Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
D.1. Princiepsakkoord tussen de gemeente Deerlijk en de woonmaatschappij Vivus over het vervangingswoonproject Leon Defraeyeplein 1-38 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan voorliggende princiepsovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en de sociale woonmaatschappij Vivus. Deze princiepsovereenkomst legt de voorwaarden vast van het project op het Leon Defraeyeplein 1-38 en werd goedgekeurd op de raad van bestuur van Vivus van 27 januari 2026.
Motivering
De gemeente Deerlijk heeft een opdracht uitgeschreven voor de opmaak van een masterplan voor de site van de voormalige brandweerkazerne in Deerlijk.
Op de gemeenteraad van 28 mei 2020 werd een samenwerkingsovereenkomst met projectfiche goedgekeurd tussen Mijn Huis, nu Vivus, en de gemeente Deerlijk om samen een WinVorm-procedure op te starten met als referentie "SW2002 Centrumpark en sociaal woonpark Deerlijk". Voor het bouwblok Leon Defraeyeplein 1-38 werd opgenomen dat het huidige sociale woonproject met 38 sociale huurappartementen niet meer voldoet aan de huidige normen en wordt gesloopt en vervangen door een nieuwbouwprogramma, waarbij de gemeente ruimtelijk wil onderzoeken of een hoger aantal appartementen mogelijk is, hierbij rekening houdend met een kwalitatieve inpassing in het bouwblok en het park.
De oproep voor deze WinVorm werd gelanceerd in juli 2020, waarbij de kandidaturen ingediend werd op 21 augustus 2020. VELD + Atelier Horizon + Cnockaert werden geselecteerd. De opdracht werd toegekend aan het ontwerpteam in januari 2021. Het masterplan werd gefinaliseerd en goedgekeurd in de gemeenteraad van 7 juli 2022. Het masterplan is een weergave van de studie die werd uitgevoerd tussen maart en juni 2022.
Volgende zaken zijn terug te vinden in het masterplan over het Leon Defraeyeplein 1-38:
De herontwikkeling van de sociale woningen vormt een opportuniteit om zowel de kwaliteit van de publieke ruimte te versterken als de woonkwaliteit van de gebouwen op te drijven. De inplanting van de toekomstige bouwvolumes richt zich in die zin maximaal naar de nieuwe publieke ruimte. Momenteel bevinden zich op de site naast de brandweerkazerne, 38 woningen, waarvan het merendeel grote woningen zijn die vaak toegankelijk zijn via private buitentrappen. De woningen bevinden zich in slechte staat en zijn niet aangepast aan het doelpubliek van senioren. Het bouwprogramma van ‘Mijn Huis’ werd vastgelegd op 38 à 45 woningen, met een merendeel aan 2 slaapkamer-appartementen (type 2/3 of 2/4). Er werden ook 1 tot 3 aangepaste woningen voor mindervaliden gevraagd. Afhankelijk van het aantal woningen moeten er ook 38 à 45 parkeerplaatsen voor auto’s worden voorzien (1 per appartement) en 76 à 90 parkeerplaatsen voor fietsen (1 per hoofdkussen).
Na het voorstellen aan de stuurgroep van de verschillende randvoorwaarden en reeds de eerste ontwerpvoorstellen, wordt het programma van de sociale woningen in vraag gesteld. Om voldoende plaats te kunnen voorzien voor het centrumpark en de site maximaal te kunnen vergroenen, lijkt het programma van de woningen erg dens.
Er werd op de stuurgroep van 19 april 2021 beslist om een extra studie te lanceren om een alternatieve site te zoeken voor de sociale woningen. Uit deze studie werd besloten om de sociale woningen te verhuizen naar de site van het huidige depot, Stationsstraat 154, palend aan het Gaverdomein. Op de verlaten site, Leon Defraeyeplein 1-38, kan de gemeente een eigen programma realiseren.
Conclusie:
Voor de depotsite werden verschillende scenario's uitgewerkt voor de realisatie van het gevraagde bouwprogramma van de woonmaatschappij. Dit zowel tijdens de opmaak van het masterplan als in de periode na 7 juli 2022, datum goedkeuring masterplan.
Er werd in de legislatuur 2019-2024 geen akkoord gevonden tussen Mijn Huis, nu Vivus, en de gemeente Deerlijk over het programma op de depotsite en de financiële transacties voor de ruil tussen de beide sites. De waarde-schattingen voor de depotsite en de site Leon Defraeyeplein 1-38 lagen te ver uit elkaar en het gewenste aantal wooneenheden op één site was te dens. Er werden tussenvormen onderzocht met een verdeling van het aantal sociale wooneenheden op verschillende sites met een bijhorende financiële compensatie tussen Vivus en Deerlijk maar dit resulteerde niet in een officieel akkoord.
De nieuwe beleidsploeg besliste terug te keren naar de oorspronkelijk voorwaarden van het masterplan en op zoek te gaan naar een win-win tussen het project van Vivus op de bestaande site Leon Defraeyeplein 1-38 en het publieke plein. De nieuwe beleidsploeg wenste de mogelijkheid om toch sociale woningen te voorzien op het Leon Defraeyeplein, verder te onderzoeken. Aangezien er bij de opmaak van het huidige masterplan heel snel geschakeld werd naar het herlocaliseren van de sociale woningen werden de scenario's voor de sociale woningen op het Leon Defraeyeplein onvoldoende onderzocht en doorsproken.
Aan VELD + Atelier Horizon werd de vraag gesteld om een kort traject op te starten om het masterplan voor het Centrumpark te herwerken en het aanvaardbare bouwvolume te onderzoeken.
Op basis van dit onderzoek werden de onderhandelingen met Vivus terug opgestart. Er werd een akkoord bereikt om het bouwprogramma te beperken tot 28 wooneenheden en een handelsruimte. Dit vormde de basis van een princiepsakkoord met bijhorende randvoorwaarden.
Het princiepsakkoord vormt een opportuniteit om zowel de kwaliteit van de publieke ruimte te versterken als de woonkwaliteit van de gebouwen op te drijven.Dit princiepsakkoord werd in de raad van bestuur van Vivus van 27 januari 2026 goedgekeurd. Het princiepsakkoord wordt nu voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen ter goedkeuring. De verdere uitwerking van de principes kan dan worden opgestart.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het voorliggende princiepsakkoord met woonmaatschappij Vivus, goedgekeurd op de raad van bestuur van Vivus dd. 27 januari 2026, goed te keuren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen vraagt een verdere uitwerking van dit princiepsakkoord met onder meer aktes voor overdracht van het openbaar domein en wettelijke vergunningen. Deze dienen voorgelegd te worden aan de respectievelijk bevoegde organen.
De zitting wordt geschorst om de princiepsovereenkomst (agendapunt 1.) te ondertekenen door alle betrokken partijen.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 11 februari 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 11 februari 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 11 februari 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.2. 75-jarigen - ontvangst - goedkeuring
Aanleiding en context
Club 51 vraagt een gemeentelijke ontvangst van de 75-jarigen in 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd deze jarigen te ontvangen.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 10 maart 2004 volgende regeling opgemaakt met het oog op uniformiteit in ontvangsten van diverse jarigen:
Mits verzoek van de jarigen zelf,
● 50-jarigen: ontvangst
● 60/65-jarigen: éénmaal ontvangst volgens de keuze van de jarigen
● 75-jarigen: ontvangst
● + 75-jarigen: vanaf 75 jaar kunnen betrokkenen om de 5 jaar door het college van burgemeester en schepenen ontvangen worden
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | niet gekend |
Actie | Receptie- en representatiekosten |
Jaarbudgetrekening | GBB-CBS/0190-00/64300000 |
Visum | niet van toepassing |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de 75-jarigen in het gemeentehuis te ontvangen op 19 september 2026 om 11.30 uur.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.3. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.4. Materiaal-technisch vooronderzoek interieur Sint-Columbakerk te Deerlijk - gunning - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de gunning van de opdracht “Materiaal-technisch vooronderzoek interieur Sint-Columbakerk te Deerlijk” goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 12 maart 2025 de ontwerpopdracht voor de opdracht “Materiaal-technisch vooronderzoek interieur Sint-Columbakerk te Deerlijk” toe te wijzen aan Demeyere J & A bv, Veldstraat 71 te 8500 Kortrijk.
In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. 2026-03 opgesteld door de ontwerper, Demeyere J & A bv, Veldstraat 71 te 8500 Kortrijk.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 25.000,00 euro excl. btw of 30.250,00 euro incl. 21 % btw.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 14 januari 2026 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 14 januari 2026 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:
● Lapis Arte BV, Pastorieberg 3 bus B te 9860 Oosterzele;
● Musa BV, Brugsken 74 te 9100 Sint-Niklaas;
● Ornament BV, Edmond Van Hoorebekestraat 106 te 9050 Gent;
● Verbeke & Partners BV, Bennesteeg 6 te 9000 Gent;
● Patrimonium Research & Consulting BV, Pauwelslei 186 te 2930 Brasschaat.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 5 februari 2026 om 10.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 180 kalenderdagen eindigt op 4 augustus 2026.
Er werden 2 offertes ontvangen :
● Lapis Arte BV, Pastorieberg 3 bus B te 9860 Oosterzele (19.131,78 euro excl. btw of 23.149,45 euro incl. 21 % btw);
● Musa BV, Brugsken 74 te 9100 Sint-Niklaas (26.208,00 euro excl. btw of 31.711,68 euro incl. 21 % btw).
De ontwerper, Demeyere J & A bv, Veldstraat 71 te 8500 Kortrijk, stelde op 16 februari 2026 het verslag van nazicht van de offertes op.
De ontwerper stelt voor om, rekening houdend met het voorgaande, deze opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Lapis Arte BV, Pastorieberg 3 bus B te 9860 Oosterzele tegen het nagerekende offertebedrag van 19.131,78 euro excl. btw of 23.149,45 euro incl. 21 % btw.
Een deel van de kostprijs wordt gesubsidieerd door Agentschap Onroerend Erfgoed, Koning Albert II-Laan 15 bus 236 te 1210 Brussel. Het voorlopig toegezegd bedrag van 16 februari 2026 bedraagt maximaal 20.000,00 euro.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
○ Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
○ De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
○ De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet).
○ Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
○ Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
○ Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
Adviezen
De facility manager verleent positief advies.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Bestelbedrag | 19.131,78 euro excl. btw of 23.149,45 euro incl. btw |
Actie | We vertalen het kerkenbeleidsplan naar een concreet actieplan en voeren dit uit. (4.4.01) |
Jaarbudgetrekening | 0790-00/22100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN |
Visum | G-2026-23 dd. 18/02/2026 |
BESLUIT
Artikel 1
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 16 februari 2026, opgesteld door de ontwerper, Demeyere J & A bv, Veldstraat 71 te 8500 Kortrijk.
Artikel 2
Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3
De opdracht “Materiaal-technisch vooronderzoek interieur Sint-Columbakerk te Deerlijk” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Lapis Arte BV, Pastorieberg 3 bus B te 9860 Oosterzele tegen het nagerekende offertebedrag van 19.131,78 euro excl. btw of 23.149,45 euro incl. 21 % btw.
De looptijd wordt vastgesteld op 40 werkdagen.
Artikel 4
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2026-03.
Artikel 5
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0790-00/22100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie 4.4.01).
Artikel 6
Het nodige krediet wordt voorzien bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.5. Aankoop abonnementen gladheidsbestrijding - gunning - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de aankoop van 2 abonnementen in het kader van de gladheidsbestrijding goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 10 september 2025 de aankoop van een zoutstrooier op een containerslede goed. De opdracht werd toegewezen aan Aebi Schmidt België, Middelmolenlaan 175 te 2100 Deurne.
In het kader van een efficiënte en transparante uitvoering van onze winterdienst en routegebonden werkzaamheden wordt voorgesteld om de abonnementen ‘Route Manager’ en ‘IntelliOPS Winter Strooimanagement Standard’ van Aebi Schmidt België bijkomend aan te kopen.
Route Manager is een online applicatie om ingereden routes aan te passen en te optimaliseren. Hierin zit ook de “routes by air” inbegrepen, hiermee kunnen routes via het 5G netwerk naar de bedieningskast worden verzonden.
IntelliOPS Winter Strooimanagement Standard maakt live opvolging van de machine mogelijk, ritten kunnen vergeleken worden en strooidata kunnen bekeken worden naar aanleiding van schade of klachten.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 3.320,00 euro excl. btw of 4.017,20 euro incl. 21 % btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht tot stand te brengen bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).
In het kader van de aankoop van bovenvermelde abonnementen werd bij Aebi Schmidt België offerte gevraagd.
Er werd 1 offerte ontvangen van Aebi Schmidt België, Middelmolenlaan 175 te 2100 Deurne (774,00 euro excl. btw of 936,54 euro incl. 21 % btw op jaarbasis).
Er wordt voorgesteld om, rekening houdend met het voorgaande, de opdracht “Abonnementen zoutstrooier” te gunnen aan de firma met de enige offerte (op basis van de prijs), zijnde Aebi Schmidt België, Middelmolenlaan 175 te 2100 Deurne tegen het offertebedrag van 774,00 euro excl. btw of 936,54 euro incl. 21 % btw.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018
● Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
● De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
● De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van 30.000,00 euro niet).
● Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
● Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
● Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur;
Adviezen
De coördinator wegen & water verleent positief advies.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Bestelbedrag (jaarbasis) | 774,00 euro excl. btw of 936,54 euro incl. 21 % btw |
Actie | Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling (GBB) |
Jaarbudgetrekening | 0200-00/61530000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
De raming voor de aankoop van 2 abonnementen in het kader van de gladheidsbestrijding bedraagt 3.320,00 euro excl. btw of 4.017,20 euro incl. 21 % btw.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).
Artikel 3
Deze opdracht wordt gegund aan Aebi Schmidt België, Middelmolenlaan 175 te 2100 Deurne tegen het nagerekende offertebedrag van 774,00 euro excl. btw of 936,54 euro incl. 21 % btw.
Artikel 4
De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0200-00/61530000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.
Regine Rooryck Lukas Viaene Karel Bauters Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat Regine Rooryck Lukas Viaene Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.6. Hoofd administratief medewerker secretariaat (C4-C5) - uitslag bevorderingsprocedure en aanstelling op proef in statutair verband - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Regine Rooryck Lukas Viaene Karel Bauters Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat Regine Rooryck Lukas Viaene Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.7. Hoofd administratief medewerker ruimte (C4-C5) - uitslag bevorderingsprocedure en aanstelling op proef in statutair verband - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Regine Rooryck Lukas Viaene Karel Bauters Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat Regine Rooryck Lukas Viaene Lies De Witte Louis Vanderbeken Claude Croes Jo Tijtgat aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.8. Clusterhoofd ruimte (A4a-A4b) - uitslag bevorderingsprocedure en aanstelling op proef in statutair verband - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.9. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Fluvius West - verslag van het Regionaal Bestuurscomité Leie van 16 december 2025
● Leiedal - verslagen van de raad van bestuur van 23 januari 2026 en 13 februari 2026
● Fluvius West - verslag van de raad van bestuur van 16 december 2025
● Imog - verslag van de raad van bestuur van 8 januari 2026
● Imog - besluitenlijst van de raad van bestuur van 12 februari 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.10. Jeugdraad - verslag van 07 december 2025 - kennisname
Aanleiding en context
De jeugdraad hield een vergadering op 07 december 2025.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd in een volgende zitting van 08 februari 2026.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.11. Tienerwerking 2026 - activiteiten - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de tienerwerkingsactiviteiten, georganiseerd door de jeugddienst in 2026, goed te keuren.
Motivering
In 2024 is de jeugddienst van start gegaan met een tienerwerking met een vaste groep.
In 2026 wil de jeugddienst het college van burgemeester en schepenen op de hoogte houden van de maandelijkse tienerwerkingsactiviteiten.
De tienerwerking is een werking waarbij niet-georganiseerde jongeren worden betrokken om zo een doorstroomfunctie te creëren naar eigen gemeentelijke werking met een vleugje mentaal welbevinden. Jongeren vanaf 12 jaar zijn welkom op de maandelijkse activiteiten, georganiseerd door de jeugddienst.
Hieronder een oplijsting van de activiteiten in 2026:
● 14 januari 2026: nieuwjaarsreceptie
● 4 februari 2026: filmnamiddag
● 4 maart 2026: taekwondo
● 1 april 2026: bowlen
● 6 mei 2026: creatief aan de slag
● 1 juli 2026: bezoek kinderboerderij Bokkeslot
● 2 september 2026: Geocatching (onder voorbehoud)
● 7 oktober 2026: Game-in
● 4 november 2026: Overkophuis in Waregem + karaoke
Tot op heden volstaat het budget om alle activiteiten van de tienerwerking verder gratis aan te bieden. Het is aangewezen dit ook zo te houden, teneinde geen drempels te creëren voor de tienerwerking.
Vanuit de vrijetijdsdienst zullen we wel werken met inschrijvingen via Recreatex, om zo een overzicht te hebben hoeveel deelnemers er zijn op de tienerwerkingsactiviteiten.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen m.b.t. de uitgaven voor de tienerwerking.
Raming of bedrag | 1.500 euro |
Actie | uitgaven tieneractiviteiten |
Jaarbudgetrekening | 0750-00/61310009 |
Visum | geen visum |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de tienerwerkingsactiviteiten 2026, georganiseerd door de jeugddienst, goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.12. Sport - Retributiereglement cafetaria sporthal/kantine Olieberg - verzoek agendering gemeenteraad
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken het "retributiereglement cafetaria sporthal/kantine Olieberg" te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Motivering
De huidige retributiereglementen "cafetaria sporthal" en "kantine Olieberg" werden door de gemeenteraad in zitting van 15 september 2016 goedgekeurd.
Deze reglementen hebben geen einddatum.
Het college van burgemeester en schepenen kreeg in voormelde reglementen de machtiging om de prijzen van alle dranken aan te passen aan de prijsaanpassingen van de respectievelijke leverancier(s). Dit gebeurde telkens er een nieuw drankencontract werd goedgekeurd.
In het college van burgemeester en schepenen van 17 september 2025 werden de laatste aanpassingen goedgekeurd.
Er wordt voorgesteld om beide retributiereglementen samen te voegen omdat deze dezelfde inhoud bevatten en ze te vernieuwen met ingang van 1 april 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Conform artikel 41, tweede lid, 14° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Gemeenteraadsbeslissingen van 15 september 2016
○ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 september 2025
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken volgend reglement voor goedkeuring te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
RETRIBUTIEREGLEMENTCAFETARIASPORTHAL/KANTINE OLIEBERG
1.1ALGEMEEN
Art. 1. - Onderstaande huurprijzen gelden voor de gebruikers uit Deerlijk. Voor gebruikersvan buiten Deerlijk wordt de prijs aan 200 % berekend.
Art. 2. - Een gebruiker van Deerlijk is een individu met domicilie in Deerlijk of een vereniging, club of organisatie met draagvlak in Deerlijk. De organisatie van de activiteit gebeurt vanuit Deerlijk.
Art.3.- Privateencommerciëleactiviteitenwordengeweigerd.
1.2. BASISTARIEFHUURCAFETARIA EN KANTINE OLIEBERG
Omschrijving | Dagen | Basistarief |
drankbedelinggekoppeld aan reguliere werking | weekdag(maandagtot vrijdag) | 20,00 euro |
drankbedelinggekoppeld aan reguliere werking | weekenddagenfeestdag | 30,00euro/dag |
drankbedelinggekoppeld aan vergadering | weekdag (maandagtotvrijdag) | 14,00 euro |
drankbedelinggekoppeld aan eenmalige activiteit | weekdag(maandagtot vrijdag) | 25,00 euro |
drankbedelinggekoppeld aan eenmalige activiteit | weekenddagenfeestdag | 50,00euro/dag |
Een reguliere werking is een werking georganiseerd door de vaste gebruikers met een lopende competitie. Hieronder vallen eveneens een sponsoravond, een kaarting, een nieuwjaarsreceptie …
Een éénmalige activiteit is een losstaande activiteit georganiseerd door een niet-vaste gebruiker. Dit kan een stop/start fietstocht, éénmalig tornooi, schoolsportwedstrijd etc. zijn.
Tijdenshetweekendenfeestdagkanslechts1gebruikerperdagdecafetaria/kantineafhuren.
Indien in de week meerdere gebruikers de cafetaria/kantine willen afhuren, wanneer de kalender het toelaat, betalen zij telkens het basistarief ongeacht de tijdsduur.
1.3. BIJZONDEREGEVALLEN
Art.4.-Vergaderingen
Bij bestuursvergaderingen van gemeentelijke raden en commissies en hun werkgroepen is het gebruik van de cafetaria/kantine gratis.
Art.5.-Gemeentelijkeactiviteiten
Voor activiteiten in organisatie van gemeentelijke diensten en gemeentelijke raden, is het gebruik van de cafetaria/kantine gratis.
1.4. DRANKPRIJZEN
De aankoopprijzen zijn, vanaf het moment dat deze dranken in oktober 2025 beschikbaar zijn in de betreffende infrastructuur, de volgende:
Soort | Nieuwe aankoopprijzen inclusief btw |
straal - plat water 20 cl | 0,2032 euro |
straal - bruisend water 20 cl | 0,2032 euro |
coca cola 20 cl | 0,6205 euro |
coca cola zero 20 cl | 0,5963 euro |
straal orange limonade 20 cl | 0,3136 euro |
ordal sinaasappelsap 20 cl | 0,5918 euro |
eaumega ice tea 20 cl | 0,3754 euro |
bavik pils 25 cl | 0,5420 euro |
bavik vat 50 l | 109,6260 euro |
carlsberg 25 cl | 0,9730 euro |
carlsberg 0"0 alcoholvrij 25 cl | 0,7332 euro |
rodenbach 25 cl | 0,8722 euro |
petrus blond 33 cl | 0,9655 euro |
petrus bruin 33 cl | 0,9655 euro |
duvel 33 cl | 1,3713 euro |
omer 33 cl | 1,4218 euro |
petrus triple 33 cl | Valt weg |
st louis kriek 25 cl | 0,7815 euro |
kwaremont 33 cl | 0,9882 euro |
Bijgevolg wordt voorgesteld de drankprijzen als volgt te bepalen:
● alle aankoopprijzen incl. btw van frisdranken en gewone pils worden verdubbeld
● de prijzen van de speciale bieren worden niet verdubbeld maar de aankoopprijs incl. btw wordt vermeerderd met 0,50 euro.
Art.6.-Deprijsvandedrankenvoor éénmaligeofsporadischegebruikersbedraagt:
Artikel | Nieuwe prijs | Oude prijs |
straal - plat water 20 cl | 0,41 euro | 0,36 euro |
straal - bruisend water 20 cl | 0,41 euro | 0,36 euro |
coca cola 20 cl | 1,24 euro | 1,17 euro |
coca cola zero 20 cl | 1,19 euro | 1,11 euro |
straal orange limonade 20 cl | 0,63 euro | 0,58 euro |
ordal sinaasappelsap 20 cl | 1,18 euro | 0,85 euro |
eaumega ice tea 20 cl | 0,75 euro | 0,70 euro |
bavik pils 25 cl | 1,08 euro | 1,05 euro |
bavik vat 50 l | 219,25 euro | 196,26 euro |
carlsberg 25 cl | 1,47 euro | 1,45 euro |
carlsberg 0"0 alcoholvrij 25 cl | 1,47 euro | 1,38 euro |
rodenbach 25 cl | 1,37 euro | 1,35 euro |
petrus blond 33 cl | 1,47 euro | 1,31 euro |
petrus bruin 33 cl | 1,47 euro | 1,31 euro |
duvel 33 cl | 1,87 euro | 1,82 euro |
omer 33 cl | 1,92 euro | 1,90 euro |
petrus triple 33 cl | Nvt | 1,39 euro |
st louis kriek 25 cl | 1,28 euro | 1,25 euro |
kwaremont 33 cl | 1,49 euro | 1,39 euro |
Art. 7. - De prijs van de drank voor gebruikers van de sporthal met een jaarwerking en een reguliere competitie van september tot mei bedraagt de volgende, er wordt echter een korting verrekend aan de vaste gebruikers die de cafetaria uitbaten van 5 % op alle frisdranken (cola, cola zero, limonade,plat water, bruisend water, fruitsap, ice-tea, alcoholvrij bier) en 20 % op alle bieren, (pils, bruine pils, blond speciaal, Duvel, carlsberg, blond en bruin hoge gisting, kriekbier).
Artikel | Nieuwe prijs | Oude prijs |
straal - plat water 20 cl | 0,39 euro | 0,35 euro |
straal - bruisend water 20 cl | 0,39 euro | 0,35 euro |
coca cola 20 cl | 1,18 euro | 1,11 euro |
coca cola zero 20 cl | 1,14 euro | 1,06 euro |
straal orange limonade 20 cl | 0,60 euro | 0,56 euro |
ordal sinaasappelsap 20 cl | 1,13 euro | 0,81 euro |
eaumega ice tea 20 cl | 0,72 euro | 0,66 euro |
bavik pils 25 cl | 0,90 euro | 0,87 euro |
bavik vat 50 l | 182,71 euro | 163,55 euro |
carlsberg 25 cl | 1,23 euro | 1,21 euro |
carlsberg 0"0 alcoholvrij 25 cl | 1,40 euro | 1,31 euro |
rodenbach 25 cl | 1,14 euro | 1,12 euro |
petrus blond 33 cl | 1,22 euro | 1,09 euro |
petrus bruin 33 cl | 1,22 euro | 1,09 euro |
duvel 33 cl | 1,56 euro | 1,52 euro |
omer 33 cl | 1,60 euro | 1,58 euro |
petrus triple 33 cl | Nvt | 1,16 euro |
st louis kriek 25 cl | 1,07 euro | 1,04 euro |
kwaremont 33 cl | 1,24 euro | 1,16 euro |
Art. 8. - Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de prijs van alle dranken, zoals vermeld in huidige retributiereglement, aan te passen aan de prijsaanpassingen van de respectievelijke leverancier(s).
Art. 9. - Alle verdere bepalingen worden geregeld in het gebruikersreglement cafetaria sporthal en kantine Olieberg
1.5. INDEXERING
Art. 10. - Het college van burgemeester en schepenen houdt zich het recht voor om de in dit reglement vermelde retributiebedragen, behoudens indien expliciet andersluidend geformuleerd, jaarlijks te indexeren op 1 januari op basis van de gezondheidsindex volgens navolgende formule:
Basisbedrag retributie x index december voorafgaand aan de indexatie index
januari 2026
Indien het geïndexeerde retributiebedrag decimalen bevat, dan wordt het bedrag afgerond naar de bovenliggende euro.
1.6. INWERKINGTREDING
Art. 11. - Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Art. 12. - De gemeenteraadsbesluiten van 15 september 2016 houdende de vaststelling van retributies cafetaria sporthal en kantine Olieberg worden opgeheven vanaf de datum van toepassing van onderhavig reglement.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.13. Feestelijkheden - Ondersteuning jubilerende vereniging - Straatfeest Pontstraat - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de gemeentelijke ondersteuning bij het 25-jarig jubileum van Straatfeest Pontstraat goed te keuren.
Motivering
De verantwoordelijke van Straatfeest Pontstraat diende op 8 december 2025 een aanvraag in voor de gemeentelijke ondersteuning naar aanleiding van hun 25-jarig jubileum
De gemeenteraad keurde in zitting van 27 november 2025 het reglement ter ondersteuning van de jubilerende Deerlijkse verenigingen goed. Dit reglement trad in werking vanaf 1 januari 2026.
Straatfeest Pontstraat voldoet, overeenkomstig het aanvraagformulier, aan de in artikel 2 van het reglement gestelde voorwaarden om als jubilerende vereniging in aanmerking te komen voor gemeentelijke ondersteuning. Straatfeest Pontstraat voegde een bewijs van de oprichtingsdatum (2002) toe bij het aanvraagformulier.
Gevraagde gemeentelijke ondersteuning:
● Subsidie
De vereniging bestaat 25 jaar en organiseert een feestelijke ledenactiviteit ter gelegenheid van het jubileum op zaterdag 15 augustus 2026. De subsidie wordt daarbij overeenkomstig het reglement, vastgesteld op 250 euro.
● Ontvangst door het gemeentebestuur
Straatfeest Pontstraat wenst ontvangen te worden door het gemeentebestuur. Deze gemeentelijke ontvangst met receptie wordt gevraagd op zaterdag 15 augustus 2026 om 16.30 uur voor naar schatting 50 personen in het gemeentehuis.
● Gebruik materiaal uitleendienst
De vereniging vraagt het gratis gebruik van materiaal van de uitleendienst.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Reglement ter ondersteuning van jubilerende Deerlijkse verenigingen van 27 november 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | ● subsidie van 250 euro (JBR 2026/GBB/0719-00/64910030) ● aankoop van een gepersonaliseerd aandenken (JBR 2026/GBB/0719-00/64910030) ● receptiekosten (JBR 2026/GBB/0119-00/64300000) |
Hiervoor is budget voorzien op JBR 2026/GBB/0719-00/64910030/GEMEENTE/CBS. De subsidie van 250 euro kan overgemaakt worden aan Straatfeest Pontstraat op rekeningnummer BE07 7380 1354 5666 op naam van Stijn Eeckhout.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gemeentelijke ondersteuning bij het 25-jarig jubileum van Straatfeest Pontstraat als volgt goed te keuren:
● subsidie van 250 euro;
● ontvangst door het gemeentebestuur op zaterdag 15 augustus 2026 met receptie voor naar schatting 50 personen met een gepersonaliseerd aandenken aan het jubileum;
● gratis gebruik van de uitleendienst bij de organisatie van de feestelijke ledenactiviteit op 15 augustus 2026, voor zover aan de bepalingen, opgenomen in het reglement ter ondersteuning van jubilerende Deerlijkse verenigingen, voldaan is.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.14. Cultuur - cultuurvoorstelling 'Audrey - Not Your Fair Lady' - 07 februari 2026 - uitbetaling barvrijwilligers - goedkeuring
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.15. Evenementen - Scouts & Gidsen Deerlijk - Retro Night Slappen - 13 maart 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 11 februari 2026 werd een aanvraag ingediend door Scouts & Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Retro Night Slappen |
Organisator | Scouts & Gidsen Deerlijk (Emiel Viaene) |
Datum | Vrijdag 13 maart 2026 Zaterdag 14 maart 2026 |
Plaats | Slappen Vercruysse de Solartstraat 28 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
95 – 100 dB
Contactpersoon | Naam | Emiel Viaene |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Retro Night Slappen |
Locatie | Gebouw | Slappen |
| Tent | / |
| Open lucht | / |
Adres | Naam gebouw | Slappen |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
Duur |
|
Begin | Vrijdag 13 maart 2026 om 21.00 uur Zaterdag 14 maart 2026 om 16.30 uur |
Einde | Zaterdag 14 maart 2026 om 2.00 uur Zondag 15 maart 2026 om 0.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,60 min 100 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAeq,15 min 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,60 min continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten en kan LAeq,15 min gemeten worden. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De geregistreerde gegevens worden ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid gedurende een periode van ten minste een maand. ● De verplichting tot het meten en registreren van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. ● De exploitant/organisator neemt de volgende maatregelen om de bezoekers te beschermen tegen gehoorschade: het kosteloos ter beschikking stellen aan alle bezoekers van gehoorbescherming voor eenmalig gebruik. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | Vrijdag 13 maart 2026 om 21.00 uur Zaterdag 14 maart 2026 om 16.30 uur |
Einde | Zaterdag 14 maart 2026 om 2.00 uur Zondag 15 maart 2026 om 0.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 14 maart 2026 om 2.00 uur
○ zondag 15 maart 2026 om 0.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.16. Evenementen - Scouts & Gidsen Deerlijk - Afscheid van de Slappen - 17 april 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 11 februari 2026 werd een aanvraag ingediend door Scouts & Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Afscheid van de Slappen |
Organisator | Scouts & Gidsen Deerlijk (Emiel Viaene) |
Datum | Vrijdag 17 april 2026 |
Plaats | Slappen Vercruysse de Solartstraat 28 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
95 – 100 dB
Contactpersoon | Naam | Emiel Viaene |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Afscheid van de Slappen |
Locatie | Gebouw | Slappen |
| Tent | / |
| Open lucht | / |
Adres | Naam gebouw | Slappen |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
Duur |
|
Begin | Vrijdag 17 april 2026 om 20.00 uur |
Einde | Zaterdag 18 april 2026 om 3.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,60 min 100 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAeq,15 min 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,60 min continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten en kan LAeq,15 min gemeten worden. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De geregistreerde gegevens worden ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid gedurende een periode van ten minste een maand. ● De verplichting tot het meten en registreren van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. ● De exploitant/organisator neemt de volgende maatregelen om de bezoekers te beschermen tegen gehoorschade: het kosteloos ter beschikking stellen aan alle bezoekers van gehoorbescherming voor eenmalig gebruik. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | Vrijdag 17 april 2026 om 20.00 uur |
Einde | Zaterdag 18 april 2026 om 3.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 18 april 2026 om 3.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.17. Evenementen - Jeugd Rode Kruis Deerlijk - Eetfestijn - 25 april 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 6 februari 2026 werd een aanvraag ingediend door Jeugd Rode Kruis Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Eetfestijn 2026 |
Organisator | Jeugd Rode Kruis Deerlijk |
Datum | Zaterdag 25 april 2026 |
Plaats | Hoogstraat 46B 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 – 95 dB
Contactpersoon | Naam | Aisha Lagae |
| Adres | Brugsesteenweg 209 |
| Postcode en gemeente | 8500 Kortrijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Eetfestijn 2026 |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent | / |
| Open lucht | X |
Adres | Naam gebouw | Pand Rotsaert |
| Adres | Hoogstraat 46B |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | Zaterdag 25 april 2026 om 14.00 uur |
Einde | Zondag 26 april 2026 om 2.00 uur |
De aangevraagde geluidsactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een geluidsactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde geluidsactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.
Het uitdovend effect van de geluidsactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 26 april 2026 om 2.00 uur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
● aanvraag politionele medewerking
Parkeerverbod op volgende plaats: parking pand Rotsaert (te beginnen na Kind en Gezin) op vrijdag 24 april 2026 van 12.00 uur tot en met zondag 26 april 2026 om 12.00 uur.
PZ Gavers verleende op 16 februari 2026 positief advies en vraagt de organisatoren
● rekening te houden met de buren tijdens de opbouw en tegen 22.00 uur stil te zijn;
● een bewonersbrief te posten, een voorbeeld van de brief op te laden en de datum van het posten te laten weten aan PZ Gavers.
PZ Gavers heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3353622.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
Jeugd Rode Kruis Deerlijk wenst het Eetfestijn 2026 te organiseren op zaterdag 25 april 2026 en vraag toelating voor de inname van de parking en het grasveld naast pand Rotsaert (te beginnen na Kind en Gezin).
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend advies werd verleend op 10 februari 2026 waarin aangegeven wordt dat friteuses uitsluitend mogen worden gebruikt in open lucht of in een kooktent die op voldoende afstand van gebouwen en brandbare materialen geplaatst is.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde geluidsactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de geluidsactiviteit:
Duur |
|
Begin | Zaterdag 25 april 2026 om 14.00 uur |
Einde | Zondag 26 april 2026 om 2.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de geluidsactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 26 april 2026 om 2.00 uur.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de geluidsactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein, de parking en het grasveld naast pand Rotsaert, van vrijdag 24 april 2026 om 12.00 uur tot zondag 26 april 2026 om 12.00 uur.
Artikel 5
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 6
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.18. Evenementen - 2de Deerlijks kampioenschap op rollen - 14 maart 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 21 november 2025 werd een aanvraag ingediend voor volgend evenement:
Naam evenement | 2de Deerlijks kampioenschap op rollen |
Organisator | Yellen Rotsaert |
Datum | Zaterdag 14 maart 2026 |
Plaats | Breestraat 65 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 – 95 dB
Contactpersoon | Naam | Yellen Rotsaert |
| Adres | Harelbekestraat 69 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | 2de Deerlijks kampioenschap op rollen |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent | / |
| Open lucht | / |
Adres | Naam gebouw | Turnzaal VBS Belgiek |
| Adres | Breestraat 65 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | Zaterdag 14 maart 2026 om 17.00 uur |
Einde | Zaterdag 14 maart 2026 om 24.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.
Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 14 maart 2026 om 24.00 uur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | Zaterdag 14 maart 2026 om 17.00 uur |
Einde | Zaterdag 14 maart 2026 om 24.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 14 maart 2026 om 24.00 uur.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.19. VT - Toerisme - Schilderworkshop Paint & Sip - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de organisatie van het vrijetijdsevenement Paint & Sip, in samenwerking met Toerisme Leiestreek, goed te keuren.
Motivering
Toerisme Leiestreek organiseert op verschillende plaatsen in de regio het evenement Paint & Sip. Paint & Sip is een laagdrempelige schilderworkshop op locatie waarvoor geen ervaring vereist is. De workshop wordt begeleid door kunstenaar Simon Verhamme (Pigment), die een bestaand schilderwerk uitlegt aan de 25 deelnemers van de workshop en hen stuurt in het maken van een eigen interpretatie van dat bestaand werk. Tijdens deze workshop wordt ook een drankje aangeboden. De vrijetijdsdienst diende zijn kandidatuur in bij Toerisme Leiestreek om het Paint & Sip-evenement naar Deerlijk te halen.
De gemeente Deerlijk staat in voor:
● een toeristisch aantrekkelijke locatie (voorzien van een toilet);
● aanleveren van lokale drank (alcoholisch en niet-alcoholisch);
● verzekering en veiligheid.
De workshop Paint & Sip gaat door op zondag 23 augustus 2026. Er worden 2 sessies georganiseerd van telkens 3 uur en telkens voor 25 personen
● in de voormiddag van 09.30 tot 12.30 uur;
● in de namiddag van 13.30 tot 16.30 uur.
Voor het zoeken naar een geschikte locatie (rekening houdend met het toilet dat beschikbaar moet zijn en het toeristisch karakter dat de locatie moet hebben) wordt voorgesteld om het evenement te laten doorgaan op het grasveld ter hoogte van het Gaverkasteel en bijgevolg werd er contact opgenomen met Maxim Vandenbulcke, zaakvoerder 't Gaverkasteel, voor de afname van drank voor het evenement. De afname dient vooraf en duidelijk afgesproken te worden tussen Toerisme Leiestreek, de vrijetijdsdienst Deerlijk en Maxime Vandenbulcke.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 450 euro |
Actie | Deelname bovenlokale campagnes vrije tijd |
Jaarbudgetrekening | GBB 0705-00 61310005
|
Visum | geen visum |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de organisatie van het vrijetijdsevenement Paint & Sip, in samenwerking met Toerisme Leiestreek, goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.20. Samenwerkingsovereenkomst Gemeente Deerlijk - vzw De Living - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en vzw De Living voor het structureel gebruik van het koetsiershuis, goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen besloot in zitting van 17 november 2021 om het gebruik van het koetsiershuis door vzw De Living verder uit te werken binnen de bepalingen van het retributiereglement - Gemeenschapscentrum Deerlijk - verenigingen. Hierbij wordt een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt die uitzonderingen en bijkomende voorwaarden omvat.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit onderstaande samenwerkingsovereenkomst tussen vzw De Living en de gemeente Deerlijk goed te keuren, voor het gebruik van het koetsiershuis.
Samenwerkingsovereenkomst gemeente Deerlijk - vzw De Living
Art. 1 – Deze samenwerkingsovereenkomst handelt in uitvoering van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 november 2021. Vzw De Living kan voor de realisatie van haar project gebruik maken van het Koetsiershuis en hier bepaalde inrichtingen doen, binnen het kader van het retributiereglement - Gemeenschapscentrum Deerlijk - verenigingen (goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 november 2025, hierna ‘retributiereglement’).
Art. 2 – vzw De Living kan op eigen kosten infrastructuurwerken uitvoeren aan het gebouw die zij voor hun activiteit noodzakelijk achten, op voorwaarde dat deze werken voorafgaand worden meegedeeld aan en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Voor goedkeuring door het college van burgemeester en schepen dient minimaal volgende info doorgegeven te worden:
● omschrijving van de werken;
● omschrijving van de noodzaak van de werken in functie van hun activiteit;
● duurtijd en voorgestelde uitvoeringsperiode van de werken.
Voorgestelde werken met een mogelijke impact op stabiliteit en (brand)veiligheid dienen te worden uitgevoerd door erkende aannemers. De bevoegde gemeentelijke diensten formuleren hiertoe een advies. Alle werken die vergunningsplichtig zijn, worden samen met de nodige vergunningen meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.
Goedkeuring voor uitvoering van de voorgestelde infrastructuurwerken vervangt in geen enkel geval een eventueel noodzakelijke omgevings- of andere vergunning nodig voor het uitvoeren van die werken.
De periode waarin werken worden uitgevoerd, wordt in overleg bepaald door de coördinator van het vrijetijdspunt, in functie van de volledige activiteitenkalender van het gemeenschapscentrum.
De investeringen van onroerende aard die gebeurden aan het gebouw door vzw De Living, behoren bij het beëindigen van de samenwerking toe aan de gemeente.
Art. 3 – Vzw De Living zal een verzekering nemen ter dekking van haar aansprakelijkheid voor wat betreft de risico’s van burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen. Op verzoek van de gemeente Deerlijk zal vzw De Living het bewijs van de verzekering leveren.
De gemeente heeft voor het gebouw een brandverzekering afgesloten bij een Belgische verzekeringsmaatschappij. In deze brandverzekering werd de clausule afstand van verhaal t.o.v. gebruikers opgenomen. Hierdoor dient de vzw De Living zelf geen brandverzekering voor het gebouw af te sluiten. Voor eigen materialen, specifiek en uitsluitend door vzw De Living te gebruiken, dient vzw De Living desgewenst een brandverzekering af te sluiten bij een zelf gekozen verzekeringsmaatschappij.
Art. 4 – Vzw De Living moet voor haar horeca-activiteit voldoen aan de geldende wetgeving en reglementering hieromtrent. Hiervoor kan vzw De Living te allen tijde de nodige vergunningen voorleggen op verzoek van de gemeente.
Art. 5 – In uitzondering op artikel 13 van het retributiereglement, kan vzw De Living mits gebruik van een eigen koffiemachine ook eigen koffie gebruiken, in functie van haar horeca-activiteiten.
Art. 6 – In uitzondering op artikel 13 van het retributiereglement kan vzw De Living eigen bieren verkopen die een lokale link met Deerlijk hebben of in Deerlijk gebrouwen worden. Vzw De Living voorziet hier zelf in bierglazen voor zover deze bieren niet geschonken kunnen worden in de voorziene bierglazen overeenkomstig het drankenaanbod van het gemeenschapscentrum. De aankoop van eigen bieren door vzw De Living gebeurt bij de gecontracteerde drankenleverancier van het gemeenschapscentrum, voor zover deze de betreffende bieren kan aanleveren.
Art. 7 – Het gebouw wordt telkens gepoetst door vzw De Living na elke horeca-activiteit die door vzw De Living wordt georganiseerd in het koetsiershuis. Het regulier onderhoud blijft ten laste van de gemeentediensten.
Art. 8 – De vrijetijdsdienst neemt bij aanvang de inventaris op en na afloop wordt opnieuw een inventaris opgenomen. Het is aan de vereniging om de voorraad te controleren en het verbruik te noteren. De drankbestelling voor de volgende week wordt telkens tegen ten laatste maandagavond doorgegeven aan het vrijetijdspunt via vrijetijd@deerlijk.be.
Art. 9 – Volgende aanwezige materialen en inrichting kunnen vrij gebruikt worden door andere gebruikers van het gemeenschapscentrum, ongeacht of deze door vzw De Living of als invulling van het gemeenschapscentrum, door de gemeente werden voorzien:
● tafels
● stoelen en ander zitmeubilair
● toog
● keukenruimte
● frigo’s
● vaatwasmachine
● glazen, tassen, borden en bestek
● drankvoorraad, met uitzondering van de koffie en bieren (incl. glazen) die enkel door vzw De Living geschonken worden
Art. 10 – Materialen en verbruiksgoed die specifiek en uitsluitend door vzw De Living gebruikt worden, moeten worden weggeborgen, afgeschermd of afgesloten zodat dit duidelijk is voor andere gebruikers en het gebruik van het koetsiershuis door die andere gebruikers niet wordt belemmerd. Bij schade of diefstal van deze materialen is de gemeente niet aansprakelijk.
Art. 11 – Volgende activiteiten moeten minstens mogelijk blijven:
● vergaderingen op weekdagen;
● lessen (kunst)onderwijs;
● exposities, dewelke steeds 3 maanden op voorhand worden doorgegeven aan vzw De Living, met een maximum van 6 expositieweekends per jaar.
Art. 12 – Het gebouw moet op eenvoudig verzoek van de gemeente volledig vrijgemaakt kunnen worden. Dit wordt minstens twee weken vooraf gevraagd door de gemeente in het kader van bepaalde activiteiten of uit te voeren werken.
Art. 13 – De gemeente Deerlijk kan de samenwerkingsovereenkomst met onmiddellijke ingang verbreken bij het niet voldoen van de verplichtingen door vzw De Living of enige andere zware fout of nalatigheid.
Art. 14 – Deze samenwerkingsovereenkomst geldt van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.21. Ticketverkoop voor derden - vzw De Deureduwers - Bart Herman & Band - terugbetaling - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de terugbetaling van de ticketverkoop voor derden via het vrijetijdspunt voor de voorstelling "Bart Herman & Band" door vzw De Deureduwers, goed te keuren.
Motivering
Artikel 4 van het retributiereglement Vrijetijdsaanbod, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2023, laat toe dat Deerlijkse verenigingen de ticketverkoop voor hun activiteiten en evenementen laten verlopen via het vrijetijdspunt. De ticketprijs wordt door de vereniging zelf bepaald. Het lokaal bestuur ontvangt voor haar administratieve opvolging en voor de dekking van de softwarekosten een bedrag van 0,43 euro per verkocht ticket.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 10 december 2025 kennis van de aanvraag ticketverkoop voor derden door vzw De Deureduwers voor de voorstelling "Bart Herman & Band".
Voor de voorstelling "Bart Herman & Band", georganiseerd door vzw De Deureduwers op 20 februari 2026 werd volgend aantal tickets verkocht via het vrijetijdspunt:
● 101 tickets à 30 euro = 3.030,00 euro
● Totale aan te rekenen kost voor het lokaal bestuur: 101 tickets à 0,43 euro= 43,43 euro
De terugbetaling van de ticketverkoop betreft aldus een bedrag van 2.986,57 euro.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement vrijetijdsaanbod, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 27 november 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 2.986,57 euro |
Actie | uitbetaling ticketverkoop voor derden |
Jaarbudgetrekening | GBB/705-00/6132003 |
Visum | / |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de terugbetaling van de ticketverkoop voor derden via het vrijetijdspunt voor de voorstelling "Bart Herman & Band" door vzw De Deureduwers goed te keuren.
Het bedrag van 2.986,57 euro mag overgeschreven worden op rekeningnummer BE78 9735 2332 0286 van vzw De Deureduwers.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.22. Attest van verdeling - Harelbekestraat 47 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Harelbekestraat 47.
Motivering
Op 16 februari 2026 verstuurde men vanuit het notariaat Fabienne Fevery een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Harelbekestraat 47, gekadastreerd afdeling 2, sectie C, nummer 26f6, met een oppervlakte van 108 m².
Een deel van de eigendom wordt afgesplitst teneinde te verkopen.
De bestemming van het goed is volgens de akte en verwerver woonhuis.
De omgevingsambtenaar stelt voor geen opmerkingen te formuleren bij het voorstel van verdeling.
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.23. OMV 2025_111 - Heestertstraat 39 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de functie van landbouwwoning naar zonevreemde woning, slopen bijgebouwen, renoveren woning, op een perceel gelegen Heestertstraat 39 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 450 L, aangevraagd door Tim Windels - Charlotte Vandenbussche met als contactadres Camiel Vereeckelaan 1 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 februari 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.
Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De wadi dient een natuurlijke vorm aan te nemen en dient op te gaan in het landschap.
● Bij de verbouwing van de aanpalende dwarsschuur aan de woning dient het huidig uitzicht maximaal behouden te blijven. Belangrijk hierbij is het maximaal hergebruik van de originele dakbedekking en de – eventueel noodzakelijke reconstructie – van het dakvolume.
● Bij heraanleg van de oprit/middenplein worden de bestaande klinkers hergebruikt.
● De kantoorruimte/vergaderruimte kan niet permanent als seminarieruimte / workshops aangewend worden, evenmin kan de ruimte verhuurd worden aan derden om er diverse activiteiten te organiseren.
● De nieuwe beplanting dient te worden aangeplant tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken. De nieuwe beplanting bestaat uit een combinatie van vaste planten, lage of hoge heesters.
● De bijkomende verharding in de vorm van terras en pad worden uitgesloten van vergunning.
Er dient voldaan te worden aan volgende stedenbouwkundige last in natura:
● De kippenstal met een oppervlakte van 166,22 m² wordt gesloopt.
● De opgelegde last moet uitgevoerd worden binnen het jaar na afgifte van de vergunning.
● De Financiële waarborg voor de stedenbouwkundige lasten luidt als volgt:
Conform het Decreet betreffende de Omgevingsvergunning artikel 77 §1 dient de houder van de vergunning een financiële waarborg aan het lokaal bestuur van Deerlijk te verlenen alvorens met de uitvoering van de vergunning gestart wordt. De waarborg ten bedrage vanop 3.186 euro wordt geleverd via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas met het lokaal bestuur Deerlijk als begunstigde of door de financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
Zodra de sloop uitgevoerd is, dient dit aan de hand van 5 foto’s gemeld te worden aan het lokaal bestuur via omgeving@deerlijk.be met vermelding van het dossiernummer van de vergunning en de gestructureerde mededeling van de overschrijving naar de Deposito- en Consignatiekas opdat de waarborg vrijgegeven kan worden.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Relevante stedenbouwkundige vergunningen
Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 16 april 1959 door het college van burgemeester en schepenen voor het plaatsen van een afdak voor berging van landbouwvoertuigen.
● Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 9 oktober 1959 door het college van burgemeester en schepenen voor het vervangen van een vochtige muur door loggia (3 m x 0.9 m).
● Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 27 september 1972 door het college van burgemeester en schepenen voor het uitbreiden van een bergplaats.
Relevante milieuvergunningen
Volgende milieuvergunningen en/of weigeringen zijn relevant:
● milieuvergunning afgeleverd op 10 oktober 1990 door het college van burgemeester en schepenen voor aktename ingedeelde inrichting klasse 2.
Relevante omgevingsvergunningen
Volgende omgevingsvergunningen en/of weigeringen zijn relevant:
● Omgevingsvergunning afgeleverd op 24 oktober 2018 door het college van burgemeester en schepenen voor het rooien van een dode lindeboom.
● Omgevingsvergunning afgeleverd op 17 juli 2024 door het college van burgemeester en schepenen en geweigerd door de deputatie op 16 januari 2025 voor het wijzigen van een landbouwwoning naar een residentiële woning.
In navolging van het ongunstige advies van de IOED uitgebracht op 4 november 2025 werd op 1 december 2025 een wijzigingsverzoek ingediend. Dit wijzigingsverzoek werd aanvaard op 3 december 2025. Nieuwe adviesvragen werden uitgestuurd via het omgevingsloket en er werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd.
Teneinde de adviestermijn te kunnen waarborgen en het dossier verder te kunnen behandelen werd op 11 december 2025 een administratieve lus toegepast waardoor de beslissingstermijn met 60 dagen verlengd werd.
4.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 3040 m² en is gelegen langs de Heestertstraat op ongeveer 300 m ten oosten van de kern van Sint-Lodewijk. De Heestertstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg geflankeerd met lintbebouwing.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich het woongebouw met aanpalende bergingen en stalling, een vrijstaande kippenloods met berging en stalling, een loods en garage aangebouwd aan elkaar. Het gebouwencomplex heeft een semi gesloten opstelling.
De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving en bevindt zich aan de rand van het dorp Sint-Lodewijk en vormt de overgang tussen het woonlint en het achterliggende open, licht golvende landschap. De woonfunctie bestaat enkel uit eengezinswoningen. De hoeve bevindt zich op de grens tussen de dorpskern en de open ruimte. De Heestertstraat versmalt ter hoogte van de hoeve tot een landelijk pad. De hoeve ligt wat teruggetrokken van de straat. Het wonen in de omgeving bestaat uitsluitend uit eengezinswoningen.
4.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen (PIV 3)
De aanvraag betreft de functiewijziging en het verbouwen van een bestaande landbouwwoning naar zonevreemde woning. De bestaande berging ten noordoosten van de bestaande woning en de stallingen aansluitend aan de bestaande berging worden gesloopt. De aan de woning aansluitende berging wordt geïntegreerd in het volume van de woning. Het materiaalgebruik voor het volume betreft wit te schilderen gevelmetselwerk als gevelbekleding met rood-oranje dakbedekking en houten buitenschrijnwerk. Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, berging, wasplaats, badkamer, leefruimte, keuken en berging. Op het verdiep worden een nachthal en 3 slaapkamers ingericht. Onder het dak bevindt zich nog een zolder.
De aanvraag betreft eveneens de functiewijziging en het verbouwen van een bijgebouw naar kantoorruimte en woningbijgebouw (fietsenberging + tuin- en weideberging). De complementaire kantoorfunctie heeft een oppervlakte van 74 m² en wordt ingericht in functie van bureau, archiefruimte, inkom, toilet, vergaderzaal. De bestaande loods en stalling ten zuidoosten van de te behouden berging worden gesloopt. Het materiaalgebruik voor het volume betreft wit te schilderen gevelmetselwerk als gevelbekleding met rood-oranje dakbedekking en blauw te schilderen houten buitenschrijnwerk. De kroonlijst- en nokhoogte van het gebouw blijven behouden zijnde 2,60 m en 5,29 m.
De aanvraag betreft het slopen van een veldschuur. Deze veldschuur met een oppervlakte van 172 m² wordt gesloopt.
De aanvraag betreft het slopen en heropbouwen van een kippenloods. Na sloop wordt een nieuwe garage geschikt voor het stallen van 2 wagens, opgericht met een oppervlakte van 52,50 m². De gevels van het bijgebouw worden voorzien in wit te schilderen gevelmetselwerk met houten schrijnwerk en oranje-rode dakpannen en zinken goten. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,20 m, de nokhoogte 6,06 m.
Het overgrote deel van de bestaande verharding wordt behouden. De totale te behouden verharding bedraagt 252 m². Er wordt aansluitend aan de woning een nieuw terras voorzien met een oppervlakte van 29,56 m² en een nieuw pad tussen woning en woningbijgebouw/garage met een totale oppervlakte van 20 m². Een bijkomende oprit naar het nieuwe woningbijgebouw/garage met een oppervlakte van 42 m² wordt aangelegd als karrespoor.
4.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Tijdens de procedure werden, gezien er een nieuw PIV ingediend werd n.a.v. het ongunstig advies van de IOED, twee openbare onderzoeken gehouden. Het eerste openbaar onderzoek vond plaats van 26 september 2025 tot 25 oktober 2025. Het tweede openbaar onderzoek vond plaats van 12 december 2025 tot 10 januari 2026.
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er, zowel tijdens het eerste als bij het tweede openbaar onderzoek, geen bezwaarschriften ingediend.
Agentschap Landbouw en Visserij werd om advies verzocht op 16 september 2025 voor de PIV 2 en opnieuw op 11 december 2025 voor de gewijzigde PIV 3. De adviesinstantie bracht op 30 januari 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
“De aanvraag heeft geen betrekking op agrarische of para-agrarische activiteiten en is gelegen in agrarisch gebied. De aanvraag betreft een functiewijziging van landbouwwoning en loodsen naar zonevreemde woning en bijgebouw, het renoveren van de woning, het inrichten van het bijgebouw als kantoorruimte, het slopen van de kippenloods en veldschuur en het heropbouwen van een kleiner bijgebouw als garage en fietsberging. De site is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed als ‘Hoeve Sint-Columbaveld’.
In 2024 werd voor de betreffende site door dezelfde aanvragers een aanvraag ingediend maar deze werd in beroep door de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen geweigerd.
De bebouwing op de site bestaat uit een bedrijfswoning met bijhorende bedrijfsgebouwen bestaande uit bergingen, stallingen en loodsen. Concreet wensen de aanvragers de site te herbestemmen tot residentiële site. De losstaande kippenloods zal worden gesloopt, in de plaats een kleiner bijgebouw opgericht die als garage en fietsenberging zal dienen. Het te behouden zuidelijk L-vormig bijgebouw wordt heringericht en verbouwd tot kantoor (bureauruimte en vergaderzaal) . Daarnaast wordt een kleine tuinberging voorzien. In tegenstelling met de aanvraag van 2024 wordt nu ook de open veldschuur gesloopt.
Voor een functiewijziging van landbouwsite naar residentieel wonen dient het Agentschap Landbouw en Zeevisserij na te gaan in hoeverre dergelijke functiewijziging hier functioneel inpasbaar is. De omvorming van landbouw-naar zonevreemde site kan een directe aantasting van de aanwezige agrarische structuur betekenen en kan een (negatieve) impact hebben op vergunningen en ontwikkelingen van nabijgelegen landbouwbedrijven. Dergelijke functiewijziging is geen recht, maar een gunst die slechts uitzonderlijk kan worden toegekend. Het omvormen van dergelijke sites met landbouwpotentieel, gelegen binnen een goed gestructureerd landbouwgebied, staat haaks op het Vlaams beleid geformuleerd in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Er moet zodoende zeer terughoudend worden omgegaan met het omvormen van landbouwsites naar een zonevreemde toestand (zie ook omzendbrief RO 2017/01 voor meer duiding hieromtrent).
Volgens de gegevens waarover het Agentschap Landbouw en Zeevisserij beschikt, zijn de professionele landbouwactiviteiten op de site stopgezet in 2002. Hierna zijn geen landbouwactiviteiten meer geregistreerd. De site bevindt zich op ongeveer 70 m van woongebied. In de onmiddellijke omgeving (straal van 300 m) bevinden zich twee veebedrijven die al heel wat zonevreemde bebouwing in hun nabije omgeving hebben. Het zonevreemd maken van de plaats van de aanvraag heeft o.i. slechts een minimale impact op de verdere bedrijfsvoering van de betreffende landbouwbedrijven. Een zonevreemde functiewijziging is hier gezien de ruimtelijke situatie functioneel inpasbaar.
Gelet op de ligging van de site is een functiewijziging van landbouw naar zonevreemd wonen aanvaardbaar voor het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Bijgevolg wordt een gunstig advies verleend voor de gevraagde functiewijziging, op voorwaarde dat de bijgebouwen uitsluitend gebruikt worden als woningbijgebouw.”
Naar aanleiding van het ongunstig advies van de intercommunale Leiedal werden de plannen aangepast (PIV 3) en werd een administratieve lus toegepast.
De gewijzigde projectinhoud heeft geen betrekking op de landbouwkundige beoordeling, bijgevolg behoudt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij het vorige voorwaardelijk gunstig advies van 03 november 2025.
Leiedal, IOED werd om advies verzocht op 16 september 2025 voor de PIV 2 en opnieuw op 11 december 2025 voor de gewijzigde PIV 3.
De adviesinstantie bracht op 4 november 2025 betreffende de PIV 2 een ongunstig advies uit. De conclusie van dit advies luidde als volgt:
“Overwegende dat:
● Het erfgoedpand een middelhoge locuswaarde heeft;
● De sloop en volledige herbouw in oorspronkelijke stijl van het wagenhuis en dwarse stalvleugel een verlies aan erfgoedwaarde betreft;
● Er geen afdoende motivatie is voor de sloop en herbouw
● De aanvraag in strijd is met artikel 4.4.23 VCRO en het bijhorend besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen (artikel 10).”
Naar aanleiding van dit ongunstig advies werden de plannen aangepast waarbij onder meer niet langer uitgegaan wordt van sloop en herbouw van het wagenhuis en stalvleugel maar wel uitgegaan wordt van verbouwing van de historische gebouwen. De adviesinstantie bracht op 23 januari 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit betreffende de PIV 3. Het advies op het ontwerp wordt als volgt gemotiveerd:
“De aanvraag omvat de functiewijziging van een zone-eigen landbouwwoning met loodsen en bijgebouwen naar een zonevreemde woning met woningbijgebouwen. Daarnaast wordt een functiewijziging voorzien voor een kantoor in een woningbijgebouw. De plannen omvatten verder de sloop en heropbouw van een kippenloods tot woningbijgebouw (met een kleinere oppervlakte), de afbraak van een veldschuur en de renovatie met verbouwing van een zonevreemde woning, het aanpalende bijgebouw en het wagenhuis met dwarse stalvleugel tot zonevreemd woningbijgebouw.
De intrinsieke erfgoedwaarden situeren zich hoofdzakelijk in de configuratie van het erf als semi gesloten geheel, de oprijzone, het boerenhuis, het aanpalend dwarsschuurtje en het wagenhuis met stalvleugel. De kippenloods en veldschuur zijn niet beschreven en bezitten beperkte erfgoedwaarde. De configuratie van het woonerf blijft behouden, evenals de twee bakstenen erfpijlers met ijzeren hek en de linde ter hoogte van de oprijzone.
Renovatie en verbouwing boerenhuis met aanpalende dwarsschuur
Beschrijving erfgoedfiche: boerenhuis van zeven traveeën en één bouwlaag onder pannen zadeldak. Wit geschilderd parement, afgelijnd door overhoekse muizentandfries. Getoogde vensters met luiken en ramen met roedeverdeling. Rechthoekige deur met gedeeld bovenlicht. De vlechtingen in de zijpuntgevel tonen aan dat de woning vergroot werd. Ten oosten, dwarsschuurtje, eveneens met gewit parement.
Het voorgestelde ontwerp voorziet het behoud van de buitenschil van de woning, met isolatie aan de buitenzijde. Binnen de aanvraag wordt aangegeven dat het buitenschrijnwerk incl. luiken van de woning maximaal behouden blijft door de huidige goede staat; enkel hout dat aangetast is zal worden vervangen en dit met behoud van het oorspronkelijk aanzicht en met maximaal behoud van de raamindelingen. Enkel glas wordt vervangen door dubbel glas. Enkele deuren en de afgeronde poort zullen vermoedelijk vervangen moeten worden, maar dit met behoud van het oorspronkelijk aanzicht. De afbraak van de achtergelegen aanbouw wordt als voorwaardelijk beoordeeld, aangezien deze nauwelijks zichtbaar is vanaf het openbaar domein en geen significante erfgoedwaarde toevoegt aan het hoofdvolume van de woning. Het aanpalende dwarsschuurtje wordt binnen de aanvraag grondig verbouwd, waarbij de voorgevel aan het centraal erf behouden blijft, terwijl de achtergevel van dit bijgebouw wordt vervangen door een nieuwe gevel. Gezien de beperkte zichtbaarheid vanaf het openbaar domein en het feit dat de intrinsieke erfgoedwaarde van het dwarsschuurtje voornamelijk in de voorgevel en het dakvolume aanwezig is, wordt deze ingreep eveneens als aanvaardbaar beschouwd. Belangrijk hierbij is het maximaal hergebruik van de originele dakbedekking en de - eventueel noodzakelijk reconstructie – van het dakvolume. Dit wordt als voorwaarde opgelegd.
Vanuit erfgoedperspectief kan het ontwerp voor de verbouwing van de woning gunstig worden geadviseerd. De belangrijkste historische en architecturale kenmerken van het hoofdvolume blijven behouden en de voorgestelde aanpassingen respecteren zowel de authenticiteit als de visuele integriteit van de woning.
Renovatie en verbouwing van het wagenhuis met dwars stalvleugel
De oorspronkelijke plannen voorzagen sloop en heropbouw van dit bijgebouw. In de aangepaste plannen wordt nu het bestaande volume behouden. De plannen gaan nu uit van behoud van de buitenschil van het gebouw met isolatie aan de binnenzijde. Buitenschrijnwerk wordt hierbij ook maximaal behouden. Indien nodig – bij aantasting door houtrot of houtworm – vervangen, met behoud van het oorspronkelijk aanzicht en met maximaal behoud van de bestaande raamindeling. De garagepoorten worden vervangen door ramen. Een nieuwe raamopening in de noordoostelijke topgevel wordt voorzien. Door de afbraak van de veldschuur wordt een nieuwe raamindeling in de voorheen verborgen gevel voorzien. De oorspronkelijke poortopening wordt vervangen door een dubbele deur. Als motivering wordt er gerefereerd naar een slechte staat van de tussenmuur/gevel en het lappendeken van gevel- en snelbouwstenen. Vermoedelijk zijn dit niet de originele materialen. Daar het gaat om een bijgebouw waarvan de bestaande openingen niet meer refereren naar de oorspronkelijke openingen, er een beperkt aantal gevelopeningen wijzigen en zijnde een pand met een middelhoge locuswaarde, kan het maken van 1 nieuwe opening en het aanpassen 3 andere gevelopeningen gunstig beoordeeld worden. Door het behoud van het hoofdvolume en de erfgoedelementen wordt het wagenhuis met dwarse stalvleugel op een wijze aangepast die de authenticiteit respecteert. Vanuit erfgoedperspectief kan deze renovatie gunstig worden geadviseerd.
Ontharding binnenplein
De gedeeltelijke ontharding van het binnenplein draagt bij aan een harmonieuze uitstraling van het erf. De bestaande verharde klinkers, die onderdeel uitmaken van het erfbeeld, dienen bij heraanleg maximaal te worden hergebruikt (circulaire benadering). Dit wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd.
Conclusie
Overwegende dat
● Het erfgoedpand een middelhoge locuswaarde heeft.
● De configuratie van het erf, het hoofdvolume van de woning, het dwarsschuurtje en het wagenhuis met dwarse stalvleugel behouden blijft.
● Het erfgoedkarakter en de erfgoedwaarde van het erfgoedobject behouden blijft.
● De gedeeltelijke ontharding bijdraagt tot een harmonieuze uitstraling van het erf.
Als voorwaarde wordt het volgende gesteld:
● Bij de verbouwing van de aanpalende dwarsschuur aan de woning dient het huidig uitzicht maximaal behouden te blijven. Belangrijk hierbij is het maximaal hergebruik van de originele dakbedekking en de – eventueel noodzakelijke reconstructie – van het dakvolume.
● Bij heraanleg van de oprit/middenplein de bestaande klinkers worden hergebruikt
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
8.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De aanvraag heeft geen betrekking op een professioneel uitgebaat volwaardig landbouwbedrijf zodat de aanvraag afwijkt van het gewestplan.
Functiewijziging landbouwwoning en -bijgebouwen naar residentieel wonen
Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 ‘tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen’ mag het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het verlenen van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een vergunningsplichtige functiewijziging van een gebouw of een gebouwencomplex afwijken van de bestemmingsvoorschriften, voor zover voldaan is aan beide hiernavolgende vereisten:
1. Het gebouw of het gebouwencomplex beantwoordt op het ogenblik van de aanvraag aan alle hiernavolgende vereisten:
● het gebouw of het gebouwencomplex bestaat;
● het gebouw of het gebouwencomplex is niet verkrot;
● het gebouw of het gebouwencomplex is hoofdzakelijk vergund;
● het gebouw of het gebouwencomplex is niet gelegen in: ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden en agrarische gebieden met ecologische belang of ecologische waarde of in recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan die onder de categorie van gebiedsaanduiding “recreatie” sorteren.
2. De functiewijziging komt voor op een door de Vlaamse Regering vast te stellen lijst, waarin nadere regelen en bijkomende voorwaarden voor de betrokken wijzigingen van gebruik kunnen worden bepaald.
De woning is niet verkrot, de woning is hoofdzakelijk vergund. De functiewijziging van landbouwwoning naar residentieel wonen komt voor op de lijst van zonevreemde functiewijzigingen en kan dus juridisch aanvaard worden.
De aanvraag valt onder de basisrechten voor zonevreemde constructies van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening voor wat betreft de verbouwen van de zonevreemde woning waarbij artikel 4.4.14 stelt dat in alle bestemmingsgebieden de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het herbouwen van een bestaande zonevreemde woning op een gewijzigde plaats, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal en dat de gewijzigde plaats gemotiveerd wordt en waarbij artikel 4.4.15 stelt dat het uitbreiden vergunbaar is voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1.000 m³ en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal.
In het voorliggend ontwerp blijft het aantal woongelegenheden behouden en bedraagt het bouwvolume van de woning na herbouw 985,54 m³.
De aanvraag voldoet aan de bepalingen van de codex en is bijgevolg in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan.
Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de zonevreemde functiewijziging kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een eventueel leegstaand landbouwbedrijf, met als nieuw gebruik uitsluitend wonen, voorzover aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
● 1° de bedrijfswoning en de fysiek aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij de bedrijfswoning, krijgen als nieuw gebruik wonen, met uitsluiting van meergezinswoningen maar met inbegrip van tijdelijke verblijfsgelegenheden op voorwaarde dat landbouw als nevenbestemming nog aanwezig blijft;
● 2° de bedrijfsgebouwen van het landbouwbedrijf mogen niet afgesplitst worden van de bedrijfswoning en kunnen alleen een nieuw gebruik krijgen als woningbijgebouwen, of als accommodatie voor tijdelijke verblijfsgelegenheden op voorwaarde dat landbouw als nevenbestemming nog aanwezig blijft.
De functiewijziging van hoeve naar residentieel woning voldoet aan deze voorwaarden en kan juridisch aanvaard worden.
Voor de functiewijziging naar complementaire kantoorfunctie van het wagenhuis wordt beroep gedaan op art. 3 van het zonevreemde functiewijzigingsbesluit. Voor deze complementaire kantoorfunctie wordt een 74 m² oppervlakte voorzien (bureau, archief, inkom, vergaderzaaltje. Gezien de beperkte oppervlakte ten opzichte van de oppervlakte van de woning blijft de complementaire functie ondergeschikt aan de residentiële functie. De kantoorfunctie voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 en kan juridisch aanvaard worden.
8.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is opgenomen in collectief te optimaliseren buitengebied met volgende voorschriften volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse Milieu Maatschappij. Op deze locatie is nog geen collector en/of riolering aanwezig en is deze nog niet verbonden met een operationele waterzuiveringsinstallatie.
In afwachting van de aanleg van riolering moet het afvalwater minstens voor behandeld worden in een septische put per woonentiteit. De septische put moet in dat geval zowel het grijs afvalwater (bad, douche, wasmachine, keuken) als het zwart afvalwater (toilet) verwerken. Wanneer de privéwaterafvoer dan wordt aangesloten op de aangelegde riolering, kan de put (indien toegelaten door de rioolbeheerder) geheel of gedeeltelijk worden kortgesloten.
In afwachting van aansluiting op de riolering, zijn er 3 mogelijke situaties voor de lozing van het effluent van de septische put:
● lozing in een riool (vaak een ingebuisde gracht) die nog niet is aangesloten op een zuiveringsinstallatie;
● lozing in een gracht;
● indirecte lozing in de bodem (besterfput).
Lasten
Overeenkomstig artikel 75 §1, lid 2, 4° van het omgevingsvergunningsdecreet moet de bevoegde overheid bij de afgifte van een omgevingsvergunning een last opleggen wanneer het gaat om omgevingsvergunningsaanvragen waarbij toepassing gemaakt wordt van de volgende afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
Deze last vindt zijn oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit de vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich neemt.
De voorliggende vergunningsaanvraag maakt toepassing van de basisrechten voor zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waardoor een stedenbouwkundige last opgelegd dient te worden.
Aangezien het bestuur niet beschikt over een stedenbouwkundige verordening voor het heffen van een financiële last, dient een last in natura opgelegd te worden.
In het dossier werd een voorstel van last in natura overgemaakt door de aanvrager. Er werd voorgesteld om
● lage kippenstal gedeeltelijk te slopen van 491,34 m3 naar 225,05 m³
● sloop loods met volume 928 m³
● in stand houden erfgoed
● ontharden 369 m²
Er wordt niet volledig akkoord gegaan met de voorgestelde lasten in natura. De voorgestelde lasten m.b.t. het ontharden, het instandhouden van het erfgoed en het slopen van de loods met een volume van 928 m³ zijn voorwaarden om tot een aanvaardbaar project te komen. Het gedeeltelijk slopen van de bestaande kippenstal en hierdoor de oppervlakte wijzigen van 166,22 m² naar 52,50 m², wat een afname van 113,72 m² betreft kan aanvaard worden als last.
Bijgevolg wordt voorgesteld volgende lasten in natura op te leggen:
● De kippenstal met een oppervlakte van 166,22 m² dient gesloopt te worden.
De opgelegde last moet uitgevoerd worden binnen het jaar na afgifte van de vergunning.
Voor de uitvoering van de last in natura wordt bij de afgifte van de vergunning eveneens een waarborg opgenomen. De waarborg dekt de volledige geraamde kostprijs van de lasten. Als de uitvoering van diverse lasten financieel wordt gewaarborgd, dient één waarborg voor de totaliteit van de lasten in kwestie gehanteerd te worden, waarbij aangegeven wordt welk waarborggedeelte betrekking heeft op elke last afzonderlijk.
De financiële waarborg wordt geraamd op 3.186 euro, als volgt op te delen:
● Sloop kippenstal: 3.186 euro
8.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 20.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 7722 liter en een referentieoppervlakte van 27,66 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor 3 toiletten, uitgietbak, wasmachine en dubbele dienstkraantjes voor het poetsen van de wagens en het onderhoud van de (moes)tuin.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens. De wadi heeft een overloop naar de voorliggende gracht.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
Gezien het landelijke karakter dient de wadi een natuurlijke vorm aan te nemen en op te gaan in het landschap. Dat wordt opgelegd als voorwaarde.
8.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
8.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
8.6 Erfgoed-/archeologietoets
Het gebouw waaraan de werken voorzien worden, is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed "Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen: Gemeente Deerlijk" zoals opgemaakt door de Vlaamse Overheid en wordt als volgt beschreven:
“Hoeve "Sint-Columbaveld". Naam refereert naar het "Santa Colommavelt" gelegen ten zuiden van de hoeve en vermeld in het renteboek van de heerlijkheid Assche van 1634. De Atlas der Buurtwegen (1849) beeldt twee volumes af, vermoedelijk woonhuis met aansluitend nutsgebouwtje. In 1908 wordt de hoeve gedeeltelijk heropgebouwd, zie kadastrale gegevens 'Reconstruction partiale', waarbij de twee bestaande gebouwen vermoedelijk worden uitgebreid en een nieuw volume wordt opgetrokken in het westen. In 1917 wordt het zuidelijke volume opgetrokken.
Nu, hoeve met semigesloten opstelling. Verankerde bakstenen bestanddelen gegroepeerd rondom nieuw aangelegd verhard erf. Erfoprit gemarkeerd door twee bakstenen erfpijlers met ijzeren hek en beschaduwd door linde. Linker erfpijler met driehoekig muurnisje met Heilige Columba.
Ten noorden, boerenhuis van zeven traveeën en één bouwlaag onder pannen zadeldak. Witgeschilderd parement afgelijnd door overhoekse muizentandfries. Getoogde vensters met luiken en ramen met roedeverdeling. Rechthoekige deur met gedeeld bovenlicht. De vlechtingen in de zijpuntgevel tonen aan dat de woning vergroot werd.
Ten oosten, dwarsschuurtje, eveneens met gewit parement. Ten zuiden wagenhuis met vernieuwd schrijnwerk en dwars stalvleugeltje.”
Het pand heeft een middelhoge locuswaarde. Een middelhoge locuswaarde vertegenwoordigt de gebouwen waarvan de erfgoedwaarde minder hoog is en andere factoren meer doorslaggevend zijn. Gebouwen kunnen grondig verbouwd worden mits behoud van de erfgoedelementen en met een architectuur die deze respecteert. In principe wordt het gebouw niet gesloopt. Sloop kan echter overwogen worden mits een grondige motivatie en een beoordeling van de nieuwbouw. Sloop zonder nieuwbouw is uitgesloten. De omgevingsambtenaar vraagt indien nodig advies aan de kwaliteitscommissie bouwkundig erfgoed bij aanvragen voor grondige verbouwingen. Men streeft voor deze panden naar een behoud van het beeld met inzet van een vrije materiaalkeuze.
Het IOED geeft een voorwaardelijk gunstig advies.
De gebruikswaarde van de hoeve is groot. De culturele en belevingswaarde ervan is eveneens hoog gelet op de historiek, de ligging nabij de dorpskern, de configuratie rond het centraal erf, de schaal en het volume.
Overwegende dat
● Het erfgoedpand een middelhoge locuswaarde heeft
● De configuratie van het erf, het hoofdvolume van de woning, het dwarsschuurtje en het wagenhuis met dwars stalvleugel behouden blijft
● Het erfgoedkarakter en de erfgoedwaarde van het erfgoedobject behouden blijft,
● De gedeeltelijke ontharding bijdraagt tot een harmonieuze uitstraling van het erf
Als voorwaarde wordt het volgende gesteld:
● Bij de verbouwing van de aanpalende dwarsschuur aan de woning dient het huidig uitzicht maximaal behouden te blijven. Belangrijk hierbij is het maximaal hergebruik van de originele dakbedekking en de – eventueel noodzakelijke reconstructie – van het dakvolume.
● Bij heraanleg van de oprit/middenplein de bestaande klinkers worden hergebruikt
Gelet op de specifieke deskundigheid van het IOED worden de voorwaarden geformuleerd in het advies integraal overgenomen.
8.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)8
Niet van toepassing
8.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
8.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
8.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag betreft het wijzigen van een professionele landbouwsite naar zonevreemde woning met kantoorruimte als complementaire functie en een garage als woningbijgebouw.
Hoewel de aanvraag geen betrekking meer heeft op professionele activiteiten of para-agrarische activiteiten, is het wijzigen van de functie naar zonevreemde woning in deze lokale ruimtelijke agrarische situatie aanvaardbaar. Het ontwerp van de woning veroorzaakt geen schade aan de externe landbouwstructuren en de aanwezige landbouwdynamiek. De inrichting van de tuinzone veroorzaakt echter wel schade aan de aanwezige landbouwstructuren. Op vandaag wordt de omliggende achtertuinzone aangewend in functie van de landbouw (weiland). De verdere residentialisering en vertuining van dit agrarisch gebied brengt schade aan de landbouwstructuur, wat niet wenselijk is.
Het kantoor als complementaire functie wordt conform de aanvraag hoofdzakelijk voorzien voor eigen gebruik en slechts sporadisch voor externen (conform nota 2 à 5 keer per maand). Het is in deze context niet wenselijk dat de kantoorruimte permanent als seminarieruimte / workshops aangewend wordt, evenmin dat de ruimte verhuurd wordt aan derden om er diverse activiteiten te organiseren. Dat wordt opgelegd als voorwaarde.
Het ontwerp van de woning zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting en configuratie van de woning met aanpalende dwarsschuur en wagenhuis met stalvleugel blijft behouden, waardoor dit geen impact heeft op de omgeving. De bestaande kippenloods wordt gesloopt en de nieuwe inplanting (met kleiner volume), in de oostelijke hoek van de bestaande footprint is aanvaardbaar. Door de specifieke inplanting wordt geen hinder verwacht naar de omliggende percelen.
Het ontwerp voorziet het slopen van de veldschuur en vormt de vrijgekomen ruimte om tot moestuin.
De inplanting van de nieuwe garage op ruime afstand van de historische hoeve en het slopen van de open loods zorgt ervoor dat de configuratie rond het centraal erf en het erfgoedkarakter van de Hoeve “Sint-Columbaveld” opnieuw tot zijn recht komt.
Bouwvolume en verschijningsvorm:
Het ontwerp voorziet het verbouwen van de historische hoeve waardoor het bouwvolume hoofdzakelijk behouden blijft. Gezien het ontwerp de buitenschil van de woning integraal behoud, isolatie aan de buitenzijde voorziet en enkel vervangt wat strikt noodzakelijk is, worden de belangrijkste historische en architecturale kenmerken behouden. Ook bij de renovatie en verbouwing van het wagenhuis wordt isolatie aan de binnenzijde voorzien, waardoor ook hier de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden wordt. De verbouwing zorgt aldus voor een blijvende integratie naar de omgeving toe.
De bestaande kippenloods wordt gesloopt en deels herbouwd i.f.v. garage. Het nieuwe volume is beperkt in oppervlakte en zal, net als de historische hoeve, opgetrokken worden met 1 bouwlaag en een hellend dak. Gezien het gevelmetselwerk wit geschilderd wordt, zal het bijgebouw architecturaal één geheel vormen met de te renoveren gebouwen.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functiewijziging van landbouwbedrijf naar eengezinswoning heeft als gevolg dat de verkeersaantrek zal afnemen, waardoor de impact kleiner zal zijn dan voordien. Echter gezien de complementaire functie als kantoor (bureauruimte met vergaderzaal), wordt ervan uitgegaan dat de verkeersaantrek gelijk zal blijven. Dit is, gezien de vrij goede ontsluiting aanvaardbaar.
In functie van de eigen parkeerbehoefte wordt een garage gebouwd waarin 2 wagens gestald kunnen worden. De garage wordt eveneens voorzien van een dubbele oprit. Tevens wordt de bestaande oppervlakte van het binnenplein grotendeels behouden en wordt voorzien dat het binnenplein aangewend wordt ifv de kantoorruimte. Op eigen terrein is ruim voldoende parkeerruimte voorzien om de eigen parkeerbehoefte op te vangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
Achter de woning wordt een nieuw terras aangelegd met een oppervlakte van +/- 30 m². Daarnaast wordt een nieuw pad aangelegd tussen woning en garage. Op het perceel is reeds ruim voldoende verharding aanwezig, daarenboven is er geen juridische basis om de oppervlakte aan verharding uit te breiden. De bijkomende verharding in de vorm van terras en pad worden bijgevolg uitgesloten van vergunning.
De woning beschikt over een meer dan voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
De toegangsweg tot de woning in klinkers wordt behouden.
De oprit tot de garage wordt voorzien onder de vorm van een karrenspoor. De ruimte tussen de sporen wordt niet verhard, maar ingericht als tuinzone. Ongeveer 33 m² van het binnenplein wordt onthard en ingericht als tuinzone.
Uit het dossier blijkt niet duidelijk hoe de groene inkleding voorzien wordt. Is dit een gemaaid gazon of eerder bloemrijk grasland of wordt de tuinzone ingericht met beplanting? Gemaaid gras levert geen bijdrage aan een gezonde bodem, beter klimaat en hogere biodiversiteit. Daarom wordt als voorwaarde opgenomen dat nieuwe beplanting dient te worden aangeplant. Dit kunnen vaste planten zijn, hagen, lage of hoge heesters.
Conclusie
Het ontwerp kan bijgevolg verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
8.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
8.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
8.13 Bespreking adviezen
In het advies van het agentschap Landbouw en visserij wordt als voorwaarden opgenomen dat de bijgebouwen uitsluitend kunnen gebruikt worden als woningbijgebouw. Dat advies wordt niet volledig bijgetreden.
Gezien het erfgoedkarakter van de hoeve is een functiewijziging van het wagenhuis naar kantoor/vergaderruimte in overweging te nemen. In de hierboven opgenomen toetsing aan de goede ruimtelijke ordening worden voorwaarden opgenomen teneinde de impact van het kantoor/vergaderruimte te beperken. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de impact van de functiewijziging beperkt blijft, en wordt het advies van het agentschap slechts deels bijgetreden.
Het advies van de IOED werd reeds behandeld onder het hoofdstuk 8.6.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Tim Windels - Charlotte Vandenbussche met als contactadres Camiel Vereeckelaan 1 te 8540 Deerlijk, voor het wijzigen van de functie van landbouwwoning naar zonevreemde woning, slopen bijgebouwen, renoveren woning, op een perceel gelegen Heestertstraat 39 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 450 L, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De wadi dient een natuurlijke vorm aan te nemen en dient op te gaan in het landschap.
● Bij de verbouwing van de aanpalende dwarsschuur aan de woning dient het huidig uitzicht maximaal behouden te blijven. Belangrijk hierbij is het maximaal hergebruik van de originele dakbedekking en de – eventueel noodzakelijke reconstructie – van het dakvolume.
● Bij heraanleg van de oprit/middenplein worden de bestaande klinkers hergebruikt.
● De kantoorruimte/vergaderruimte kan niet permanent als seminarieruimte / workshops aangewend worden, evenmin kan de ruimte verhuurd worden aan derden om er diverse activiteiten te organiseren.
● De nieuwe beplanting dient te worden aangeplant tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken. De nieuwe beplanting bestaat uit een combinatie van vaste planten, lage of hoge heesters.
● De bijkomende verharding in de vorm van terras en pad worden uitgesloten van vergunning.
Er dient voldaan te worden aan volgende stedenbouwkundige last in natura:
● De kippenstal met een oppervlakte van 166,22 m² wordt gesloopt.
● De opgelegde last moet uitgevoerd worden binnen het jaar na afgifte van de vergunning.
● De Financiële waarborg voor de stedenbouwkundige lasten luidt als volgt:
Conform het Decreet betreffende de Omgevingsvergunning artikel 77 §1 dient de houder van de vergunning een financiële waarborg aan het lokaal bestuur van Deerlijk te verlenen alvorens met de uitvoering van de vergunning gestart wordt. De waarborg ten bedrage vanop 3.186 euro wordt geleverd via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas met het lokaal bestuur Deerlijk als begunstigde of door de financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
Zodra de sloop uitgevoerd is, dient dit aan de hand van 5 foto’s gemeld te worden aan het lokaal bestuur via omgeving@deerlijk.be met vermelding van het dossiernummer van de vergunning en de gestructureerde mededeling van de overschrijving naar de Deposito- en Consignatiekas opdat de waarborg vrijgegeven kan worden..
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.24. OMV 2025_177 - Waregemstraat 303 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het slopen van de bestaande aanbouw en het bouwen van een nieuwe uitbreiding, op een perceel gelegen Waregemstraat 303 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 323 D6, aangevraagd door Floris Mestdagh namens Atanas Boyadzhiev - Nevena Boyadwhieva wonende Waregemstraat 303 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 februari 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● Er dient een terugslagklep geplaatst te worden tussen de hemelwaterput en de wadi.
● Er dient een septische put geplaatst te worden.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het ruimtelijk uitvoeringsplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2079-301/303-A) voor plaatsen van een dubbele garage - goedgekeurd op 06/07/2011.
● Gebouwen en constructie dossier 2079-303-A voor bouwen van een woning - vergunning op 10/10/1958.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 437 m² en is gelegen langs de Waregemstraat op ongeveer 1,2 km ten oosten van de kern van Deerlijk. De Waregemstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning van het gesloten type gebouwd op de rooilijn. De woning bestaat uit 2 bouwlagen en een hellend dak. De woning heeft een breedte van 8 m. Het hoofdvolume heeft een diepte van 9 m, de diepte op het gelijkvloers bedraagt 17,50 m. Achteraan de tuin bevindt zich een garage.
De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, kantoren, diensten en bedrijvigheid. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de veranda en nevenvolumes.
De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 40 m² en bevindt zich op de linker- en rechterperceelsgrens. Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op de beide zijperceelsgrenzen. De uitbreiding heeft een breedte van 7,96 m op een diepte van 3,5 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,07 m.
Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft grijs metselwerk met aluminium buitenschrijnwerk. De raam- en deuropeningen in de voorgevel wijzigen. De inpandige garage verdwijnt. In plaats van de garagepoort wordt een raam geplaatst op 1,80 m hoogte van het voetpad. Ook de deur en ramen worden vervangen, maar blijven ongewijzigd qua afmetingen. De voorgevel wordt geïsoleerd en afgewerkt met roodbruine gevelstenen.
Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, bureau, eetruimte, berging/technische ruimte, keuken en living. Op het verdiep worden drie slaapkamers en een badkamer ingericht. Onder het dak bevindt zich nog een zolder.
In de tuinzone bevindt zich een garage die behouden blijft. Tegen de achtergevel van de woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 28,5 m².
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanpalende eigenaars werden op 5 januari 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestelijk RUP ‘regionaal stedelijk woongebied’ met als bestemming stedelijk woongebied. In deze zone gelden de voorschriften van het artikel 7.1:
§1 Het gebied is bestemd voor wonen, openbare groene en verharde ruimten en aan het wonen verwante voorzieningen. Onder aan het wonen verwante voorzieningen worden verstaan: handel, horeca, bedrijven, openbare en private nuts- en gemeenschapsvoorzieningen, kantoren en diensten, parkeer- en openbaar vervoervoorzieningen, openbare groene en verharde ruimten, socio-culturele inrichtingen en recreatieve voorzieningen.
§2 Alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de
bestemming zijn toegelaten voor zover ze wat schaal en ruimtelijke impact betreft verenigbaar zijn met de omgeving. Daarbij wordt ten minste aandacht besteed aan:
- de relatie met de in de omgeving aanwezige functies;
- de invloed op de omgeving wat betreft het aantal te verwachten gebruikers, bewoners of bezoekers;
- de invloed op de mobiliteit en de verkeersleefbaarheid;
- de relatie met de in de omgeving van het woongebied vastgelegde bestemmingen.
Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien de werken het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning betreft.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Stikstofdecreet
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 3.350 liter en een referentieoppervlakte van 8,5 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toilet, dienstkraantjes, bewatering tuin. Er wordt opgemerkt dat er geen terugslagklep wordt voorzien tussen wadi en hemelwaterput. Gezien de overloop vrij diep uitkomt in de wadi, dient een terugslagklep te worden voorzien. Dit wordt opgelegd in de voorwaarden.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op de rooilijn blijft ongewijzigd.
De nieuwe achterbouw wordt grotendeels gerealiseerd op dezelfde plaats als de bestaande achterbouwen en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De bestaande achterbouwen worden vervangen door een nieuwe, ruime achterbouw over de volledige perceelsbreedte. De totale gelijkvloerse bouwdiepte wordt op die manier tot op 12,90 m gebracht, hetgeen zeker aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving. Het perceel is immers eerder smal en diep, en een dergelijke gelijkvloerse bouwdiepte laat een kwalitatieve inrichting van de leefruimtes van de woning toe.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren, de bouwhoogte is aanvaardbaar.
De muren op de perceelgrens worden gewijzigd. Hiervoor werd het akkoord verkregen van de eigenaars van het betreffende buurperceel.
Verschijningsvorm:
De voorgevel van de woning wijzigt naar raam openingen. De inpandige garage verdwijnt en de voorgevel wordt geïsoleerd. De gevel zal opnieuw op dezelfde manier afgewerkt worden als de bestaande gevel waardoor het ontwerp geen grote impact zal hebben op het straatbeeld. De sloop van de huidige achterbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.
De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De inpandige garage verdwijnt waardoor de verkeersaantrek in de Waregemstraat zal wijzigen. Er wordt op deze manier een conflictpunt weggehaald. Achteraan het perceel wordt de vrijstaande garage behouden. Hierdoor wordt het parkeren volledig afgewend naar de achterzijde, ontsluitend op Vrijeigen.
Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
Achter de woning wordt een nieuw terras aangelegd.
De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Floris Mestdagh namens Atanas Boyadzhiev - Nevena Boyadwhieva, wonende Waregemstraat 303 te 8540 Deerlijk, voor het slopen van aanbouw en nieuwbouw uitbreiding, op een perceel gelegen Waregemstraat 303 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 323 D6, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● Er dient een terugslagklep geplaatst te worden tussen de hemelwaterput en de wadi.
● Er dient een septische put geplaatst te worden.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.25. OMV 2025_179 - Vredelaan - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen prefab cabine Vredelaan, op een perceel gelegen langs de Vredelaan en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 126 T, aangevraagd door Mathieu Dekostere namens Fluvius System Operator CV met als contactadres President Kennedypark 12 te 8500 Kortrijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 februari 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Verkavelingsvergunning (1098-2) voor aanvraag verkavelingswijziging met vernietiging tot gevolg - goedgekeurd op 07/06/2017.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 15 m² en is gelegen langs de Vredelaan op ongeveer 600 m ten oosten van de kern van Sint-Lodewijk. De Vredelaan is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich elektriciteitscabine.
De omgeving is een landelijke omgeving met een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag voorziet in de plaatsing van een geprefabriceerde elektriciteitscabine ter vervanging van de bestaande cabine op het perceel. De cabine is een type “Taurus” met een diepte van 2,7 m op een breedte van 3,45 m, afgewerkt met een plat dak met een kroonlijsthoogte van 2,60 m. De cabine wordt geplaatst op 0,30 m van de achterste perceelsgrens, op min. 0,27 m van de rechter perceelsgrens, op min. 0,80 m van de linker perceelsgrens en op de rooilijn.
De wanden en het dak van de cabine worden afgewerkt in prefab beton en voorzien van olijfgroene structuurverf.
Er wordt een groenzone aangeplant rondom de cabine in laagblijvend groen.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 8 januari 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het herbouwen van een prefab elektriciteitscabine in functie van algemeen belang zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
Stikstofdecreet
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, dus geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (< 40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het vervangen van de bestaande hoogspanningscabine door een nieuwe. De functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de cabine wijzigt ten opzichte van de bestaande. De cabine wordt op de rooilijn geplaatst. Gezien de nieuwe cabine groter is dan de bestaande, neemt het ruimtegebruik toe. Rondom de cabine wordt nog een onverharde zone voorzien waardoor er nog voldoende ruimte is om het hemelwater te laten infiltreren.
Bouwvolume en gabarit:
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen.
Verschijningsvorm:
De cabine wordt afgewerkt met een olijfgroene structuurverf. Deze afwerking is gelijkaardig aan de bestaande cabine. Het ontwerp zal dus geen rechtstreekse impact hebben op het straatbeeld.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van de cabine blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
Rondom de cabine wordt een onverharde zone voorzien die aangeplant wordt met streekeigen groen en boomschors.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Mathieu Dekostere namens Fluvius System Operator CV met als contactadres President Kennedypark 12 te 8500 Kortrijk, voor het plaatsen van prefab cabine Vredelaan, op een perceel gelegen langs de Vredelaan en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 126 T.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.26. OMV 2025_181 - Desselgemstraat 23 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden en verbouwen van een woning, op een perceel gelegen Desselgemstraat 23 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 324 G, aangevraagd door mevrouw Laura Tremerie wonende Desselgemstraat 23 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 februari 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het RUP is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Gebouwen en constructie dossier 2012-23-A voor bouwen van premiewoonhuis - vergunning op 11/09/1952.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-23-B) voor plaatsen van afsluitingsmuur tussen zijn premiewoonhuis en dit van zijn gebuur - goedgekeurd op 09/09/1954.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-23-C) voor verbouwen van bestaande bijgebouw voor garage met een poort + wegnemen van bestaande muur achter uw woning - goedgekeurd op 31/01/1979.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-23-D) voor plaatsen van een afsluiting in hout (lengte: 3,24 m - hoogte: 1,80 m) achter zijn woning, op het einde van zijn perceel (perceelsgrens) - goedgekeurd op 10/06/1992.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 368 m² en is gelegen langs de Desselgemstraat op ongeveer 1200 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Desselgemstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een halfopen eengezinswoning. De woning heeft een breedte van 5,8 m en een totale diepte van 20,97 m. De woning bestaat uit een hoofdvolume bestaande uit twee bouwlagen en een hellend dak. Achteraan de woning bevinden zich twee achterelkaar geschakelde nevenvolumes met één bouwlaag en een plat dak. Daarnaast is nog een tuinberging met een hellend dak tegen de achtergevel van het laatste nevenvolume geplaatst.
De woning werd in het verleden zonder vergunning verbouwd. De vergunde woning had een breedte van 5,8 m en een totale diepte van 15 m. Het gebouw bestond uit een hoofdvolume met twee bouwlagen en een hellend dak. Achteraan het hoofdgebouw is een nevenvolume gebouwd met een diepte van 6 m en bestaande uit één bouwlaag met plat dak.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de bestaande nevenvolumes.
De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 70 m² en bevindt zich op de rechterperceelsgrens en op minimaal 1,14 m van de linkerperceelsgrens.
Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op de rechterperceelsgrens en op 1 m van de linkerperceelsgrens. De uitbreiding heeft een breedte van 7,5 m op een diepte van 11 m en wordt afgewerkt met een plat dak. Hierdoor bedraagt de gelijkvloerse diepte na de werken 20 m. De kroonlijsthoogte van de uitbreiding bedraagt 3,3 m.
Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft roodbruine gevelstenen met epdm dakbedekking en grijs PVC buitenschrijnwerk. Ook de bestaande gevelbekleding van de woning wordt vervangen door de roodbruine gevelstenen. In de voorgevel worden de rondingen horende bij de voordeur en het raam boven de voordeur verwijderd. In het dak worden twee dakramen geplaatst.
Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, zithoek, bureau/speelruimte, eetplaats, keuken, tuinberging/fietsenberging en wasplaats. Op het verdiep worden twee slaapkamers en een badkamer ondergebracht. Onder het dak bevindt zich nog een derde slaapkamer met bijhorende dressing.
Achteraan de woning, in de tuinzone bevindt zich een terras met een oppervlakte van 26,25 m² aangelegd in waterdoorlatende klinkers. Naast de uitbreiding wordt een strook van 50 cm voorzien van steenslag als toegang tot de achtertuin. Naast het hoofdgebouw is een strook van 2,13 m verhard met grind als verlengde van de oprit. In de voortuin wordt de bestaande verharding uitgebroken en ingericht als groenzone.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 14 januari 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben één bezwaar ingediend.
Het ingediende bezwaarschrift betreft een aantal aandachtspunten van de buren om waterschade en andere problemen aan hun woning te voorkomen.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het stedelijk woongebied.
Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien de woonfunctie behouden blijft.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (art. 4.3.9., VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Stikstofdecreet
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW = 6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1 %
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (< 40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 3520 liter en een referentieoppervlakte van 11 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, dienstkranen en de wasmachine.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning blijft ongewijzigd. De nieuwe achterbouw wordt gerealiseerd op dezelfde plaats als de bestaande achterbouwen en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd. De bestaande achterbouwen worden vervangen door een nieuwe, ruime achterbouw over bijna de volledige perceelsbreedte. De totale gelijkvloerse bouwdiepte wordt op die manier tot op 20 m gebracht, hetgeen zeker aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving. Het perceel is immers eerder smal en diep, en een dergelijke gelijkvloerse bouwdiepte laat een kwalitatieve inrichting van de leefruimtes van de woning toe.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren en de bouwhoogte is aanvaardbaar.
De muren op de perceelgrens worden gewijzigd. Hiervoor werd het advies gevraagd aan de eigenaars van het buurperceel. Door de aanpalende eigenaar werden enkel aandachtspunten geformuleerd om schade te vermijden.
Verschijningsvorm:
De voorgevel krijgt een nieuwe gevelafwerking. De afwerking blijft een rood-bruine gevelsteen. Het ontwerp zal geen rechtstreekse impact hebben op het straatbeeld.
De sloop van de huidige achterbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.
De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De tweede oprit in de voortuin zal verdwijnen en ingericht worden als groenzone. Er blijft voldoende ruimte over om het parkeren op eigen terrein te kunnen voorzien. De functie blijft behouden waardoor er geen grotere verkeersaantrek te verwachten is.
Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
In de voortuin wordt een bijkomende groenzone voorzien. De ontharding en heraanleg zullen een positief effect hebben op de woning en het straatbeeld. In de tuinzone wordt een nieuwe terras voorzien met een beperkte oppervlakte waardoor er nog voldoende ruimte is om een kwalitatieve tuin in te richten.
Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werd één bezwaar of opmerking geformuleerd.
Omtrent het ingediende bezwaar wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:
Dit bezwaar is niet van stedenbouwkundige aard en bijgevolg ongegrond. Voor eventuele schade als gevolg van de werken wordt verwezen naar de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek die moeten worden nageleefd.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan mevrouw Laura Tremerie wonende Desselgemstraat 23 te 8540 Deerlijk, voor het uitbreiden en verbouwen van een woning, op een perceel gelegen Desselgemstraat 23 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 324 G.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.27. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.28. Premie inzaaien groenbemesters - aanvragen - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een premie toe te kennen naar aanleiding van het inzaaien van groenbemesters.
Motivering
Volgende aanvragen werden ingediend vóór 30 november van het betreffende zaaiseizoen:
Naam en adres aanvrager rekeningnummer | Aantal ha ingezaaid | Toegekende premie (25 euro/ha) |
Cremelie Patrick Oude Heerweg 148A 8540 Deerlijk BE29 7384 0808 3264 | 8,19 ha | 204,75 euro |
Van Wonterghem Johan en Laurent Klijtstraat 120 8540 Deerlijk BE59 1030 5840 9226 | 23,2 ha | 580,00 euro |
Taelman Luc Desselgemstraat 141 8540 Deerlijk BE05 7384 0816 1975 | 1,92 ha | 48,00 euro |
Vantomme Lies Oliebergstraat 100 8540 Deerlijk BE96 7310 6635 1005 | 1,46 ha | 36,50 euro |
Dejagere Steven Oudenaardse Heerweg 145 8540 Deerlijk BE83 7380 2234 8115 | 7,53 ha | 188,25 euro |
Uyttenhove Jacques en Virginie Oudenaardse Heerweg 167 8540 Deerlijk BE47 1030 6744 5380 | 22,33 ha | 558,25 euro |
Defrene Betty Harelbekestraat 142 8540 Deerlijk BE51 7480 3237 4562 | 12,25 ha | 306,25 euro |
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Het reglement voor het toekennen van een gemeentelijke premie voor het inzaaien van groenbemesters, goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 mei 2024
Advies
De ingediende aanvragen werden afgetoetst met het reglement en er werd een positief advies verleend voor alle aanvragen zodat deze in aanmerking komen voor de gemeentelijke premie.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | GBB/0530-00/64910038 |
|
|
Bedrag | 204,75 euro |
Begunstigde(n) | Cremelie Patrick |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE29 7384 0808 3264 |
|
|
Bedrag | 580,00 euro |
Begunstigde(n) | Van Wonterghem Johan en Laurent |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE59 1030 5840 9226 |
|
|
Bedrag | 306,25 euro |
Begunstigde(n) | Defrene Betty |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE51 7480 3237 4562 |
|
|
Bedrag | 188,25 euro |
Begunstigde(n) | Dejagere Steven |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE83 7380 2234 8115 |
|
|
Bedrag | 558,25 euro |
Begunstigde(n) | Uyttenhove Jacques en Virginie |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE47 1030 6744 5380 |
|
|
Bedrag | 48,00 euro |
Begunstigde(n) | Taelman Luc |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE05 7384 0816 1975 |
|
|
Bedrag | 36,50 euro |
Begunstigde(n) | Vantomme Lies |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE96 7310 6635 1005 |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de premie uit te betalen voor alle ingediende aanvragen.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.29. Standplaats ambulante handel - 't Kiekeboetje - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de aanvraag tot een vaste inname van openbaar domein als standplaats ambulante handel van 't Kiekeboetje, goed te keuren.
Motivering
De ambulante handelaar 't Kiekeboetje, afkomstig uit Izegem, vraagt een vaste standplaats in onze gemeente aan.
Identiteit van de zaak
Naam stand | 't Kiekeboetje |
Type stand | Kip aan het spit |
Gewenste locatie | Neunkirchenplein |
Gewenste dag(en) | Zaterdag |
Gewenste tijdstip | van 06.00 tot 13.00 uur |
Aantal meter | 12 meter |
Nood aan elektriciteit | Ja |
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement ambulante handel, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 11 september 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | Retributie standplaats: 3 euro per lopende meter met een minimum van 20 meter + Elektriciteit: 5 euro per dag |
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | 2026/GBB/0590-01/70053000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag tot een vaste inname van openbaar domein als standplaats ambulante handel van 't Kiekeboetje goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.30. Premie handelsinitiatieven - Spirit Festival - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om goedkeuring te verlenen voor de financiële ondersteuning van het Spirit Festival binnen het premiereglement kernversterkende handelsinitiatieven.
Motivering
Initiatiefnemer Kevin Meyfroid (Dagbladhandel Kevin) organiseert, samen met nog een aantal andere Deerlijkse handelaars, een Spirit Festival. Dit kernversterkend evenement gaat door in UZIEN op zaterdag 05 en zondag 06 september 2026. Op zaterdag organiseren ze een receptie, op zondag openen ze de deuren voor het publiek. Tijdens het Spirit Festival nodigen de deelnemende handelaars het publiek uit om te komen 'proeven' van hun aanbod. De hoofdrol op het festival is weggelegd voor 'spirits', oftewel sterke dranken zoals gin, rum, porto, cognac, whisky ... De organisatoren werkten in het kader hiervan ook een duidelijk deelnemersreglement uit.
Bij de realisatie van dit initiatief vraagt Kevin Meyfroid het college van burgemeester en schepenen goedkeuring om beroep te mogen doen op de financiële ondersteuning die het premiereglement kernversterkende handelsinitiatieven ter beschikking stelt. Met deze premie wil de gemeente Deerlijk het opzetten van commerciële initiatieven, met het oog op het verhogen van de aantrekkingskracht en beleving van de handelskern(en) in de gemeente, stimuleren.
De dienst lokale economie beoordeelt de aanvraag als volgt:
● Ingezonden kosten die wel goed te keuren zijn voor financiële ondersteuning wegens het passen binnen de categorie 'visuele promotie' van het reglement:
○ Flyers ter waarde van 182,01 euro
○ Posters ter waarde van 22,37 euro
○ Advertenties (info Deerlijk) ter waarde van 1.000,00 euro
○ Advertenties sociale media ter waarde van 350,00 euro
○ Spandoeken binnen ter waarde van 375,00 euro
○ Spandoeken buiten ter waarde van 425,00 euro
○ Raamstickers ter waarde van 90,02 euro
○ Polsbandjes ter waarde van 56,00 euro
○ Jetons met logo gemeente Deerlijk ter waarde van 405,00 euro
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Premiereglement ondersteunende handelsinitiatieven, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 23 oktober 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
De premie bedraagt 50 % van de kosten waarvoor een premie kan aangevraagd worden. Dat wil zeggen, voor 1 euro die door de aanvrager wordt uitgegeven, wordt vanuit de gemeente een premie van 0,50 euro gegeven. De totaalsom van deze aanvraag bedraagt 2.905,40 euro, waarvan de helft oftewel 1.452,70 euro via de premie gefinancierd zal worden.
Raming of bedrag | 1.452,70 euro |
Actie | Premie kernversterkende handelsinitiatieven |
Jaarbudgetrekening | 2026/A-7.4.2/0590-01/64900000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de financiële ondersteuning goed te keuren.
De premie wordt pas uitbetaald na de realisatie van het initiatief. De premie wordt uiterlijk 60 dagen na ontvangst én controle van de gevraagde documenten voorzien door overschrijving op het opgegeven rekeningnummer.
● Naam zaakvoerder: Kevin Meyfroid
● Naam zaak: BIB BV
● Adres: Harelbekestraat 1 D, 8540 Deerlijk
● Rekeningnummer: BE29 3630 8246 2164
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.31. Lijst van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de gemeentelijke lijst van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten voor 2026 goed te keuren.
Motivering
Elke gemeente dient ieder kalenderjaar een gemeentelijke lijst op te stellen van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten die op haar grondgebied zijn gelegen. Deze lijst dient vóór 01 maart van elk kalenderjaar aan het Departement Omgeving te worden toegestuurd. Om deze gegevens op een uniforme wijze te ontvangen heeft het Departement Omgeving aan iedere gemeente toegang verleend tot een webapplicatie. Na controle en onderzoek door de bevoegde dienst lokale economie, doen we de volgende vaststellingen wat deze gemeentelijke lijst betreft:
● Bedrijfsruimten die reeds opgenomen zijn op de inventaris (webapplicatie) en behouden worden:
○ Kerkstraat 242 (serre en toonzaal)
○ Stationsstraat 78+ (werkplaats)
○ Otegemse steenweg 17 (toonzaal)
○ Hoogstraat 109 (administratief gebouw)
○ Oliebergstraat 40 (hoeve)
● Bedrijfsruimten die opgenomen zijn op de inventaris (webapplicatie) maar geschrapt kunnen worden omwille van de hieronder vermelde reden:
○ Geeststraat 10 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
○ Waregemstraat 620 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
○ Beverenstraat 12 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
○ Ter Donkt 31 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
● Bedrijfsruimten die we aan de inventaris wensen toe te voegen op basis van de huidige situatie:
○ Beverenstraat 23 (handelspand)
○ Heestertse steenweg 34 (magazijn)
○ Wafelstraat 46
○ Kapelstraat 198
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1997 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen beslist om de gemeentelijke lijst van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten 2025 goed te keuren als volgt:
● Kerkstraat 242 (serre en toonzaal)
● Stationsstraat 78+ (werkplaats)
● Otegemse steenweg 17 (toonzaal)
● Hoogstraat 109 (administratief gebouw)
● Oliebergstraat 40 (hoeve)
● Beverenstraat 23 (handelspand)
● Heestertse steenweg 34 (magazijn)
● Wafelstraat 46 (nijverheidsgebouw)
● Kapelstraat 198 (magazijn)
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de volgende bedrijfsruimten te schrappen uit de gewestelijke inventaris omwille van de hieronder vermelde reden:
● Geeststraat 10 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
● Waregemstraat 620 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
● Beverenstraat 12 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
● Ter Donkt 31 (actuele benutting van de bedrijfsruimte)
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.32. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.33. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.34. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.35. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.36. Vaststellen van de lijst waardevolle graven - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de advieslijst met waardevolle graven op de gemeentelijke begraafplaatsen goed te keuren voor verdere uitwerking door de bijzondere werkgroep begraafplaatsen van de Heemkring Dorp en Toren.
Motivering
Het Vlaamse decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 stelt dat het college van burgemeester en schepenen een lijst opmaakt van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd. De graven op deze lijst dienen 50 jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeenteoverheid.
De bijzondere werkgroep begraafplaatsen van de Heemkring Dorp en Toren heeft in zijn verslag van 10 november 2023 advies gegeven omtrent de graven op de begraafplaats Deerlijk centrum en Sint-Lodewijk met landschappelijke, kunsthistorische en socio-culturele waarde. De werkgroep wenst van alle graven opgenomen in de lijst, een gedetailleerde fiche te maken waar alle relevante gegevens zijn in opgenomen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere
○ Art. 6 van het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004
○ Art. 26 § 2 van het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gravenlijst vast te stellen zoals die werd opgemaakt door de bijzondere werkgroep begraafplaatsen van de Heemkring Dorp en Toren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verzoekt de werkgroep om voor elk graf een gedetailleerde fiche op te stellen met alle relevante gegevens.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.37. Inschrijving van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.38. Ter Donkt 35 - toekenning huisnummer - goedkeuring
Aanleiding en context
De dienst burgerzaken vraagt het college van burgemeester en schepenen de goedkeuring om een huisnummer toe te kennen aan de conciërgewoning in een bedrijfsgebouw in aanbouw, gelegen Ter Donkt 35.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen leverde in zitting van 12 februari 2025 een omgevingsvergunning af voor het bouwen van een polyvalent bedrijfsgebouw met parkeerplaatsen, verschillende productieruimtes, een logistiek centrum, gemeenschappelijk magazijn, kantoren, daktuin, ontspanningsruimtes met bijhorende faciliteiten en omgevingsaanleg, op een perceel gelegen Ter Donkt 37.
Vervolgens besliste het college van burgemeester en schepenen in zitting van 26 maart 2025 om aan dit nog te bouwen bedrijfsgebouw het huisnummer Ter Donkt 35 toe te kennen.
Er dient echter nog een huisnummer toegekend te worden aan de conciërgewoning, die zich zal bevinden op het gelijkvloers van het bedrijfsgebouw in aanbouw.
Er zijn voldoende huisnummers vrij en beschikbaar.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Punt 19 b) van de algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters van 17 juli 2025
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan de conciërgewoning in het bedrijfsgebouw in aanbouw, gelegen Ter Donkt 35, het huisnummer 36 toe te kennen.
Artikel 2
De toekenning gaat in vanaf de datum van deze beslissing. De gebruikelijke diensten en nutsmaatschappijen zullen van huidige beslissing in kennis gesteld worden.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.39. MAT - verslag 15 januari 2026 - kennisname
Aanleiding en context
Het MAT hield een vergadering op 15 januari 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.
De bijbehorende toelichting is terug te vinden in het verslag.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.40. MAT - verslag 4 februari 2026 - kennisname
Aanleiding en context
Het MAT hield een vergadering op 4 februari 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.
De bijbehorende toelichting is terug te vinden in het verslag.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.41. GOUDINI werkgroep - verslag 6 februari 2026 - kennisname
Aanleiding en context
De werkgroep GOUDINI hield een vergadering op 6 februari 2026. Tijdens deze werkgroep wordt een stand van zaken besproken van lopende digitale projecten in de gemeente.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd op het managementteam.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.42. BOC (Basisoverlegcomité) - verslag van 20 januari 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het basisoverlegcomité (BOC) hield een vergadering op 20 januari 2026. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van het verslag en wordt gevraagd akkoord te gaan met de punten die besproken zijn in het BOC.
Motivering
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Het verslag werd goedgekeurd door de leden van het BOC.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Titel 7 betreffende comités voor preventie en bescherming op het werk van boek II van de codex over het welzijn op het werk.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akkoord te gaan met de punten die besproken zijn in het BOC van 20 januari 2026.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
C.43. Terbeschikkingstelling AED-toestel WZC De Gavermeersen - wijziging overeenkomst - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de gewijzigde overeenkomst 'terbeschikkingstelling AED-toestel' goed te keuren.
Motivering
Voorliggende beslissing betreft een aangepaste overeenkomst tot terbeschikkingstelling van een AED-toestel, die eerder werd geagendeerd op het vast bureau.
De overeenkomst werd oorspronkelijk behandeld in zitting van het vast bureau van 5 november 2025, aangezien de betrokken budgetten in het boekjaar 2025 nog onder het OCMW vielen. In het kader van de opmaak en goedkeuring van het meerjarenplan (MJP) werden deze budgetten echter opgenomen onder het gemeentelijk budget, waardoor de bevoegdheid voor verdere besluitvorming bij het college van burgemeester en schepenen komt te liggen.
Naar aanleiding hiervan dient de overeenkomst opnieuw ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, met volgende beperkte inhoudelijke wijzigingen:
● De vertegenwoordiger van WZC De Gavermeersen werd gewijzigd van Pieter Maeseele naar Tom De Clercq.
● Er werd beslist om een binnenkast te voorzien in plaats van een buitenkast. Hierdoor werden in artikelen 3 en 6 alle verwijzingen naar elektriciteitsvoorzieningen en de bijhorende taken en kosten geschrapt.
De overige bepalingen van de overeenkomst blijven ongewijzigd.
De plaatsing van het AED-toestel blijft kaderen binnen het project ‘Hartveilige Gemeente’, met als doel de toegankelijkheid tot levensreddende hulp op publiek toegankelijke locaties te verhogen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: Art. 78, § 2, 17° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gewijzigde overeenkomst 'terbeschikkingstelling AED-toestel' goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
D.2. Cultuur - Plaatsing kunstwerk op openbaar domein - De Trompe - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om een locatie te bepalen voor de plaatsing van het kunstwerk van wijkraad De Trompe.
Motivering
Op 17 oktober 2025 kreeg de gemeente een vraag binnen van Kris Vanoutryve, bestuurslid van wijkraad De Trompe.
In 2028 viert de wijk haar 50-jarig bestaan. Die mijlpaal willen ze herdenken door een kunstwerk te creëren dat symbool staat voor de verbondenheid van hun wijk. Hun bedoeling is ook om dit werk samen met de bestuursleden en buurtbewoners te realiseren, als een gemeenschapsproject.
Het kunstwerk zou men willen plaatsen op een stuk gemeentelijke grond in de wijk. In de Verrieststraat, ter hoogte van de huisnummer 3, staat een bankje met daaraan een grasperk met siergrassen. De wijkraad vraagt of het mogelijk is om daar het kunstwerk te plaatsen (zie foto's in bijlage).
Na advies van de coördinator groen en proper blijkt er geen probleem te zijn voor het plaatsen van het kunstwerk tussen de siergrassen. Het groen moet echter wel degelijk kunnen worden onderhouden, zonder dat er mogelijks schade aan obstakels zoals kunstwerken kan worden toegebracht. Verder wordt ook de vraag gesteld of het ruimtelijk wenselijk is dat er beelden van hobbykunstenaars op het openbaar domein toegelaten worden. Er wordt geopperd dat het logischer is dat voor dergelijke wijkinitiatieven eerder gekeken wordt richting private locaties die ook zichtbaar zijn vanop straat, zoals bijvoorbeeld een voortuin. Vanuit de betrokken diensten wordt er een nieuwe plaats voorgesteld voor het kunstwerk: een grasperk aan de hoek van de eerste splitsing van de Verrieststraat (zie bijlage). Deze locatie is qua zichtbaarheid even goed en hindert geen gemeentelijke diensten in het uitvoeren van onderhoudswerken.
Na terugkoppeling met het bestuur van De Trompe doen zij een tegenvoorstel (zie bijlage 'Tegenvoorstel kunstwerk De Trompe').
Het plaatsen van het kunstwerk op privégrond achten ze risicovol. Een eventuele wijziging in eigendom zou immers onzekerheden met zich meebrengen over de toekomst van het werk. Naar aanleiding van de opmerking over het onderhoud van de grassen, merkten ze bij de mede-bestuursleden enige terughoudendheid. Indien dit onderhoud zich echter beperkt tot één maaibeurt per jaar, zitten ze er niet mee in. Het bestuur van De Trompe is ook bereid dit onderhoud op zich te nemen.
De Trompe heeft, op de foto's in bijlage, de correcte grootte van afspanning toegevoegd. Zij stellen 2 mogelijke locaties voor.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit volgende gepaste locatie te bepalen voor de plaatsing van het kunstwerk van wijkraad De Trompe:
● Plaats voorstel 1, namelijk in de grassen langs de wegversmalling ter hoogte van de Verrieststraat nummer 3, aan de kant van de zitbank.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
D.3. OMV VK2025_6 - Generaal Deprezstraat 2E, 2F en Pontstraat 18 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een beslissing te nemen over een omgevingsvergunning voor het ontbossen van een deel van het perceel en verkavelen van een perceel in twee loten voor vrijstaande woningen, op een perceel gelegen Generaal Deprezstraat 2E, 2F en Pontstraat 18 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 119 S, aangevraagd door mevrouw Monique Van Eeckhout wonende Pontstraat 18 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 februari 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich grotendeels in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing op een deel van het perceel (10 m op 10 m in de zuidoostelijke hoek) en werden voor dit deel vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is deels (10 m op 10 m in de zuidoostelijke hoek) gelegen binnen de grenzen van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, Gavers, goedgekeurd op 26 mei 2016 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfuncties en overdrukzone private oprit.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is grotendeels gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Gavers, wijziging C, goedgekeurd op 24 maart 1999 met als bestemming zone voor wonen, eengezinswoningen als halfopen of open bebouwing.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA en het gemeentelijk RUP zijn van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften van het BPA.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2017.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
● Provinciale verordening inzake het overwelven van baangrachten, vastgesteld door de provincieraad in zitting van 23 juli 2008.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historische gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-A) voor afbreken van de woning – goedgekeurd op 25/03/1981
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-B) voor graven van een vijver (opp. +/- 350 m² - diepte max. 3 m) op zijn perceel – goedgekeurd op 09/03/1983
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-C) voor bouwen van een woning met praktijk – goedgekeurd op 08/02/1984
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-E) voor bouwen van een kantoorgebouw – goedgekeurd op 20/03/1996
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-F) voor vellen van een hoogstammige boom – goedgekeurd op 09/10/2002
● Stedenbouwkundige vergunning (0055-18-D) voor bouwen van een woning met praktijk – goedgekeurd op 09/05/1984
● Stedenbouwkundige vergunning (0020-2D-B) voor bouwen van een eengezinswoning – goedgekeurd op 09/10/2013
● Stedenbouwkundige vergunning (0020-2D-C) voor bouwen van een bijgebouw – goedgekeurd op 23/11/2016
● Verkavelingsvergunning (0020-2) voor nieuwe verkaveling – goedgekeurd op 08/09/2010
● Verkavelingsvergunning (0020-1) voor nieuwe verkaveling – goedgekeurd op 22/07/2009
● Omgevingsvergunning (OMV_202203436) voor plaatsen van een zwemvijver in de tuinzone – goedgekeurd op 25/05/2022
● Omgevingsvergunning (OMV_2024061155) voor aanvragen van een nieuwe verkaveling – geweigerd op 20/11/2024
3.a. Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 5081 m² en is gelegen langs de Pontstraat – Gen. Deprezstraat op ongeveer 350 m ten zuiden in de kern van Deerlijk. Beide straten zijn voldoende uitgeruste gemeentewegen, de kavels 1 en 2 zijn ontsluitbaar via een private bedieningsweg gericht op de Gen. Deprezstraat. Deze bedieningsweg is op vandaag niet volledig uitgerust en geeft op vandaag ontsluiting aan 3 woningen
Het perceel is bebouwd met een eengezinswoning met aanpalende praktijkruimte. In de tuin bevindt zich een vijver en een bos. De hoogstammige bomen bevinden zich zo goed als allemaal binnen de bouwzones van woning en bijgebouw.
De ruime omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen.
De omgeving rondom de nieuwe kavels heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen in het oosten en zuiden en een scholencomplex met ruime tuinzone in het westen. Langs de private bedieningsweg bevinden zich op vandaag 2 vrijstaande woningen op een afstand tussen de 16 en 21m tov de voorste perceelsgrens en een derde woning, die zich ten zuiden van de weg bevindt, staat op +/- 5 m tov de voorste perceelsgrens. Deze woningen hebben een divers uitzicht waarbij de ene woning bestaat uit max. 2 bouwlagen met hellend dak en de andere uit 2 bouwlagen met plat dak. De bestaande woning ten oosten van het te verkavelen perceel bevindt zich op min. 5 m van de linker woning. In de achtertuin van de woningen ten oosten van de verkaveling bevinden zich de bijgebouwen.
3.b. Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst het perceel te splisten in 3 kavels, waarbij kavel 3, waarop de bestaande woning aanwezig is en een oppervlakte heeft van 3081 m², uitgesloten wordt uit de verkaveling.
De achterste tuinzone van de woning Pontstraat 18 wordt opgesplitst in 2 loten, bereikbaar via een private weg richting de Gen. Deprezstraat. Lot 1 heeft een oppervlakte van 1025 m², lot 2 een oppervlakte van 975 m².
De loten zijn geschikt voor het bouwen van een eengezinswoning. Er worden geen nevenfuncties toegelaten.
De bouwzone wordt voorzien op minstens 9,56 m tov de voorste perceelsgrens (lot 1) en op max. 18,19 m tov de voorste perceelsgrens (lot 2). Het bouwkader is voorzien op een afstand van 3 m van de zijperceelsgrenzen. De bouwzone heeft een breedte van 10,37 m voor lot 1 en 10,39 m voor lot 2. De diepte op het gelijkvloers bedraagt max. 20 m en deze op de verdieping max. 15 m bij 2 bouwlagen.
Het volume bestaat uit ofwel max. twee bouwlagen met plat dak, en een maximale kroonlijsthoogte van 6,50 m, ofwel een anderhalve verdieping met een kroonlijsthoogte van 4,50 m en hellend dak met max. nokhoogte van 10 m. In de rechter vrije zijstrook wordt een zone voor carport afgebakend met een oppervlakte van 21 m² (3 x 7 m), een hoogte van 3 m en in de voorschriften is opgenomen dat de carport minstens aan 2 zijden open moet zijn.
In de tuinzone wordt een zone voor bijgebouwen afgebakend met een totale oppervlakte van max. 40 m², een kroonlijsthoogte van max. 3 m en een nokhoogte van max. 4,50 m. De dakvorm is vrij met een maximale dakhelling van 30°. Zowel hoofd- als bijgebouw moeten een architecturaal geheel vormen, een houten bijgebouw is toegelaten.
Het vloerpas van zowel hoofdgebouw als bij gebouw moet op 15,10 mTAW voorzien worden.
Een terras binnen de bouwzone voor het hoofdgebouw is toegelaten en kan in waterdichte materialen. In de voor- en zijtuinstroken is verharding enkel mogelijk ifv toegang en parkeren. Dit dient in waterdoorlatende materialen te gebeuren. In de voortuin kan max. de helft verhard worden.
Afsluitingen in de voortuinstrook zijn mogelijk in de vorm van een haag tot een hoogte van 1 m. In de andere zones zijn hagen, open draadafsluitingen en houten afsluitingen mogelijk tot 2 m hoog.
De bestaande bomen moeten, muv deze in het bouwkader, maximaal behouden te blijven.
Er dienen minstens 2 autostaanplaatsen voorzien te worden op eigen terrein.
Een deel van het perceel zal ontbost worden in functie van het bouwrijp maken van de grond.
Er worden drie zones voorzien binnen het projectgebied:
● Rode zone met een oppervlakte van 656 m²: te ontbossen (bouwzone hoofdgebouw en carport, en zijtuin;
● Groene zone met een oppervlakte van 880 m²: alle bomen te behouden (achtertuin);
● Blauwe zone met een oppervlakte van 464 m²: enkel rooien in functie van toegang naar voordeur/carport/garage en parkeren (voortuin)
Een boscompensatieformulier maakt deel uit van de aanvraag. Er is ook een inventarisatie gemaakt van de bomen.
Historiek
Voorliggende aanvraag betreft een heraanvraag van een eerder geweigerd dossier (OMV_2024061155). Ten opzichte van het vorige dossier werden een aantal aanpassingen uitgevoerd zoals onder meer de inplanting van de 2 bouwkaders, de inplanting van de bijgebouwen, het verwijderen van de mogelijkheid tot het voorzien van nevenfuncties. Anderzijds zijn in dit dossier nog een aantal elementen niet aangepast. Zie hiervoor onder meer bij de toetsing goede ruimtelijke ordening en watertoets.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 27 november 2025 tot 26 december 2025. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werd één digitaal bezwaarschrift ontvangen.
Het ingediende bezwaar kan als volgt samengevat worden:
● Inplanting carports past zich niet in de korrel van de onmiddellijke omgeving. Er wordt voorgesteld om carports toe te laten binnen het bouwkader, enkel toe te laten in de voortuinzone ofwel deze te bundelen tussen beide woningen.
● De woningen in de omgeving zijn opgetrokken in een 2e bouwlijn, hebben een residentieel karakter binnen een parkachtige omgeving en zijn opgetrokken met 1 bouwlaag en hellend dak. De voorschriften voorzien een inplanting van het hoofdvolume die in overeenstemming is met de inplanting van de woningen in de directe omgeving, een maximaal volume van 2 bouwlagen, een vrije dakvorm, bouwdiepte tot 18 m op het gelijkvloers en 15 m op het verdiep en een afstand van min. 3 m tov zijdelingse perceelsgrenzen.
Het maximale volume wijkt af van wat gangbaar is in de directe omgeving. Een dergelijke inplanting volume zal ook heel wat hinder (schaduw, privacy) met zich meebrengen en dient dus vermeden te worden. Een afstand van minstens 4 m tov de zijdelingse grenzen zal deze hinder bij het bouwen van een maximaal volume beperken.
Agentschap voor Natuur en Bos werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie bracht op 23 december 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Het boscompensatievoorstel wordt goedgekeurd met inbegrip van haar voorwaarden op het gebied van compenserende maatregelen en dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning.
Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
- Artikel 90bis Bosdecreet van 13.06.1990
- Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001
Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:
-De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 25-217627.
- De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1800 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
- De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage.
- De bosbehoudsbijdrage van 20.700,00 euro dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning, gestort te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.
- De bomen mogen niet gerooid worden in de periode van 15 maart tot en met 30 juni (schoontijd).
Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.
Fluvius werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie bracht op 24 november 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
● De loten mogen pas worden verkocht wanneer de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen door Mevrouw Monique Van Eeckhout werd ondertekend voor akkoord en vervolgens de facturen m.b.t. deze offerte vereffend zijn. U wordt hiervan in kennis gesteld van zodra de voorwaarden voldaan zijn. Het volledige projectreglement kunt u raadplegen op www.fluvius.be of op eenvoudig verzoek aanvragen.
Proximus werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie besliste op 5 december 2025 geen advies uit te brengen.
De Watergroep werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie bracht op 27 november 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:
Advies ACCA
Volledig gunstig met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaand betaald worden:
● een forfaitaire kost per bebouwbare kavel;
● een studiekost per project.
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen. Vervolgens zal de gemeente, cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
Advies Riopact
Volledig gunstig advies met voorwaarden.
In het advies worden volgende specifieke voorwaarden opgelegd:
● Er dient aangesloten te worden op de private riolering die aangelegd werd voor de woningen 2A, 2B en 2C. Er zijn geen dieptes gekend van deze riolering. Deze dient ter plaatse nagegaan te worden. Er dient voor de aansluiting toestemming gevraagd te worden aan de eigenaar van de private riolering (het betreft geen openbare riolering in eigendom van de gemeente).
● De diameter van de regenwateraansluiting moet 160 mm bedragen.
● De diameter van de afvalwateraansluiting moet 160 mm bedragen.
Er dient eveneens rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden:
● Afvalwater en hemelwater moeten volledig gescheiden worden. Wanneer wordt aangesloten op een gemengde leiding, gebeurt het samenbrengen van afvalwater- en hemelwaterafvoer op max. 50 cm van elkaar ter hoogte van het openbaar domein. Er dient op beide aansluitingen een externe toezichtmogelijkheid (huisaansluitputje) voorzien te worden.
● De aansluiting dient te worden aangeboden met een diepte van 80 cm onder het straatniveau.
● De zone is gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Bij het bouwen in een zone die gelegen is in overstromingsgevoelig gebied, is het van belang dat er voldoende aandacht wordt besteed aan waterveilig bouwen en aan het bewaren en herstellen van de ruimte voor water (bv overstroombare kelders, bouwen op palen,...). Verder dient er ook een advies verkregen te worden via de waterloopbeheerder en dient er rekening gehouden te worden met de voorwaarden volgend uit de watertoets.
● Gravitaire kelderaansluitingen zijn niet toegelaten bij nieuwbouw.
● Indien afvoerpunten van het gebouw lager gelegen zijn dan het straatniveau dient de aansluiting beveiligd te worden tegen terugstroming. Dit kan door aan te sluiten via een terugslagklep of pomp. Een terugslagklep dient in het private leidingenstelsel geplaatst te worden en niet in de infrastructuur van de rioolbeheerder.
● Alvorens een verkoopbaarheidsattest kan worden afgeleverd dient aan alle voorwaarden te worden voldaan.
● De aansluiting op de openbare riolering dient steeds te gebeuren door Riopact, voor de aanvraag van uw rioolaansluiting verwijzen wij graag naar onze website www.riopact.be, 'Rioolaansluiting aanvragen'. Let op, er dient per perceel een aparte aanvraag ingediend te worden, met als bijlage het rioleringsplan met aanduiding van de aangevraagde rioolaansluitingen.
● Bij het ontwerp en de uitvoering van de werken dient rekening te worden gehouden met het 'Reglement Ontwikkelingen met impact op de rioleringsinfrastructuur' van Riopact. In voorkomend geval kan De Watergroep nog een advies indienen dat betrekking heeft op de distributieleidingen voor drinkwater en op de bescherming van de drinkwaterbronnen.
Er dient voldaan te worden aan volgende algemene voorwaarden:
● Binnen het verkavelingsdossier wordt geen nieuwe wegenis met riolering aangelegd.
● Het aangeleverde advies heeft enkel betrekking op de verkavelingsvergunning zelf. Op perceelsniveau dient er nog steeds te worden voldaan aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater. Wanneer de rioleringsplannen van de geplande bebouwing(en) zijn opgemaakt, dienen deze te worden overgemaakt ter controle en advies voor aansluiting op de riolering. Het is aangewezen diameters, dieptes en hellingen mee op de plannen te zetten, alsook de aan te sluiten verharde oppervlaktes. Daarnaast is het ook aangewezen een aanstiplijst hemelwater toe te voegen aan deze nieuwe adviesaanvraag.
● Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.
● Indien er een bemaling wordt opgezet moet het bemalingswater bij voorkeur ter plaatse infiltreren. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden aangesloten op oppervlaktewater of een RWA leiding. Pas als de bovenstaande opties technisch niet haalbaar zijn mag er geloosd worden op een afvalwaterleiding. Hiervoor moet een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners indien het debiet >10 m³/u.
● Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be
De Vlaamse Milieumaatschappij werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie bracht op 19 december 2025 een gunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:
De VMM heeft in het kader van de watertoets geen opmerkingen bij de aanvraag.
Als aandachtspunt willen we alvast meegeven dat individuele woningen moeten ontworpen worden rekening houdend met de volgende aandachtspunten:
● hemel- en afvalwaterafvoer worden gescheiden aangelegd;
● de hemelwaterafvoer moet voldoen aan de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater (GSV).
Wyre werd om advies verzocht op 17 november 2025. De adviesinstantie bracht op 20 november 2025 een gunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:
Wij zijn nagegaan welke aanpassing van de infrastructuur van Wyre nodig is om de loten uit deze verkavelings- of bouwaanvraag te kunnen aansluiten.
Hieruit blijkt dat de nodige infrastructuur op openbaar domein al aanwezig is en dat er geen uitbreiding van het Wyre netwerk dient te gebeuren. Er wordt van ons geen verdere voorwaarde opgelegd.
Deze vaststelling omvat niet de aftak- en aansluitkosten van de abonnee. Deze worden met de latere abonnee verrekend.
Aanvragen tot het verplaatsen van bestaand apparatuur zullen aan de aanvrager aangerekend worden.
Het interne advies van de coördinator groen en proper werd verzocht op 2 december 2025. De coördinator bracht op 17 december 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Om te streven naar een optimaal behoud van de bestaande bomen kunnen de kavels dichter bij de private bedieningsweg worden gebracht en bij de inrichting van deze kavels is het wenselijk om de bebouwing zo dicht mogelijk bij de toegangsweg in te planten. Eveneens dient men bij de inplanting van de carports/garages rekening te houden met de bomen in de voortuinstrook om zoveel mogelijk bomen te vrijwaren. Dit kan door deze aaneen te schakelen en 1 toegangsweg aan te leggen richting de private bedieningsweg in plaats van 2 aparte opritten. Zo kunnen de bomen met nummers 2, 4, 5, 7 en 8 alsnog behouden blijven.
Voor boscompensatie in natura op gemeentelijke gronden is niet onmiddellijk een locatie ter beschikking om aan te planten waardoor akkoord gegaan wordt met een compensatie door het leveren van een financiële bijdrage bij ANB.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.a. Planologische toets
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het RUP Gavers voor het gedeelte gelegen binnen het plangebied van het RUP gezien slechts een heel beperkte oppervlakte van het perceel, nl. een zone van +/- 10 m op 10 m in de zuidoostelijke hoek van het perceel, gelegen is binnen het RUP, er geen gebouwen voorzien worden binnen deze zone en de toegangsweg naar de loten met een minimale breedte van 5 m reeds gerealiseerd is.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het BPA Gavers, wijziging C. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De aanvrager vraagt in zijn motivatienota volgende afwijkingen aan:
Plan schrijft voor: | ontwerp voorziet: |
Kavelbreedte voor vrijstaande woningen is minimaal 18 m | Kavelbreedte 16,37 m en 16,39 m |
Geen draadafsluiting mogelijk als afsluiting | Open draadafsluiting mogelijk met max. hoogte 2m |
Bij iedere nieuwbouw minstens 1 garage en 1 parkeerplaats mogelijk | 2 autostaanplaatsen op eigen terrein met keuzevrijheid in welke vorm (open of overdekt) |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien de hoofdbestemming wonen betreft en het maximaal volume van de woning en het bijgebouw overgenomen wordt in de verkavelingsvoorschriften.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op kavelbreedte van de percelen zodat een afwijking kan overwogen worden. De totale breedte van de 2 loten bedraagt 32,80 m, waardoor een opsplitsing in 2 loten of het behoud van 1 lot hoe dan ook een afwijking betreft. Gezien de watergevoeligheid van het perceel en de aanwezigheid van kwaliteitsvolle hoogstammige bomen, lijkt een afwijking in de richting van een breder perceel meer aangewezen dan een afwijking voor een beperktere kavelbreedte.
De afwijking heeft vervolgens betrekking op het soort afsluiting. Een open draadafsluiting vormt ruimtelijk geen enkel probleem, er worden tijdens het openbaar onderzoek hierover ook geen opmerkingen geformuleerd, waardoor deze afwijking aanvaardbaar is.
De afwijking gaat ten slotte over de vorm van parkeren op eigen terrein. Het BPA voorziet minstens 1 overdekte autostelplaats en 1 autostelplaats, daar waar de verkavelingsvoorschriften 2 autostaanplaatsen voorzien. Gezien het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein gelijk blijft, doet dit gewijzigde voorschrift geen afbreuk aan de intentie van het BPA. Er wordt voldoende parkeerruimte voorzien op eigen terrein, aldus is deze afwijking aanvaardbaar.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De verkavelingsaanvraag omvat geen aanleg van nieuwe verkeerwegen noch tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijk verkeerswegen. Een beslissing van de gemeenteraad is bijgevolg niet nodig.
Uit de adviezen blijkt dat er aanpassingen nodig zijn aan de infrastructuur ifv een volledige uitrusting van de weg.
Er is een uitbreiding nodig voor de netten van Fluvius en de netten van het drinkwaternet. De aansluiting van de riolering dient te gebeuren op de private riolering waarvoor toestemming noodzakelijk is.
In het advies van Riopact is opgenomen dat het verkoopbaarheidsattest pas zal afgeleverd worden nadat de verkavelaar voldaan heeft aan alle financiële en contractuele verplichtingen opgelegd door de watergroep en Riopact.
In het advies van Fluvius is opgenomen dat de loten pas verkocht mogen worden als de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen ondertekend werd voor akkoord door de verkavelaar en vervolgens de facturen mbt deze offerte vereffend zijn.
Dit dient bijgevolg als voorwaarde opgenomen te worden bij afgifte van de vergunning.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
7.b. Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1ha).
Een deeltje van lot 3 (deel van de vijver) ligt in een fluviaal overstromingsgevoelig gebied 2023. Het lot 1 ligt grotendeels in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied 2023 en het lot 2 ligt deels in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied, beiden met kleine kans op overstromingen onder klimaatverandering. De bouwkaders op de beide loten zijn voor lot 1 volledig en voor lot 2 grotendeels gelegen in dit overstromingsgevoelig gebied.
Aangezien er geen nieuwe wegenis aangelegd wordt, moeten er in de verkaveling geen collectieve voorzieningen geïnstalleerd worden. Anderzijds is het van belang dat bij het bouwen van de woningen, aandacht wordt besteed aan waterveilig bouwen en het bewaren en herstellen van de ruimte voor water. Per lot zal voldaan moeten worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
In de voorschriften zijn een aantal bepalingen opgenomen die belangrijk zijn in het kader van de watertoets:
● De helft van de voortuin verhard kan worden.
● Nieuwe verhardingen dienen aangelegd met waterdoorlatende materialen of materialen toegepast met een brede voeg.
● Waterdichte vlakken zijn enkel toegestaan voor verharding van de terrassen (max. 30 m²) mits ze afwateren in de naastliggende bodem en mits onmiddellijke bezinking mogelijk is.
● De vloerpas van de woningen en bijgebouw moet op 15,10 TAW gerealiseerd worden zodat er geen water in de woning/bijgebouw kan komen.
● Kelderverdieping is toegelaten
● Er moet voldoende aandacht besteed worden aan waterveilig bouwen en het bewaren en herstellen van de ruimte voor water (bvb overstroombare kelder, bouwen op palen, voorzien compenserend volume, …).
● Het bestaande reliëf moet zoveel mogelijk gerespecteerd worden en enkel beperkte reliëfwijzigingen in het kader van toegankelijkheid van de woningen kunnen gerealiseerd worden, indien geen wateroverlast veroorzaakt wordt naar de aanpalende percelen. Daarnaast dienen eventuele ophogingen binnen overstromingsgevoelig gebied gecompenseerd te worden.
In de voorschriften zijn mogelijkheden opgenomen tot verharden en ophogen, tot het plaatsen van kelders en wordt het vloerpas vastgelegd op een hoogte van 15,10 TAW wat op sommige plaatsen tot 50 à 70 cm boven het maaiveld komt te liggen. Deze bepalingen hebben impact op de watertoets. Gezien het lot 1 nagenoeg volledig in pluviaal overstromingsgevoelig gebied gelegen is en de niet overstromingsgevoelige zone deels ingenomen wordt door het bijgebouw en de bouwzone van lot 2 ook grotendeels in de overstromingsgevoelige zone gelegen is, is het wenselijk om op het niveau van de verkaveling duidelijkheid te hebben op de manier van overstromingsveilig bouwen, de manier van compenseren en de overgang/opvang hoogteverschil naar de aanpalende eigendommen toe.
Deze bepalingen zijn belangrijk ikv de watertoets zodat ze verordenend opgelegd dienen te worden. Gezien momenteel deze info op het niveau van de verkaveling niet voorhanden is, is het moeilijk te oordelen over eventuele schadelijke effecten op de plaatste waterhuishouding en is de watertoets bijgevolg negatief.
Een gewijzigde inplanting van de bouwzones, het voorzien van een gemeenschappelijke toegang en een specifieke aanduiding van de zone voor compensatie van de reliëfwijziging zou ervoor zorgen dat de verharding en de daarbij horende reliëfwijziging op het perceel beperkter kan en dat duidelijkheid ontstaat over de ruimte noodzakelijk voor de compensatie.
7.c. Mer-screening
De bouwaanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december, meerbepaald rubrieknummer 10b stedelijke ontwikkeling
In navolging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 (BS 29 april 2013) dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage III bij het project-m.e.r.-besluit).
De mer-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket.
Hierbij werden enkel de mogelijke effecten van het project op de mobiliteit onderzocht, zonder rekening te houden met de mogelijke effecten op op het watersysteem, luchtkwaliteit, geluid, trillingen, biodiversiteit, … Door het rooien van het bos en de noodzakelijke reliefwijzigingen bij een bouwproject kan het verkavelen van het perceel een impact hebben op luchtkwaliteit, het watersysteem en de biodiversiteit. In de screening zijn deze elementen beperkt opgenomen maar onvoldoende onderzocht.
7.d. Natuurtoets
De aanvraag gaat gepaard met het ontbossen van het perceel. Dergelijke ontbossing heeft impact op het klimaat, niet enkel door de captatie en opslag van CO2, maar ook door het verkoelende effect van verdamping en het vrijstellen van vluchtige stoffen die een rol spelen in een wolkformatie en regenpatronen. De ontbossing heeft eveneens een negatieve impact op de aanwezige biodiversiteit. Voor de ontbossing werd advies gevraagd aan ANB die een voorwaardelijk gunstig advies uitbracht.
7.e. Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.f. Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.g. Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.h. Milieuaspecten
Niet van toepassing
7.i. Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het verkavelen van een stuk grond in functie van woningbouw. Gelet op de functies aanwezig in de omgeving past woningbouw zich functioneel in.
Inplanting, ruimtegebruik en bouwvolume
Het te verkavelen perceel is op vandaag bebost. De inplanting van de bouwkaders en de verdeling in kavels houdt helemaal geen rekening met de bestaande (waardevolle) bomen. Het inschrijven in de voorschriften dat de bomen zo veel als mogelijk behouden moeten blijven, terwijl minstens 22 bomen moeten gerooid worden ifv het bouwen van woning en bijgebouwen, is ruimtelijk niet aanvaardbaar.
Voor het terrein werd een bomeninventaris opgemaakt, de inventaris van de onderbeplanting ontbreekt. Deze inventaris beschrijft enkel de sierwaarde van de bomen, terwijl bomen niet enkel te waarderen zijn omwille van het sierwaarde, maar te behouden zijn omwille van hun bijdrage aan de biodiversiteit, hun vermogen om lucht te zuiveren en klimaatregulatie.
Uit de bomeninventaris blijkt dat ifv het bouwkader op kavel 2 er 7 waardevolle en gezonde groene beuken gerooid zouden moeten worden. Ook andere inheemse bomen, zoals paardenkastanjes, tamme kastanjes, elzen, appel- en kersenbomen zouden moeten gerooid worden. Bij de inplanting van bouwkaders is het aangewezen om rekening te houden met de aanwezige bomen en niet eenvoudig weg te gaan voor de meest eenvoudige indeling en opdeling van het perceel. De opdeling houdt geen rekening met de specifieke eisen van dit waterzieke en beboste terrein en getuigt van weinig creativiteit om van dit waardevolle perceel een mooie woonontwikkeling te maken.
Met de goedkeuring van RUP Gavers en het voorzien van een private weg ter ontsluiting van de tuinzone van woning Pontstraat 18, werd bouwen in een 2e bouworde en aldus palend aan de weg, mogelijk gemaakt. Dit doet een bijdrage aan het verhogen van de densiteit in de kern van de gemeente en voldoet ook aan de bepalingen van de BGO ‘kernverdichting’ waarbij een dichtheid van 25 woningen/ha gerealiseerd kunnen worden.
Echter kan een verdichting slechts aanvaard worden wanneer er in de voorschriften voldoende garanties ingebouwd worden om de impact van de nieuwe woningen op het woongenot van de aanpalende percelen te garanderen en voldoende rekening gehouden wordt met de bestaande toestand en de bestaande kwaliteiten van de eigendom, in deze de impact op het bestaande groen en de impact op de waterhuishouding.
Bij het bouwen in 2e bouworde is de inplanting en het volume van het hoofdgebouw doorslaggevend om al dan niet een positieve bijdrage te leveren aan de integratie in de omgeving. De bouwkaders worden voorzien op een afstand van 3 m tov de zijdelingse kavelgrenzen. Met een maximaal volume waarbij de maximale kroonlijst 6,50 m en de nokhoogte max. 10 m bedraagt, is een minimale afstand van 4 m tov de zijkavelgrenzen noodzakelijk om hinder te beperken.
Het verkavelingsontwerp en de bijhorende voorschriften bieden onvoldoende garanties dat bij toekomstige ontwikkeling ervan de hinder naar de omgeving toe beperkt zal blijven, meer nog, de hinder bij ontwikkeling is reëel en onwenselijk.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Ten gevolge van het verkavelen van het perceel, zal een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De verkeersaantrek zal gezien enkel een woonfunctie mogelijk is, beperkt blijven.
Het ontwerp voorziet voor beide kavels een carport in de rechter vrije zijstrook. Gezien de specifieke inplanting van de bouwkaders vraagt deze inplanting heel wat extra verharding. Daarnaast is het wenselijk dat het parkeren en de aansluiting op de bestaande weg goed onderzocht wordt. Denk hierbij aan het voorzien van collectief parkeren en/of een volwaardige aansluiting op de bedieningsweg of een gebundelde oprit. Dit dient nog eens verder onderzocht te worden.
Groen- en omgevingsaanleg:
Met ten westen de beboste omgeving van de schoolomgeving en het bos op het te verkavelen perceel zelf, kenmerkt het groen de leefomgeving. In functie van het verkavelen van de grond en de specifieke inplanting van de bouwzones, dienen heel veel hoogstammige bomen gerooid te worden. Echter kan, mits een gewijzigde en beter doordachte inplanting van de bouwvolumes een groot deel van de bomen behouden blijven. Het behoud van enkele hoogstammige bomen zal niet alleen een bijdrage leveren aan het behoud van de biodiversiteit, maar ook aan de leefkwaliteit van alle omwonenden.
Gezien de watergevoeligheid van de grond dient elke reliëfwijziging vermeden te worden en verharding beperkt te worden tot het minimum. Het is aangewezen dat de noodzakelijke compensatie duidelijk voorzien wordt in de aanvraag zodat er voldoende garanties zijn dat de compensatie per lot kan gerealiseerd worden en dat er hiervoor geen extra bomen moeten gerooid worden.
Teneinde wateroverlast in de woningen te vermijden, dient de woning en woningbijgebouw die zich achteraan het perceel bevindt op een TAW van 15,10 m voorzien te worden. Dat betekent een ophoging van 0,30 tot 0,50 m (beperkt 0,70 m). Het hoger bouwen van de woning houdt ook in dat de tuinzone rondom zich hierop moet aanpassen. In functie van het volwaardig ontsluiten van lot 1 zal niet enkel het reliëf sterk gewijzigd moeten, maar dient ook heel wat extra verharding te worden voorzien. Het is, gezien de watergevoeligheid van het perceel aangewezen om specifieke voorschriften op te nemen mbt de inrichting van de voortuinstrook. Het opleggen van een maximale verhardingspercentage van 50 % overschrijdt ruimschoots het toelaatbare, de aanplant van hoogstammige bomen en ander groen maken deel uit van de inrichtingsvoorschriften.
In de verkaveling wordt aangegeven dat reliëfwijzigingen beperkt moeten blijven en wordt hiervoor verwezen naar toekomstige omgevingsvergunningen zonder onderzoek te voeren naar de impact hiervan op het perceel zelf en de omliggende percelen. Het is wenselijk dat bij het verkavelen van de gronden grondig onderzocht wordt waar het hoofdvolume ingeplant kan worden waarbij de reliëfwijziging tot een minimum kan beperkt worden. Hierbij dient ook de impact op de aanpalende percelen onderzocht te worden en kan dit alles correct vertaald wordt in voorschriften.
Conclusie
Het ontwerp is niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg onder meer gezien een aantal elementen ter beoordeling doorgeschoven worden naar de latere omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen.
Een oplossing zou erin kunnen bestaan dat geopteerd wordt voor het realiseren van de 2 woningen in een groepswoningbouwproject waarbij het ontwerp van de woningen afgestemd is op het bestaande bomenareaal en waarbij reeds zicht is op het overstromingsveilig bouwen in plaats van het eerst aanvragen van een verkaveling.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich echter onvoldoende in in de betrokken omgeving.
7.j. Resultaten openbaar onderzoek
Het bezwaar werd tijdig ingediend waardoor het ontvankelijk verklaard wordt.
Omtrent het ingediende bezwaarschrift wordt voorgesteld het volgende standpunt in te nemen:
Gegrond.
De voorschriften voorzien een vloerpas van de woning en het bijgebouw van 15,10 m TAW, voorzien dat reliëfwijzigingen enkel mogelijk zijn in functie van de toegang tot de woning en dat er voldoende aandacht dient te worden besteed aan waterveilig bouwen en het bewaren en herstellen van de ruimte voor water. De exacte inplanting en reliëfwijziging zal weliswaar deel uitmaken van een afzonderlijke vergunning en daar dan ook onderzocht worden. Het lijkt noodzakelijk dat er enkele aanvullende voorschriften komen om de impact op de omgeving te beperken en dat dit op verkavelingsniveau uitgeklaard wordt.
Daarnaast kan de suggestie mbt verbod op keermuren en andere constructies op de perceelsgrens meegenomen worden in de voorschriften.
Ongegrond
Vanuit zorgplicht, vastgesteld in het natuurdecreet, stelt dat bij elke ingreep die mogelijk een negatief effect kan hebben op natuurlijke habitats of soorten, het verplicht is om alle redelijke maatregelen te nemen om de schade van de ingreep te vermijden, beperken of herstellen.
Bij een natuurtoets wordt gekeken of het project vermijdbare schade aanricht aan natuur in de brede zin en welke flankerende maatregelen genomen kunnen worden. Hierbij wordt voornamelijk gefocust op projecten waarbij de impactscore op stikstof hoger dan 1 % ligt, het project in de nabijheid van een habitatrichtlijngebied of vogelrichtlijngebied ligt.
De site wordt conform de biologische waarderingskaart als een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen gequoteerd.
In de MERscreening biodiversiteit wordt zowel de impact van het ontbossen als de impact op de stikstofemissie onderzocht.
○ Inplanting carports past zich niet in in de korrel van de onmiddellijke omgeving. Er wordt voorgesteld om carports toe te laten binnen het bouwkader, enkel toe te laten in de voortuinzone ofwel deze te bundelen tussen beide woningen.
○ De woningen in de omgeving zijn opgetrokken in een 2e bouwlijn, hebben een residentieel karakter binnen een parkachtige omgeving en zijn opgetrokken met 1 bouwlaag en hellend dak. De voorschriften voorzien een inplanting van het hoofdvolume die in overeenstemming is met de inplanting van de woningen in de directe omgeving, een maximaal volume van 2 bouwlagen, een vrije dakvorm, bouwdiepte tot 18 m op het gelijkvloers en 15 m op het verdiep en een afstand van min. 3 m tov zijdelingse perceelsgrenzen.
Het maximale volume wijkt af van wat gangbaar is in de directe omgeving. Een dergelijke inplanting volume zal ook heel wat hinder (schaduw, privacy) met zich meebrengen en dient dus vermeden te worden. Een afstand van minstens 4 m tov de zijdelingse perceelsgrenzen.
Gegrond
De inplanting van de carports zorgt ervoor dat de te verharden oppervlakte sterk versnipperd wordt. Een andere inplantingsplaats is aangewezen.
Ook wat betreft de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen is het aangewezen dat bij het bouwen van een volume met 2 bouwlagen, een vrije zijtuinstrook wordt voorzien van 4 m en dit minstens naar percelen gelegen langs de buitenste grenzen van de verkaveling.
7.k. Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.l. Bespreking adviezen
Het Agentschap Natuur en Bos bracht een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het boscompensatievoorstel maakt integraal deel uit van de aanvraag en de opgenomen voorwaarden dienen gelet op de expertise en de wettelijke basis overgenomen te worden bij afgifte van een vergunning.
De Vlaamse milieumaatschappij formuleerde in het advies en aantal aandachtspunten. Gelet op de expertise van de adviesinstantie worden deze overgenomen.
Het advies van de coördinator groen en proper gaat uit van het behoud van een aantal bomen. Dit werd verwerkt in het hoofdstuk toetsing goede ruimtelijke ordening.
De opmerkingen van de nutsmaatschappijen werden behandeld in het onderdeel ‘Wegenis’.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij standpunt van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en verleent de omgevingsvergunning voorwaardelijk gunstig, met integrale naleving van onderstaande voorwaarden en gelet op:
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Natuur en Bos, inclusief volledige overname van het goedgekeurde boscompensatievoorstel (art. 90bis Bosdecreet) en de bosbehoudsbijdrage van € 20.700,00.
● Het gunstig advies van de Vlaamse Milieumaatschappij in het kader van de watertoets.
Aan volgende voorwaarden moet voldaan worden:
● Het plaatsen van specifieke constructies zoals keermuren op perceelsgrenzen zijn verboden.
● Het bestaande reliëf moet zoveel mogelijk gerespecteerd worden en enkel beperkte reliëfwijzigingen in het kader van toegankelijkheid van de woningen kunnen gerealiseerd worden, indien geen wateroverlast veroorzaakt wordt naar de aanpalende percelen. Daarnaast dienen eventuele ophogingen binnen overstromingsgevoelig gebied gecompenseerd te worden.
● Vloerpas hoofd- en bijgebouwen op 15,10 mTAW, conform waterveilig bouwen.
● Nieuwe verhardingen in voor- en zijtuinstroken volledig in waterdoorlatend materiaal.
● Afstand tot zijdelingse perceelsgrens:
○ 4 m bij 2 bouwlagen (plat dak).
○ 3 m bij 1 bouwlaag + hellend dak.
● Carports worden uitgesloten van de vergunning voor zowel kavel 1 als kavel 2.
● Bijgebouwen enkel binnen voorziene bouwzones.
● Verkoop van kavels kan pas na uitvoering/akkoord van de nutsmaatschappijen.
● De hemelwaterafvoer moet voldoen aan de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater (GSV), conform advies van VMM.
● Alle voorwaarden van Fluvius, Riopact, De Watergroep en Wyre dienen volledig te worden nageleefd.
● De voorwaarden geformuleerd in het advies van ANB moeten strikt nageleefd worden.
Het college is overtuigd dat de aanvraag in overeenstemming gebracht wordt met de VCRO en de goede ruimtelijke ordening, mits het naleven van bovenstaande voorwaarden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan mevrouw Monique Van Eeckhout wonende Pontstraat 18 te 8540 Deerlijk, voor het ontbossen van een deel van het perceel en verkavelen van een perceel in twee loten voor vrijstaande woningen, op een perceel gelegen Generaal Deprezstraat 2E, 2F en Pontstraat 18 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 119 S mits te voldoen aan volgende voorwaarden:
● Het plaatsen van specifieke constructies zoals keermuren op perceelsgrenzen zijn verboden.
● Het bestaande reliëf moet zoveel mogelijk gerespecteerd worden en enkel beperkte reliëfwijzigingen in het kader van toegankelijkheid van de woningen kunnen gerealiseerd worden, indien geen wateroverlast veroorzaakt wordt naar de aanpalende percelen. Daarnaast dienen eventuele ophogingen binnen overstromingsgevoelig gebied gecompenseerd te worden.
● Vloerpas hoofd- en bijgebouwen op 15,10 mTAW, conform waterveilig bouwen.
● Nieuwe verhardingen in voor- en zijtuinstroken volledig in waterdoorlatend materiaal.
● Afstand tot zijdelingse perceelsgrens:
○ 4 m bij 2 bouwlagen (plat dak).
○ 3 m bij 1 bouwlaag + hellend dak.
● Carports worden uitgesloten van de vergunning voor zowel kavel 1 als kavel 2.
● Bijgebouwen enkel binnen voorziene bouwzones.
● Verkoop van kavels kan pas na uitvoering/akkoord van de nutsmaatschappijen.
● De hemelwaterafvoer moet voldoen aan de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater (GSV), conform advies van VMM.
● Alle voorwaarden van Fluvius, Riopact, De Watergroep en Wyre dienen volledig te worden nageleefd.
● De onderstaande voorwaarden geformuleerd in het advies van ANB moeten strikt nageleefd worden:
■ De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 25-217627.
■ De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1800 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
■ De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage.
■ De bosbehoudsbijdrage van € 20700.00 dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning, gestort te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.
■ De bomen mogen niet gerooid worden in de periode van 15 maart tot en met 30 juni (schoontijd).
■ Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
D.4. Overdracht van niet-aangerekende kredieten uit 2025 naar 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de overdracht van niet-aangerekende kredieten uit 2025 naar 2026, goed te keuren.
Motivering
In het jaar 2025 van het meerjarenplan 2020-2025 zijn een aantal kredieten niet aangerekend. Deze ongebruikte kredieten kunnen geheel of gedeeltelijk overgedragen worden naar 2026.
In bijlage bevindt zich een overzicht van de voorgestelde ongebruikte kredieten. Het betreft in totaal 2.148.524,00 euro ongebruikte uitgavenkredieten en 5.010.442,00 euro ontvangstenkredieten.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: Art. 258 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de overdracht van niet-aangerekende kredieten van 2025 naar 2026, zoals opgelijst in de bijlage, goed te keuren.
Zitting van CBS van 25 FEBRUARI 2026
D.5. VT - langdurige afwezigheid technieker - vervanging - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke vervanging van Wouter Vandebuerie binnen de vrijetijdsdienst, naar aanleiding van een langdurige afwezigheid wegens een knieoperatie, vanaf eind april voor een periode van minstens drie maanden.
Motivering
Wouter Vandebuerie zal vanaf eind april voor minstens drie maanden uitvallen wegens een knieoperatie. Wouter Vandenbuerie vervult een belangrijke rol binnen de vrijetijdsdienst en draagt bij aan zowel de dagelijkse werking van het OC en de drie buurthuizen als aan de technische ondersteuning van activiteiten en voorstellingen van de verenigingen (zowel overdag, ’s avonds als in het weekend).
Team en rolverdeling
Het team van de vrijetijdsdienst bestaat uit drie personen:
● Wouter Vandebuerie – fulltime, verantwoordelijk voor dagelijkse taken én technische ondersteuning (geluid en belichting) tijdens voorstellingen en activiteiten;
● Delphine Bettens – fulltime, verantwoordelijk voor dagelijkse taken én technische ondersteuning (geluid en belichting) tijdens voorstellingen en activiteiten;
● Claude Coppens – deeltijds, niet-technieker, werkt niet op woensdag; kan enkel ondersteunen bij dagelijkse taken.
● Henk Vandercruyssen – niet meer beschikbaar vanaf eind april 2026 omdat hij met pensioen gaat.
Taken
● Agendabeheer samen met vrijetijdspunt
● Het op punt zetten en controleren van zalen voor activiteiten en evenementen
○ podium plaatsen
○ locaties voorzien van nodige tafels, stoelen, materialen (borden, bestek, glazen, frigo’s …)
○ locaties voorzien van het nodige mediamateriaal
○ materialen opnieuw aanvullen
○ …
● Drankbeheer
○ Stock tellen en controleren
○ Frigo's aanvullen in de verschillende locaties
○ Drank bestellen bij leveranciers
● Overleg met verantwoordelijken van verenigingen
● Sleutelbeheer naar huurders toe
● Technische ondersteuning van vrijwilligers en verenigingen tijdens hun activiteiten
● Kleine herstellingen in de gebouwen
● Kleine aankopen doen in functie van het gebouw en gemeentelijke activiteiten
● Zalen klaarzetten in functie van gemeentelijke recepties
● Taken op afroep van andere gemeentelijke diensten
○ Buur(t)tafel
○ Museum
○ Archief
○ …
● Ondersteuning bij grotere evenementen (bv. Café Congé, Kerstcorrida, Midzomermarkt …)
○ Foorkasten
○ Podium in orde brengen
○ Indien nodig herassen en nadars plaatsen
○ …
● Geluid en belichting opzetten en bedienen, ook ’s avonds en in het weekend
● Technische ondersteuning tijdens evenementen, ook ’s avonds en in het weekend
Afwisselend schema voor avond- en weekenddiensten
Wouter Vandebuerie en Delphine Bettens werken overdag voltijds. Voor extra diensten ’s avonds en in het weekend wisselen zij elkaar wekelijks af: de ene week is Wouter Vandebuerie van dienst, de andere week Delphine Bettens. Delphine Bettens kan tijdelijk een extra weekend overnemen, maar structureel extra weekends opnemen veroorzaakt overuren die later gerecupereerd moeten worden, waardoor het team tijdens de week onderbemand zal zijn.
Probleemstelling
● Zonder tijdelijke vervanging kan Delphine Bettens op woensdag de taken niet alleen uitvoeren. Sommige werkzaamheden, zoals het opbouwen van het podium of het klaarzetten van zalen, zijn niet eenvoudig om door één persoon te doen. Als Delphine Bettens ziek zou zijn, is er bovendien niemand aanwezig.
● Het wegvallen van Wouter Vandebuerie creëert een capaciteitstekort, waardoor sommige dagelijkse en fysieke taken niet voldoende kunnen worden uitgevoerd.
● Delphine Bettens kan niet structureel extra weekends overnemen want dit veroorzaakt overuren die later gerecupereerd moeten worden, waardoor het team tijdens de week onderbemand zal zijn.
Voorstel vervangingen
● Dagelijkse taken: voorzien van een tijdelijke vervanger volgens onderstaand schema:
○ Iedere voormiddag van 08.00 tot 12.00 uur.
○ Op woensdag een volledige dag van 08.00 tot 16.00 uur.
○ De tijdelijke vervanger kan volledig meedraaien in alle dagelijkse taken en kan, indien nodig, ook eens ingeschakeld worden in het weekend voor de dagelijkse taken (zoals Claude Coppens nu kan), zodat niemand overbelast wordt door extra weekendwerk.
● Weekend en avonddiensten:
○ Delphine Bettens kan af en toe een extra weekend opnemen, maar te veel extra weekends zorgen voor overuren die later moeten worden gerecupereerd.
○ Claude Coppens of de vervanger kan bijspringen voor sommige dagelijkse taken (bijvoorbeeld drank aanvullen, stock tellen), maar kan geen technische taken (geluid, licht, podiumopbouw) overnemen.
○ Omdat Delphine Bettens niet elk weekend beschikbaar is – ook door gepland verlof – is het noodzakelijk om voor de technische ondersteuning een externe dienst in te schakelen.
Op voormelde manier blijft de dagelijkse werking van het OC en de drie buurthuizen gegarandeerd, kunnen verenigingen blijven rekenen op de nodige technische ondersteuning, en wordt het team tijdens de week voldoende versterkt om overbelasting en risico’s op uitval te voorkomen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de langdurige afwezigheid van Wouter Vandebuerie wegens medische redenen, vanaf eind april voor een periode van minstens drie maanden.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen keurt de tijdelijke vervanging goed voor de dagelijkse werking binnen de vrijetijdsdienst voor het OC en de drie buurthuizen, meer bepaald:
● ondersteuning tijdens de voormiddagen van 08.00 uur tot 12.00 uur;
● een volledige werkdag op woensdag van 08.00 uur tot 12.00 uur en van 13.00 uur tot 16.00 uur.
De vervanger wordt ingezet voor de dagelijkse logistieke en ondersteunende taken en kan, indien nodig, ook worden ingeschakeld voor weekendondersteuning voor niet-technische taken.
Artikel 3
Voor de technische ondersteuning (geluid en belichting) tijdens avond- en weekendactiviteiten, waarvoor interne opvang niet mogelijk is, wordt goedkeuring verleend om beroep te doen op een externe firma.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.