Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 23 september 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 23 september 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 23 september 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.2. Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren - raming, lastvoorwaarden, wijze van gunnen en uit te nodigen firma's - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de raming, lastvoorwaarden, wijze van gunnen en de uit te nodigen firma’s van de opdracht “Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren” goed te keuren.
Motivering
Omdat de huidige overeenkomst met Optimal Parking Control bv afloopt op 14 november 2026 wordt er een nieuw parkeerbedrijf aangesteld voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren te Deerlijk. Er wordt opnieuw geopteerd voor een basisopdracht met een looptijd van 3 jaar met de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging van 1 jaar, met dus een maximale looptijd van 4 jaar.
In het kader van de opdracht “Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren” werd een bestek met nr. 2026-30 opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
● Basisopdracht (Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren), raming inkomsten: 60.000,00 euro;
● Verlenging 1 (Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren), raming inkomsten: 20.000,00 euro.
De totale inkomsten voor deze opdracht wordt geraamd op 80.000,00 euro.
De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 3 jaar met mogelijkheid om deze éénmalig stilzwijgend met 1 jaar te verlengen. De maximum looptijd van de opdracht bedraagt 4 jaar.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De inkomsten voor deze opdracht zijn voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0220-00/70200001/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.
Volgende ondernemers komen in aanmerking om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
● Optimal Parking Control bv, Tildonksesteenweg 62 te 3020 Herent;
● Indigo Park Belgium nv, Bijenstraat 21 te 9051 Sint-Denijs-Westrem;
● City Parking nv, Belgicastraat 3 bus 6 te 1930 Zaventem.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 19 oktober 2026 om 9.00 uur voorgesteld.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur;
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
○ Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
○ De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
○ De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet) en artikel 57.
○ Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
○ Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
○ Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
Adviezen
De expert mobiliteit verleent positief advies.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het bestek met nr. 2026-30 en de raming voor de opdracht “Aanstellen van een parkeerbedrijf voor het controleren van de blauwe zone en zones voor extra-kortparkeren”, opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen worden goedgekeurd.
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.
De raming van de inkomsten bedraagt 80.000,00 euro.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
● Optimal Parking Control bv, Tildonksesteenweg 62 te 3020 Herent;
● Indigo Park Belgium nv, Bijenstraat 21 te 9051 Sint-Denijs-Westrem;
● City Parking nv, Belgicastraat 3 bus 6 te 1930 Zaventem.
Artikel 4
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 19 oktober 2026 om 9.00 uur.
Artikel 5
De inkomsten voor deze opdracht zijn voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0220-00/70200001/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.3. Personeel - aankondiging vakbondsactie - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD-ABVV Openbare Diensten en ACOD-LRB waarin syndicale acties worden aangekondigd.
Motivering
ACOD-ABVV Openbare Diensten meldt in haar schrijven van 16 september 2026 dat er op 9 oktober 2026 een nationale actiedag wordt georganiseerd door ACOD, ABVV en ACV in het kader van de sociaaleconomische maatregelen van de federale regering.
ACOD-LRB meldt in haar schrijven van 28 september 2026 dat er op 12 oktober 2026 een stakingsdag wordt georganiseerd door ACOD in het kader van de maatregelen die genomen worden ten aanzien van de openbare diensten.
Dit kan binnen bepaalde besturen aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers.
Deze dagen worden als stakingsdagen beschouwd, waarbij elk personeelslid dat afwezig is wegens deelname aan de actie(s), zal gedekt worden door deze stakingsaanzegging.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD-ABVV Openbare Diensten en van ACOD-LRB, waarin respectievelijk wordt meegedeeld dat op 9 oktober 2026 en 12 oktober 2026 acties worden georganiseerd.
Personeelsleden die deelnemen aan deze actie zijn met deze stakingsaanzegging ingedekt.
Claude Croes Lukas Viaene Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Lies De Witte Karel Bauters Claude Croes Lukas Viaene Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Lies De Witte aantal voorstanders: 5 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.4. Begeleidster keramiekatelier - aanstelling - besluit 9 september 2026 - intrekking en herneming - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 5 ja-stemmen
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.5. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Leiedal - verslag van de raad van bestuur van 11 september 2026
● Verbroederingscomité Neunkirchen am Brand - verslag van de vergadering van 23 september 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.7. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.8. DPO - bedrijfspolicies (AI-policy, privacy policy, E-policy & wachtwoordpolicy) - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te geven aan volgende interne richtlijnen:
● AI policy
● Wachtwoordpolicy
● E-policy
● Privacy policy
Motivering
Als lokaal bestuur wenst Deerlijk interne richtlijnen uit te werken die een houvast moeten bieden om te werken binnen een complexe digitale omgeving die enerzijds opportuniteiten biedt maar anderzijds ook potentiële risico's met zich meebrengt.
Binnen de regionale DPO-werking waar ook Deerlijk deel van uitmaakt, wordt werk gemaakt van uniforme instrumenten die de betrokken besturen de kans moeten geven zich op gelijkaardige wijze te organiseren, zonder daarbij de lokale accenten uit het oog te verliezen. In dat opzicht werden voor Deerlijk 4 interne beleidsdocumenten voorbereid. Deze policies zijn gebouwd op basis van zowel regionale inzichten als aanbevelingen van hogere overheden, en in die mate geënt op de werking van Deerlijk.
Deze interne richtlijnen werden door de DPO toegelicht aan de leden van het managementteam in de zitting van 1 juli 2026. Na goedkeuring ervan door het college van burgemeester en schepenen, zullen de richtlijnen toegelicht worden aan de medewerkers van het lokaal bestuur op de interne overlegmomenten, en ter beschikking worden gesteld op het intranet.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de 4 interne beleidsrichtlijnen, zijnde de AI-policy, e-policy, privacy policy en wachtwoordpolicy en besluit deze goed te keuren.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.9. Onderwijs - premie verkeersveiligheidsactie 2026 - Vrije Basisschool Sint-Lodewijk - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de toekenning van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, aan Vrije Basisschool Sint-Lodewijk, goed te keuren.
Motivering
De directie van VBS Sint-Lodewijk heeft op 23 september 2026 een aanvraag ingediend voor het bekomen van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie.
Deze actie vertaalt zich in de aankoop van fluohesjes voor de leerlingen van de school.
De aanvraag beantwoordt aan de vereisten van het premiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 5 november 2025. Overeenkomstig het premiereglement dekt de premie de kostprijs van de verkeersveiligheidsactie met een maximum van 1 euro per kind per jaar. In VBS Sint-Lodewijk nemen in totaal 320 leerlingen deel aan de verkeersveiligheidsacties. De premie bedraagt aldus 320 euro.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Premiereglement verkeersveilighedsacties scholen goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 5 november 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 320 euro |
Actie | Veiligheidsacties |
Jaarbudgetrekening | GBB/0200-00/64910001 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag van VBS Sint-Lodewijk tot het verkrijgen van een premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, goed te keuren. Deze premie, ten bedrage van 320 euro, zal uitbetaald worden op bankrekeningnummer BE82 7360 1778 0568 van de Vrije Basisschool Sint-Lodewijk.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.10. Aankoop rolsteiger Aquande - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de aankoop van de MI TOWER Altrex pro + rolsteiger.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 24 november 2021 delegaties overheidsopdrachten, betaling goedgekeurde bedragen, meer/minwerken en zwembad Aquandé verleend.
Op de accountmeeting van 24 september 2026 te Aquandé werd unaniem beslist om de aankoop van de rolsteiger ter waarde van 4.409 euro (excl. BTW) of 5.334,89 euro (incl. BTW) goed te keuren. Deze kost zal op 10 jaar afgeschreven worden en compenseert de kost van het huren van een rolsteiger bij het jaarlijks onderhoud van het zwembad.
Daarnaast kan deze ook ingezet worden voor kleine klussen (zoals het vervangen van een lamp). Gemeente Deerlijk zal samen met gemeente Anzegem instaan voor deze kost.
Er werd vooral naar deze rolsteiger gekeken omdat deze makkelijk tussen de cabines kan rollen zonder te moeten worden afgebroken.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 2.667,45 euro (incl. BTW) |
Actie | Toelage aan Farys |
Jaarbudgetrekening | GBB/0742-00/64990003 |
Visum | Niet van toepassing |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de aankoop van de MI TOWER Altrex pro+ rolsteiger voor het onderhoud van het zwembad.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.11. DKO - Verslag beheerscomité Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Harelbeke Deerlijk 27 augustus 2026 - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de beheerraad Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Harelbeke - Deerlijk.
Motivering
Op 27 augustus 2026 vond de startvergadering van het beheerscomité van de Interlokale Vereniging Deeltijds kunstonderwijs Harelbeke – Deerlijk plaats.
De overeenkomst legt de modaliteiten van deze Interlokale Vereniging vast, waarbij ook minimum tweemaal per jaar een vergadering wordt gepland.
In bijlage wordt het verslag van deze eerste vergadering gevoegd.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Harelbeke - Deerlijk, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 4 juni 2026.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de beheerraad Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Harelbeke - Deerlijk van 27 augustus 2026.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.12. Feestelijkheden - Viering 11 november - programma - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het programma van de 11-novemberviering, die plaatsvindt op woensdag 11 november 2026, goed te keuren.
Motivering
1. Programma - woensdag 11 november 2026
● Sint-Lodewijk
○ 8.45 uur: hulde aan monument Sint-Lodewijk
■ Klaroenblazer met Te Velde
■ Bloemlegging
■ Hymnes door fanfare
■ Toespraak burgemeester
■ Evocatie in coördinatie van N.S.B. afdeling Deerlijk
■ Klaroenblazer met Last Post
○ 9.25 uur: einde herdenking aan monument Sint-Lodewijk
● Deerlijk centrum
○ 10.00 uur: misviering
○ 11.00 uur: hulde aan monument Kerkplein
■ Klaroenblazer met Te Velde
■ Bloemlegging
■ Hymnes door fanfare
■ Toespraak burgemeester
■ Evocatie in coördinatie van N.S.B. afdeling Deerlijk
■ Klaroenblazer met Last Post
○ 11.45 uur: start optocht - traject: Kerplein, Schoolstraat, Nieuwstraat, Hoogstraat, OC d'Iefte
○ 12.15 uur: receptie in OC d'Iefte aangeboden door het gemeentebestuur
○ 13.15 uur: feestmaaltijd N.S.B. afdeling Deerlijk
2. Politionele medewerking en verkeerssignalisatie
De politionele medewerking en nodige inname openbaar domein en/of verkeerssignalisatie wordt via het evenementenloket aangevraagd en ter goedkeuring voorgelegd.
3. Gemeentelijke receptie
Er wordt gevraagd om tijdens de gemeentelijke receptie 4 hostessen in te zetten in functie van een vlot verloop.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | max. 1.250 euro |
Actie | Tussenkomst werkingskosten verbroedering Oudstrijders Deerlijk Centrum |
Jaarbudgetrekening | GBB/0719-00/6440002 |
Visum | N.v.t. |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het programma van de 11-novemberviering, die plaatsvindt op woensdag 11 november 2026, goed te keuren overeenkomstig bovenstaand voorstel.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit om vier hostessen te voorzien voor het vlotte verloop van de gemeentelijke receptie in OC d'Iefte.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.13. Vrijwilligersvergoeding - autoloze zondag - 20 september 2026 - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.14. Omgevingsvergunning 2022023160 - 2026.76 - Oudenaardse heerweg 76 - aktename beslissing deputatie - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de beslissing over de aanvraag tot omgevingsvergunning, ingediend door Gunnar Van Daele namens FINIPUR BV gevestigd Oudenaardse heerweg 76 te 8540 Deerlijk.
Het betreft een aanvraag tot het veranderen en actualiseren van een vergund bedrijf en regulariseren van verharding, op een perceel gelegen Oudenaardse heerweg 76, 8540 Deerlijk.
Motivering
Op 17 september 2026 heeft de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen de volgende beslissing genomen: Gedeeltelijk voorwaardelijk vergund, gedeeltelijk geweigerd:
bouw: regularisatie van de verharding
milieu: verder exploiteren, uitbreiden en wijzigen van een textielveredelingsbedrijf voor onbepaalde duur waarbij de grondwaterwinning wordt beperkt tot een termijn van 5 jaar.
weigering voor het lozen van bedrijfsafvalwater (rubriek 3.4.1°a): lozing van spuiwater van waterbehandeling en stoomketel.
De omgevingsvergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM.
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Bijzondere voorwaarden:
1. Volcontinue activiteiten van het bedrijf zijn toegestaan, ook op feestdagen. Exploitatie op zondag is niet toegestaan.
2. Het opgevangen regenwater of recupwater dient prioritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.
3. Er moet een gedetailleerd wateraanwendingsplan opgesteld worden. Dit moet volgende zaken verduidelijken:
a. Welk water wordt gebruikt voor welke toepassing, welke kwaliteitseisen zijn nodig?
b. Effectief benodigde hoeveelheid hoogwaardig grondwater, waarom worden alternatieven (niet) weerhouden?
c. Waarom wordt er nu geen regenwater aangewend, ook niet voor sanitaire toepassingen? Dit plan is uiterlijk 2 jaar na vergunningverlening te bezorgen aan de gemeente Deerlijk omgeving@deerlijk.be, aan de VMM-Grondwater West-Vlaanderen via grondwater.wvl@vmm.be en aan de provincie West-Vlaanderen via omgevingsvergunning@west-vlaanderen.be.
4. Het grondwaterpeil in werking in de productieput(ten) wordt maandelijks gemeten. Hierbij wordt het volume genoteerd dat onttrokken werd gedurende drie uur voorafgaand aan de meting. Indien de grondwaterwinning minder dan drie uur in werking was wordt tevens de effectieve werkingsduur meegedeeld; Maandelijks wordt een peilmeting in rust uitgevoerd in de productieput(ten) na het stilleggen van een grondwaterwinning gedurende ten minste 8 uur. De tijd van stilstand van de grondwaterwinning en de peilmetingen worden zorgvuldig genoteerd; De bovenstaande gegevens worden door de exploitant bijgehouden in een register, dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
5. Er moet jaarlijks één kwaliteitsanalyse uitgevoerd worden op het grondwater uit de meest centrale productieput. Het grondwaterstaal moet rechtstreeks uit de winningsput worden genomen. De volgende parameters moeten worden bepaald: pH, elektrische geleidbaarheid (in µS/cm), temperatuur, totale hardheid (in °F), tijdelijke hardheid (in °F), alkaliniteit t.o.v. methyloranje, alkaliniteit t.o.v. fenolftaleïne, zuurstofgehalte (mg/l) en tevens minstens de volgende ionen (in mg/l);
Anionen: SO42- NO3- PO43- OH- F- NO2- Cl- CO32- HCO3
Kationen: Ca2+ Na+ NH4+ Fe2+ K+ Mg2+ Mn2+ Fe3+
De ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn; d.w.z. dat de fout op de ionenbalans maximum 5% mag bedragen. Deze fout kan als volgt berekend worden: (kationentotaal – anionentotaal) / (kationentotaal + anionentotaal) < 0,05.
Deze analyses dienen bovendien aangevuld te worden met een onderzoek inzake de bacteriologische kwaliteit op volgende parameters: totale kiemen bij 37°C/ml, totale colibacteriën/100 ml, fecale colibacteriën/100 ml, intestinale enterokokken/100 ml.
6. Het maximaal afpompingsniveau is 104 meter onder maaiveld. De nodige technische maatregelen moeten genomen worden om te vermijden dat het waterpeil tijdens het pompen daalt onder het vermelde niveau. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het hoger ophangen van de pomp of het plaatsen van een afslagmechanisme.
7. De resultaten van de opgelegde metingen (peilmetingen en/of analyses) moeten samen met de debietmetingen voor 15 maart van het volgende kalenderjaar overgemaakt worden aan de entiteit van VMM bevoegd voor grondwateradvisering via het Integraal Milieujaarverslag (IMJV).
8. De grondwaterwinning is gelegen in een mogelijk met PFAS verontreinigde zone. De no regret maatregelen rond PFAS (zie https://www.vlaanderen.be/pfas vervuiling/maatregelen-per-gemeente ) dienen steeds nageleefd te worden.
9. De hoogspanningsinstallaties (transformatoren) dienen conform de voorschriften van het AREI gebracht te worden, en de keuringsverslagen na hercontrole worden bezorgd aan de gemeente via omgeving@deerlijk.be en aan de provincie via omgevingsvergunning@west-vlaanderen.be, en dit uiterlijk 4 maanden na het verlenen van de vergunning.
De vergunning wordt verleend voor een termijn die aanvangt op 17 september 2026 en die, voor wat betreft de IIOA:
● de grondwaterwinning wordt beperkt tot een termijn van 5 jaar
● de overige inrichtingen voor een termijn van onbepaalde duur
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn bijlagen
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akte te nemen van de beslissing (Gedeeltelijk voorwaardelijk vergund, gedeeltelijk geweigerd) van de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.15. OMV 2026_122 - Lelielaan 5 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een terras en wijzigen van de verhardingen, op een perceel gelegen Lelielaan 5 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 199 D aangevraagd door Wesley Bille - Lindsay Decoopman wonende Lelielaan 5 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 23 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (0045-5-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 6 januari 1993.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.429 m² en is gelegen langs de Lelielaan op ongeveer 300 m ten noorden van de kern van Deerlijk. De Lelielaan is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning bestaande uit 1 bouwlaag met een hellend dak. De woning heeft een breedte van 18,5 m en een bouwdiepte van 13,5 m.
Aan de voorzijde is een oprit in grindverharding van ongeveer 160 m² aangelegd die toegang geeft tot de dubbele inpandige garage. Rondom de gevels van de woning en aansluitend op de grindverharding zijn paden aangelegd in klinkers.
Achteraan en gedeeltelijk naast de woning is een terras aangelegd met een breedte van 12,8 m. Het terras heeft een oppervlakte van 79 m². Aansluitend aan het terras is een zone verhard in grind van 3,5 m op 3,5 m.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een zwembad aan te leggen in de tuinzone en de inrichting van de tuinzones aan te passen.
Het zwembad heeft een breedte van 4,5 m op een diepte van 9,3 m en wordt voorzien aansluitend op het bestaande terras. Het zwembad wordt ingepland op 9,9 m van de rechterperceelgrens en op 15,4 m van de linkerperceelgrens.
Het terras in de tuinzone wordt verminderd van 12,8 m breed naar 11,6 m. Het gedeelte terras aan de rechterzijde wordt gedeeltelijk onthard waardoor er 21 m² meer groenzone bijkomt. De grindzone palend aan het terras van 12,25 m² wordt volledig verwijderd. De bestaande paden in klinkers rondom de woning worden heraangelegd in waterdoorlatende verharding. Het pad aan de rechterzijde van de woning wordt heraangelegd in een rechte lijn waardoor 1 m² minder verhard wordt.
Een deel van de oprit in grindverharding in de voortuin van 56 m² wordt onthard en groen aangelegd. Aansluitend op de oprit wordt een deel van het klinkerpad groen aangelegd met een oppervlakte van 11 m².
In totaal werd een oppervlakte van 101,25 m² onthard op het volledige perceel.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een zwembad bij een bestaande eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater gezien het gechloreerd water via de DWA leiding afgevoerd zal worden als vuil water naar de bestaande riolering.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een openluchtzwembad en het wijzigen van de tuinaanleg bij een bestaande eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
Het nieuwe zwembad wordt gerealiseerd in de achtertuinzone. Het zwembad wordt ingepland op 9,9 m van de rechter perceelgrens en op 15,4 m van de linkerperceelgrens waardoor de aanpalende percelen hier geen hinder zullen van ondervinden. Het zwembad wordt aangelegd tegen de rand van het bestaande terras. Op die manier vormt de bijkomende inrichting van de tuinzone een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
Het zwembad heeft geen volume gezien de bovenrand in lijn ligt met het aanwezige terras. Bijgevolg wordt er geen hinder verwacht voor de omringende percelen.
Verschijningsvorm:
Een zwembad maakt binnen het hedendaags gebruik deel uit van een tuinzone bij een woning en integreert zich door de omliggende inrichting in de tuin. Doch heeft de aanleg van het betreffende zwembad invloed op de huidige groenaanleg. Dit wordt verder toegelicht bij onderdeel ‘groen- en omgevingsaanleg’.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Groen- en omgevingsaanleg:
Het zwembad wordt aangelegd in de achtertuin waardoor een deel van de groenzone ingenomen wordt. De resterende onverharde en groene tuinruimte blijft voldoende aanwezig zodat de achtertuin zijn tuinfunctie behoudt. Bovendien is een zwembad een constructie met een beperkte visuele impact en is deze niet waarneembaar vanuit het openbaar domein.
Ter compensatie worden er verschillende zones in de voor-, zij- en achtertuin onthard met een totale oppervlakte van 101,25 m² en groen aangelegd. De paden rondom de woning worden ook heraangelegd in waterdoorlatende verharding wat de waterhuishouding ten goede komt.
Door de heraanleg en ontharding van de tuinzones is er netto een oppervlakte van 59,4 m² extra groenaanleg bijgekomen op het perceel.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Wesley Bille - Lindsay Decoopman wonende Lelielaan 5 te 8540 Deerlijk, voor het aanleggen van een terras en wijzigen van de verhardingen, op een perceel gelegen Lelielaan 5 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 199 D.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.16. OMV 2026_119 - Molenstraat 1B - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het regulariseren van de verbouwing, op een perceel gelegen Molenstraat 1B en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 779 G aangevraagd door Nicolas Ovaere namens Silex BV met als contactadres Helkijnstraat(S) 19 te 8554 Zwevegem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 23 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde:
● De afwatering van de dakoppervlakte moet op een natuurlijke wijze infiltreren in de naastliggende onverharde zone. Deze zone bedraagt minstens ¼ van de oppervlakte van het dak van het bijgebouw en er wordt geen aansluiting gemaakt met de bestaande regenwaterput. Dit teneinde te voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.De aanpassing aan de afwatering dient binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning uitgevoerd te zijn.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (1041-1B-B) voor bouwen van een bergplaats - goedgekeurd op 9 april 1966.
● Gebouwen en constructie dossier 1041-1B-A voor bouwen woonhuis - vergunning op 8 december 1960.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.448 m² en is gelegen langs de Molenstraat op ongeveer 750 m ten zuiden van de kern van Sint-Lodewijk. De Molenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het perceel is gelegen op de hoek tussen de Trompestraat en de Molenstraat.
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning opgetrokken 6,4 m achter de rooilijn en bestaande uit 1 bouwlaag met een hellend dak. De woning heeft een breedte van 9,5 m en een bouwdiepte van 11,95 m. De vrije zijtuinstrook heeft aan de linkerzijde een gemiddelde breedte van 6,2 m en aan de rechterzijde van de woning een breedte van 3,65 m.
Er is een bijgebouw aanwezig op het perceel met een oppervlakte van 48,9 m². Het bijgebouw staat tegen de linkerperceelgrens, grenzend aan de Trompestraat en op 1,2 m van de achtergevel van de woning. Het bijgebouw is verbonden met de woning door een gemetseld muurtje.
In de voortuin werd een toegang tot de woning aangelegd in dolomiet van 1,5 m breed. In de linker vrije zijtuinstrook is een parkeerplaats aangelegd van 3,15 m breed eveneens in dolomiet. De toegang vanaf de straat tot zowel het pad naar de voordeur als de parkeerplaats is aangelegd met kasseien.
Achter de woning en grenzend aan de zijgevel van het bijgebouw werd een terras aangelegd van 22,4 m².
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen hoofdzakelijk van het vrijstaande type.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het regulariseren van het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning en de regularisatie van de aangelegde verharding in de voor- en zijtuin.
De bestaande veranda achteraan de woning werd reeds gesloopt en vervangen door een nieuwe aanbouw op dezelfde plaats. Het nieuwe volume heeft een oppervlakte van 13,2 m². De dakvorm werd gewijzigd van een licht hellend dak naar een plat dak. De nokhoogte van 3,25 m werd behouden. Het nieuwe volume heeft dezelfde diepte (2,2 m) als de gesloopte veranda, maar werd verbreed van 5,15 m naar 5,95 m. Het nevenvolume werd afgewerkt met zwarte houten gevelbekleding en houten schrijnwerk.
Het gelijkvloers van de woning werd ook intern verbouwd en bestaat uit een inkom met toilet, leef- en eetruimte, keuken en technische ruimte. De eerste verdieping, onder het dak, blijft ongewijzigd.
In de voortuin werd een nieuw pad aangelegd dat toegang geeft tot de woning. Voorheen was er een oprit voorzien voor de woning, die toegang gaf tot de inpandige garage. De garage werd verbouwd tot leefruimte, die deel uitmaakt van de woning. De oprit werd bijgevolg onthard en er werd een parkeerzone aangelegd aan de linkerzijde van de woning. De nieuwe verharding in de voor- en zijtuin werd voorzien in waterdoorlatende dolomiet. Tussen de parkeerzone in de zijtuin en de perceelsgrens met de openbare weg wordt een plantenborder aangelegd. Achteraan de woning werd het bestaande terras vernieuwd in niet-waterdoorlatende verharding. Er waren aansluitend op het terras 2 tuinpaden aanwezig in betontegels, die reeds werden onthard.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het regulariseren van een aanbouw bij een eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
De aanvrager voorziet de regenwaterafvoer aan te sluiten op de bestaande afvoer van de voormalige veranda rechtstreeks naar de regenwaterput. Aangezien geopteerd wordt voor een afvoersysteem is de gewestelijke verordening hemelwater van toepassing. In toepassing van de hemelwaterverordening dient bijgevolg een open infiltratievoorziening geplaatst te worden (verplicht voor eigendom groter dan 120 m² als een aansluiting op de riolering voorzien wordt). De infiltratievoorziening dient een volume te hebben van 33l/m² en een oppervlakte van 8 % van de totale afwaterende oppervlakte.
Er wordt een afwijking gevraagd op de verplichtingen van de verordening met betrekking tot het plaatsen van een infiltratievoorziening. Er wordt gemotiveerd dat er geen werken aan de afwatering gebeurd zijn omdat het volume aangesloten wordt op de al bestaande hemelwaterput. Het herbouwen van een volume valt echter ook onder het toepassingsgebied van de verordening. Eveneens is de footprint niet gelijk aan deze van de gesloopte veranda en is het nieuwe nevenvolume breder dan de afgebroken veranda. Bijgevolg dient er wel voldaan te worden aan de hemelwaterverordening en kan er geen afwijking toegelaten worden.
Gelet op de impact van de werken voor het plaatsen van een infiltratievoorziening wordt opgelegd om te opteren voor een natuurlijke infiltratie door rechtstreeks af te wateren in een onverharde zone naast de constructie zodat de aanvraag niet valt onder het toepassingsgebied van de verordening. Dit kan op voorwaarde dat de afwatering van het dak op een natuurlijke wijze infiltreert in de omliggende onverharde bodem die minstens ¼ van de oppervlakte van het dak bedraagt en er geen aansluiting wordt gemaakt met de bestaande regenwaterput.De aanpassing aan de afwatering dient binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning uitgevoerd te zijn.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op 6,4 m van de rooilijn blijft ongewijzigd.
De nieuwe achterbouw wordt gerealiseerd op dezelfde plaats als de gesloopte veranda en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd. De bestaande veranda werd vervangen door een nieuwe, bredere achterbouw. De diepte van het aangebouwde volume werd niet gewijzigd waardoor de totale bouwdiepte op het perceel gelijk blijft.
Door de wijziging van de dakvorm van een licht hellend dak naar een plat dak werd enkel de kroonlijsthoogte licht gewijzigd en bleef de nokhoogte gelijk.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte en bouwhoogte werden niet gewijzigd, en de muren op de perceelsgrens veranderen niet.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De voorgevel werd wit geschilderd waardoor het ontwerp rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. De geschilderde afwerking is ruimtelijk aanvaardbaar en verenigbaar met het straatbeeld. Door te opteren voor schilderen blijft de kleinschalige structuur van het metselwerk nog steeds aanwezig. De gevelafwerking integreert de woning in het straatbeeld door de al aanwezige verschillende gevelafwerkingen van de andere woningen in deze straat.
De nieuwe uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (houten gevelbekleding) binnen de residentiële omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om te kunnen parkeren op eigen terrein.
Groen- en omgevingsaanleg:
Achter de woning werd het bestaande terras heraangelegd. De twee paden doorheen de tuin, aangelegd in betontegels, werden onthard. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen.
De woning beschikt tevens over een voortuin. Voorheen was er een oprit voorzien voor de woning. Deze werd verlegd naar de linkerzijde van de woning. De nieuwe verharding in de voor- en zijtuin werd voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt. Tussen de parkeerzone in de zijtuin en de perceelsgrens met de openbare weg wordt een plantenborder aangelegd wat de biodiversiteit ten goede komt en een positieve impact heeft op het straatbeeld.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Nicolas Ovaere namens Silex BV met als contactadres Helkijnstraat(S) 19 te 8554 Zwevegem, voor het regulariseren van de verbouwing, op een perceel gelegen Molenstraat 1B en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 779 G, mits te voldoen aan volgende voorwaarde:
● De afwatering van de dakoppervlakte moet op een natuurlijke wijze infiltreren in de naastliggende onverharde zone. Deze zone bedraagt minstens ¼ van de oppervlakte van het dak van het bijgebouw en er wordt geen aansluiting gemaakt met de bestaande regenwaterput. Dit teneinde te voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.De aanpassing aan de afwatering dient binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning uitgevoerd te zijn.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.17. Ter Donkt - inname openbaar domein - standpunt retributie en tijdsduur - goedkeuring
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.18. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.19. kerkfabrieken Sint-Columba en OLV Onbevlekt Ontvangen - verslag van 7 september 2026 - kennisname
Aanleiding en context
De kerkfabrieken Sint-Columba en O.L.V. Onbevlekt Ontvangen hielden een vergadering op 7 september 2026. Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de verslagen van deze vergadering.
Motivering
De verslagen bevinden zich in bijlage. Het college van burgemeester en schepenen beschikt over een termijn van 30 dagen, die ingaat op de dag nadat de notulen zijn binnengekomen, om een besluit te schorsen indien het gemeentelijk (financieel) belang geschaad wordt.
Er is geen advies nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 57 en 58, § 1 Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de verslagen.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.20. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.21. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.22. Verstrekking statistische gegevens - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.23. Afvoering van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
C.24. Opening Taalpunt - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te geven om het Taalpunt officieel te openen op zaterdag 3 oktober 2026.
Motivering
Naar aanleiding van het project oefenkansen Nederlands willen we het aanbod oefenkans Nederlands uitbreiden. Er wordt een Taalpunt Nederlands opgericht in de openbare bibliotheek met materialen en hulpmiddelen voor wie Nederlands als tweede taal leert.
In het Taalpunt vind je volgende materialen terug zoals boeken om zelfstandig Nederlandse taal te leren, duidelijke woordenboeken en grammaticaboeken, leesboeken en strips, luisterboeken en films voor zowel volwassenen en kinderen, de Wablief-krant,...
De materialen in het Taalpunt kunnen ontleend worden met een bibliotheeklidmaatschap.
Naast de Tettertafel (= oefenkans Nederlands) is het Taalpunt een zinvolle aanvulling aan het bestaand aanbod.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 1.500 EUR |
Actie | 2026/A-1.1.02 |
Jaarbudgetrekening | 0703-00/61310000 |
Visum | nee |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om het taalpunt officieel te openen op zaterdag 3 oktober 2026.
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
D.1. Busbegeleidster - ontvangst nav oppensioenstelling - aanpassing - goedkeuring
Zitting van CBS van 30 SEPTEMBER 2026
D.2. Vichteknokstraat 75 - vergunningstoestand 'vergund geacht' - goedkeuring
Aanleiding en context
Op de eigendom gelegen Vichteknokstraat 75, gekadastreerd afdeling 1, sectie B, nummer 897h zijn 3 vrijstaande bijgebouwen gesitueerd en ook een aangebouwde veranda en vraagt de eigenaar nu om de loods (grootste bijgebouw) en aangebouwde veranda als vergund geacht te verklaren zodat deze verder kunnen gebruikt worden.
Motivering
In het vergunningenregister is met betrekking tot de eigendom volgende info opgenomen:
dossiernr. | onderwerp | datum vergunning |
1973.168 | bouwen van een woning | 31 januari 1973 |
1973.168
De op 31 januari 1973 vergunde woning heeft een breedte van 7,5 m en een diepte van 9 m, en wordt afgewerkt met 2 bouwlagen en een licht hellend dak met een kroonlijsthoogte van 5,55m en een nok van 7m.
De eigenaar geeft aan dat naast de bouw van de woning ook een veranda werd aangebouwd alsook 3 vrijstaande bijgebouwen vóór 4 november 1977 (gewestplan).
De eigenaar verklaart dat de garage/loods reeds aanwezig was bij de ingebruikname van de woning in 1973 en deze bijgevolg werd opgericht vóór het gewestplan, alsook de oprichting van de aanbouwde veranda zou dateren van vóór 4 november 1977.
Artikel 4.2.14, § 2 van de VCRO voorziet dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn (voor Deerlijk is dat gewestplan Kortrijk van 4 november 1977), worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie. Het tegenbewijs kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister.
Om aan te tonen dat de garage/loods en aangebouwde veranda in zijn huidige vorm gebouwd werd in de periode tussen 22 april 1962 en 4 november 1977 legt de eigenaar als bewijsmiddel een document voor met hierin o.a. het volgende in opgenomen:
● luchtfoto huidige situatie
● foto huidige bijgebouwen
● luchtfoto van NGI maart 1973 met in aanbouw zijnde woning
● aangifte kadaster 1973
● historische foto's (periode 1973-1986)
● chronologische ontwikkeling van het perceel
● ....
Vanuit de dienst wordt geadviseerd om de constructie niet als vergund geacht te laten opnemen in het vergunningenregister vanuit volgende motivering:
Om te kunnen beoordeling of een constructie of gebouw als vergund geacht opgenomen kan worden in het vergunningenregister is zowel de oppervlakte als de hoogte essentieel.
Uit de aangeleverde informatie kan noch de oppervlakte noch de hoogte duidelijk afgeleid worden waardoor het volume van de constructies niet kan nagegaan worden. Uit de aangeleverde bewijsstukken kan niet afgeleid worden of het huidige volume effectief overeenkomt met het volume van het gebouw zichtbaar op de historische foto's.
In voorliggende aanvraag is dit wel van groot belang in kader van de toepassing van de basisrechten voor zonevreemde gebouwen gezien de bestemming van het gewestplan agrarisch gebied is (daarnaast gelegen binnen een historische verkaveling goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen d.d. 28.06.1962).
Standpunt college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies vanuit de dienst en sluit zich hierbij niet aan vanuit de volgende motivering:
Gelet op het voorliggende uitgebreide dossier en de daarin opgenomen historische bewijsstukken, waaronder de kadastrale aangifte van 1974, het fotomateriaal uit 1976 en 1977, de historische luchtbeelden en de verklaring op eer, wordt voldoende aangetoond dat de garage/loods en de aangebouwde veranda reeds vóór 4 november 1977 aanwezig waren. Hoewel de exacte historische oppervlakte en het volume niet afzonderlijk kunnen worden vastgesteld van voor 1977, tonen de samenhangende bewijsstukken en de herkenbare landschapselementen aan dat dit over de huidige veranda en garage/loods gaat zoals ook te zien op de familiefoto's na 1977.
Bijgevolg wordt gunstig beslist en worden de garage/loods en de aangebouwde veranda als vergund geacht beschouwd en opgenomen in het vergunningenregister.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 57, § 2 Gemeentedecreet
● Andere:
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit op basis van de geleverde verklaringen/bewijsstukken dat de constructies, zijnde vrijstaande loods/garage en aangebouwde veranda, gelegen Vichteknokstraat 75, gekadastreerd afdeling 1, sectie B, als vergund geacht worden beschouwd en bijgevolg kunnen opgenomen worden in het vergunningenregister.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.