Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 10 december 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 10 december 2025.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 10 december 2025 goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.2. Gebruiksovereenkomst Bokkeslot - verlenging - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de verlenging van de gebruiksovereenkomst met VZW Bokkeslot goed te keuren.
Motivering
In zitting van 31 januari 2024 besliste het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van gebruiksovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en VZW Bokkeslot, met betrekking tot onroerende goederen gelegen te Deerlijk langs de Vichtesteenweg 65 en langs de Bontestierstraat, goed te keuren.
Er wordt voorgesteld een nieuwe gebruiksovereenkomst af te sluiten voor de duur van 2 jaar. De overeenkomst kan na onderlinge overeenstemming verlengd worden.
De intentie is om vervolgens een langdurig erfpachtrecht in het voordeel van VZW Bokkeslot te vestigen. Hieromtrent dienen nog de nodige afspraken te worden gemaakt vooraleer hiervoor een akte kan worden opgemaakt.
Het clusterhoofd ruimte gaf positief advies.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 1° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akkoord te gaan met het ontwerp van gebruiksovereenkomst tussen gemeente Deerlijk en VZW Bokkeslot, met betrekking tot onroerende goederen gelegen te Deerlijk langs de Vichtesteenweg 65 en langs de Bontestierstraat, in bijlage bij huidig besluit gevoegd.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.3. Upgrade Windows Server Datacenter 2016 naar 2025 - afname via raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud-abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma’s m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlening van Cipal dv - gunning - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de gunning van de opdracht “Upgrade Windows Server Datacenter 2016 naar 2025” via de raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud-abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma’s m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlening van Cipal dv goed te keuren.
Motivering
De huidige Windows Server Datacenter 2016-licentie bereikt het einde van haar ondersteunde levenscyclus. Een upgrade naar Windows Server 2025 is noodzakelijk om continuïteit, veiligheid en ondersteuning van onze IT-infrastructuur te waarborgen.
Voorstel
Aankoop en implementatie van Windows Server 2025 Datacenter licenties met bijbehorende gebruikerslicenties (CAL's).
Investeringsoverzicht
De totale investeringskost bedraagt 66.209,50 euro (excl. BTW) en omvat:
● 64 Datacenter Core licenties (€52.374,40): basislicentie voor de serverinfrastructuur, gebaseerd op het aantal processorkernen;
● 180 User CAL's (8.789,40 euro): toegangslicenties voor gebruikers tot de serveromgeving;
● 30 Remote Desktop Services User CAL's (5.045,70 euro): licenties voor medewerkers die op afstand werken via terminal services.
Voordelen upgrade
● beveiligingsondersteuning: voortzetting van essentiële security-updates en patches;
● compliance: voldoen aan wettelijke vereisten voor actuele software-ondersteuning;
● stabiliteit: verbeterde prestaties en betrouwbaarheid van IT-dienstverlening;
● technische ondersteuning: gegarandeerde support van Microsoft.
Risico's bij niet-upgraden
● Zonder upgrade vervalt de Microsoft-ondersteuning, wat leidt tot verhoogde cybersecurity-risico's, mogelijke non-compliance en toenemende kwetsbaarheid van onze digitale infrastructuur.
Deze leveringen kunnen gebeuren via de raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud-abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma’s m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlening die Cipal dv sloot op basis van het bestek CSMRTSOFT23b met de ondernemer SoftwareONE BE BV, Esplanade 1 te 1020 Brussel.
De gemeenteraad keurde de toetreding tot deze raamovereenkomst goed in zitting van 30 januari 2025.
De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelt voor om, rekening houdend met het voorgaande, de opdracht “Upgrade Windows Server Datacenter 2016 naar 2025” te gunnen aan SoftwareONE BE BV tegen het nagerekende offertebedrag van 66.209,50 euro excl. btw of 80.113,50 euro incl. 21 % btw.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
○ Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
○ De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
○ De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143.000,00 euro niet), en meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.
○ Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
○ Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Adviezen
De expert IT verleent positief advies.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Bestelbedrag | 66.209,50 euro excl. btw of 80.113,50 euro incl. btw |
Actie | Serververnieuwing (A-2.6.7) |
Jaarbudgetrekening | 0190-00/24100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN |
Visum | G-2025-58 dd. 17/12/2025 |
BESLUIT
Artikel 1
De opdracht “Upgrade Windows Server Datacenter 2016 naar 2025” wordt gegund aan SoftwareONE BE BV, tegen het nagerekende offertebedrag van 66.209,50 euro excl. btw of 80.113,50 euro incl. 21 % btw, via de raamovereenkomst voor de verwerving van licenties, gebruiksrechten, cloud-abonnementen, onderhouds- en ondersteuningsprogramma’s m.b.t. standaard software en bijhorende dienstverlening die Cipal dv sloot op basis van het bestek CSMRTSOFT23b.
Artikel 2
De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2025, op jaarbudgetrekening 0190-00/24100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie A-2.6.7).
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.4. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Verbroederingscomité Neunkirchen-am-Brand - verslag van de vergadering van 9 december 2025
● Centraal feestcomité - verslag van de vergadering van 4 december 2025
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.5. Vrijwilligersovereenkomst hostessen 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de vrijwilligersovereenkomst 2026 voor de gemeentelijke hostessen, goed te keuren.
Motivering
Voor het organiseren van gemeentelijke recepties doet het lokaal bestuur beroep op hostessen. Deze vrijwilligers dienen een vrijwilligersovereenkomst te ondertekenen.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen keurt de vrijwilligersovereenkomst 2026 voor de gemeentelijke hostessen goed, mits aanpassing van de onkostenvergoeding voor prestaties van meer dan 2 uren, aan de geïndexeerde maximale vrijwilligersvergoeding/dag voor 2026. Deze is op dit ogenblik nog niet gekend maar bedroeg in 2025, 42,31 euro.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.6. Receptionele aangelegenheden - goedkeuring
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.7. Jeugdraad - verslag van 2 november 2025 - kennisname
Aanleiding en context
De jeugdraad hield een vergadering op 2 november 2025.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd in een volgende zitting van 7 december 2025.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.8. Renovatiedossier Chiro Joeki - sandwichpanelen - principiële goedkeuring - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de principiële aanvraag van Chiro Joeki voor de premie renovatie- en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen goed te keuren.
Motivering
Het premiereglement voor renovatie- en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 25 maart 2021, stipuleert dat indien de totale kostprijs van de werken hoger is dan 3.000 euro (incl. BTW) er eerst een principiële aanvraag dient te gebeuren en dit ten laatste 3 maanden voor de start van de werken.
De geplande werken zouden starten op 3 januari 2026.
Chiro Joeki diende een principiële aanvraag in op 25 november 2025 en de totale kostprijs van de werken bedraagt 3.115,75 euro.
De aanvraag gaat over volgende werken die volgens de voorwaarden in het premiereglement in aanmerking komen:
● Onderhoudswerken aan gebouwen en installaties
● Structurele werken
● Stabiliteitswerken
● Veiligheidswerken
● Investeringen in energiebesparende maatregelen
● Werken in functie van de toegankelijkheid van het jeugdlokaal
● Werken aan nutsvoorzieningen
● Gas, water en elektriciteit.
● Afwerking binnenin het gebouw
● Vloeren, binnendeuren, schuifwanden etc.
● Verfraaiingswerken
Volgens artikel 4 van het premiereglement bedraagt de premie 50 % van de kostprijs van de uitgevoerde werken voor structurele werken.
Voor een jeugdvereniging kan de premie maximaal 10.000 euro bedragen per kalenderjaar.
Chiro Joeki ontving reeds in 2025 een premie van 1.527,33 euro Zij kunnen dus nog een aanvraag indienen in hetzelfde jaar voor een premie van max. 8.472,67 euro.
● Intern:
Hoofd cluster ruimte
en
● Extern:
Jeugdraad
Positief advies tot principiële goedkeuring.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: premiereglement renovatie- en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 25 maart 2021
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 1.557,88 euro |
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | GBB / 0750-00 / 64910027 |
Visum | geen visum |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag van Chiro Joeki voor principiële toekenning voor de premie renovatie en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.9. Jeugdraad - tussenkomst werkingsuitgaven jeugdraad 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de werkingsuitgaven voor 2025, over te maken aan de jeugdraad.
Motivering
Het dagelijks bestuur van de jeugdraad heeft een opsomming gemaakt van de werkingskosten van het jaar 2025.
Deze werden ook voorgelegd aan de jeugdraad van 7 december 2025.
Werkingsuitgaven |
|
Receptie- en representatiekosten | 957,10 euro |
Werkingsuitgaven | 45,00 euro |
|
|
|
|
TOTAAL | 1.002,10 euro |
Een detail van al deze werkingsuitgaven is terug te vinden in bijlage.
Duiding:
Concreet komt dit neer op een totaal van 1.002,10 euro. Belangrijk om hierbij op te merken is dat het bedankingsetentje van 2024 dat plaatsvond op 15 december 2024 niet in de aanvraag van de werkingskosten van 2024 zat en toegevoegd werd aan voorliggende aanvraag.
Het bedankingsetentje van 2025 moet nog plaatsvinden. Er wordt hiervoor een voorschot gevraagd dat in lijn is met de gemaakte kosten voor het bedankingsetentje van 2024.
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 1.002,10 euro |
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | GBB / 0750-00 / 64410004 |
Visum | Geen visum |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de tussenkomst in de werkingsuitgaven van de jeugdraad Deerlijk, voor een bedrag van 1.002,10 euro, over te maken op rekeningnummer BE32 0015 8216 7202 van Jeugdraad Deerlijk, op naam van Casper Ockier (penningmeester), Stasegemstraat 7 te Deerlijk.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.10. Investeringspremie Bokkeslot 2024-2025 - bewijslast en uitbetaling Bokkeslot - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het overig bedrag van de investeringspremie ter waarde van 12.000 euro uit te betalen aan kinderboerderij Bokkeslot en kennis te nemen van de bewijslast in het werkjaar 2024 en 2025.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 5 november 2025 een aangepaste investeringspremie voor kinderboerderij Bokkeslot principieel goed.
De raming van de principieel goedgekeurde investeringspremie bedroeg 10.000 euro. In deze raming kwamen volgende zaken ter sprake:
Site Tapuitstraat:
Installatie van een (verplaatsbare) koelcel: 5.000 euro. De totale kost van het plaatsen van deze koelcel is geraamd op 15.500 euro. Conform het investeringsreglement zochten we hiervoor ook naar andere financieringsbronnen en met succes want 65 % van de aankoop en plaatsing van deze koelcel wordt gefinancierd vanuit het project ‘plattelandsstrategie’ van de provincie West-Vlaanderen. Gelet op de voorziene verhuis binnen enkele jaren kan deze koelcel uiteraard op termijn ook verplaatst worden naar de site Vichtesteenweg.
Site Vichtesteenweg:
Verdere renovatie grote stal: 2.000 euro.
● Site Tapuitstraat
○ installatie van een (verplaatsbare) koelcel 5.000 euro (2025);
○ onverwachte nood aan vervanging van de cv-ketel 3.800 euro (2025)
■ waarvan er al 800 euro was ingepland voor herstellingswerken in 2024;
● Site Vichtesteenweg
○ verdere renovatie grote stal 2.000 euro (2025);
○ een deel van de omheiningen worden tijdelijk uitgesteld. 1.000 euro (2024)
■ origineel bedrag van 4.000 euro werd aangepast waarbij er 3.000 euro naar de cv-ketel gaat voor 2025.
De totale investeringspremie die principieel goedgekeurd is wordt geraamd op 10.000 euro.
Artikel 5 van het premiereglement stelt dat de premie 100 % van de kostprijs van de uitgevoerde investeringswerken bedraagt, met een maximum van 30.000 euro per beleidsperiode. Kinderboerderij Bokkeslot heeft een eerdere investeringspremie ontvangen in 2024 met het opvragen van een voorschot van 18.000 euro. Hiervoor is de bewijslast terug te vinden in bijlage.
Artikel 7 van het premiereglement stelt dat bij elk principe-aanvraagdossier advies wordt ingewonnen bij het omgevingsloket. Zoals gesteld in artikel 4 van het reglement staat een principiële goedkeuring van de investeringspremie immers niet gelijk aan het verkrijgen van een vergunning voor bepaalde werken. Vergunningen dienen steeds via de gangbare weg aangevraagd te worden bij de bevoegde instanties
De totale kosten van vzw Kinderboerderij Bokkeslot komen neer op 31.245, 38 euro die Bokkeslot geïnvesteerd heeft in de periode 2024-2025. Momenteel is er nog 12.000 euro budget voorzien vanuit de investeringspremie waarbij het totaalbedrag op 30.000 euro per beleidsperiode bedraagt. Vzw Bokkeslot heeft dan ook recht om het overig bedrag van de investeringspremie op te vragen. Het overzichtskader van de voorbije beleidsperiode is hieronder te vinden.
| Overzicht investeringspremie |
|
|
Jaar aanvraag |
|
|
|
| Site Tapuitstraat (11.000 euro) | Raming | Werkelijke factuur |
2024 | Brandcentrale | 1.000,00 euro | 871,93 euro |
2024 | Brandblustoestellen | 1.200,00 euro | / |
2024 | Koelcel | 5.000,00 euro | 5.364,84 euro |
2025 | Herstellingswerken | 3.800,00 euro | 3.562,66 euro |
|
|
|
|
| Site Vichtestraat (19.000 Euro) |
|
|
2024 | Citernen | 6.000,00 euro | 6.000,73 euro |
2024/2025 | Grote Stal | 12.000,00 euro | 14.450,62 euro |
2024 | Omheining | 1.000,00 euro | 994,60 euro |
Totaal |
| 30.000,00 euro | 31.245,38 euro |
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art.56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 12.000 euro |
Actie | Toegestane investeringssubsidies kinderboerderij Bokkeslot |
Jaarbudgetrekening | GBB/0750-00/66400008 |
Visum | G-2025-57 |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het overig bedrag van de investeringspremie ter waarde van 12.000 euro uit te betalen aan kinderboerderij Bokkeslot
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de bewijslast/facturatie van het werkjaar 2024-2025.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.11. Feestelijkheden - Centraal feestcomité - uitbetaling toelage straatfeesten 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorziene subsidie voor straatfeesten en de verdeling ervan goed te keuren.
Motivering
Er werden 24 aanvragen voor betoelaging van straatfeesten ingediend. Op de vergadering van het Centraal Feestcomité van donderdag 4 december 2025 werden deze aanvragen en overeenkomstige aanvraagformulieren behandeld.
Het door het gemeentebestuur voorziene totale bedrag voor straatfeesten bedraagt 3.500 euro met een maximum van 150 euro per straatfeest.
Het Centraal Feestcomité verzoekt het gemeentebestuur om de toelagen voor straatfeesten over te maken en bezorgt daarbij een overzicht van de aanvragen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 3.500 euro (straatfeesten) |
Actie | Feestcomités |
Jaarbudgetrekening | GBB-0719-00/614420008 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de voorziene premie van 3.500 euro uit te betalen aan de diverse begunstigden als volgt:
Nr | Straatfeest | Contactpersoon | Rekeningnummer | Toelage in euro |
1. | Greta Vercruysse | De Cassinastraat | BE28 7384 0821 4620 | 145,83 |
2. | Dylan Vansteenkiste | Breestraat - Vichtestraat | BE33 9502 6149 4046 | 145,83 |
3. | Dorien Devolder | H. Consciencelaan | BE44 7785 3299 4645 | 145,83 |
4. | Jonathan Callens | Vichteknokstraat | BE73 9792 6729 8760 | 145,83 |
5. | Thijs Delerue | Oudenaardse Heerweg | BE87 9734 2214 0394 | 145,83 |
6. | Daan Debuysere | Braamakkerstraat | BE71 7360 1874 0969 | 145,83 |
7. | Tom Mauroo | Paterstraat | BE11 4653 3596 1148 | 145,83 |
8. | Dorine Vanhee | Biesbeke | BE29 7460 4513 5764 | 145,83 |
9. | Bruno Kerckhof | Roelskouter | BE72 7507 0526 3116 | 145,83 |
10. | Eddy Desmet | Mezenlaan | BE45 7384 3006 5989 | 145,83 |
11. | Bert Destoop | Veldstraat | BE84 7330 0657 9559 | 145,83 |
12. | Stijn Eeckhout | Pontstraat | BE07 7380 1354 5666 | 145,83 |
13. | Eva Solomé | Vrijeigen | BE87 0357 5546 0794 | 145,83 |
14. | Frank Feys | Boshoek | BE02 7480 3020 9240 | 145,83 |
15. | Patrick Verhaeghe | Dammeke | BE63 0016 2900 9108 | 145,83 |
16. | Steven Meyhui | Heulselaan | BE63 7506 6030 2808 | 145,83 |
17. | Jurgen Beke | Guido Gezellelaan | BE07 9734 7483 7666 | 145,83 |
18. | Geert Bulckaen | Europalaan | BE46 7480 2150 7936 | 145,83 |
19. | Martin Desplenter | Desselgemse Steenweg | BE66 7384 0632 5443 | 145,83 |
20. | Leen Thys | Wafelstraat | BE29 3770 0731 6564 | 145,83 |
21. | Kurt Vandecasteele | Schepen Paul Vanaverbekestraat | BE81 8538 7066 1524 | 145,83
|
22. | Geert De Ketele | Elf novemberlaan - Vichtesteenweg | BE57 3854 1811 5735 | 145,83
|
23. | Brecht Versteele | Stijn Streuvelslaan | BE03 0636 5012 8084 | 145,83 |
24. | Pieter Deweer | Jagershof (Keizelbergstraat) | BE10 1044 1152 7904 | 145,83 |
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.12. Feestelijkheden - Lijst ten lasteneming UNISONO voor feest- en gemeentelijke activiteiten - januari en februari 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de lijst van feest- en gemeentelijke activiteiten waarvoor de gemeente de UNISONO- vergoeding op zich neemt, goed te keuren.
Motivering
Aangiftes van manifestaties, voorstellingen en/of evenementen met muziekgebruik en/of toneeluitvoeringen en evenementen dienen te gebeuren via de online applicatie van UNISONO.
De gemeentediensten voorzien in deze aangiftes van alle betreffende gemeentelijke activiteiten. Jaarlijks engageert de gemeente zich om naast de eigen activiteiten ook de aangifte van een aantal andere activiteiten met een zekere uitstraling voor de gemeente, op zich te nemen.
Volgende feest- en gemeentelijke activiteiten zullen voor januari en februari 2026 via de respectievelijke online applicatie doorgegeven worden:
● Wielerwedstrijden
○ Clubkampioenschap KSV, 22 februari 2026
● Andere activiteiten
○ Feest van de burger, 3 januari 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming | 213 euro |
Actie | Auteursrechten, vergoedingen voor optredens, enz ... voor overige evenementen |
Jaarbudgetrekening | GBB-CBS/0719-00/61320000 |
Visum | neen |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de lijst van feest- en gemeentelijke activiteiten waarvoor de gemeente de UNISONO- vergoeding op zich neemt, goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.13. Evenementen - Scouts Deerlijk - Nieuwjaarsreceptie - 10 januari 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 7 december 2025 werd een aanvraag ingediend door Scouts & Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Nieuwjaarsreceptie |
Organisator | Scouts & Gidsen Deerlijk |
Datum | 10 en 11 december 2026 |
Plaats | Vercruysse de Solartstraat 28, Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
Contactpersoon | Naam | Scouts & Gidsen Deerlijk |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Nieuwjaarsreceptie |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent | / |
| Open lucht | / |
Adres | Naam gebouw |
|
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
95 dB(A) Dj-muziek
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | Zaterdag 10/01/2026 om 18.00 uur |
Einde | Zondag 11/01/2026 om 3.00 uur
|
en
Duur |
|
Begin | Zondag 11/01/2026 om 14.00 uur |
Einde | Zondag 11/01/2026 om 20.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario:
| Einduur: | Afbouwscenario geluidsnormen: |
zaterdagavond | 03.00 uur | ● Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 02.30 uur ● Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 3.00 uur |
zondagavond
| 20.00 uur
| ● Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 19.30 uur ● Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 20.00 uur |
Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://www.hvzfluvia.be/organiseer-veilig.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A), niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | Zaterdag 10/01/2026 om 18.00 uur |
Einde | Zondag 11/01/2026 om 3.00 uur |
en
Duur |
|
Begin | Zondag 11/01/2026 om 14.00 uur |
Einde | Zondag 11/01/2026 om 20.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario:
| Einduur: | Afbouwscenario geluidsnormen: |
zaterdagavond | 03.00 uur | Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 02.30 uur Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 3.00 uur |
zondagavond
| 20.00 uur
|
Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 19.30 uur Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 20.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdagavond 10 januari 2026 om 03.00 uur en op zondagavond 11 januari 2026 om 20.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.14. Feestelijkheden - plaatsen werfhekkens ter promotie van Nieuwjaarsreceptie Molenhoek 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het plaatsen van werfhekkens op ingangswegen ter promotie van de Nieuwjaarsreceptie Molenhoek op 11 januari 2026.
Motivering
Het Feestbestuur Molenhoek vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te gebruiken op het kruispunt Molenhoek voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van de Nieuwjaarsreceptie Molenhoek 2026.
Concreet vraagt de organisator om op volgende plaats de werfhekkens in driehoeksvorm te gebruiken:
● Waregemstraat Molenhoek
De organisator vraagt of de werfhekkens gebruikt kunnen worden na afloop van de promotie in het kader van de Kerstcorrida (goedkeuring per besluit college van burgemeester en schepenen in zitting van 19 november 2025), m.a.w. vanaf 25 december 2025 tot en met afloop van hun Nieuwjaarsreceptie op 11 januari 2026.
Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden volgende locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:
● kruispunt Molenhoek
● recht tegenover kerk Sint-Lodewijk
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
● kruispunt Belgiek
● Statie (dicht bij de overweg)
Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseren de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op bovenstaande vijf reeds eerder goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het Feestbestuur Molenhoek toelating/medewerking te verlenen ter promotie van de Nieuwjaarsreceptie Molenhoek 2026, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locatie, en dit vanaf 25 december 2025 tot en met 12 januari 2026:
● Waregemstraat Molenhoek
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.15. Feestelijkheden - Centraal feestcomité - nieuwjaarsreceptie burger - 3 januari 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Er werd een aanvraag ingediend door het Centraal feestcomité voor volgend evenement:
Naam evenement | Nieuwjaarsreceptie voor de burger |
Organisator | Centraal feestcomité |
Datum | zaterdag 3 januari 2026 |
Plaats | Sporthal Gaverhal Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag gebruik van de gemeentelijke roosters voor het ophangen van publiciteitsborden
Tijdelijke publiciteit op het openbaar domein naar aanleiding van manifestaties van culturele, levensbeschouwelijke, liefdadige of sportieve aard kunnen enkel gebeuren op de daartoe door de gemeente ter beschikking gestelde roosters. De aanvraag dient gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen.
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
Contactpersoon | Naam | Rudy Verhulst |
| Adres | Ketsersstraat 17 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | NJ- receptie voor de burger |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht | X |
Adres | Naam gebouw | Sporthal Gaverhal |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 30 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
85 dB(A)
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
Duur |
|
Begin | zaterdag 3 januari 2026 om 18.00 uur |
Einde | zaterdag 3 januari 2026 om 23.00 uur |
Het betreft een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid, waarbij de aangevraagde activiteit beperkt is in duur en al dan niet plaatsvindt in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 3 januari 2026 om 23.00 uur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
● aanvraag politionele medewerking
Parkeerverbod op zaterdag 3 januari 2026 van 12.00 uur tot en met 24.00 uur op volgende plaatsen:
● volledige parkeerzone tussen het kinderdagverblijf en de sporthal: voorbehouden voor standhouders, medewerkers, artiesten en het Rode Kruis;
● parkeerstrook tussen de sporthal en de walle (volledige inrit richting cafetaria): voorbehouden voor standhouders;
● 2 parkeerplaatsen op parkeerzone ter hoogte van de tennisvelden: voorbehouden voor de hulpdiensten.
PZ Gavers verleende op 15 december 2025 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3171365.
● aanvraag gemeentelijke medewerking
Het Centraal feestcomité vraagt operationele en logistieke ondersteuning voor:
● het op- en afbouwen van het podium in de sporthal;
● het ophangen en bevestigen van sfeerverlichting rond de sporthal;
● het plaatsen van de geluidsinstallatie en -boxen;
● het plaatsen van het springkasteel;
● het ter beschikking stellen van de witte tafelhoezen voor de receptietafels en bijkomende bartafels;
● het voorzien van elektrische aansluitingen voor de deelnemende standhouders alsook voor de sfeerverlichting.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://www.hvzfluvia.be/organiseer-veilig.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst opmaken met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid, beiden uitgevoerd door een EDTC).
De voorgaande jaren werden er afvaltonnen voorzien maar dit jaar, gezien die verstrengde wetgeving op vlak van sorteren, zou organisator best eilandjes bestellen bij IMOG.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Gebruik van de gemeentelijke roosters voor het ophangen van publiciteitsborden
■ Art. 221-224 Algemene politieverordening
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank - Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen staat toe dat de gemeentelijke roosters worden gebruikt voor het ophangen van publiciteitsborden in het kader van dit evenement.
Voor de praktische afhandeling (ophalen en terugbrengen borden) dient contact opgenomen te worden met het vrijetijdspunt op het telefoonnummer 056 71 89 81 of via mail aan vrijetijd@deerlijk.be.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 4
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | zaterdag 3 januari 2026 om 18.00 uur |
Einde | zaterdag 3 januari 2026 om 23.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 3 januari 2026.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 5
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 7
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de gevraagde gemeentelijke medewerking.
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Louis Vanderbeken Karel Bauters Regine Rooryck Claude Croes Lies De Witte Marleen Prat Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Regine Rooryck Claude Croes Lies De Witte Marleen Prat Jo Tijtgat aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.16. LO - vaste benoemingen - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.17. OMV Windenergieproject Waregem E17 - aanstellen advocaat - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor het aanstellen van een advocaat om ondersteuning te bieden bij de adviesaanvraag in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het windmolenproject Waregem E17 (project 2025104921).
Motivering
Er werd een omgevingsvergunningsaanvraag voor een windmolenproject Waregemstraat E17 (project 2025104921) ingediend door Aspiravi.
In het kader van dit dossier ontvingen we op 5 december 2025 de vraag om het openbaar onderzoek te organiseren. Op 9 december 2025 ontvingen we de vraag om een advies te verlenen in dit dossier. Het advies moet uitgebracht worden tegen 28 januari 2026.
Er wordt voorgesteld om Wim Rasschaert Advocatenkantoor, Gentse Steenweg 323 | 9620 Leeuwergem (Zottegem) aan te stellen om te ondersteunen in dit dossier.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 en 298 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het aanstellen van Wim Rasschaert Advocatenkantoor, Gentse Steenweg 323, 9620 Leeuwergem (Zottegem) als ondersteuning in het dossier 'omgevingsvergunningsaanvraag Windenergieproject Waregem E17 (project 2025104921)' goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.18. Elektronische mededeling van persoonsgegevens - protocol tussen IMOG en gemeente Deerlijk - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het protocol voor de doorgifte van persoonsgegevens aan de afvalintercommunale IMOG goed te keuren.
Motivering
De afvalintercommunale IMOG bezorgde in juni 2025 een ontwerp protocol voor de doorgifte van persoonsgegevens aan de lokale besturen die deelgenoot zijn in de intercommunale.
De vraag voor doorgifte kaderde in het lokaal materialenplan en de nieuwe afvalophaling die van start gaan in 2026.
Het ging concreet om een initial load van het bevolkingsbestand, de dagelijkse mutaties aan datzelfde bestand, de gegevens ivm rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming en de gegevens van tweedeverblijvers.
In verband met deze eerste twee items - een initial load van het bevolkingsbestand en de dagelijkse mutaties aan datzelfde bestand - was de gemeente van oordeel dat, gezien de interlokale aard van de werking, IMOG deze gegevens rechtstreeks dient te verkrijgen van het Rijksregister. Er is hier ook een specifieke machtiging voor de afvalintercommunales voorzien.
We toetsten dit standpunt af bij de betrokken diensten van het Rijksregister, en zij traden dit standpunt bij. We hebben dit ook aangekaart op de werkgroep informatieveiligheid van de VVSG en bij Interafval, het samenwerkingsverband dat de VVSG en alle Vlaamse afvalintercommunales en andere lokale besturen vertegenwoordigt.
Interafval bevestigde ook deze visie, maar kaartte wel aan dat het verkrijgen van deze gegevens via het Rijksregister een tijdrovende procedure vergde.
De gemeente heeft het ontwerpprotocol, om deze redenen, dan ook niet goedgekeurd.
IMOG heeft het afgelopen najaar alle mogelijke stappen gezet om de hoger vermelde gegevens te verkrijgen. Ze verkregen uiteindelijk ook de initial load van het bevolkingsregister.
Ze verkrijgen de dagelijkse mutaties, ondanks heel veel mails en overleg met de betrokken dienst evenwel nog steeds niet. De diensten van het Rijksregister hebben op vandaag geen technische oplossing om deze gegevens structureel en gestructureerd aan de afvalintercommunales bezorgen. Het is ook niet duidelijk binnen welke termijn dit wel het geval zal zijn.
Omwille van de nakende ingang van de nieuwe werking, mogelijke vertraging in de uitrol van recipiënten en mogelijk impact op de afvalophaling, vragen IMOG en Interafval om in afwachting hiervan, alsnog de mutaties via de gemeenten te kunnen bekomen.
Daarom wordt voorgesteld om een aangepast protocol op te maken dat de doorgifte van de dagelijkse mutaties alsnog regelt. Om praktische redenen wordt voorgesteld om het protocol af te sluiten voor een periode van zes maanden, met de mogelijkheid om dit, na evaluatie zo nodig te verlengen.
De gemeente vraagt IMOG en Interafval om het nodige te blijven doen om de betrokken federale diensten ertoe te brengen om deze rechtstreekse doorgifte juridisch en technisch zo snel mogelijk correct te regelen.
Er werd een positief advies verleend door de Data Protection Officer.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het protocol voor de doorgifte van persoonsgegevens aan de afvalintercommunale IMOG goed te keuren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit IMOG en Interafval te vragen om het nodige te blijven doen om de betrokken federale diensten ertoe te brengen om deze rechtstreekse doorgifte juridisch en technisch zo snel mogelijk correct te regelen.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.19. Omgevingsvergunning - 2025.178 - Breestraat 31, Nijverheidslaan 3 en 3A - melding bronbemaling - aktename
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding van een bronbemaling voor de plaatsing van infiltratiekratten op een perceel gelegen Breestraat 31, Nijverheidslaan 3 en 3A en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 211 F ingediend door Kristof Verhulst namens STADSBADER NV gevestigd Kanaalstraat 1 te 8530 Harelbeke.
Motivering
De melding ingediend door Kristof Verhulst namens STADSBADER NV gevestigd Kanaalstraat 1 te 8530 Harelbeke, werd per beveiligde zending verzonden op 12 december 2025.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt: “De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
VOORWERP VAN DE MELDING
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Breestraat 31, Nijverheidslaan 3 en 3A, kadastraal bekend afdeling 1 sectie B nr. 211F.
De melding omvat de volgende ingedeelde inrichting of activiteit: melden van een bronbemaling voor de plaatsing van infiltratiekratten:
De bemaling heeft een max. dagdebiet van 104 m³/dag en een max. totaal debiet van 1.623 m³. De bemalingsduur wordt ingeschat op 30 dagen en de grondwaterverlaging op 3m-mv. Lozing wordt voorzien in een put met pomp, die het bemalingswater naar de openbare riolering van de Breestraat pompt. Gelet op de korte duur van de bemaling kan dit toegestaan worden. De berekende zettingen zijn kleiner dan 20 mm.
Er bevinden zich meerdere OVAM bodemdossiers in de invloedsstraal van de bemaling. Er worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor arseen (50 µg/l) en voor PFAS (individuele componenten 100 ng/l). De aanvrager stelt voor om een analyse uit te voeren op het bemalingswater, en indien nodig een zuivering te voorzien. Dit wordt overgenomen in een bijzondere voorwaarde.
Verder wordt er ook een afwijking aangevraagd van artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II betreffende het plaatsen van een meetgoot voor het bedrijfsafvalwater. Aangezien het bemalingswater door wetswijziging niet langer als bedrijfsafvalwater moet beschouwd worden, is de aangevraagde afwijking zonder voorwerp.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
3.8.1°a) | Lozen van afvalwater met een maximaal debiet van 104m³/d (Nieuw) | 104 m³/dag | 3 |
53.2.1° | Bemaling met geraamd totaal volume van 8734m³/jaar (Nieuw) | 1623 m³ | 3 |
BEVOEGDHEID
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1 of 2, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER
Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen verbonden aan de melding.
De omgevingsambtenaar stelt de volgende bijzondere voorwaarden strikt noodzakelijk:
* Er dient een analyse te gebeuren van het bemalingswater bij opstart, na 10 dagen en na 20 dagen. De staalname en analyse wordt uitgevoerd door een labo erkend in de discipline water. Minstens volgende parameters dienen gemeten te worden:
> PFAS
> VOCl
> Zware metalen (Pb, Zn, Cd, Cu, Ni, As, Hg, Cr)
> BTEXN
De resultaten, inclusief toetsing aan de normen, worden overgemaakt aan de gemeente via omgeving@deerlijk.be. De bemaling kan pas opstarten na goedkeuring door de gemeente, op basis van de eerste analyseresultaten. Hiervoor mag de bemaling kortstondig opgestart worden om een staal te kunnen nemen. Indien nodig wordt een zuivering voorzien.
* Onderstaande verhoogde lozingsnormen worden toegestaan:
> Arseen: 50 µg/l
> Individuele PFAS: 100 ng/l
De ingedeelde inrichting of activiteit is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
De rubrieken, hoeveelheden en kadasterpercelen zijn bepaald op basis van het meldingsdossier. Er zijn geen verplichte adviezen voorzien in deze procedure, alsook geen plaatsbezoek. Bijgevolg moet dit met omzichtigheid benaderd worden.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Kristof Verhulst namens STADSBADER NV gevestigd Kanaalstraat 1 te 8530 Harelbeke voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het melden van een bronbemaling voor de plaatsing van infiltratiekratten gelegen Breestraat 31, Nijverheidslaan 3 en 3A te Deerlijk.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
3.8.1°a) | Lozen van afvalwater met een maximaal debiet van 104m³/d (Nieuw) | 104 m³/dag | 3 |
53.2.1° | Bemaling met geraamd totaal volume van 8734m³/jaar (Nieuw) | 1623 m³ | 3 |
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
De volgende bijzondere voorwaarden worden opgelegd:
* Er dient een analyse te gebeuren van het bemalingswater bij opstart, na 10 dagen en na 20 dagen. De staalname en analyse wordt uitgevoerd door een labo erkend in de discipline water. Minstens volgende parameters dienen gemeten te worden:
> PFAS
> VOCl
> Zware metalen (Pb, Zn, Cd, Cu, Ni, As, Hg, Cr)
> BTEXN
De resultaten, inclusief toetsing aan de normen, worden overgemaakt aan de gemeente via omgeving@deerlijk.be. De bemaling kan pas opstarten na goedkeuring door de gemeente, op basis van de eerste analyseresultaten. Hiervoor mag de bemaling kortstondig opgestart worden om een staal te kunnen nemen. Indien nodig wordt een zuivering voorzien.
* Onderstaande verhoogde lozingsnormen worden toegestaan:
> Arseen: 50 µg/l
> Individuele PFAS: 100 ng/l
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
● het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
● het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
● het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.20. Attest van verdeling - Oude Heerweg 148 en 148+ - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Oude Heerweg 148 en 148+.
Motivering
Op 26 november 2025, ontvangen 28 november 2025, verstuurde men vanuit het notariaat Notarissen Deerlijk een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Oude Heerweg 148 en 148+, gekadastreerd afdeling 2, sectie E, nummers 258G, 266A, 253B, 266B, 244C, 267, 834B, 834C, 216A, 212A, 834D, 834E en 211A, met een totale kadastrale oppervlakte van 62.279 m².
De eigendom wordt gesplitst in 3 kavels:
● Kavel 1: (bedrijfs)woning, deel van het perceel nummer 258G, met een oppervlakte volgens metingsplan van 1.039 m²
○ aard van de akte is verkoop
○ bestemming volgens gewestplan: agrarisch gebied
○ bestemming is volgens verwerver: (bedrijf)woning
● Kavel 2: hoevegebouwen met aanhorigheden, percelen nummers 266A, 266B, 253B en delen van 258G, 244C, 267P met een oppervlakte volgens metingsplan van 29.309 m²
○ aard van de akte is schenking
○ bestemming volgens gewestplan: agrarisch gebied
○ bestemming is volgens verwerver: bedrijfs-/hoevegebouwen
● Kavel 3: saldo grond, delen van percelen nummers (volgens metingsplan) 244C, 267 en percelen 834B, 834C, 261A, 212A en 834D met benaderende oppervlakte van 31.931 m².
○ aard van de akte is schenking (vruchtgebruik huidige eigenaar, blote eigendom nieuwe eigenaar)
○ bestemming volgens gewestplan: agrarisch gebied
○ bestemming is volgens verwerver: landbouwgronden
Volgens bijkomende informatie van de notaris zal de nieuwe eigenaar de landbouwactiviteiten van de huidige eigenaar overnemen.
De omgevingsambtenaar stelt voor volgende opmerking te formuleren:
● In het attest wordt de kavel 1 benoemd als (bedrijfs)woning. De woning is stedenbouwkundig gekend als bedrijfswoning middels stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 13 februari 2008 en dient in het attest benoemd te worden als bedrijfswoning.
● Gelet op de vergunningstoestand van de site als volwaardig landbouwbedrijf dienen de bedrijfswoning op kavel 1 en de landbouwbedrijfsgebouwen op kavel 2 één technische eenheid te vormen en dienen deze stedenbouwkundig en milieutechnisch bijgevolg samen te blijven.
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing maar wenst wel op te merken dat
● de woning op kavel één, stedenbouwkundig gekend is als bedrijfswoning;
● gelet op de vergunningstoestand van de site als volwaardig landbouwbedrijf, de bedrijfswoning op kavel 1 en de landbouwbedrijfsgebouwen op kavel 2 één technische eenheid dienen te vormen en stedenbouwkundig en milieutechnisch bijgevolg samen dienen te blijven.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.21. OMV 2025_139 - Nieuwenhovestraat 8 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een tijdelijke container-unit als pauze- en eetruimte voor de medewerkers, op een perceel gelegen Nieuwenhovestraat 8 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 86 K2 en (afd. 1) sectie B 86 M2, aangevraagd door Lorin Van Damme namens HOCA MEAT PRODUCTS NV gevestigd Nieuwenhovestraat 8 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 9 december 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De vergunning geldt voor 5 jaar vanaf de datum van goedkeuring. Na de periode van 5 jaar moet de constructie onmiddellijk verwijderd worden.
● De niet vergunde, losstaande constructies in de zijtuinstrook maken geen onderdeel uit van de vergunning.
● In navolging van het advies van de brandweer wordt opgelegd dat de wand van de aanpalende loods EI60 is.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming milieubelastend industriegebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Oud dossier VLAREM (1987/1/007) voor vleeswarenfabriek - gunstig op 02/03/1989.
● Oud dossier VLAREM (1991/1/003) voor plaatsen van een stoomketel - gunstig op 30/04/1991.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-A) voor bouwen van een vleesverwerkend bedrijf - goedgekeurd op 29/07/1987.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-B) voor bouwen van een loods - goedgekeurd op 01/04/1998.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-C) voor plaatsen van een betonplaat naast de bestaande werkplaats - goedgekeurd op 26/03/2003.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-D) voor plaatsen van een afsluiting en een schuifpoort in draadpanelen (h: 2m) vooraan en achteraan het perceel - goedgekeurd op 02/07/2003.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-E) voor verplaatsen van de bestaande vergunde afsluiting en schuifpoort in draadpanelen tot aan de rooilijn - goedgekeurd op 07/04/2004.
● Stedenbouwkundige vergunning (2043-8-F) voor aanbrengen van asfaltverharding, gecombineerd met groenzone, rondom het gebouw + vervangen van een bestaand niet-verlicht reclamepaneel (3m x 3m) - goedgekeurd op 22/12/2004.
● Milieuvergunning 1998/3/006 voor kaasopslag - aktename op 04/03/1998.
● Milieuvergunning 1998/2/003 voor vleesfabricatie en kaasopslag - goedgekeurd op 10/06/1998.
● Milieuvergunning 2000/3/010 voor overname vleesverwerkend bedrijf - goedgekeurd op 13/09/2000.
● Milieuvergunning 2000/3/016 voor grondwaterwinning - aktename op 22/11/2000.
● Milieuvergunning 2002/1/008 voor verandering vleesverwerkend bedrijf - goedgekeurd op 05/09/2002.
● Milieuvergunning 2005/3/012 voor inrichting voor vleesfabricatie en kaasopslag - aktename op 12/05/2005.
● Milieuvergunning 2017/2/003 voor inrichting voor vleesverwerking - op 10/05/2017.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van +/- 6600 m² en is gelegen langs de Nieuwenhovestraat op ongeveer 2,5 km ten oosten van de kern van Deerlijk. De Nieuwenhovestraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een productiebedrijfsgebouw, met kantoorruimte en laadkades.
De omgeving is een industriële omgeving. De aanvraag bevindt zich binnen de industriezone Deerlijk-Waregem, die gekenmerkt wordt door grootschalige milieubelastende bedrijven.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een tijdelijke container-unit te plaatsen als extra pauze- en eetruimte voor de medewerkers voor een periode van 5 jaar.
De container-unit wordt ingeplant aan de voorzijde van het gebouw, op de reeds verharde laadkade. De laadkade ligt lager dan het maaiveld, waardoor de container-unit ook verlaagd ligt tov het maaiveld. De container-unit wordt ingeplant op 16,05 m van de rooilijn, op 18,43 m van de linker perceelsgrens. De container-unit heeft een breedte van 6,06 m en een diepte van 7,43 m. De container-unit bestaat uit 1 bouwlaag met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3 m. Gezien de container op de laadkade voorzien wordt, ligt de kroonlijsthoogte van de container-unit 1,92 m hoger dan het maaiveld.
De container-unit wordt zo ingericht dat er ruimte is om 3 rijen tafels te plaatsen en biedt ruimte aan 36 zitplaatsen. De container-unit bestaat uit lichtgrijs metaal beplating, met wit kunststof buitenschrijnwerk.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Intercommunale Leiedal werd om advies verzocht op 4 november 2025. De adviesinstantie bracht op 5 december 2025 een gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Het type bouwwerk is niet in overeenstemming met de gewenste beeldkwaliteit op het bedrijventerrein. Hierdoor strookt de aanvraag niet met de contractuele inplantingsvoorschrift art. 4
De buitenmuren van alle gebouwen dienen een esthetisch en net uitzicht te hebben en moeten uitgevoerde worden in de daartoe geschikte materialen. Constructies waarbij betonnen platen geplaatst worden tussen zichtbaar blijvende kolommen zijn verboden.
Omdat het een tijdelijke vergunning betreft (nl. voor de duur van 5 jaar) en omwille van de duidelijke vermelding in het dossier dat het bedrijf binnen de vijf jaar structurele en toekomstbestendige oplossing zal uitwerken en voorleggen, adviseert Leiedal positief op deze aanvraag.
Brandweer Fluvia werd om advies verzocht op 4 november 2025. De adviesinstantie bracht op 7 november 2025 een gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gunstig voor zover er voldaan wordt aan de algemene reglementeringen en normeringen en op voorwaarde dat de wand van de aanpalende loods EI60 is.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meerbepaald aan de voorschriften voor milieubelastende bedrijvigheid.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 7.2.0. + 8.2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt:
Industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.
Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
Gebieden voor milieubelastende industrieën zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.
De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van tijdelijke container-unit als pauze- en eetruimte bij een milieubelastend bedrijf zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
Stikstofdecreet
De impactscoretool werd op 1 maart 2024 bijgewerkt naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet. De herziene impactscoretool maakt gebruik van de recentste modellen en databronnen zoals vermeld in artikel 3 van het Stikstofdecreet.
Voor omgevingsvergunningsaanvragen waarover beslist moet worden in overeenstemming met de bepalingen van het Stikstofdecreet, moet de impactscore berekend zijn op de wijze bepaald in het Stikstofdecreet. De berekening van de impactscore moet daarvoor gebeuren met deze nieuwe versie van de impactscoretool.
Art. 2, 41° van het Stikstofdecreet: een vergunningsplichtig project dat geen verkeersdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De dakoppervlakte watert af naar een infiltratievoorziening met een volume van 6000 liter en een referentieoppervlakte van 15 m².
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van een tijdelijke container-unit ifv van bestaande bedrijfsactiviteit. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze industriële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de tijdelijke container-unit wordt voorzien aansluitend aan de voorgevel, op een niet gebruikte laadkade. De inplanting overschrijdt de bestaande voorbouwlijn niet.
Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Er wordt opgemerkt dat er in de zone naast het gebouw ten opzichte van de linker zijperceelsgrens reeds verschillende constructies gebouwd werden, allen opgetrokken in niet-duurzame materialen en zonder dat hiervoor vergunningen voor handen zijn. Deze constructies maken geenszins onderdeel uit van deze vergunning.
Bouwvolume, verschijningsvorm en gabarit:
Het bouwvolume is beperkt en tijdelijk van aard. Uit het dossier blijkt dat de aanvrager een vergunning wenst voor de periode van 5jaar. Dit wordt uitdrukkelijk meegenomen als voorwaarde.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De voorbouwlijn wordt niet overschreden en gezien ruimte binnen de laadkade niet gebruikt wordt ifv de aan- en afvoer van materialen wordt ervoor gezorgd dat deze verharde ruimte nuttig ingevuld wordt.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. De aanvraag heeft evenmin impact op het parkeren noch op de verkeersaantrek van de site.
Groen- en omgevingsaanleg:
De aanvraag heeft geen impact op de niet-verharde ruimte.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Intercommunale Leiedal
Het advies is gunstig en wordt integraal overgenomen.
Brandweer Fluvia
Gelet op de specifieke problematiek dient opgelegd te worden dat de voorwaarden geformuleerd in het brandvoorkomingsadvies stipt nageleefd moeten worden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Lorin Van Damme namens HOCA MEAT PRODUCTS NV gevestigd Nieuwenhovestraat 8 te 8540 Deerlijk, voor het plaatsen van een tijdelijke container-unit als pauze- en eetruimte voor de medewerkers, op een perceel gelegen Nieuwenhovestraat 8 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 86 K2 en (afd. 1) sectie B 86 M2, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De vergunning geldt voor 5 jaar vanaf de datum van goedkeuring. Na de periode van 5 jaar moet de constructie onmiddellijk verwijderd worden.
● De niet vergunde, losstaande constructies in de zijtuinstrook maken geen onderdeel uit van de vergunning.
● In navolging van het advies van de brandweer wordt opgelegd dat de wand van de aanpalende loods EI60 is.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.22. OMV 2025_151 - Klijtstraat 2 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een ééngezinswoning, op een perceel gelegen Klijtstraat 2 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 394 T, aangevraagd door mevrouw Ann De Reycke wonende Klijtstraat 2 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 11 december 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De bestaande verharding in de voortuin tussen de rooilijn kant Klijtstraat en de voorgevel ter hoogte van de technische ruimte dient zijn bestaande breedte van 3 m te behouden en kan niet verbreed worden (de deels verbreding tot 4 m wordt bijgevolg uitgesloten).
● De voorziene ontharding in de voortuinstrook en aanplant beplanting dient te worden uitgevoerd binnen het jaar na afgifte van de omgevingsvergunning
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De eigendom situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-2-B) voor bouwen van een bungalow - goedgekeurd op 29/11/1968.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-2-C) voor plaatsen van een verplaatsbare bergplaats (6 m x 3 m x 2,20 m) in metaal voor de kippenhangaars - goedgekeurd op 05/07/1972.
● Stedenbouwkundig attest 2039-2-A voor bouwen van een woonhuis - positief beoordeeld op 05/04/1968.
● Milieuvergunning voor ondergrondse mazouttank van 10.000 l - goedgekeurd op 30/06/1993.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1466 m² en is gelegen op de hoek van de Tapuitstraat en de Klijtstraat op ongeveer 1,5 km ten zuidoosten van de kern van Deerlijk. De Klijtstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg geflankeerd met lintbebouwing.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning van het open bouwtype. De woning bestaat uit 1 bouwlaag en een hellend dak. De woning wordt ontsloten via de Tapuitstraat en is ingeplant zich op 10,95 m van de Tapuitstraat, min. 12,36 m tov de Klijtstraat en op 3 m van de achterste perceelsgrens. De woning heeft een kroonlijsthoogte van 3,37 m en een nokhoogte van 5,96 m.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning. Het bestaande dakvolume wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe dakconstructie. Het dak betreft opnieuw een hellend dak. De kroonlijsthoogte blijft behouden, de nokhoogte wordt gewijzigd naar 8,05 m, waarbij het dak uitgevoerd wordt onder een hoek van 45°.
Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing uit een inkom, toilet, bureel, 2 slaapkamers, badkamer, berging, open keuken, eethoek en woonkamer en een garage. De garage heeft een diepte van +/- 3,50 m en dus niet geschikt als autostelplaats. Onder het dak bevindt zich een zolder en technische ruimte. Er worden aan de westzijde verschillende dakvensters voorzien. De zijgevels worden opgetrokken tot topgevels waarin ramen op de eerste verdieping geïntegreerd worden. Het materiaalgebruik betreft wit genuanceerde gevelsteen als gevelbekleding met zwart genuanceerder dakpannen en zwart aluminium buitenschrijnwerk.
Aan de zuidzijde van de woning wordt een terras aangelegd. De overige onverharde ruimtes worden ingericht met groenvoorzieningen. Een deel van de verharding in de voortuinstrook wordt uitgebroken en vervangen door groenaanplant.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied met landelijk karakter.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. + 6.1.2.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.
Woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Woongebieden met landelijk karakter zijn woongebieden bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen van een woning in de zone woongebied met landelijk karakter zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
De aanvraag dient eveneens getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Gezien enkel de tuinzone gelegen is in agrarisch gebied en er geen aanpassingen of wijzigingen gebeuren binnen deze zone is de aanvraag in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater gewijzigd wordt.
Stiksstofdecreet
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1 % de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1 %.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.
De aanvraag is volgens de watertoetskaarten niet gelegen in een fluviaal of een pluviaal overstromingsgevoelig gebied.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.
Het ontwerp zorgt voor een herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op min. 12,36 m achter de rooilijn blijft ongewijzigd. De footprint van de woning blijft ongewijzigd.
Bouwvolume en gabarit:
Het hellend volume van het dak wordt herbouwd met een hellingsgraad van 45° waardoor de ruimte onder dak ingezet kan worden als nuttige ruimte. Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. Daarnaast worden er interne verbouwingswerken uitgevoerd.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.
Het nieuwe dakvolume is in overeenstemming met de volumes in de directe omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. De bestaande inpandige garage wordt omgevormd tot technische ruimte, waardoor er geen overdekte stallingsplaats meer is voor wagens. De bestaande asfaltverharding met een breedte van 3 m tussen rooilijn en voorgevel/voormalige garagepoort (lengte 18,73 m) blijft behouden en wordt nog uitgebreid.
Een dergelijke diepte is meer dan voldoende om de eigen parkeerbehoefte op te vangen (3 wagens).
Groen- en omgevingsaanleg:
Ten zuiden (links) van de woning wordt een terras aangelegd (uitbreiding van de bestaande verharding). De verharding ten westen van de woning wordt heraangelegd en beperkt tot een breedte van 1 m en deze ten noorden wordt beperkt tot 0,90 m.
De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen.
Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Meer dan de helft van de tuinzone betreft voortuin. Deze zone dient steeds te worden aangelegd als voortuin met laagstammig groen. Het ontwerp voorziet een deel van de verharding in de voortuin te verwijderen, zijnde de rechtstreekse toegang van de straat naar de voordeur wordt opgebroken en de verharding langs de voorgevel wordt beperkt tot een breedte van 1,50 m. Daarnaast wordt een deel van de verharding, richting technische ruimte uitgebreid tot een breedte van 4 m. Deze verbreding is niet gemotiveerd en lijkt gelet op de lengte van de oprit ook niet noodzakelijk waardoor dit uitgesloten wordt van vergunning. Het beperken van verharding tot het strikt noodzakelijk is immers een belangrijk uitgangspunt gezien dit zorgt voor meer ruimte voor waterinfiltratie en groenaanplant.
De voorziene ontharding in de voortuinstrook dient te worden uitgevoerd binnen het jaar na afgifte van de omgevingsvergunning. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.
De geplande verharding in de zijtuinstrook wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet geen beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, met uitzondering van de opgelegde bijkomende voorwaarde. De bestaande verharding in de voortuin, gelegen tussen de rooilijn aan de zijde van de Klijtstraat en de voorgevel ter hoogte van de technische ruimte, mag verbreed worden tot 4 m, conform de ingediende aanvraag.
De aanvraag voorziet tevens in een gedeeltelijke ontharding van de bestaande asfaltverharding in de voortuin, waarbij een ruime groenzone met gras behouden blijft. Hierdoor wordt de waterinfiltratie bevorderd. De aanvraag heeft geen negatieve impact op het straatbeeld of de ruimtelijke kwaliteit.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, met uitzondering van de gesuggereerde voorwaarde en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan mevrouw Ann De Reycke wonende Klijtstraat 2 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen van een ééngezinswoning, op een perceel gelegen Klijtstraat 2 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 394 T.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.23. OMV 2025_113 - Ommegangstraat 12 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Ommegangstraat 12 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 194 W, aangevraagd door Matthias Van Gucht - Véronique Beleyn wonende Ommegangstraat 12 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 11 december 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De totale breedte van de verharding in de zijtuinstrook (parkeerplaatsen + toegang naar de voordeur samen) wordt beperkt tot 7 m.
● De vrijgekomen ruimte wordt voorzien van de aanplant van groen tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, RUP Sint-Lodewijk Centrum, goedgekeurd op 1 september 2011 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfunctie.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het RUP is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Er zijn geen relevante historische dossiers voor deze aanvraag.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 508 m² en is gelegen langs de Ommegangstraat. De Ommegangstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij smalle weg.
Het perceel bebouwd met een gekoppelde eengezinswoning.
De eigendom is gelegen in de kern van Sint-Lodewijk, die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, diensten en gemeenschapsvoorzieningen. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de bestaande gelijkvloerse uitbouwen nl. veranda, garage/buitenberging.
De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van +/- 120 m² en bevindt zich op beide perceelsgrenzen.
Op een deel van de oppervlakte van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op een afstand van min. 6,15 m tov de rechter kavelgrens, en op de linker kavelgrens. De uitbreiding heeft een breedte van 5,15 m op een diepte van 6,40 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3 m op de linker perceelsgrens en stijgt tot max. 3,25 m. De oppervlakte van de uitbreiding bedraagt 32,64 m². Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft beton gevelbepleistering in combinatie met houten gevelbekleding en zwart aluminium buitenschrijnwerk.
Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom- en trapruimte, bureau en berging, eet- kook en zitruimte.
De ruimtes op het verdiep blijven integraal behouden.
Aansluitend aan de uitbouw wordt een terras aangelegd in beton.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 13 oktober 2025 tot 11 november 2025. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werd er 1 bezwaarschriften ingediend.
Het ingediende bezwaar kan als volgt samengevat worden:
Het bezwaarschrift handelt over de hoogte van de deelmuur die volgens de indiener van het bezwaarschrift de maximale bouwhoogte van 3 m overschrijdt met 0,25 m.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:
Plan schrijft voor: | Ontwerp voorziet: |
Een terreinbezetting van 40 % in zone 5. | Terreinbezetting zone 5: 58 % |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien in de zone 5 halfopen bebouwing toegestaan is, de dakvorm vrij is, het hoofdvolume behouden blijft, het nevenvolume een hoogte heeft van 3 m op de perceelsgrens en onder hoek 30° tot 4,50 m kan gaan, de afstand tot de achter kavelgrens meer dan 8 m bedraagt en er geen bijgebouw voorzien wordt.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de terreinbezetting zodat een afwijking overwogen kan worden. Gezien het perceel in eigendom gelegen is in zowel zone 1 en zone 5 en de bebouwingsgraad van de totale eigendom zich beperkt tot 25 % is een overschrijding van de terreinbezetting in zone 5 aanvaardbaar. De woning beschikt aldus over een tuin met voldoende oppervlakte en tijdens het openbaar onderzoek werden over de afwijkingsvraag geen bezwaren geformuleerd door de aanpalenden. Deze uitbreiding dient wel gezien te worden als een maximale uitbreiding binnen zone 5.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Stikstofdecreet
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (< 40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 1.120 liter en een referentieoppervlakte van 5,6 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor een wasmachine, de toiletten en twee dienstkranen. Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.
Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op de rooilijn blijft ongewijzigd.
De nieuwe achterbouw wordt gerealiseerd op ongeveer dezelfde plaats als de bestaande achterbouwen en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De bestaande achterbouwen die zich bevinden over de volledige perceelsbreedte, worden vervangen door een nieuwe, ruime achterbouw over ongeveer de helft van de perceelsbreedte. De totale gelijkvloerse bouwdiepte wordt tot op 19 m gebracht, hetgeen aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving. De tuinzone van het perceel bevindt zich voornamelijk achter de tuinzones van de buren.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwhoogte op de perceelsgrens bedraagt 3 m, wat aanvaardbaar is en in overeenstemming is met de voorschriften van het RUP. De muren op de perceelgrens worden gewijzigd. Er werd een bezwaarschrift ingediend omdat de hoogte zich moet beperken tot 3 m, gezien dit in overeenstemming is met de plannen, wordt besloten dat de aangelanden akkoord gaan met de gewijzigde muur.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.
De sloop van de huidige achterbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.
De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Er worden op eigen terrein 2 parkeerplaatsen voorzien in waterdoorlatende verharding. De diepte van deze parkeerplaats bedraagt 6 m, wat voldoende is om op een kwalitatieve manier een auto te stallen. De breedte van de parkeerplaatsen bedraagt min. 6 m.
Groen- en omgevingsaanleg:
Achter het hoofdvolume van de woning en naast de uitbreiding de woning wordt een terras aangelegd. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
De woning beschikt tevens over een zijtuin. Deze zone wordt grotendeels ingericht als oprit/ tuinpad en als toegangspad tot de woning. Er wordt slechts in heel beperkte mate voorzien in groenaanplant. Als compensatie voor de grotere bebouwingspercentage werd een bijkomende ontharding in de voortuin/zijtuinstrook gevraagd. Hierop werd niet ingegaan. De toegang tot de woning in combinatie met de oprit/parkeerzone bedraagt min. 8 m, dit is te ruim en dient beperkt te worden tot een breedte van 7 m. Op die manier ontstaat meer ruimte voor de aanplant van groen in de voor/zijtuinstrook wat een positieve impact zal hebben op het bestaande straatbeeld. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.
De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Het ingediende bezwaarschrift is tijdig ingediend en wordt bijgevolg ontvankelijk verklaard.
Omtrent het ingediende bezwaarschrift wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:
Uit de plannen blijkt dat de bouwhoogte van de uitbreiding op de perceelsgrens 3 m bedraagt. Onder een hellingshoek van 45° wordt deze daarna verhoogd tot 3,25 m. De in het bezwaarschrift aangehaalde hoogte is een foutieve interpretatie en is dan ook ongegrond.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het CBS volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, met uitzondering van de opgelegde bijkomende voorwaarde.
De voorwaarde tot beperking van de verharding in de zijtuinstrook wordt niet opgelegd, aangezien deze verharding functioneel noodzakelijk is voor de ontsluiting en het parkeren bij de eengezinswoning en stedenbouwkundig aanvaardbaar is binnen de context van de Ommegangstraat.
De verharding wordt uitgevoerd in waterdoorlatende materialen of watert af naar onverharde zones, waardoor de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed. Bovendien blijft een voldoende grote en kwalitatieve tuinzone behouden. Het project is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zonder bijkomende voorwaarden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, met uitzondering van de gesuggereerde voorwaarde en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Matthias Van Gucht - Véronique Beleyn wonende Ommegangstraat 12 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Ommegangstraat 12 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 194 W.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.24. OMV 2025_152 - 2025025784 - Project Ventilus - advies omgevingsvergunningsaanvraag
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt door het Departement Omgeving gevraagd advies uit te brengen over de omgevingsvergunningsaanvraag ingediend door ELIA ASSET, Keizerslaan 20 – 1000 Brussel met nummer OMV_2025025784.
De omgevingsvergunningsaanvraag heeft betrekking op diverse percelen en terreinen gelegen langs het tracé vanaf Izegem tot Avelgem. Het stedenbouwkundige luik omvat het versterken van de bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding vanaf het hoogspanningsstation te Izegem tot het hoogspanningsstation te Avelgem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen heeft deze omgevingsvergunningsaanvraag onderzocht, rekening houdend met de ter zake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het omgevingsvergunningsdecreet, de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en de uitvoeringsbesluiten.
De aanvraag wordt als volgt beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen:
OMGEVINGSVERGUNNINGSAANVRAAG
Beschrijving
Voor dit totaalproject werd reeds een ruimtelijk planproces doorlopen. Op 22 maart 2024 heeft de Vlaamse Regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Ventilus’ goedgekeurd, waarin niet alleen het tracé voor de 380 kV-verbinding werd vastgelegd middels een indicatieve overdruk bovenop de geldende bestemming, maar ook de contouren voor de uitbreiding van het hoogspanningsstation Gezelle, de uitbreiding van het hoogspanningsstation Izegem en de opstijgpunten werden bepaald.
Voor het grondgebied Deerlijk wordt op het plan enkel de symbolische aanduiding ‘Hoogspanningsleiding’ aangebracht.
De voorschriften bepalen:
● In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van een hoogspanningsleiding en haar aanhorigheden.
● De aanvragen voor omgevingsvergunningen voor een hoogspanningsleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming.
● De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de bestaande hoogspanningsleiding niet in het gedrang worden gebracht.
De aanvraag kadert in het Vlaams gestuurd energietransportproject vanaf de windmolenparken in de Noordzee tot aan het hoogspanningsknooppunt van Avelgem aan de grens met Frankrijk. Daarvoor worden vanaf Zeebrugge tot Avelgem verschillende ingrepen voorzien om dat energietransport mogelijk te maken: de infrastructuur trekt van noord naar zuid door de provincie en vervangt bestaande hoogspanningsleidingen of maakt er nieuwe bij, hetzij bovengronds, hetzij ondergronds. Er is ook voorzien in bijhorende hoogspanningsstations en land- en opstijgpunten voor kabels.
Daarvoor werden meerdere omgevingsvergunningsaanvragen ingediend, afgestemd op de aard van de werken.
De huidige omgevingsvergunningsaanvraag (OMV_2025025784) beoogt de versterking van de bestaande 380 kV-hoogspanningslijn tussen de bestaande hoogspanningsstations van Izegem en Avelgem (IW227). Bij die versterking worden de bestaande masten behouden en de geleiders vervangen. De masten en funderingen worden verstevigd. Op twee locaties (P26 en P55) zal er een nieuwe mast moeten worden gebouwd ter vervanging van de bestaande mast, waarna de oorspronkelijke mast wordt afgebroken.
Het tracé van de te versterken hoogspanningsverbinding loopt over het grondgebied van de volgende gemeenten: Lendelede, Harelbeke, Waregem, Deerlijk, Anzegem, Zwevegem en Avelgem.
Vergunningsplichtige handelingen
De vergunningsaanvraag heeft betrekking op de volgende categorieën van vergunningsplichtige handelingen:
● Het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen (art. 4.2.1 VCRO), met name:
○ BOMEN: hoogstammige bomen vellen die geen deel uitmaken van een bos
○ ONTBOSSEN: te ontbossen zone met boscompensatie
○ LIJN: het vervangen van de geleiders + de versteviging van de masten die niet vervangen worden
○ MAST 26N: nieuw te bouwen mast
○ MAST 55N: nieuw te bouwen mast
○ SLOOP-P26: slopen van de ‘oude’ mast P26
○ SLOOP-P55: slopen van de ‘oude’ mast P55
○ SLOOP-P56: slopen van de ‘oude mast’ P56
○ WERFDEPOT: maximale zone die zal gebruikt worden als depot voor opslag van materiaal voor de werken
○ WATERLOOP: (tijdelijke) werken die moeten uitgevoerd worden aan de geklasseerde onbevaarbare waterlopen om de werfzones, toegangen of werken aan de masten mogelijk te maken.
○ WERFZONE: aanduiding van alle mogelijke werfzones (toegangen, zones rond de masten, trek- en remzones, splice-zones,…).
● Het uitvoeren van vergunningsplichtige vegetatiewijzigingen (art. 13, §§ 4 en 5 Decreet Natuurbehoud), met name:
○ KLE: alle natuurvergunningsplichtige handelingen aan kleine landschapelementen
○ VEGETATIE-Algemeen: alle natuurvergunningsplichtige vegetatiewijzigingen, behalve aan HPG
Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag omvat geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA).
PLANOLOGISCHE CONTEXT
De aanvraag kadert binnen het GRUP Ventilus, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 22 maart 2024. Evenwel zijn tegen dit GRUP thans twintig procedures aanhangig bij de Raad van State.
De aanvraag is hoofdzakelijk gelegen binnen het toepassingsgebied van het gewestplan Kortrijk, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 4 november 1977, en voor een beperkt deel binnen het gewestplan Roeselare-Tielt, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 17 december 1979.
Voor het grondgebied van de gemeente Deerlijk is uitsluitend het gewestplan Kortrijk van toepassing. In Deerlijk bevindt de aanvraag zich in de volgende bestemmingsgebieden:
● Woongebieden — De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
● Woongebieden met een landelijk karakter (aanvullende aanduiding) — De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
● Woonuitbreidingsgebieden — De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
● Agrarische gebieden — De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
● Landschappelijk waardevolle gebieden (aanvullende aanduiding) — De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
● Bosgebieden — De bosgebieden zijn de beboste of de te bebossen gebieden, bestemd voor het bosbedrijf. Daarin zijn gebouwen toegelaten, noodzakelijk voor de exploitatie van en het toezicht op de bossen, evenals jagers- en vissershutten, op voorwaarde dat deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk. De overschakeling naar agrarisch gebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
● Industriegebieden — Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
● Gebieden voor milieubelastende industrieën (aanvullende aanduiding) — Deze zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.
● Reservegebieden voor beperkte industriële uitbreiding — De gebieden die als "reservegebieden voor beperkte industriële uitbreiding" zijn aangeduid, kunnen op initiatief van de Staat, de Provincie, de gemeente of de Vereniging van gemeenten worden bestemd voor de uitbreiding van de bedrijven gevestigd op de terreinen die er onmiddellijk aan palen. De bestemming als in het eerste lid bepaald, kan maar worden verwezenlijkt nadat zij is vastgesteld in een bijzonder plan van aanleg of overeenkomstig de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie opgemaakt plan dat door ons is goedgekeurd, en voor zover is aangetoond dat die nieuwe bestemming aan een werkelijke behoefte beantwoordt. Zolang dat bijzonder plan van aanleg of dat plan door ons niet is goedgekeurd, en aan de gestelde voorwaarde niet voldaan is, mogen in het betrokken gebied slechts werken en handelingen uitgevoerd worden die met de bestemming aangegeven door de grondkleur in het gewestplan, overeenkomen.
OPENBAAR ONDERZOEK
De aanvraag werd van 8 november 2025 tot en met 7 december 2025 aan een openbaar onderzoek onderworpen. De gemeente Deerlijk mocht 26 analoge en 170 digitale bezwaren ontvangen.
De bezwaarschriften tonen duidelijk aan dat er een totaal gebrek is aan draagvlak bij de bevolking, lokale ondernemers en politici.
De bezwaarschriften zijn ontvankelijk.
De bezwaarschriften worden niet-limitatief samengevat voor wat betreft de omgevingsvergunning en MER en handelen over volgende thema’s:
● Gezondheid
In het overgrote deel van de bezwaarschriften wordt gezondheid aangeduid als grootste bezorgdheid.
Meer bepaald wordt gesteld dat het voorzorgsprincipe met de voeten wordt getreden en er onvoldoende rekening wordt gehouden met de schadelijke impact van de elektromagnetische velden op de gezondheid van mensen, in het bijzonder op die van de YOPI-groep (jong, oud, zwanger, immunodeficiënt). Er wordt gevreesd voor een toename aan levensbedreigende ziektes als kinderleukemie door de verhoogde langdurige blootstelling aan de magnetische velden. Er zou onvoldoende (gedegen) onderzoek zijn gevoerd naar haalbare alternatieven die de blootstelling verminderen.
● Waardevermindering van gebouwen
Een veelvoorkomend thema is eveneens de ernstige economische impact van het project voor eigendommen in de omgeving. Bezwaarindieners vrezen voor een waardevermindering of zelfs onverkoopbaarheid van hun woningen en bedrijven, terwijl de compensatie- en uitkoopregeling van de Vlaamse Overheid enkel voorziet in gevallen van zichtbelemmering. Honderden betrokken gezinnen ontvangen geen enkele compensatie, omdat hun uitzicht nauwelijks verandert, terwijl de magnetische velden naar verwachting minstens tien keer hoger worden. Er wordt gepleit voor een correcte vergoeding gebaseerd op een onafhankelijke schatting.
● Ontoereikend alternatievenonderzoek
Het Ventilusproject wordt door verschillende bezwaarindieners bekritiseerd, omdat het onderzoek naar alternatieve locaties en technologieën niet op een volwaardige manier is gebeurd. Zo werd het alternatief van gelijkstroom niet volwaardig onderzocht en werd evenmin bekeken of ondergrondse aanleg mogelijk was.
● Afwijken van stedenbouwkundige voorschriften
De aanvraag bevat een verzoek tot (zeer veel) afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften, waarbij Elia zich beroept op Artikel 4.4.7, §2, VCRO, wat toestaat af te wijken voor handelingen van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact. De bezwaarmakers stellen echter dat de realisatie van een hoogspanningslijn, inclusief de oprichting van nieuwe masten en de inrichting van veel werfzones, bezwaarlijk gekwalificeerd kan worden als een project met een ruimtelijk beperkte impact. Bovendien ontbreekt in het aanvraagdossier de nodige motivatie om die beperkte impact aan te tonen.
● Waterhuishouding
De bezwaren richten zich op de mogelijke milieuvervuiling tijdens de aanleg van de infrastructuur. Bezwaarmakers uiten de bezorgdheid over de mogelijke negatieve impact van het project op de lokale waterhuishouding, met name het risico op wateroverlast door een toename van verharde oppervlakken. Elia heeft een afwijking gevraagd van de geldende wetgeving, zodat verontreinigd bemalingswater jarenlang in lokale grachten en kanalen mag worden geloosd vanwege de hoge kosten van waterfiltering. Dit water bevat een te hoge concentratie PFOS en zware metalen en de lozing wordt als volledig onverantwoord beschouwd, omdat ze lokale bodemvervuiling verspreidt over reeds sterk vervuilde waterlopen.
● Groenbuffer
De bezwaren richten zich op de impact van het project op groenbuffers en de noodzakelijke verwijdering van bomen en planten om veiligheidsredenen. Voor de aanleg van de bovengrondse hoogspanningsverbinding moeten vele bomen en planten worden verwijderd, vooral in het traject van de lijnen om overslag door het elektrisch veld te voorkomen, wat kortsluiting of brand kan veroorzaken. Na de installatie geldt bovendien een hoogtebeperking voor bomen in de omgeving om de minimale veiligheidsafstand te waarborgen.
De huidige aanvraag toont daarnaast aan dat vogels en bomen in het project blijkbaar belangrijker worden geacht dan de gezondheid en het leefmilieu van duizenden betrokken mensen.
● Geluidsoverlast
In een aantal bezwaarschriften wordt tevens geluidshinder aangekaart, onder meer bij vochtig weer. Men maakt zich in het bijzonder zorgen over de corona-ontlading op de nieuwe lijnen. De geluidshinder zal een negatieve impact hebben op het gebruiksgenot en onder meer leiden tot verhoogde stress, in het bijzonder bij de YOPI-groep.
● Toename verkeersdrukte
Meerdere bewoners stellen dat het huidige wegennet in de omgeving reeds overbelast is en dat het project zal leiden tot een verdere toename van het verkeer, waardoor aanpassingen aan de infrastructuur noodzakelijk zijn.
Tevens wordt er gevreesd voor een toename van zoekverkeer en parkeeroverlast in de omliggende straten door het gebrek aan voldoende parkeerplaatsen binnen het project.
● Misleidende en ontbrekende informatie in het dossier
Bezwaarmakers stellen dat in het dossier essentiële informatie ontbreekt of dat er tegenstrijdige gegevens zijn opgenomen, waardoor een correcte beoordeling van het project wordt bemoeilijkt. Zo wordt de informatie over de belasting van 30 % in het MER onduidelijk genoemd.
● Project niet toekomstgericht
Er wordt aangevoerd dat het project onvoldoende rekening houdt met klimaatbestendigheid en toekomstige noden op het vlak van duurzaamheid en energiezuinigheid. Ondergrondse verbindingen zijn meer bestand tegen toekomstige klimaatverandering, hebben minder gezondheidsrisico’s en zorgen voor minder transportverliezen.
● Onterechte opsplitsing in vijf afzonderlijke omgevingsvergunningsaanvragen van het volledige project
● Negatieve impact op de lokale ecologie en biodiversiteit door mogelijke ontbossing
PROJECT-MER
Er werd voor het overkoepelend geheel van alle omgevingsvergunningsaanvragen die gelinkt zijn aan het Ventilusproject een apart MER-dossier opgemaakt. Het gemeentebestuur van Deerlijk heeft hierover op 3 december 2025 een ongunstig advies verleend dat werd overgemaakt aan het Departement Omgeving, Team Omgevingseffecten – Milieueffectrapportage.
BEOORDELING
Naar aanleiding van de omgevingsvergunningsaanvraag werd advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Deerlijk. De termijn loopt tot en met 23 december 2025.
Het college van burgemeester en schepenen wijst erop dat eerder, bij besluit d.d. 3 december 2025, reeds een ongunstig advies werd uitgebracht met betrekking tot het project-MER. Op basis van diverse overwegingen kwam het college tot de conclusie dat het project-MER tekortschiet. De inhoud van het project-MER-advies blijft onverkort van toepassing en maakt integraal deel uit van onderhavig advies.
Het college van burgemeester en schepenen stelt ernstige vragen bij de inpasbaarheid van het project met betrekking tot de waterhuishouding, in het bijzonder de ligging in overstromingsgevoelig gebied. Uit het inzageloket OMV blijkt dat het projectgebied zowel pluviale als fluviale overstromingsgevoelige zones doorkruist, onder meer ter hoogte van de Leie, Hazebeek, Gaverbeek, Slijpbeek, Kasselrijbeek, Bovenschelde en Rijtgracht. Ook langsheen kleinere waterlopen doet zich over het volledige tracé een verhoogd risico voor.
Er is onvoldoende onderzocht of het project schadelijke effecten zal veroorzaken, zoals een verhoogd overstromingsrisico, wateroverlast of een verstoring van het grondwaterpeil (op grond van artikel 1.3.1.1 Decreet Integraal Waterbeleid). Voor het traject Izegem–Avelgem betreft het project de versterking van 41 masten, hetgeen ingrijpende funderingswerken en de bijbehorende bemaling noodzakelijk maakt. Deze ingrepen brengen reële risico’s mee voor de waterhuishouding en de bodemstabiliteit, waardoor een zorgvuldige toetsing aan het Decreet Integraal Waterbeleid en de verplichtingen van de watertoets onontbeerlijk is.
Hoewel theoretisch mitigerende maatregelen bestaan, zoals overstromingsveilig bouwen en aangepaste werftechnieken, is in de aanvraag onvoldoende aangetoond dat deze maatregelen effectief, toepasbaar en afdoende zijn om de risico’s te neutraliseren. De loutere stelling dat het een versterking betreft van een bestaande 380 kV-verbinding volstaat niet om de verplichtingen van de watertoets te omzeilen, aangezien de geplande werkzaamheden en ingrepen wél impact kunnen hebben op de waterhuishouding.
Gelet op de ligging in overstromingsgevoelig gebied, de vastgestelde risico’s en de onvoldoende onderbouwde garanties dat waterhuishoudkundige schade kan worden vermeden, kan de aanvraag niet als verenigbaar worden beschouwd met het Decreet Integraal Waterbeleid. Daarom formuleert het college van burgemeester en schepenen een negatief advies.
Het principe van goede ruimtelijke ordening is verankerd in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Dit principe vereist dat de ruimte wordt beheerd ten behoeve van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van verschillende maatschappelijke activiteiten tegen elkaar afgewogen, met aandacht voor ruimtelijke draagkracht, leefmilieu, en culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Het doel is het nastreven van ruimtelijke kwaliteit.
Krachtens artikel 4.3.1, § 1, 1°, d) VCRO dient een vergunningsaanvraag te worden geweigerd als het aangevraagde onverenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt rekening gehouden met de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO. Het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van de aanvraag rekening met de in de omgeving bestaande toestand. De ‘onverenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening’ is een voldoende draagkrachtig motief om een weigering van de vergunning te verantwoorden.
In dit gevaldient men vast te stellen dat het aangevraagde strijdig is met de goede ruimtelijke ordening en dus niet voor vergunning in aanmerking kan komen op basis van de hierna genoemde overwegingen.
● Functionele inpasbaarheid
De versterking van de bestaande hoogspanningslijn leidt ertoe dat het aangevraagde project niet functioneel inpasbaar is binnen de huidige ruimtelijke context. Ondanks het beperkte visuele verschil brengt de verhoging van de capaciteit en de bijhorende technische aanpassing een verhoogde blootstelling aan elektromagnetische velden met zich mee, waardoor woningen binnen verhoogde blootstellingszones komen te liggen. Uit de lokale ruimtelijke draagkracht blijkt dat dit leidt tot een disproportionele aantasting van het woon- en leefklimaat.
● Mobiliteitsimpact
Wat betreft de voorziene werken aan de bovengrondse hoogspanningslijn, stelt de aanvraag dat de impact nagenoeg verwaarloosbaar is. Hoewel de werfzones op zich inderdaad verder van de rijbaan liggen en daardoor geen directe onderbreking van het verkeer veroorzaken, is deze conclusie onvoldoende onderbouwd.
De aangeleverde raming van maximaal vijftig verkeersbewegingen per dag lijkt op zich beperkt, maar deze inschatting houdt geen rekening met de lokale context: smalle wegen en beperkte uitwijkmogelijkheden.
De nota geeft aan dat de werken drie jaar zouden duren. Het lijkt weinig aannemelijk dat de bouw van het gehele traject op drie jaar zou geklaard zijn.
Hoe dan ook, ontbreken voldoende duidelijkheid en maatregelen inzake verkeersveiligheid. Gedurende (minstens) drie jaar zullen de werfzones zwaar verkeer genereren. Er ontbreken voldoende maatregelen om de verkeersveiligheid te garanderen.
De vergunningsaanvraag houdt bovendien onvoldoende rekening met de reeds geplande ontwikkeling in de omgeving. Er is een omgevingsvergunning aangevraagd/verleend voor de aanleg van een carpoolparking in dit gebied. Het Ventilus-project mag de uitvoering, de functionaliteit en de bereikbaarheid van deze carpoolparking geenszins in het gedrang brengen.
● Visuele hinder
De aanvraag betreft grotendeels het behoud van de bestaande hoogspanningsinfrastructuur, mits aanpassingen aan de funderingen en aan de zgn. portieken waar de nieuwe kabels aan zullen worden opgehangen. Voor de uitvoering worden tijdelijke werfzones aangemaakt die na afloop weer zullen worden verwijderd.
Op het moment van de aanvraag is het landschap en het woongebied waar het hoogspanningstracé overloopt reeds in grote mate aangetast.
Het is dan ook een gemiste kans dat voorliggende aanvraag niet voorziet hierin een enige verandering te brengen. Integendeel, voorliggende aanvraag voorziet de bestendiging van de aantasting van het landschap. Een dergelijke invulling kan niet aanschouwd worden als een toonbeeld van goede ruimtelijke ordening.
● Geluidshinder
Naast de visuele hinder is er ook de bewezen geluidshinder. Het is gekend dat hoogspanningslijnen onder invloed van weersomstandigheden geluid produceren. Bij vochtig of mistig weer wordt dit door omwonenden beschreven als een zacht geknetter (hissing) en ook de wind die door de lijnen speelt veroorzaakt gerucht. Vooral ’s nachts, wanneer andere achtergrondgeluiden verdwijnen, blijven de pylonen ook -hoewel onzichtbaar- duidelijk aanwezig. Voor aanpalenden is dit storend en kwalijk voor de leefkwaliteit.
Het geluid van de nieuwe HTLS-geleiders, dat geknetter en gebrom kan veroorzaken, is onbekend maar wordt zonder bewijs als onbelangrijk beschouwd.
Binnen het Ventilusproject wordt de bestaande 380 kV-verbinding tussen Izegem en Avelgem ingrijpend versterkt: de transportcapaciteit stijgt van 3 GW naar 6 GW over circa 22,8 km. Voor Deerlijk betekent dit dat boven het gemeentelijk grondgebied een infrastructuur wordt uitgebouwd die verschilt van de bestaande situatie, zowel in vermogen, spanning als in verwachte belasting.
In Izegem wordt tegelijkertijd een volledig nieuw 380 kV-hoogspanningsstation opgericht, met bijkomende shuntreactoren, een zesde 380/150 kV-transformator en nieuwe ondergrondse kabelverbindingen. Het bestaande 380 kV-station wordt afgebroken en vervangen door een volwaardige AIS-installatie. Die nieuwe configuratie moet een grotere koppeling tussen het 150 kV- en 380 kV-net realiseren en heeft als doel de sterk stijgende elektrificatienoden in de regio op te vangen. In de beschrijving wordt benadrukt dat de uitbreiding noodzakelijk is om de toekomstige belasting van het net te kunnen dragen en een hoge beschikbaarheid te garanderen.
De capaciteitsverhoging en de uitbreiding van het station in Izegem beïnvloeden het hele traject van de hoogspanningslijn. Omdat die lijn door Deerlijk loopt, krijgt Deerlijk daar automatisch mee te maken. Toch blijft de aanvraag stil over de daadwerkelijke stromen die in de toekomst door die lijn zullen lopen.
Er wordt gerekend met een jaargemiddelde belasting van 30 % van de ontwerpcapaciteit (dus circa 1,8 GW), waarbij men zelf erkent dat dit een overschatting is. Dat betekent dat de milieueffecten, inclusief magnetische velden, enkel beoordeeld worden op een scenario dat lager ligt dan de technisch maximaal mogelijke belasting. Hoewel het logisch is dat de ontwerpcapaciteit in een betrouwbaar transmissienet niet continu benut wordt, betekent de keuze om enkel een 30 %-scenario te evalueren dat de echte impact bij hogere benuttingen volledig buiten beeld blijft. Bovendien dient te worden opgemerkt dat de ontwerpcapaciteit van 6 GW expliciet wordt gerechtvaardigd door noodscenario’s, maar de aanvraag niet beschrijft hoe vaak dergelijke incidenten zich statistisch kunnen voordoen.
Opvallend is ook dat de ontwerpcapaciteit aanzienlijk hoger ligt dan de gemiddelde belasting die Elia inschat in realistische scenario’s (25,8–28,5%) voor de Ventilus-as. Vanuit technisch oogpunt kan die reserve worden verklaard door noodscenario’s, veiligheid en importpieken via interconnecties, maar vanuit omgevingsperspectief impliceert dat wel dat de maximale impact van de infrastructuur niet geanalyseerd is. De lijn is immers ontworpen om 6 GW te transporteren, hoewel het huidige hoogspanningsstation 1 GW activiteit heeft en maximaal 3 GW kan worden getransporteerd. Door geen vergelijking te maken tussen historische, huidige en toekomstige benutting wordt de aard van de verandering onvoldoende gekwantificeerd, wat objectieve milieubeoordeling bemoeilijkt.
Daarnaast is er geen enkel kwantitatief inzicht beschikbaar over hoeveel extra stroom daadwerkelijk via de verbinding Izegem-Avelgem zal stromen na de uitbreiding van het station in Izegem. De documenten geven immers aan dat het nieuwe station en bijkomende transformator expliciet worden gerealiseerd om stroomverdeling en betrouwbaarheid te verbeteren, maar nergens wordt verduidelijkt welke reële volumetoenames op de lijn die onder meer door Deerlijk loopt mogen worden verwacht.
Die lacune creëert onzekerheid voor Deerlijk: zonder inzicht in de feitelijke toekomstige belasting kan niet worden beoordeeld welke gevolgen de verdubbeling van de transportcapaciteit en de uitbreiding van het station zullen hebben voor mens en milieu, zoals magnetische velden, geluid, ruimtelijke hinder of cumulatieve impact.
De aanvraag vertrekt van hypothetische aannames, maar niet van concrete cijfers van potentiële toekomstige stromen — een cruciaal element voor een correcte beoordeling van de omgevingsimpact in dichtbevolkt gebied.
● Magnetische velden
Het project voorziet in hoogspanningslijnen die elektrische en magnetische velden met een extreem lage frequentie (50 Hz) veroorzaken. Elektrische velden worden in normale omstandigheden afgeschermd en vormen, zolang de wettelijke norm van 5 kV/m wordt gerespecteerd, geen gezondheidsrisico.
Magnetische velden daarentegen dringen wel door materialen heen en kunnen het menselijk lichaam bereiken. Voor acute blootstelling geldt in Vlaanderen een strikte norm van 100 µT, die nooit mag worden overschreden. Voor chronische blootstelling bestaat een statistisch verband tussen jaargemiddelde waarden boven 0,4 µT en een verhoogde kans op kinderleukemie.
In de geplande toestand zullen er in totaal 687 woningen en 81 onbebouwde bouwpercelen binnen de 0,4 µT contour liggen over het gehele tracé Izegem-Avelgem (IW227). Het project voldoet volgens de initiatiefnemer aan het “Convenant tussen het Vlaamse Gewest en de netbeheerder van hoogspanningsnetwerken in Vlaanderen, Elia Transmission Belgium”. Daardoor zouden geen bijkomende maatregelen of aanbevelingen nodig zijn. Nochtans bestaat er een statistisch verband tussen langdurige blootstelling aan magnetische velden boven 0,4 µT en een verhoogde kans op kinderleukemie. Dat verband vormt de basis voor het bestaande voorzorgbeleid zoals vastgelegd in het afsprakenkader.
Hoewel monitoring van zowel real-time waarden als jaargemiddelden wordt voorzien en de resultaten op de website van het Departement Omgeving zullen worden gepubliceerd, blijft het onduidelijk hoe dit concreet bijdraagt tot het respecteren van het voorzorgsprincipe. De afspraken worden bovendien slechts globaal benoemd en niet gemotiveerd in functie van het convenant.
De aanvraag herhaalt grotendeels de eerdere algemene opmerkingen uit het GRUP Ventilus: de blootstelling wordt beperkt, het convenant wordt nageleefd en monitoring zal plaatsvinden. Een inhoudelijke motivering of berekening ontbreekt en het blijft onduidelijk hoe de naleving van het convenant precies wordt aangetoond.
Het blijft essentieel dat zowel bestaande als nieuwe kinderopvanginstellingen, scholen en woningen beschermd worden tegen langdurige blootstelling boven 0,4 µT. Niet alleen kinderen die verblijven in een kinderopvang, maar ook de kinderen binnen gezinnen die momenteel reeds onder de bestaande hoogspanningslijn wonen, dienen beschermd te worden. De gezondheidsrisico’s zijn logischerwijze hetzelfde.
De berekening van de 0,4 µT-contour die de chronische blootstellingsrisico's definieert is gebaseerd op een jaargemiddelde belasting van 30 % van de maximale ontwerpcapaciteit (6 GW).
Hoewel de 30 %-belasting wordt gebruikt als een 'overschatting' of 'worst-case' van de huidige modelberekeningen (die op 28,5 % uitkomen voor het 8 GW-scenario), is de snelheid waarmee de elektrificatie in de toekomst zal toenemen "nog ongekend". Aangezien de lijn nu technisch is uitgerust om 6 GW te transporteren, bestaat het risico dat de werkelijke toekomstige jaargemiddelde belasting hoger kan liggen dan de vastgestelde 30 % van de ontwerpcapaciteit. Dat betekent dat de effecten van de verhoogde capaciteit op de omgeving – en met name de omvang van de 0,4 µT-contour – op lange termijn onvoldoende in kaart zijn gebracht en de risicobeoordeling op een onzekere aanname rust.
Bovendien kan ook de wijze waarop de 0,4 µT-stralingscontouren zijn berekend ernstig in vraag worden gesteld.
De aanvraag geeft niet aan op welke hoogte de geleiders zich bevinden op de verschillende punten van het tracé. Het bleek nochtans duidelijk uit het GRUP Ventilus dat de contouren afhankelijk zijn van de hoogte van de masten én de hoogte van waar de hoogspanningslijnen gehangen worden ten opzichte van de grond. In het GRUP Ventilus lag nog niet vast welke masten er zouden worden gebruikt en welke hoogtes die masten zouden hebben of op welke hoogte de geleiders zouden hangen, terwijl dit net cruciaal is om te kunnen inschatten waar de 0,4 µT contouren gelegen zijn en wat de precies impact ervan is van die blootstelling. In voorliggende aanvraag wordt geopteerd voor bepaalde types masten (zie hoger), en wordt eindelijk de hoogte ervan vermeld, maar die informatie is onvolledig om de magnetische veldsterkte betrouwbaar te berekenen.
Bij een bovengrondse hoogspanningslijn is het net de variabele doorhang van de kabels die bepaalt hoe hoog de geleiders boven de grond hangen. Dicht bij een mast hangen de geleiders hoger waardoor er een smallere 0,4 µT-contour is.
Tussen twee masten, waar de doorhang het grootst is, hangen de geleiders lager, waardoor de 0,4 µT-contour breder is. Het MER legt echter niet uit hoe men heeft berekend waar de contouren gelegen zijn en van welk vertrekpunt aan hoogte men is uitgegaan. Dat is nochtans belangrijk, want als de geleiders lager hangen, ziet het magnetisch veld er anders uit (groter/kleiner) en kan deze meer impact hebben op de menselijke gezondheid. Omdat de hoogte van de geleiders constant verandert, kan men niet volstaan met één enkele afstand waarbinnen de 0,4 µT-contour reikt. Die afstand is immers verschillend van plek tot plek. Het MER verwijst naar bijlage 13.1, waarin per zone de 0,4 µT-contour wordt weergegeven, maar zonder transparantie over de gebruikte parameters, zoals bijvoorbeeld de exacte hoogte van de geleiders op elk punt, is niet controleerbaar hoe de contour werd berekend en of de weergegeven zones wel overeenstemmen met de werkelijke elektromagnetische blootstelling.
Doordat de aanvraag geen duidelijkheid verschaft over de hoogte en positie van de geleiders, is de methode voor de berekening van de 0,4 µT-contour onvoldoende transparant en onvoldoende onderbouwd.
Het voorzorgsprincipe omtrent de 0,4 µT wordt door de Belgische Hoge Gezondheidsraad nochtans expliciet geformuleerd als “Ondanks het onzekere effect raadt de Hoge Gezondheidsraad (advies nr. 9432-2020) uit voorzorg aan om kinderen onder 15 jaar niet bloot te stellen aan waarden boven de 0,4µT (gemiddeld over een lange periode).” Voorzichtigheid is dus niet louter een beleidskeuze maar een wetenschappelijk onderbouwde aanbeveling. Het volstaat niet om blootstelling “zoveel mogelijk te vermijden”: de norm van 0,4 µT dient effectief te worden gerespecteerd en toch blijft de initiatiefnemer zich louter beperken tot het “zoveel mogelijk vermijden”. Er kan dan ook niet worden verantwoord dat een hoogspanningsmast wordt versterkt, dat de transportcapaciteit wordt verdubbeld en dat er geen bijkomend onderzoek werd gedaan naar de contouren van de 0,4 µT of mogelijke verdubbeling van de blootstelling nu de transportcapaciteit werd verdubbeld en de exacte inrichting van het project gekend zou moeten zijn.
Het is teleurstellend dat er bij de aanvang van de uitvoeringswerken van het GRUP Ventilus nog steeds dergelijke grote kennislacunes bestaan omtrent de effecten van elektromagnetische velden en het bereik ervan en vooral de berekening van het bereik ervan rekening houdend met de effectieve hoogte van de masten en de effectieve hoogte waarop de geleiders zullen hangen zodat onduidelijk kan worden ingeschat tot waar de contouren daadwerkelijk zullen reiken en welke impact dit kan hebben op de woningen gelegen langs het tracé. Dit geldt zowel voor de gevolgen voor de gezondheid van de mens als de gezondheid van (landbouw)dieren, terwijl deze zouden moeten worden beschreven en beoordeeld en er op basis van die kennis milderende maatregelen moeten worden bedacht.
Tot slot wordt opgemerkt dat ondanks de voorziene metingen nergens wordt gewaarborgd dat er, indien verhoogde blootstelling wordt vastgesteld, daadwerkelijke maatregelen zullen worden opgelegd of dat de initiatiefnemer kan worden gesanctioneerd. Er is dus geen effectieve bescherming van burgers die onder of nabij de bestaande of nieuwe hoogspanningslijnen wonen.
● Psychomatische effecten
De psychomatische effecten van het project worden onvoldoende beoordeeld. De zichtbaarheid van bovengrondse hoogspanningslijnen veroorzaakt aantoonbaar ongerustheid bij omwonenden, wat kan leiden tot psychosomatische klachten. Tijdens de aanlegfase kan bijkomende hinder (geluid, licht, verkeer en visuele verstoring) deze effecten versterken. Bovendien bestaat een duidelijke kennislacune: er is geen inzicht in hoeveel mensen ongerustheid, stress of slaapverstoring ervaren. Door dit gebrek aan onderzoek en het ontbreken van milderende maatregelen kan het project niet verantwoord worden.
De aanvraag geeft geen duidelijk beeld van wat de lijnversterking echt betekent voor dieren en bevat veel hiaten. Het risico op vogel-aanvaringen wordt erkend, maar het de aanvraag gaat er te snel van uit dat vogelbebakening (reflecterende, fluorescerende en fotoluminescente markeringen) dit volledig oplost, zonder dat de effectiviteit daarvan of de invloed van een hogere transportcapaciteit is onderzocht. Ook de verstoring door de werf, extra verkeer en hinder wordt te licht ingeschat, terwijl er biologisch waardevolle gebieden in de buurt zijn, zoals rond mast P26. Het geluid van de nieuwe HTLS-geleiders, dat geknetter en gebrom kan veroorzaken, is onbekend maar wordt zonder bewijs als onbelangrijk beschouwd.
De impact van de knipperende signalisatieverlichting is onvoldoende onderzocht.
Volgens voorliggende aanvraag kunnen sommige vogels hierdoor worden aangetrokken, maar zonder veldonderzoek wordt aangenomen dat vleermuizen en andere dieren er geen last van hebben. De effecten van elektromagnetische velden op dieren zijn grotendeels onbekend. Ondanks internationale onzekerheid wordt daar geen extra onderzoek naar gedaan en worden geen voorzorgsmaatregelen voorgesteld, terwijl de veldsterkte door de lijnverzwaring kan toenemen.
Ook de tijdelijke inname van 35,47 hectare leefgebied wordt te licht beoordeeld. Het risico voor amfibieën rond masten, bijvoorbeeld door lagere waterstanden in hun voortplantingsperiode, wordt onvoldoende serieus genomen.
Een natuurtoets is vereist voor elke vergunningsplichtige activiteit die een betekenisvolle schade of aantasting kan veroorzaken aan natuur, met speciale aandacht voor beschermde natuur. De vergunningverlenende overheid moet nagaan of het project vermijdbare schade aan de natuur kan veroorzaken. Indien dat het geval is, moet de overheid de vergunning weigeren of voorwaarden opleggen om de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen.
Ondanks het feit dat in de verantwoordingsnota wordt gesteld dat geen vermijdbare schade aan de natuur mag optreden en wordt verwezen naar een uitgevoerde natuurtoets met bijhorende passende beoordeling, schiet de onderbouwing van deze toets op een aantal punten tekort.
Zoals voorheen wordt aangehaald werd in het traject nergens gezocht naar een betere ruimtelijke integratie van de bovengrondse lijn. Sterker, er worden zelfs bomen gerooid omdat deze risico zouden kunnen inhouden voor de kabels.
De visuele hinder voor de omwonenden in de wijde omgeving blijft dan ook enorm. Pylonen van 80 m hoog zijn dominant aanwezig in een gebied dat voor het merendeel uitgesproken landelijk had genoemd kunnen worden.
Voorliggende aanvraag maakt ook meteen duidelijk dat dergelijke landschappelijke invulling, zelfs vervuiling te noemen, niet meer zal verdwijnen. Integendeel, ze wordt net bestendigd en zal dus de komende decennia een blijvende immense stempel drukken op de landschappelijke invulling van het gebied.
Het college stelt vast dat de aanvraag het alternatievenonderzoek herleidt tot de keuzes en analyses uit het historische plan-MER bij het GRUP Ventilus. Een zelfstandig, actueel alternatievenonderzoek op projectniveau door de initiatiefnemer ontbreekt.
De initiatiefnemer dient een beschrijving op te nemen van de onderzochte redelijke alternatieven, de relevante kenmerken en de belangrijkste motieven voor de gemaakte keuzes, in het licht van hun milieueffecten. Die effecten mogen niet louter formeel worden afgedaan. Zij moeten open en onbevooroordeeld worden geïdentificeerd, onderzocht en vergeleken. Alternatieven mogen in dat kader niet vooraf worden uitgesloten worden op grond van randvoorwaarden die het oplossingenveld artificieel beperken. Bovendien speelt publieke raadpleging een rol in de identificatie van redelijke alternatieven, aangezien lokale kennis en bezorgdheden relevante input vormen voor het bepalen van de redelijkheid van alternatieve tracés of inrichtings- of uitvoeringswijzen.
Binnen de aanvraag werd echter geen onderzoek meer gedaan naar de locatiealternatieven, gezien deze reeds werden vastgelegd via het GRUP Ventilus. Het tracé voor de 380 kV verbinding werd vastgelegd middels een ‘indicatieve overdruk’ bovenop de geldende bestemming, zodat de zones werden vastgelegd waar ondergrondse of waar bovengrondse aanleg gebeurt. Nochtans betekenen een indicatieve overdruk dat er een indicatie is van waar het tracé zal lopen, maar blijft er een ontwerpmarge zodat het uiteindelijke tracé nog meters kan opschuiven ten opzichte van het referentieontwerp, wat maakt dat alternatieven hier nog steeds dienden te worden bekeken binnen de indicatieve overdruk.
Men dient vast te stellen dat die ontwerpvrijheid in de praktijk zeer beperkt wordt geïnterpreteerd. In essentie wordt die vrijheid louter benut wanneer technische of veiligheidsbeperkingen zich opdringen voor de initiatiefnemer. Zij wordt echter amper aangewend om lokale optimalisaties te onderzoeken of om de ruimtelijke inpassing te verbeteren. Dat vormt een gemiste mogelijkheid voor maatwerk en impactreductie.
Er werd een zeer beperkt overzicht gegeven van de verschillende hoofdalternatieven die er werden beschreven in het plan-MER bij GRUP Ventilus. Hierbij wordt louter verwezen naar de vijf verschillende hoofdalternatieven en samengevat waarom deze niet zijn weerhouden. De projectbeschrijving stelt dat de zones en contouren door het GRUP Ventilus werden vastgelegd en concludeert vervolgens dat er op projectniveau geen redelijke alternatieven meer bestaan. Door zijn opdracht tot een historische reproductie te reduceren voldoet de initiatiefnemer niet aan zijn verplichting om de redelijke alternatieven te onderzoeken.
Verder wordt wel gesteld dat binnen het plan-MER bij het GRUP Ventilus een groot aantal locatiealternatieven werd onderzocht, maar voorliggende aanvraag neemt die opties slechts summier, zonder geactualiseerde, bijkomende motivering over. De vijf hoofdalternatieven uit de GRUP-procedure worden kort overgenomen.
Meerdere opties vielen op basis van een zogenaamde kwetsbaarheidsanalyse al in een vroeg stadium af. De motieven om alternatieven uit te sluiten blijken echter summier en weinig transparant. Zo stelt men dat het hoofdalternatief via de E40 als te kwetsbaar wordt beschouwd, zelfs indien gedeeltelijke ondergrondse aanleg zou geïntegreerd worden, zonder dat enig inzicht wordt geboden in de gehanteerde methodologie en afwegingscriteria.
Voorts wordt er geen actuele motivering gegeven over waarom (deels) ondergrondse aanleg technisch of juridisch onmogelijk of disproportioneel is. De motivering waarom voor bepaalde tracédelen niet gekozen werd voor een (deels) ondergrondse aanleg, afgezien van de zones die het GRUP stipuleert, ontbreekt. De aanvraag herhaalt vooral dat buiten die zones “op projectniveau geen redelijke alternatieven” bestaan, zonder bijkomende motivering of technische detailanalyse. Bovengrondse tracés worden als “standaard” genomen, zonder de alternatieven voor die “standaard” grondig te vergelijken.
Opmerkingen omtrent alternatieven werden ook in het GRUP reeds aangehaald en ook daar werd reeds verwezen naar gebrekkig onderzoek en motivering. In kader van het project-MER beperkt men zich tot de stelling dat: de alternatieven die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend "niet geleid hebben tot een bijstelling van het GRUP". Slechts “enkele beperkte wijzigingen" werden doorgevoerd op basis van voorstellen uit de plenaire vergadering. Voorgaande werpt vragen op over de mate waarin ingebrachte tracé- of locatiealternatieven en suggesties daadwerkelijk werden onderzocht of geïntegreerd binnen het alternatievenonderzoek. Daardoor lijkt het alsof er onvoldoende rekening werd gehouden met lokaal beleid en leefbaarheidsaspecten. Naar de letter zou er sprake zijn van participatie, maar de feitelijke impact van de lokale inbreng is uiterst minimaal, zo niet onbestaande.
Er wordt samenvattend beschreven dat uit de hoofdalternatieven (of locatiealternatieven) lijntracés zijn ontwikkeld die elk werden onderworpen aan een milieubeoordeling waarna uiteindelijk een keuze werd gemaakt, waarna nog wat verfijningen werden doorgevoerd aan het gekozen alternatief en werden de milieueffecten nog eens onderzocht van dit geoptimaliseerde alternatief.
Volgens welke motivering die verband houden met milieueffecten het hoofdalternatief en het lijntracé uiteindelijk gekozen zijn wordt geen enkele motivering aangehaald en laat dat nu net datgene zijn wat in een aanvraag en bijhorende project-MER dient te worden gemotiveerd en onderzocht. Er wordt louter verwezen hiervoor naar het plan-MER. De milieueffectenbeoordeling en motieven werden zelfs niet eens samengevat.
Keuze uit type masten kan een verschil maken in de grootte van de elektromagnetische velden, de grondinname, de grootte van de ondiepe funderingslaag en flexibiliteit in hoeken. Er wordt gekozen voor compacte vakwerkmasten en op specifieke plaatsen stopmasten. In sommige gevallen wordt de masthoogte aangepast (verhoogd) afhankelijk van het voorkomen van hogere constructies of obstakels.
Voor het bovengrondse traject wordt er gekozen voor compacte vakwerkmasten waarbij de masten merendeel bestaan uit isolerende mastarmen, waardoor de totale silhouet van de mast zou zijn beperkt en magnetische velden zou zijn gereduceerd.
De impact van de hoogtes van de masten en de kabels wordt evenwel wederom nergens uitgewerkt wat betreft het bepalen van de contouren van de elektromagnetische straling. Er kan dan ook onmogelijk worden nagegaan in hoeverre de afgebeelde contouren op de kaarten klopt, daar waar bepaalde woningen/gebouwen net niet zouden gelegen zijn binnen de contouren.
Het is onmogelijk uit het dossier af te leiden hoe hoog de kabels zullen gelegd worden. Sterker nog, het is nergens uit af te leiden dat wanneer de kabels er eenmaal liggen, ze ook precies daar zullen blijven hangen. Verschillende elementen zorgen er immers voor dat die kabels niet steeds op dezelfde locatie blijven, zoals temperatuur, wind, … ook de tand des tijds kan gevolgen hebben voor de hoogte waarop de kabels hangen.
Het is dan ook te weinig duidelijk of zeker dat de berekening van de magnetische velden de correcte berekening is. Zulks is niet aanvaardbaar gelet op de impact op het grondgebied.
Het college van burgemeester en schepenen wenst verder nog op te merken dat de hoegrootheid van het volledige vergunningsdossier, in combinatie met de wijze waarop het dossier is gestructureerd en opgesplitst, de leesbaarheid bijna onmogelijk maakt voor gemeenten en andere belanghebbenden, in het bijzonder hun inwoners.
Het dossier bestaat uit honderden pagina’s technische documenten die slechts moeizaam doorgrond kunnen worden. Daarnaast werd het project procedureel opgesplitst in meerdere omgevingsvergunningsaanvragen, zonder dat per aanvraag een autonoom, afgebakend en overzichtelijk geheel wordt gepresenteerd (zie ook infra). De overdaad aan informatie, gecombineerd met een gebrek aan heldere samenvattingen en een versnipperde opbouw met een doolhof aan bijlagen en kruislings verwijzende stukken maakt het voor belanghebbenden quasi onmogelijk om de essentie van de plannen en de mogelijke impact ervan te vatten. Daardoor wordt de transparantie ernstig ondermijnd en wordt de effectieve uitoefening van het inspraakrecht door burgers, lokale overheden en andere belanghebbenden bemoeilijkt. De leesbaarheid en overzichtelijkheid zouden nochtans prioritair moeten zijn in dergelijk maatschappelijk belangrijk dossier.
Waar het voor een lokaal bestuur al niet evident is om uit de talloze documenten de concrete informatie te puren die van toepassing is op haar grondgebied, is dat voor een burger die niet dagelijks thuis is in deze materie quasi onbegonnen werk. Alleen al het project-MER beslaat 57 documenten, waarvan de omvang varieert van tientallen tot honderden pagina’s. Om als burger binnen een korte tijdspanne alle documenten door te nemen en te doorgronden welke delen van die teksten op een burger van toepassing is, getuigt van een laconiek gebrek aan begrip en respect voor de moeite die burgers zich troosten om hier wijs uit te geraken.
Voorliggende aanvraag betreft een deel van de gehele Ventiluslijn, die wordt aangevraagd in vijf verschillende omgevingsvergunningsaanvragen.
“Saucissering” (ook wel “saucissonering” genoemd, van het Franse ‘saucisson’) betreft het kunstmatig opsplitsen van een aanvraag voor een vergunning (voor bijvoorbeeld bouw, ruimtelijke ordening of infrastructuur) in meerdere deelprojecten of afzonderlijke vergunningsaanvragen, terwijl het in de feiten om één groter, samenhangend project gaat.
Er is geen regelgeving die het opsplitsen van een globaal project in deelprojecten principieel verbiedt. Aanvragers zijn in principe vrij om een totaalproject in verschillende (tijdelijke, technische of gefaseerde) dossiers te splitsen.
De Raad voor Vergunningsbetwistingen citeert hierbij expliciet de rechtspraak van de Raad van State: “gesaucissoneerde” vergunningsaanvragen kunnen enkel worden gesanctioneerd wanneer het niet-aangevraagde deel zo essentieel is, dat het afleveren van een vergunning zonder het essentiële deel neerkomt op het afleveren van een onwerkzame vergunning (RvS, 1 februari 2007, nr. 167.375). Het klassiek voorbeeld daarbij is dat een vergunning voor een bepaald deel geen enkele uitwerking heeft als niet het geheel is beoordeeld of vergund.
De opsplitsing is problematisch als:
● Het totale project niet meer als één geheel kan worden beoordeeld op ruimtelijke of milieueffecten;
● De procedurele rechten van derden (inspraak, bezwaar) bewust worden ontnomen of bemoeilijkt;
● Men via deze werkwijze regelgeving wil omzeilen, bijvoorbeeld door zwaardere onderzoeksplichten te ontwijken.
Binnen de evaluatie van de aanvraag moet de overheid (ook bij deelprojecten) steeds waken over het totaalbeeld. Wanneer een openbaar onderzoek vereist is, moeten adviezen en bezwaren ook t.a.v. het geheel worden behandeld en beantwoord.
De Raad voegt eraan toe dat het opsplitsen vaak legitiem kan zijn door “praktische of technische redenen” (bv. fasering van werken, beperking van hinder, erfgoedeisen). Zolang de globale ruimtelijke beoordeling overeind blijft, is saucissering niet verboden.
Net hier knelt het schoentje. Door de aanvraag op te splitsen in vijf verschillende omgevingsvergunningsaanvragen, gecombineerd met één allesomvattend en niet per aanvraag of per gemeente afgebakend project-MER, wordt het totale project in de praktijk niet langer op een begrijpelijke en coherente wijze als één geheel gepresenteerd. Die werkwijze heeft tot gevolg dat de globale beoordeling wordt uitgehold en dat de inspraakrechten van derden, in het bijzonder van burgers, worden beknot.
ALGEMENE CONCLUSIE: ONGUNSTIG
● Gezondheidseffecten: onvoldoende garanties worden geboden voor het beperken van blootstelling aan magnetische velden, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals kinderen, en dat het voorzorgsprincipe onvoldoende wordt toegepast;
● Milieueffecten: risico’s op wateroverlast en bodemverontreiniging onvoldoende zijn uitgesloten, onder meer gelet op de lozing van bemalingswater en de ligging in een overstromingsgevoelig gebied;
● Natuuraantasting: het project leidt tot blijvende visuele hinder, aantasting van het landschap, grootschalige ontbossing en een ontoereikende bescherming van biodiversiteit;
● Economische impact: een waardevermindering van woningen en bedrijfsgebouwen wordt verwacht zonder dat in een billijke compensatieregeling is voorzien;
● Alternatievenonderzoek: redelijke alternatieven, zoals ondergrondse aanleg of andere technologieën, onvoldoende werden onderzocht en de gekozen tracé-inpassing niet werd gevalideerd in functie van het lokale leefmilieu;
● Ruimtelijke ordening en mobiliteit: het project niet overtuigend wordt verantwoord in het licht van een goede ruimtelijke ordening en de lokale verkeersimpact onvoldoende werd geëvalueerd;
● Leesbaarheid en transparantie: het dossier door zijn complexiteit en opsplitsing over meerdere aanvragen, alsook door ontbrekende of onduidelijke informatie, een volwaardige inspraak en zorgvuldige beoordeling bemoeilijkt;
Op basis van het voorgaande moet worden vastgesteld dat de hinder en de effecten op mens en milieu niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt.
De aanvraag voldoet derhalve niet aan de vereisten van een zorgvuldig en maatschappelijk verantwoord vergunningsbeleid.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit een ongunstig advies te verlenen met betrekking tot de voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2025025784 gelet op bovenstaande uiteenzetting.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit dit ongunstig advies over te maken aan de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie (GOVC).
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.25. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.26. Renovatiepremie eigenaars-bewoners - goedkeuring
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.27. Renovatiepremie eigenaars-bewoners - goedkeuring
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.28. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.29. Grafconcessies - hernieuwingen - goedkeuring
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.30. BOA - jaarverslag 2025 - kennisname
Aanleiding en context
De stuurgroep BOA hield een vergadering op 8 december 2025. Daar werd het jaarverslag en de financiële stand van zaken besproken.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het jaarverslag BOA en de financiële stand van zaken.
Daarnaast wordt het college van burgemeester en schepenen geïnformeerd over de intentie om het jaarverslag te verspreiden onder de betrokken ouders, begeleiders en verenigingen, aangevuld met een korte vooruitblik naar 2026.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd in de zitting van de BOA-stuurgroep van 8 december 2025.
● Het jaarverslag BOA bundelt de belangrijkste acties, verwezenlijkingen en cijfers van het afgelopen jaar en toont aan wat er samen met partners en betrokkenen gerealiseerd kon worden.
● De financiële stand van zaken biedt inzicht in de financiële positie van BOA.
Door het jaarverslag te delen met ouders, begeleiders en verenigingen die in contact stonden met BOA, wil het lokaal bestuur hen informeren, bedanken voor de samenwerking en hen meenemen in de toekomstige ambities richting 2026.
Het jaarverslag BOA en de financiële stand van zaken zijn als bijlage toegevoegd.
Vooraleer het jaarverslag zal worden uitgestuurd, wordt deze nog in de huisstijl gezet door de dienst communicatie.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het door de BOA-stuurgroep goedgekeurde jaarverslag en de financiële stand van zaken.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.31. MAT - verslag 5 november 2025 - kennisname
Aanleiding en context
Het MAT hield een vergadering op 5 november 2025.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.
De bijbehorende toelichting is terug te vinden in het verslag.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
C.32. MAT - verslag 3 december 2025 - kennisname
Aanleiding en context
Het MAT hield een vergadering op 3 december 2025.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.
De bijbehorende toelichting is terug te vinden in het verslag.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
D.1. Dagvaarding aan hulpverleningszone Fluvia - ontwerp - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het ontwerp van dagvaarding goed te keuren ten verzoeke van de gemeente Deerlijk aan de hulpverleningszone Fluvia inzake de schade op de site van de voormalige brandweerkazerne op het Leon Defraeyeplein.
Motivering
Gemeente Deerlijk is eigenaar van een gebouw op het Leon Defraeyeplein dat doorheen de jaren diende als brandweerkazerne. Sinds 2019 staat deze leeg en de gemeente heeft plannen om daar een nieuw groen centrumpark te realiseren. De kazerne dient afgebroken te worden.
Evenwel werd in de loop van februari 2024 een PFAS-verontreiniging afgeperkt in de bodem en het grondwater ter hoogte van bovenstaande site en werd een zgn. no regret-zone ingesteld rondom de site.
Deze verontreiniging vindt zijn oorzaak in de brandblusoefeningen die destijds werden verricht door de brandweer.
De aangetroffen verontreiniging maakt dat de kosten voor de aanleg van het centrumpark sterk stijgen. De sanering van de site dreigt financieel op te lopen in de honderdduizenden euro’s.
In het bodemsaneringsproject voor de eerste fase wordt de saneringskost geraamd op 373.890 euro incl. BTW. De kostprijs voor de opmaak van het beschrijvend bodemonderzoek bedroeg 61.325,80 euro incl. BTW en voor de opmaak van het saneringsproject bedragen de kosten tot nu toe 66.190,33 euro incl. BTW.
De totale kostprijs kan op vandaag nog niet op definitieve wijze vastgesteld worden.
De federale wetgever heeft met de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid – en meer specifiek met de artikelen 215 tot en met 217 – in een overdracht / terbeschikkingstelling voorzien van alle kazernes en andere onroerende goederen die eigendom zijn van de gemeente en die noodzakelijk zijn voor het onderbrengen van de brandweer. Dit is ook het geval voor het pand aan het Leon Defraeyeplein nu aldaar tot medio 2019 effectief een brandweerpost gehuisvest was met personeel.
Artikel 216 van de Wet van 15 mei 2007 stelt dat de kazernes en relevante onroerende goederen worden overgedragen en ter beschikking worden gesteld in de staat waarin zij zich bevinden én met inbegrip van alle aan deze goederen verbonden lasten en verplichtingen.
Opgemerkt moet worden dat de verplichting uit het Bodemdecreet om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren betrekking heeft op het feit dat het hier om een risicogrond gaat in de zin van het Bodemdecreet en ook uit de aanduiding als saneringsplichtige door de OVAM naar aanleiding van de PFAS-problematiek. De bodem- en grondwaterproblematiek is aldus een last en verplichting in de zin van hogergenoemde wettelijke bepaling.
Volgens het bovenstaande is Fluvia dus de juridisch aansprakelijke.
De juridische aansprakelijkheid van gedaagde staat vast.
De gemeente heeft Fluvia aangeschreven over deze problematiek met een brief van 4 juni 2024.
Evident is gemeente Deerlijk geen vreemde voor Fluvia nu zij als gemeente deel uitmaakt van de hulpverleningszone. Gemeente Deerlijk verwijt Fluvia geen kwade trouw maar dient voor haar belangen op te komen. De PFAS-problematiek veroorzaakt een belangrijke schade in de vorm van zware meerkosten bij de aanleg van haar gemeentelijk centrumpark.
De dagvaarding dient ook om de verjaring te stuiten en desgevallend de verzekeraars mee in tussenkomst te betrekken. Het komt gemeente Deerlijk immers voor dat deze in het dossier dienen betrokken te worden.
In deze stand van de procedure vordert de gemeente 1 euro provisionele schadevergoeding nu de exacte schade – dit is de totale saneringskostprijs – nog niet vast staat.
Teneinde de lopende bodemonderzoeken ook tegenstelbaar te maken aan gedaagde verzoekt eiseres ook om de aanstelling van een gerechtsdeskundige met als opdracht de lopende saneringsprocedure mee op te volgen en de totale schade in hoofde van eiseres in kaart te brengen die werd veroorzaakt door de PFAS-problematiek.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 9° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het ontwerp van dagvaarding, zoals in bijlage bij huidig besluit gevoegd, goed te keuren ten verzoeke van de gemeente Deerlijk aan hulpverleningszone Fluvia inzake de schade op de site van de voormalige brandweerkazerne op het Leon Defraeyeplein.
Aan advocatenkantoor Publius, gevestigd te Kortrijk, Beneluxpark 27 B, wordt gevraagd het nodige te doen om de dagvaarding te laten betekenen.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
D.2. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Leon Defraeyeplein 30, 34 en 35 - behandeling bezwaarschrift
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
D.3. OMV 2025_141 - Klokkestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, Windhalmlaan 23, 25 en 27 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van keermuren (gewijzigde aanvraag), op een perceel gelegen Klokkestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, Windhalmlaan 23, 25 en 27 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 917 G, (afd. 2) sectie E 917 F, (afd. 2) sectie E 917 D, (afd. 2) sectie E 917 E, (afd. 2) sectie E 917 B, (afd. 2) sectie E 917 C, (afd. 2) sectie E 917 A, (afd. 2) sectie E 917 G3, (afd. 2) sectie E 917 H, (afd. 2) sectie E 917 K en (afd. 2) sectie E 917 L, aangevraagd door de heer Luc Taelman met als contactadres Vijvestraat 39 te 8720 Dentergem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 10 december 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.
De omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2024166764 blijft van toepassing en dient uitgevoerd te worden. Er wordt in het advies opgemerkt dat er (nog) geen omgevingsvergunning afgeleverd werd voor het opvangen van het hoogteverschil op de linker perceelsgrens van lot 1 en de rechter perceelsgrens van lot 10.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, RUP Sint-Lodewijk centrum.
Bijzonder plan van aanleg
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 13 november 2019 (dossiernummer OMV_2020_11).
● Voor dit perceel is een omgevingsvergunning voor het bijstellen van de verkaveling van toepassing, goedgekeurd op 10 maart 2021.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het verkavelingsplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning 34009_2019_3/OMV_2018049542 voor verkavelen van grond in 26 loten voor woningbouw en 21 loten voor garage met aanleg van wegenis, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen goedgekeurd op 13/11/2019.
● Omgevingsvergunning 34009_2020_11/OMV_2020141096 voor bijstellen van de verkaveling Oliebergstraat waarbij de perceelsgrens van lot 11 gewijzigd wordt en waarbij de mogelijkheid tot het samenvoegen van de loten bestemd voor halfopen bebouwing tot open bebouwing voorzien wordt. goedgekeurd op 10/03/2021.
● Omgevingsvergunning /OMV_2023006696 voor bouwen van twee gekoppelde eengezinswoningen met inpandige garages goedgekeurd op 12/04/2023.
● Omgevingsvergunning /OMV_2023071284 voor bouwen van een koppelwoning goedgekeurd op 09/08/2023.
● Omgevingsvergunning /OMV_2024166764 voor plaatsen van keermuren goedgekeurd op 12/03/2025.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De aanvraag betreft het ophogen van 10 percelen uit de verkaveling gelegen langs de Klokkestraat. De loten zijn gelegen in de kern van Sint-Lodewijk. De Klokkestraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De loten zijn gelegen in een recente verkaveling. De verkaveling situeert zich langs de Klokkestraat en de Kaderstraat en paalt aan de achterzijde van een aantal woningen langs de Kapelstraat en de Ommegangstraat.
Het merendeel van de percelen zijn braakliggend, de loten 4-7 zijn reeds bebouwd. Er is een groot hoogteverschil tussen de rooilijn en de achterste perceelsgrens als volgt:
● Lot 1: 1,41 m
● Lot 2: 1,38 m
● Lot 3: 1,40 m
● Lot 4: 1,82 m
● Lot 5: 1,51 m
● Lot 6: 1,84 m
● Lot 7: 1,93 m
● Lot 8: 1,65 m
● Lot 9: 1,62 m
● Lot 10: 1,45 m
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen. De woningen in de omgeving hebben een verscheiden karakter, zowel van het vrijstaande, halfopen als gesloten type.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst de loten 1 tem 10 op te hogen en wenst op de achterste perceelsgrens een keermuur te plaatsen om het hoogteverschil in op te vangen. De loten 4-7 zijn reeds bebouwd en de ophoging is reeds uitgevoerd. Deze zal conform het ontwerpplan aangepast worden in de achtertuinzone.
De ophoging wordt zo voorzien dat de loten 0,05 m hoger komen te liggen dan het midden van de weg, met uitzondering van lot 5 en lot 7 waarbij lot 5, 0,25 m en lot 7, 0,12 m hoger wordt voorzien tov het midden van de weg. De percelen hellen allen beperkt af naar de achterste perceelsgrens toe waarbij de hoogte van de ophoging gelijk is aan de hoogte van de keermuur.
De keermuur verschilt, afhankelijk van het betreffende lot in hoogte. Voor de loten 1-3 is de hoogte van de keermuur 39,00 m TAW, loten 4-5, 38,60 m, loten 6 – 8, 38,20 m, lot 9, 37,80 m en lot 10, 37,60 m tov de zeespiegel, wat neerkomt op ongeveer de hoogte van het midden van de Klokkestraat. Op die manier is er voor de loten in de verkaveling Klokkestraat een uniform uitzicht. De hoogte van de keermuur vanuit de tuinen van de Kapelstraat bedraagt:
● lot 1 – 1,03 m
● lot 2 – 1,14 m
● lot 3 – 1.34 m
● lot 4 – 1,40 m
● lot 5 – 1,33 m
● lot 6 – 1,40 m
● lot 7 – 1,61 m
● lot 8 – 1,51 m
● lot 9 – 1,15 m
● lot 10 - 1,30 m
Deze keermuur bevindt zich op de achterste perceelsgrens tussen de woningen kant Klokkestraat en Ommegangstraat
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 5 november 2025 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben drie bezwaren ingediend.
De bezwaarschriften handelen over:
○ De eerdere aanvraag voor het plaatsen van keermuren werd vergund zonder dat iemand in beroep gegaan is, terwijl huidige aanvraag enkel dient om onrechtmatige ophoging van de grond te regulariseren. Er wordt gevraagd de eerder afgeleverde omgevingvergunning uit te voeren. De onrechtmatige ophoging zorgt voor ernstige inkijk in de tuinen van de woningen van de Ommgegangstraat. De privacy in de tuin/woning dient gerespecteerd te worden
○ Er zijn vragen bij de technische uitvoering van de keermuren in de aanvraag. De keermuren moeten voldoende hoog worden voorzien en voldoende diep in de grond verankerd worden om grondwater en wegspoeling tegen te houden. De ontworpen keermuren zijn onvoldoende diep verankerd en men vraagt de focus te leggen op de waterproblematiek.
○ Er zijn geen voorzieningen voor afwatering op eigen perceel wat kan leiden tot wateroverlast bij aanpalende percelen.
○ De keermuren worden op de perceelsgrens voorzien, waardoor bestaande omheiningen moeten verdwijnen. Dit is niet gewenst gezien de goede staat van de bestaande houten tuinpoort en houten omheining.
○ Op het verkavelde perceel staat een grote braamstruik die zorgt voor hinder. Bij plaatsing van een keermuur moet deze braamstruik verwijderd worden met respect voor de bestaande omheining.
○ De nadelen voor de inwoners van de Ommegangstraat zijn veel groter dan de voordelen voor de inwoners van de Klokkestraat. Dit is voor (bepaalde) inwoners van de Ommegangstraat onredelijk.
○ Er wordt gevraagd om een perfecte oplossing voor te stellen voor alle percelen waarbij gevraagd wordt dat de bouwheer het voorstel toelicht aan de betrokken buren.
○ Er was initieel voorzien in een groenzone en wandelpad tussen de verkaveling en de tuinzones van de woningen Ommegangstraat. Er wordt verzocht dit na te leven.
○ De aanvraag focust op het opvangen van het hoogteverschil op het einde van de percelen. Er is echter geen aandacht geschonken aan het opvangen van het hoogteverschil ten zuiden van het terrein, nl. hoe wordt het hoogteverschil opgevangen thv de rechter perceelsgrens van lot 10?
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het verkavelingsplan.
Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het verkavelingsplan gezien de aanvraag betrekking heeft op het aanpassen van het reliëf in functie van het bebouwbaar maken van de percelen.
Er wordt opgemerkt dat er in de voorschriften vermeld wordt dat iedere eigendom dient afgesloten te worden op de perceelsgrenzen om voldoende privacy te garanderen. De hoogte van deze afsluiting bedraagt max. 2 m. Het plaatsen van een afsluiting op de achterste perceelsgrens met een maximale hoogte van 2 m op de perceelsgrens zal opgelegd moeten worden als voorwaarde.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
Stikstofdecreet
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, dus geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Verschijningsvorm en hinder:
De aanvraag betreft het ophogen van het terrein teneinde deze bebouwbaar te maken. Om het hoogteverschil op te vangen wordt op het einde van het terrein een keermuur voorzien.
De perceelsgrenzen van de loten uit de verkaveling en de loten van de achterliggende percelen Ommegangstraat verschillen in breedte, waardoor percelen in de Ommegangstraat veelal zicht hebben op 2 achtertuinen.
Het is belangrijk dat de hinder voor de aanpalende percelen tot een minimum beperkt wordt. Dat betekent dat zowel wateroverlast als de beeldkwaliteit aandachtspunten zijn.
De hoogte van de keermuur tov het straatniveau is voor de woningen in de Klokkestraat gelijk, doch voor de inwoners uit de Ommegangstraat varieert dit sterk tussen 1,03 m tot 1,61 m. Dit hoogteverschil wordt uitgevoerd op de perceelsgrens van de loten uit de verkaveling.
Gezien het de woningen/tuinen uit de Ommegangstraat zijn die uitkijken op de keermuur, is het aangewezen met hun uitzicht rekening te houden en minder/niet met het uniformiseren van de hoogte van de keermuur met de kavelgrenzen uit de verkaveling. Een keermuur incl. een mogelijke tuinafsluiting om de privacye te bewaren, die na realisatie een totale hoogte zou hebben van max. 3,30 m is niet aanvaardbaar.
In een vorige omgevingsvergunningsaanvraag (OMV_2024166764) werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een keermuur op de perceelsgrens tussen woningen Klokkestraat en Ommegangstraat. Tegen deze aanvraag werd geen beroep ingediend, waardoor ervan uitgegaan wordt dat de aanvraag op de goedkeuring kon rekenen van zowel bouwheer als aangelanden. Het is daarom wenselijk dat deze vroegere aanvraag integraal uitgevoerd wordt.
Aansluitend wordt opgemerkt dat er een oplossing moet voorzien worden voor het opvangen van het hoogteverschil aan de andere grenzen van het project, meer bepaald de noordelijke en zuidelijke grenzen.
Conclusie
Het ontwerp is niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg. De omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2024166764 dient uitgevoerd te worden.
Er wordt opgemerkt dat er (nog) geen omgevingsvergunning afgeleverd werd voor het opvangen van het hoogteverschil op de linker perceelsgrens van lot 1 en de rechter perceelsgrens van lot 10.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden drie bezwaren of opmerkingen geformuleerd. Er wordt voorgesteld om hiermee als volgt om te gaan:
Gezien de woningen uit de Ommegangstraat lager gelegen zijn dan de woningen uit de Klokkestraat, zullen zij, zoals gesteld in het bezwaarschrift het meeste hinder ervaren. Verschillende inwoners zullen niet alleen aankijken tegen een muur van minstens 3,30 m, ze zullen ook blijvende inkijk en problemen ervaren van afstromend water, wat niet aanvaard kan worden. Dit onderdeel van het bezwaarschrift is gegrond.
Er wordt gevraagd hoe het hoogteverschil tussen de rechter perceelsgrens van lot 10 en de aanpalende percelen die gelegen zijn ten zuiden van het project opgevangen zal worden. Hierover wordt in de aanvraag geen duidelijkheid gegeven, terwijl er wel degelijk sprake is van een groot hoogteverschil dat moet worden opgevangen. Dit onderdeel van het bezwaarschrift is gegrond.
Er worden vragen gesteld bij de technische uitvoering van de werken. Gezien het ontwerp wordt opgemaakt door een architect, wordt verondersteld dat die over voldoende deskundigheid beschikt. Het bezwaar is ongegrond.
De opmerking mbt het verwijderen van de braamstruik zal, gezien het perceel opgehoogd wordt, geen voorwerp meer zijn van opmerking. Daarnaast is deze bedenking of opmerking niet van stedenbouwkundige aard.
Er wordt gesuggereerd dat de bouwheer een perfecte oplossing voorstelt en het voorstel toelicht aan de aanpalenden. Een perfecte oplossing is onvoldoende specifiek en onduidelijk wat dit is. Deze bedenking is geen van de in artikel 4.3.1, §2 van de VCRO opgesomde aandachtspunten en criteria om de overeenstemming van een project met de goede ruimtelijke ordening te beoordelen. Het bezwaar is ongegrond.
Er wordt verwezen naar een initieel plan met een groenzone en wandelpad tussen verkaveling en tuinzone van de woningen Ommegangstraat. In het verkavelingsplan is geen sprake van een groenzone, dus deze opmerking is ongegrond.
Er wordt gevraagd om het bestaande houten poortje op einde van de tuin als uitweg te behouden. Het is de taak van de vergunningverlenende overheid om zich uit te spreken over de stedenbouwkundige verenigbaarheid van het project waarvoor een aanvraag voorligt. Het al dan niet behouden van een niet eerder gekende ontsluiting op een naastliggend perceel, werd niet aangegeven tijdens het openbaar onderzoek van de verkaveling en is geen van de in artikel 4.3.1, §2 van de VCRO opgesomde aandachtspunten en criteria om de overeenstemming van een project met de goede ruimtelijke ordening te beoordelen. Het bezwaar is ongegrond.
1.m. Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het weigeren van de omgevingsvergunning aan de heer Luc Taelman met als contactadres Vijvestraat 39 te 8720 Dentergem, voor het plaatsen van keermuren (gewjizigde aanvraag), op een perceel gelegen Klokkestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, Windhalmlaan 23, 25 en 27 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 917 G, (afd. 2) sectie E 917 F, (afd. 2) sectie E 917 D, (afd. 2) sectie E 917 E, (afd. 2) sectie E 917 B, (afd. 2) sectie E 917 C, (afd. 2) sectie E 917 A, (afd. 2) sectie E 917 G3, (afd. 2) sectie E 917 H, (afd. 2) sectie E 917 K en (afd. 2) sectie E 917 L.
De omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2024166764 blijft van toepassing en dient uitgevoerd te worden.
Er wordt opgemerkt dat er (nog) geen omgevingsvergunning afgeleverd werd voor het opvangen van het hoogteverschil op de linker perceelsgrens van lot 1 en de rechter perceelsgrens van lot 10.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
D.4. Pontstraat - fietspaden brug - principiële goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het voorstel tot herinrichting van de brug in de Pontstraat met fietspaden principieel goed te keuren.
Motivering
Naar aanleiding van meldingen van onveiligheidsgevoel voor fietsers werd de opdracht gegeven om te onderzoeken of de brug in de Pontstraat kan ingericht worden met fietspaden.
Deze opdracht werd via 'afsprakennota nr. 2024-72 Deerlijk: advies kleine mobiliteitsvraagstukken' aan Leiedal gegeven. De bevindingen worden voorgesteld aan de hand van de presentatie in bijlage.
Volgens het gemeentelijk mobiliteitsplan maakt de Pontstraat deel uit van het Lokaal Functioneel Fietsroutenetwerk. Voor het gemotoriseerd verkeer is dit deel van de Pontstraat aangeduid als erftoegangsweg, de laagste wegencategorie.
Uit overleg met het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat de gemeente initiatief kan nemen om het wegdek op de brug te herinrichten binnen de technische mogelijkheden van de bestaande brugstructuur, waar AWV verantwoordelijk voor is. De brugstructuur zelf is nog in goeie staat waardoor deze op middellange termijn alvast niet zal worden aangepast of vervangen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om het scenario tot herinrichting van de brug in de Pontstraat, met éénrichtingsfietspaden op de zijkanten van de brug, principieel goed te keuren, vraagt om het AWV op de hoogte te brengen van deze beslissing en na te gaan of het AWV zelf kan instaan voor de vervanging van de balustrades.
Voor verdere uitwerking van dit scenario zal een studiebureau aangesteld worden.
Zitting van CBS van 17 DECEMBER 2025
D.5. Beperkte mobiliteitscommissie - 10 september 2025 en 15 oktober 2025 - kennisname verslagen en beslissingen - goedkeuring
Aanleiding en context
De beperkte mobiliteitscommissie hield een vergadering op 10 september 2025 en op 15 oktober 2025. Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de adviezen van de commissie goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de besproken onderwerpen en neemt een beslissing aan de hand van het advies van de beperkte mobiliteitscommissie.
Volgende punten werden geadviseerd op de BMC van 10 september 2025:
● Petitie parkeerstrook Pladijsstraat
● Overlast brommers binnenplein Francar
● Bromfietsen door trage verbinding Stationsstraat-Lisdoddelaan
● Snelheid Kortrijkse heerweg
Volgende punten werden geadviseerd op de BMC van 15 oktober 2025:
● Circulatie Cassinawijk
● Snelheid lokaal fietsroutenetwerk
● Kruispunt Veldstraat-Engelstraat-Generaal Deprezstraat
● Grindstroken zuidelijke centrumwijken
● Evaluatie regeling schoolrangen
● Agenda Mobiliteitsraad
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de verslagen van 10 september 2025 en 15 oktober 2025 en beslist de adviezen van de beperkte mobiliteitscommissie te volgen met uitzondering van het punt 'grindstroken zuidelijke centrumwijken'.
De grindstroken dienen opnieuw ingevuld te worden met steenmengsel en groenzaden in plaats van volledige ontharding in combinatie met straatparkeren.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.