Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 14 oktober 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 14 oktober 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 14 oktober 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.2. Onderhoudscontract A.S.T.R.I.D.-installatie De Beuk en De Kim - goedkeuring - gunning
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.3. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Imog - besluitenlijst van de raad van bestuur van 8 oktober 2026
● Imog - notulen van de raad van bestuur van 10 september 2026
● Imog - notulen van de raad van bestuur van 24 september 2026
● Vivus - beknopt besluitenverslag van 25 augustus 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.4. Sport - samenwerking met studenten Artevelde Hogeschool - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de samenwerking met drie studenten van de Artevelde Hogeschool.
Motivering
Drie studenten van de Artevelde Hogeschool hebben contact opgenomen met de sportdienst voor hun stage met betrekking tot hun studievak Innoveren & ondernemen. Samen met de sportfunctionaris is er gekeken hoe zij hun stage een waardevolle invulling kunnen geven en een meerwaarde kunnen betekenen voor de sportdienst en bij uitbreiding voor de gemeente Deerlijk.
In samenspraak is er besloten het project 'Olieberg' als studieobject te nemen. Hiervoor zouden de studenten volgende zaken ondernemen:
● bepaling stakeholders;
● opstellen bevraging bij populatie;
● afnemen bevraging online / bevraging aan site zelf en lokale school;
● opzoekingswerk rond subsidiemogelijkheden;
● op basis van bevraging en subsidiemogelijkheden 5 projecten voorstellen aan de dienst vrije tijd.
We zouden de online bevraging laten openstaan tot 2028. Zo kunnen we ideeën en initiatieven uit onze populatie blijven verzamelen over een langere periode, wat voor ons een grote meerwaarde is voor het uitwerken van het project op de oude tennisvelden.
Advies sportdienst:
Positief advies gezien de meerwaarde in:
● longitudinale bevraging van de populatie en de stakeholders;
● externe expertise in voorstelling projecten (brengen expertise uit Artevelde Hogeschool).
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3.1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de samenwerking met Artevelde Hogeschool voor de stage van drie studenten.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.5. Sport - erkenning Pro Jiu Jitsu als Deerlijkse vereniging - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de voorlopige erkenning voor Pro Jiu Jitsu vzw als een Deerlijkse vereniging.
Motivering
Pro Jiu Jitsu vzw is opgestart als een Kortrijkse vereniging. Tot op heden heeft de vereniging enkel nog een werking in Deerlijk te Cassinastraat 8C. De vereniging voldoet aan de voorwaarden om een tijdelijke erkenning te ontvangen als Deerlijkse sportvereniging volgens het erkenningsreglement Deerlijkse Verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 27 november 2025.
Op de dag van aanvraag heeft de vereniging geen andere erkenning in een gemeente buiten Deerlijk.
De voorwaardelijke erkenning werd besproken op het clusteroverleg van 12 oktober 2026 en werd hier goedgekeurd conform de gemeenteraadsbeslissing van 27 november 2025.
Echter werd bij controle vastgesteld dat geen enkele van de bestuursleden woonachtig is in Deerlijk en daardoor niet voldoet aan de voorwaarden van het reglement. De aanvraag dient dan ook geweigerd te worden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Erkenningsreglement Deerlijkse Verenigingen goedgekeurd in gemeenteraad van 27 november 2025
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de weigering tot erkenning van Pro Jiu Jitsu vzw als Deerlijkse Vereniging.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.6. Sportdienst - stage student UGent - kennisname
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.7. Evenementen - viering 11 november 2026 Deerlijk centrum - tijdelijk politiereglement op het verkeer - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van de 11 november-viering te Deerlijk centrum, die plaatsvindt op woensdag 11 november 2026, goed te keuren.
Motivering
Op woensdag 11 november 2026 vindt de 11 november-herdenking plaats in Deerlijk centrum.
Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.
In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.
PZ Gavers maakte op 9 oktober 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Andere:
● Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)
● wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen
● koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen
● ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit op woensdag 11 november 2026, tussen 9.30 uur en 12.00 uur, geen doorgaand verkeer toe te laten op het Kerkplein.
Artikel 2
Het stilstaan en parkeren wordt op woensdag 11 november 2026 tussen 9.30 uur en 12.00 uur verboden op de volgende plaatsen:
● het Kerkplein (tussen de Hoogstraat en de Schoolstraat);
● het Kerkplein, op de parkeerplaatsen achter de kerk;
● het Neunkirchenplein (tussen de parkeerplaats van de deelwagen en de mindervaliden-parkeerplaats);
● het Neunkirchenplein, op de middenstrook van de parking (voorste gedeelte).
Artikel 3
Er wordt geen omleiding voorzien.
Artikel 4
De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.
Artikel 5
De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.
Artikel 6
Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.
Artikel 7
Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.8. Evenementen - vrije tijd - viering 11 november 2026 Deerlijk centrum - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 23 september 2026 werd een aanvraag ingediend door de dienst vrije tijd, in samenwerking met N.S.B., afdeling Deerlijk, voor volgend evenement:
Naam evenement | viering 11 november 2026 - Deerlijk centrum |
Organisator | dienst vrije tijd i.s.m. N.S.B., afdeling Deerlijk |
Datum | woensdag 11 november 2026 |
Plaats | Kerkplein, Deerlijk centrum |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag politionele medewerking
De dienst vrije tijd en N.S.B., afdeling Deerlijk wensen op woensdag 11 november 2026 de herdenking van 11 november te organiseren in Deerlijk centrum en verwijzen hiervoor naar het tijdelijk politiereglement op het verkeer, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21 oktober 2026, voor het instellen van de overeenkomstige parkeerverboden en het verkeersvrij houden van het Kerkplein.
PZ Gavers verleende op 5 oktober 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3954085.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
De dienst vrije tijd in samenwerking met N.S.B., afdeling Deerlijk wenst de jaarlijkse 11 november-viering te organiseren op woensdag 11 november 2026 en vraagt toelating voor de inname van het Kerkplein en het Neunkirchenplein.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op woensdag 11 november 2026, het Kerkplein en het Neunkirchenplein.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.9. Evenementen - vrije tijd - viering 11 november 2026 Sint-Lodewijk - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 23 september 2026 werd een aanvraag ingediend door de dienst vrije tijd, in samenwerking met N.S.B., afdeling Deerlijk, voor volgend evenement:
Naam evenement | viering 11 november 2026 - Sint-Lodewijk |
Organisator | dienst vrije tijd i.s.m. N.S.B., afdeling Deerlijk |
Datum | woensdag 11 november 2026 |
Plaats | O.L.V. Onbevlekt Ontvangen (St.-Lodewijk) Kerk Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag politionele medewerking
Parkeerverbod op volgende plaats(en): parking ter hoogte van de kerk op woensdag 11 november 2026 van 8.00 uur tot en met 10.00 uur.
PZ Gavers verleende op 5 oktober 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3954078.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
De dienst vrije tijd in samenwerking met N.S.B., afdeling Deerlijk wenst de jaarlijkse 11 november-viering te organiseren op woensdag 11 november 2026 en vraagt toelating voor de inname van de zone rond het oorlogsmonument.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op woensdag 11 november 2026, zone rond het oorlogsmonument.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.10. Evenementen - Wild van Klassiek - 21 november 2026 - tijdelijk politiereglement op het verkeer - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van Wild van Klassiek, dat plaatsvindt op zaterdag 21 november 2026, goed te keuren.
Motivering
Op zaterdag 21 november 2026 vindt de voorstelling van Wild van Klassiek plaats in de Sint-Columbakerk te Deerlijk.
Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.
In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.
PZ Gavers maakte op 9 oktober 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Andere:
● Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)
● Wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen
● Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen
● Ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit op zaterdag 21 november 2026, tussen 20.00 uur en 23.00 uur het verkeer in beide richtingen voor iedere bestuurder te verbieden op het Kerkplein, tussen de Hoogstraat en de apotheek (Kerkplein nr. 7).
Artikel 2
Het stilstaan en parkeren wordt op zaterdag 21 november 2026 tussen 9.00 uur en 23.00 uur verboden op:
● het Kerkplein (tussen de Hoogstraat en de apotheek, Kerkplein nr. 7);
● het Kerkplein op de parkeerplaatsen aan de zijkant van de St.-Columbakerk.
Artikel 3
Er wordt geen omleiding voorzien.
Artikel 4
De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.
Artikel 5
De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.
Artikel 6
Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.
Artikel 7
Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.11. Evenementen - Scouts & Gidsen Deerlijk - Dag van de jeugdbeweging JIN-lokaal - 23 oktober 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 13 oktober 2026 werd een aanvraag ingediend door Scouts & Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Dag van de jeugdbeweging |
Organisator | Scouts & Gidsen Deerlijk |
Datum | vrijdag 23 oktober 2026 |
Plaats | JIN-lokaal Vercruysse de Solartstraat 28 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 – 95 dB
Contactpersoon | Naam | Kobe Vannieuwenhuyze |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Dag van de jeugdbeweging |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht |
|
Adres | Naam gebouw | JIN-lokaal |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | vrijdag 23 oktober 2026 om 22.00 uur |
Einde | zaterdag 24 oktober 2026 om 4.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen, ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | vrijdag 23 oktober 2026 om 22.00 uur |
Einde | zaterdag 24 oktober 2026 om 4.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 24 oktober 2026 om 4.00 uur;
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.12. Evenementen - Jade's bloemenpluktuin - Mini Kerstmarkt - 12 & 13 december 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 20 augustus 2026 werd een aanvraag ingediend door Jade's Bloemenpluktuin voor volgend evenement:
Naam evenement | Mini Kerstmarkt |
Organisator | Jade's Bloemenpluktuin |
Datum | zaterdag 12 december 2026 zondag 13 december 2026 |
Plaats | Jade's Bloemenpluktuin Trompestraat 1, 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 – 95 dB
Contactpersoon | Naam | Pieterjan Naesen |
| Adres | Steenbrugstraat 58 |
| Postcode en gemeente | 8530 Harelbeke |
Activiteit | Benaming activiteit | Mini Kerstmarkt |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent | X |
| Open lucht | X |
Adres | Naam gebouw | Jade's Bloementuin |
| Adres | Trompestraat 1 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | zaterdag 12 december 2026 om 14.00 uur zondag 13 december 2026 om 11.00 uur |
Einde | zaterdag 12 december 2026 om 20.00 uur zondag 13 december 2026 om 17.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
● zaterdag 12 december 2026 om 20.00 uur
● zondag 13 december 2026 om 17.00 uur
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | zaterdag 12 december 2026 om 14.00 uur zondag 13 december 2026 om 11.00 uur |
Einde | zaterdag 12 december 2026 om 20.00 uur zondag 13 december 2026 om 17.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 12 december 2026 om 20.00 uur
○ zondag 13 december 2026 om 17.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.13. Evenementen - Premie security - Scouts & Gidsen Deerlijk - Fancy Fair 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de door Scouts & Gidsen Deerlijk aangevraagde premie security, toe te kennen.
Motivering
In de gemeenteraad van 23 oktober 2025 werd het premiereglement voor security op fuiven goedgekeurd.
Om voor de premie (50 % van de totale kostprijs) in aanmerking te komen moet minimaal een beroep gedaan worden op twee security-agenten, waarbij volgende normen gelden:
○ tot 599 bezoekers: 2 security-agenten;
○ van 600 tot 899 bezoekers: 3 security-agenten;
○ per schijf van 500 bezoekers boven de 899 bezoekers; één security-agent extra.
Scouts & Gidsen Deerlijk diende op 15 oktober 2026 volgende aanvraag in voor de premie security op fuiven:
Vereniging | Fuif en datum | Bezoekers | Aantal in aanmerking komende agenten | Aantal gevraagde agenten | Totale kostprijs |
Scouts & Gidsen Deerlijk | Fancy Fair 04.09.2026 - 05.09.2026 | 1500 | 5 | 3 | 2.292,95 euro |
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: Premiereglement security, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 23 oktober 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 1.146,48 euro |
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | GBB / 0719-00 / 64910020 |
Visum | nee |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akkoord te gaan met de uitbetaling van de premie aan de desbetreffende jeugdvereniging als volgt:
Vereniging | Fuif en datum | Betoelaagde agenten | Rekeningnummer | Te betalen premie |
Scouts & Gidsen Deerlijk | Fancy Fair 04.09.2026 - 05.09.2026 | 3 | BE43 7384 0809 6301
| 1.146,48 euro |
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.14. Omgevingsvergunning 2026063350 - 2026.77 - Hoogstraat 109 - aktename beslissing deputatie
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de beslissing over de aanvraag tot omgevingsvergunning, ingediend door het gemeentebestuur van Deerlijk gevestigd Harelbekestraat 27 te 8540 Deerlijk.
Het betreft een aanvraag tot het sloop van de gebouwen en herinrichten publieke ruimte centrumpark, op een perceel gelegen Hoogstraat 109, 8540 Deerlijk.
Motivering
Op 8 oktober 2026 heeft de deputatie van de provincie West-Vlaanderen de volgende beslissing genomen: Voorwaardelijk vergund.
De omgevingsvergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
● De maatregelen in de archeologienota met referentienummer https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/23134 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die nota en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
● Bij het slopen moeten zowel de bovengrondse als ondergrondse constructies verwijderd worden.
● Het sloopafval moet onmiddellijk van het terrein verwijderd worden naar een daartoe bestemde plaats.
● Indien asbesthoudend afval aanwezig is moet dit met de nodige omzichtigheid en volgens de wettelijke bepalingen verwijderd worden.
● Het sloopopvolgingsplan dient nageleefd te worden (de gegevens van het SOP mogen verder aangevuld worden tot voor de start van de werken).
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn bijlagen
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akte te nemen van de beslissing (voorwaardelijk vergund) van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.15. OMV 2026_110 - Stationsstraat 207 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verlengen van vergunning voor tijdelijke parking, op een perceel gelegen Stationsstraat 207 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 26 H, aangevraagd door Jérome Lefebvre namens BLUE OAK REAL ESTATE BV gevestigd Kleine Tapuitstraat 18 te 8540 Deerlijk en Jérome Lefebvre met als contactadres Kleine Tapuitstraat 18 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 12 oktober 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
○ De groenaanplant (hagen en bomen) rondom de verharding dient te gebeuren in het eerstvolgend plantseizoen vanaf het van kracht worden van deze vergunning en uitgevoerd te worden conform de eerder afgeleverde voorwaardelijke vergunning, verleend op 7 oktober 2020.
○ Voor het gedeelte in woongebied kan de bufferparking maximaal voor een periode van 3 jaar gebruikt worden, vanaf het van kracht worden van deze vergunning. Dit omvat een tijdelijke vergunning voor deze functie in afwachting van het optrekken van een gebouw op de hoek van de Stationsstraat/Kleine Tapuitstraat.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming deels woongebied met een landelijk karakter en deels gebied voor milieubelastende industrie.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (0069-207-A) voor plaatsen van afsluiting (plaat in grond met ursusdraad) bezijds de woning - goedgekeurd op 23/04/1953.
● Omgevingsvergunning /OMV_2019105945 voor slopen van een bestaand woonhuis, ontbossen van het perceel en aanleggen van parking goedgekeurd op 08/01/2020.
● Omgevingsvergunning /OMV_2020049221 voor rooien van een bos en bomen, het bouwrijp maken van het terrein en het aanleggen van een parkeerterrein (heraanvraag) goedgekeurd op 07/10/2020.
● Milieuvergunning 2008/3/012 voor tijdelijke grondwaterwinning - goedgekeurd op 11/06/2008.
3.1 Beschrijving van de omgeving
● De eigendom is gelegen op de hoek van de Kleine Tapuitstraat en de Stationsstraat. De Kleine Tapuitstraat wordt gekenmerkt door industriële bebouwing en activiteiten en is de ontsluitingsweg voor dit gedeelte van de bedrijvenzone. Ten zuiden situeert zich de autosnelweg E 17.
● De omgeving wordt gekenmerkt door eengezinswoningen langs de Stationsstraat bestaand uit een menging van halfopen en gesloten bebouwing.
● Het perceel is aangelegd met een tijdelijke parking in grind en is ingericht met ongeveer 50 parkeerplaatsen voor personenwagens. Deze functioneert als tijdelijke bufferparking voor het businesscentrum Blue Oak aan de overzijde van de weg. De parking heeft een aparte in- en uitrit op de Kleine Tapuitstraat. Rondom de parking is een groenaanleg voorzien bestaande uit gazon, een haag rond de verharde parkeerruimte langs de zijde Stationsstraat en langs de Kleine Tapuitstraat en 9 bomen (Quercus Robur) langs de Kleine Tapuitstraat.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
● De aanvrager ontving op 7 oktober 2020 reeds een voorwaardelijke omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bebouwing op het perceel en het aanleggen van een tijdelijke parking voor een termijn van 5 jaar.
● De aanvrager wenst de aanwezige tijdelijke parking in grind te verlengen voor 5 jaar. Er worden geen wijzigingen aangevraagd aan de bestaande omgevingsaanleg van het perceel. De inrichting en aanplant van het perceel houdt reeds rekening met een toekomstig kantoorgebouw op dit perceel. Door een overschot op de kantoormarkt is er momenteel geen nood aan bijkomende kantoorruimte waardoor er geen kantoorgebouw opgericht werd tijdens deze 5 jaar.
● Rondom de parking werd een groenaanleg vergund bestaande uit gazon, een haag rond de volledige verharde parkeerruimte en ten opzichte van alle perceelsgrenzen, in de grasstroken een aantal bomen (Quercus Robur); 3 langs de zijde Stationsstraat, 9 langs de Kleine Tapuitstraat, 3 ten opzichte van het oostelijk gelegen perceel en 7 ten opzichte van de E17.
● De haag langs de perceelsgrens ten opzichte van de E17 en langs de oostelijke perceelsgrens werd niet uitgevoerd. De bomen langs de zijde Stationsstraat, ten opzichte van het oostelijk gelegen perceel en ten opzichte van de E17 werden niet aangeplant, maar worden wel ingetekend op het inplantingsplan bestaande toestand.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 7 september 2026 tot 6 oktober 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
Agentschap Wegen en Verkeer werd om advies verzocht op 28 augustus 2026. De adviesinstantie bracht op 14 september 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
● AWV adviseert gunstig voor de voorliggende aanvraag. Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten uit het advies.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, zijnde de voorschriften voor het woongebied met landelijk karakter en de milieubelastende bedrijvenzone.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften voor de betrokken bestemmingszone(s) luiden als volgt :
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
Industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. Gebieden voor milieubelastende industrieën
zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.
Het gevraagde voldoet aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan, mits de aanvraag in overeenstemming is met de beoordelingscriteria vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de VCRO en bijgevolg verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving (zie verder).
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggende project ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen. De verharding is reeds bestaand en is aangelegd in waterdoorlatende materialen en de niet verharde ruimte is ingericht met groenaanplant zodat het water voldoende infiltreert in de bodem en bijgevolg in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. In navolging van het besluit dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage II bij het m.e.r.-besluit). De m.e.r.-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket. Op basis van de screening en de ingediende dossierstukken kan worden gesteld dat de aanvraag geen aanleiding geeft tot significant negatieve milieueffecten. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
● De eigendom is deels gelegen in een industriezone en deels in een woonzone. Het perceel vormt in dat opzicht de overgang tussen de milieubelastende bedrijven ten oosten en de woningen ten noorden en westen. De voorziene bufferparking betreft een tijdelijke oplossing en geschiedt in functie van de nabijgelegen bedrijven zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De parkeerruimte is toegankelijk via een aparte in- en uitrit zodat ook de impact op de Kleine Tapuitstraat beperkt wordt. Bij de inrichting van de parkeerruimte is reeds aandacht besteed aan een groene afwerking van de randen zowel ten opzichte van de Stationsstraat als ten opzichte van de noordelijk gelegen eengezinswoningen teneinde de visuele impact van een parkeerruimte te gaan beperken. De groenaanplant alsook de parkeerruimte is voorzien op een voldoende afstand van het kruispunt Stationsstraat/Kleine Tapuitstraat teneinde de zichtbaarheid op het kruispunt niet te belemmeren. De vorige omgevingsaanvraag van de tijdelijke inrichting hield reeds rekening met een toekomstige visie op het perceel voor het optrekken van een kantoorgebouw. Dit betekent dat de voorziene groenaanplant reeds een definitief karakter heeft. De haag langs de perceelsgrens ten opzichte van de E17 en langs de oostelijke perceelsgrens werd echter niet uitgevoerd. De bomen langs de zijde Stationsstraat, ten opzichte van het oostelijk gelegen perceel en ten opzichte van de E17 werden niet aangeplant, maar worden wel ingetekend op de op het inplantingsplan bestaande toestand. Dit gaat over 3 bomen langs de zijde Stationsstraat, 3 ten opzichte van het oostelijk gelegen perceel en 7 ten opzichte van de E17. Omdat het bij de vorige tijdelijke vergunning de bedoeling was dat de groenaanleg definitief was en behouden blijft bij de bouw van een toekomstig kantoorgebouw wordt als voorwaarde opgelegd dat deze haag en bomen aangeplant dienen te worden conform de vergunning verleend op 7 oktober 2020.Teneinde voldoende garanties te hebben naar realisatie van de groenaanplant op het perceel zelf dient in de voorwaarden opgenomen te worden dat deze aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgend plantseizoen vanaf het van kracht worden van de vergunning.
Bij de initiële vergunning werd de inrichting van de parkeerruimte aangevraagd met een tijdelijk karakter. Vanuit de dienst werden bij een eerste inrichtingsvoorstel vanuit ruimtelijk oogpunt reeds volgende bedenkingen geformuleerd:
● het perceel op de hoek is volgens de voorzieningen van het gewestplan bestemd als een woongebied met landelijk karakter waardoor vragen gesteld kunnen worden bij de voorziene activiteit zijnde het aan- en afvoeren en lossen van voertuigen en de eventuele hinder voor de voorliggende eengezinswoningen waarvan ook een aantal in een woongebied met landelijk karakter gelegen zijn;
● de ligging op de hoek vraagt een kwalitatieve afwerking met een gebouw van een beperkte omvang teneinde de bebouwing langs de Stationsstraat te vervolledigen en een kwalitatief straatbeeld te creëren.
Het college van burgemeester en schepenen besliste naar aanleiding van deze opmerkingen in zitting van 7 oktober 2020 dat de inrichting van de parking als laad- en loszone slechts een tijdelijke handeling kan zijn voor een periode van maximaal 5 jaar en dat gezocht moet worden naar een oplossing in het gedeelte industriezone.
De aanvrager wenst deze termijn nogmaals te verlengen met 5 jaar. Gezien de parking reeds gedurende een eerste termijn van 5 jaar aanwezig was en de realisatie van het voorziene kantoorgebouw voorlopig wordt uitgesteld om economische redenen, wordt een bijkomende tijdelijke vergunning van 3 jaar voldoende geacht. Deze termijn biedt de aanvrager de nodige flexibiliteit, maar waarborgt tevens dat het tijdelijk karakter van de parking behouden blijft. Deze termijn voorkomt dat een tijdelijke inrichting in afwachting van een bijkomend gebouw uitgroeit tot een permanente invulling van het perceel. Een nieuwe evaluatie over het toekomstige gebruik van het perceel binnen 3 jaar wordt wenselijk geacht.
Dit betekent in het kader van voorliggende aanvraag dat in de voorwaarden opgenomen moet worden dat voor het gedeelte in woongebied de bufferparking maximaal voor een periode van 3 jaar gebruikt kan worden voor deze functie.
Het ontwerp kan bijgevolg tijdelijk verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Agentschap wegen en verkeer:
Gelet op de expertise van de adviesinstantie dienen de algemene voorwaarden en aandachtspunten opgenomen in het advies, nageleefd te worden.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, maar wijkt hiervan af.
Het college is van oordeel dat een tijdelijke vergunning voor een periode van vijf jaar aanvaardbaar blijft. De parking is reeds landschappelijk ingepast waarbij de groenaanleg voorzien is, beschikt over een afzonderlijke ontsluiting en situeert zich deels binnen een zone voor milieubelastende industrie, waardoor de functionele relatie met de omliggende bedrijvigheid er is. Rekening houdend met de huidige marktomstandigheden en het uitstel van de geplande kantoorontwikkeling acht het college een termijn van vijf jaar redelijk. Het college besluit daarom om, in afwijking van het advies van de omgevingsambtenaar, een tijdelijke vergunning voor de bufferparking toe te staan voor een termijn van vijf jaar vanaf het van kracht worden van deze vergunning.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich deels aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Jérome Lefebvre namens BLUE OAK REAL ESTATE BV gevestigd Kleine Tapuitstraat 18 te 8540 Deerlijk en Jérome Lefebvre met als contactadres Kleine Tapuitstraat 18 te 8540 Deerlijk, voor het verlengen van de vergunning voor tijdelijke parking, op een perceel gelegen Stationsstraat 207 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 26 H, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
○ De groenaanplant (hagen en bomen) rondom de verharding dient te gebeuren in het eerstvolgend plantseizoen vanaf het van kracht worden van deze vergunning en uitgevoerd te worden conform de eerder afgeleverde voorwaardelijke vergunning, verleend op 7 oktober 2020.
○ De tijdelijke vergunning wordt afgeleverd voor een periode van 5 jaar, vanaf het van kracht worden van deze vergunning.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.16. OMV 2026_132 - Vichtestraat 135 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het regulariseren van verharding en bouwen van een zwembad, op een perceel gelegen Vichtestraat 135 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 247 L, aangevraagd door Jan Dujardin - Benedicte Berton wonende Vichtestraat 135 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 14 oktober 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:
● Het karrenspoor naar gebouw D wordt uit de vergunning gesloten.
● De twee terrassen ten noorden van gebouw C en D moeten verwijderd zijn voorafgaandelijk aan de realisatie van het zwembad.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming deels woongebied met landelijk karakter en deels landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaal stedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning /OMV_2018085890 voor herbouwen van een woning en verbouwen van een bijgebouw in verbinding met de herbouwde woning goedgekeurd op 26/09/2018.
● Omgevingsvergunning /OMV_2024028569 voor regulariseren van verharding en bouwen zwembad goedgekeurd op 12/06/2024.
● Stedenbouwkundige vergunning (2075-135-A) voor optrekken van een oogsthangaar achter de woning - goedgekeurd op 04/05/1951.
● Stedenbouwkundige vergunning (2075-135-B) voor vernieuwen van bestaande hok - goedgekeurd op 28/03/1969.
● Stedenbouwkundige vergunning (2075-135-C) voor bouwen van een woning in vervanging van de oude woning - goedgekeurd op 19/06/1974.
● Stedenbouwkundige vergunning (2075-135-D) voor bouwen van een woning in vervanging van de oude landbouwwoning (wijziging) - goedgekeurd op 09/04/1975.
● Oud dossier VLAREM (1977/2/105) voor landbouwbedrijf: kalveren en mestopslag - gunstig op 09/11/1977.
● Milieuvergunning 1990/0/246 voor exploitatie van een rundveebedrijf - goedgekeurd op 10/10/1990.
● Milieuvergunning 2004/2/005 voor melding overname runderen - goedgekeurd op 26/05/2004.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 3.294 m² en is gelegen langs de Vichtestraat op ongeveer 1,4 km ten oosten van de kern van Deerlijk. De Vichtestraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Op het terrein van de aanvraag staan 5 gebouwen waarvan 4 in vierkantsformatie en 1 voormalige veldschuur dieper op het perceel. De 4 gebouwen betreffen de huidige woning (verbinding van 2 gebouwen), een woningbijgebouw en een grote schuur van de gedesaffecteerde hoeve.
In de voortuin is een grote zone van 304,47 m² verhard in klinkers die dienst doet als parkeerzone. Vanaf deze zone is een karrenspoor aangelegd van 102,92 m² naar de voormalige veldschuur achteraan het perceel. Rondom de verschillende gebouwen zijn paden en terrassen aangelegd met een totale oppervlakte van 242,45 m². De totale oppervlakte van de verharding op het perceel komt zo op 649,84 m².
De omgeving wordt gekenmerkt door in hoofdzaak eengezinswoningen, van het open, halfopen of gesloten bebouwingstype en landbouwgronden.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een zwembad met terras aan te leggen tussen de verschillende gebouwdelen en een extra karrenspoor in de voortuin te voorzien. De aanvraag heeft geen betrekking op de gebouwen, enkel op de omgevingsaanleg. Het zwembad werd al eerder aangevraagd en voorwaardelijk vergund op 12 juni 2024, maar niet uitgevoerd voor het verlopen van de vergunning.
Het zwembad heeft een breedte van 3,5 m en een lengte van 10 m en wordt ingepland in de oksel tussen het woningbijgebouw (gebouw A) en de schuur (gebouw D). Rondom het zwembad wordt een bijkomende zone van 15,3 m² verhard in klinkers.
Er wordt eveneens een nieuw karrenspoor in kasseien voorzien vanaf de straat naar gebouw D met een oppervlakte van 29,6 m².
De twee terrassen die aangelegd werden in landschappelijk waardevol gebied, ondanks uitsluiting van vergunning bij de vorige vergunning, zullen onthard worden.
De som van de bestaande verharding, de nieuwe verharding en het zwembad bedraagt 672,08 m².
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied met landelijk karakter.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. + 6.1.2.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.
Woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Woongebieden met landelijk karakter zijn woongebieden bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van tuininrichtingen (terrassen, paden, zwembad) bij een woning in het gedeelte woongebied met landelijk karakter zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
De twee terrassen ten noorden van gebouw C en D liggen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze terrassen werden bij de vorige vergunning uitgesloten van vergunning gezien de aanvraag geen betrekking heeft op een professioneel uitgebaat volwaardig landbouwbedrijf en de verharding boven de vrijgestelde verhardingen valt. De aanvrager heeft de intentie om deze terrassen te ontharden zodat de aanvraag voor deze zone in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan. Aangezien geen termijn opgenomen is waarbinnen dit zal gebeuren, is het in het kader van de opvolging wenselijk hiervoor wel een termijn op te nemen. Er wordt voorgesteld het ontharden te koppelen aan de aanleg van het zwembad (één keer werkzaamheden) zodat opgelegd dient te worden dat de beide terrassen verwijderd moeten zijn voorafgaandelijk aan de realisatie van het zwembad.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater gezien de afwatering van de verhardingen op een natuurlijke wijze zal infiltreren in de naastliggende onverharde bodem en omdat de afwatering van het gechloreerd water wordt afgevoerd als afvalwater (aangesloten op de bestaande DWA-afvoer).
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
De aanvraag houdt geen wijziging in van de functie van de gebouwengroep, het betreft een eengezinswoning met bijhorende woningbijgebouwen. De functie blijft passend binnen deze woonomgeving en er wordt bijgevolg geen bijkomende verkeersaantrek verwacht.
Het zwembad en de bijhorende verharding rondom behoudt min of meer dezelfde locatie als de eerder vergunde aanvraag, er zijn enkel beperkte aanpassingen qua inplanting en vorm. Ook de oppervlakte van de verharding wijzigt ten opzichte van het vergunde, slechts heel beperkt.
Het zwembad heeft geen volume gezien de bovenrand in lijn ligt met de aanwezige verharding. Een zwembad maakt binnen het hedendaags gebruik deel uit van een tuinzone bij een woning en integreert zich door de omliggende inrichting in de tuin. Het voorgestelde zwembad kan ruimtelijk aanvaardbaar worden geacht. Het zwembad is een constructie met een beperkte visuele impact en is niet waarneembaar vanuit het openbaar domein omdat het in de oksel tussen gebouw A en gebouw D wordt voorzien.
Daarnaast wordt nog een bijkomend karrenspoor aangevraagd in de voortuin. Het aan te leggen karrenspoor is wel zichtbaar vanaf de open weg en zal bijgevolg een impact hebben op het straatbeeld. Door de al aanwezige parkeerzone van 304,47 m² is de voortuinstrook al voor een groot deel verhard. Bij de vorige vergunning werd al aangegeven dat het perceel maximaal verhard is en dat het niet meer wenselijk is om nog bijkomend te verharden. Door het karrenspoor zou er bijkomend 29,6 m² aangelegd worden. De extra verharding van de voortuin en de hoge verhardingsgraad van het perceel in het algemeen vermindert bovendien de infiltratiemogelijkheden voor hemelwater en doet afbreuk aan het groene en open karakter dat een voortuin beoogt te vrijwaren. De aangevraagde omgevingsaanleg van de voortuin draagt niet bij aan de kwaliteit van het straatbeeld. Het perceel is bovendien gelegen in woongebied met landelijk karakter. Een grote mate van verharding doet afbreuk aan de landelijke uitstraling en de ruimtelijke kwaliteit van dergelijke omgeving. Bijgevolg wordt het karrenspoor uitgesloten van vergunning.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar, maar wijkt hiervan af voor wat betreft het karrenspoor naar gebouw D (schuur).
Gelet op de beperkte oppervlakte van het karrenspoor (29,6 m²) in verhouding tot de totale perceeloppervlakte van 3.294 m² en de bestaande verhardingsgraad (649,84m² of 19,7%), en rekening houdend met de functionele toepassing om het bijgebouw/schuur met voertuigen te kunnen bereiken, acht het college deze bijkomende verharding ruimtelijk aanvaardbaar, onder de voorwaarde dat de afwatering volledig op eigen terrein gebeurt en het hemelwater er op natuurlijke wijze kan infiltreren.
De twee terrassen ten noorden van gebouw C en D moeten verwijderd zijn voorafgaandelijk aan de realisatie van het zwembad. Dit wordt wel overgenomen als voorwaarde.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Jan Dujardin - Benedicte Berton wonende Vichtestraat 135 te 8540 Deerlijk, voor het regulariseren van verharding en bouwen van een zwembad, op een perceel gelegen Vichtestraat 135 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 247 L, mits te voldoen aan volgende voorwaarde:
● De twee terrassen ten noorden van gebouw C en D moeten verwijderd zijn voorafgaandelijk aan de realisatie van het zwembad.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.17. OMV 2026_72 - Stationsstraat 233 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het hernieuwen en actualiseren van de exploitatievergunning voor winkel en toonzaal, op een perceel gelegen Stationsstraat 233 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 22 L2 aangevraagd door Regine Bekaert namens GAVER-IMMO NV en namens MEUBELGALERIJEN GAVERZICHT NV beide gevestigd Stationsstraat 233 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 15 oktober 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.
Bijzondere milieuvoorwaarde
● Uiterlijk 3 maanden na het verlenen van de vergunning dienen emissiemetingen voor stookinstallaties Dietrich GT509 EX (522 kW) en Dietrich CFE 812 CH (696 kW) uitgevoerd te zijn. De metingen worden overgemaakt aan de gemeente via omgeving@deerlijk.be.
● In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1. wordt toegestaan dat de exploitatie uitgebaat mag worden op zon- en feestdagen.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woonuitbreidingsgebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Tapuitstraat, 19 februari 2004 met als bestemming zone voor grootschalige detailhandelszaken.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Gebouwen en constructie dossier 0062-233-A voor oprichten van een werkplaats met toonzaal en garage voor schrijnwerker- en meubelmakerbedrijf - vergunning op 10/07/1958.
● Gebouwen en constructie dossier 0062-233-G voor bouwen van verplaatsbare serre - vergunning op 19/04/1962.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-C) voor plaatsen van neon lichtreklame - goedgekeurd op 06/04/1960.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-D) voor uitbreiden van meubelmagazijn en bouwen van een bijhorende werkplaats - goedgekeurd op 24/11/1960.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-E) voor optrekken van houtdroogplaats achter de meubelzaak, 13 x 10m - goedgekeurd op 09/11/1961.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-K) voor uitbreiden meubelzaak - goedgekeurd op 16/04/1964.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-L) voor serre - goedgekeurd op 03/02/1966.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-N) voor bouwen van een afsluitingspoort - goedgekeurd op 01/12/1966.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-M) voor uitbreiden van de meubeltentoonstellingszaal - goedgekeurd op 05/01/1967.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-229-A) voor plaatsen van een uithangbord tegen de zijgevel (zonder uitsprong) van het gebouw - goedgekeurd op 15/06/1967.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-O) voor bouwen van een garage en stapelplaats bij de meubelgallerij - goedgekeurd op 13/12/1967.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-P) voor uitbreiden van zijn bestaande bedrijf (en stapelplaats) - goedgekeurd op 17/01/1968.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-Q) voor bouwen van een toonzaal en een stapelplaats - goedgekeurd op 19/03/1970.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-S) voor uitvoeren en plaatsen van lichtreklame boven op het dak van de bestaande magazijnen - goedgekeurd op 25/04/1973.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-T) voor uitbreiden bedrijf: bouwen van een stapelplaats - goedgekeurd op 16/04/1975.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-U) voor herbouwen van serre (stormschade) + herbouwen van gebouw in baksteen voor chauffageketel - goedgekeurd op 07/01/1976.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-V) voor uitbreiden bedrijf met stapelplaats en verkoopsruimte meubelen - goedgekeurd op 03/12/1980.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-W) voor bouwen van een gevel en dakkonstructie tussen bestaande gebouwen (stapelplaats) - goedgekeurd op 20/04/1983.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-X) voor uitvoeren van verfraaiingswerken aan de bestaande gebouwen - goedgekeurd op 27/01/1988.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-Y) voor bouwen van een loods voor stockage van meubelen - goedgekeurd op 08/03/1989.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-Z) voor bouwen van aan magazijn - goedgekeurd op 17/05/1989.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-B') voor bouwen van een loods voor stockage van meubelen - goedgekeurd op 15/07/1992.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-C') voor uitvoeren van gevelverfraaiing (open afhaalzone wordt gesloten met glas en deuren) en herinrichten van overdekte losplaats naar een toegankelijke afhaalzone door een dak met koepel te plaatsen aan het gebouw - goedgekeurd op 10/02/1993.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-E') voor - plaatsen van paneel (naam, afbeelding groenten en fruit) tegen wand van winkelruimte - plaatsen van staander met reklamepaneel (firmanaam + logo), ter vervanging van boerekar met reclamepaneel - goedgekeurd op 27/04/1994.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-F') voor bouwen van een centrale ingang voor bezoekers + centralisatie kassazone - goedgekeurd op 05/07/1995.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-G') voor plaatsen van een enkelzijdige lichtreklame op dakstelling, te plaatsen op 19,50m boven het grondniveau, evenwijdig met de voorgevel van de loods - goedgekeurd op 05/07/1995.
● Stedenbouwkundige vergunning (0068-137-A) voor slopen van de leegstaande woning - goedgekeurd op 11/10/1995.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-H') voor verbouwen van een meubelwinkel - goedgekeurd op 01/09/2004.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-233-I') voor bouwen van sanitaire voorzieningen en een nooduitgang tussen 2 bestaande gebouwen - goedgekeurd op 17/05/2006.
● Milieuvergunning 1992/2/006 voor uitbreiden van opslag magazijnen - goedgekeurd op 19/08/1992.
● Milieuvergunning 2007/2/001 voor een meubelzaak - gedeeltelijk gunstig op 16/05/2007.
● Milieuvergunning 2014/2/007 voor meubelzaak, hotel en restaurant - goedgekeurd op 01/10/2014.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De inrichting heeft een oppervlakte van ca. 40.500 m² en is gelegen langs de Stationsstraat op ongeveer 1500 m ten zuiden van de kern van Deerlijk. De Stationsstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De inrichting is quasi volledig bebouwd/verhard en omvat een grootschalige detailhandel voor meubelen en interieurartikelen. De inrichting grenst in het noorden aan de E17. De onmiddellijke omgeving bestaat uit een mix van woningen, bedrijvigheid, horeca en open ruimte. Net ten zuiden bevinden zich volkstuintjes.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Er worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De inrichting Meubelgalerijen Gaverzicht betreft een grootschalige winkel- en toonzaalinrichting gespecialiseerd in de verkoop en presentatie van meubels en interieurartikelen. De activiteiten bestaan hoofdzakelijk uit het tentoonstellen, stockeren en verkopen van meubelstukken en aanverwante producten aan particulieren.
De aangeleverde meubelen en materialen worden extern geproduceerd en geleverd via vrachtverkeer. Deze goederen worden deels tijdelijk opgeslagen in magazijnruimten en deels rechtstreeks opgesteld in de toonzaal. Binnen de inrichting vinden geen productie-, bewerkings- of assemblageactiviteiten plaats. Er worden geen grondstoffen verwerkt en er worden geen industriële processen uitgevoerd. Naast meubelen worden ook aanvullende interieurproducten en accessoires aangeboden, die eveneens extern worden aangekocht en louter commercieel worden verhandeld. De exploitatie omvat verder ondersteunende functies zoals burelen, sanitair en een beperkte cafetaria ten behoeve van klanten en personeel. De activiteiten vinden plaats binnen bestaande gebouwen en zijn beperkt tot de reguliere openingsuren van de winkel.
Voorliggende aanvraag betreft de hernieuwing van de bestaande exploitatievergunning voor de winkel en toonzaal, met einddatum 16 mei 2027. In dat kader wordt een functionele en administratieve afsplitsing doorgevoerd van het restaurant, het hotel en de commerciële ruimten aan de overzijde van de straat. Als gevolg hiervan zijn bepaalde rubrieken die in de bestaande vergunning waren opgenomen niet langer van toepassing op deze inrichting, alsook dienden bepaalde ingedeelde activiteiten te worden geactualiseerd. Globaal genomen gaat het om een vermindering, met uitzondering van stallen van voertuigen (nieuw) en actualisatie van stookinstallaties (+ 1.755,4 kW). Onderstaande ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
3.2.2°a) | Lozen van huishoudelijk afvalwater (afvalwater van huishoudelijke aard) (Verandering) | 2040 m³/jaar | 3 |
15.1.1° | Het stallen van motorvoertuigen (andere dan personen wagens): - 3 vrachtwagens (Nieuw) | 3 voertuigen | 3 |
16.3.2°a) | Koelinstallaties: koelcellen, diepvriezers, kleine barfrigo’s en tapinstallatie met een totaal elektrisch geïnstalleerd vermogen van 7,25 kW. (Verandering) | 7,25 kW | 3 |
17.4. | Opslag gevaarlijke stoffen in kleine recipiënten (<25 liter of kg) ten dienste voor onderhoud, Gaverpatio en poetsdienst. (Hernieuwing) | 544,4 kg | 3 |
19.6.2°c) | Opslag afgewerkte meubelen in hout binnen: 1.500 ton (Verandering) | 6000 m³ | 2 |
23.3.2°a) | Opslag afgewerkte meubelen in kunststof binnen: 10 ton (Verandering) | 10 ton | 3 |
43.1.2°a) | Dakbranders Mark (dakopstelling): - Vergaderzaal: GCTE-33 Dakhuis (30,2 kW) - Zaal 1: GCTE-55 Dakhuis (50,2 kW) - Zaal 4: GCTE-49 Dakhuis (43,6 kW) - Atrium: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Atrium: GCRE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Doorgang naar Okay: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Tapijten: GCTE-104 Dakhuis (102,0 kW) - Gaverpatio: GCTE-55 Dakhuis (50,2 kW) - Zaal 9: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 11: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 12: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 13: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Tuin: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Lichtstudio: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Babyafdeling: GCTE-33 Dakhuis (30,2 kW)
Overige stookinstallaties (binnen): - Burelen: De Dietrich GT509 EX (522 kW) - Okay: De Dietrich CFE 812 CH (696 kW) - Zaal 7: Wanson luchtverhitter (220 kW) - Slaapkamers: Wanson luchtverhitter (220 kW) - Salons: Wanson luchtverhitter (220 kW)
Totaal nominaal thermisch vermogen: 2.968,3 kW (Verandering) | 2968,3 kW | 2 |
Verder wordt in de aanvraag een afwijking aangevraagd op artikel 5.15.0.6.§1 van Vlarem II:
Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 17 juli 2026 tot 15 augustus 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
VMM watertoets werd om advies verzocht op 8 juli 2026. De adviesinstantie bracht op 6 augustus 2026 een gunstig advies uit. Het advies besluit als volgt:
“Het project wordt gunstig geadviseerd en is in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid.
Aanbeveling: Door de aard van de aanvraag raden we aan om advies te vragen aan de dienst vergunningen van de VMM.”
Er werd geen advies gevraagd aan VMM advisering afvalwater, aangezien dit geen verplicht advies betrof. Voor de aspecten rond afvalwater wordt verwezen naar de betreffende discipline bij het onderdeel ‘milieuaspecten’.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woonuitbreidingsgebied:
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
Het gewestplan werd verder verfijnd door het BPA ‘Tapuitstraat’ goedgekeurd op 19 februari 2004. De inrichting is volgens het BPA gelegen in zone voor grootschalige detailhandelszaken. De aanvraag betreft de hernieuwing van een grootschalige detailhandel voor meubelen en interieurartikelen zonder stedenbouwkundige handelingen en is dus conform de voorschriften van het BPA.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Aangezien er geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd worden valt de aanvraag buiten het toepassingsgebied van de verordening.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
Niet van toepassing gezien geen stedenbouwkundige handelingen voorzien worden.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans, kleine overstromingskans en kleine overstromingskans onder klimaatverandering. De zone met middelgrote kans op overstromingen bevindt zich langs de noordelijke perceelsgrens.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Afvalwater- en hemelwaterbeheer
Volgens de zonerings- en uitvoeringsplannen van de VMM ligt de inrichting in centraal gebied. Aangezien er geen productieprocessen plaatsvinden, ontstaat er geen bedrijfsafvalwater, noch is er risico op verontreiniging van afstromend hemelwater. Opslag van gevaarlijke producten gebeurt in afgesloten ruimten waardoor contact met hemelwater uitgesloten is. De hemelwaterputten doen dienst als bluswateropvang en worden niet aangewend voor proces- of bedrijfsdoeleinden. Hergebruik van hemelwater voor sanitaire toepassingen is binnen deze inrichting niet voorzien. Overtollig hemelwater wordt via 2 lozingspunten geloosd in oppervlaktewater, meer bepaald in de gracht langs de E17.
Er wordt een lozing aangevraagd voor huishoudelijk afvalwater met een debiet van 2.040 m³/jaar. Dit afvalwater is afkomstig van sanitaire installaties en van de keuken. Voor het afvalwater van de keuken (afwasbakken, vaatwasmachines) is een olie- en vetafscheider aanwezig. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de openbare riolering van de Stationsstraat.
Mobiliteit
Het personenverkeer van en naar de site wordt hoofdzakelijk gegenereerd door klanten, personeel en occasioneel dienstverleners. Het klantenverkeer verloopt hoofdzakelijk met personenwagens. Gemiddeld worden ca. 125 wagens per dag geregistreerd. Dit klantenverkeer situeert zich voornamelijk binnen de openingsuren van de toonzaal, met name van maandag tot en met zaterdag tussen 10u en 18u30 (dinsdag gesloten) en op zondag van 13u30 tot 18u30. Het personeel, bestaande uit ongeveer 50 werknemers, verplaatst zich hoofdzakelijk met de private wagen of bedrijfswagen van en naar de site. De werkuren van het personeel vallen grotendeels samen met de openingsuren van de toonzaal en de burelen, waardoor de verkeersverplaatsingen gespreid zijn over de dagperiode.
Het goederentransport bestaat hoofdzakelijk uit de aanvoer van meubelen voor de toonzaal, aangevuld met leveringen voor cafetaria, kantoren en ondersteunende diensten. De levering van meubelen aan de toonzaal gebeurt dagelijks op weekdagen met vrachtwagens (gemiddeld 1 vrachtwagen per dag). Deze goederenstroom is in belangrijke mate afkomstig van het centraal magazijn, dat eveneens gelegen is langs de Stationsstraat. Dit betreft zowel aanvoer van meubelen voor toonzaal als het meenemen van verkochte toonzaalmodellen naar magazijn voor verdere uitlevering of afhaling. Het betreft bijgevolg hoofdzakelijk bedrijfsintern transport, dat via de Stationsstraat van en naar de R36 (Ringlaan) verloopt, zodat geen bijkomende verkeersdruk op omliggende straten veroorzaakt wordt.
Daarnaast zijn er diverse ondersteunende leveringen, voornamelijk met bestelwagens, met uiteenlopende frequenties: bevoorrading cafetaria (wekelijks), levering koffie (kwartaal), levering schoonmaakproducten (tweewekelijks of kwartaal), levering werkkledij (wekelijks), kantoorbenodigdheden (kwartaal of halfjaarlijks), post- en pakjesbedeling (dagelijks) en onderhoudsdiensten zoals groenonderhoud en glasreiniging (halfjaarlijks tot jaarlijks). Afvalstoffen worden afgevoerd via een wekelijkse afvalophaling met vrachtwagens, aangevuld met een halfjaarlijkse ruimdienst. Alle aan- en afvoerstromen vinden plaats tijdens de daguren, met name tussen 7u en 19u. Er vinden geen leveringen of afhalingen plaats tijdens de nachturen of vroege ochtenduren. Het interne transport van goederen binnen de site zelf is beperkt en gebeurt hoofdzakelijk met elektrisch aangedreven of manuele hulpmiddelen.
Het interne verkeer op het terrein verloopt op een gecontroleerde en gestructureerde wijze. Aankomend verkeer maakt gebruik van de Stationsstraat, terwijl het uitrijdend verkeer wordt afgewikkeld via de Tapuitstraat. Op de parking en de interne rijzones zijn snelheidsremmende elementen aanwezig, die bijdragen tot de interne verkeersveiligheid. Op eigen terrein is er voldoende parkeerruimte voorzien, waardoor bijkomende manoeuvres op de openbare weg tot een minimum worden beperkt.
De inrichting is gunstig gelegen nabij de Ringlaan (N36), een hoofdweg die een vlotte aansluiting biedt op andere belangrijke gewestwegen zoals de N43, en op de E17. Hierdoor verloopt het gemotoriseerd verkeer efficiënt en op een verkeersveilige manier, zonder doortocht door omliggende woonstraten.
Aangezien de inrichting goed ontsloten is, en er geen bijkomende mobiliteit gegenereerd wordt ten gevolge van de aanvraag, kan gesteld worden dat er geen aanzienlijk negatieve mobiliteitseffecten te verwachten zijn.
Bodem
De opslag van gevaarlijke producten en de transformator zijn mogelijke emissiebronnen naar de bodem. De zepen en reinigingsmiddelen worden opgeslagen in aparte zones op lekbakken. De hoeveelheid is beperkt, aangezien de activiteiten ter plaatse niet veel opslag vereisen. De producten zitten in verpakkingen van max. 30 kg. Om calamiteiten zo snel mogelijk aan te pakken is absorptiemateriaal aanwezig in de inrichting. De transformator is opgesteld in een cabine en is bijgevolg beschermd tegen binnendringen van regenwater of grondwater. De transformator is voorzien van een vloeistofdichte inkuiping om een eventueel olielek op te vangen. De vloer en de wanden van de hoogspanningscabine hebben een brandweerstand van ten minste een half uur. De hoogspanning wordt jaarlijks aan een periodiek onderzoek onderworpen. Gelet op de bovenstaande maatregelen, worden er geen aanzienlijke effecten op de bodem verwacht.
Lucht
De stookinstallaties geven aanleiding tot luchtemissies. Er zijn 20 emissiepunten aanwezig in de inrichting. De stookinstallaties worden 2-jaarlijks onderhouden, waarbij een verbrandingsattest wordt verstrekt. Op stookinstallaties met een warmtevermogen van meer dan 300 kW dienen overeenkomstig artikel 5.43.2.2. van Vlarem II elke 5 jaar emissiemetingen uitgevoerd te worden. Dit is het geval voor stookinstallaties Dietrich GT509 EX (522 kW) en Dietrich CFE 812 CH (696 kW). In een bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat van deze installaties emissiemetingen bezorgd worden aan de gemeente, en dit uiterlijk 3 maanden na het verlenen van de vergunning. Verder zijn er ook nog niet-geleide emissies te verwachten ten gevolge van verkeer. Hiervoor worden geen maatregelen genomen om de emissies te beperken.
Geluid en trillingen
Mogelijke bronnen van geluid zijn de transporten en de buitenunits van koelcellen en andere koelinstallaties. Het transport situeert zich hoofdzakelijk tijdens de dagperiode en vindt plaats binnen de openingsuren van de winkel en de burelen. Gelet op de aanwezigheid van de E17, gaat het projectgebonden geluid op in het aanwezige verkeersgeluid van deze bestaande infrastructuur. De aanwezigheid van buitenunits van koelinstallaties kan in beperkte mate geluidseffecten met zich meebrengen. Door hun opstelling op het dak, weg van onmiddellijke bewoning, wordt evenwel geen relevante geluidshinder verwacht.
Biodiversiteit
De inrichting wordt op de biologische waarderingskaart niet aangeduid als biologisch waardevol. De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het decreet Programmatische Aanpak Stikstof uit 2024 (kortweg Stikstofdecreet), meer bepaald aan het beoordelingskader voor stationaire bronnen omwille van de stookinstallaties. De inrichting stoot 156,79 kg NOx/jaar uit. Er werd een impactscore vermesting berekend van 0,000%. Hierin zitten ook de verkeersemissies vervat. Dit is ruim onder de 1% de minimis-drempel, waardoor voldaan is aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.
Zware ongevallen of rampen
Er vinden geen productieprocessen of industriële activiteiten plaats die een verhoogd risico op zware ongevallen of rampen met zich meebrengen. De voornaamste potentiële risico’s beperken zich tot algemene exploitatierisico’s zoals brand, in het bijzonder gelinkt aan de aanwezigheid van opgeslagen (brandbare) goederen, elektrische installaties en stookinstallaties. De elektrische installaties, koelinstallaties en stookinstallaties worden periodiek gekeurd en onderhouden conform de geldende regelgeving. De opslag van goederen gebeurt op een geordende en veilige wijze, met voldoende aandacht voor toegankelijkheid en interne circulatie. Voor de brandveiligheid zijn preventieve maatregelen getroffen, waaronder de aanwezigheid van aangepaste blusmiddelen, een sprinklerinstallatie in het gebouw en wateropslagvoorzieningen die dienen als bluswateropvang. De organisatie van transport en verkeer op de site verloopt gecontroleerd en gestructureerd, waardoor het risico op aanrijdingen of incidenten wordt beperkt. Daarnaast wordt gewerkt volgens interne veiligheidsprocedures en worden medewerkers geïnformeerd over basisveiligheid en noodsituaties. Deze maatregelen zorgen ervoor dat eventuele incidenten snel onder controle kunnen worden gebracht.
Licht en straling
Binnen de inrichting is uitsluitend functionele binnenverlichting en beperkte buitenverlichting aanwezig. Er wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van energiezuinige LED-verlichting. De buitenverlichting is functioneel ingericht en beperkt lichtuitstraling naar de omgeving. Zij is voornamelijk bedoeld om de veiligheid en zichtbaarheid op het terrein, in het bijzonder de parking, te garanderen tijdens periodes met weinig of geen daglicht. Waar nodig is de buitenverlichting automatisch geschakeld.
Evaluatie afwijking sectorale voorwaarde
Er wordt een afwijking aangevraagd op artikel 5.15.0.6.§1 van Vlarem II:
Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
Men wenst omwille van de opening op zondag (van 13u30 tot 18u30) van dit artikel af te wijken. Als motivatie wordt opgegeven dat zondag een belangrijk economisch en commercieel moment vormt. De opening op zondag beperkt zich tot het onthaal van klanten en de normale winkelwerking (geen geluidsproducerende handelingen).
Evaluatie: aangezien het louter om het openen van de winkel op zondag gaat, betreft het in wezen geen rustverstorende werkzaamheden, en wordt er bijgevolg niet afgeweken van deze sectorale voorwaarde, aangezien het niet gaat om activiteiten die een mogelijke overschrijding van de richtwaarden voor het specifieke geluid kunnen veroorzaken. Om deze werkwijze met opening op zondag te verankeren in de omgevingsvergunning, wordt evenwel toch toestemming tot afwijken opgenomen in een bijzondere voorwaarde.
Conclusie milieuaspecten
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden met betrekking tot de aangevraagde VLAREM rubrieken die in titel II van het VLAREM staan, moeten nageleefd worden. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
7.10 Goede ruimtelijke ordening
De criteria voor de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening, zijnde functie, ruimtegebruik, inplanting, visueel-vormelijke aspecten, etc. zijn hier niet van toepassing gezien de werken geen betrekking hebben op een gebouw of constructie.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Het advies van de VMM is voorwaardelijk gunstig. Voor de behandeling wordt verwezen naar titel 5. Adviezen en titel 7.9 ‘milieuaspecten’. Er dienen in navolging van het advies geen verdere voorwaarden opgelegd te worden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheiden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Regine Bekaert namens GAVER-IMMO NV en namens MEUBELGALERIJEN GAVERZICHT NV, beide gevestigd Stationsstraat 233 te 8540 Deerlijk, voor het hernieuwen en actualiseren van de exploitatievergunning voor winkel en toonzaal, op een perceel gelegen Stationsstraat 233 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 22 L2.
Artikel 2
De ingedeelde inrichting omvat voortaan volgende rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
3.2.2°a) | Lozen van huishoudelijk afvalwater (afvalwater van huishoudelijke aard) (Verandering) | 2040 m³/jaar | 3 |
15.1.1° | Het stallen van motorvoertuigen (andere dan personen wagens): - 3 vrachtwagens (Nieuw) | 3 voertuigen | 3 |
16.3.2°a) | Koelinstallaties: koelcellen, diepvriezers, kleine barfrigo’s en tapinstallatie met een totaal elektrisch geïnstalleerd vermogen van 7,25 kW. (Verandering) | 7,25 kW | 3 |
17.4. | Opslag gevaarlijke stoffen in kleine recipiënten (<25 liter of kg) ten dienste voor onderhoud, Gaverpatio en poetsdienst. (Hernieuwing) | 544,4 kg | 3 |
19.6.2°c) | Opslag afgewerkte meubelen in hout binnen: 1.500 ton (Verandering) | 6000 m³ | 2 |
23.3.2°a) | Opslag afgewerkte meubelen in kunststof binnen: 10 ton (Verandering) | 10 ton | 3 |
43.1.2°a) | Dakbranders Mark (dakopstelling): - Vergaderzaal: GCTE-33 Dakhuis (30,2 kW) - Zaal 1: GCTE-55 Dakhuis (50,2 kW) - Zaal 4: GCTE-49 Dakhuis (43,6 kW) - Atrium: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Atrium: GCRE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Doorgang naar Okay: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Tapijten: GCTE-104 Dakhuis (102,0 kW) - Gaverpatio: GCTE-55 Dakhuis (50,2 kW) - Zaal 9: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 11: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 12: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Zaal 13: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Tuin: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Lichtstudio: GCTE-98 Dakhuis (87,1 kW) - Babyafdeling: GCTE-33 Dakhuis (30,2 kW)
Overige stookinstallaties (binnen): - Burelen: De Dietrich GT509 EX (522 kW) - Okay: De Dietrich CFE 812 CH (696 kW) - Zaal 7: Wanson luchtverhitter (220 kW) - Slaapkamers: Wanson luchtverhitter (220 kW) - Salons: Wanson luchtverhitter (220 kW)
Totaal nominaal thermisch vermogen: 2.968,3 kW (Verandering) | 2968,3 kW | 2 |
Artikel 3
De vergunning wordt afgeleverd mits naleving van volgende bijzondere milieuvoorwaarden:
● Uiterlijk 3 maanden na het verlenen van de vergunning dienen emissiemetingen voor stookinstallaties Dietrich GT509 EX (522 kW) en Dietrich CFE 812 CH (696 kW) uitgevoerd te zijn. De metingen worden overgemaakt aan de gemeente via omgeving@deerlijk.be.
● In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1. wordt toegestaan dat de exploitatie uitgebaat mag worden op zon- en feestdagen.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.18. OMV 2026_104 - Vrijeigen 30 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een vrijstaande garage, op een perceel gelegen Vrijeigen 30 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 322 L, aangevraagd door Femke Vanhoucke wonende Vrijeigen 30 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 12 oktober 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:
● De afwatering van de dakoppervlakte moet op een natuurlijke wijze infiltreren in de naastliggende onverharde zone. De zone bedraagt minstens ¼ van de oppervlakte van het dak van het bijgebouw en er wordt geen aansluiting gemaakt met de bestaande regenwaterput. Dit teneinde te voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.
● Het bestaande bijgebouw dient afgebroken te worden binnen een termijn van 3 maanden na het voltooien van de bouw van het nieuwe bijgebouw.
● Er dient klimaatrobuust gebouwd te worden conform de vermelde bepalingen vanuit het advies van PTDW.
● De doorstroom op het terrein dient gegarandeerd te blijven conform het advies van PTDW. De compensatiemaatregelen m.b.t. in te nemen overstromingszones dienen volledig gerealiseerd te worden vooraleer handelingen worden gestart in de overstromingszones.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestelijk RUP is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-29-C) voor plaatsen van een afsluitingsmuur in bak- en breuksteen voor zijn woning - goedgekeurd op 12/03/1959.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-21-A) voor saneren van uw woning: volledig onderkappen, plaatsen van nieuwe deuren en vensters, nieuwe sanitaire installatie en pot wc - goedgekeurd op 01/09/1971.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-21-D) voor plaatsen van een afsluiting in hout langs de woning - goedgekeurd op 08/04/1987.
● Stedenbouwkundige vergunning (2012-29-E) voor plaatsen van een afsluiting in houten panelen (hoogte: 1,80 m over een totale lengte van +/- 6 m), op zijn eigendom, voor zijn woonhuis - goedgekeurd op 27/04/1994.
● Omgevingsvergunning /OMV_2026070325 voor melden van het houden van 5 honden geakteerd op 17/06/2026.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 550 m² en is gelegen langs Vrijeigen op ongeveer 1,15 km ten noorden van de kern van Deerlijk. Vrijeigen is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning bestaande uit 1 bouwlaag met een hellend dak. Op het perceel is een bijgebouw aanwezig van 24,6 m² afgewerkt met een plat dak.
Vrijeigen betreft een recente verkaveling gekenmerkt als een pijpenkop op de Waregemstraat en voorzien van eengezinswoningen van het halfopen of gesloten bebouwingstype. Het perceel van de eigenaar is geen deel van de recente verkaveling, maar betreft een al vroeger aanwezige vrijstaande eengezinswoning.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een nieuw bijgebouw te voorzien op het terrein waarna in een latere fase het bestaande bijgebouw afgebroken wordt. In het bestaande bijgebouw is een warmtepomp aanwezig die verplaatst zal worden naar het nieuwe bijgebouw. Nadat de werken aan het nieuwe bijgebouw afgerond zijn, zal het bestaande bijgebouw afgebroken worden.
Het nieuwe bijgebouw wordt op minimum 1 m van de perceelsgrenzen ingeplant en zal gebruikt worden als garage met technische ruimte voor de warmtepomp. Het gebouw heeft een breedte van 6,6 m en een lengte van 6 m. De garage wordt afgewerkt met een plat dak met een kroonlijsthoogte van 3,2 m. Voor de garage wordt een oprit voorzien in waterdoorlatende verharding (steenslag of waterdoorlatende klinkers) van 7,17 m lang. Naast de oprit wordt een groenzone aangeplant.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Dienst Integraal Waterbeleid werd om advies verzocht op 7 september 2026. De adviesinstantie bracht op 14 oktober 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
De garage wordt voorzien in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. De pluviale overstromingen bij buien van middelgrote kans toekomstig klimaat geeft een overstromingspeil van +16,48 m TAW. Bijgevolg dient er klimaatrobuust gebouwd te worden. Het vloerpeil moet ongeveer 30 cm hoger liggen dan de hoogst gekende overstromingshoogte. Het vloerpeil dient te worden voorzien op +16,78 m TAW om te voldoen aan het principe van klimaatrobuust bouwen. De aanvrager dient zich bewust te zijn van de mogelijke gevolgen wanneer de veiligheidsmarge van + 30 cm (= overstromingspeil + 30 cm = peil om te voldoen) niet wordt toegepast omdat de aanvrager dit niet nodig acht of dit praktisch niet haalbaar is.
Het verlies aan ruimte voor water dient gecompenseerd te worden tot bovenvermeld overstromingspeil. Door het oprichten van constructies en door ophogingen wordt immers overstroombare ruimte ingenomen waardoor op die plaats geen overstromingswater geborgen kan worden. De huidige doorstroom op het terrein dient verzekerd te worden d.m.v. bijvoorbeeld een afgraving omheen de garage langs de achterzijde om een gelijkaardige door /afstroming te creëren. De compensatiemaatregelen m.b.t. in te nemen overstromingszones dienen volledig gerealiseerd te worden vooraleer handelingen worden gestart in de overstromingszones.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, meerbepaald aan de voorschriften van het stedelijk woongebied.
In deze zone gelden de voorschriften van Art. 7.1. stedelijk woongebied, waarbij §1 als volgt luidt:
Het gebied is bestemd voor wonen, openbare groene en verharde ruimten en aan het wonen verwante voorzieningen. Onder aan het wonen verwante voorzieningen worden verstaan: handel, horeca, bedrijven, openbare en private nuts- en gemeenschapsvoorzieningen, kantoren en diensten, parkeer- en openbaar vervoervoorzieningen, openbare groene en verharde ruimten, socio-culturele inrichtingen en recreatieve voorzieningen.
Het gevraagde is in overeenstemming met het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan gezien het gaat om het bouwen van een bijgebouw bij een bestaande eengezinswoning.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (< 40 m²). Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart deels gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans en zone met kleine overstromingskans. Er dringen zich in het kader van de watertoets maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging (zie advies PTDW).
De aanvrager voorziet de regenwaterafvoer aan te sluiten rechtstreeks naar de bestaande regenwaterput met een overloop op de achterliggende gracht. Het is echter niet toegestaan om zonder meer te lozen in openbare grachten vanaf een particulier perceel.
Aangezien geopteerd wordt voor een afvoersysteem is de gewestelijke verordening hemelwater van toepassing. In toepassing van de hemelwaterverordening dient bijgevolg een open infiltratievoorziening geplaatst te worden op eigen terrein (verplicht voor eigendom groter dan 120 m² als een aansluiting op de riolering voorzien wordt). De infiltratievoorziening dient een volume te hebben van 33 l/m² en een oppervlakte van 8 % van de totale afwaterende oppervlakte.
Gelet op de impact van de werken voor het plaatsen van een infiltratievoorziening wordt opgelegd om te opteren voor een natuurlijke infiltratie door rechtstreeks af te wateren in een onverharde zone naast de constructie zodat de aanvraag niet valt onder het toepassingsgebied van de verordening. Dit kan op voorwaarde dat de afwatering van het dak op een natuurlijke wijze infiltreert in de omliggende onverharde bodem die minstens ¼ van de oppervlakte van het dak bedraagt en er geen aansluiting wordt gemaakt met de bestaande regenwaterput.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een bijgebouw bij een bestaande eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
De inplanting van de woning blijft ongewijzigd en het gabarit van het hoofdvolume blijft qua gabarit ongewijzigd.
Het nieuwe bijgebouw wordt dichter tegen de naastgelegen industriële site geplaatst dan bij het aanpalende perceel met woning. Het bestaande bijgebouw op het perceel wordt na de bouw van de nieuwe garage en de verplaatsing van de warmtepomp afgebroken. Omdat hier geen termijn voorgesteld wordt, wordt opgelegd als voorwaarde dat het bestaande bijgebouw afgebroken dient te worden binnen een termijn van 3 maanden na het voltooien van de bouw van het nieuwe bijgebouw.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwhoogte is aanvaardbaar en de muren op de perceelsgrens veranderen niet. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Door de bouw van de garage en de aanleg van de oprit is bouwplaats voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen. De geplande oprit naar het bijgebouw wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
De Provinciale dienst Integraal Waterbeleid formuleert een aantal voorwaarden. Deze dienen, gezien de specifieke problematiek stipt nageleefd te worden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Femke Vanhoucke wonende Vrijeigen 30 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een vrijstaande garage, op een perceel gelegen Vrijeigen 30 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 322 L, mits te voldoen aan volgende voorwaarden:
● De afwatering van de dakoppervlakte moet op een natuurlijke wijze infiltreren in de naastliggende onverharde zone. De zone bedraagt minstens ¼ van de oppervlakte van het dak van het bijgebouw en er wordt geen aansluiting gemaakt met de bestaande regenwaterput. Dit teneinde te voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.
● Het bestaande bijgebouw dient afgebroken te worden binnen een termijn van 3 maanden na het voltooien van de bouw van het nieuwe bijgebouw.
● Er dient klimaatrobuust gebouwd te worden conform de vermelde bepalingen vanuit het advies van PTDW.
● De doorstroom op het terrein dient gegarandeerd te blijven conform het advies van PTDW. De compensatiemaatregelen met betrekking tot in te nemen overstromingszones dienen volledig gerealiseerd te worden vooraleer handelingen worden gestart in de overstromingszones.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.19. Omgevingsvergunning OMV2026118202 - 2026.142 - Boshoek 11 - melding propaangastank - aktename
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding voor het plaatsen van een propaangastank op een perceel gelegen Boshoek 11 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 436 F, ingediend door Marie Taelman met als contactadres Boshoek 11 te 8540 Deerlijk.
Motivering
De melding ingediend door Marie Taelman met als contactadres Boshoek 11 te 8540 Deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 8 oktober 2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt: “De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
VOORWERP VAN DE MELDING
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Boshoek 11, kadastraal bekend afdeling 1 sectie A nr. 436F.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
16.9.a)1° | propaangastank van 2700 liter, 2,7m³ (Nieuw) | 2,7 m³ | 3 |
Er wordt opgemerkt dat rubriek 16.9.a)1° geschikt is voor opslag van aardgas niet ingedeeld onder rubriek 17. Via telefonisch contact met aanvrager op 14 oktober 2026 werd bevestigd dat het wel degelijk om propaangas gaat, en dat rubriek 17.1.2.2.1° van toepassing is voor opslag van gevaarlijke gassen in vaste houders t.e.m. 3.000 liter. De rubriek wordt ambtshalve gecorrigeerd, zodat de inrichting omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
17.1.2.2.1° | propaangastank van 2700 liter, 2,7 m³ (Nieuw) | 2.700 liter | 3 |
BEVOEGDHEID
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1 of 2, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER
Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen verbonden aan de melding.
Deze melding heeft een invloed op de volgende milieutechnische aspecten:
De aanvraag betreft een bovengrondse propaangastank van 2.700 liter voor verwarming van de woning. Er is onvoldoende vloeropbouw om een warmtepomp te installeren en er is geen aardgasleiding aanwezig in de straat. De vroegere mazouttank (vorige eigenaars) is opgevuld en buiten gebruik gesteld.
Volgens inplantingsplan staat de houder op 4,66 m van de woning en op 3,61 m van bijgebouw buur. De scheidingsafstanden van bijlage 5.17.1. van Vlarem II zijn niet van toepassing voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan. Dit wordt geregeld via KB van 21 oktober 1968 betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders. Concreet dient een afstand gehouden te worden van 5 m tot een raam of deur van de woning, 3 m ten opzichte van de perceelsgrens, en rondom de tank moet minstens 1 m vrije doorgang zijn. Hoewel de aanvraag niet letterlijk de afstanden tot raam of deur en perceelsgrens vermeldt, lijken de minimumafstanden op basis van foto's in de aanvraag en meting op luchtbeelden gerespecteerd te worden.
De omgevingsambtenaar stelt geen bijzondere voorwaarden noodzakelijk.
De ingedeelde inrichting of activiteit is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
De rubrieken, hoeveelheden en kadasterpercelen zijn bepaald op basis van het meldingsdossier. Er zijn geen verplichte adviezen voorzien in deze procedure, alsook geen plaatsbezoek. Bijgevolg moet dit met omzichtigheid benaderd worden.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Marie Taelman met als contactadres Boshoek 11 te 8540 Deerlijk voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het plaatsen van een propaangastank gelegen Boshoek 11 te Deerlijk.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
17.1.2.2.1° | propaangastank van 2700 liter, 2,7m³ (Nieuw) | 2.700 liter | 3 |
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Verder dient de inrichting te voldoen aan de bepalingen van het KB van 21 oktober 1968 betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekendmaken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
● het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges;
● het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
● het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.20. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.21. Housing First - goedkeuring
Aanleiding en context
In navolging van de regionale denkoefening rond Kracht.wonen in 2024, een eerste afstemming met de woonmaatschappijen rond Housing First én op expliciete vraag van besturen uit de regio werd een denkoefening gedaan.
Er werd een voorstel uitgewerkt om de overstap te maken van Kracht.Wonen naar echte Housing First, waarbij cliënten opstarten in een duurzame sociale huisvesting en dus niet meer in tijdelijke woningen van de lokale besturen. Zo volgen we de wetenschappelijk gevalideerde methodiek wel. Het voorstel is gebaseerd op het aantal inwoners per werkingsgebied van de woonmaatschappijen en rechtstreeks gekoppeld aan de beschikbare begeleidingscapaciteit binnen het dedicated team onder leiding van CAW Zuid-West-Vlaanderen. Dit om regionale solidariteit en beschikbare begeleiding te kunnen (blijven) garanderen.
De overgang naar echte Housing First is ook opgenomen in het nieuwe meerjarenplan van W13. Namelijk actie 10102: Kracht.Wonen - W13 is netwerkcoördinator van Kracht.Wonen en bouwt het Housing First-aanbod in de regio verder uit.
W13 blijft dan ook het centraal aanspreekpunt voor ondersteuningsnoden en vragen in de verdere concrete uitwerking.
Aan het college van burgemeester en schepen wordt gevraagd om met het regionale voorstel van Housing First akkoord te gaan en de formele vraag te stellen aan de toewijzingsraad van Vivus.
Motivering
Er is een formeel akkoord nodig om dit regionaal te concretiseren . De eerste stap werd reeds gezet op de raad van bestuur van W13 op 18 september 2026, door middel van de goedkeuring van het principe Housing First. De volgende stap is een beslissing door het lokaal bestuur.
Het voorstel gaat uit van:
● een overstap naar échte Housing First (wetenschappelijk gevalideerd);
● het aantal inwoners per werkingsgebied van de woonmaatschappijen;
● een rechtstreekse koppeling tussen de beschikbare begeleiding en het aantal gevraagde woningen;
● regionale solidariteit met (*) begeleiding en aanmelding op regionaal niveau – dedicated team o.l.v. CAW Zuid-West-Vlaanderen en (*) het aantal woningen vastgelegd op het niveau van het werkingsgebied van de woonmaatschappijen.
Beschikbare begeleidingscapaciteit:
● Personeelsmiddelen:
○ 3VTE reguliere middelen (Vlaams)
■ 2,5VTE: CAW reguliere middelen
■ 0,5VTE: reguliere middelen dedicated team voor inkoop expertise van andere sectoren (GGZ, VAPH en drughulpverlening)
○ 0,7VTE tijdelijke middelen (via W13 – subsidie POD MI / Nationale Loterij) tot 30 april 2028
● Caseload: de officiële caseload voor Housing First is Vlaams vastgelegd op 1 op 8.
Rekening houdend met de reguliere middelen en de caseload zijn er 24 trajecten beschikbaar op regioniveau.
Aantal inwoners in Zuid-West-Vlaanderen: 332.211
Aantal Housing First-woningen per werkingsgebied:
Woonmaatschappij en aantal inwoners1
| Totaal aantal HF-woningen
| Aantal woningen op jaarbasis binnen pijler drie
|
SW+ (112.154 inwoners)
| 8 | 4 |
!Mpuls (53.791 inwoners
| 4 | 2 |
Elan (54.456 inwoners)
| 4 | 2 |
Vivus (113.810 inwoners)
| 8 | 4 |
Totaal op regioniveau
| 24 | 12 |
1 Housing First-traject per schijf van 13.842,13 inwoners
| ||
● Het aantal woningen (vastgelegd per werkingsgebied) wordt opgenomen binnen pijler drie ‘toewijzingen aan specifieke doelgroepen’ op het niveau van het werkingsgebied.
● Het gaat om het aantal Housing First toewijzingen op jaarbasis binnen het werkingsgebied. We gaan uit van een gemiddelde begeleidingsduur van min. twee jaar.
● De omschrijving van de toewijzingsprocedure wordt opgenomen in het doelgroepenplan.
Toewijzingen aan specifieke doelgroepen (pijler 3):
De toewijzingsraad kan één of meerdere specifieke doelgroepen afbakenen waaraan ze bij voorrang woningen kan toewijzen of waarvoor ze woningen op een adressenlijst kan voorbehouden. Maximaal 1/3 van het totale aantal sociale huurwoningen in een gemeente kunt u zo bij voorrang toewijzen aan of voorbehouden voor specifieke doelgroepen. De afbakening, de motivering, voorrangsregeling en het percentage worden opgenomen in het toewijzingsreglement.
Gemeenten op wie het toewijzingsreglement van toepassing is, bespreken het ontwerp in de gemeenteraad. Daar kan men het ontwerp amenderen voor het eigen grondgebied en alleen voor de langdurige woonbinding of de toewijzing aan doelgroepen. Daarna keurt de gemeenteraad het eventueel geamendeerde toewijzingsreglement goed.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het regionale voorstel omtrent Housing First en zal de formele vraag stellen aan de toewijzingsraad van VIVUS.
Dit echter enkel op voorwaarde dat alle andere partners in de regio meedoen en zolang er middelen zijn vanuit Vlaanderen.
Artikel 2
Het lokaal bestuur bezorgt ten laatste tegen 31 december 2026 een afschrift van de beslissing van de gemeenteraad aan mauranne.debosschere@welzijn13.be
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.22. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.23. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.24. Afvoering van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
C.25. Grafconcessies hernieuwingen - goedkeuring
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.1. OMV 2026_112 - Vrijputstraat 9 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen Vrijputstraat 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 34 F3, aangevraagd door Maaike Vandenbroucke - Niels Demeire wonende Vrijputstraat 2 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 5 oktober 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Vrijputstraat, wijziging A, 12 september 2000 met als bestemming zone voor wonen met achteraan het perceel een zone voor garage en bergingen en zone voor achteruitbouw.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Gebouwen en constructie dossier 0077-9-A voor bouwen van woonhuis met bouwpremie - vergunning op 05/10/1950.
● Gebouwen en constructie dossier 0077-9-B voor bouwen van een bergplaats achter zijn nieuw woonhuis - vergunning op 06/09/1951.
● Omgevingsvergunning /OMV_2021007251 voor bouwen van een garage goedgekeurd op 31/03/2021.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 479 m² en is gelegen langs de Vrijputstraat op ongeveer 500 m ten westen van de kern van Deerlijk. De Vrijputstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een gekoppelde eengezinswoning bestaande uit 1,5 bouwlaag en een lessenaarsdak. De woning heeft aan de linkerzijde een vrije zijtuinstrook die op het smalste punt 2,33 m breed is. Aan de achtergevel van de woning is een aanbouw voorzien tegen de rechter perceelgrens en op 3,4 m van de linker perceelgrens. De aanbouw heeft een oppervlakte van 14,71 m en is afgewerkt met twee hellende daken met een maximale nokhoogte van 3,43 m. De totale bouwdiepte op het perceel bedraagt 13,56 m.
Achter de woning zijn 2 aaneengesloten bijgebouwen voorzien waarin een garage en berging aanwezig zijn. De bijgebouwen hebben samen een oppervlakte van 45,28 m² en zijn gebouwd tot tegen beide perceelsgrenzen. De volledige vrije zijtuinstrook is verhard en dient als oprit naar de achterliggende garage.
Achteraan het perceel is eveneens een garage voorzien van 40 m² die ontsluit via de ‘Oude Tramzate’ wat een private uitweg is. Deze uitweg is aangelegd met een half verhard karrespoor. De garage is opgetrokken op de linker perceelsgrens, heeft een kroonlijsthoogte van 3 m en een nokhoogte van 4,50 m.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de bestaande achterbouw en bijgebouwen.
De twee gekoppelde bijgebouwen achter de woning, die dienst doen als garage en berging, worden afgebroken. De bestaande garage achteraan het perceel blijft behouden. De af te breken bijgebouwen hebben een totale oppervlakte van 45,28 m² en bevinden zich tegen de beide perceelsgrenzen.
De achterbouw van de woning wordt eveneens gesloopt. Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw uitbreiding voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op een afstand van min. 1 m t.o.v. de linker kavelgrens en tegen de rechter kavelgrens. De uitbreiding is op het breedste punt 6,33 m breed, heeft een diepte van 11,30 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De nokhoogte bedraagt 3,10 m.
Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft witgeschilderde baksteen en zwart aluminium buitenschrijnwerk.
Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een gang en trappenhal met apart toilet, een berging en techniekenlokaal, een leefruimte, keuken en een berging. Op het verdiep worden een trappenhal met aparte wc voorzien, de master bedroom met dressing en een badkamer. Onder het dak bevinden zich nog twee slaapkamers.
Naast de woning, in de vrije zijtuinstrook wordt een terras aangelegd van 33,96 m² in niet-waterdoorlatende tegels. De rest van de vrije zijtuinstrook wordt volledig verhard met waterdoorlatende verharding (dolomiet en klinkers met open voeg).
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 21 augustus 2026 tot 19 september 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Door de aanvrager worden volgende punten in strijd met de voorschriften aangegeven:
Plan schrijft voor: | Ontwerp voorziet: |
- Kroonlijsthoogte van het nevenvolume van max. 3 m.
- Aaneengesloten bebouwing of vrije zijtuinstrook van min. 3 m indien op aanpalend perceel een halfopen bebouwing aanwezig is. | - Kroonlijsthoogte van het nevenvolume is 3,1 m.
- Vrije zijtuinstrook van 1 m. |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien de hoofdfunctie een eengezinswoning betreft, de bouwdiepte en bezettingsgraad van het perceel niet overschreden worden, het aantal bouwlagen niet wijzigt.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de bouwhoogte en de breedte van de vrije zijtuinstrook (afmeting en inplanting) zodat een afwijking overwogen kan worden.
In de eerste afwijking wordt er beperkt afgeweken van de maximale kroonlijsthoogte om een dakopbouw te voorzien die voldoende isolatiewaarde heeft om de hedendaagse normen te volgen. De BPA-voorschriften dateren uit een periode waarin de isolatie-eisen aanzienlijk minder streng waren dan vandaag. Om te voldoen aan de actuele vereisten inzake energiezuinig bouwen en om een degelijk geïsoleerde dakopbouw te realiseren, is een hogere bouwhoogte noodzakelijk. Deze afwijking is beperkt en kan bijgevolg toegestaan worden.
De tweede afwijking heeft betrekking op de afmetingen en inplanting van de constructie. Volgens het BPA dient een minimale vrije zijtuinstrook van 3 m te worden gerespecteerd aan één zijde van het gebouw. De bestaande woning voldoet reeds niet aan deze bepaling aangezien de huidige vrije zijtuinstrook slechts 2,28 m bedraagt. De aanvraag beoogt een gedeeltelijke verdere uitbreiding van het bouwvolume waardoor voor de uitbreiding de afstand tot de perceelsgrens nog verder wordt teruggebracht tot 1 m. Hoewel de bestaande toestand als vergund kan worden beschouwd, vormt dit geen argument om de afwijking verder uit te breiden. De voorgestelde uitbreiding vergroot de strijdigheid met de geldende BPA-voorschriften aanzienlijk.
De zijtuinstrook van 3 m heeft een belangrijke ruimtelijke functie, waarborgt voldoende openheid tussen de bebouwing en draagt bij aan het ruimtelijk karakter van de omgeving. Deze afstand verzekert voldoende lichtinval en woonkwaliteit voor zowel het betrokken perceel als de aanpalende woning. Door de zijtuinstrook gedeeltelijk te reduceren van 2,28 m naar slechts 1 m wordt de resterende open ruimte langsheen de woning sterk beperkt.
De aanvrager toont bovendien niet aan dat er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een dergelijke vergaande afwijking van het BPA stedenbouwkundig noodzakelijk maken om de woning voldoende woonkwaliteit te geven. Bijgevolg wordt geoordeeld dat de aangevraagde uitbreiding tot op 1 m van de zijperceelsgrens niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening en dat de afwijking ten aanzien van de voorschriften van het BPA niet aanvaardbaar is.
Vanuit de dienst werd tijdens de voorbesprekingen aangegeven dat een beperktere afwijking in de lijn van de bestaande zijgevel van het hoofdvolume (tot op 2,28 m van de perceelsgrens) eventueel wel in overweging kan genomen worden. Er kan ook geopteerd worden om aaneengesloten bebouwing te voorzien tot op beide perceelsgrenzen conform de voorschriften van het BPA.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een bestaande hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 3.605 liter en een referentieoppervlakte van 14,2 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toiletten, wasmachine en buitenkraantje.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en gabarit:
De inplanting van de woning op de rooilijn blijft ongewijzigd. Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De bestaande achterbouw wordt vervangen door een nieuwe, ruime achterbouw, die op het breedste punt 6,33 m breed is. De nieuwe achterbouw wordt deels gerealiseerd op dezelfde plaats als de bestaande achterbouw en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
Het nieuwe volume wordt niet ingeplant conform de voorschriften van het BPA. In de bestaande situatie is er al een afwijking aanwezig ten opzichte van het BPA. Door de aanvraag wordt deze afwijking vergroot. De zijtuinstrook van 3 m draagt bij aan het ruimtelijk open gevoel op het perceel en zorgt voor voldoende lichtinval in een woning. Door de zijtuinstrook gedeeltelijk te reduceren van 2,28 m naar slechts 1 m wordt de resterende open ruimte langsheen de woning sterk beperkt. Bijgevolg wordt geoordeeld dat de aanvraag een vergroting van een al bestaande afwijking inhoudt die volgens de goede ruimtelijke ordening niet wenselijk is en geen goed gebruik van het perceel voorziet.
Door de bouw van het nieuwe volume wordt de totale gelijkvloerse bouwdiepte vergroot van 13,56 m naar 20,61 m, hetgeen aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving. Het perceel is immers eerder smal en diep, en een dergelijke gelijkvloerse bouwdiepte laat een kwalitatieve inrichting van de leefruimtes van de woning toe. Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren.
Het ontworpen volume wijkt qua bouwhoogte eveneens af van de voorschriften van het BPA, maar is qua volume inpasbaar in de betreffende omgeving. De bouwhoogte laat toe dat er voldaan kan worden aan de hedendaagse energetische normen.
De muren op de perceelgrens worden hierdoor gewijzigd. Hiervoor werd geen bezwaar ingediend door de eigenaars van het betreffende buurperceel.
Verschijningsvorm:
De voorgevel wordt wit geschilderd waardoor het ontwerp rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. De geschilderde afwerking is ruimtelijk aanvaardbaar en verenigbaar met het straatbeeld. Door te opteren voor schilderen blijft de kleinschalige structuur van het metselwerk nog steeds aanwezig.
De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (wit metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. De aanvrager behoudt zijn garage achteraan het perceel waardoor op eigen terrein de eigen parkeerbehoefte opgevangen wordt.
Groen- en omgevingsaanleg:
Naast de nieuwe achterbouw van de woning wordt een terras van 34 m² aangelegd. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
De woning beschikt tevens over een vrije beperkte zijtuinstrook. Het onbebouwde deel van deze zone wordt volledig verhard met waterdoorlatende en niet-waterdoorlatende verharding wat gezien wordt als een weinig kwalitatieve inrichting. Hierdoor gaat de beperkte open ruimte langsheen de perceelsgrens volledig verloren. De verharding van de volledige zijstrook vermindert de infiltratiemogelijkheden voor hemelwater, verhoogt de verhardingsgraad van het perceel en doet afbreuk aan het groene en open karakter dat een zijtuinstrook beoogt te vrijwaren. Dit versterkt de negatieve ruimtelijke impact van de reeds beperkte afstand tot de perceelsgrens en draagt bij tot een verdere verdichting van het perceel.
Bijgevolg wordt geoordeeld dat de aanvraag een ongunstige visuele impact heeft en niet bijdraagt aan een kwalitatief en samenhangend straatbeeld.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het College neemt akte van het ongunstig advies van de omgevingsambtenaar.
Het College is van oordeel dat de door de aanvrager uitdrukkelijk gevraagde afwijking van de BPA-voorschriften inzake de minimale vrije zijtuinstrook ruimtelijk aanvaardbaar is. Het College houdt hierbij ook rekening met de specifieke perceelscontext, de beperkte perceelsbreedte van 8 meter en de omgevingscontext. Er is geen impact naar de buren op vlak van lichtinval, privacy of woonkwaliteit van de aanpalenden. Het College stelt ook vast dat er geen bezwaren werden ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Gelet op deze elementen oordeelt het College dat de gevraagde afwijking verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 4.3.1, §2 VCRO, en dat de vergunning kan worden verleend.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Maaike Vandenbroucke - Niels Demeire wonende Vrijputstraat 2 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen van een bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen Vrijputstraat 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 34 F3.
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.2. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - behandeling bezwaarschrift - Beverenstraat 4
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.3. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - behandeling bezwaarschrift -Kerkstraat 3
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.4. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - behandeling bezwaarschrift - Veldstraat 23A
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.5. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - behandeling bezwaarschrift - Vichtesteenweg 163
Zitting van CBS van 21 OKTOBER 2026
D.6. Belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - behandeling bezwaarschrift - Vrijputstraat 25
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.