd op 1 september 2026.

 

Bijgevolg moet het nieuwe Protocolakkoord dat door het Parket aangeleverd werd, overeenkomstig artikel 23, §1, lid 1 van de GAS-Wet, ter goedkeuring aan het college van burgemeester en schepenen en ter bekrachtiging aan de gemeenteraad voorgelegd worden.

 

Dit nieuwe Protocolakkoord werd, in toepassing van artikel 23, §1, lid 2 van de GAS-wet, door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd op haar zitting van 19 augustus 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid:

        Art. 40 en 41, 2° Decreet Lokaal Bestuur

 

        Andere:

        De Nieuwe Gemeentewet, meer bepaald de artikelen 119, 119bis en 135

        De Wet van 24.06.2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, meer bepaald de artikelen 2, 3, 4 en 23

        Boek II van het (nieuwe) Strafwetboek (Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 8 april 2024 - inwerkingtreding initieel per 8 april 2026 doch naderhand en op het ogenblik van redactie van onderhavige nota nog steeds ten voorlopige titel uitgesteld naar 1 september 2026), meer bepaald de artikelen 423, 424, 514, 515, 516 en 517

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit volgende aanpassingen aan de Algemene Politieverordening (APV) van de gemeente Deerlijk vast te stellen:

 

               De wijziging van artikel 26als volgt:
 

Art. 26

De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan tijdens de bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangewend in een gerechtelijke of administratieve procedure of enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke erkentenis.

Onverminderd de verplichtingen die de wet hem opleggen mag de bemiddelingsambtenaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt niet openbaar maken. Evenmin mag hij optreden als getuige in een burgerrechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot feiten waarvan hij kennis krijgt uit hoofde van zijn ambt. De artikelen 352 en 353 van boek II van het Strafwetboek zijn op hem van toepassing.

Partijen kunnen niet worden gehouden aan de door hen tijdens de bemiddeling ingenomen standpunten en voorstellen, alsmede de door hen aan de bemiddelaar of aan de andere partij gedane mededeling van welke aard en op welke wijze ook, behoudens hetgeen tussen hen werd overeengekomen in een bemiddelingsovereenkomst, waarin het akkoord tussen partijen werd vastgelegd.

  

               De wijziging van artikel 28.15 als volgt:

 

28.15 Geluid

Alle vormen van geluidsemissie, hetzij ten gevolge van lichamelijke gedraging (bv. roepen, luid praten, luid meezingen, op voorwerpen slaan, enz.), hetzij voortkomend van blijvende of tijdelijke geluidsbronnen, al dan niet elektronisch versterkt.

 

               De toevoeging van een artikel 28.16bis als volgt:

 

28.16bis Geluidsoverlast

Het ogenblik waarop de (openbare) rust en/of het private rustig genot redelijkerwijze verstoord zou(den) kunnen worden ingevolge enig geluid, ongeacht zijn vorm, aard en bron, maar met uitzondering van het geluid dat veroorzaakt wordt door:

1. spelende kinderen;

2. openlucht-manifestaties op het openbaar domein, overeenkomstig de door de bevoegde overheid in de voorafgaande machtiging bepaalde toelatingsvoorwaarden;

3. het lucht-, weg- en spoorwegverkeer en de scheepvaart;

4. een publieke inrichting in de zin van art. 194 van deze verordening;

5. geluidsbronnen in de zin van de artikelen 199 tot en met 206 van deze verordening;

6. wettelijk of decretaal toegelaten activiteiten met specifieke geluidsnormen.

 

Een effectieve verstoring moet niet bewezen worden. Het bestaan van geluidsoverlast volgt steeds uit een feitelijke beoordeling door de in de artikelen 20 en 21 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen, bedoelde personen en hangt, behoudens in het kader van de beoordeling van bovenstaand nr. 2°, bijgevolg niet af van de overschrijding van een welbepaald aantal decibel. Een voorafgaande geluidsmeting is bijgevolg niet vereist met het oog op een rechtsgeldige vaststelling inzake geluidsoverlast.

 

               De wijziging van artikel 37 als volgt:

 

Art. 37

§1. Het is verboden, zowel binnenshuis of op private grond als in de openlucht op het openbaar domein, *geluid te veroorzaken dat redelijkerwijze de rust van de buurtbewoners zou kunnen verstoren of hen redelijkerwijze zou kunnen storen in het rustig en normaal genot van hun eigendom of bezit, dan wel de openbare orde en rust op openbare plaatsen in het gedrang zou kunnen brengen.

§2. De feitelijke gebruiker van een voorwerp en de begeleider van een dier zijn objectief aansprakelijk voor de geluidsoverlast die dit voorwerp of dier – hetzij ongewild – veroorzaken.

 

               De wijzing van de naam van het achtste hoofdstuk onder titel 3 van het algemeen deel van de APV als volgt:

 

HOOFDSTUK 8. Vandalisme

[...]

 

               De wijziging van artikel 97 als volgt:

 

Art. 97

Het is verboden voorwerpen of substanties die zouden kunnen bevuilen of schade zouden kunnen veroorzaken, tegen of op andermans goederen of op private percelen te werpen of te storten.

  

               De wijziging van de artikel 98 als volgt:

 

Art. 98

Het is, overeenkomstig Boek II, artikel 514 tot en met 517 van het Strafwetboek, verboden opzettelijke gedragingen te stellen die bestaan in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming op:

1° enig goed dat aan een ander toebehoort (GAS 2-inbreuk of GAS 3-inbreuk als het vandalisme ernstige schade tot gevolg heeft);

2° enig goed met een bijzonder belang – te weten: een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, een vervoermiddel, één of meer bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker (GAS 3-inbreuk).

  

               De wijziging van artikel 141 als volgt:

 

Art. 141

Het is verboden grachten op te vullen of te verleggen tenzij hiervoor een vergunning werd verleend door de bevoegde overheid. De grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen op kosten van de overtreder in hun oorspronkelijke staat hersteld worden.

  

               De wijziging van artikel 190 als volgt:

 

Art. 190 

Het is, zoals bepaald in boek II, artikelen 423 en 424 van het Strafwetboek, verboden zich opzettelijk, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.

 

Er is evenwel geen misdrijf wanneer diegenen die zich op plaatsen die voor het publiek toegankelijk  zijn begeven met hun gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat ze niet kunnen worden geïdentificeerd, dit doen op grond van arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

 

               De opheffing van de artikelen 38, 96, 99, 99bis, 100, 102, 102bis 103 en 186,7°.

 

Artikel 2

 

De gemeenteraad neemt, in navolging van de onder artikel 1 goedgekeurde aanpassingen, kennis van de als bijlage gevoegde gecoördineerde versie van de APV en keurt deze goed.

 

Artikel 3

 

Het Protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in geval van gemengde inbreuken, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op de zitting van 19 augustus 2026 en zoals opgenomen in bijlage bij dit besluit, wordt bekrachtigd.

 

De bekrachtiging gebeurt met dien verstande dat de effectieve inwerkingtreding van dit Protocolakkoord rechtstreeks afhankelijk gesteld is van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026.

 

Artikel 4

Dit besluit wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

3. Digitaal infoscherm - concessievoorwaarden - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd de concessievoorwaarden voor het plaatsen van een digitaal infoscherm voor publieke en private berichtgeving goed te keuren.

 

Motivering

 

De gemeente wil gebruik maken van een digitaal infoscherm om de visuele communicatie in het straatbeeld te bevorderen.

 

Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 17 juni 2026 het opstarten van de procedure voor het plaatsen van een digitaal infoscherm in het straatbeeld van Deerlijk goed. 

 

Als locatie voor het digitale infoscherm werd gekozen voor de kruising van de Harelbekestraat en de Hoogstraat, ter hoogte van de parking schuin tegenover frituur De Barakke. Het digitale infoscherm wordt er geplaatst ter vervanging van het bestaande gemeentelijke inforooster.

 

De gemeente verleent, onder de vorm van een concessieovereenkomst, de mogelijkheid tot het exploiteren van een domeinconcessie van het in concessie gegeven deel van het openbaar domein waarop een LED-bord wordt geplaatst met het oog op de publieke en private uitbating van het LED-bord.

 

De toewijzing van de concessie tot uitbating zal gebeuren na een bekendmaking van de concessievoorwaarden en een oproep tot offertes.

 

De algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in de bijgevoegde concessieovereenkomst zijn een essentieel onderdeel van de concessie. Als gunningscriteria gelden de beoordeling van zichtbaarheid van de boodschappen (20%), de kwaliteit van de schermen (50%), de kwaliteit van de concessionaris (15%) alsook de gebruiksvriendelijkheid van het Content Management System (15%).

 

Door het indienen van een offerte verklaart de kandidaat zich akkoord met alle onderdelen van de concessieovereenkomst.

 

De concessievoorwaarden, inclusief offerteformulier en concessieovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2, 11° en Art. 56, § 3, 8°, b Decreet Lokaal Bestuur.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit de voorwaarden waaronder de concessie wordt verleend voor het plaatsen van een digitaal infoscherm voor publieke en private berichtgeving, zoals opgenomen in de bijlage, goed te keuren.

 

De bijgevoegde concessievoorwaarden maken integraal deel uit van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

4. Cultuur en Erfgoed - Zuidwest - jaarverslaggeving 2025 - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd de jaarverslaggeving voor 2025 van Zuidwest goed te keuren.

 

Motivering

 

Op 9 juli 2026 bezorgde Zuidwest haar jaarverslaggeving 2025, met volgende documenten in bijlage:

 

        het jaarverslag 2025 van de bovenlokale cultuurwerking cfr. het sjabloon zoals ingediend bij de Vlaamse overheid;

        het jaarverslag 2025 van de erfgoedwerking zoals ingediend bij de Vlaamse overheid; 

        de goedgekeurde jaarrekeningen en balans 2025 incl. het verslag van de bedrijfsrevisor

        het verslag van de raad van bestuur van 20 maart 2026 waarop de jaarrekeningen zijn goedgekeurd.

 

Artikel 11 § 2 van de statuten van Zuidwest stipuleert dat de jaarrekeningen, samen met het activiteitenverslag en het verslag van de revisor jaarlijks ter goedkeuring worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten.

 

Het college van burgemeester en schepenen verzocht in zitting van 12 augustus 2026 de voorzitter van de gemeenteraad om de goedkeuring van de jaarverslaggeving van Zuidwest te agenderen op de gemeenteraad van 3 september 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Statuten Zuidwest

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit de jaarverslaggeving voor 2025 van Zuidwest goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

5. Erfgoed - Schenking archeologische vondsten de Cassinastraat DECA-19 - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd om de schenking van de archeologisch vondsten de Cassinastraat DECA-19 goed te keuren.

 

Motivering

 

In 2018 werden bij een vooronderzoek door middel van proefsleuven aan de De Cassinastraat te Deerlijk, archeologische vondsten gedaan. Het betreft fragmenten aardewerk, grofweg gedateerd in de late ijzertijd - vroeg Romeinse periode.

 

Op 31 augustus 2021 gaf de eigenaar van het archeologisch ensemble te kennen deze te willen schenken aan het lokaal bestuur van Deerlijk, en deze schenking te doen uit vrijgevigheid. Dit werd goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 januari 2022. Deze archeologische vondsten worden op heden bewaard in het gemeentelijk archief.

 

Op 18 juli 2026 kreeg de erfgoeddienst een melding dat er op dezelfde site opnieuw archeologische stukken zijn teruggevonden. De eigenaar geeft aan ook deze vondsten te willen schenken aan het lokaal bestuur van Deerlijk, en deze schenking te doen uit vrijgevigheid.

 

De archeologische vondsten zijn van die aard dat ze opnieuw kunnen bewaard worden in het gemeentelijk heemkundig archief, waarbij voldaan wordt aan de voorwaarden omtrent het bewaren van een archeologisch ensemble, zoals bepaald door het Onroerend Erfgoeddecreet van juli 2013, met name:

        Als een geheel bewaard worden;

        in goede staat behouden worden;

        beschikbaar gehouden worden voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Het gemeentelijk heemkundig archief kan hiervoor als geschikte ruimte dienen. Er wordt daarom voorgesteld om de archeologische vondsten als geheel te bewaren in het gemeentelijk heemkundig archief.

 

Het college van burgemeester en schepenen verzocht in zitting van 15 juli 2026 de voorzitter van de gemeenteraad om de schenking van het archeologisch ensemble De Cassinastraat DECA-19 voor goedkeuring te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2., 12° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad beslist om de schenking van de archeologische vondsten De Cassinastraat DECA-19 goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

6. LO - schoolreglement 2026-2027 - vaststelling

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd het schoolreglement voor het schooljaar 2026-2027 van de gemeentelijke lagere school goed te keuren.

 

Motivering

 

Het Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 verplicht elke basisschool om een schoolreglement te hebben en bepaalt welke elementen daarin moeten worden opgenomen.

 

Het schoolreglement

        regelt de rechten en plichten van leerlingen, ouders en school;

        dient te worden aangepast aan de gewijzigde onderwijsregelgeving en aan de actuele werking van de school;

        dient bij voorkeur vastgesteld te worden met ingang van 1 september van het nieuwe schooljaar.

 

Conform artikel 40, § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur is het de gemeenteraad die de gemeentelijke reglementen vaststelt.

 

De gemeenteraad is het schoolbestuur (de inrichtende macht) van het gemeentelijk onderwijs. Omdat het schoolreglement een reglementaire beslissing van het schoolbestuur is, wordt het voor gemeentelijke basisscholen vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad.

 

Daarnaast is er voorafgaand overleg in de schoolraad vereist over de inhoud van het schoolreglement, maar de uiteindelijke beslissing blijft bij het schoolbestuur, dus bij de gemeenteraad voor gemeentelijke scholen.

 

Positief advies werd gegeven op de schoolraad van 24 augustus 2026.

 

In zitting van 26 augustus 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen de voorzitter van de gemeenteraad verzocht om het schoolreglement 2026-2027, ter vaststelling te agenderen op de gemeenteraad van 3 september 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 40, § 3 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs

        Decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit het schoolreglement voor het schooljaar 2026-2027 van de gemeentelijke lagere school, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur treedt onderhavig reglement in werking op 1 september 2026.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

7. Buurthuis Sint-Lodewijk - huurovereenkomst - aanpassing - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd het aangepaste ontwerp van huurovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en de vzw "De Brug" met betrekking tot het nieuwe polyvalente buurthuis Sint-Lodewijk goed te keuren.

 

Motivering

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 29 januari 2026 het ontwerp van de huurovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en de vzw "De Brug" met betrekking tot het nieuwe polyvalente buurthuis Sint-Lodewijk goed.

 

Het ontwerp van huurovereenkomst werd opgemaakt om de toekomstig samenwerking te formaliseren en in functie van de aanvraag van een huursubsidie.

 

Ondertussen werd de procedure voor de zevende huuroproep bekend gemaakt. Aanvragen kunnen ingediend worden tot en met 15 september 2026.

Om de aanvraag van de huursubsidie voor te bereiden werd vanuit de scholengemeenschap De Brug ondersteuning gevraagd van een deskundige van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Er werd opgemerkt dat er een aantal kleine aanpassingen aan het ontwerp van huurovereenkomst moeten gebeuren:

        de effectieve huurprijs moet vermeld worden: rekening houdend met de verhuurde oppervlakte en de huurnorm, wordt een huurprijs van 50.000 euro/jaar voorgesteld;

        de duurtijd moet vermeld worden in maanden (18 jaar of 216 maanden);

        de datum opgenomen in de opschortende voorwaarde (artikel 13) moet aangepast worden gezien AGION pas in het voorjaar van 2027 een beslissing zal nemen over de huursubsidiedossiers.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 19 augustus 2026 om het aangepast ontwerp van huurovereenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

 

De aangepaste overeenkomst wordt toegevoegd in bijlage.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41., § 2., 11° van het Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De financiële impact is gekend. Jaarlijks zal er een bedrag van 50.000 euro ontvangen worden, gedurende een periode van 18 jaar.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit het aangepaste ontwerp van huurovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en de vzw "De Brug" met betrekking tot het nieuwe polyvalente buurthuis Sint-Lodewijk goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

8. Retributiereglement voor inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval via huis-aan-huis ophaling en intergemeentelijke recyclageparken - aanpassing - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd de aanpassingen van het retributiereglement voor de inzameling en verwijdering van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval via de huis-aan-huisinzameling en de intergemeentelijke recyclageparken, goed te keuren.

 

Motivering

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 12 juni 2025 het retributiereglement voor inzameling en verwijdering van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval via de huis-aan-huisinzameling en de intergemeentelijke recyclageparken goed.

 

Uit een evaluatie van de uitrol van het lokaal materialenplan en de eerste ervaringen van de stakeholders kwam naar voor dat de 25l GF(t)/keukenafvalemmer in sommige gevallen te klein is. Bijgevolg werd in de raad van bestuur van IMOG van 16 april 2026 en 21 mei 2026  beslist om de mogelijkheid aan te bieden om een 2de (of meerdere) GF(t)/keukenafvalemmers aan te schaffen en dit met ingang van 1 oktober 2026.

 

De retributie wordt als volgt bepaald bij winter-zomer regime (of 5 maanden wekelijks ophaling en 7 maanden tweewekelijkse ophaling)

 

1ste GF(t)/keukenafvalemmer

Vanaf 2de GF(t)/keukenafvalemmer

45 euro/ jaar

25 euro/ jaar

 

Dit dient aangevuld te worden in artikel 5 van het bovengenoemde reglement.

 

In het kader van de leesbaarheid en de hanteerbaarheid van de gemeentelijke reglementen is het aangewezen om de integrale tekst van het reglement ter goedkeuring voor te leggen en niet enkel de wijziging ervan.

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist in zitting van 19 augustus 2026 om de goedkeuring van het aangepaste retributiereglement voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 40, § 3. van het Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (materialendecreet) van 23 december 2011.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (Vlarema) van 17 februari 2012.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2023 tot goedkeuring van het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023 – 2030 (Lokaal Materialenplan).

        Besluit van de gemeenteraad van 14 september 2023 tot uitbreiding van de beheersoverdracht naar IMOG voor wat betreft het "Algemeen beheer openbare netheid cfr. uit het UHAGBA 5 peilerbeleid (infrastructuur, participatie, handhaving, communicatie en omgeving)"

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit volgend aangepaste retributiereglement goed te keuren met ingang van 1 oktober 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Retributiereglement voor inzameling en verwijdering van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval via de huis-aan-huisinzameling en de intergemeentelijke recyclageparken

 

Titel 1: Huis-aan-huis-ophaling

 

Artikel 1:

Er wordt een retributie geheven op het ophalen en verwijderen van huisvuil dat via de huis-aan-huisinzameling wordt opgehaald.

 

Artikel 2:

Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld: voor elk adres voor het gebruik van de gemeentelijke inzamelkanalen wordt een gebruiksrecht aangerekend van 2 euro/begonnen maand/aansluitingspunt voor de huis-aan-huisinzameling van restafval met een maximum van 24 euro/jaar. De retributie is verschuldigd voor ieder aansluitingspunt in het kader van de gemeentelijke dienstverlening inzake huis-aan-huisinzameling van de restfractie (via containers of zakken) van het huishoudelijk afval en naar aard en hoeveelheid vergelijkbaar bedrijfsafval.

 

Artikel 3: retributie restafval voor huishoudens

Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

§1 voor het ophalen en verwijderen van restafval dat via de huis-aan-huisophaling wordt opgehaald: een prijs per aanbieding en per kg:

 

Volume container

euro/aanbieding

euro/kg

40 liter

0,16

0,34

120 liter

0,32

0,34

240 liter

0,63

0,34

 

§2 voor het ophalen en verwijderen van het restafval in zakken dat via de huis-aan-huisophaling wordt opgehaald, wordt bij aankoop van de zakken de kostprijs aangerekend: 2,5 euro per zak van 50 liter. Als overgangsmaatregel zullen er ook stickers verkocht worden om op oude restafvalzakken (zowel voor groot als klein volume) te kleven voor 0,80 euro per sticker.

 

Artikel 4: GF(t)keukenafvalemmers

De GF(t)keukenafvalemmers van 25 liter voor gezinnen worden gratis geleverd en kunnen ook verkregen worden op de IGRP’s, na het ondertekenen van een jaarovereenkomst voor de huis-aan-huis ophaling. Pas na de betaling van de rekening van retributie start de ophaling.

 

Artikel 5: retributie GF(t)keukenafval voor huishoudens

De inning voor de GF(t)keukenafvalemmer (25 liter) gebeurt door het maken van een rekening per jaar voor de aanvang van het gebruik van de emmer ongeacht het aantal aanbiedingen.

5 maanden wekelijkse ophaling en 7 maanden tweewekelijkse ophaling

 

1ste GF(t)/keukenafvalemmer

Vanaf 2de GF(t)/keukenafvalemmer

45 euro/ jaar

25 euro/ jaar

 

Met ingang vanaf 1 oktober 2026 kan een tweede of meerdere GF(t)/keukenafvalemmer(s) worden besteld.

 

Artikel 6: retributie PMD voor huishoudens

Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld: voor het ophalen en verwijderen van PMD via de huis aan-huisophaling wordt bij aankoop van de zakken de kostprijs aangerekend: 0,25 euro per zak van 90 liter en 0,30 euro per zak van 120 liter (120 liter- zakken zijn enkel beschikbaar voor scholen).

 

Artikel 7:

De PMD-zakken en de restafvalzakken worden verkocht via de verkooppunten, IGRP’s en gemeentelijke diensten.

 

Artikel 8:

Aan elk aansluitingspunt wordt voor de start van de ophaling of voor de start van het nieuwe jaar een betalingsuitnodiging verstuurd. De rekening van retributie wordt betaald na voorlegging van de betalingsuitnodiging. Op de rekening van retributie worden de verschillende retributies, zoals voorzien onder artikel 3, 4 en 6, afzonderlijk weergegeven.

De inning van de retributie gebeurt door voor de aanvang van de ophaling, de provisie vermeld op de betalingsuitnodiging, te betalen. Wanneer tijdens het gebruik de ondergrens van 25 % van de provisie wordt bereikt zal een nieuwe betalingsuitnodiging met de rekening van retributie worden overgemaakt. De ophaling van de betreffende fractie start pas na betaling van de retributie. De ophaling stopt wanneer het saldo van de betaalde provisie nul bereikt.

 

Artikel 9:

Alle retributies worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari met de gezondsheidsindex van 1 november van het voorgaande jaar.

 

Titel 2: Intergemeentelijke recyclageparken

 

Artikel 10:

Er wordt een retributie geheven op het gebruik van de betalende gedeeltes van de intergemeentelijke recyclageparken.

 

Artikel 11:

De recyclageparken zijn ingedeeld in een betaalzone en een niet-betaalzone. Als er betalend afval wordt aangeboden dient men in te wegen voor de betaalzone en uit te wegen of tussen te wegen bij het verlaten van de betaalzone. Alle betalende materialen worden gewogen. Het verschil in gewicht wordt gehanteerd om de kost van het afval aan te rekenen.

 

Artikel 12:

Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

§1 De afvalfracties in de groene groep zijn gratis:

        AEEA

        Glas

        Hard groenafval

        KGA

        Metalen

        Milieustraatje

        Recycleerbaar hout

        Papier en karton

        PMD (in officiële zak)

        Restafval (aanleveren in officiële zak of bak)

        GF(t)keukenafval (aanleveren in officiële GF(t)emmer)

§2 De afvalfracties in de oranje groep: 0,07 euro/kg:

        Zacht groen

        Boomstronken

        Gips

        Cellenbeton

        Niet-recycleerbaar hout

        Recycleerbaar bouw- en sloopafval

§3 De afvalfracties in de rode groep: 0,34 euro/kg:

        Asbestcement

        Recycleerbaar grofvuil

        Brandbaar grofvuil

        Te storten grofvuil

        Niet-recycleerbaar bouw- en sloopafval

 

Artikel 13:

Voor de bezoeken aan de intergemeentelijke recyclageparken wordt er jaarlijks een gratis quotum van 500 kg zacht groenafval en een gratis quotum van 200 kg hechtgebonden asbestcement toegekend per gezin.

 

Artikel 14:

§1. De retributie voor het betalend gedeelte van het intergemeentelijk recyclagepark wordt direct ter plekke betaald bij het verlaten van het betalend gedeelte.

§2. Bij aanvoer van verschillende betalende fracties in 1 weging, wordt voor het totale gewicht aan afval de retributie aangerekend van de aangevoerde afvalsoort met de duurste retributie.

§3. Per bezoek aan het betalend gedeelte van het intergemeentelijk recyclagepark wordt een minimumbedrag aangerekend van 2 euro als deelname in de exploitatiekosten, met uitzondering van de gratis fracties, de gratis hoeveelheid van de fracties zacht groen en hechtgebonden asbestcement.

§4. Bij contante betaling is er geen teruggave van wisselgeld, wel wordt het saldo bewaard op de e-ID.

 

Artikel 15:

De retributies worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari met de gezondsheidsindex van 1 november van het voorgaande jaar.

 

Artikel 16:

Bij gebrek aan betaling, wordt de toegang bij een volgend bezoek aan het intergemeentelijk recyclagepark geweigerd. Na betaling kan men opnieuw gebruik maken van het intergemeentelijk recyclagepark.

Artikel 2

 

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

9. Veemeersstraat - rooilijnplan - definitieve vaststelling

 

 

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad wordt gevraagd het rooilijnplan betreffende de Veemeersstraat, vanaf de Sint-Elooistraat tot aan de Veemeersstraat 44, definitief vast te stellen.

 

Motivering

 

Op 4 juni 2026 stelde de gemeenteraad het ontwerp van rooilijnplan, vanaf de Sint-Elooistraat tot aan de Veemeersstraat 44, vast en gelaste het college van burgemeester en schepenen om het voorlopig vastgestelde rooilijnplan te onderwerpen aan een openbaar onderzoek. Het rooilijnplan werd op 18 oktober 2023 opgemaakt door de landmeter Bart Degezelle.

 

Volgens artikel 17 van het decreet gemeentewegen werd binnen een termijn van 30 dagen een openbaar onderzoek opgestart dat eindigde op 9 juli 2026.

 

Er werden tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren ingediend.

 

Volgens artikel 17 § 5 keurt de gemeenteraad binnen 60 dagen na het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan goed.

 

Na definitieve vaststelling van het rooilijnplan wordt de procedure doorlopen zoals voorgeschreven door art. 18 - 19 van het Gemeentewegendecreet.
 

De bedding van de gemeenteweg wordt aangeduid met volle lijnen op de Atlas der Buurtwegen zodoende dat de bedding in eigendom is van de gemeente en wordt aanzien als openbaar domein.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 15 juli 2026 om de definitieve vaststelling van het rooilijnplan te agendering op de gemeenteraad van 3 september 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2, 9° Decreet Lokaal Bestuur

        Andere

        Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeenteweg (verkort 'Gemeentewegendecreet) in het bijzonder en zonder zich daartoe te beperken artikelen 18 - 19.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit het rooilijnplan van 18 oktober 2023 opgemaakt door landmeter Bart Degezelle definitief vast te stellen.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

10. Uitvoering meerjarenplan 2026-2031 - opvolgingsrapportering 1e semester 2026 - kennisname

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de opvolgingsrapportering aangaande de uitvoering van het meerjarenplan 2026-2031, voor het eerste semester van 2026.

 

Motivering

 

Vanaf 1 januari 2020 voorziet het Decreet Lokaal Bestuur dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd. Het rapport over het eerste semester van 2026 bevindt zich in bijlage. Er zijn geen wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van de laatste aanpassing van het meerjarenplan, noch in de financiële risico's.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 263, 2e lid Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad neemt kennis van het opvolgingsrapport betreffende de uitvoering van het meerjarenplan 2026-2031 voor het eerste semester van 2026.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

11. Retributiereglement - Gemeentelijke kinderopvang voor kinderen van het kleuter- en basisonderwijs - vaststelling

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het retributiereglement gemeentelijke kinderopvang voor kinderen van het kleuter- en basisonderwijs goed te keuren met ingang van het schooljaar 2026-2027.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 november 2025.

 

Verzoek tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

        Aanpassing prijzen

 

Conform artikel 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Volgend advies van clusterhoofden Burger en Welzijn én Vrije Tijd en Onderwijs werd verleend: positief.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit voorliggend reglement als volgt goed te keuren:

 

 

RETRIBUTIEREGLEMENT gemeentelijke kinderopvang voor kinderen van het kleuter- en basisonderwijs

 

Art. 1. - Er wordt een retributie geheven voor het gebruik van de gemeentelijke kinderopvang voor kinderen van het kleuter- en basisonderwijs.

 

Art. 2. - De retributie is verschuldigd door de personen die gebruik maken van de kinderopvang voor hun (klein)kind(eren) en is gekoppeld aan de verblijfsduur in de kinderopvang van dit (deze)kind(eren).

 

Art. 3. - De retributie voor kinderopvang wordt vastgesteld als volgt en geldt voor zowel de leerlingen van BBO De KIM & De SAM als voor de leerlingen van de gemeentelijke lagere school, tenzij anders vermeld:

 

's morgens, woensdagnamiddag en ’s avonds:

        1,30 euro per kind per begonnen half uur en elk begonnen half uur wordt volledig aangerekend

 

over de middag:

        leerlingen van BBO De KIM & De SAM: 0,50 euro per kind

        leerlingen van de gemeentelijke lagere school: 1,20 euro per kind

 

pedagogische studiedag en lokale vrije dagen op woensdag van 8.00 uur tot 12.00 uur:

        het minimumbedrag bedraagt 5,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 2 uren en maximum 4 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 7,00 euro per kind

        deze bedragen zijn niet cumulatief te rekenen

 

pedagogische studiedag en lokale vrije dagen op maandag, dinsdag of donderdag van 8.00 uur tot 16.00 uur:

        het minimumbedrag bedraagt 5,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 2 uren en maximum 4 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 7,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 4 uren en maximum 5 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 8,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 5 uren en maximum 6 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 9,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 6 uren en maximum 7 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 10,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 7 uren en maximum 8 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 11,00 euro per kind

        deze bedragen zijn niet cumulatief te rekenen

 

pedagogische studiedag en lokale vrije dagen op vrijdag van 8.00 uur tot 15.00 uur:

        het minimumbedrag bedraagt 5,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 2 uren en maximum 4 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 7,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 4 uren en maximum 5 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 8,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 5 uren en maximum 6 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 9,00 euro per kind

        voor opvang die meer dan 6 uren en maximum 7 uren bedraagt, wordt het tarief bepaald op 10,00 euro per kind

        deze bedragen zijn niet cumulatief te rekenen

 

Art. 4. - Het college van burgemeester en schepenen houdt zich het recht voor om de in dit reglement vermelde retributiebedragen, behoudens indien expliciet andersluidend geformuleerd, jaarlijks te indexeren op 1 januari op basis van de gezondheidsindex volgens navolgende formule:

 

Basisbedrag retributie x index december voorafgaand aan de indexatie

index januari 2026

 

Indien het geïndexeerde retributiebedrag decimalen bevat, dan wordt het bedrag afgerond naar de bovenliggende euro.

 

Art. 5. - Voor pedagogische studiedagen en lokale vrije dagen geldt het principe van de voorinschrijving.

 

Art. 6. - De in artikel 3 vermelde retributies moeten betaald worden binnen de 30 dagen na de toezending van de factuur. Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning geschieden met alle geëigende rechtsmiddelen.

 

Art.7. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.8. - Dit retributiereglement is van toepassing vanaf schooljaar 2026-2027 (een schooljaar start op 1 september en eindigt op 31 augustus).

 

Art.9. - Het besluit van gemeenteraad van 27 november 2025 houdende de vaststelling van het retributiereglement gemeentelijke kinderopvang voor kinderen van het kleuter- en basisonderwijs wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement.

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur treedt onderhavig reglement in werking op 1 september 2026.

 

Artikel 4

 

Het gemeenteraadsbesluit van 27 november 2025 "Retributiereglement Kinderopvang", wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement).

  

Artikel5

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 6

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in voorgaand artikel van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

12. Premiereglement - Zorgtoelage - aanpassing - vaststelling

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het premiereglement "Zorgtoelage" goed te keuren met ingang van 1 oktober 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025.

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

 

        Sinds 1 maart 2026 is de oude medisch-sociale schaal van het zorgbudget voor ouderen (ZBO) definitief vervangen door de BelRAI Screener om de zorgbehoefte concreet te beoordelen. Dit geldt enkel voor 66+'ers die na maart 2026 een ZBO aanvrage. Zij ontvangen dan geen FOD-punten, maar worden ingeschaald in een (zorg)categorie. De gemeentelijke zorgtoelage wordt verleend aan mensen met een minimum aan 9 FOD-punten. Categorie 2 komt overeen met deze punten en dit dient ook zo aangevuld te worden in het reglement.

 

Conform artikel 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van subsidiereglementen tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Volgend advies van Clusterhoofd burger en welzijn werd verleend: positief

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 15 juli 2026 en heeft de voorzitter van de gemeenteraad verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraadszitting.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 2, 23° Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 286, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

De gemeenteraad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad besluit voorliggend reglement als volgt goed te keuren:

 

 

PREMIEREGLEMENT ZORGTOELAGE

 

Toepassingsgebied

Art. 1. - Het college van burgemeester en schepenen verleent jaarlijks aan zorgbehoevende inwoners van de gemeente Deerlijk een zorgtoelage. Deze premie wordt slechts toegekend onder de bij dit reglement gestelde voorwaarden.

 

Doelstelling

Art. 2. - Deze premie heeft tot doel het stimuleren van thuiszorg om mensen zo lang mogelijk in het thuismilieu te laten vertoeven.

 

Premiegerechtigde

Art. 3. - De premie kan aangevraagd worden door inwoners van de gemeente Deerlijk die aan de voorwaarden onder artikel 5 voldoen.

 

Bedrag

Art. 4. - De premie bedraagt 25 euro per maand en wordt per kwartaal automatisch uitbetaald. De premie wordt toegekend met terugwerkende kracht tot 1 januari van het jaar van de aanvraag.

 

Voorwaarden

Art. 5. - Om op de gemeentelijke zorgtoelage aanspraak te kunnen maken moet de zorgbehoevende cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

        Minstens 3 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de datum van de aanvraag gedomicilieerd zijn in de gemeente Deerlijk. Dit moet blijken uit de bevolkingsregisters.

        Minstens 18 jaar oud zijn.

        Op datum van de aanvraag thuis verblijven en in de gemeente Deerlijk gedomicilieerd zijn, met uitzondering van het domicilie-adres Dammeke 3, 8540 Deerlijk (De Gavermeersen vzw). Onder ‘thuis verblijven’ wordt verstaan: verblijven op de plaats waar men gedomicilieerd is. Met ‘thuis verblijven’ wordt gelijkgesteld: verblijf in een (semi-)internaat, kortverblijf, dag-of nachtverblijf.

        Zorgbehoevend zijn ten gevolge van ziekte, handicap, ongeval of gevorderde leeftijd en dit bewijzen aan de hand van de verworven puntenscore van de FOD op de medisch-sociale schaal. Om van de zorgtoelage te kunnen genieten dient de zorgbehoevende een puntenscore te hebben hoger dan 9. Er zijn geen restricties inzake maximum puntenscore. Voor 66+’ers waar een BelRAI screening aanwezig is, dient het resultaat van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, minstens categorie 2 te zijn.

 

Art. 6. - De premie wordt stopgezet bij overlijden, verhuis buiten de gemeente of verhuis naar het woonzorgcentrum.

 

Betwistingen

Art. 7. - Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Inwerkingtreding en geldigheidstermijn

Art. 8. - Dit reglement treedt in werking vanaf 1 oktober 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.

 

Art. 9. - Het besluit van de gemeenteraad van 27 november 2025 houdende de vaststelling van het premiereglement Zorgtoelage wordt opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig reglement

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

 

 

De openbare zitting van de gemeenteraad wordt geschorst om te hernemen na de openbare zitting van de OCMW-raad.

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 03 SEPTEMBER 2026

13. Vragen gesteld door raadsleden - kennisname

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de gemeenteraadsleden wordt gevraagd kennis te nemen van de vragen gesteld door raadsleden.

 

Motivering

 

Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de gemeenteraadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden die niet op de agenda van de gemeenteraad staan in het punt 'Vragen gesteld door raadsleden'.

 

Op deze mondelinge vragen wordt, ofwel mondeling ter zitting, ofwel schriftelijk (elektronisch), ten laatste binnen de maand na de vraagstelling geantwoord.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 31 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De gemeenteraad neemt kennis van de door de gemeenteraadsleden gestelde vragen.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.