DEERLIJK

2 SEPTEMBER 2026

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte

Algemeen directeur: Karel Bauters

 

VERONTSCHULDIGD

 

Schepen: Lukas Viaene

Claude Croes, schepen verlaat de zitting vanaf punt C.4.

Claude Croes, schepen vervoegt de zitting vanaf punt C.5.

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 26 augustus 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 26 augustus 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 26 augustus 2026 goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.2. Beslissingen algemeen directeur - augustus 2026 - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.3. Diverse verslagen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.

 

Motivering

 

Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:

 

        Leiedal - verslag van de raad van bestuur van 10 juli 2026

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.4. Secretariaat - vrijwilligersvergoeding hostessen - augustus 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de uitbetaling van de onkostenvergoedingen voor de prestaties van de hostessen van de maand augustus 2026, goed te keuren.

 

Motivering

 

Elke hostess heeft een vrijwilligersovereenkomst ondertekend waarin de onkostenvergoeding werd vastgelegd. Deze vrijwilligersovereenkomst is een overeenkomst tussen de vrijwilliger en het gemeentebestuur van Deerlijk.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere: Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 december 2025

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

621,18 euro

Actie

Overig beleid

Jaarbudgetrekening

GBB / 0719-00 / 61320008

Visum

Geen visum

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om de hostessen te vergoeden voor de geleverde prestaties in augustus 2026, volgens het overzicht in bijlage.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.5. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.6. Café Congé 2026 - uitbetaling verenigingen - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de uitbetaling aan de deelnemende jeugdbewegingen aan Café Congé van 9 en 16 juli 2026, goed te keuren.

 

Motivering

 

Op donderdag 9 en 16 juli 2026 vond Café Congé opnieuw plaats in Deerlijk. Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 21 februari 2024 kennis van het concept en de organisatie van Café Congé, waarbij beroep gedaan wordt op de jeugdbewegingen voor de op- en afbouw, bediening, afwas , ... tijdens het evenement. De jeugdbewegingen, met uitzondering van het jeugdorkest en Kinderboerderij Bokkeslot, krijgen voor dit engagement een vergoeding van 200 euro per deelnemende jeugdbeweging.

 

Naar analogie met het concept van 2024, engageerden volgende jeugdbewegingen zich in 2026 bij de op- en afbouw, de bediening, afwas, ... :

 

        Scouts & gidsen Deerlijk - 9 juli 2026

        Chiro Sellewie - 9 juli 2026

        KSA Tijlsbond Deerlijk - 16 juli 2026

        Jeugdorkest Deerlijk - 16 juli 2026

        Kinderboerderij Bokkeslot - 16 juli 2026

 

Chiro Joeki was voorzien om op 16 juli 2026 te helpen tijdens Café Congé maar door overmacht kon dit niet.

 

Vervolgens heeft de jeugddienst hulp gevraagd aan het jeugdorkest en Kinderboerderij Bokkeslot. Het jeugdorkest heeft de vroege shift gedaan van 19.00 uur - 22.30 uur en kinderboerderij Bokkeslot de late shift, van 22.30 uur - 01.00 uur plus opkuis.

 

De vergoeding van 200 euro per vereniging werd indertijd gebaseerd op het idee van een vergoeding van 25 euro per persoon. Voor elke Café Congé zijn er immers 8 personen nodig per vereniging.

 

Vanuit voorgaande redenering en het feit dat het jeugdorkest 3 personen heeft voorzien en Kinderboerderij Bokkeslot 5 personen, is de vergoeding respectievelijk 75 euro voor het jeugdorkest en 125 euro voor Kinderboerderij Bokkeslot.

 

De effectieve verdeling en toewijzing van de jeugdbewegingen voor de verschillende taken en shifts tijdens Café Congé, gebeurde vooraf in de schoot van de jeugdraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

800 euro

Actie

Uitgaven Café Congé

Jaarbudgetrekening

GBB/0719-02/61320004

Visum

geen visum

 

De respectievelijke vergoeding met het juiste bedrag mag uitbetaald worden op volgende rekeningnummers van de respectievelijke verenigingen met vermelding van 'deelname Café Congé 2025'

 

 

Chiro Sellewie

BE56 8601 1399 5388

200 euro

Scouts en gidsen Deerlijk

BE43 7384 0809 6301

200 euro

Ksa Tijlsbond

BE63 7512 0359 0108

200 euro

Jeugdorkest

BE32 7380 1711 8502

75 euro

Kinderboerderij Bokkeslot

BE55 7380 1919 8544

125 euro

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de uitbetaling aan de deelnemende verenigingen op Café Congé van 9 en 16 juli 2026, goed te keuren als volgt:

 

Chiro Sellewie

BE56 8601 1399 5388

200 euro

Scouts en gidsen Deerlijk

BE43 7384 0809 6301

200 euro

Ksa Tijlsbond

BE63 7512 0359 0108

200 euro

Jeugdorkest

BE32 7380 1711 8502

75 euro

Kinderboerderij Bokkeslot

BE55 7380 1919 8544

125 euro

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.7. Vrije tijd - Autoloze zondag 2026 - organisatie - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het programmavoorstel en het vrijwilligerscontract voor de Autoloze Zondag op 20 september 2026 goed te keuren.

 

Motivering

 

Na de succesvolle editie van 2023 stellen de dienst vrije tijd in samenwerking met de dienst mobiliteit voor om terug een Autoloze Zondag te organiseren in Deerlijk. Deze alombekende campagne vormt niet alleen lokaal, maar ook in de regio, op nationaal en internationaal niveau een unieke kans om burgers en verenigingen op een positieve manier te sensibiliseren rond mobiliteit, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Bovendien biedt Autoloze Zondag mogelijkheden om Deerlijkse verenigingen en burgers samen te brengen voor ontmoeting en beleving in bredere zin.

 

Vanuit de clusters vrije tijd en ruimte wordt volgend voorstel gedaan voor de organisatie van Autoloze Zondag in 2026:

 

        Datum: zondag 20 september 2026

 

Autoloze Zondag valt dit jaar op 20 september 2026 en vormt het hoogtepunt van de Europese Week van de Mobiliteit (14 - 20 september 2026).

 

Verder wordt Autoloze Zondag ook gekoppeld aan de Week van de Dementie (14 - 20 september 2026), waarbij er wandelingen georganiseerd worden voor de inwoners van het woonzorgcentrum De Gavermeersen langs het vergeet-me-nietjespad. De wandeling eindigt op het evenement van Autoloze Zondag, waar de bewoners van het woonzorgcentrum kunnen genieten van een drankje als afsluiter van hun wandeling.

 

Daarnaast gaf UNIZO Deerlijk ook een principieel akkoord om op de dag van Autoloze Zondag een winkelwandelgebied in te richten, zodat ook de Deerlijkse centrumhandelaars kunnen profiteren van dit initiatief. Dit zorgt voor extra beleving en lokale betrokkenheid.

 

        Verkeersvrije zone

 

Als verkeersvrije zone wordt volgende voorgesteld:

 

- Harelbekestraat (van Optiek Brils tot aan Voeding Atilla, inclusief Leon Defraeyeplein)

- Kerkplein (volledig)

- Schoolstraat (van kledingwinkel Oscare tot aan Immo Taelman)

 

        Tijdspanne

 

De start van het evenement van Autoloze Zondag wordt voorzien om 13.30 uur en het einde omstreeks 17.30 uur.

 

De volgende activiteiten zullen doorgaan tijdens het evenement:

 

        Gekke fietsen

        BOA-stand met kindergrime en glittertattoo's

        Fietsen op rollen

        Springkasteel

        Timmerworkshop

        Percussie-workshop

        Mobiel Skate Park

        Stand Mobiliteit

        Fiets stickeren

        3D-Tripping Bike

        Uitleg deelauto en -fietsen

        Stand Vrije Tijd

        Bar

        Fietshersteldienst

        Invulling van Deerlijkse verenigingen

        Stand Rode Kruis Deerlijk + EHBO

        Pretcamionette (met spelmateriaal gemeentelijke uitleendienst)

        UiTPAScaravan

        Wandeling op het Vergeet-mij-nietjespad met de mensen van het WZC, onder begeleiding van vrijwilligers

 

In bijlage kan ook het vrijwilligerscontract gevonden worden dat zal gebruikt worden om vrijwilligers in te schakelen op het evenement zelf.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de organisatie van Autoloze Zondag op zondag 20 september 2026 goed te keuren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het vrijwilligerscontract in kader van Autoloze Zondag goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.8. Evenementen - Instuif Chiro Joeki 2026 - 11-13 september 2026 - tijdelijk politiereglement op het verkeer - vaststelling

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van de Instuif van Chiro Joeki, die plaatsvindt van vrijdag 11 september 2026 tot en met zondag 13 september, vast te stellen.

 

Motivering

 

Van vrijdag 11 september 2026 tot en met zondag 13 september 2026 vindt de jaarlijkse Instuif van Chiro Joeki plaats in Deerlijk.

 

Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.

 

In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.

 

PZ Gavers maakte op 28 augustus 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.

 

Juridische gronden

 

Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur

Andere:

        Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)

        Wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen

        Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen

        Ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit van vrijdag 11 september 2026 om 12.00 uur tot en met zondag 13 september 2026 om 22.00 uur, in de Kardinaal Cardijnlaan het verkeer in beide richtingen voor iedere bestuurder te verbieden (uitgezonderd plaatselijk verkeer).

 

Artikel 2

 

Het stilstaan en parkeren wordt van vrijdag 11 september 2026 om 12.00 uur tot en met zondag 13 september 2026 om 22.00 uur verboden in de in artikel 1 opgesomde straten of straatgedeelten.

 

Artikel 3

 

De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.

 

Artikel 4

 

De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.

 

Artikel 5

 

Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.

 

Artikel 6

 

Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.9. Evenementen - Chiro Joeki - Instuif - 11-13 september 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 20 mei 2026 werd een aanvraag ingediend door Chiro Joeki voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Instuif 2026

Organisator

Chiro Joeki

Datum

vrijdag 11 september 2026

zaterdag 12 september 2026

zondag 13 september 2026

Plaats

Plein Chiroheem, Kardinaal Cardijnlaan 8

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank

 

Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.

 

        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Chiro Joeki

 

Adres

Kardinaal Cardijnlaan 8

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Instuif

Locatie

Gebouw

 

 

Tent

X

 

Open lucht

X

Adres

Naam gebouw

Chiroheem Chiro Joeki

 

Adres

Kardinaal Cardijnlaan 8

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

vrijdag 11 september 2026 om 17.00 uur

zaterdag 12 september 2026 om 10.00 uur

zondag 13 september 2026 om 10.00 uur

Einde

zaterdag 12 september 2026 om 3.00 uur

zondag 13 september 2026 om 4.00 uur

zondag 13 september 2026 om 20.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario:

 

        Het einduur voor outdoor evenementen (buitenlucht of tent) wordt als volgt bepaald:

 

 Einduur:

Afbouwscenario geluidsnormen:

zaterdagavond

04.00 uur

        Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 03.30 uur

        Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 04.00 uur

 

Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:

        vrijdag 11 september 2026 van 17.00 uur tot en met zaterdag 12 september 2026 om 3.00 uur;

        zaterdag 12 september 2026 van 10.00 uur tot en met zondag 13 september 2026 om 4.00 uur, mits toepassing van het afbouwscenario;

        zondag 13 september 2026 van 10.00 uur tot en met 20.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

        aanvraag politionele medewerking

 

Chiro Joeki wenst van vrijdag 11 september 2026 tot en met zondag 13 september 2026 hun instuif te organiseren en verwijst hiervoor naar het tijdelijk politiereglement op het verkeer, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 2 september 2026, voor het instellen van de overeenkomstige verkeersmaatregelen.

 

PZ Gavers verleende op 17 augustus 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3624950.

 

        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

Chiro Joeki wenst hun jaarlijkse instuif te organiseren van vrijdag 11 september 2026 tot en met zondag 13 september 2026 en vraagt toelating voor de inname van het polyvalent plein achter het chiroheem in de Kardinaal Cardijnlaan.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Op 14 juli 2026 vond een overleg plaats met Chiro Joeki waarbij de evenementenaanvraag werd overlopen en de nodige aanpassingen en bijkomende documenten werden besproken. Vervolgens werkte de organisatie het dossier verder uit en werd advies gevraagd aan de bevoegde diensten.

 

Hierbij ontving de aanvraag initieel een ongunstig advies van Brandweerzone Fluvia, aangezien enkele elementen en documenten verder verduidelijkt of aangepast dienden te worden.

 

Na bijkomend overleg met de organisatie werden de gevraagde aanpassingen doorgevoerd en werd het dossier opnieuw ter advies voorgelegd. Op 13 augustus 2026 verleende Brandweerzone Fluvia vervolgens een gunstig advies.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Machtiging voor het verstrekken van sterke drank

        Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank

        Toelating geluidsactiviteit

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

        Plaatsing verkeerssignalisatie

        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.

 

Artikel 3

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden.

Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan.

Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

vrijdag 11 september 2026 om 17.00 uur

zaterdag 12 september 2026 om 10.00 uur

zondag 13 september 2026 om 10.00 uur

Einde

zaterdag 12 september 2026 om 3.00 uur

zondag 13 september 2026 om 4.00 uur

zondag 13 september 2026 om 20.00 uur

 

Met toepassing van het sluitingsuur voor outdoor evenementen als volgt bepaald:

 

 

Einduur:

Afbouwscenario geluidsnormen:

zaterdagavond

04.00 uur

        Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 3.30 uur

        Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 4.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:

        zaterdag 12 september 2026 om 3.00 uur;

        zondag 13 september 2026 om 4.00 uur, mits toepassing van het afbouwscenario;

        zondag 13 september 2026 om 20.00 uur.

        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein van vrijdag 11 september 2026 tot en met zondag 12 september 2026, ter hoogte van het polyvalent plein achter het chiroheem in de Kardinaal Cardijnlaan.

 

Artikel 5

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.

 

De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie.  De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 6

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.10. Evenementen - Sociaal Huis - De langste Tettertafel - 18 september 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 26 augustus 2026 werd een aanvraag ingediend door het Sociaal Huis voor volgend evenement:

 

Naam evenement

De langste Tettertafel

Organisator

Sociaal Huis

Datum

vrijdag 18 september 2026

Plaats

Vichtesteenweg 65

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Delphine Derammelaere

 

Adres

Harelbekestraat 27

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

De langste Tettertafel

Locatie

Gebouw

X

 

Tent

 

 

Open lucht

X

Adres

Naam gebouw

Kinderboerderij Bokkeslot

 

Adres

Vichtesteenweg 65

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

vrijdag 18 september 2026 om 17.30 uur

Einde

vrijdag 18 september 2026 om 20.30 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: vrijdag 18 september 2026 om 20.30 uur

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Toelating geluidsactiviteit

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden.

Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan.

Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

vrijdag 18 september 2026 om 17.30 uur

Einde

vrijdag 18 september 2026 om 20.30 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: vrijdag 18 september 2026 om 20.30 uur

        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.11. Evenementen - Deknudt Mirrors - Openbedrijvendag Voka - 4 oktober 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 23 februari 2026 werd een aanvraag ingediend door Jurgen Decock voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Openbedrijvendag Voka

Organisator

Jurgen Decock

Datum

zondag 4 oktober 2026

Plaats

Deknudt Mirrors

Kasteelstraat 10

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag politionele medewerking

 

Parkeerverbod op volgende plaats(en): Kasteelstraat op zondag 4 oktober 2026 van 10.00 uur tot en met 18.00 uur.

 

PZ Gavers verleende op 17 augustus 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3399231.

 

PZ Gavers vraagt of het mogelijk is om samen te werken met andere bedrijven in de buurt waar de bezoekers kunnen parkeren.

 

        aanvraag tijdelijke bewegwijzering

 

Deknudt Mirrors wenst tijdelijke bewegwijzering op te hangen zodat de bezoekers gemakkelijk de weg zouden vinden.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Plaatsing verkeerssignalisatie

        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

Toestemming bewegwijzering: zie besluit van de burgemeester.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.

 

De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie.  De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.12. OMV 2026_106 - Molenstraat 14 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het vellen van 1 boom, op een perceel gelegen Molenstraat 14 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 752 P2, aangevraagd door Lotte Vandenabeele wonende Molenstraat 14 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 24 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

- De te vellen notelaar dient niet gecompenseerd te worden door nieuwe aanplant, op voorwaarde dat het overig groen in de tuinzone behouden blijft. Meer in het bijzonder dienen de te behouden notelaar en eik de nodige boomverzorging te krijgen wanneer dit volgens een deskundige aangewezen is.

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling met dossiernummer 196610, goedgekeurd op 14 juli 1966. Deze verkaveling werd gewijzigd (dossiernummer 200818) en goedgekeurd op 25 februari 2009.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning (1041-14-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 16/02/1967.

        Verkavelingsvergunning (1041-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 14/07/1966.

        Verkavelingsvergunning (1041-1) voor wijziging van een bestaande verkaveling - goedgekeurd op 25/02/2009.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 900 m² en is gelegen langs zuidelijke rand van de kern van deelgemeente Sint-Lodewijk. De Molenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd met een gekoppelde eengezinswoning bestaande uit 1 bouwlaag met een hellend dak. De woning heeft een ruime tuinzone met meerdere hoogstammige bomen.

De onmiddellijke omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door woningen, vooral open en halfopen bebouwing. Net ten westen van het goed bevinden zich 3 percelen die in gebruik zijn voor landbouwdoeleinden. Verder westelijk ligt de gemeentegrens met Zwevegem. Aan de overkant van de straat bevinden zich woningen met open bebouwing en onmiddellijk ten zuiden hiervan bevindt er zich open ruimte en het kasteel Banhout.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op het rooien van een hoogstammige boom. Het betreft een walnotenboom op ca. 25 m afstand van de woning. De aanvraag bevat geen gegevens over de omtrek van de boom. Het midden van de stam bevindt zich op ca. 2,5 m van de oostelijke perceelsgrens.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Er worden geen ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten aangevraagd.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

 

 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De aanvraag heeft betrekking op het rooien van een boom bij een bestaande eengezinswoning. De werken zorgen niet voor een wijziging van een functie noch voor wijzigingen aan de bebouwde of de verharde omgeving. De aanvraag is bijgevolg niet in strijd met de voorschriften van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt (zie verdere beoordeling bij 7.10 Goede ruimtelijke ordening).

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag betreft het vellen van een walnotenboom (Juglans regia). Aanvrager motiveert de rooi door aan te geven dat een professionele boomsnoeier reeds tekenen van boomrot vastgesteld heeft. Daarnaast bevinden zich op een relatief klein tuinoppervlak 3 hoogstammige bomen (een eik en 2 notelaars) waardoor de tuin sterk overgroeid is en de bomen elkaar belemmeren in hun verdere ontwikkeling. De groeikansen van de overige 2 bomen zouden volgens de boomsnoeier verbeteren door het vellen van betreffende boom. Bovendien overschrijdt deze boom de scheidingshaag van de buur, wat zorgt voor hinder en overlast door overhangende takken en vallende bladeren en noten. Men concludeert de motivatie door toestemming tot vellen te vragen omwille van veiligheidsredenen, ter bevordering van een gezond bomenbestand en om de overlast te beperken.

 

Op recente luchtbeelden is te zien dat er 3 hoogstammige bomen aanwezig zijn in de achtertuin. Er bevinden zich ook nog enkele kleinere bomen helemaal achteraan de tuin, alsook in de zijtuinstrook. De 3 hoogste bomen zijn zeer dominant aanwezig. Gelet op de relatief beperkte grootte van de achtertuin (ca. 560 m²) en het feit dat de kroonprojecties van de notelaars reeds overlappen, en de te vellen notelaar de perceelsgrens overschrijdt, kan de rooi toegestaan worden. Op foto zijn geen tekenen van rot zichtbaar bij de te vellen boom, omdat er geen detailfoto’s voorhanden zijn. De rooi zal toelaten dat de andere 2 bomen goede groeikansen krijgen. Globaal genomen is er reeds veel groen aanwezig in de tuinzone. Daarom wordt geen compensatie opgelegd, op voorwaarde dat het overig groen in de tuinzone behouden blijft. Meer in het bijzonder dienen de te behouden notelaar en eik de nodige boomverzorging te krijgen wanneer dit volgens een deskundige aangewezen is. Dit wordt opgenomen in een bijzondere voorwaarde.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Lotte Vandenabeele wonende Molenstraat 14 te 8540 Deerlijk, voor het vellen van 1 boom, op een perceel gelegen Molenstraat 14 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 752 P2, mits te voldoen aan volgende voorwaarde:

 

        De te vellen notelaar dient niet gecompenseerd te worden door nieuwe aanplant, op voorwaarde dat het overig groen in de tuinzone behouden blijft. Meer in het bijzonder dienen de te behouden notelaar en eik de nodige boomverzorging te krijgen wanneer dit volgens een deskundige aangewezen is.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.13. OMV 2026_62 - Groeningestraat 10 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een garage en tuinberging, op een perceel gelegen Groeningestraat 10 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 674 C, aangevraagd door Nicole Otten en Wim Ockerman, wonende Waregemstraat 509 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  27 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

     Het bijgebouw moet op 2 m van de rechter perceelgrens ingeplant worden in plaats van op 1 m.

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 15 november 1972 (dossiernummer VK035.545 – 0130.1). Voor dit perceel is een verkavelingswijziging/-bijstelling van toepassing, goedgekeurd op 28 februari 2024.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

De verkavelingsvoorschriften zijn van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Verkavelingsvergunning (V.K. 82-3b) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 01/03/1972.

        Verkavelingsvergunning (0130-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 15/11/1972.

        Verkavelingsvergunning (0130-1) voor wijziging van een bestaande verkaveling - goedgekeurd op 28/06/1978.

        Omgevingsvergunning 34009_2023_5/OMV_2023138302 voor wijzigen van het aantal loten (van 2 loten naar 3 loten) goedgekeurd op 28/02/2024.

        Omgevingsvergunning /OMV_2026048464 voor bouwen van een woning met carport goedgekeurd op 10/06/2026.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 713 m² en is gelegen langs de Groeningestraat op ongeveer 520 m ten noordwesten van de kern van Deerlijk. De Groeningestraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is braakliggend. Op het perceel zijn vijf hoogstammige bomen aanwezig. Daarnaast is het perceel omringd door een haag van 3 m hoog.

Op 10 juni 2026 werd een vergunning goedgekeurd voor het bouwen van een eengezinswoning met aangebouwde carport. Deze woning wordt ingeplant op 5,65 m van de rooilijn, op 4 m van de rechter zijperceelsgrens en op 3 m van de linker zijperceelsgrens. In de voortuin wordt een oprit aangelegd met een oppervlakte van 31 m². Tegen de rechter zijgevel wordt een carport gebouwd. De carport bevindt zich op 1 m van de rechter perceelsgrens en heeft een breedte van 3 m en een diepte van 7 m.

De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een vrijstaand bijgebouw te bouwen. Het bijgebouw wordt ingeplant op 3 m van de achterste perceelsgrens en op 1 m van de zijkavelgrens. Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 39,35 m². De constructie heeft een breedte van 4,95 m, een diepte van 7,95 m, een hoogte van 3 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De gevels worden afgewerkt in hetzelfde witgrijs genuanceerd gevelmetselwerk als de woning. Het bijgebouw zal worden gebruikt als garage en berging.

De garage wordt ontsloten via een karrenspoorverharding die loopt in het verlengde van de carport. Voor en naast het gebouw wordt nog een pad voorzien. De verharding heeft een totale oppervlakte van 28,7 m² en wordt aangelegd in waterdoorlatende verharding.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 5 juni 2026 tot 4 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werd er 1 bezwaarschrift ingediend.

Samengevat bevat het bezwaarschrift de volgende elementen:

        De bezwaarindiener verzet zich tegen de bouw van een garage op 1 meter van de perceelsgrens omdat dit volgens hen het behoud van de waardevolle bestaande haag langs de perceelsgrens in gevaar brengt. De belangrijkste bezorgdheid is dat de haag langs de perceelsgrens door de dichte bouwwerken waarschijnlijk schade zal oplopen en niet duurzaam behouden kan blijven. Door de beperkte afstand tussen het bijgebouw en de haag kan deze eveneens niet onderhouden worden.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

Ontwerp voorziet:

Het bijgebouw dient ingeplant te worden op minstens 3 m van de buitenste verkavelingsgrens.

Het bijgebouw wordt ingeplant op 1 m van de zijperceelsgrens.

Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van de verkavelingsvoorschriften gezien de bestemming, de functie, de oppervlakte en de hoogte conform de voorschriften worden voorzien. 

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

De afwijking heeft betrekking op de inplanting ten opzichte van de zijperceelsgrens zodat een afwijking overwogen kan worden. Het gebouw wordt voorzien op 1 m van de perceelsgrens. Door deze inplanting te hanteren wordt de constructie op dezelfde afstand voorzien als de carport en in het verlengde hiervan aangelegd.

Er werd bezwaar ingediend op deze gewijzigde inplanting door de buren van het rechtse aanpalende perceel. De aanvrager benadrukt in zijn dossier dat deze inplanting ervoor zorgt dat de tuinzone zo min mogelijk aangesneden wordt en er een kwalitatieve tuin behouden kan worden. In navolging van de behandeling van het bezwaar wordt voorgesteld om de inplanting te voorzien op 2 m van de perceelsgrens in plaats van 1 m. Dit betreft nog steeds een afwijking maar deze is beperkter en biedt voldoende garanties voor het behoud van de haag (zie 7.11 Resultaten openbaar onderzoek).

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Het dakoppervlak van het bijgebouw werd reeds opgenomen in de dimensionering van de infiltratievoorziening en de hemelwaterputten bij de aanvraag voor het bouwen van de woning. De dakoppervlakte watert af naar twee hemelwaterputten van elk 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een  infiltratievoorziening met een volume van 4.950 liter en een referentieoppervlakte van 16,5 m².

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of watert af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een bijgebouw bij een vergunde eengezinswoning. Deze woonfunctie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

 

De inplanting van de woning ten opzichte van de rooilijn blijft ongewijzigd. Het nieuw bijgebouw wordt voorzien achteraan de tuinzone.

 

Het bijgebouw wordt niet ingeplant conform de voorschriften van de verkaveling en wordt dichter bij de rechter perceelgrens gebouwd dan voorzien. De afstand wordt gewijzigd van 3 m naar 1 m tot de perceelgrens. De aanpalende buur heeft tijdens het openbaar onderzoek bezwaar ingediend tegen deze inplanting waardoor een bijkomende voorwaarde opgelegd wordt teneinde de inplanting te laten inpassen in zijn omgeving. (zie 7.11 Resultaat openbaar onderzoek)

 

Bouwvolume en gabarit:

 

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd.

Qua bouwvolume van het bijgebouw zal er geen hinder verwacht worden voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren en de bouwhoogte is aanvaardbaar.

Het ontworpen volume is qua oppervlakte en bouwhoogte in overeenstemming met de verkavelingsvoorschriften.

 

Verschijningsvorm:

 

De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.

Het bijgebouw wordt uitgevoerd in dezelfde gevelsteen als de woning en integreert zich door zijn materiaalgebruik binnen de bestaande en vergunde bebouwing.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

 

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Het bouwen van de garage zorgt voor voldoende ontsluiting van de bouwplaats.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

 

Er wordt een karrenspoor voorzien naar de nieuwe garage om de verharding te beperken. De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. De aanwezige haag langs de rechter perceels- en achterkavelgrens blijft behouden. (zie 7.11 Resultaten openbaar onderzoek).

Conform de vergunning voor het bouwen van de woning blijven er 3 bomen behouden in de achtertuin.

 

De woning beschikt tevens over een kleine voortuin. De voorziene verharding in de voortuin werd eveneens vergund bij de vorige omgevingsaanvraag.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Het ingediende bezwaarschrift is tijdig ingediend en wordt bijgevolg ontvankelijk verklaard.

Omtrent het ingediende bezwaarschrift wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:

Gegrond te verklaren: Tijdens het openbaar onderzoek werd een bezwaarschrift ingediend waarin wordt aangehaald dat de voorziene inplanting van de garage op 1 m van de perceelsgrens een negatieve impact zou hebben op de bestaande haag langs de perceelsgrens. Volgens het bezwaar heeft deze haag een belangrijke landschappelijke en ecologische waarde en wordt gevreesd dat de beperkte afstand tussen de garage en de haag zal leiden tot schade aan het wortelgestel, een beperking van de groeiruimte en een aantasting van de duurzaamheid van de haag.

Uit de beoordeling blijkt dat de voorziene inplanting van de garage op slechts 1 m van de perceelsgrens onvoldoende garanties biedt voor het duurzaam behoud van de bestaande haag. Conform de verkaveling is deze haag 3 m hoog. De replieknota stelt dat de haag behouden blijft en dat enkel een hoogte van 3 meter is voorgeschreven en geen breedte.

Het doel van de haag is echter niet enkel het bereiken van een bepaalde hoogte, maar ook het vormen van een duurzame groene buffer tussen de percelen. Indien de haag structureel moet worden teruggesnoeid omwille van de nabijheid van een gebouw, kan dit de vitaliteit en de schermfunctie van de haag negatief beïnvloeden. Het feit dat de voorschriften geen minimale breedte vermelden, betekent niet dat een ingreep die het voortbestaan van de haag bemoeilijkt zonder meer aanvaardbaar is . Een haag van deze hoogte zal altijd een aanzienlijke breedte hebben. De aanvraag toont onvoldoende aan dat de bestaande haag effectief en duurzaam behouden kan blijven.

De replieknota stelt eveneens dat de afwijking beperkt is omdat een carport volgens de verkavelingsvoorschriften wel op 1 m van de perceelsgrens mag worden geplaatst. De carport en de garage worden dan ook in elkaars verlengde gebouwd om zo min mogelijk ruimte van de resterende tuinzone aan te snijden. Dit argument gaat echter voorbij aan het feit dat de aanvraag betrekking heeft op een vrijstaand bijgebouw en niet op een carport. Een carport is een open constructie die het onderhoud van de haag niet in het gedrang brengt.

Bijgevolg wordt het bezwaar als gegrond beschouwd. De voorgestelde inplanting wordt vanuit ruimtelijk en landschappelijk oogpunt niet gunstig beoordeeld.

 

Conclusie

Gelet op de mogelijke aantasting van een waardevol bestaand groenelement en het ontbreken van voldoende garanties voor het behoud ervan, wordt de aanvraag in haar huidige vorm ongunstig beoordeeld. Teneinde de impact op de haag te beperken en de tuinzone zo minimaal mogelijk aan te snijden wordt bijgevolg als voorwaarde opgelegd dat het bijgebouw ingeplant moet worden op 2 m van de rechter perceelgrens in plaats van op 1 m.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Nicole Otten - Wim Ockerman wonende Waregemstraat 509 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een garage en tuinberging, op een perceel gelegen Groeningestraat 10 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 674 C, mits te voldoen aan volgende voorwaarde:

     Het bijgebouw moet op 2 m van de rechter perceelgrens ingeplant worden in plaats van op 1 m.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.14. OMV 2026_47 - Tapuitstraat 57 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verderzetten van de activiteiten van de kinderboerderij, op een perceel gelegen Tapuitstraat 57 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 372 B en (afd. 2) sectie D 376 D, aangevraagd door Willem Labeeuw namens Bokkeslot VZW gevestigd Tapuitstraat 57 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  27 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.

Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:

        Exploitant dient actieve communicatie te voeren om het gebruik van alternatieve vervoerswijzen zoals de fiets en collectieve vervoerswijzen zoals de bus te stimuleren.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemmingen woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        ARAB voor aangifte landbouwbedrijf - gunstig op 26/04/1977.

        Historische activiteit (1990/0/238) voor aktename van een ingedeelde inrichting klasse 2 - gunstig op 10/10/1990.

        Grondwaterwinning klasse A (1999/A/008) op naam van Pauwelyn Jozef.

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-57-A) voor verbouwen van de hoeve - goedgekeurd op 14/09/1950.

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-57-B) voor renoveren en uitbreiden bijgebouwen van de kinderboerderij - goedgekeurd op 28/11/2001.

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-57-C) voor verbouwen van een kinderboerderij door het creëren van een slaapgelegenheid en polyvalente ruimte binnen een bestaand volume - goedgekeurd op 23/08/2006.

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-57-D) voor wijzigen muur van de berging van beplanking naar gevelmetselwerk - goedgekeurd op 18/12/2013.

        Milieuvergunning 2004/3/011 voor melding overname van 96 runderen  van een inrichting gelegen in de Tapuitstraat 57 te Deerlijk.

        Milieuvergunning 2004/2/002 voor overname van een vergunde inrichting, gelegen tapuitstraat 57 - goedgekeurd op 17/05/2004.

        Milieuvergunning 2004/2/017 voor regularisatie van een kinderboerderij - gedeeltelijk gunstig op 06/04/2005.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De inrichting heeft een oppervlakte van ca. 11.880 m² en is gelegen langs de Tapuitstraat op ongeveer 1,5 km ten zuiden van de kern van Deerlijk. De Tapuitstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg met langs weerzijden bebouwing. Samen met de bebouwing in de Veemeersstraat en Knokbosstraat vormen deze woningen een woonkorrel. In de ruimere omgeving rond de inrichting bevinden zich veel percelen in gebruik voor landbouwdoeleinden, en ook enkele grotere bedrijven.

De omgeving wordt dus gekenmerkt door een menging aan functies. Ten noorden bevindt zich de E17 op ca. 300 m afstand en ten zuiden bevindt zich een spoorweg op ca. 700 m afstand.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Er worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag betreft een verderzetting van de activiteiten van kinderboerderij Bokkeslot. De inrichting was vergund tot 6 april 2025 en was reeds vervallen voor de aanvraag tot hernieuwing. Hierdoor wordt de inrichting als nieuwe inrichting aangevraagd. De feitelijke situatie blijft dezelfde.

In vergelijking met de vergunning van 6 april 2005 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd:

        Lozing van huishoudelijk afvalwater is niet langer ingedeeld beneden de 600 m³/jaar, waardoor rubriek 3.2. niet langer van toepassing is.

        De dieren worden voortaan gegroepeerd in rubriek 9.1.2. kinderboerderij in plaats van afzonderlijke rubrieken per diersoort.

        De opslag van mazout is niet langer van toepassing.

        De grondwaterwinning gebeurt met een handpomp, en is bijgevolg niet ingedeeld.

 

Een overzicht van de ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten wordt weergegeven in onderstaande rubriekentabel:

 

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

Klasse

9.1.2.

8 runderen (1a), 3 varkens (1c), 15 schapen (1a), 10 geiten (1a), 25 pluimvee (1b) , 8 paardachtigen (1d), 6 knaagdieren (1e) (Nieuw)

75 plaatsen

2

15.1.1°

1 tractor, 2 aanhangwagens (Nieuw)

3 voertuigen

3

28.2.b)1°

Vaste mest: 30 m³

Opslag vloeibare mest: 1,5m³ (Nieuw)

31,5 m³

3

 

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 5 juni 2026 tot 4 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werd er 1 bezwaarschrift ingediend.

Samenvatting bezwaarschrift

De impact op de mobiliteit wordt volgens bezwaarindiener geminimaliseerd in de aanvraag. Aangezien er geen eigen parkeerplaatsen voorzien zijn, is de parkeerdruk op bepaalde momenten zeer hoog, waarbij alle plaatsen langs beide zijden van de weg ingenomen worden voor langere duur. Dit schept een onveilige verkeerssituatie voor voetgangers en levert hinder voor bezoekers aan buren. Bezwaarindiener stelt voor om parkeerplaatsen op eigen terrein te voorzien. Het bezwaarschrift bevat ook 2 foto’s waarop geparkeerde wagens zichtbaar zijn aan beide zijdes van de Tapuitstraat.

 

  1. Adviezen

 

Dienst Integraal Waterbeleid (provincie West-Vlaanderen) werd om advies verzocht op 27 mei 2026. De adviesinstantie bracht op 15 juli 2026 een advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

Verharde oppervlakte aanvraag <= 1.000 m² en aanvraag is niet op een perceel/percelen gelegen langs waterloop 2de categorie. De aanvraag is gelegen in overstromingsgevoelig gebied (=zie pluviale overstromingskaart) maar omvat geen inname van overstromingsvolume.
Het is aan de vergunningverlenende overheid om verder na te gaan of de aanvraag voldoet aan de bepalingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater (GSV) met in het bijzonder het toepassen van het algemeen uitgangsprincipe (duurzaamheidsprincipe) waarbij het regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk wordt gebruikt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dienen aan dit principe te beantwoorden.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan. De inrichting ligt volgens het gewestplan deels in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch gebied.

De aanvraag betreft een bestaande kinderboerderij. De ligging van deze inrichting strookt met de voorschriften van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Aangezien er geen verbouwingswerken aangevraagd worden, valt de aanvraag buiten het toepassingsgebied zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart voor een beperkt deel (ter hoogte van oostelijke perceelsgrens) gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans en een zone met kleine overstromingskans onder klimaatverandering.

Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart voor een beperkt deel (ter hoogte van noordelijke perceelsgrens) gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans, een zone met kleine overstromingskans en een zone met kleine overstromingskans onder klimaatverandering.

 

De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Afvalwater-, hemelwater- en grondwaterbeheer

Volgens de zonering- en uitvoeringsplannen van VMM ligt de inrichting in collectief te optimaliseren buitengebied. Dit betekent dat huishoudelijk afvalwater niet naar een waterzuiveringsinstallatie gaat. Volgens het gebiedsdekkend uitvoeringsplan heeft de aanleg van riolering op deze locatie een lage prioriteit. Volgens uitvoeringsplan gaat het huishoudelijk afvalwater van de inrichting naar de Tapuitstraat. Vermoedelijk gaat dit afvalwater via de RWA naar de oostelijk gelegen baangracht die uitmondt in de Veemeersbeek.

Hemelwater wordt in de inrichting opgevangen in 3 hemelwaterputten (1.000, 5.000 en 10.000 liter). Het hemelwater wordt aangewend voor laagwaardige toepassingen met een debiet van 40 m³ per jaar. In de inrichting is eveneens een grondwaterwinning aanwezig met handpomp (niet ingedeeld). Er wordt 267 m³ per jaar grondwater aangewend als proceswater.

 

Biodiversiteit

In de inrichting ontstaan stikstofemissies afkomstig van de dieren. Hierdoor dient de inrichting te voldoen aan de bepalingen van het decreet Programmatische Aanpak Stikstof van 2024, kortweg Stikstofdecreet genaamd. De aanvraag bevat een impactscoreberekening waaruit blijkt dat de impactscore vermesting 0,001 % bedraagt. Aangezien het om biologische bedrijfsvoering gaat, dient deze waarde getoetst te worden tegenover een de minimis-drempel van 1 % (artikel 12 van het Stikstofdecreet).  De impactscore ligt ruim onder deze drempel, waardoor voldaan is aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.

Door de biologische bedrijfsvoering is er ook een strikt verbod op chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, waardoor de bodemvruchtbaarheid, het bodemleven en de lokale waterkwaliteit niet negatief beïnvloed worden. Verder beheert men de landschapselementen door actief onderhoud van (meidoorn)hagen, houtkanten en poelen, die fungeren als schuilplaats en nestplaats voor lokale fauna. De dieren worden ingezet voor extensieve begrazing, wat de groei van diverse kruiden en grassen bevordert. De vrijgekomen ruimtes worden ingezaaid met inheemse bloemenmengsels of omgevormd tot insectenhotels en nestkasten om de populaties van bestuivers en vogels actief te ondersteunen.

Er kan dus gesteld worden dat de inrichting een overwegend positief effect heeft op de biodiversiteit.

 

Mobiliteit

De diverse mobiliteitsstromen en hun frequenties worden in de aanvraag als volgt omschreven:

Individuele bezoekers

        Op een doorsnee dag 6-8 voertuigen op hetzelfde moment, 25-tal voertuigen per dag

        Zaterdagvoormiddag 15-20 voertuigen op hetzelfde moment

        Zondag: geen

Schoolvakanties en kampen

        Extra verkeer tussen 8u30-9u en 17u-17u30

        40-45 voertuigen

Schoolbezoeken

Max. 1 bus per dag (laden + lossen)

Evenementen

Meer dan 100 voertuigen. Altijd in combinatie met specifieke evenementenaanvraag en bijhorend verkeersplan en extra signalisatie.

Aanvoer/afvoer voor eigen werking

Transport met grondstoffen, afval etc. bedraagt minder dan 5 bewegingen per week

 

De mobiliteit wordt door een extern mobiliteitsdeskundige verder in kaart gebracht. Dit kadert in de opmaak van een RUP teneinde de inrichting op termijn te verhuizen naar een andere locatie. Telmomenten en plaatsbezoeken dienen verdere informatie te verschaffen over de vaste en variabele verkeersproductie. De eerste vaststellingen komen voorlopig grotendeels overeen met de opgegeven mobiliteitsbewegingen in de aanvraag.

 

Parkeren op eigen terrein is heel beperkt. Bezoekers zijn aangewezen op openbare parkeerplaatsen in de Tapuitstraat. Voor de individuele bezoekers betekent dit dat er op een weekdag maximaal 8 voertuigen gelijktijdig aanwezig zijn, en op zaterdagvoormiddag maximaal 20 voertuigen gelijktijdig, en dit in beide gevallen met een verblijftijd van ca. 1,5 u. Voor de schoolgroepen en zomerkampen is de parkeerduur beperkt tot het afzetten en ophalen van kinderen.

 

Conclusie milieuaspecten

Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De criteria voor de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening, zijnde functie, ruimtegebruik, inplanting, visueel-vormelijke aspecten, etc. zijn hier niet van toepassing gezien de werken geen betrekking hebben op een gebouw of constructie.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Het ingediende bezwaarschrift is tijdig ingediend en wordt bijgevolg ontvankelijk verklaard.

Samenvatting bezwaarschrift

De impact op de mobiliteit wordt volgens bezwaarindiener geminimaliseerd in de aanvraag. Aangezien er geen eigen parkeerplaatsen voorzien zijn, is de parkeerdruk op bepaalde momenten zeer hoog, waarbij alle plaatsen langs beide zijden van de weg ingenomen worden voor langere duur. Dit schept een onveilige verkeerssituatie voor voetgangers en levert hinder voor bezoekers aan buren. Bezwaarindiener stelt voor om parkeerplaatsen op eigen terrein te voorzien. Het bezwaarschrift bevat ook 2 foto’s waarop geparkeerde wagens zichtbaar zijn aan beide zijdes van de Tapuitstraat.

Evaluatie

Een mobiliteitsdeskundige is op het moment van schrijven de verkeersstromen die gegenereerd worden door de kinderboerderij in kaart aan het brengen. Dit kadert in de opmaak van een RUP, zodat de inrichting op termijn kan verhuizen naar een andere locatie. Zijn voorlopige vaststellingen lijken alvast in overeenstemming te zijn met de opgegeven mobiliteitsstromen in de aanvraag.

Doordat er geen parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien worden, kan het inderdaad voorkomen dat er op piekmomenten tijdelijk een grotere parkeerdruk ontstaat in de straat, vooral voor individuele bezoekers. Op zaterdagvoormiddag kan dit oplopen tot 20 voertuigen op hetzelfde moment, met een gemiddelde verblijfsduur van ca. 1,5 uur. Tijdens de week is dit maximaal 8 voertuigen op hetzelfde moment. Het ander verkeer kent een veel kortere parkeerduur, aangezien het vooral afzetten en ophalen betreft. Op eigen terrein is er geen ruimte om parkeerplaatsen in te richten. De binnenkoer wordt gebruikt als verblijfsruimte met picknickbanken.

De exploitant kan, teneinde de parkeerdruk verder te beperken, wel nog meer het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen zoals de fiets stimuleren. Dit werd telefonisch met hem besproken op 26 augustus 2026, en hij verklaarde zich akkoord om hierover actief te communiceren. Dit wordt eveneens opgenomen in een bijzondere voorwaarde. Hij zal ook een inspanning doen om voor de klasbezoeken de school aan te sporen een bus in te zetten in plaats van individuele wagens. Meer kan de exploitant op korte termijn niet doen om de parkeerdruk in de straat te verlichten. Op langere termijn verhuist de vestiging naar de Vichtesteenweg, waardoor het parkeerprobleem zich niet meer zal stellen.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

In het advies van Dienst Integraal Waterbeleid wordt gesteld dat de gevraagde verharde oppervlakte ≤ 1.000 m² bedraagt, dat de percelen niet gelegen zijn langs waterloop 2de categorie en dat de aanvraag gelegen is in overstromingsgevoelig gebied maar geen inname van overstromingsvolume omvat. Men verwijst naar de vergunningverlenende overheid om verder na te gaan of er voldaan is aan de Gewestelijk Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater.

Aangezien er geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd worden, en dus ook geen bijkomende verharding, is er geen aanzienlijk effect op het watersysteem en is de verordening niet van toepassing (zie ook 7.3 Watertoets).

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Willem Labeeuw namens Bokkeslot VZW gevestigd Tapuitstraat 57 te 8540 Deerlijk, voor het verderzetten van de activiteiten van de kinderboerderij, op een perceel gelegen Tapuitstraat 57 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 372 B en (afd. 2) sectie D 376 D, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        Exploitant dient actieve communicatie te voeren om het gebruik van alternatieve vervoerswijzen zoals de fiets en collectieve vervoerswijzen zoals de bus, te stimuleren.

 

Artikel 2

 

De inrichting kan vergund worden voor onbepaalde duur, zodat de inrichting voortaan omvat:

 

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

Klasse

9.1.2.

8 runderen (1a), 3 varkens (1c), 15 schapen (1a), 10 geiten (1a), 25 pluimvee (1b) , 8 paardachtigen (1d), 6 knaagdieren (1e) (Nieuw)

75 plaatsen

2

15.1.1°

1 tractor, 2 aanhangwagens (Nieuw)

3 voertuigen

3

28.2.b)1°

Vaste mest: 30 m³

Opslag vloeibare mest: 1,5m³ (Nieuw)

31,5 m³

3

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.15. Marquettestraat 24 - vergunningstoestand 'vergund geacht' - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op de eigendom gelegen Marquettestraat 24, gekadastreerd afdeling 2, sectie C, nummer 472l2, vraagt de architect om de woning, zoals op heden gebouwd, als 'vergund geacht' te verklaren.

 

Motivering

 

In het vergunningenregister is met betrekking tot de eigendom volgende info opgenomen:

 

Nummer bouwvergunning

onderwerp

datum vergunning

1973.97

bouwen van een woning (wijziging)

20/06/1973

 

1973.97

De in 1973 vergunde woning heeft een breedte van 18 m en een diepte van 21 m, waarbij een licht hellend dak is voorzien met een kroonlijsthoogte van 3,7 m.  De eigenaar verklaart dat deze constructie uitgevoerd werd met een plat dak en dat de contour/afmetingen beperkt anders werden uitgevoerd dan de vergunning.  De woning, zoals ze op heden opgericht is, werd initieel gebouwd zoals ze nu is.  De huidige eigenaar bewoont het pand sinds 25 juli 1974.

 

Artikel 4.2.14, § 2 van de VCRO voorziet dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn (voor Deerlijk is dat gewestplan Kortrijk van 4 november 1977), worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie. Het tegenbewijs kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister.

 

Om aan te tonen dat de woning in zijn huidige vorm werd gebouwd in de periode tussen 22 april 1962 en 4 november 1977 legt de architect in samenwerking met de eigenaar volgende bewijsmiddelen en voor:

        factuur sanitair d.d. 05.01.1974;

        factuur rolluiken d.d. 25.04.1974;

        factuur pleisterwerken d.d. 08.05.1974;

        factuur lopende nieuwbouwwerken d.d. 05.06.1974;

        factuur aansluiting waterleidingsnet d.d. 05.06.1974;

        factuur aansluiting telefonie d.d. 13.06.1974;

        uittreksel kadastrale legger, ingebruikneming woning d.d. 01/07/1974 met tekening van de woonst met afmetingen;

        tekening van architect met huidige afmetingen/contour;

        verklaring op eer, foto van kinderen jaar 1974;

        foto's woning daterend van 1974.

 

Na controle in het rijksregister blijkt dat de woning bewoond werd vóór 4 november 1977 door de huidige eigenaar.  Op basis van de hierboven ontvangen informatie is af te leiden dat zowel de contour als de dakvorm van de woning initieel zo uitgevoerd werden op het moment van de nieuwbouw, zodat dit als 'vergund geacht' kan aanschouwd worden voor deze bebouwing op het perceel.  Deze redenering doet geen uitspraak over de vergunningstoestand van eventuele andere constructies op het perceel.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit, op basis van de geleverde verklaringen, dat de woning gelegen Marquettestraat 24, op het kadastraal perceel afdeling 2, sectie C, nummer 472l2, als vergund geachte woning opgenomen dient te worden in het vergunningenregister.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.16. Attest van verdeling - Beverenstraat 44/Tulpenlaan 225 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Tulpenlaan 225 en Beverenstraat 44.

 

Motivering

 

Op 17 augustus 2026 ontvingen we vanuit het notariaat Aktum een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Tulpenlaan 225, gekadastreerd afdeling 1, sectie A, nummer 201G2, met een oppervlakte van 14a56ca en eigendom gelegen Beverenstraat 44, gekadastreerd afdeling 1, sectie A, nummer 202v4, met een oppervlakte van 10a37ca.

 

Een deel van de eigendom wordt afgesplitst teneinde te verkopen.

De bestemming van het afgesplitste perceel is volgens akte magazijn en het restperceel wordt vermeld als woning.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor geen opmerkingen te formuleren bij het voorstel van verdeling maar wenst wel op te merken dat in het magazijn bij de woning, geen hinderlijke bedrijvigheid wenselijk is gezien de rechtstreekse ontsluiting op de Tulpenlaan.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing maar wenst wel op te merken dat in het magazijn bij de woning, geen hinderlijke bedrijvigheid wenselijk is gezien de rechtstreekse ontsluiting op de Tulpenlaan.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.17. Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.18. MaPaCafé 5 september 2026 - vrijwilligersovereenkomst - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.19. Paanderstraat 29 - toekenning huisnummer - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

De dienst burgerzaken vraagt het college van burgemeester en schepenen een huisnummer toe te kennen aan de loods gelegen innewaarts de Paanderstraat, naast de loods met huisnummer 27.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen had in zitting van 11 februari 2026 geen bezwaar tegen de splitsing van de eigendom, gelegen Paanderstraat 27+ en Paanderstraat 27.  Doch werd opgemerkt dat op basis van de voorgelegde gegevens geen uitspraak kan gedaan worden over de (verdere) gebruiks-/bebouwingsmogelijkheden van de af te splitsen loten.

 

De heer en mevrouw Callens Lieven, Paanderstraat 95, 8540 Deerlijk, nieuwe eigenaars van de loods gelegen innewaarts de Paanderstraat, naast de loods met huisnummer 27, vragen om aan deze loods een huisnummer toe te kennen.

 

Gezien Fluvius de loods binnenkort van elektriciteit zal voorzien, is het wenselijk om ook aan deze loods een huisnummer toe te kennen.

 

Er zijn voldoende huisnummers vrij en beschikbaar.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Punt 19 b) van de algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters van 30 april 2026

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit aan de loods gelegen innewaarts de Paanderstraat, naast de loods met huisnummer 27, het huisnummer 29 toe te kennen.

 

Artikel 2

 

Het huisnummer dient te worden aangebracht op de hoofdtoegang die uitgeeft op de openbare weg en moet duidelijk zichtbaar zijn van op de openbare weg.

 

Artikel 3

 

De toekenning gaat in vanaf de datum van deze beslissing.  De gebruikelijke diensten en nutsmaatschappijen zullen van huidige beslissing in kennis gesteld worden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

C.20. MAT - verslag 05 augustus 2026 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het MAT hield een vergadering op 05 augustus 2026.

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag.

 

Motivering

 

Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.

 

De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.1. OMV 2026_94 - Pladijsstraat 100 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een woning met nevenfunctie kantoor, op een perceel gelegen Pladijsstraat 100 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 149 L en (afd. 2) sectie D 674 A, aangevraagd door Karolien Devos wonende Kleine Brandstraat 6 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  27 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        Bijkomende verharding en/of bijgebouwen binnen de grenzen van het agrarisch gebied, zijn uitgesloten.

        De voorziene groenaanplant moet  integraal worden uitgevoerd conform de plannen en dit tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

        De voorwaarden gesteld in het advies van brandweerzone Fluvia dienen integraal nageleefd te worden.

        Het herbouwen en inrichten van het bijgebouw als kantoorruimte, incl. de voorziene parkeerplaatsen rechts van de woning in functie van de kantoorfunctie, worden integraal uitgesloten van vergunning

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De eigendom situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming deels woongebied met landelijk karakter en deels agrarisch gebied. De werkzaamheden bevinden zich in het gedeelte woongebied met landelijk karakter.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.

 

  1. Historiek

 

        Stedenbouwkundige vergunning (1054-100-B) voor verbouwingswerken aan woonhuis - goedgekeurd op 20/07/1956.

        Stedenbouwkundige vergunning (1054-108-A) voor bouwen van een woning en bergplaats - goedgekeurd op 05/04/1978.

        Stedenbouwkundige vergunning (1054-100-C) voor verbouwen van bestaande bouwvallige bergplaats - goedgekeurd op 09/11/1988.

        Milieuvergunning 2007/3/005 voor autocrosswedstrijd op zondag 23 september 2007 - goedgekeurd op 31/01/2007.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van +/- 5.120 m² en is gelegen langs de Pladijsstraat op ongeveer 1600 m ten noordwesten van de kern van Sint-Lodewijk. De Pladijsstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke invalsweg, plaatselijk geflankeerd met lintbebouwing.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een voormalige herberg die reeds verschillende jaren in gebruik is als eengezinswoning. De woning bestaat  uit 1 bouwlaag en een hellend dak en bevindt zich op de rooilijn. Palend aan het hoofdgebouw bevindt zich dwars op de woning een bijgebouw. Dit bijgebouw bestaat uit 1 bouwlaag en een mix aan dakvormen (lessenaarsdak, hellend dak, plat dak) en heeft een grondoppervlakte van 78 m². 

Op het terrein zijn heel wat hoogstammige bomen aanwezig. Binnen deze aanvraag worden geen bomen gerooid. Op de rechter perceelsgrens bevindt zich een draadafsluiting met een lengte van 60,20 m vertrekkend vanaf de achterste perceelsgrens. Tussen de voorste perceelsgrens en de afsluiting is verharding aanwezig onder de vorm van steenslag.

De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving. Naast het agrarische karakter, heeft de omgeving een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen in een lintbebouwing.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Verbouwing woning

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van een lager, teruggetrokken volume, rechts van de woning met een voorgevelbreedte van 6,90 m. Ook de luifel achteraan de woning wordt verwijderd en vervangen door een uitbouw over 2 bouwlagen.

De uitbreiding rechts van de woning bevindt zich op een afstand van 3,15 m t.o.v. de rechter perceelsgrens. De uitbreiding heeft een breedte van 9,96 m op een diepte van 8,95 m en wordt afgewerkt met een hellend dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,56 m vooraan en 2,68 m achteraan, de nokhoogte bedraagt 7,60 m.

De uitbreiding bevindt zich eveneens achteraan de woning, op een afstand van min. 6,29 m t.o.v. de rechter zijgevel, en 6,38 m t.o.v. de linker zijgevel. De uitbreiding heeft een breedte van 9,96 m op een diepte van +/- 5,15 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 6 m.

In de linker zijgevel van de woning wordt een poortopening gemaakt en wordt de toegang tot de inpandige garage voorzien.

De materialisatie van het bestaande volume, nl. rode baksteen, blijft behouden. Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft rode baksteen als gevelbekleding met roodbruine dakpannen als dakbedekking en zwart aluminium buitenschrijnwerk.

Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een hal, vestiaire, garage, 2 slaapkamers, een nachthal, badkamer en toilet, berging, keuken en leefruimte. De nachtvertrekken bevinden zich langs de voorzijde van de woning, de leefruimtes langs achteren.

De woning wordt tijdens de werken volledig onderkelderd. Onder het dak bevindt zich nog een hobbyruimte/zolder.

 

Tuinzone

In de tuinzone bevindt zich een af te breken bijgebouw (schuur) met een oppervlakte van 78 m². Het bijgebouw bevindt zich op min. 2,86 m van de linker perceelsgrens. Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuw kantoorgebouw voorzien.  Het kantoorgebouw bevindt zich achter de woning, op een afstand van min. 1,20 m t.o.v. de achtergevel van de woning en op 3 m van de linker kavelgrens. Het kantoorgebouw heeft vooraan een breedte van 5,90 m, achteraan 9 m op een diepte van 14,50 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,60 m.

Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume (bijgebouw)  betreft grijze beton als gevelbekleding met zwart aluminium buitenschrijnwerk. Het kantoorgebouw bestaat op het gelijkvloers uit een onthaal, vestiaire, toilet, vergaderzaal en kantoor. Op -1 bevindt zich een kelder. In de achtergevel wordt een raamopening voorzien op -1. Hiervoor wordt een talud uitgewerkt waardoor de tuin helt naar het kantoorgebouw toe onder een helling van +/- 30% en +/- 4,50 m. 

Achteraan de woning wordt een terras voorzien in tegels met een oppervlakte van 28,40 m².

De linker vrije zijstrook wordt tot op een diepte van 13 m volledig verhard in betonklinkers. Dit dient als draaicirkel voor het in- en uitrijden uit de garage van de woning en als toegangsweg naar het kantoorgebouw.

Rechts van de woning, worden 3 parkeerstroken ingericht op bestaande verharding.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

De aanpalende eigenaars werden op 10 juli 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben een bezwaar ingediend. Het bezwaar kan als volgt samengevat worden:

De bezwaarindiener vreest dat de voorziene aanplanting van een groenscherm langs het nieuwe gebouw de doorgang naar de hoeve zal versmallen, wat problemen kan veroorzaken voor het gebruik van de bestaande erfdienstbaarheid, in het bijzonder voor landbouwvoertuigen en voor leveranciers en afnemers. Hij vraagt dat de doorgang in haar volledige breedte bruikbaar blijft.

 

  1. Adviezen

 

Brandweer Fluvia werd om advies verzocht op 9 juli 2026 De adviesinstantie bracht op 16 juli een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

Het voorwerp van de aanvraag (verbouwing bijgebouw naar kantoor) impliceert geen brandvoorkomingsmaatregelen, voor zover voldaan wordt aan de algemene reglementeringen (bv.  Algemene Politieverordening, ARAB, CODEX, AREI, VLAREM, ... .) en normeringen.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied met landelijk karakter. De woning en het bijgebouw bevinden zich in woongebied met landelijk karakter en dit over de volledige breedte van de voorste perceelsgrens tot een diepte van 50 m dwars op de voorste perceelsgrens.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. + 6.1.2.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.

Woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

Woongebieden met landelijk karakter zijn woongebieden bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.

De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen van een woning en het realiseren van een kantoor zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

De aanvraag dient tevens getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

Het overgrote deel van het perceel is gelegen in agrarisch gebied. In het agrarisch gebied bevindt zich een bestaand bijgebouw/tuinhuis met een oppervlakte van 20 m² en verharding achter de woning en langsheen de toegangsweg tot Pladijsstraat 94. Hiermee wijkt de aanvraag af van het gewestplan. Bijkomende verharding en/of bijgebouwen zijn binnen de grenzen van het agrarisch gebied, uitgesloten. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

De aanvraag heeft betrekking op een publiek toegankelijk gebouw. Dit dient te voldoen aan de Vlaamse stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Aangezien de publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150 m², dient enkel de toegang tot de gebouwen te voldoen.

De ruwbouwmaten van toegangen of deuropeningen voor publiek toegankelijke delen moeten minstens 105 cm breed zijn, zodat na afwerking een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90 cm gegarandeerd wordt. Voor en achter deze toegang of deur moet voor een vrije en vlakke draairuimte met een diameter van 150 cm worden gezorgd. Niveauverschillen mogen maximum twee cm bedragen, zoniet dienen deze overbrugd te worden met een helling met een hellingspercentage van maximum 10 procent.

De toegang tot het kantoor ligt 0,18 m hoger dan het maaiveld en is via een helling met een hellingspercentage van 3,07 % toegankelijk. De toegangsdeur tot het gebouw heeft een breedte van minstens 0,90 m. Er wordt van uitgegaan dat de vergaderzaal toegankelijk zal zijn voor het publiek. De doorgangsbreedte bedraagt slechts 0,85 m, wat onvoldoende is. De breedte van deze deur dient te voldoen aan de verordening inzake toegankelijkheid en wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

Stikstofdecreet

 De impactscoretool werd op 1 maart 2024 bijgewerkt naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet. De herziene impactscoretool maakt gebruik van de recentste modellen en databronnen zoals vermeld in artikel 3 van het Stikstofdecreet.

Voor omgevingsvergunningsaanvragen waarover beslist moet worden in overeenstemming met de bepalingen van het Stikstofdecreet, moet de impactscore berekend zijn op de wijze bepaald in het Stikstofdecreet. De berekening van de impactscore moet daarvoor gebeuren met deze nieuwe versie van de impactscoretool.

Art. 2, 41° van het Stikstofdecreet: een vergunningsplichtig project dat geen verkeersdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

Art. 2, 40°: vergunningsplichtig verkeersdragend infrastructuurproject: een vergunningsplichtig project met als hoofddoel de mobiliteit wijzigen, waarbij verkeersdragende infrastructuur wordt aangelegd of gewijzigd, waarbij de capaciteit van het verkeer door de wijziging wordt verhoogd.

De bouw van woningen bv. is vergunningsplichtig en heeft niet als hoofddoel de mobiliteit te wijzigen maar zal wel stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaken. Dergelijk project is dan ook een verkeersgenererend project.

De impact van een dergelijke stedenbouwkundige handeling, op vlak van stikstof, zal normalerwijze een impactscore van minder dan 1 hebben. De exacte stikstofscore is niet berekend door de aanvrager.

De afstand tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied ligt op ruim 2.000 m. Er is volgens de “KDW-kaart vermesting 2024” geen kritische depositiewaarde (KDW) opgenomen voor het betrokken perceel. Gelet op de afstand, afgerond naar 2.000 m, zou in worst case, het aantal vervoersbewegingen 9.181.000 moeten overschrijden om de 1% drempel te overschrijden. Dat komt neer op 25.154 vervoersbewegingen met personenwagens per dag.

Het aantal jaarlijkse vervoersbewegingen wordt voor deze aanvraag lager dan 9.181.000 ingeschat.

Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, dus geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 32.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een  infiltratievoorziening met een volume van 9877 liter en een referentieoppervlakte van 25 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toiletten, wasmachine en dienstkranen.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Het gebouw waaraan de werken voorzien worden, is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed "Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen: Gemeente Deerlijk met ID nr 86412" zoals opgemaakt door de Vlaamse Overheid en wordt als volgt beschreven:

Voormalige herberg "De Clocke", de oudste vermelding gaat terug tot 1779. Vermoedelijk rond 1890 sterk verbouwd of deels afgebroken en heropgebouwd zie sporen van vlechtingen in zijpuntgevel. Volume weergegeven op het primitief kadasterplan (circa 1835) en de Atlas der Buurtwegen (1849).

Nu woonhuis, verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldak doorbroken door recent toegevoegde klimmende dakkapellen. Getoogde vensters met schuiframen en luiken. Rechthoekige deur met bovenlicht. Rechts lagere baksteenbouw.

 

Het pand heeft een middelhoge locuswaarde. Een middelhoge locuswaarde: vertegenwoordigt de gebouwen waarvan de erfgoedwaarde minder hoog is en andere factoren meer doorslaggevend zijn. Gebouwen kunnen grondig verbouwd worden mits behoud van de erfgoedelementen en met een architectuur die deze respecteert. In principe wordt het gebouw niet gesloopt. Sloop kan echter overwogen worden mits een grondige motivatie en een beoordeling van de nieuwbouw. Sloop zonder nieuwbouw is uitgesloten. De omgevingsambtenaar vraagt indien nodig advies aan de kwaliteitscommissie bouwkundig erfgoed bij aanvragen voor grondige verbouwingen. Men streeft voor deze panden naar een behoud van het beeld met inzet van een vrije materiaalkeuze.

 

Gezien het uitzicht van de voorgevel van de woning grotendeels behouden blijft, blijft een groot deel van de erfgoedwaarde behouden en kan de erfgoedtoets positief beoordeeld worden.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

 

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze omgeving. Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort. Het behoud van de eengezinswoning als hoofdfunctie op het perceel is wenselijk. De omgeving wordt gekenmerkt door een overwegend residentieel karakter, waarbij wonen de dominante functie vormt. Het is wenselijk dit residentieel karakter te vrijwaren. Om die reden wordt als voorwaarde opgelegd dat de eengezinswoning als hoofdfunctie op het perceel moet behouden blijven.

 

Aanvullend heeft de aanvraag betrekking op het slopen van een bestaand, losstaand bijgebouw en het herbouwen van een kantoorruimte in het bijgebouw. In het achterliggende bijgebouw wordt, na herbouw, een kantoorfunctie voorzien bestaande uit een onthaalruimte, vestiaire, vergaderzaal, kantoorruimte, sanitair en een kelder. Onder een bijgebouw wordt verstaan: “een gebouw dat behoort bij en ondergeschikt is aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en dat dienstbaar is aan de functie van het hoofdgebouw.”

De inrichting van het bijgebouw als kantoorruimte wordt functioneel niet wenselijk geacht. Een bijgebouw dient in principe een ondersteunende en ondergeschikte functie te vervullen ten aanzien van het hoofdgebouw. Het betreft bijgevolg geen gebruikelijke functie die inherent is aan een woonfunctie, maar een afzonderlijke gebruiksfunctie met een eigen programmatie.

De voorgestelde kantoorfunctie overstijgt deze louter ondersteunende rol en introduceert een zelfstandige gebruiksfunctie binnen het gebouw. De kantoorruimte is immers gericht op het uitoefenen van administratieve en professionele activiteiten en heeft daardoor een grotere functionele impact dan gebruikelijke nevenfuncties zoals berging, opslag of technische ruimtes.

Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgestelde kantoorfunctie niet strookt met het ondergeschikte karakter dat inherent is aan een bijgebouw en bijgevolg functioneel niet wenselijk is binnen de voorliggende aanvraag. De kantoorfunctie wordt dan ook functioneel niet aanvaardbaar geacht.

 

Deerlijk wenst in te zetten op verdichting en kernversterking. Hiertoe werd  een woonkaart opgemaakt. De woonkaart geeft aan welke woondensiteit wenselijk is in welk type woongebied en welke functies er naast wonen mogelijk zijn. Het woongebied werd op basis van de ruimtelijke morfologie en het programma onderverdeeld in 4 typegebieden onderscheiden. Deze woonkaart werd als BGO goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 september 2024. De procedure voor de opmaak van een RUP kernversterking in uitvoering van dit BGO is opgestart.

De eigendom is gelegen in het typgebied 4 “wonen in de open ruimte”. In het woontypegebied ‘wonen in de open ruimte’ vormt wonen de hoofdfunctie samen met open ruimtefuncties. Deze woongebieden zijn doorgaans minder goed gelegen qua mobiliteit. Ze zijn minder geschikt voor kernversterkende functies en functies die zorgen voor meer mobiliteit. Wonen is mogelijk in het gebied, alsook de bijhorende uitrusting: tuinen, tuinhuisjes, garages... Daarnaast zijn ondergeschikt aan het wonen ook de niet-woonfuncties mogelijk die voldoen aan de voorwaarden van het vrijstellingenbesluit. Bijvoorbeeld volgende functies, maar beperkt in oppervlakte: dienstverlening, vrije beroepen, verblijfsrecreatie, restaurant en café, kantoorfunctie. Concreet betekent dit dat in de woning een onderschikte kantoorfunctie mogelijk is binnen de bepalingen van het  vrijstellingsbesluit maar niet in een vrijstaand bijgebouw. De aanvraag voldoet voor wat de functie van het kantoorgedeelte betreft bijgevolg niet aan de BGO.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

 

De inplanting van de woning t.o.v. de rooilijn blijft ongewijzigd. De woning blijft na de verbouwing op een voldoende afstand van de perceelsgrenzen ingeplant, waardoor het open karakter van het perceel behouden blijft en er geen onaanvaardbare impact op de aanpalende eigendommen verwacht wordt.

De uitbreiding kadert in de verdere uitbouw van een bestaande eengezinswoning en blijft in overeenstemming met de residentiële bestemming van het perceel. De interne reorganisatie van de woning leidt tot een logische en hedendaagse woonindeling waarbij de leefruimten georiënteerd worden naar de tuinzijde.

 

Het kantoorgebouw wordt ingeplant vrijstaand achter de woning op korte afstand van de achtergevel en op 3 m van de linker perceelsgrens. Hoewel deze afstanden op zich aanvaardbaar kunnen worden geacht, leidt de combinatie van het omvangrijke kantoorvolume, de noodzakelijke toegangsweg langs de linker perceelsgrens, de bijkomende verhardingen en de parkeerinfrastructuur tot een intensief gebruik van voornamelijk de vrije zijtuinstrook en in mindere mate van de achtertuinzone. Dit resulteert in een onevenwichtige perceelsinname die niet langer ondergeschikt is aan de woonfunctie.

  

Bouwvolume en gabarit:

 

Het bouwvolume van de woning blijft, ondanks de vrij ruime uitbreidingen, verenigbaar met de schaal van het perceel en met het karakter van een vrijstaande eengezinswoning. De uitbreidingen sluiten fysiek en functioneel aan op het bestaande hoofdgebouw en vormen één samenhangend geheel. De gebruikte bouwhoogten en dakvormen zijn gebruikelijk binnen een residentiële context. Het gabarit blijft in verhouding tot het hoofdgebouw en geeft geen aanleiding tot een overdreven ruimtelijke impact.

 

Het voorgestelde kantoorgebouw beschikt over een aanzienlijke oppervlakte. De omvang van het volume staat niet langer in verhouding tot de ondersteunende functie die van een bijgebouw kan worden verwacht. Het volume manifesteert zich als een tweede substantieel gebouw op het perceel en draagt daardoor bij tot een overmatige bebouwing van het woonerf.

 

Verschijningsvorm:

 

De woning behoudt haar karakteristieke materialisatie in rode gevelsteen. De nieuwe uitbreidingen worden afgewerkt met rode gevelsteen, roodbruine dakpannen en zwart aluminium buitenschrijnwerk. Hierdoor ontstaat een architecturaal coherent geheel waarbij de nieuwe volumes aansluiten bij het bestaande hoofdgebouw. De voorgestelde materialisatie draagt bij tot een verzorgde en kwalitatieve integratie in de omgeving.

 

Het kantoorgebouw wordt uitgevoerd in grijze beton met zwart aluminium buitenschrijnwerk en onderscheidt zich daarmee duidelijk van de architectuur van de woning. Hoewel een hedendaagse vormgeving op zich niet problematisch hoeft te zijn, versterkt de gekozen uitwerking het autonome karakter van het gebouw. In combinatie met de omvang, de inrichting en de kantoorfunctie presenteert het gebouw zich als een afzonderlijke constructie met een eigen identiteit op het perceel.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

 

Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
De woonfunctie genereert een gebruikelijke verkeersgeneratie die eigen is aan een residentieel perceel. Op het perceel wordt via de geïntegreerde garage voorzien in voldoende stallingsruimte voor de woning.
De voorziene kantoorfunctie genereert een bijkomende mobiliteitsimpact. Wat parkeren betreft, kan worden vastgesteld dat op het perceel drie parkeerplaatsen worden voorzien langs de rechterzijde van de woning. Rekening houdend met de omvang van de voorziene kantoorfunctie wordt aangenomen dat hiermee de eigen parkeerbehoefte op voldoende wijze op het terrein kan worden opgevangen. Bijgevolg wordt geen structurele parkeerdruk op het openbaar domein verwacht. Evenwel ontbreekt een duidelijke ruimtelijke samenhang tussen de parkeervoorzieningen en de kantoorfunctie. De parkeerplaatsen bevinden zich aan de rechterzijde van de woning, terwijl het kantoorgebouw achteraan links op het perceel wordt ingeplant. Hierdoor zijn beide functies ruimtelijk van elkaar gescheiden en strekt de functionele inrichting van het kantoor zich uit over een aanzienlijk deel van het perceel.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

 

Achter de woning wordt een terras aangelegd. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.

De aanvraag voorziet in een groene inrichting van het perceel waarbij, naast de noodzakelijke verhardingen voor de ontsluiting en de parkeervoorzieningen, voldoende onverharde en groene ruimtes behouden blijven. De voorgestelde groenaanleg draagt bij tot de landschappelijke integratie van de bebouwing en ondersteunt het residentiële karakter van het perceel.

Uit de plannen blijkt verder dat de bestaande waardevolle bomen op het perceel behouden blijven. Het behoud van deze bomen is ruimtelijk wenselijk aangezien zij bijdragen aan de groene uitstraling van het perceel, de landschappelijke kwaliteit van de omgeving en de buffering tussen de verschillende functies op het terrein.

Gezien de grote meerwaarde van enerzijds het behoud van de bomen en anderzijds de bijkomende groenaanplant wordt als voorwaarde meegenomen dat de voorziene groenaanplant integraal moet worden uitgevoerd conform de plannen en dit tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

 

Conclusie

Het ontwerp voor de woning kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg. Het herbouwen en inrichten van het bijgebouw als kantoorruimte, incl. de voorziene parkeerplaatsen rechts van de woning i.f.v. het kantoorgebouw, wordt ongunstig geadviseerd en dient integraal te worden uitgesloten van vergunning

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. De aangevraagde verbouwing van de woning past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werd een bezwaar geformuleerd. Dit wordt als volgt besproken en is ontvankelijk, doch ongegrond:

Dit bezwaar betreft in essentie een privaatrechtelijke aangelegenheid, namelijk de uitoefening en eventuele omvang van een bestaande erfdienstbaarheid van doorgang. Dergelijke burgerrechtelijke rechten behoren niet tot de beoordeling van de vergunningverlenende overheid, maar tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken.

Overeenkomstig artikel 78, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft een omgevingsvergunning een zakelijk karakter en wordt zij verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed. Bovendien bepalen dezelfde bepalingen uitdrukkelijk dat beslissingen inzake omgevingsvergunningen geen afbreuk doen aan de burgerlijke rechten van derden.

 

7.13 Bespreking adviezen

Brandweerzone Fluvia:
Gelet op de specifieke problematiek dient opgelegd dat de voorwaarden geformuleerd in het brandvoorkomingsadvies stipt nageleefd moeten worden.

 

Standpunt college van burgemeester en schepenen

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en komt tot een andere beoordeling voor wat betreft het herbouwen en inrichten van het bijgebouw als kantoorruimte, incl. de voorziene parkeerplaatsen.

 

        Gelet op artikel 4.3.1, §2 VCRO en de voorschriften van het gewestplan, stelt het college van burgemeester en schepenen vast dat de aanvraag gelegen is in woongebied met landelijk karakter. In dit gebied kan naast wonen ook dienstverlening worden toegelaten, voor zover deze verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving.

        Het perceel heeft een ruime oppervlakte van 5.120 m². Het nieuwe bijgebouw met kantoorfunctie vervangt een bestaand bijgebouw, waardoor de kantoorfunctie geen onevenredige bijkomende ruimte-inname veroorzaakt.

        De woonfunctie blijft overduidelijk de hoofdfunctie op het perceel. Van de totale netto vloeroppervlakte van 297,65 m² is 183,15 m² (62%) bestemd voor wonen en 114,50 m² voor de ondergeschikte kantoorfunctie. Het vrijstaande bijgebouw paalt bovendien rechtstreeks aan de private tuinzone van de woning. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat het bijgebouw met dienstverlening vrij beroep als ruimtelijk en functioneel een geheel vormt en functioneel onlosmakelijk verbonden blijft met de (historische) woning en achterliggende tuin.

        Bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening worden de schaal, het ruimtegebruik, de mobiliteit en de visuele impact in hun onderlinge samenhang geëvalueerd. Ook de Woonkaart wordt als Beleidsmatig Gewenste Ontwikkeling (BGO) bij deze beoordeling betrokken. Deze bevestigt dat wonen in dit gebiedstype de hoofdfunctie vormt, met ruimte voor ondergeschikte niet-woonfuncties waaronder kantoorfuncties.

        De drie parkeerplaatsen worden ingericht op reeds bestaande verharding. Gezien er geen voortuin is, noch enige andere geschikte opstelruimte naast de inpandige garage (goed voor 1 parkeerplaats), is deze inplanting ruimtelijk aanvaardbaar voor een veilige en ordentelijke afwikkeling van het verkeer op de Pladijsstraat. Hierdoor zijn geen manoeuvres noodzakelijk en kan er vlot ontsloten worden zonder het voorbijgaande verkeer te hinderen. 

Op basis van deze integrale afweging komt het college van burgemeester en schepenen tot een andere beoordeling dan de gemeentelijke omgevingsambtenaar. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt dat de kantoorfunctie, het vervangende bijgebouw en de parkeeroplossing volledig verenigbaar zijn met de goede ruimtelijke ordening en de draagkracht van de omgeving.

 

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Karolien Devos wonende Kleine Brandstraat 6 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen van een woning met nevenfunctie kantoor, op een perceel gelegen Pladijsstraat 100 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 149 L en (afd. 2) sectie D 674 A, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        Bijkomende verharding en/of bijgebouwen zijn, binnen de grenzen van het agrarisch gebied, uitgesloten.

        De voorziene groenaanplant moet  integraal worden uitgevoerd conform de plannen en dit tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

        De voorwaarden gesteld in het advies van brandweerzone Fluvia dienen integraal nageleefd te worden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.2. OMV 2026_60 - Vichtesteenweg 38 en 40 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bijstellen van de voorwaarde: wijziging kleur metselwerk, op een perceel gelegen Vichtesteenweg 38 en 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 479 X, (afd. 1) sectie B 481 W en (afd. 1) sectie B 481 X, aangevraagd door Henk Kemseke wonende Vichtesteenweg 42 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  28 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, RUP Oosthoek, goedgekeurd op 7 april 2016 met als bestemming zone voor gemengde functies.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het RUP is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-G) voor verbouwen woonhuis - goedgekeurd op 02/04/1964.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-H) voor afbreken van een gedeelte van een muur + terug opbouwen + uitkappen van een gat in de schuur - goedgekeurd op 19/07/1967.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-I) voor plaatsen van een schuifpoort - goedgekeurd op 04/07/1969.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-L) voor bouwen van een bergplaats en winkelruimte - goedgekeurd op 01/04/1981.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-M) voor bouwen van een loods na afbraak van bijgebouwen - goedgekeurd op 19/12/1984.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-38-A) voor plaatsen van 1 uithangbord van 650 x 70 cm en 1 dubbelzijdig uithangbord van 65 x 65 cm aan de voorgevel van het gebouw - goedgekeurd op 30/10/1985.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-N) voor bouwen van een winkel - loods - goedgekeurd op 28/02/1990.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-O) voor bouwen van een magazijn, serre en parking - goedgekeurd op 29/03/1995.

        Stedenbouwkundige vergunning (2047-3-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 24/05/1995.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-P) voor aanleggen van een brandweg en een vijver om reservewater op te slaan - goedgekeurd op 13/08/1997.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-Q) voor slopen van een stal + bergplaats - goedgekeurd op 20/05/1998.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-R) voor bouwen van een verkoopsserre voor detailhandel - goedgekeurd op 20/05/1998.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-S) voor plaatsen van een uithangbord in vervanging van een bestaand reclame paneel - goedgekeurd op 27/01/1999.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-40/42-T) voor afbreken van 2 bijgebouwtjes (13,7m² en 7,6 m²) en aanleggen van verharding (247 m²) - goedgekeurd op 13/09/2000.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-U) voor rooien van 4 knotwilgen - goedgekeurd op 28/08/2002.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-V) voor plaatsen van een bovengrondse regenwateropslagtank (diameter : 5 m  - hoogte : 3,20 m) - goedgekeurd op 28/08/2002.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-38-C) voor - verlagen (+/- 25 cm) en verharden van een deel (+/- 200 m²) van zijn perceel   - slopen van een muur (l : 15 m - h : 2 m) en een houten hokje (3 m x 3 m) achter de eigendom - goedgekeurd op 04/09/2002.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-W) voor - plaatsen van een afsluiting in draad en palen (h : 1,80 m) en een poort (l : 6 m  - h : 1,80 m) rond zijn eigendom   - asfalteren van de parking  (+/- 950 m²)   - bezetten van de voorgevel van de winkel met metalen platen (kleur : gebroken wit) - goedgekeurd op 25/09/2002.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-X) voor plaatsen van logo-panelen van aveve tegen de voorgevel van de handelszaak - goedgekeurd op 30/10/2002.

        Stedenbouwkundige vergunning (0010-ZN) voor wegenis- en rioleringswerken en aanleg van een bufferbekken in het gebied wijmelbroek - geweigerd op 27/10/2010.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-Z) voor uitbreiden van een serre - goedgekeurd op 22/06/2011.

        Stedenbouwkundige vergunning (0010-ZN-B) voor wegenis- en rioleringswerken en aanleg van een bufferbekken in het gebied wijmelbroek - goedgekeurd op 19/08/2011.

        Stedenbouwkundige vergunning (0035-42-A') voor aanpassen van de voorgevel van de winkel en de woning - goedgekeurd op 18/05/2016.

        Omgevingsvergunning /OMV_2019109905 voor aanleggen van bijkomende verharding en groenbuffer goedgekeurd op 20/11/2019.

        Omgevingsvergunning /OMV_2020134526 voor plaatsen van een open waterbuffer in functie van de handelszaak goedgekeurd op 16/12/2020.

        Omgevingsvergunning /OMV_2024002303 voor slopen bebouwing en doortrekken parkeerplaatsen geweigerd op 16/10/2024.

        Omgevingsvergunning /OMV_2025022538 voor afbreken van 2 woningen en oprichten van een nieuwbouw met handelsruimte en woongelegenheid goedgekeurd op 09/07/2025.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van +/- 9500 m² en is gelegen langs de Vichtesteenweg op ongeveer 400 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Vichtesteenweg is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een tuincentrum met bedrijfswoning. Het tuincentrum bestaat uit een magazijn, binnen- en buitenverkoopruimte en bijhorende parkeerruimte. Het overgrote deel van het terrein is verhard, enerzijds als buitenstapelruimte en circulatieruimte, anderzijds als buitenverkoopruimte en parkeerruimte. De voorgevel van het tuincentrum bestaat uit bruin genuanceerd metselwerk gecombineerd met houten latwerk.

De aanvraag is gelegen langs de Vichtesteenweg, wat een goed uitgeruste gemeenteweg is. De directe omgeving wordt gekenmerkt door een mix aan functies waaronder eengezinswoningen, kleinhandel en diensten. De woningen waartegen de nieuwe woning wordt gebouwd, zijn opgetrokken in rood genuanceerd metselwerk, wat ook het geval is voor het merendeel van de woningen in de directe omgeving.

Ten oosten van het perceel zijn twee kleinhandelszaken aanwezig. Ten noordwesten zijn er eengezinswoningen in een gesloten bebouwingsrij. Ten zuiden is er het natuurdomein Wijmelbroek gelegen. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag richt zich op het wijzigen van de bijzondere voorwaarde “De voor- en zijgevel wordt opgetrokken in rood-bruin metselwerk” opgelegd in de reeds verkregen omgevingsvergunning met referentie OMV_2025022538 naar “De voor- en zijgevel wordt afgewerkt in een grijs-bruine steen”.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 6 juni 2026 tot 5 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De bijstelling kan niet raken aan de omgevingsvergunning. De vergunde toestand zelf kan dus niet wijzigen. Alleen de vergunningsvoorwaarde waarop de bijstelling betrekking heeft, kan worden gewijzigd, geschrapt of behouden. Het onderzoek, alsook de gevraagde adviezen beperken zich dan ook daartoe. De planologische afweging is niet relevant in deze vraag. Wie een omgevings- of stedenbouwkundige vergunning heeft bekomen onder voorwaarden en hieraan een wijziging wil aanbrengen kan dit vanaf 3 november 2020 bekomen via een gemotiveerd verzoek (artikel 82/1 omgevingsvergunningsdecreet). Deze mogelijkheid bestond tot voor kort enkel voor milieuvoorwaarden, maar werd bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 uitgebreid tot voorwaarden, opgenomen in stedenbouwkundige vergunningen.

De aanvraag voorziet een wijziging van het materiaalgebruik, vervat in de voorwaarden van de vergunning, waarin kan gewerkt worden. De bijstelling van de voorwaarden heeft niet tot gevolg dat de vergunde handeling niet langer overeenstemt met de geldende regelgeving. De vraag tot bijstelling voldoet nog steeds aan de bepalingen van het geldende gemeentelijk RUP Oosthoek.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

De binnen de aanvraag geviseerde voorwaarde heeft geen invloed op de uitwerking of verenigbaarheid met de  decretale beoordelingselementen als opgenomen artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.9. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt zodoende niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

De aanvraag heeft geen betrekking op een project zoals omschreven in artikel 5.93 lid 1 van de Vlaamse Codex Wonen. Evenmin is er sprake van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of normerend RUP zoals omschreven in artikel 5.94, §2 en 5.95 van de Vlaamse Codex Wonen.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Gezien de aanvraag betrekking heeft op een aanvraag tot bijstelling van een bijzondere vergunningsvoorwaarde waarbij niet geraakt wordt aan de basisvergunning als afgeleverd, geldt dat louter de verenigbaarheid met de visueel-vormelijke aspecten moet worden meegenomen binnen de beoordeling als omschreven binnen artikel 4.3.1. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Binnen de initiële omgevingsvergunning met referentie OMV_2025022538 werd aangaande de verschijningsvorm genoteerd: “ <…> Het ontwerp voorzien een kwalitatieve overgang tussen de rijwoningen en de naastliggende winkel. De gevel is voldoende attractief en zorgt voor zowel een openheid naar de straatzijde als naar naastliggende  parking.

De handelswoning wordt opgetrokken in grijs metselwerk.  Een dergelijke kleurschakering komt in de directe omgeving niet voor. Teneinde de integratie naar de omgeving toe te verbeteren en aansluiting te vinden met zowel de naastliggende handelsactiviteit als de woningen, wordt als voorwaarde opgelegd om de voor- en zijgevel op te trekken in rood-bruin metselwerk.  <…>”

 

Binnen huidige aanvraag tot het bijstellen van de bijzondere vergunningsvoorwaarde noteert de aanvrager als motivatie: “Ons voorstel is echter om gebruik te maken van een grijs-bruine gevelsteen, identiek aan of sterk gelijkend op de gevelsteen van het naastgelegen handelsgebouw (AVEVE). Onze motivatie hiervoor is de volgende:

Een moderne en duurzame uitstraling: Als nieuwbouwproject willen we bijdragen aan de moderne en verzorgde uitstraling van de centrumomgeving. De gekozen grijs-bruine steen past binnen een hedendaags en tijdloos architecturaal palet, wat de duurzaamheid en de esthetische waarde van het project op lange termijn garandeert.

Naar aanleiding van de voorliggende aanvraag wordt de eerder opgeworpen argumentatie hernomen, hetzij bijkomend gemotiveerd.”

 

Het straatbeeld bepaalt in sterke mate de ruimtelijke kwaliteit van een omgeving en draagt bij aan de herkenbaarheid en samenhang binnen de kern. Een doordachte materiaalkeuze in gevelafwerking, hetzij met subtiele differentiatie in kleurgebruik en steenkeuze, versterkt deze samenhang en voorkomt een versnipperd of rommelig uitzicht. Het behoud van een consistent straatbeeld is essentieel voor een esthetisch en harmonieus omgevingsbeeld en positieve belevingswaarde van de buurt.

 

Nazicht van het straatbeeld bevestigt dat het gros van de woningen in de omgeving wordt gekenmerkt door gevels waarin metselwerk domineert. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om kleinschalig metselwerk in genuanceerde rode, roodbruine tinten, in ondergeschikte mate aangevuld met metselwerk in bruintinten. 

 

Bovendien dient te worden benadrukt dat de opgelegde voorwaarde in OMV_2025022538   inzake het gebruik van rood-bruin metselwerk geen louter esthetische voorkeur betreft, maar het resultaat is van een bewuste stedenbouwkundige afweging waarbij de inpassing van het project in zijn ruimere omgeving werd beoordeeld. De vergunningsvoorwaarde maakt integraal deel uit van de verleende vergunning en strekt ertoe de beeldkwaliteit en de ruimtelijke samenhang van het straatbeeld te verzekeren.

Hoewel de aanvrager verwijst naar het naastliggende handelsgebouw (AVEVE) als referentie voor de voorgestelde gevelsteen, dient te worden vastgesteld dat dit gebouw een afzonderlijke architecturale entiteit vormt binnen het straatbeeld. De handelswoning bevindt zich daarentegen op de overgang tussen de handelsfunctie en de aansluitende woonbebouwing. Net op deze locatie is een zorgvuldige aansluiting bij de residentiële context van belang. Door te kiezen voor rood-bruin metselwerk wordt de handelswoning visueel verankerd in het overwegend residentiële straatbeeld, terwijl tegelijk voldoende onderscheid ten opzichte van het naastgelegen handelsgebouw behouden blijft.

De voorgestelde grijs-bruine gevelsteen zou daarentegen leiden tot een grotere visuele verwantschap met het bestaande AVEVE-gebouw, waardoor beide gebouwen als één samenhangend handelsvolume kunnen worden gepercipieerd. Dit is vanuit ruimtelijk oogpunt (en ook binnen de bestemmingsbepalingen van het RUP) niet wenselijk, aangezien hierdoor de leesbaarheid van de verschillende gebouwen en functies binnen het straatbeeld afneemt.

 

Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat de opgelegde materiaal- en kleurkeuze ondertussen achterhaald zou zijn of niet langer zou beantwoorden aan de actuele ruimtelijke context. De door de aanvrager aangehaalde argumenten inzake een hedendaagse, tijdloze en duurzame uitstraling zijn algemene ontwerpprincipes die niet exclusief verbonden zijn aan een grijs-bruin metselwerk en evenzeer gerealiseerd kunnen worden met een kwalitatieve rood-bruine gevelsteen. Hieruit kan dan ook geen stedenbouwkundige noodzaak worden afgeleid om af te wijken van de bijzondere vergunningsvoorwaarde.

Aangezien de ruimtelijke context ongewijzigd is gebleven en geen nieuwe elementen worden aangereikt die een andere beoordeling verantwoorden, ontbreken voldoende stedenbouwkundige motieven om de eerder opgelegde voorwaarde bij te stellen.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13  Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Standpunt college van burgemeester en schepenen

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en oordeelt dat het voorgestelde grijs-bruine metselwerk, gelet op de bestaande bebouwing en de aanwezigheid van gelijkaardige gevelmaterialen (onder andere Aveve) in de onmiddellijke omgeving, verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening en het straatbeeld. De aanvraag tot bijstelling van de bijzondere vergunningsvoorwaarde wordt bijgevolg gunstig beoordeeld en de voorwaarde inzake rood-bruin metselwerk wordt gewijzigd naar grijs-bruine gevelsteen.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het verlenenvan de omgevingsvergunning aan Henk Kemseke wonende Vichtesteenweg 42 te 8540 Deerlijk, voor het bijstellen van de voorwaarde: wijziging kleur metselwerk, op een perceel gelegen Vichtesteenweg 38 en 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 479 X, (afd. 1) sectie B 481 W en (afd. 1) sectie B 481 X.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.3. OMV 2026_70 - Stationsstraat 83 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het isoleren van de voorgevel en afwerken met crepi, op een perceel gelegen Stationsstraat 83 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 185 N8, aangevraagd door Severine Putman wonende Domien Veysstraat 32 te 8570 Anzegem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 24 augustus 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        de totale overschrijding van de rooilijn kan maximaal 14 cm bedragen (som isolatie en gevelafwerking) conform het rooilijndecreet;

        de voorgevel moet afgewerkt worden met roodbruine of wit-beige steenstrips.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, BPA Gavers wijz. B, 1 september 1987 met als hoofdbestemming zone voor woningen (menging aaneengesloten en halfopen bebouwing) en nevenbestemming zone voor horeca, detailhandel, diensten en kantoren.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het BPA is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning (0062-83-A) voor vervangen van raam door garagepoort in de voorgevel van de woning - goedgekeurd op 13/04/1994.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel van 256 m² en is gelegen langs de Stationsstraat op ongeveer 600 m ten zuidwesten van de kern van Deerlijk.  De Stationsstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.  Het perceel is bebouwd met een gesloten eengezinswoning, waarbij het hoofdvolume bestaat uit 2 bouwlagen met een hellend dak en een gelijkvloerse uitbreiding.  De totale bouwdiepte van de woning bedraagt ongeveer 19 m.  Tegen de achtergevel is een terras aangelegd en er is ook een vrijstaand bijgebouw opgericht in de tuinzone.

 

De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen.

Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst zijn gesloten eengezinswoning te voorzien van isolatie aan de voorgevel.  Op heden is de voorgevel afgewerkt met oranje pleisterwerk.  De vraag wordt gesteld om na het aanbrengen van nieuwe isolatie (14 cm dikte) de voorgevel af te werken met wit pleisterwerk (crepi met een dikte van 1,5 cm).  De bestaande openingen in de voorgevel worden niet gewijzigd, de breedte van de gevel bedraagt 5 m en de kroonlijsthoogte 6 m.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 11 juni 2026 tot 10 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

Ontwerp voorziet:

Gevelbekleding: kleinschalige materialen (baksteen en betonsteen)

Witte crepi (pleisterwerk)

Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA.

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

De afwijking heeft betrekking op het materiaal van de voorgevelafwerking na het aanbrengen van isolatie zodat een afwijking overwogen kan worden.  De aanpalende eigenaars formuleerden geen bezwaar.

In het straatbeeld is reeds een diversiteit van kleuren terug te vinden waardoor de witte (genuanceerd bleek) kleur in overweging kan genomen worden ook al is dit niet de hoofdtoon in de nabije omgeving.  Het aanbrengen van pleisterwerk (crepi) is echter niet wenselijk gezien dit een bijkomende atypische voorgevelafwerking inhoudt in de centrumstraat.  Concreet betekent dit dat als voorwaarde zal opgelegd worden dat de geïsoleerde gevel moet afgewerkt worden met steenstrips. Dit wordt nader toegelicht bij de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Wegens de kleinschaligheid van de aanvraag is de rioleringstoets niet aan de orde en hoeft deze aangelegenheid geen verdere beoordeling.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

 

De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie: 

De aanvraag heeft betrekking op het aanbrengen van isolatie aan de voorgevel van de eengezinswoning waarbij de binnenruimtes behouden blijven alsook de bestaande raam- en deuropeningen.  De functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.

 

Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en verschijningsvorm:

De inplanting van de woning ten opzichte van de rooilijn wijzigt in beperkte mate ten gevolge van de voorgenomen energetische renovatiewerken. De bestaande voorgevel bevindt zich momenteel op de rooilijn. Op deze gevel wordt een buitengevelisolatie van 14 cm voorzien, afgewerkt met een gevelafwerking van 1,5 cm. Hierdoor ontstaat een bijkomende geveldikte van 15,5 cm ten opzichte van de bestaande rooilijn.

Het rooilijndecreet voorziet dat een rooilijnoverschrijding voor gevelisolatie mogelijk is tot maximaal 14 cm. De aangevraagde uitvoering overschrijdt deze maximale toegelaten diepte en is bijgevolg niet in overeenstemming met de bepalingen van het decreet. De gevraagde overschrijding kan in haar huidige vorm dan ook niet gunstig worden beoordeeld.

Het aanbrengen van buitengevelisolatie kadert evenwel binnen de doelstellingen inzake energiezuinig en duurzaam verbouwen en wordt vanuit ruimtelijk oogpunt principieel positief benaderd. Gelet op de beperkte afwijking ten opzichte van de decretale norm en aangezien de bestaande gevel zich reeds op de rooilijn bevindt, kan worden geoordeeld dat de gewenste energetische verbetering van het gebouw mogelijk moet blijven, voor zover de opgelegde wettelijke randvoorwaarden worden nageleefd.

Om de aanvraag in overeenstemming te brengen met het rooilijndecreet wordt daarom als voorwaarde opgelegd dat de totale overschrijding van de rooilijn, bestaande uit de som van de isolatiedikte en de gevelafwerking, maximaal 14 cm mag bedragen. Op die manier blijft de aanvraag verenigbaar met de geldende regelgeving en worden de doelstellingen inzake energie-efficiëntie verzoend met een aanvaardbare impact van het openbaar domein.

Na uitvoering van de werken en mits naleving van deze voorwaarde blijft het aangrenzende voetpad voldoende bruikbaar voor voetgangers. De resterende vrije doorgangsbreedte laat een comfortabele en veilige zone toe en vormt geen hinder voor gebruikers van het openbaar domein. De beperkte uitsprong van de gevel heeft geen negatieve invloed op de verkeersveiligheid, de toegankelijkheid of de algemene kwaliteit van het straatbeeld. De impact van de werken op het openbaar domein kan bijgevolg als beperkt en ruimtelijk aanvaardbaar worden beschouwd.

Wat de materiaalkeuze betreft, wordt gevraagd om de voorgevel af te werken met een witte gevelbepleistering (crepi). Bij de beoordeling van deze afwerking dient rekening te worden gehouden met de kenmerken van het straatbeeld waarin de woning gelegen is. De onmiddellijke omgeving wordt getypeerd door hoofdzakelijk rijwoningen en eengezinswoningen met gevels uitgevoerd in baksteenmetselwerk. Deze gevels vertonen een duidelijke materiaalstructuur en detaillering die bijdragen aan de herkenbaarheid en samenhang van het straatbeeld.

Hoewel in de ruimere omgeving ook lichtere kleurschakeringen voorkomen, zowel in de vorm van lichtkleurige bakstenen als geschilderde gevels, blijft de baksteenstructuur er steeds duidelijk waarneembaar. Hierdoor blijft de kleinschaligheid en textuur van de gevels behouden. De voorgestelde afwerking met een egaal gepleisterde witte gevel wijkt hiervan af en zorgt ervoor dat de aanwezige materiaalstructuur volledig verdwijnt. Hierdoor wordt de architecturale structuur van de gevel afgevlakt en ontstaat een meer robuuste uitstraling die minder aansluit bij de kenmerkende verschijningsvorm van de omliggende bebouwing.

Daarnaast wordt vastgesteld dat gevelbepleistering minder duurzaam en minder onderhoudsvriendelijk is dan een afwerking in gevelsteen of steenstrips. Crepi is gevoelig voor vervuiling en verkleuring, zeker gezien de gevel dusdanig dicht bij de straat gelegen is, waardoor op termijn een minder kwaliteitsvolle uitstraling kan ontstaan. Bovendien betreft het een afwerkingsmateriaal dat moeilijk verwijderbaar is, aangezien het zich rechtstreeks aan de onderliggende gevel hecht. Eventuele toekomstige herstellingen of het herstel van het oorspronkelijke gevelbeeld zijn daardoor minder evident.

Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en een zorgvuldig behoud van de samenhang binnen het straatbeeld is het dan ook wenselijk dat de voorgevel wordt afgewerkt met een materiaal dat zowel qua kleur als qua textuur aansluit bij de bestaande bebouwing. Steenstrips bieden hierbij de mogelijkheid om de energetische renovatie te realiseren zonder afbreuk te doen aan het karakter van de straatwand. Bovendien behouden steenstrips de kleinschalige gevelstructuur die kenmerkend is voor de omgeving.

Gelet op het voorgaande wordt de voorgestelde afwerking van de voorgevel met witte gevelbepleistering ongunstig beoordeeld. Om de integratie van het gebouw binnen het bestaande straatbeeld te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te vrijwaren, wordt als voorwaarde opgelegd dat de voorgevel wordt afgewerkt met roodbruine of wit-beige steenstrips die qua kleur, textuur en uitstraling in harmonie zijn met de aanpalende en tegenoverliggende bebouwing. Hierdoor blijft de visuele samenhang van de straat behouden.

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

De werken hebben geen invloed op het bestaande groen bij de woning. Er is geen voortuin aanwezig bij de woning.

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Standpunt college van burgemeester en schepenen

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar om de afwerking in crepi uit te sluiten en besluit de omgevingsvergunning te verlenen zoals aangevraagd. De afwerking in crepi is een gangbare hedendaagse gevelafwerking en in de nabije omgeving zijn reeds verschillende gevelafwerkingen aanwezig, zodat de aanvraag ruimtelijk aanvaardbaar wordt geacht. Het pand is niet opgenomen in de Inventaris Onroerend Erfgoed, waardoor er vanuit erfgoedperspectief geen belemmering bestaat ten aanzien van een aanpassing van het gevelbeeld. De afwijking van het BPA inzake gevelafwerking kan worden aanvaard. 

De totale overschrijding van de rooilijn, bestaande uit de isolatie en gevelafwerking samen, bedraagt maximaal 14 cm.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Severine Putman wonende Domien Veysstraat 32 te 8570 Anzegem, voor het isoleren van de voorgevel en afwerken met crepi, op een perceel gelegen Stationsstraat 83 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 185 N8, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        de totale overschrijding van de rooilijn kan maximaal 14 cm bedragen (som isolatie en gevelafwerking) conform het rooilijndecreet.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.4. Tweede verblijf - Boshoek 52 - behandeling bezwaar

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.5. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Vredelaan 13 - behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.6. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Leon Defrayeplein 30, 34,35 - behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.7. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Stationsstraat 49 - behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.8. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Stationsstraat 275 - behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.9. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Ververijstraat 9 -  behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2026

D.10. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - Hoogstraat 114 -  behandeling bezwaarschrift

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.