Deerlijk

Zitting van 26 FEBRUARI 2026

 

Overzicht punten

 

Zitting van 26 FEBRUARI 2026

1. Raad voor maatschappelijk welzijn - 29 januari 2026 - notulen en audio-opname - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd de notulen en de audio-opname van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.

 

Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.

 

Artikel 278 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de raad voor maatschappelijk welzijn kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 74 Decreet Lokaal Bestuur

          Andere:

          Art. 32 en 278 Decreet Lokaal Bestuur

          Art. 32 en 33 Huishoudelijk reglement van de OCMW-raad

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de notulen van de zitting van 29 januari 2026 goed te keuren.

 

Artikel 2

 

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de audio-opname van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 januari 2026 goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 18/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 FEBRUARI 2026

2. Reglement toekenning eretitels aan lokale mandatarissen - vaststelling

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd het reglement 'toekenning eretitels aan lokale mandatarissen' vast te stellen.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft een nieuw reglement. 

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

met het oog op een eenduidige toepassing is het aangewezen om de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van eretitels aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD), vast te stellen bij wijze van reglement.

 

Conform het Decreet Lokaal Bestuur

        kan de raad voor maatschappelijk welzijn de eretitels toekennen, onder de voorwaarden die hij bepaalt,

        aan de leden van het vast bureau (art. 547)

        aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn (art. 537)

        aan de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn (art. 537)

        aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 148)

 

Sinds de integratie van gemeente en OCMW in het Decreet Lokaal Bestuur bestaat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde personen. Zo ook voor het college van burgemeester en schepenen en de leden van het vast bureau. Daarom worden enkel de titels van ere-raadsvoorzitter, ere-raadslid en ere-schepen, opgenomen in het reglement.

 

De goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van een eretitel aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, behoort tot de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Teneinde de hanteerbaarheid en consistentie van het reglement te bevorderen in de toekomst, heeft het vast bureau in zitting van 11 februari 2026 voorgesteld om de procedure en voorwaarden voor toekennen van eretitels aan mandatarissen, te bundelen in één geïntegreerd reglement voor gemeente en OCMW en heeft het de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de gemeenteraad van 26 februari 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 78, 3° Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 148, 286 § 1°, 287, 288, 330, 537 en 547 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

Geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt vast te stellen:

 

REGLEMENT TOEKENNING ERETITELS AAN LOKALE MANDATARISSEN

 

Art. 1. Doel en toepassingsgebied

 

Dit reglement regelt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de titels ere-voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn (hierna: ere-raadsvoorzitter), ere-schepen/lid vast bureau (hierna ere-schepen), ere-gemeenteraadslid/lid OCMW-raad (hierna: ere-raadslid) en ere-lid BCSD in de gemeente Deerlijk. De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn beslissen over de toekenning van deze eretitels.

Het toekennen van de titel van ere-burgemeester valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid en wordt aldus geregeld middels de voorwaarden zoals bepaald door de Vlaamse overheid.

 

Art. 2. Algemene principes

 

  1. De eretitel is een onderscheiding tot beloning van een langdurige en eervolle loopbaan  die de mandataris heeft uitgeoefend in de gemeente Deerlijk en verleent geen financieel recht of voordeel.
  2. De eretitel mag niet worden gevoerd gedurende de periode waarin het overeenkomstige mandaat effectief wordt uitgeoefend.
  3. De eretitel mag niet worden gevoerd door een persoon die bezoldigd is door de gemeente of het OCMW, zolang die bezoldigde relatie bestaat.
  4. De genoemde periodes hoeven niet aaneensluitend te zijn.
  5. De betrokkene is van onberispelijk gedrag.

 

Art. 3. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-raadsvoorzitter

 

        De betrokkene heeft

        minstens 10 jaar het ambt van voorzitter van de gemeenteraad uitgeoefend;

  OF 

        minstens 6 jaar het ambt van voorzitter van de gemeenteraad uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 12 jaar het mandaat van gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn uitgeoefend.

 

Art. 4. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-raadslid

 

        De betrokkene heeft ten minste 18 jaar effectief gezeteld in de gemeenteraad.

        Hierbij worden de jaren als lid van de OCMW-raad van voor 2019, ook opgeteld.

 

Art. 5. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-schepen

 

        De betrokkene heeft

        minstens 10 jaar het ambt van schepen uitgeoefend;

  OF

        minstens 6 jaar schepen het ambt van schepen uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 6 jaar het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn uitgeoefend;

  OF

        minstens 6 jaar het ambt van schepen uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 12 jaar het mandaat van gemeenteraadslid/lid van de raad voor maatschappelijk welzijn/lid van het bijzonder comité uitgeoefend.

 

Art. 6. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-lid BCSD

 

        De betrokkene heeft ten minste 18 jaar effectief gezeteld in het BCSD.

        Hierbij worden de jaren als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van voor 2019, ook opgeteld.

 

Art. 7. Voorrangsregels en incompatibiliteiten

 

Voor de eretitels geldt onderstaande hiërarchie, waarbij een hogere titel voorrang heeft op een lagere; wanneer een hogere titel wordt toegekend, kan een lagere titel niet (langer) worden gedragen.

         Ere-burgemeester (toekenning = bevoegdheid hogere overheid)

         Ere-raadsvoorzitter

         Ere-schepen

         Ere-raadslid

         Ere-lid BCSD 

 

Art. 8. Procedure en aanvraag

 

        De aanvraag tot toekenning van een eretitel gebeurt door het aftredende of reeds afgetreden raadslid, gemeenteraadsvoorzitter, schepen, voorzitter BCSD of lid BCSD, per mail of schriftelijk (gedateerd en ondertekend) en is vergezeld van een recent uittreksel uit het strafregister.

        De procedure kan eveneens gestart worden door het college van burgemeester en schepenen (of vast bureau voor de voorzitter of lid BCSD). In dit geval is de schriftelijke instemming van betrokkene vereist.

        Het college van burgemeester en schepenen (of vast bureau voor de voorzitter of lid BCSD) onderzoekt of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan en verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD) om de toekenning van de eretitel te agenderen op de gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD).

        De gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD) beslist over de toekenning in openbare zitting. Dit gebeurt éénmalig, tijdens het eerste kwartaal van een nieuwe legislatuur voor de mandatarissen die tijdens de daaraan voorafgaande legislatuur uit functie zijn getreden en aan de voorwaarden voldoen.

        De aanvraag bevat minstens: een overzicht van de mandaatperiodes, een verklaring op eer dat aan de voorwaarden is voldaan en het bewijs van goed gedrag en zeden indien van toepassing.

        De eretitel kan postuum worden toegekend op verzoek van de nabestaanden.

 

Art. 9. Intrekking van de eretitel

 

        De gemeenteraad kan de eretitel intrekken bij met redenen omkleed besluit in geheime zitting.

 

Art. 10. Overgangs- en telregels

 

        Voor de berekening van de vereiste mandaatjaren worden periodes van wettelijke verhindering meegeteld conform het Decreet Lokaal Bestuur.

        Alle jaren dat iemand een politiek mandaat heeft uitgeoefend in een vroegere gemeente, die later is gefusioneerd of aangehecht aan een nieuwe gemeente, tellen volledig mee alsof ze in de huidige gemeente zelf zijn uitgeoefend.

 

Art. 11. Uitnodiging

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist op welke evenementen de mandatarissen die de eretitel toegekend kregen, worden uitgenodigd.

 

Art. 12. Inwerkingtreding

 

Dit reglement treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de website.

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, §2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voormelde bekendmaking ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

 

Publicatiedatum: 18/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 FEBRUARI 2026

3. Meerjarenplan 2026-2031 - goedkeuring toezichthoudende overheid - kennisname

 

 

 

Aanleiding en context

 

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring van de toezichthoudende overheid van het meerjarenplan 2026-2031.

 

Motivering

 

Op 18 december 2025 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.

 

Op 30 januari 2026 heeft de gouverneur het meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd met één inhoudelijke vaststelling, namelijk dat het verwerken van de jaarrekening 2024 in het meerjarenplan onvoldoende was toegelicht.  Na het bezorgen van een bijkomende toelichting werd vastgesteld dat de jaarrekening 2024 wel degelijk werd verwerkt.

 

De brief die wij hierover ontvingen, en de bijkomende toelichting, bevinden zich in bijlage.  Zoals elk jaar zijn er ook een aantal eerder technische, boekhoudkundige of vormelijke bemerkingen die helpen de kwaliteit van de beleidsrapporten in de toekomst te verbeteren.

 

Conform het Decreet Lokaal Bestuur wordt deze vaststelling ter kennis gebracht van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 332, §1, 3e lid Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031.

 

 

Publicatiedatum: 18/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 FEBRUARI 2026

4. Samenwerkingsovereenkomst - Adviesbevoegdheid betreffende indicering in kader van het decreet collectief maatwerk en decreet individueel maatwerk - goedkeuring

 

 

 

Aanleiding en context

 

De raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd de samenwerkingsovereenkomst met de VDAB betreffende indicering goed te keuren.

 

Motivering

 

Om personen die nood hebben aan ondersteuning via individueel of collectief maatwerk verder te kunnen helpen, indiceert de VDAB personen met een arbeidsbeperking. Om dat proces te kunnen versnellen en optimaliseren, kijkt men nu naar de lokale besturen om het indiceren op hen te nemen. Om de tewerkstellingskansen voor personen met een arbeidsbeperking te versterken, is een vlotte toeleiding namelijk cruciaal.

 

Met indicering wordt bedoeld de vaststelling van de behoefte aan werkondersteunende maatregelen door VDAB, wat tot gevolg heeft dat iemand kan erkend worden als persoon met een arbeidsbeperking en op basis hiervan werkondersteunende maatregelen kan krijgen.

 

Deze indicering wordt uitgevoerd door VDAB of een door VDAB aangewezen dienst. Deze aangewezen diensten kunnen enkel een advies in het kader van indicering uitbrengen aan VDAB, maar het is altijd VDAB die een beslissing neemt en rechten/adviezen toekent met een bijhorend werkondersteuningspakket. Het is ook VDAB die de behoefte aan ondersteuning op de werkvloer uitklaart aan de hand van een evaluatie.

 

VDAB wil beroep doen op een aantal gespecialiseerde dienstverleners die in het kader van hun taak als trajectbegeleidingsdienst voor burgers, kosteloos en onder de voorwaarden zoals bepaald in deze samenwerkingsovereenkomst, een advies in het kader van indicering uitbrengen.

 

Vandaag hebben circa 93 lokale besturen een door de VDAB opgeleide erkende ICF indiceringsconsulent (circa 116 erkende opgeleide ICF indiceringsconsulenten), hetzij ingebed in de eigen werking (OCMW), hetzij via een intergemeentelijk samenwerkingsverband. Vanuit Vlaanderen stimuleert men daarom alle lokale besturen/OCMW's sterk om met VDAB een samenwerkingsovereenkomst adviesbevoegdheid betreffende indicering i.h.k.v. het decreet collectief maatwerk en het decreet individueel maatwerk af te sluiten en een indiceringsconsulent te laten opleiden (door VDAB) en effectief aan te stellen, hetzij in de schoot van het eigen OCMW ofwel in een intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

Lokale besturen met door VDAB opgeleide indiceringscapaciteit dienen actief de rol van indiceerder op te nemen. In de overkoepelende samenwerkingsovereenkomst tussen VDAB en de OCMW's zullen afspraken gemaakt worden om de bijdragen van OCMW's in het indiceringsproces te verhogen. De samenwerking met door VDAB opgeleide erkende ICF indiceringsconsulenten bij de OCMW’s zal een positief effect hebben op de doorlooptijd van een ICF indiceringsprocedure.

 

Vanuit het oogpunt van administratieve vereenvoudiging en vanuit het 'één loket-principe' is het

aangewezen dat de door VDAB opgeleide erkende ICF indiceringsconsulent kan indiceren met het oog op het onderbouwen van een aanvraag van een advies ‘collectief maatwerk’, een advies ‘individueel maatwerk’ of een advies ‘AMA SE’ (of een advies ‘AMA Welzijn’), wat de OCMW-cliënten betreft.

 

Met het oog op het behalen van bovenstaande Vlaamse doelstelling willen we vanuit het OCMW van Deerlijk zo'n samenwerkingsovereenkomst aangaan met de VDAB.

 

Het vast bureau heeft voorliggende samenwerkingsovereenkomst besproken in zitting van 11 februari 2026 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van deze samenwerkingsovereenkomst te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 78, 6° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

De OCMW-raad besluit met 0 ja-stemmen:

 

Artikel 1

 

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de samenwerkingsovereenkomst met de VDAB betreffende indicering, zoals toegevoegd in bijlage, goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 18/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.