DEERLIJK

14 OKTOBER 2026

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte, Lukas Viaene

Algemeen directeur: Karel Bauters

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 7 oktober 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 7 oktober 2026.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 7 oktober 2026 goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.2. Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - aanpassing inzake politie - verzoek tot agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken volgend punt te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

"de toevoeging van de titel ‘Specifieke bepalingen met betrekking tot de politiezone’ in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - goedkeuring".

 

Motivering

 

1. Op 2 juli 2026 trad de wet tot wijziging van de Wet op de geïntegreerde politie in werking.

Deze wetswijziging had tot gevolg dat de politieraden, met onmiddellijk ingang, werden afgeschaft. De bevoegdheden van de politieraad worden integraal opgenomen door het politiecollege dat sindsdien als enige orgaan van de politiezone functioneert.

 

2.  Het toezicht op de werking van de zone en het politiecollege werd overgeheveld naar de gemeenteraden van de deelgenoten van de politiezone.

Zo is, onder andere, voorzien dat:

●        de korpschef jaarlijks toelichting verschaft aan de gemeenteraden omtrent de werking van de zone;

●        de gemeenteraad mandaat verleent aan de burgemeester om de begroting van de politiezone al dan niet goed te keuren;

●        de gemeenteraad kan via de burgemeester het politiecollege bevragen omtrent de werking van de zone. Met andere woorden wordt de burgemeester niet rechtstreeks zelf bevraagd.

 Deze bevraging kan onder de vorm van mondelinge vragen, schriftelijke vragen of  interpellaties.

 Deze bevraging is niet onderworpen aan de bepalingen van het Decreet Lokaal   Bestuur, maar aan de federale wetgeving die de werking van de lokale politiezones                             beheerst.

 

3. In toepassing van het huidige artikel 25/5 van de Wet Geïntegreerde Politiedienst (WGP) dient het politiecollege een reglement van orde op te stellen dat de wettelijke verplichte bepalingen en eventuele bijkomende regelingen omtrent de werking van het politiecollege omvat.

 

Het politiecollege van politiezone Gavers heeft in zitting van 11 september 2026 dergelijk reglement van orde aangenomen. Dit vormt een herwerking van het vroegere huishoudelijk reglement van het politiecollege waaraan de nodige aanpassingen werden doorgevoerd. De aanpassingen hebben, behoudens enkele verfijningen van de bestaande werking, hoofdzakelijk betrekking op:

●        Wijziging van het aanwezigheidsquorum (meerderheid van het aantal leden ipv het aantal stemmen).

●        Notulering en communicatie aan de gemeenteraadsleden. Hierbij werd ervoor geopteerd om de notulen gecentraliseerd beschikbaar te maken via een beveiligde teamsomgeving.

●        Dit heeft als voordeel dat alle notulen gemakkelijk op één plek raadpleegbaar zijn en niet telkenmale via afzonderlijk e-mailbericht aan de individuele raadsleden moeten worden verstuurd. Bijkomende voordeel is dat hierdoor de gemeentelijke administraties en de voorzitters van de gemeenteraad niet extra moeten belast worden.

●        Toevoeging van de ‘alarmbelprocedure’ (voor het geval een beslissing de belangen van één van de deelgenoten van de zone dreigt te benadelen).

●        Het jaarverslag van de korpschef of diens aangestelde aan de gemeenteraden. Hierbij werd, gelet op het beperkt aantal gemeenten binnen de zone, geopteerd om één gezamenlijke toelichting te voorzien voor beide gemeenteraden.

●        De goedkeuring van de begroting, begrotingswijzigingen en rekeningen overeenkomst de nieuwe wettelijke bepalingen.

●        De wijze waarop de gemeenteraad het politiecollege kan bevragen.

 Hierbij werd – in het kader van de uniformiteit en om een gedegen verwerking en   antwoord op de vragen te kunnen garanderen – telkens uitgegaan van een relevante                             termijn van 2 weken voor iedere vorm van bevraging, met name:

○        Schriftelijke vragen worden beantwoord binnen een termijn van 2 weken vanaf ontvangst door de politiesecretaris.

○        Mondelinge vragen en interpellaties worden uiterlijk 2 weken voor het laatste nuttige politiecollege voorafgaand aan de gemeenteraad aan de politiesecretaris bezorgd.

4.

In het kader van de volledigheid en duidelijkheid ten aanzien van de gemeenteraad is het aangewezen om de relevante bepalingen ook op te nemen in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.

Ter zake wordt voorgesteld om een titel  ‘Specifieke bepalingen met betrekking tot de politiezone’, dat vijf artikels omvat, toe te voegen aan het huishoudelijk reglement (HHR). Volgende onderwerpen worden hierin behandeld:

●        de wijze waarop de notulen van het politiecollege aan de raadsleden ter beschikking worden gesteld;

●        de wijze waarop het jaarverslag aan de gemeenteraden wordt voorgelegd;

●        de wijze waarop het politiecollege door de gemeenteraadsleden kan worden bevraagd;

●        de wijze waarop gemeenteraadsleden inzage kunnen krijgen in en afschrift kunnen krijgen van documenten en akten;

●        de wijze waarop de begroting, eventuele begrotingswijzigingen en de rekeningen worden goedgekeurd.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: art. 56, §1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, zoals gewijzigd door de wet van 25 mei 2026 houdende de afschaffing van de politieraad en de hervorming van het bestuursmodel van de lokale politie (B.S. 22 juni 2026).

○        KB van 20 december 2000 betreffende de berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege (artikel 1).

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad om volgend punt te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

●        de goedkeuring van de toevoeging van de titel 14 ‘Specifieke bepalingen met betrekking tot de politiezone’ zoals opgenomen in de gecoördineerde versie van het huishoudelijk reglement, in bijlage bij huidig besluit gevoegd.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.3. Aanleg van niet-watergedragen kunstgrasveld op de site Guido Gezellelaan (Terrein B) - toetreding groepsaankoop Sport Vlaanderen, voorwaarden mini-competitie en raming - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de toetreding tot de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen met als voorwerp de aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld op de site Guido Gezellelaan, de voorwaarden van de mini-competitie en de raming te agenderen op de gemeenteraad.

 

Motivering

 

De gemeente wenst het B-terrein (natuurgras) van KVC Deerlijk Sport in de Guido Gezellelaan te vervangen door een niet-watergedragen kunstgrasveld. Sport Vlaanderen heeft met betrekking tot het aanleggen van niet-watergedragen kunstgrasvelden en het optioneel onderhoud ervan een overheidsopdracht georganiseerd en een raamovereenkomst afgesloten met drie inschrijvers. Deze raamovereenkomst is een uitgelezen manier om kwalitatieve sportinfrastructuur aan te kopen aan een lage(re) prijs.

 

Door in te tekenen op deze raamovereenkomst moet het lokale bestuur geen administratieve weg meer doorlopen in de zoektocht naar een aannemer van kunstgrasvelden. Het hoeft zich geen zorgen te maken over procedures en technische vereisten in de zoektocht naar een aannemer, en aldus wordt het lokale bestuur ontzorgt van de administratieve formaliteiten verbonden aan een overheidsopdracht. De geselecteerde aannemers beschikken over voldoende beroepsbekwaamheid zodat er vanuit gegaan kan worden dat de terreinen aan de kwaliteitsstandaarden voldoen.

 

Sport Vlaanderen heeft deze raamovereenkomst gegund aan drie aannemers die een offerte met de beste prijs/kwaliteitverhouding hebben ingediend. De prijs/kwaliteitsverhouding werd beoordeeld op basis van verschillende gunningscriteria. De aannemers waaraan de raamovereenkomst gegund werd, zijn:

●        Lesuco nv, Leuvensebaan 31 te 3040 Huldenberg;

●        Sportinfrabouw nv, Essendonkbos 5 te 2910 Essen;

●        Scheerlinck nv, Koningin Astridlaan 87A te 2550 Kontich.

 

Vooraleer kan afgenomen worden binnen deze raamovereenkomst moet er eerst nog een mini-competitie tussen deze 3 aannemers georganiseerd worden voor dit project.

 

Via een mini-competitie breng je de door Sport Vlaanderen geselecteerde aannemers opnieuw in concurrentie met elkaar. Concreet betekent dit dat jouw organisatie deze aannemers (en alleen deze) een bestek van de mini competitie overhandigt, waarin de technische specificaties van het te realiseren kunstgrasveld worden meegedeeld op basis waarvan de aannemers een finale offerte op maat maken voor uw concrete project, rekening houdend met de afspraken die zijn gemaakt binnen de raamovereenkomst die met Sport Vlaanderen werd afgesloten.

 

De aannemer die volgens de spelregels uit het bestek de meest voordelige offerte heeft opgemaakt zal de werken mogen uitvoeren.

 

Met het oog op de realisatie van een niet-watergedragen kunstgrasveld werd voorgesteld om beroep te doen op de deskundige ondersteuning van een studiebureau.

 

Hiervoor werd gebruik gemaakt van de raamovereenkomst ‘Studiebureaus – omgevingsaanleg, perceel 7: omgevingsaanleg – regio West’ van aankoopcentrale Creat. De toetreding tot deze raamovereenkomst werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 november 2025. De afname binnen deze raamovereenkomst werd vervolgens goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.

 

De aanleg van een kunstgrasveld wordt beschouwd als bijkomende verharding en moet bijgevolg overeenkomstig de geldende regelgeving worden gecompenseerd door voldoende waterbuffering.

 

De vereiste buffercapaciteit voor het kunstgrasveld werd berekend en op de site ingetekend. Daarnaast wordt het gemeentelijke perceel tussen de Guido Gezellelaan 94 en 98 ingericht als bijkomende bufferzone, waarbij rekening wordt gehouden met een vrije onderhoudsstrook van ongeveer 4 meter.

 

Het kunstgrasveld wordt aangelegd rekening houdende met de minimale afmetingen die nodig zijn voor het spelen van officiële voetbalwedstrijden, namelijk 100m x 55m aangevuld met een neutrale zone van 3m rondom het speelveld.  

 

In het kader van deze opdracht werd een bestek opgesteld door Studiebureau Buresco BV, O. Delghuststraat 60 te 9600 Ronse.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 560.449,32 euro excl. btw of 678.143,68 euro incl. 21% btw (117.694,36 euro btw medecontractant).

 

Voor wie in 2026 toetreedt tot de raamovereenkomst voor de aanleg of renovatie van een kunstgrasveld biedt Sport Vlaanderen een extra financiële stimulans van 20% per project.  Een belangrijke voorwaarde is dat het kunstgrasveld prioritair bestemd is voor jeugdsport. 

 

Het aanvaarde investeringsbedrag wordt beoordeeld én berekend o.b.v. de gedetailleerde offerte die de geselecteerde aannemer voorgelegd heeft aan de afnemer. Extra uitgevoerde werken of aangelegenheden buiten de standaarden van de groepsaankoop worden niet mee gesubsidieerd. 

 

De subsidie kan in zijn totaliteit nooit meer bedragen dan 145.000,00 euro voor de aanleg van een kunstgrasveld standaard voor voetbal.

 

Voor deze opdracht is budget voorzien in het investeringsbudget van 2026 en 2027, op jaarbudgetrekening 0742-00/22800000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie 1.2.09).

 

Gelet op het voorgaande wordt voorgesteld om voor de aanleg van een niet-water gedragen kunstgrasveld op de site Guido Gezellelaan (terrein B) in te tekenen op de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen voor de aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld en een mini-competitie te organiseren tussen de 3 weerhouden kandidaten op basis van de meetstaat en het bestek, concreet afgestemd op de betrokken locatie.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de toetreding tot de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen met als voorwerp de aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld op de site Guido Gezellelaan, de voorwaarden van de mini-competitie en de raming te agenderen op de gemeenteraad.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.4. Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 1 (ruwbouw, afwerking en omgevingsaanleg) - voorlopige oplevering en vrijgave borgtocht - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 1 (ruwbouw, afwerking en omgevingsaanleg)” en de eerste helft van de borgtocht vrij te geven.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 7 juli 2021 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 1 (ruwbouw, afwerking en omgevingsaanleg)” aan Algemene Ondernemingen Himpe NV, Autobaan 16 te 8210 Loppem tegen het nagerekende offertebedrag van 4.732.862,82 euro excl. btw of 5.016.834,59 euro incl. 6 % btw (283.971,77 euro btw medecontractant).

 

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2019/20.

 

De aannemer Algemene Ondernemingen Himpe NV, Autobaan 16 te 8210 Loppem heeft aan zijn verplichtingen voldaan.

 

De ontwerper, Sweco Belgium bv - Arteum Architects, Engelse Wandeling 70 te 8510 Kortrijk-Marke stelde een proces-verbaal op van voorlopige oplevering, die plaatsvond op 15 juni 2026. 

 

Met betrekking tot de vrijgave van de borgtocht is volgende bepaling opgenomen in het lastenboek: "33 & 93 KB AUR Vrijgave van de borgtocht: De aanbesteder wenst garanties voor een spoedige en degelijke oplossing van opmerkingen bij opleveringen en wenst bijgevolg de dat de borgtocht pas wordt vrijgegeven wanneer aan de opmerkingen van de opleveringen is voldaan. Op herstellingswerken binnen de waarborgtermijn wenst de aanbesteder een aanvullende waarborg en uitgestelde vrijgave van de borgtocht. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om ingeval gesplitste oplevering de borgtocht gesplitst vrij te geven."

 

Bijgevolg wordt voorgesteld om de eerste helft (118.330,00 euro) van borgtocht nr. 171894A (Borgstellingskas: Algemene Borgstellingen cv) van 236.650,00 euro vrij te geven.

 

De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 12 maanden.

 

Juridische gronden

 

●   Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

●   Andere:

○        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

○        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

○        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

○        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

○        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

○        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

○        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Adviezen

 

De projectmanager ruimte verleent positief advies.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 1 (ruwbouw, afwerking en omgevingsaanleg)” wordt voorlopig opgeleverd.

 

Artikel 2

 

De eerste helft (118.330,00 euro) van borgtocht nr. 171894A (Borgstellingskas: Algemene Borgstellingen cv) van 236.650,00 euro mag worden vrijgegeven.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.5. Vervanging Core- en Access-switchen (afname via raamovereenkomst ICT 2025-2031 - 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge) - gunning - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het vervangen van de Core- en Access-switchen via de raamovereenkomst ICT 2025-2031 – 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge goed te keuren.

 

Motivering

 

De huidige core- en access-switches hebben de End-of-Life-status bij de fabrikant bereikt. Dat heeft direct gevolgen voor de veiligheid en betrouwbaarheid van ons netwerk.

 

De fabrikant levert voor deze toestellen geen firmware- of beveiligingsupdates meer. Nieuw ontdekte kwetsbaarheden blijven dus open, terwijl netwerkapparatuur een gericht doelwit is voor aanvallers. Dit is niet te verenigen met onze verplichtingen rond informatiebeveiliging.

 

Bij problemen kunnen we niet meer terugvallen op support van de fabrikant, en onderhoudscontracten kunnen niet worden verlengd. Vervangonderdelen worden schaars, waardoor een defect kan leiden tot langdurige uitval. Bij de core-switch betekent dat een stilstand van het volledige netwerk.

 

De vervanging van de switches is daarom aangewezen om de veiligheid, betrouwbaarheid en continuïteit van de gemeentelijke ICT-infrastructuur te waarborgen en het netwerk toekomstbestendig te maken.

 

Het vervangen van de Core- en Access-switchen kan gebeuren via de raamovereenkomst ICT 2025-2031 – 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge dat werd afgesloten met Inetum Belgium nv, Antwerpsesteenweg 261 bus 2 te 2800 Mechelen.

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 26 maart 2026 de toetreding tot de raamovereenkomst ICT 2025-2031 – 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge goed.

 

De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2017 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.

 

De uitgave voor de opdracht “Vervangen Core- en Access-switchen (afname via raamovereenkomst ICT 2025-2031 – 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge)” wordt geraamd op 120.000,00 euro excl. btw of 145.200,00 euro incl. 21% btw.

 

Voor het vervangen van de Core- en Access-switchen werd offerte gevraagd bij Inetum Belgium nv.

 

Er werd 1 offerte ontvangen van 119.081,31 euro excl. btw of 144.088,39 euro incl. 21% btw.

 

Voor deze uitgave wordt krediet voorzien in het investeringsbudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0190-00/24100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB).

 

De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de opdracht “Vervangen Core- en Access-switchen (afname via raamovereenkomst ICT 2025-2031 – 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge)” te gunnen aan Inetum Belgium nv tegen het nagerekende offertebedrag van 119.081,31 euro excl. btw of 144.088,39 euro incl. 21% btw.

 

Juridische gronden

 

●   Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

●   Andere:

○        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

○        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

○        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

○        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

○        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet), en meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.

○        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

○        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

 

Adviezen

 

De expert IT verleent positief advies.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Bestelbedrag

119.081,31 euro excl. btw of 144.088,39 euro incl. btw

Actie

Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling (GBB)

Jaarbudgetrekening

0190-00/24100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

Voorwaardelijk visum

G-2026-49 dd. 12/10/2026

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het vervangen van de Core- en Access-switchen via de raamovereenkomst ICT 2025-2031 - 05 systeeminfrastructuur van de stad Brugge wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2

 

De opdracht wordt gegund aan Inetum Belgium nv, Antwerpsesteenweg 261 bus 2 te 2800 Mechelen, tegen het nagerekende offertebedrag van 119.081,31 euro excl. btw of 144.088,39 euro incl. 21% btw.

 

Artikel 3

 

De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0190-00/24100000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB).

 

Artikel 4

 

Het krediet zal verhoogd worden bij de volgende budgetwijziging

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.6. Softwarepakket leegstand, 2e verblijf & verwaarlozing - gunning - goedkeuring

 

Aanleiding en context

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de gunning van de opdracht “Softwarepakket leegstand, 2e verblijf & verwaarlozing” goed te keuren.

 

Motivering

In het kader van de opdracht “Softwarepakket leegstand, 2e verblijf & verwaarlozing” werd een bestek met nr. 2026-24 opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 35.000,00 euro excl. btw of 42.350,00 euro incl. 21% btw.

 

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 12 augustus 2026 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 12 augustus 2026 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:

●        Aarixa BV, Industrieweg 1009 te 3540 Herk-De-Stad;

●        Remmicom NV, Stationsstraat 147 te 2235 Hulshout.

 

De offertes dienden het bestuur ten laatste op 17 september 2026 om 17.00 uur te bereiken.

 

De verbintenistermijn van 90 kalenderdagen eindigt op 16 december 2026.

 

Er werden 2 offertes ontvangen :

●        Remmicom NV, Stationsstraat 147 te 2235 Hulshout (30.876,96 euro excl. btw of 37.361,12 euro incl. 21% btw);

●        Aarixa BV, Industrieweg 1009 te 3540 Herk-De-Stad (31.200,00 euro excl. btw of 37.752,00 euro incl. 21% btw);

 

De eventuele onderhandelingen en verbeteringen resulteerden in volgende eindoffertes:

●        Remmicom NV, Stationsstraat 147 te 2235 Hulshout (30.876,96 euro excl. btw of 37.361,12 euro incl. 21% btw)

●        Aarixa BV, Industrieweg 1009 te 3540 Herk-De-Stad (31.200,16 euro excl. btw of 37.752,19 euro incl. 21% btw)

 

De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelde op 8 oktober 2026 het verslag van nazicht van de offertes op.

 

De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, deze opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Remmicom NV, Stationsstraat 147 te 2235 Hulshout tegen het nagerekende offertebedrag van 30.876,96 euro excl. btw of 37.361,12 euro incl. 21% btw.

 

Juridische gronden

●   Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

●   Andere:

○        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

○        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

○        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

○        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

○        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet).

○        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

○        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

 

Adviezen

De deskundige wonen verleent positief advies.

 

Financiën

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Bestelbedrag

●        Set-up (1-malig)

●        Onderhoud (maandelijks)

 

10.440,00 euro excl. btw of 12.632,40 euro incl. btw

425,77 euro excl. btw of 515,18 euro incl. btw

Actie

Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling (GBB)

Jaarbudgetrekening

0629-00/61410000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

Voorwaardelijk visum

G-2026-48 dd. 12/10/2026

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 8 oktober 2026, opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.

 

Artikel 2

 

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3

 

De opdracht “Softwarepakket leegstand, 2e verblijf & verwaarlozing” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Remmicom NV, Stationsstraat 147 te 2235 Hulshout tegen het nagerekende offertebedrag van 30.876,96 euro excl. btw of 37.361,12 euro incl. 21% btw.

 

Artikel 4

 

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2026-24.

 

Artikel 5

 

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0629-00/61410000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.7. Aanpassing rechtspositieregeling - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed te keuren.

 

Motivering

 

In het kader van de actualisering van de rechtspositieregeling werd een gecoördineerde versie uitgewerkt waarin de bepalingen voor de gemeente en het OCMW worden samengebracht. Daarnaast worden diverse wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van gewijzigde wetgeving, beleidskeuzes en organisatorische evoluties. Het jaar 2027 wordt daarbij voorzien als overgangsjaar naar een volledig vernieuwde rechtspositieregeling.

 

Volgende artikelen dienen te worden aangepast:

 

Algemene bepalingen

 

●        Alle verwijzingen naar de functie van adjunct-algemeen directeur worden geschrapt aangezien deze functie niet langer voorkomt binnen de organisatie.

 

●        In artikel 1, §2 (toepassingsgebied) worden de medewerkers tewerkgesteld via artikel 60, jobstudenten, monitoren, lesgevers en vrijwilligers expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied van deze rechtspositieregeling. Voor deze categorieën wordt op termijn een afzonderlijk regelgevend kader beoogd.

 

●        Artikel 6, §2 wordt aangepast zodat de voorwaarde van Belgische nationaliteit enkel nog geldt voor de functies van algemeen directeur en financieel directeur.

 

Loopbanen en salarisschalen

 

●        Artikel 118 wordt aangevuld met de functionele loopbaan A4a-A4b.

 

●        Artikel 120 wordt aangevuld met de functionele loopbaan C4-C5.

 

●        Artikel 122 wordt aangepast met een specifieke aanvulling voor de dienstenchequeonderneming.

 

●        Artikel 178 wordt uitgebreid met de dienstenchequeonderneming en de functionele loopbaan A4a-A4b.

 

Fietsleasing

 

●        Er worden nieuwe artikelen 195bis en 195ter toegevoegd betreffende het theoretisch budget in het kader van de invoering van fietsleasing binnen het lokaal bestuur.

 

Vakantiegeld en eindejaarstoelage

 

●        De artikelen 200 tot en met 210bis worden aangepast naar aanleiding van de overstap naar het vakantiestelsel van de publieke sector.

 

●        De artikelen 212 tot en met 214 worden geactualiseerd conform het Vijfde Wijzigingsbesluit inzake de berekening van de eindejaarstoelage. Hierbij worden zowel de wettelijke bepalingen als de lokale beleidskeuzes verduidelijkt.

 

●        De artikelen 252 tot en met 254 worden eveneens aangepast om de bepalingen rond het nieuwe vakantiestelsel verder te verduidelijken.

 

●        In de slotbepalingen wordt opgenomen dat de nieuwe regeling inzake het vakantiestelsel van de publieke sector in werking treedt op 1 januari 2027.

 

Vergoedingen en toelagen

 

●        Artikel 219 verduidelijkt dat personeelsleden van niveau A niet onder deze specifieke afdeling vallen.

 

●        Artikel 229 wordt geactualiseerd in functie van de actuele werkwijze.

 

●        Artikel 233, §2 wordt aangepast aan de huidige werking binnen de organisatie.

 

●        Artikel 233, §3 wordt aangepast aan de bepalingen van het sectoraal akkoord.

 

●        Artikel 237, §2 bepaalt voortaan expliciet dat de betrokken vergoeding maandelijks wordt uitbetaald.

 

●        Artikel 243 wordt aangevuld met een anciënniteitspremie bij 35 jaar dienstanciënniteit.

 

Verloven en afwezigheden

 

●        Artikel 261 verduidelijkt dat maximaal tweemaal per kalenderjaar afwezigheid wegens ziekte zonder medisch attest mogelijk is, conform de hogere regelgeving.

 

●        Artikel 262, §4 wordt geschrapt aangezien deze bepaling niet langer verenigbaar is met de geldende Europese regelgeving. Dit dient binnen de 24 maanden opgenomen te worden.

 

●        Artikel 265, §1 wordt aangepast zodat een progressieve werkhervatting voor statutaire personeelsleden niet langer minimaal de helft van het normale arbeidsregime hoeft te bedragen. De omvang van de werkhervatting wordt voortaan bepaald in onderling overleg, conform de hogere regelgeving.

 

●        Artikel 277 wordt geactualiseerd inzake de omstandigheidsverloven overeenkomstig de geldende wetgeving.

 

●        Artikel 279, §1 wordt aangevuld met het onbetaald verlof om dwingende redenen en het zorgverlof.

 

 

Opheffingsbepalingen

 

De huidige rechtspositieregelingen van de gemeente Deerlijk en het OCMW Deerlijk worden opgeheven en vervangen door de nieuwe gecoördineerde versie met ingang van 15 oktober 2026.

 

Wijzigingen aan de bijlagen

 

Bijlage II - Uitgewerkte salarisschalen

 

●        De salarisschalen van gemeente en OCMW worden samengevoegd en aangevuld met ontbrekende schalen.

●        De salarisschaal RC346 (sportfunctionaris) wordt geschrapt.

●        De salarisschaal van de adjunct-algemeen directeur wordt verwijderd.

 

Bijlage IV - Aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden

 

●        De bijlagen van gemeente en OCMW worden samengevoegd tot één gezamenlijk overzicht.

●        De vereiste van een rijbewijs B wordt geschrapt voor administratieve functies en behouden voor technische functies, met uitzondering van de poetsfuncties.

●        Diverse functiebenamingen worden geactualiseerd.

●        Technische aanpassingen worden doorgevoerd om de bepalingen af te stemmen op het huidige organogram van de organisatie.

 

Deze zaken werden behandeld op het syndicaal overleg van 30 september 2026 en gaven aanleiding tot een positief protocol.

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2026 houdende delegatie van de bevoegdheid tot vaststelling en wijziging van de rechtspositieregeling aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 41, tweede lid, 2° Decreet Lokaal Bestuur

●        andere:

○        Art. 56, § 3, 2° Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen en zijn ingecalculeerd in het voorliggend ontwerp van meerjarenplanning.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorliggende rechtspositieregeling in zijn totaliteit goed te keuren en deze te laten ingaan met ingang van 15 oktober 2026.

 

Artikel 2

 

Teneinde de rechtzekerheid te dienen, wordt de rechtspositieregeling zoals goedgekeurd in zitting van 18 december 2025 opgeheven. Voor het vakantiestelsel van de contractuele personeelsleden blijven de bepalingen nog geldig zoals voorzien in de rechtspositieregeling goedgekeurd door de gemeente- en OCMW in zitting van 18 december 2025, tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 worden de contractuele personeelsleden overgezet op het publieke vakantiestelsel.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Punt bijlagen/links B3._Overzicht_verloven_-_afwezigheden.pdf Download
B4._Aanvullende_aanwervings_-_en_bevorderingsvoorwaarden.pdf Download
B5._Kaderreglement_tweede_pensioenpijler_contractanten.pdf Download
B1._Diplomavoorwaarden.pdf Download
B2._Uitgewerkte_salarisschalen.pdf Download
202610_RPR_GEMEENTE_&_OCMW_Deerlijk.pdf Download
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.8. Aanpassing organogram - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht het geïntegreerde organogram van gemeente en OCMW Deerlijk goed te keuren.

 

Motivering

 

In het kader van de verdere optimalisatie van de organisatiestructuur, de uitvoering van het meerjarenplan en enkele noodzakelijke technische correcties, wordt voorgesteld om de personeelsformatie op een aantal punten aan te passen:

 

●        De functie Coördinator personeel wordt herbenoemd naar Expert personeel. Hierbij wordt verduidelijkt dat er geen hiërarchische aansturing bestaat ten aanzien van de administratieve poule.

 

●        De formatie van Deskundige wonen wordt uitgebreid met 0,3 VTE, conform de voorziening in het meerjarenplan.

 

●        Voor de functies van Hulparbeider in het depot worden bevorderingsmogelijkheden voorzien binnen de niveaus D1-D3. De functies op E-niveau worden uitdovend verklaard, conform de uitgangspunten opgenomen in het meerjarenplan.

 

●        Een materiële rechtzetting wordt doorgevoerd voor de functie Hulparbeider facility. Hoewel de functie momenteel in het organogram opgenomen is voor 0,5 VTE, bedraagt de effectieve tewerkstelling reeds 1 VTE. De formatie wordt hiermee in overeenstemming gebracht.

 

●        De formatie van Technisch assistent facility wordt uitgebreid met 0,5 VTE. Deze uitbreiding betreft een interne verschuiving waarbij een functie van technisch ondersteuner vanuit de sociale dienst wordt overgeheveld naar het team van facility.

 

●        De functie Administratief medewerker onthaal & logistiek wordt organisatorisch ondergebracht onder de Teamcoach burgerzaken, in plaats van onder de rechtstreekse aansturing van het Clusterhoofd burger en welzijn.

 

●        De formatie van de dienst burgerzaken wordt uitgebreid met 0,5 VTE.

 

●        De formatie van Brugfiguur en Deskundige Huis van het Kind wordt uitgebreid met 0,3 VTE, conform het meerjarenplan. Daarnaast wordt deze functie organisatorisch ondergebracht onder het clusterhoofd, in plaats van onder de coördinator sociale dienstverlening.

 

●        De formatie van Maatschappelijk werker wordt uitgebreid met 1 VTE. Deze uitbreiding gebeurt doordat de functie Expert sociale dienstverlening (B4-B5) wegvalt.

 

●        De functie Coördinator sociale dienstverlening en welzijn wordt herbenoemd naar Coördinator sociale dienstverlening.

 

●        De formatie van Trajectbegeleider wordt uitgebreid met 0,5 VTE, conform de goedgekeurde meerjarenplanning.

 

●        De functiebenaming Deskundige BOA wordt gewijzigd naar Deskundige kind.Daarnaast wordt de formatie uitgebreid met 0,5 VTE, conform de kredieten voorzien in het meerjarenplan.

 

●        De poetsformatie voor het gemeenschapscentrum wordt aangepast naar 1,84 VTE. Deze uitbreiding van 0,52 VTE voorziet in een gedeelde inzet van:

○        12 uur/week binnen de vrijetijdsdiensten;

○        8 uur/week binnen het gemeentehuis.

 

Deze materie werd behandeld op het syndicaal overleg van 30 september 2026 wat aanleiding gaf tot een positief protocol.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 §3 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De voorgestelde uitbreidingen en verschuivingen zijn voorzien binnen de middelen opgenomen in het meerjarenplan, dan wel het gevolg van interne verschuivingen of materiële rechtzettingen zonder bijkomende budgettaire impact.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het voorgelegde organogram van de gemeente en het OCMW Deerlijk goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Punt bijlagen/links 2026.10.pdf Download
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.9. Fietslease - fietspolicy - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de fietspolicy zoals voorgelegd in bijlage goed te keuren.

 

Motivering

 

In het kader van een verdere uitbouw van aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden voor medewerkers, wenst het lokaal bestuur Deerlijk een fietsleaseaanbod in te voeren voor zijn personeelsleden. Hiervoor werd een fietsbeleid uitgewerkt waarin de voorwaarden, rechten en plichten van zowel werkgever als werknemer worden vastgelegd. De regeling werd opgenomen in de fietspolicy in bijlage.

 

Met deze fietspolicy wil het bestuur medewerkers stimuleren om vaker de fiets te gebruiken voor woon-werkverplaatsingen, bijdragen aan een duurzame mobiliteit en tegelijkertijd inspelen op de vraag naar moderne en flexibele extralegale voordelen.

 

De fietslease zal worden georganiseerd via de leasepartner Cyclobility BV. De leasekost wordt gefinancierd via een vrijwillige omzetting van (een gedeelte van) de bruto eindejaarstoelage, aangevuld met de patronale bijdragen waarop de werknemer aanspraak kan maken.

 

Volgende basisprincipes zijn opgenomen in de fietspolicy:

 

●        Deelname is mogelijk voor statutaire en contractuele medewerkers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die minstens zes maanden in dienst zijn;

●        Medewerkers kunnen kiezen uit een ruim aanbod van fietsen en leaseformules van 36, 48 of 60 maanden;

 

●        De fiets dient op regelmatige basis gebruikt te worden voor woon-werkverplaatsingen;

 

●        Onderhoud, fietsbijstand en bescherming tegen diefstal en schade maken deel uit van het leasepakket;

 

●        De policy regelt eveneens de modaliteiten bij afwezigheden, uitdiensttreding, pensionering, schadegevallen en vroegtijdige beëindiging van de lease.

 

De fietspolicy werd overlopen op het syndicaal overleg van 30 september 2026 en gaf aanleiding tot een positief protocol.

 

De fietspolicy treedt in werking op 1 januari 2027.

 

Juridische gronden

 

●        besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2026 houdende delegatie van de bevoegdheid voor personeelsbeleid aan college van burgemeester en schepenen.

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, §1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Titel VII, Hoofdstuk V, Art. A95 ter rechtspositieregeling gemeente en OCMW Deerlijk

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de fietspolicy zoals voorgelegd in bijlage goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.10. HOC - verslag van 30 september 2026 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het verslag van het HOC van 30 september 2026.

 

Motivering

 

Het Hoog Overlegcomité (HOC) kwam samen op 30 september 2026 met volgende agendapunten:

●        Sectoraal akkoord

●        RPR

●        Organogram

●        Fietsleasing - fietspolicy

●        Varia

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van het HOC van 30 september 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.11. Technisch assistent sport - beslissing tot genezenverklaring zonder blijvende arbeidsongeschiktheid - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.12. Diverse verslagen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.

 

Motivering

 

Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:

 

●        Hulpverleningszone Fluvia - verslag van het zonecollege van 11 september 2026

●        Hulpverleningszone Fluvia - verslag van de zoneraad van 11 september 2026

●        Centraal Feestcomité - verslag van de vergadering van 1 oktober 2026

●        Leiedal - verslag van de Raad van Bestuur van 25 september 2026

●        Leiedal - voorontwerp van het jaaractieplan van 2027

●        Fluvius West - notulen van het Regionaal Bestuurscomité Leie van 9 juni 2026

●        Toerisme Leiestreek - verslag met bijlagen van de algemene vergadering van 6 oktober 2026

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.

 

Artikel 2

 

Het college neemt kennis van het voorontwerp jaaractieplan 2027 van Leiedal en heeft volgende opmerkingen:

●        Er wordt voor 2027 verwezen naar de verdere projectregie Braamakker Deerlijk. Hier worden voorlopig geen verdere stappen in gezet.

●        Opmaak visieplan Bonte Os Deerlijk in 2027. Deze timing is nog onzeker en afhankelijk van de budgettaire keuzes die eind dit jaar worden gemaakt.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.13. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.14. DPO - bedrijfspolicies - verzoek tot agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken om volgende bedrijfspolicies te agenderen op de gemeenteraad van 29 oktober 2026:

●        AI-policy

●        e-policy

●        privacy policy

●        wachtwoordpolicy

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 30 september 2026 de goedkeuring te hechten aan de hierboven beschreven policies die handvaten aan de organisatie moeten geven om verder vorm te geven aan het informatieveiligheidsbeleid en de cybersecurity van het lokaal bestuur.

 

Gezien deze richtlijnen niet enkel zinvol zijn voor medewerkers van de organisatie, maar bij uitbreiding voor de mandatarissen van het lokaal bestuur, wordt voorgesteld om deze ook te laten valideren door de gemeente- en OCMW-raad.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art 56. §1. Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken deze bedrijfspolicies te agenderen op de gemeenteraad van 29 oktober 2026.

●        AI-policy

●        e-policy

●        privacy policy

●        wachtwoordpolicy

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.15. BOA-activiteiten najaar 2026 - prijzen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de discrepantie in retributie tussen de kinderfilmnamiddagen in het najaar van 2026 en de retributie zoals gestipuleerd in het retributiereglement BOA, goedgekeurd op de gemeenteraadszitting van 4 juni 2026.

 

Motivering

 

Door een administratieve fout werden tijdelijk verkeerde retributies gehanteerd voor bepaalde BOA-activiteiten waardoor deze niet overeenstemmen met de retributies zoals gestipuleerd in artikel 4 en 6 van het retributiereglement BOA, goedgekeurd op de gemeenteraadszitting van 4 juni 2026. Het gaat concreet om de volgende activiteiten:

 

●        kinderfilmnamiddag Elio, op woensdag 21 oktober 2026

●        kinderfilmnamiddag Niko voorbij het noorderlicht, op woensdag 16 december 2026

 

Tot 13 oktober 2026 gold een retributie van 3 euro (en kansentarief 0.60 euro). Voor de personen die ingeschreven zijn vòòr deze datum wordt deze prijs aangehouden. De prijs werd op 13 oktober 2026 aangepast naar de geldende retributie van 4 euro (en kansentarief 0.80 euro) zoals gestipuleerd in het retributiereglement BOA.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Retributiereglement BOA, goedgekeurd op de gemeenteraadszitting van 4 juni 2026

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de aanpassing van retributies voor de kinderfilmnamiddagen in najaar 2026 conform de retributies voor BOA-activiteiten zoals gestipuleerd in het retributiereglement BOA.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.16. Onderwijs - premie verkeersveiligheidsactie 2026  - Basisschool De Driesprong - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de toekenning van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, aan Basisschool De Driesprong, goed te keuren.

 

Motivering

 

De directie van BS De Driesprong heeft op 5 oktober 2026 een aanvraag ingediend voor het bekomen van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie.

 

Deze actie vertaalt zich in de aankoop van fluohesjes voor de leerlingen van de school.

 

De aanvraag beantwoordt aan de vereisten van het premiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 5 november 2025. Overeenkomstig het premiereglement dekt de premie de kostprijs van de verkeersveiligheidsactie met een maximum van 1 euro per kind per jaar. In BS De Driesprong nemen in totaal 200 leerlingen deel aan de verkeersveiligheidsacties. De premie bedraagt aldus 200 euro.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Premiereglement verkeersveilighedsacties scholen goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 5 november 2025

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

200 euro

Actie

Veiligheidsacties

Jaarbudgetrekening

GBB/0200-00/64910001

Visum

niet vereist

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag van BS De Driesprong tot het verkrijgen van een premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, goed te keuren. Deze premie, ten bedrage van 200 euro, zal uitbetaald worden op bankrekeningnummer BE42 0910 1917 9454 van Go! BS De Driesprong.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.17. Jeugdraad - verslag van 6 september 2026 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag van de vergadering van de jeugdraad van 6 september 2026.

 

Motivering

 

Op 6 september 2026 was er vergadering van de jeugdraad.

Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd in een volgende zitting van 4 oktober 2026.

 

De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.18. Café congé - editie 2027 - concept - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het concept voor Café Congé editie 2027.

 

Motivering

 

Op dinsdag 15 september 2026 werd de editie van Café Congé 2026 geëvalueerd door de werkgroep. Uit deze evaluatie bleek onder meer:

 

●        P.A. blijft een grote hap uit het budget nemen voor twee donderdagen;

●        Het neunkirchenplein is een goede locatie, is centraal gelegen en voorziet alle mogelijke logistieke middelen zoals sanitair, elektriciteit,... Vanuit de werkgroep bekijken we wel wat de mogelijkheden zijn in de Beuk;

●        De nodige consumpties zijn gedaald in vergelijking met vorig jaar.

 

De essentie van Café Congé blijft nog steeds 'het inzetten en de start van de vakantie, een aangenaam samenzijn met personen van verschillende leeftijden, in een sfeervolle en toegankelijke omgeving en met aantrekkelijke muziek (op de achtergrond)'. Dit werd eveneens bevestigd tijdens het evaluatiemoment met afgevaardigden van de jeugdraad op dinsdag 15 september 2026.

 

Op basis van bovenstaande evaluatie en in overleg met de jeugdraad, wordt voorgesteld om Café Congé in 2027 nog steeds in twee edities te laten doorgaan, die zullen plaatsvinden op de tweede en derde donderdagavond van juli.

 

De muzikale programmatie zal voor editie 2027 er anders uitzien, hierbij zullen we kijken vanuit de werkgroep café congé om één donderdagavond in te zetten op bands en één donderdagavond op dj's om zo de kost in P.A. te beperken.

 

Voor het bemannen van de bar en het eetkraam tijdens Café Congé worden de jeugdverenigingen nog steeds aangesproken. Per avond worden er 2 verenigingen ingezet om de catering voor hun rekening te nemen. De vrijetijdsdiensten bemannen de kassa (met de verkoop van jetons). Omdat het steeds moeilijker wordt om (jeugd)verenigingen te engageren, zullen in tegenstelling tot de voorbije edities de verenigingen voor het uitbaten van de bar en het eetkraam (inclusief op- en afbouw, bediening, afwas, ...)  een vergoeding van 200 euro ontvangen (naar analogie met autoloze zondag).

 

De uitgaven voor café congé: 15.107,33 euro.

De inkomsten voor café congé: 6.082,50 euro

●        Hiervoor moet de jeugddienst nog afwachten of de premie van Vlaanderen feest (ten bedrage van +/-1.000,00 euro) wordt goedgekeurd.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

15.107,33 euro

Actie

uitgaven Café congé

Jaarbudgetrekening

GBB/0719-02/61320004

Visum

/

 

Raming of bedrag

6.082,50 euro

Actie

Ontvangsten Café congé

Jaarbudgetrekening

GBB/0719-02/70080003

Visum

/

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het concept voor Café Congé editie 2027.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.19. Jeugdraad - advies m.b.t. Properste jeugdlokaal - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepen wordt gevraagd kennis te nemen van het advies van de jeugdraad met betrekking tot het properste jeugdlokaal.

 

Motivering

 

Tijdens de jeugdraad van 4 oktober 2026 werd er gesproken over propere jeugdlokalen.

 

De jeugdraad omschrijft het advies als volgt:

De Jeugdraad geeft een positief advies aan het voorstel om een controle-/ stimuleringsactie te organiseren waarbij het properste jeugdlokaal uitgeroepen en beloond wordt.

 

De Deerlijkse jeugdlokalen vormen een belangrijke ontmoetingsplaats voor kinderen, jongeren en vrijwilligers, tijdens hun wekelijkse werkingen maar ook jaarlijkse evenement. Daarom is het van groot belang dat deze lokalen onderhouden worden en zich in een nette, veilige en aangename staat bevinden. Recente berichtgeving in het nieuws over de stijgende problematiek van jeugdlokalen die zich in een slechte staat verkeren, toont aan dat blijvende aandacht voor netheid en onderhoud noodzakelijk is.

 

De Jeugdraad is van mening dat een positieve en motiverende aanpak meer effect heeft dan een louter controlerende aanpak. Door een wedstrijd te organiseren waarbij jeugdverenigingen beloond worden voor hun inspanningen, worden jongeren gestimuleerd om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun lokaal en omgeving.

 

De Jeugdraad ondersteunt daarom het voorstel waarbij:

 

●        Alle betrokken jeugdverenigingen een sleutel van hun lokaal ter beschikking stellen voor de duur van de actie;

●        Vooraf een bepaalde controleperiode wordt gecommuniceerd;

●        Schepen van Jeugd, de Jeugdconsulent en eventueel aanvullende vertegenwoordigers gedurende deze periode onaangekondigd een bezoek kunnen uitvoeren;

●        De beoordeling op basis gebeurt van objectieve criteria zoals netheid, orde, hygiëne, algemene onderhoudsstaat en veiligheid;

●        Aan het ‘properste jeugdlokaal’ een passende beloning wordt toegekend.

 

De jeugdraad adviseert daarnaast om de beoordelingscriteria vooraf duidelijk te communiceren zodat elke vereniging weet waarop gelet wordt. Op die manier wordt de wedstrijd als eerlijk en transparant ervaren. Verder kan het nuttig zijn om naast het uitreiken van een prijs ook constructieve feedback te geven aan alle deelnemende verenigingen, zodat ook zij blijvend kunnen werken aan de kwaliteit van hun lokalen.

 

Conclusie:

De Jeugdraad is overtuigd dat deze actie zal bijdragen aan propere, verzorgde en veilige jeugdlokalen. Bovendien stimuleert het initiatief verantwoordelijkheidszin, eigenaarschap en een positieve betrokkenheid van leiding bij hun vereniging. Daarom verleent de Jeugdraad een gunstig advies voor de organisatie van deze actie en de daaraan gekoppelde beloning voor het properste jeugdlokaal.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de jeugdraad met betrekking tot properste jeugdlokaal.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.20. Werkgroep jeugdlokalen 2027 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akkoord te gaan met de oprichting van een werkgroep jeugdlokalen

 

Motivering

 

De werkgroep jeugdlokalen

 

De werkgroep jeugdlokalen heeft als doel jeugdverenigingen te sensibiliseren en ondersteunen rond thema’s zoals netheid, onderhoud en basisveiligheid van hun jeugdlokalen. Het project vertrekt vanuit een positieve en begeleidende insteek en beoogt geen controle- of handhavingsfunctie.

 

De werkgroep jeugdlokalen bestaat uit vertegenwoordigers van de jeugddienst, de interne preventiedienst en dienst noodplanning, de technische dienst en de schepen van jeugd. De jeugddienst neemt hierbij de trekkersrol op zich en staat in voor de coördinatie en communicatie binnen het traject. De preventiedienst en dienst noodplanning leveren adviserend inhoudelijk input, terwijl de technische dienst instaat voor de technische expertise met betrekking tot infrastructuur. Bij de samenstelling en werking van de werkgroep wordt bewust ingezet op een neutraal en objectief karakter. Om deze neutraliteit te waarborgen, bestaat de werkgroep uitsluitend uit vertegenwoordigers van de betrokken gemeentelijke diensten en het bevoegde bestuur, en maken jeugdverenigingen zelf geen deel uit van de werkgroep.

 

De initiële opzet van het project vertrok vanuit het idee om op een ludieke en positieve manier – onder meer via een symbolische erkenning tijdens de nieuwjaarsreceptie van de jeugd – aandacht te vragen voor het belang van een propere en veilige jeugdwerking. Gaandeweg werd de focus verder verfijnd en verschoven van evaluatie of vergelijking naar bewustmaking, begeleiding en ondersteuning van de jeugdverenigingen.

 

Voorstel eerste traject 

 

De werkgroep beoogt in het jaar 2027 te starten met een reeks rondgangen in jeugdlokalen, met als doel inzicht te verwerven in de aanwezige sterktes en aandachtspunten van de jeugdgebouwen.

 

●        In 2027 voorziet de werkgroep een kennismakingsronde met de hoofdleiding van de betrokken jeugdverenigingen. Deze ronde fungeert als eerste aanzet om een beeld te krijgen van de huidige situatie per jeugdlokaal. De hoofdleiding licht hierbij de werking toe en begeleidt de werkgroep tijdens een rondleiding doorheen het gebouw.

 

●        In 2027 word bijkomend een onaangekondigde rondgang georganiseerd. Deze rondgang laat toe om de situatie in de jeugdlokalen op een realistische manier te bekijken, zonder voorafgaande beïnvloeding, en kaderen expliciet binnen het sensibiliserende en niet-controlerende karakter van het project.

 

○        Inhoudelijk worden er checklisten uitgewerkt rond verschillende thematieken, waaronder afvalbeheer, hygiëne, onderhoud, orde en uitstraling, hygiëne van keuken en sanitair, energiegebruik, opslag en materialen, en algemene veiligheid.

 

○        Deze checklisten vormen de basis voor een indicatief en ludiek puntensysteem, dat uitsluitend bedoeld is om op een speelse manier aandacht te vestigen op netheid en zorg voor de infrastructuur.

 

○        Het puntensysteem heeft geen formeel, sanctionerend of beoordelend karakter, maar fungeert als een laagdrempelig en motiverend instrument binnen een vriendschappelijke competitie. Het doel is om goede praktijken zichtbaar te maken en positieve inspanningen van jeugdverenigingen te waarderen.

 

●        Binnen het eerste traject wordt voorzien in een symbolische en ludieke erkenning voor jeugdverenigingen die aantoonbaar inzetten op netheid en zorg voor hun infrastructuur. De beloning ter waarde van 500,00 euro in kader van netheid, duurzaamheid,...  sluit inhoudelijk aan bij het thema netheid en heeft tot doel jeugdverenigingen te motiveren om blijvend aandacht te besteden aan het ordelijk, proper en verzorgd houden van hun jeugdlokalen. De erkenning wordt uitgereikt tijdens de nieuwjaarsreceptie 2028 van de jeugd, als zichtbaar waarderingsmoment voor de geleverde inspanningen.

 

Bemerkingen en afbakening eerste traject

 

De rondgangen die binnen dit project worden georganiseerd, bieden telkens een momentopname van de situatie in de jeugdlokalen en kunnen niet beschouwd worden als een volledig of definitief oordeel over de staat of conformiteit van een gebouw.

 

Binnen de op te maken checklisten worden slechts een beperkt aantal aandachtspunten rond veiligheid meegenomen. Deze veiligheidsscreening is niet exhaustief en geeft geen volledig beeld van de algemene veiligheid of wettelijke conformiteit van de gebouwen. Ze moet worden gezien als een eerste, laagdrempelige aanzet die jeugdverenigingen helpt om werkpunten te detecteren en prioriteiten te bepalen, zonder hieraan formele conclusies te verbinden.

 

Binnen dit eerste traject worden volgende jeugdverenigingen betrokken:

●        KSA Deerlijk

●        Scouts Deerlijk

●        Chiro Joeki Deerlijk

●        Chiro Sellewie

●        Jeugd Rode Kruis

 

Potentieel vervolgtraject - gefaseerde aanpak brandveiligheid

 

Dit project sluit inhoudelijk aan bij eerdere beleidsdiscussies rond brandveiligheid in jeugdlokalen. In dat kader werd eerder de piste onderzocht om systematisch brandpreventieverslagen op te vragen bij jeugdverenigingen.

 

Deze aanpak werd toen ontraden, aangezien veel verenigingen momenteel nog niet volledig voldoen aan alle regelgeving. Een onmiddellijke verplichting tot externe brandpreventiecontrole zou daardoor quasi automatisch leiden tot negatieve adviezen, zonder dat vooraf voldoende werd ingezet op informatie, voorbereiding en ondersteuning. De werkgroep jeugdlokalen stelt daarom bewust een gefaseerd en begeleidend vervolgtraject voor, waarbij jeugdverenigingen stap voor stap worden versterkt in hun kennis en aanpak van brandveiligheid.

 

Fase 1 – Informeren en sensibiliseren

 

In een eerste fase wordt ingezet op gerichte informatie en sensibilisering rond brandveiligheid in jeugdlokalen. Dit start onder meer door het eerste traject van de werkgroep via de verschillende rondgangen. Verder kan er onder meer ingezet worden op infosessies, schriftelijke communicatie of thematische toelichtingen, eventueel in samenwerking met de brandweer. Doel is om jeugdverenigingen een duidelijk en toegankelijk kader te bieden over basisprincipes, aandachtspunten en verwachtingen inzake brandveiligheid.

 

Fase 2 – Praktische ondersteuning en voorbereiding

 

In 2026 werd al een eerste aanzet gegeven met de aangeleverde checklists

 

Vervolgens worden jeugdverenigingen praktische handvaten aangereikt, zoals checklists, aandachtspunten en eenvoudige richtlijnen, waarmee zij hun lokaal zelf kunnen screenen en waar mogelijk al verbeteringen kunnen doorvoeren. Deze fase laat toe om op een haalbare manier werkpunten te detecteren en prioriteiten te bepalen, zonder onmiddellijke formele beoordeling. 

 

Fase 3 – Eventuele externe beoordeling

 

Pas in een latere fase wordt een externe beoordeling gepland, bijvoorbeeld in samenwerking met de brandweer. Deze stap gebeurt pas wanneer jeugdverenigingen voldoende voorbereid zijn en kadert niet als controle, maar als een logisch vervolg op het voorafgaande ondersteunende traject.

 

Fase 4 – Begeleiding bij interpretatie en opvolging

 

Indien brandpreventieverslagen via HVZ Fluvia worden opgesteld, voorziet de werkgroep in begeleiding bij het interpreteren van deze verslagen. Brandpreventierapporten bevatten vaak technisch jargon en verwijzingen naar specifieke regelgeving, waarvan niet mag worden verwacht dat jeugdverenigingen hierover zelf de nodige expertise in huis hebben. Via begeleiding door de jeugddienst, in samenwerking met de preventiedienst en dienst noodplanning, alsook de technische dienst, worden de inhoud van de verslagen toegelicht en wordt ondersteuning geboden bij het vertalen van aanbevelingen naar realistische en haalbare verbeteracties.

 

Algemene uitgangspunten

 

De begeleiding van jeugdverenigingen binnen dit vervolgtraject verloopt via de jeugddienst, in nauwe samenwerking met de andere diensten. Deze aanpak zet in op kennisopbouw, eigenaarschap en duurzame verbetering, en vermijdt een louter controlerende benadering. Het traject heeft tot doel jeugdverenigingen stapsgewijs te versterken, zodat brandveiligheid gedragen wordt vanuit de werking zelf.

 

Coördinator technische diensten en dienst noodplanning geven positief advies.

 

De jeugdraad geeft positief advies.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

500 euro

Actie

Diverse dienstverlening jeugd

Jaarbudgetrekening

0750-00/61310000

Visum

geen visum

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de opstart van de werkgroep jeugdlokalen goed te keuren

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het eerste traject van de werkgroep jeugdlokalen goed te keuren en de financiële middelen te voorzien voor de award-uitreiking in 2028. 

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de verdere vormgeving van de werkgroep te evalueren na resultaten van het eerste traject. 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.21. Cultuur - Renovatiedossier van het lokaal van het Rode Kruis - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.22. Evenementen - melding educatieve roofvogeldemonstratie - 30 oktober 2026 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de roofvogeldemonstratie die Thomas Moeyaert, naar aanleiding van het project Bokkepower, organiseert. Deze roofvogeldemonstratie vindt plaats op vrijdag 30 oktober 2026 van 12.00 uur tot 14.30 uur (Kinderboerderij Bokkeslot: Tapuitstraat 57, 8540 Deerlijk).

 

Motivering

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2018 betreffende het welzijn van in gevangenschap gehouden roofvogels bepaalt dat de organisator van een roofvogeldemonstratie de gemeente waar de demonstratie plaatsvindt, ten minste 3 weken voor de datum van de demonstratie, op de hoogte moet brengen van de roofvogeldemonstratie.

 

Thomas Moeyaert maakte op zondag 27 september 2026 melding per mail.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere :

○        Art. 18 en 19 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2018 betreffende het welzijn van in gevangenschap gehouden roofvogels

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de roofvogeldemonstratie, in het kader van het project Bokkepower, op vrijdag 30 oktober 2026 van 12.00 uur tot 14.30 uur in de Kinderboerderij Bokkeslot (Tapuitstraat 57, 8540 Deerlijk).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.23. Evenementen - Reveil Sint-Lodewijk - 26-30 oktober 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 2 september 2026 werd een aanvraag ingediend door de dienst vrije tijd voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Reveil Sint-Lodewijk

Organisator

dienst vrije tijd

Datum

26-30 oktober 2026

Plaats

begraafplaats Sint-Lodewijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

De dienst vrije tijd wenst Reveil te organiseren van 26 oktober 2026 tot en met 30 oktober 2026 en vraagt toelating voor de inname van een deel van de ingang van de begraafplaats Sint-Lodewijk waar mensen een koffie kunnen drinken en hun rouwverhaal kunnen doen.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein van 26 oktober 2026 tot en met 30 oktober 2026, een deel van de ingang van de begraafplaats Sint-Lodewijk.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.24. Evenementen - Reveil - 1 november 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 2 september 2026 werd een aanvraag ingediend door de dienst vrije tijd voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Reveil

Organisator

dienst vrije tijd

Datum

zondag 1 november 2026

Plaats

begraafplaats Deerlijk centrum

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Edward Selis

 

Adres

Hoogstraat 126

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

muzikale bezinning

Locatie

Gebouw

 

 

Tent

 

 

Open lucht

X

Adres

Naam gebouw

begraafplaats

 

Adres

Hoogstraat 54

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

zondag 1 november 2026 om 17.00 uur

Einde

zondag 1 november 2026 om 18.30 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 1 november 2026 om 18.30 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

●        aanvraag politionele medewerking

 

Er worden geen verkeerstechnische maatregelen gevraagd.

 

●        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

De dienst vrije tijd vraagt toelating voor het organiseren van een muzikale herdenking op zondag 1 november 2026 op de begraafplaats Deerlijk-centrum

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Toelating geluidsactiviteit

■        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

■        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

■        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

■        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

●        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

●        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

●        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

●        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

zondag 1 november 2026 om 17.00 uur

Einde

zondag 1 november 2026 om 18.30 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

●        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

●        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

●        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 1 november 2026 om 18.30 uur.

●        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op zondag 1 november 2026 van 12.00 uur tot 20.00 uur voor het organiseren van een muzikale herdenking op de begraafplaats in Deerlijk centrum.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.25. Evenementen - Chiro Sellewie - De Reünie - 7 november 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 27 september 2026 werd een aanvraag ingediend door Chiro Sellewie voor volgend evenement:

 

Naam evenement

De Reünie

Organisator

Chiro Sellewie

Datum

zaterdag 7 november 2026

Plaats

Chiroheem, Pladijsstraat 282

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank

 

Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.

 

●        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

Contactpersoon

Naam

Margot Moerman

 

Adres

Salembierstraat 22

 

Postcode en gemeente

8550 Zwevegem

 

Activiteit

Benaming activiteit

De Reünie

Locatie

Gebouw

X

 

Tent

 

 

Open lucht

 

Adres

Naam gebouw

Chiroheem

 

Adres

Pladijsstraat 282

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

zaterdag 7 november 2026 om 19.00 uur

Einde

zondag 8 november 2026 om 4.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 8 november 2026 om 4.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

●        aanvraag politionele medewerking

 

Er worden geen verkeerstechnische maatregelen gevraagd.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen, ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Machtiging voor het verstrekken van sterke drank

■        Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank

○        Toelating geluidsactiviteit

■        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

■        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

■        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

■        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.

 

Artikel 3

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

●        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

●        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

●        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

●        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

zaterdag 7 november 2026 om 19.00 uur

Einde

zondag 8 november 2026 om 4.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

●        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

●        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

●        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 8 november 2026 om 4.00 uur.

●        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.26. Evenementen - KSA Deerlijk - Ribs & Beer - 14 november 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 19 augustus 2026 werd een aanvraag ingediend door KSA Tijlsbond Deerlijk voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Ribs & Beer

Organisator

KSA Tijlsbond Deerlijk

Datum

zaterdag 14 november 2026

Plaats

KSA lokaal, Vichtestraat 73

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag gebruik van de gemeentelijke roosters voor het ophangen van publiciteitsborden

 

Tijdelijke publiciteit op het openbaar domein naar aanleiding van manifestaties van culturele, levensbeschouwelijke, liefdadige of sportieve aard kunnen enkel gebeuren op de daartoe door de gemeente ter beschikking gestelde roosters. De aanvraag dient gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen.

 

●        aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank

 

Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.

 

●        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Briek Degroote

 

Adres

Paanderstraat 39

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Ribs & Beer

Locatie

Gebouw

X

 

Tent

 

 

Open lucht

 

Adres

Naam gebouw

KSA lokaal

 

Adres

Vichtestraat 73

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

zaterdag 14 november 2026 om 18.00 uur

Einde

zondag 15 november 2026 om 2.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 15 november 2026 om 2.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

●        aanvraag politionele medewerking

 

Er worden geen verkeerstechnische maatregelen gevraagd

 

●        aanvraag vuurvergunning

 

Het is verboden, zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de burgemeester, enig vuur aan te leggen waarbij het gebruik of de aanwezigheid van open vuur of vlammen een risico doet ontstaan voor het publiek.

 

Voor het gebruik van vuurkorven, -manden en -schalen verwijst de hulpverleningszoneFluvia naar de richtlijnen die terug te vinden zijn op hun website via volgende link:

www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen, ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Gebruik van de gemeentelijke roosters voor het ophangen van publiciteitsborden

■        Art. 221-224 Algemene politieverordening'

○        Machtiging voor het verstrekken van sterke drank

■        Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank

○        Toelating geluidsactiviteit

■        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

■        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

■        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

■        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen staat toe dat de gemeentelijke roosters worden gebruikt voor het ophangen van publiciteitsborden in het kader van dit evenement.

 

Voor de praktische afhandeling (ophalen en terugbrengen borden) dient contact opgenomen te worden met het vrijetijdspunt op het telefoonnummer 056 71 89 81 of via mail aan vrijetijd@deerlijk.be.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.

 

Artikel 4

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

●        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

●        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

●        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

●        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

zaterdag 14 november 2026 om 18.00 uur

Einde

zondag 15 november 2026 om 2.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

●        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

●        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

●        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 15 november 2026 om 2.00 uur.

●        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 5

 

Vuurvergunning: zie besluit van de burgemeester.

 

Artikel 6

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.27. Evenementen - Centraal Feestcomité - Seniorenfeest - 19 november 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 27 augustus 2026 werd een aanvraag ingediend door het Centraal Feestcomité voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Seniorenfeest

Organisator

Centraal Feestcomité

Datum

donderdag 19 november 2026

Plaats

sporthal Deerlijk "Gaverhal"

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Rudy Verhulst

 

Adres

Schoolstraat 29 (01/01)

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Seniorenfeest

Locatie

Gebouw

X

 

Tent

 

 

Open lucht

 

Adres

Naam gebouw

Gaverhal (sporthal)

 

Adres

Vercruysse de Solartstraat 30

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

donderdag 19 november 2026 om 14.00 uur

Einde

donderdag 19 november 2026 om 18.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: donderdag 19 november 2026 om 18.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

●        aanvraag politionele medewerking

 

Parkeerverbod op volgende plaats(en):

●        parking sporthal Gaverhal:

○        parkeerzone ter hoogte van de tennisvelden op donderdag 19 november 2026 van 12.00 uur tot en met 18.00 uur;

○        parkeerzone ter hoogte van de sportbeuk en het kinderdagverblijf op donderdag 19 november 2026 van 12.00 uur tot en met 18.00 uur, voorbehouden voor medewerkers centraal feestcomité, rode kruis en artiesten;

○        parkeerstrook ter hoogte van sanitair Deweer op donderdag 19 november 2026 van 12.00 uur tot en met 18.00 uur met vermelding "voorbehouden voor mindervalide personen" waarbij de poorten van de firma sanitair Deweer te allen tijde vrij toegankelijk blijven voor hun personeel.

 

Er wordt éénrichtingsverkeer voorzien bij het op- en afrijden van de parking van de sporthal: het oprijden gebeurt via de Vercruysse de Solartstraat ter hoogte van het tennisplein en afrijden van het terrein gebeurt via sanitair Deweer, Schragenstraat - Braamakkerstraat.

 

De op- en afstapzone voor de ingelegde bussen bevindt zich op de parkeervrije zone op de parking voor de sporthal. Ter hoogte van het kinderdagverblijf de Braamrakkertjes wordt er een "Kiss & Ride-" zone ingesteld om de kinderen veilig te kunnen afzetten en op te halen.

 

PZ Gavers verleende op 14 september 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3876952.

 

De organisatoren worden gevraagd het kinderdagverblijf en de firma sanitair Deweer op de hoogte te brengen van de activiteit en de in- en uitgangen te respecteren.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Toelating geluidsactiviteit

■        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

■        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

■        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

■        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

○        Plaatsing verkeerssignalisatie

■        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

●        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

●        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

●        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

●        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

donderdag 19 november 2026 om 14.00 uur

Einde

donderdag 19 november 2026 om 18.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

●        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

●        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

●        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: donderdag 19 november 2026 om 18.00 uur.

●        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.

 

De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie.  De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.28. Evenementen - piepjonge Gezinsbond Deerlijk - Halloween 2026 - 31 oktober 2026 - tijdelijk politiereglement op het verkeer - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van de Halloweentocht van de piepjonge Gezinsbond Deerlijk, die plaatsvindt op zaterdag 31 oktober 2026, vast te stellen.

 

Motivering

 

Op zaterdag 31 oktober 2026 vindt de Halloweentocht van de piepjonge Gezinsbond Deerlijk plaats in Deerlijk.

 

Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.

 

In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.

 

PZ Gavers maakte op 1 oktober 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.

 

Juridische gronden

 

Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur

Andere:

●        Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)

●        wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen

●        koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen

●        ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit op zaterdag 31 oktober 2026, tussen 12.00 uur en 22.00 uur, het verkeer in beide richtingen voor iedere bestuurder te verbieden in de Kasteelstraat (tussen de Vercruysse de Solartstraat en de Braamakkerstraat).

 

Artikel 2

 

Het stilstaan en parkeren wordt vanaf donderdag 29 oktober 2026 om 10.00 uur tot  en met zondag 1 november 2026 om 12.00 uur verboden op de parking van het Gaverdomein (kant scouts aan tennisplein 5 langs beide kanten) en op vier parkeerplaatsen op de parking aan het gemeentehuis.

 

Het stilstaan en parkeren wordt op zaterdag 31 oktober 2026 tussen 12.00 uur en 22.00 uur verboden langs beide zijden in de Kasteelstraat (tussen de Vercruysse de Solartstraat en de Braamakkerstraat).

 

Artikel 3

 

Op zaterdag 31 oktober 2026 wordt tussen 16.00 uur en 21.00 uur in de Vercruysse de Solartstraat en de Schragenstraat tijdelijk éénrichtingsverkeer ingesteld.

 

Artikel 4

 

Er wordt een omleiding voorzien via de Stationsstraat, Harelbekestraat, Schoolstraat, Vichtesteenweg, De Taeyelaan en Pontstraat.

 

Artikel 5

 

De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.

 

Artikel 6

 

De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.

 

Artikel 7

 

Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.

 

Artikel 8

 

Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.29. Evenementen - piepjonge Gezinsbond Deerlijk - Halloween - 31 oktober 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 28 juli 2026 werd een aanvraag ingediend door piepjonge Gezinsbond Deerlijk voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Halloween 2026

Organisator

piepjonge Gezinsbond Deerlijk

Datum

zaterdag 31 oktober 2026

Plaats

Gaverdomein, Vercruysse de Solartstraat 28

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

●        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Niko Lecluyse

 

Adres

Pontstraat 46

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Halloween 2026

Locatie

Gebouw

 

 

Tent

 

 

Open lucht

X

Adres

Naam gebouw

 

 

Adres

Vercruysse de Solartstraat 28

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

zaterdag 31 oktober 2026 om 18.00 uur

Einde

zaterdag 31 oktober 2026 om 22.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 31 oktober 2026 om 22.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

●        aanvraag politionele medewerking

 

Op 1 oktober 2026 maakte PZ Gavers een tijdelijk politiereglement op het verkeer op naar aanleiding van dit evenement, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 14 oktober 2026.

 

PZ Gavers verleende op 28 september 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3802371.

 

●        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

De piepjonge Gezinsbond Deerlijk wenst Halloween 2024 te organiseren op zaterdag 31 oktober 2026 en vraagt toelating voor de inname van het Gaverdomein (ter hoogte van de scoutslokalen) en 4 parkeerplaatsen op de parking van het gemeentehuis.

 

●        aanvraag vuurvergunning

 

Het is verboden, zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de burgemeester, enig vuur aan te leggen waarbij het gebruik of de aanwezigheid van open vuur of vlammen een risico doet ontstaan voor het publiek.

 

Voor het gebruik van vuurkorven, -manden en -schalen verwijst de hulpverleningszoneFluvia naar de richtlijnen die terug te vinden zijn op hun website via volgende link:

www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

●        aanvraag gemeentelijke medewerking

 

De piepjonge Gezinsbond Deerlijk vraagt het college van burgemeester en schepenen medewerking voor:

●        elektriciteitsaansluiting vanuit de torentjes (parking Gaverdomein) voor de algemene stroomvoorziening van het evenement;

●        elektriciteitsaansluiting vanuit de sporthal voor de stroomvoorziening op het volleybalveld en achter de sporthal;

●        het openen van de groene poort aan het einde van het volleybalveld;

●        het gratis ter beschikking stellen van de foorkast op de parking van het gemeentehuis.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen,... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Toelating geluidsactiviteit

■        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

■        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

■        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

■        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

○        Plaatsing verkeerssignalisatie

■        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

●        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

●        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

●        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

●        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

zaterdag 31 oktober 2026 om 18.00 uur

Einde

zaterdag 31 oktober 2026 om 22.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

●        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

●        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

●        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 31 oktober 2026 om 22.00 uur.

●        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op zaterdag 31 oktober 2026, Gaverdomein ter hoogte van de scoutslokalen en de 4 parkeerplaatsen op de parking van het gemeentehuis.

 

Artikel 4

 

Vuurvergunning: zie besluit van de burgemeester.

 

Artikel 5

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.

 

De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie.  De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 6

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde gemeentelijke medewerking te verlenen

 

Artikel 7

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.30. Wild van Klassiek - plaatsing werfhekkens ter promotie van herfstconcert - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van werfhekkens op de verschillende ingangswegen, ter promotie van het herfstconcert georganiseerd door Wild van Klassiek.

 

Motivering

 

Wild van Klassiek vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te plaatsen op de invalswegen voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van hun herfstconcert dat plaatsvindt op 21 november 2026.

 

Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden onderstaande locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:

 

●        recht tegenover kerk Sint-Lodewijk

●        kerk centrum (kant Hoogstraat)

●        kruispunt Molenhoek

●        kruispunt Belgiek

●        Statie (dicht bij de overweg)

 

Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseerden de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op deze vijf goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit Wild van Klassiek toelating/medewerking te verlenen ter promotie van hun herfstconcert, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locaties, en dit vanaf 1 november 2026 tot en met 22 november 2026:

 

●        kerk centrum (kant Hoogstraat)

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.31. Retributies voor vrijetijdsaanbod - voorjaar 2027 - goedkeuring

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.32. Attest van verdeling - Pladijsstraat 12 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Pladijsstraat 12.

 

Motivering

 

Op 1 oktober 2026 verstuurde men vanuit het notariskantoor Notarissen Deerlijk een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Pladijsstraat 12, gekadastreerd afdeling 2, sectie D, nummers 82n en 79r3, met een oppervlakte van 1.406 m² en respectievelijk 171 m².  De huidige eigenaar is tevens eigenaar van een aanpalend onroerend goed (Pladijsstraat 10).

 

Een deel van de eigendom wordt afgesplitst teneinde te verkopen. 

De bestemming van het goed is volgens verwerver woonfunctie na renovatie.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor volgende opmerking te formuleren:

Aangezien geen voorafgaande omgevingsvergunning afgeleverd werd, kan geen garantie gegeven worden over een eventuele verdere opdeling van of bebouwing op het perceel.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen wenst op te merken dat aangezien geen voorafgaande omgevingsvergunning afgeleverd werd, geen garantie kan gegeven worden over een eventuele verdere opdeling van of bebouwing op het perceel.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.33. Attest van verdeling - Otegemstraat - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Otegemstraat.

 

Motivering

 

Op 22 september 2026 verstuurde men vanuit het notariaat Aktum een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Otegemstraat, gekadastreerd afdeling 2, sectie E, nummer 838A met een huidige totale kadastrale perceelsoppervlakte van 96a 55ca.  Volgens het innemingsplan wordt een perceeltje grond van 83m² afgesplitst met gereserveerd perceelsidentificatie 34392 E 838/00C.

 

Het voorschreven goed (inneming 2) wordt verkocht, het vermeld plan is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (ref. 34392/10474).

 

Het afgesplitste perceel zal bestemd worden als inneming, samen met de aanpalende percelen, zonder zekerheid van bouwen.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor geen opmerkingen te formuleren bij het voorstel van verdeling.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.34. Attest van verdeling - kleine Gavers - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen kleine Gavers.

 

Motivering

 

Op 17 september 2026 verstuurde men vanuit de juridische dienst van de provincie West-Vlaanderen een attest van verdeling voor de eigendom gelegen kleine Gavers (achterliggend Stationsstraat - Ringlaan N36), gekadastreerd afdeling 2, sectie C, deel van perceelnummer 397E (met gereserveerd perceelnummer 397f), aangeduid als lot 1 op het opmetingsplan, met een totale oppervlakte van 513m².

 

Een deel van de eigendom wordt afgesplitst (lot 1) om reden van openbaar nut, namelijk de actualisatie van de eigendomsgrenzen naar de huidige situatie.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor geen opmerkingen te formuleren bij het voorstel van verdeling.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.35. OMV 2026_115 - uitbreiding parking gemeentehuis - advies

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt door het provinciebestuur gevraagd advies uit te brengen voor de omgevingsvergunningsaanvraag van het gemeentebestuur met als contactadres Harelbekestraat 27 te 8540 Deerlijk, voor het aanleggen van een parking, op een perceel gelegen Ververijstraat en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 17 S7.

 

Motivering

 

Het provinciebestuur verzocht expliciet om in afwijking van art. 24 van het omgevingsvergunningsdecreet (het CBS of de GOA wordt niet verondersteld advies te geven over eigen aanvragen) toch advies uit te brengen teneinde een zinvolle inhoudelijke behandeling van het dossier mogelijk te maken gezien het een dossier betreft waar de provincie niet betrokken was bij enig voorafgaandelijk overleg, en waar weinig of geen externe adviezen voorzien worden.

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en motiveert haar beslissing als volgt:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

●     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

●     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

●     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

●     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

●     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

●        Milieuvergunning 1992/3/032 voor opslag textiel - goedgekeurd op 22 juli 1992.

●        Gebouwen en constructie dossier 0085-6-C voor bouwen van een garage en berging - vergunning op 26 juni 1958.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085-6-A) voor verbreding inrijpoort en opbouw van bestaande voorgevel - goedgekeurd op 22 december 1949.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085-6-B) voor herstellen van een bouwvallig dak - goedgekeurd op 5 november 1953.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085-6-D) voor slopen van een pand - goedgekeurd op 11 juli 1990.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085-6-E) voor verbouwen van een bestaande loods tot 2 lofts en 1 studio + parkeergelegenheid - goedgekeurd op 26 juni 2002.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085) voor afbraak bestaande gebouwen, aanleggen openbare parking met inbegrip van bijhorende riolering, aanplanting groenstructuren en plaatsen van lift en trap - goedgekeurd op 13 oktober 2007.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0085-ZN-B) voor aanleg van een openbare parking met inbegrip van bijhorende riolering en aanplanting van groenstructuren (deels regularistie en deels wijziging vergunde plannen) - goedgekeurd op 19 december 2008.

●        Omgevingsvergunning /OMV_2023151644 voor het plaatsen van een technische cabine goedgekeurd op 17 april 2024.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom wordt gevormd door 2 percelen die samen een kadastrale oppervlakte hebben van 5.567 m² in het centrum van de gemeente. Op de eigendom bevindt zich op vandaag het gemeentehuis met achterliggende parking en groenzone. De aanvraag zelf heeft betrekking op een deel van dit perceel. Het betreft de open grasruimte die aangrenzend is aan de huidige parking van het gemeentehuis richting Ververijstraat. Deze grasruimte wordt omgeven door een blinde bakstenen muur, enkele bankjes langs de inrit van de Ververijstraat en een groenscherm langs de Ververijstraat zelf.

De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen. De woonfunctie bestaat zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het project beoogt de herinrichting van een open grasveld tot een parking aansluitend op de bestaande parking van het gemeentehuis.

De nieuwe parking bestaat uit een centrale rijbaan met aan weerszijden parkeerplaatsen, in totaal worden 19 parkeerplaatsen aangelegd waarvan 1 aangepaste parkeerplaats. De rijbaan bestaat uit grijze waterdoorlatende betonstraatstenen en de parkeerplaatsen zelf uit zwarte waterpasserende betonstraatstenen. De bestaande zitbanken in het noorden blijven behouden. De parking wordt ingekleed met bijkomende groenaanleg zijnde een combinatie van stuiken en 4 nieuwe bomen.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De aanvraag heeft betrekking op de inrichting van een terrein voor publieke parkeerplaatsen (algemeen belang) zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

De aanvraag voldoet aan de richtlijnen voor toegankelijk publiek domein. Aangezien de aanvraag een uitbreiding betreft van een bestaande publieke parking moet minstens 6% van het totaal aantal parkeerplaatsen aangepaste parkeerplaatsen zijn. In voorliggende situatie is hieraan voldaan.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De voorziene verharding is waterdoorlatend of watert af in de naastliggende onverharde zone. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De bouwaanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025, meerbepaald rubrieknummer 10b stadsontwikkelingsprojecten.

In navolging van het besluit dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage II bij het m.e.r.-besluit). De m.e.r.-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket.

Hierbij werden de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd waarom deze niet aanzienlijk zijn.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

Deze uitbreiding wordt aanzien als een tweede deel van het project ‘centrumpark’. Bij de herinrichting van het centrumpark (waarvoor de omgevingsvergunning OMV_2026063350 lopende is) wordt het grootste deel van de parkeerplaatsen verwijderd en niet opnieuw aangelegd teneinde het vrijgekomen terrein maximaal in te richten als park. Ter compensatie van de verdwenen parkeerplaatsen worden achter het gemeentehuis bijkomende parkeerplaatsen aangelegd. De aanvraag heeft bijgevolg betrekking op het uitbreiden van een bestaande publieke parking in het centrum van de gemeente ter compensatie van te verdwijnen parkeerplaatsen waardoor de aanvraag zich functioneel inpast.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De parking wordt met een nieuwe interne weg aangesloten op de circulatie van de bestaande parking waardoor de infrastructuurwerken beperkt blijven en de bestaande aansluitingen op de openbare weg (Ververijstraat en Kapel ter Rustestraat) niet wijzigt. De nieuwe  parking neemt een deel groenzone in maar zorgt er ook voor dat het parkeeraanbod in de gemeente nagenoeg behouden kan blijven gekoppeld aan een vergroening en ontharding van het terrein aan de voorzijde van het gemeentehuis.

  

Bouwvolume en gabarit, verschijningsvorm:

De werken hebben geen betrekking op de oprichting van een gebouw waardoor deze criteria niet van toepassing zijn. 

 

Mobiliteit

De aanvraag voorziet de uitbreiding van een bestaande parking met 19 extra parkeerplaatsen. In totaal zullen na uitbreiding 66 parkeerplaatsen aanwezig zijn. De ontsluiting gebeurt gespreid, enerzijds naar de Kapel ter Rustestraat en anderzijds naar de Ververijstraat waardoor de impact op mobiliteit door de uitbreiding beperkt zal zijn.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt. De parkeerplaatsen worden omzoomd met struiken waardoor deze voldoende ingekleed worden in hun omgeving. Er worden 4 nieuwe bomen aangeplant wat de biodiversiteit ten goede komt. Het bestaande groenscherm ten opzicht van de Ververijstraat blijft behouden.

 

Conclusie

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

●     Algemene basisbevoegdheden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●     Andere:

○     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

○     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit een gunstig advies uit te brengen aan het provinciebestuur betreffende de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.36. OMV 2026_117 - Oude Heerweg 76 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een carport en herinrichten van de voortuin, op een perceel gelegen Oude Heerweg 76 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 58 G aangevraagd door Stijn Benoit wonende Oude Heerweg 76 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 6 oktober 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

●        Alle groen dient aangeplant te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

Volgende stedenbouwkundige last wordt opgelegd:

●        Aanplant 1 meerstammige boom in voortuin en 1 hoogstammige boom in de  achtertuin.

●        De zone van 6,7 m² in de voortuin moet aangeplant worden als bloemenweide.

●        De Financiële waarborg voor de stedenbouwkundige lasten luidt als volgt:

○        Conform het Decreet betreffende de Omgevingsvergunning artikel 77 §1 dient de houder van de vergunning een financiële waarborg aan het lokaal bestuur van Deerlijk te verlenen alvorens met de uitvoering van de vergunning gestart wordt. De waarborg ten bedrage van 660 euro wordt geleverd via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas met het lokaal bestuur Deerlijk als begunstigde of door de financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.

○        Zodra het ontharden en de aanplant uitgevoerd is, dient dit aan de hand van 5 foto’s gemeld te worden aan het lokaal bestuur via omgeving@deerlijk.be met vermelding van het dossiernummer van de vergunning en de gestructureerde mededeling van de overschrijving naar de Deposito- en Consignatiekas opdat de waarborg vrijgegeven kan worden.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

●     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

●     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

●     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

●        Gebouwen en constructie dossier 1048-76-A voor bouwen woonhuis met premie - vergunning op 18 januari 1951.

●        Stedenbouwkundige vergunning (DBA 1048-76-B) voor verbouwen en uitbreiden van de bestaande ééngezinswoning - goedgekeurd op 7 maart 2018.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 835 m² en is gelegen langs de Oude Heerweg op ongeveer 1,2 km ten noordwesten van de kern van Sint-Lodewijk. De Oude Heerweg is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd met een vrijstaande ééngezinswoning van twee bouwlagen en een hellend dak met een aangebouwd nevenvolume van één bouwlaag en een plat dak. De totale bouwdiepte van de woning komt op deze manier op 15 m te liggen.

In de tuinzone is een bijgebouw aanwezig dat dienst doet als tuin- en fietsenberging, met een breedte van 3 m en een diepte van 11 m. Het bijgebouw is afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 3,2 m en is gesitueerd op de linkerkavelgrens.

Achter de woning is een terras aangelegd van 43 m². Het terras en het bijgebouw worden verbonden met een tuinpad met een oppervlakte van 14 m².

In de voortuin is een oprit langs de rechterzijde aangelegd met asfalt. Grenzend aan deze oprit is een zone verhard in grind.

De bebouwing in de omgeving maakt deel uit van een kleine woonkorrel bestaande uit een 10-tal vrijstaande en gekoppelde ééngezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een carport te bouwen bij de bestaande eengezinswoning. De carport wordt ingeplant tegen de rechter zijgevel van de woning en op 3 m achter de voorgevel. De carport heeft een breedte van 3,2 m en een bouwdiepte van 6,8 m. De carport is aan 3 zijden open en wordt afgewerkt met een plat dak dat ingericht is als groendak. De bestaande haag op de perceelsgrens wordt behouden.

De voortuin wordt eveneens heraangelegd. De bestaande verhardingen worden uitgebroken en er wordt een nieuwe oprit aangelegd in kasseien van 3,30 m breed. In dezelfde kasseien wordt er een pad aangelegd naar de voordeur. De rest van de voortuin wordt groen aangelegd met aan de linkerzijde van het pad naar de voordeur een bloemenweide. Er wordt een meerstammige boom aangeplant in de voortuin en een meerstammige heester aan de linkerzijde van de woning. In de achtertuin wordt een bijkomende steeneik geplant.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

De aanpalende eigenaars werden op 19 augustus 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

De aanvraag heeft geen betrekking op een professioneel uitgebaat volwaardig landbouwbedrijf zodat de aanvraag afwijkt van de voorzieningen van het gewestplan.

De aanvraag valt onder de basisrechten voor zonevreemde constructies van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening voor wat betreft de verbouwing van de zonevreemde woning waarbij artikel 4.4.12 stelt dat in alle bestemmingsgebieden de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal, waarbij artikel 4.4.15 stelt dat het uitbreiden vergunbaar is voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1.000m³ en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal en waarbij artikel 4.4.11 stelt dat de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverkort geldt bij de afgifte van een vergunning.

De bestaande woning, achterbouw en bijgebouw zijn vergund geacht als constructies.

In het voorliggend ontwerp blijft het aantal woongelegenheden behouden. De bestaande woning heeft een bruto volume van 897,92 m² en het bruto bouwvolume van de woning na verbouwing bedraagt 963,2 m³ (< 1.000 m³). De aanvraag is in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening (zie onder). De aanvraag voldoet aan de bepalingen van de codex en is bijgevolg in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De afwatering  van het dak infiltreert op natuurlijke wijze in de omliggende onverharde bodem die minstens ¼ van de oppervlakte van het dak bedraagt en er wordt geen aansluiting gemaakt met de bestaande regenwaterput. Bijkomend wordt de carport afgewerkt met een groendak.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op het aanbouwen van een carport bij een eengezinswoning. De functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze omgeving.

 

De carport wordt aangebouwd tegen de zijgevel van de woning, 3 m achter de voorgevelbouwljin en overschrijdt de achtergevelbouwlijn van de woning niet. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel. De carport is op een ruime afstand ingeplant ten opzichte van de straat en zal het straatbeeld, noch het type woning niet verstoren. De constructie is ondergeschikt aan de woning en heeft een beperkt volume. Het totale bouwvolume van de woning na uitbreiding met de carport bedraagt minder dan 1.000 m³ (963,2 m³) wat binnen een agrarische omgeving het maximum is. De zijden zijn open zodat de doorkijk naar de tuin behouden blijft, ook het materiaal is natuurlijk, zijnde hout, zodat de uitbreiding zich integreert binnen de bestaande bebouwing. Er wordt geen hinder verwacht voor de omliggende percelen omdat de bouwhoogte aanvaardbaar is. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving. Er is voldaan aan de zonevreemde basisrechten.

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Er wordt een oprit aangelegd naar de nieuwe carport zodat het perceel voldoende ontsloten is en parkeerbehoefte op eigen terrein opgevangen wordt.

Het perceel is voldoende ruim en beschikt over een kwalitatieve tuin ingericht met beplanting. In de voortuin wordt er onthard en een zone aangelegd als bloemenweide. In de tuinzones worden 2 bomen en een extra heester aangeplant wat de biodiversiteit ten goede komt.

Conclusie

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

7.14 Stedenbouwkundige lasten

Overeenkomstig artikel 75 §1, lid 2, 4° van het omgevingsvergunningsdecreet moet de bevoegde overheid bij de afgifte van een omgevingsvergunning een last opleggen wanneer het gaat om omgevingsvergunningsaanvragen waarbij toepassing gemaakt wordt van de volgende afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:

 1. De afwerkingsregel conform artikel 4.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

2. De basisrechten van zonevreemde constructies conform artikelen 4.4.10 tem 4.4.20 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

3. De zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

 

Deze last vindt zijn oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit de vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich neemt.

De voorliggende vergunningsaanvraag maakt toepassing van de basisrechten voor zonevreemde woningen conform artikel 4.4.11, 12 en 15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waardoor een stedenbouwkundige last opgelegd dient te worden. Aangezien het bestuur niet beschikt over een stedenbouwkundige verordening voor het heffen van een financiële last, dient een last in natura opgelegd te worden.

In de aanvraag wordt de huidige woning verbouwd en er wordt een uitbreiding van 21,76 m² aangevraagd. In het dossier werd een voorstel van last in natura overgemaakt door de aanvrager. Volgende zaken werden voorgesteld:

 • In de voortuin wordt een extra zone van 6,7 m² aangelegd als bloemenweide.

• In de voortuinstrook wil men ook een extra meerstammige boom voorzien en in de achtertuin wordt een hoogstammige extra steeneik aangeplant.

Met dit voorstel kan akkoord gegaan worden. Het aanleggen van een bloemenweide en de aanplant van een boom in de voor- en achtertuin biedt een meerwaarde voor het straatbeeld en de tuinzone en zal dienen als voedsel of schuilplaatsen voor inheemse fauna, zoals vogels, insecten en andere dieren.

De last in natura moet uitgevoerd worden binnen het eerstvolgend plantseizoen na voltooiing van de werken. Voor de uitvoering van de last in natura wordt bij de afgifte van de vergunning eveneens een waarborg opgenomen. De waarborg dekt de volledige geraamde kostprijs van de lasten. Als de uitvoering van diverse lasten financieel wordt gewaarborgd, dient één waarborg voor de totaliteit van de lasten in kwestie gehanteerd te worden, waarbij aangegeven wordt welk waarborggedeelte betrekking heeft op elke last afzonderlijk.

De financiële waarborg wordt geraamd op 660 euro, als volgt op te delen:

• Aanplant 1 meerstammige boom in voortuin en hoogstammige boom (steeneik) in achtertuin: 600 euro

• Zone van 6,7 m² als bloemenweide in voortuin: 60 euro

 

Juridische gronden

 

●     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●     Andere:

○     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

○     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Stijn Benoit wonende Oude Heerweg 76 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een carport en herinrichten van de voortuin, op een perceel gelegen Oude Heerweg 76 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 58 G, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

●        Alle groen dient aangeplant te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

Volgende stedenbouwkundige last wordt opgelegd:

●        Aanplant 1 meerstammige boom in voortuin en 1 hoogstammige boom in de achtertuin.

●        De zone van 6,7 m² in de voortuin moet aangeplant worden als bloemenweide.

●        De Financiële waarborg voor de stedenbouwkundige lasten luidt als volgt:

○        Conform het Decreet betreffende de Omgevingsvergunning artikel 77 §1 dient de houder van de vergunning een financiële waarborg aan het lokaal bestuur van Deerlijk te verlenen alvorens met de uitvoering van de vergunning gestart wordt. De waarborg ten bedrage van 660 euro wordt geleverd via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas met het lokaal bestuur Deerlijk als begunstigde of door de financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.

○        Zodra het ontharden en de aanplant uitgevoerd is, dient dit aan de hand van 5 foto’s gemeld te worden aan het lokaal bestuur via omgeving@deerlijk.be met vermelding van het dossiernummer van de vergunning en de gestructureerde mededeling van de overschrijving naar de Deposito- en Consignatiekas opdat de waarborg vrijgegeven kan worden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.37. OMV 2026.137 - Trompestraat 48 - melding - rechtsgeldigheid - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding voor het exploiteren van een nieuwe inrichting: productie van labels op een perceel gelegen Trompestraat 48 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 788 M3 ingediend door Thomas Dhondt met als contactadres Heestersesteenweg 2 bus A te 8540 Deerlijk, met OMV-referentie OMV_2026113104.

 

Motivering

 

De melding ingediend door Thomas Dhondt met als contactadres Heestersesteenweg 2 bus A te 8540 Deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 28 september 2026.

 

Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:

“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.

 

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:

1° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;

2° dertig dagen in alle andere gevallen.

 

Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.

 

Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.”

 

VOORWERP VAN DE MELDING

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Trompestraat 48, kadastraal bekend afdeling 2 sectie E nr. 788M3.

 

De melding omvat de volgende ingedeelde inrichting of activiteit: exploiteren van een nieuwe inrichting: productie van labels.

 

BEVOEGDHEID

 

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

ONDERZOEK RECHTSGELDIGHEID

 

Na nazicht van uw aanvraag zijn er nog enkele aanvullingen nodig.

 

Rubriekentabel

Aangezien de vorige exploitatie op een andere locatie was, zijn alle rubrieken nieuw aan te vragen, dus ook de mazoutopslag. De rubrieken die niet langer van toepassing zijn hoeven in principe ook niet vermeld te worden. Ter info: vanaf 3 eigen voertuigen is ook rubriek 15.1.1° van toepassing. Gelieve na te kijken en eventueel aan te vullen. Er wordt geen verwarming voorzien met warmtepomp (rubriek 16.3.2) of met stookinstallatie (rubriek 43 vanaf 300 kW)?

 

Effecten op de omgeving

Er zijn wel degelijk effecten denkbaar, ook als die niet aanzienlijk zijn. Graag minstens de effecten op geluid (machines) en mobiliteit bespreken. Bij mobiliteit geeft u aan wat de frequenties van licht en zwaar verkeer zijn (per dag, week of maand) en of er voldoende plaats op eigen terrein is om alle voertuigen te stallen.

 

Plan

Het uitvoeringsplan is onvolledig. Er ontbreekt een noordpijl en de aangevraagde rubrieken zijn niet aangeduid op plan. Indien gekend graag ook afvalwaterstroom van sanitaire installaties aanduiden op plan tot aan lozingspunt. Verder is het onduidelijk wat de rode lijnen op plan betekenen. Wordt het ganse gebouw in gebruik genomen voor de exploitatie, of betreft het een deel van het gebouw?

 

Aangezien het omgevingsloket geen mogelijkheid biedt om voor een klasse 3-inrichting een nieuwe projectinhoudversie op te laden, wordt uw aanvraag niet-rechtsgeldig verklaard. Gelieve uw aanvraag aan te vullen op basis van de opmerkingen en opnieuw in te dienen.

 

Juridische gronden

 

●     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●     Andere:

○     Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

○     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

○     Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

De melding ingediend door Thomas Dhondt met als contactadres Heestersesteenweg 2 bus A te 8540 Deerlijk voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het exploiteren van een nieuwe inrichting: productie van labels gelegen Trompestraat 48 te Deerlijk, wordt niet-rechtsgeldig verklaard.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.38. Overeenkomst elektriciteitscabine parking Guido Gezelle - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepen wordt gevraagd een standpunt in te nemen met betrekking tot de overeenkomst met Fluvius om een elektriciteitscabine op de parking Guido Gezelle te plaatsen.
 

Motivering

 

Voor de versterking van hun net gaat netbeheerder Fluvius op zoek naar strategische locaties voor het plaatsen van een elektriciteitscabine.

In de Guido Gezellelaan werd gezocht naar een centrale ligging en kwam de parking Guido Gezellelaan als geschikte locatie naar voor.
In onderling overleg met Fluvius werd een voorstel uitgewerkt. Hiervoor zouden twee parkeerplaatsen worden ingenomen en een zone tussen de cabine en de rooilijn voor een ondergrondse erfdienstbaarheid voor de plaatsing van leidingen.
 

Voor de plaatsing van de elektriciteitscabine is het noodzakelijk een overeenkomst op te maken tussen de gemeente en de netbeheerder.


Standaard gaat de voorkeur van de netbeheerder naar aankoop omdat dit het meest volledige en absolute zakelijk recht is. Hierbij worden ook alle kosten gedragen voor de landmeter, notariskosten, de aankoopsom, enz, ...
 

De inplanting van de elektriciteitscabine grenst niet aan de rooilijn van de Guido Gezellelaan. Als dit perceeltje grond verkocht wordt dan komt de cabine als het ware op een eiland te staan en kan dit bij  een eventuele herinrichting van de parking moeilijkheden geven.

De dienst Wegen & Water is van mening dat gezien de atypische ligging een recht van opstal een betere keuze is dan een verkoop van de grond. Dit betekent dat de gemeente de juridische eigenaar blijft van de grond wat bij latere wijzigingen meer flexibiliteit geeft.

Vergelijking verkoop versus recht van opstal

 

Recht van opstal

Verkoop

Eigendom van de grond

De gemeente blijft juridische eigenaar

wordt volledige eigendom van de netbeheerder

Eigendom van de cabine

Van de netbeheerder (tijdens de looptijd)

Van de netbeheerder

Duur/Termijn

Tijdelijk (keuze te maken van 30 tot 99 jaar)

Permanent

Vergoeding

Er kan een vergoeding gekoppeld worden

Eenmalige verkoopprijs

Na afloop termijn

Grond komt vrij

Niet van toepassing


Aandachtspunten bij recht van opstal

●        De netbeheerder eist altijd een recht van doorgang. Dit kan nu via de toegang tot de parking.

●        Kosten: alle kosten zoals notariskosten, registratiekosten, prekadastratie, opmetingskosten, enz... zijn ten laste van de netbeheerder.

●        De ondergrondse leidingen in de zone van ondergrondse erfdienstbaarheid moeten door de netbeheerder kosteloos worden verwijderd als de cabine buiten dienst wordt gesteld.

●        De netbeheerder staat volledig in voor de aanleg en het onderhoud.

●        De zone voor ondergrondse erfdienstbaarheid is nu een groenzone. Na plaatsing van de leidingen in die zone, zijn de kosten voor de nieuwe groenaanleg ten laste van de netbeheerder.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, °1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit in voorliggend geval te kiezen voor een recht van opstal voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op de parking Guido Gezelle waarbij alle kosten ten laste zijn van de netbeheerder Fluvius.
 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit een recht van opstal voor een periode van 30 jaar op te nemen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.39. Kapmachtiging 26-004231 Klijtstraat - beslissing Agentschap Natuur en Bos - aktename

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de beslissing over de aanvraag tot kapmachtiging, ingediend door Simon November, namens Elia, op percelen gelegen Klijtstraat, 8540 Deerlijk, kadastraal gekend 34009B1215/00B000; 34009B1216/00B000; 34009B1215/00C000.

Het betreft een aanvraag tot individuele eindkap van 9 eiken, 2 essen, 5 elsen, 1 beuk en 1 esdoorn, voor het aanleggen van een werfzone ter hoogte van mast P22 ikv het Ventilus project.
 

Motivering

 

Er werd een aanvraag ingediend op 15 september 2026 door Simon November, namens Elia, bij de Vlaamse Overheid, Agentschap Natuur en Bos, en geregistreerd onder het dossiernummer 26-004231.

De aanvraag omvat een kap van diverse bomen, met een natuurlijke en kunstmatige herbebossing.

 

DE ADJUNCT-DIRECTEUR ADVIEZEN & VERGUNNINGEN VAN HET AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS BESLUIT

 

Art. 1.

Aan Simon November, Koetsweg 38, 3010, Leuven, wordt een machtiging verleend om kappingen uit te voeren in Deerlijk als voorzien in onderstaande tabel:

Soort

Aard

Aantal of %

Eik

individuele eindkap

9

Es

individuele eindkap

2

Els

individuele eindkap

5

Beuk

individuele eindkap

1

Esdoorn

individuele eindkap

1

 

Art. 2.

De machtiging is geldig vanaf de datum van ondertekening tot en met 30 september 2029.

 

Art. 3.

De machtiging kan worden uitgeoefend onder de volgende voorwaarden:

1° Tijdens het uitvoeren van de kapping moet de exploitant een kopie van deze machtiging bij zich hebben.

2° Er mag niet worden geveld of geruimd tijdens de standaard schoontijd van 15 maart tot en met 15 juli.

3° De kapping mag in geen geval leiden tot een vermindering van de huidige bosoppervlakte. Omvorming van bos naar tuin, aanplanten van sierstruiken, heesters of sierconiferen, aanleg van grasperk, gazon, bloemperken of andere tuinelementen, inbreng van landbouw- of tuingewassen, houden van dieren, storten van afval en plaatsen van constructies is niet toegestaan in het bos.

4° De bosbeheerder wordt gemachtigd om de stronken te frezen om de werfzone te kunnen voorzien van stalen rijplaten.

5° Herbebossing is verplicht en moet uitgevoerd worden het plantseizoen volgend op het einde van de werken met een maximum van 2 jaar na de kapping met inheemse struiksoorten zoals rode kornoelje, hazelaar, kardinaalsmuts, wilde lijsterbes, ... in de veiligheidszone van de hoogspanningslijnen en buiten de veiligheidszone met inheems loofhout zoals zomereik, beuk, ... in een plantverband niet wijder dan 2 x 2,5 meter .

6° Alle afgestorven plantsoen moet vervangen worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen tot minimaal 90% van de aanplanting in groei is, voldoende verspreid over het bos.

 

Art. 4.

Deze machtiging kan, mits motivering, ten allen tijde worden ingetrokken. De machtiging moet worden getoond op elk verzoek van de officieren van gerechtelijke politie en van de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de naleving van de natuur- en bosregelgeving. Deze personen moeten door de begunstigde van de machtiging in staat worden gesteld om de uitvoering van de machtiging op het terrein te controleren.

 

Art. 5.

Het niet naleven van de bepalingen van deze machtiging kan aanleiding geven tot een bestuurlijke en/of strafrechtelijke sanctionering volgens titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning

○        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

○        Het bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 81, laatst gewijzigd bij het decreet van 29 april 2019;

○        Het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 96, laatst gewijzigd bij decreet van 30 april 2009;

○        Het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 97, §2, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019;

○        Het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos houdende delegatie en toewijzing van bevoegdheden van 1 januari 2020, artikel 25, §2, 1°

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos inzake de kapmachtiging voor de aanleg van werfzone in het kader van het Ventilusproject.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen wenst te benadrukken dat de procedure in de raad van state nog lopende is en de gemeente formeel niet akkoord gaat met de realisatie van het Ventilusproject.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.40. Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.41. Afsprakennota 2024-72 - adviesverlening kleine mobiliteitsvraagstukken - opdracht - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de opdracht "fietspaden brug Pontstraat - raming studie en uitvoering", binnen de afsprakennota "adviesverlening kleine mobiliteitsvraagstukken", goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 8 juli 2026 de afsprakennota "2024-72 - adviesverlening kleine mobiliteitsvraagstukken" goed te keuren tot 31 december 2026 en voor een geraamd bedrag van 7.500 euro per werkingsjaar.

 

In de zitting van 17 december 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen om het voorstel tot herinrichting van de brug in de Pontstraat met fietspaden principieel goed te keuren.

 

Om de financiële impact van de herinrichting te kennen, dient een raming gemaakt te worden van de verdere studie- en uitvoeringskosten. De cluster ruimte stelt voor om dit via de afsprakennota "adviesverlening kleine mobiliteitsvraagstukken" als opdracht aan Leiedal te geven. Leiedal zal hiervoor op hun beurt een onderlinge samenwerkingsovereenkomst met studiebureau Sweco inschakelen.

 

Deze opdracht aan Leiedal word geraamd op 2.600 euro inclusief BTW, wat binnen het budget van de afsprakennota valt.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 4° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen gezien dit valt binnen de reeds goedgekeurde afsprakennota en er nog goedgekeurd budget beschikbaar is.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen keurt de opdracht "fietspaden brug Pontstraat - raming studie en uitvoering", binnen de afsprakennota 2024-72 "adviesverlening kleine mobiliteitsvraagstukken", goed.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.42. HVZ Fluvia - Budgetwijziging 2026 en Budget 2027 en toelage 2027 - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de budgetwijziging 2026 en van het budget 2027 en de gemeentelijke dotatie 2027 aan de hulpverleningszone Fluvia, en de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken deze materie te agenderen op de gemeenteraad van 29 oktober 2026.

 

Motivering

 

De hulpverleningszone Fluvia vraagt aan elke gemeente om kennis te nemen van de budgetwijziging 2026 en van het budget 2027 en de gemeentelijke dotatie 2027. De presentatie van de budgetwijziging 2026 en het budget 2027 bevinden zich in bijlage. Voor de gemeente Deerlijk bedraagt in 2027 de exploitatietoelage 370.892 euro, de investeringstoelage 55.080 euro en de kazerneringstoelage 387.013 euro. Deze toelagen werden besproken in functie van het meerjarenplan.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid:  Art. 56, §1Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de budgetwijziging 2026, het budget 2027 en de gemeentelijke dotatie 2027 aan de hulpverleningszone Fluvia en verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad dit punt te agenderen op de gemeenteraad van 29 oktober 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.43. Kwartaalrapport delegaties overheidsopdrachten, betaling goedgekeurde bedragen, meer/minwerken en zwembad Aquandé - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.44. Uitvoerbaarverklaring visum dwangbevel - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.45. Afvoering van ambtswege - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.46. Grafconcessie - aktename voortijdige beëindiging - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.47. Grafconcessies - hernieuwingen - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.48. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.49. Toekenning huisnummer - Vichtesteenweg 38-40-42 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

De dienst burgerzaken vraagt het college van burgemeester en schepenen de goedkeuring om de huisnummering van de panden gelegen Vichtesteenweg 38-40-42, te formaliseren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen leverde in zitting van 9 juli 2025 een omgevingsvergunning af voor het slopen van de 2 bestaande woningen en bijgebouwen, en voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met handelsruimte.

 

Het is wenselijk om aan deze units een apart huisnummer toe te kennen.

 

Er zijn voldoende huisnummers vrij en beschikbaar.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Punt 19 b) van de algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters van 30 april 2026

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit aan de nieuwe halfopen eengezinswoning het huisnummer Vichtesteenweg 38 toe te kennen en aan de handelsruimte het huisnummer Vichtesteenweg 40. Tuincentrum Aveve zal het huisnummer 42 behouden.

 

Artikel 2

 

De toekenning gaat in vanaf de datum van deze beslissing.  De gebruikelijke diensten en nutsmaatschappijen zullen van huidige beslissing in kennis gesteld worden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.50. Toekenning subsidie BOA voor Buitenschoolse Opvanginitiatieven - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de subsidies voor "Buitenschoolse opvang op scholen" voor het jaar 2026 toe te kennen aan de opvanginitiatieven die voldoen aan de voorwaarden van het gemeentelijk subsidiereglement.

 

Motivering

 

Binnen het lokaal BOA-beleid wordt ingezet op het versterken van een kwaliteitsvol en toegankelijk aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 3 tot 12 jaar.

 

De buitenschoolse opvanginitiatieven die plaatsvinden op schoollocaties vormen hierin een belangrijke schakel. Om deze initiatieven verder te ondersteunen, werd het subsidiereglement "Buitenschoolse opvang op scholen" goedgekeurd.

 

In 2025 werd bij de opstart van deze ondersteuning een eenmalige financiële impuls van 30.000 euro per opvanglocatie toegekend.

 

Vanaf 2026 gebeurt de financiële ondersteuning overeenkomstig de bepalingen van het subsidiereglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2025. De opvanginitiatieven die voldoen aan de voorwaarden van het reglement komen in aanmerking voor de hierin voorziene subsidie van 20.000 euro per opvanginitiatief.

 

De gemeente wil de buitenschoolse opvanginitiatieven op schoollocaties verder ondersteunen en versterken, gezien hun belangrijke rol binnen het lokale buitenschoolse kinderopvangaanbod.

 

De subsidie biedt de opvanginitiatieven de mogelijkheid om verder te investeren in onder meer infrastructuur, kwaliteitsverhogende maatregelen en pedagogische vernieuwing. Op die manier draagt de ondersteuning bij aan de verdere kwaliteitsontwikkeling en verduurzaming van de buitenschoolse opvang en sluit ze aan bij de doelstellingen van het lokaal BOA-beleid.

 

De aanvragen van de betrokken opvanginitiatieven werden beoordeeld aan de hand van de voorwaarden opgenomen in het subsidiereglement "Buitenschoolse opvang op scholen".

De betrokken opvanginitiatieven voldoen aan de voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen.

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de subsidies voor het jaar 2026 toe te kennen en uit te betalen overeenkomstig het goedgekeurde subsidiereglement.

 

De stuurgroep adviseert positief over de toekenning van de subsidies aan de opvanginitiatieven die voldoen aan de voorwaarden van het subsidiereglement. De financiële ondersteuning draagt bij aan het versterken van de kwaliteit en duurzaamheid van de buitenschoolse opvanginitiatieven en sluit aan bij de doelstellingen van het lokaal BOA-beleid.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 Decreet Lokaal Bestuur;

●        Andere:

○        Subsidiereglement "Buitenschoolse opvang (BOA)", goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2025.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen. Deze zijn voorzien binnen de BOA-subsidies.

 

Raming of bedrag

100.000 euro

Actie

3.4.13

Jaarbudgetrekening

2026/3.4.13/0945-00/64910042/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

 

Opvanginitiatief

Bedrag

rekeningnummer

ondernemingsnummer

VBS Belgiek Molenhoek

20.000 euro

BE55 0013 9106 2044

 

0450700897

 

De Kim en De Sam/ De Beuk

20.000 euro

BE88 7786 5181 5372

 

0207488443

 

Vrije Basisschool de Berk

20.000 euro

BE24 0682 1747 5138

 

0450700897

 

Bs De Driesprong

 

20.000 euro

BE42 0910 1917 9454

 

0267384062

 

VBS Sint-Lodewijk

 

20.000 euro

BE82 7360 1778 0568

 

0453903877

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist de subsidies voor "Buitenschoolse opvang op scholen" voor het jaar 2026 toe te kennen aan de opvanginitiatieven die voldoen aan de voorwaarden van het gemeentelijk subsidiereglement, overeenkomstig de bedragen opgenomen in het financieel luik van dit besluit.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.51. Voorziening ten dienste van mensen met beperkingen - premie 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een premie te verlenen aan vzw de Hoge Kouter conform het premiereglement voor voorzieningen ten dienste van mensen met beperkingen.

 

Motivering

 

In zitting van 27 november 2025 heeft de gemeenteraad de verlenging van het premiereglement ten voordele van voorzieningen ten dienste van mensen met beperkingen, goedgekeurd.

 

Voormeld premiereglement houdt in dat aan een erkende voorziening voor mensen met beperkingen een premie wordt toegekend a rato van 20 euro per door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkende persoon, gedomicilieerd in Deerlijk, die ze opvangt.

 

De domiciliëring dient in de gemeente te zijn gebeurd vóór 1 januari van het jaar waarvoor een premie wordt toegekend. Hiervoor geldt de inschrijving in het rijksregister als referentie.

 

Van het toepassingsgebied van deze premie worden volgende voorzieningen uitgesloten:

●        ziekenhuizen;

●        rust- en verzorgingstehuizen;

●        woonzorgcentra.

 

De premie wordt toegekend tot een maximum van 200 euro per voorziening.

 

De bedoelde voorzieningen dienen hun aanvraag tot toekenning van een premie, met opgave van de namen van de fysieke personen die zij opvangen, te richten aan het college van burgemeester en schepenen.

 

vzw De Hoge Kouter heeft op datum van 25 september 2026 een aanvraag ingediend tot het bekomen van een premie voor het werkjaar 2026 met opgave van 6 namen van fysieke personen die zij opvangen.

 

Op 21 september 2026 bevestigde vzw De Hoge Kouter dat alle personen vermeld op de aanvraag van september 2026 door het VAPH aanvaard worden.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 5, 6 §  1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Premiereglement ten voordele van voorzieningen ten dienste van mensen met beperkingen, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 17 december 2020.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

100 euro

Actie

GBB-CBS

Jaarbudgetrekening

2026/GBB/0911-00/64910023/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

Visum

Niet vereist

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit aan vzw De Hoge Kouter een premie te verlenen van 100 euro (= 5 personen à 20 euro/persoon met een maximum van 200 euro) conform het premiereglement voor voorzieningen ten dienste van mensen met beperkingen.

 

1 persoon was echter niet meer gedomicilieerd in Deerlijk.

 

Artikel 2

 

De in artikel 1 vermelde premie zal gestort worden op rekeningnummer BE20 7384 1524 1056 van Vzw De Hoge Kouter.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.52. BOC (Basisoverlegcomité) - verslag van 22 september 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het basisoverlegcomité (BOC) hield een vergadering op 22 september 2026. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van het verslag en wordt gevraagd akkoord te gaan met de punten die besproken zijn in het BOC.

 

Motivering

 

De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.

Het verslag werd goedgekeurd door de leden van het BOC.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Titel 7 betreffende comités voor preventie en bescherming op het werk van boek II van de codex over het welzijn op het werk.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit akkoord te gaan met de punten die besproken zijn in het BOC van 22 september 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

C.53. IDPBW - Herziening gezondheidstoezicht voor onderwijzend personeel - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgmeester en schepenen wordt gevraagd om de voorgestelde aanpak tot optimalisatie van het gezondheidstoezicht voor het onderwijzend personeel van de gemeentelijke basisscholen goed te keuren.

 

Motivering

 

Naar aanleiding van een brief van de externe preventiedienst voor welzijn op het werk, en meerdere contacten met de preventiedeskundige arbeidsverpleegkundige van deze dienst, wordt voorgesteld om het gezondheidstoezicht in het onderwijs te optimaliseren.

 

De doelstelling is om gerichter in te zetten op de specifieke risico’s die verbonden zijn aan de functies in het onderwijs en om ook gerichte collectieve preventie aan te bieden.

 

IDEWE, de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, stelt voor om de periodiciteit van de medische onderzoeken voor de meeste functies uit het onderwijs aan te passen naar een twee- of driejaarlijks onderzoek. Het onderzoek wordt geleid door de arbeidsverpleegkundige onder supervisie van de arbeidsarts. Dit heeft bovendien als voordeel dat de arbeidsarts in de toekomst sneller beschikbaar kan zijn voor bijzondere onderzoeken. De periodiciteit aanpassen doet men echter niet zomaar. Hierbij geldt de voorwaarde dat er een aanwervingsonderzoek plaatsvindt waarbij de noodzakelijke vaccinaties en testen ook op punt gesteld worden.

 

Gezondheidstoezicht wegens risico 'hepatitis A':

Meer specifiek zal het onderwijzend personeel, vooral in het kader van het risico hepatitis A, driejaarlijks naar het medisch onderzoek moeten. Hepatitis A is een zeer besmettelijke infectie van de lever, veroorzaakt door het hepatitis A-virus (HAV). Enkel het kleuterpersoneel (peuterklas tot 3de kleuterklas) zal onderworpen worden aan het gezondheidstoezicht, gezien enkel deze doelgroep in aanraking komt met het risico. Concreet voor de gemeentelijke scholen (De Kim, De Sam en De Beuk) zullen een 15-tal medewerkers (functie: kinderverzorgers in BLO) tot deze doelgroep behoren.

 

Er zijn efficiënte en veilige hepatitis A-vaccins ter beschikking. Sinds 1996 bestaat er ook een gecombineerd vaccin voor hepatitis A en B. De vaccinatie met het hepatitis A-vaccin bestaat uit twee vaccins toegediend met een interval van zes maanden tot één jaar. Na twintig jaar kan een herhalingsvaccin toegediend worden. De vaccinatie met het gecombineerde hepatitis A- en B-vaccin bestaat uit drie vaccins. Na het eerste vaccin volgt een tweede vaccin na één maand en de laatste na zes maanden.

 

De vaccinatie hepatitis A is geen verplicht vaccin, maar er wordt wel geadviseerd aan het personeel om zich te vaccineren gezien het bestaande risico.

 

Gezondheidstoezicht wegens risico 'lawaai':

Daarnaast worden ook de turnleerkrachten (turnen en zwemmen) driejaarlijks onderworpen aan het gezondheidstoezicht, gezien het verhoogd risico op lawaai. Concreet voor de gemeentelijke scholen (De Kim, De Sam en De Beuk) zullen een 10-tal medewerkers tot deze doelgroep behoren.

 

De hervattingsonderzoeken en het medisch onderzoek in kader van zwangerschap blijven gewaarborgd. Ook bij werkgerelateerde (gezondheids)klachten kan er steeds een spontane consultatie aangevraagd worden bij de arbeidsarts.

 

IDEWE voorziet een geleidelijke aanpak in alle scholen over de komende schooljaren. Indien de gemeente beslist in te stappen op het voorstel, dient een up-to-date personeelslijst aangeboden te worden aan de externe preventiedienst. Daarna kan IDEWE aan de slag met het toewijzen van de preventieprofielen en koppeling van het gezondheidstoezicht.

 

De opstart van het gezondheidstoezicht en de verdere opvolging in de toekomst wordt georganiseerd door het secretariaat van de gemeentelijke scholen in samenwerking met de preventiedienst.

 

Er wordt overleg voorzien met school De Berk om de werkwijze op elkaar af te stemmen. Dit overleg wordt georganiseerd door de directie, ondersteund door de preventiediensten.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere

○        De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Titel 2 van Boek IX betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgmeester en schepenen besluit de voorgestelde aanpak tot optimalisatie van het gezondheidstoezicht voor het onderwijzend personeel goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.1. Poetsmedewerker gemeenschapscentrum - vacantverklaring en aanstelling - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.2. Data zittingen CBS en GR - 2027 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de data van de zittingen in 2027, van het college van burgemeester en schepenen, vast te stellen.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd, in onderling overleg met

de voorzitter van de gemeenteraad, de data van de zittingen in 2027 van de gemeenteraad, vast te stellen.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen.

 

De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en ten minste tienmaal per jaar.

Het is de voorzitter van de gemeenteraad die beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad.

 

De voorzitter van de gemeenteraad stelt voor dat de gemeenteraad in 2027 zal zetelen om 20.00 uur in de raadzaal van het gemeentehuis op volgende data:

 

●        Donderdag 28 januari 2027

●        Donderdag 25 februari 2027

●        Donderdag 25 maart 2027

●        Donderdag 29 april 2027

●        Donderdag 3 juni 2027

●        Donderdag 8 juli 2027

●        Donderdag 9 september 2027

●        Donderdag 28 oktober 2027

●        Donderdag 25 november 2027

●        Donderdag 16 december 2027

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Art. 18, 19, 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om in 2027 iedere woensdag te zetelen om 15.00 uur behoudens op:

 

●        Woensdag 10 februari 2027 (krokusvakantie)

●        Woensdag 31 maart 2027 (paasvakantie)

●        Woensdag 21 juli 2027 (zomervakantie)

●        Woensdag 28 juli 2027 (zomervakantie)

●        Woensdag 3 november 2027 (herfstvakantie)

●        Woensdag 29 december 2027 (kerstvakantie)

 

Op woensdag 7 april 2027, 4 augustus 2027 en 10 november 2027 zal het college van burgemeester en schepenen een korte zitting houden voor de dringendste punten, en dit om 9.00 uur.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit, in onderling overleg met de voorzitter van de gemeenteraad, dat de gemeenteraad in 2027 (om 20.00 uur en in de raadzaal van het gemeentehuis), zal zetelen op volgende data:

 

●        Donderdag 28 januari 2027

●        Donderdag 25 februari 2027

●        Donderdag 25 maart 2027

●        Donderdag 29 april 2027

●        Donderdag 3 juni 2027

●        Donderdag 8 juli 2027

●        Donderdag 9 september 2027

●        Donderdag 28 oktober 2027

●        Donderdag 25 november 2027

●        Donderdag 16 december 2027

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.3. OMV 2026_121 - Schragenstraat 2 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de functie van appartement naar kantoor, op een perceel gelegen Schragenstraat 2 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 162 F aangevraagd door Carine Vermoere-Vereecke wonende Vichtesteenweg 48 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 7 oktober 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

●     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

●     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

●     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

●     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

●     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.

●     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

●        Stedenbouwkundige vergunning (0060-ZN-A) voor oprichten van een lijnconcentrator - goedgekeurd op 11/09/1978.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0060-2/4-B) voor bouwen van een kantoorruimte en 2 appartementen na sloping woning + berging - goedgekeurd op 22/09/1993.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0060-2/4-C) voor uitvoeren van verhardings- en beplantingswerken op het openbaar domein - goedgekeurd op 10/01/1996.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0055-130-A) voor plaatsen van een verlicht reclamebord - goedgekeurd op 06/06/2012.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 593 m² en is gelegen langs de Schragenstraat op ongeveer 750 m ten zuidoosten van de kern van Deerlijk. De Schragenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd met een vrijstaand gebouw waarin zich een gemengde functie van wonen en kantoorruimte bevindt. Op het gelijkvloers is een kantoorruimte voorzien en 2 inpandige garages. Op de eerste verdieping zijn 2 appartementen aanwezig. Het gebouw bestaat uit 2 bouwlagen afgewerkt met een plat dak. Het perceel is zo goed als volledig verhard met niet-waterdoorlatende verharding met een beperkte waterdoorlatende zone in de voortuin.

De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een functiewijziging aan te vragen voor 1 van de 2 appartementen op de eerste verdieping van het gebouw. Het rechter appartement wordt gewijzigd van woonruimte naar kantoorruimte. Er worden geen werken uitgevoerd aan het gebouw of de omgevingsaanleg. De indeling van de ruimtes blijft behouden zoals vergund.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De aanvraag heeft betrekking op de functiewijziging van een appartement naar een kantoorruimte zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. De voorliggende aanvraag betreft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de functiewijzing van een appartement naar kantoorruimte. De voorgestelde functiewijziging wordt ruimtelijk niet wenselijk geacht. Het gebouw omvat momenteel een gelijkvloerse kantoorfunctie met daarboven twee woongelegenheden, waardoor wonen momenteel de hoofdfunctie van het gebouw is. Door één van de appartementen om te vormen tot kantoorruimte neemt het aandeel wonen aanzienlijk af en verschuift de balans naar een overwegend niet-residentiële invulling.

Gelet op de ligging en de typologie van de functies in de omgeving is het behoud van kwalitatieve woongelegenheden van groot belang. Wonen draagt bij aan de leefbaarheid, sociale controle en de functiemenging in de kern. Het verminderen van het woonaanbod door het schrappen van een appartement staat haaks op het streven naar het behoud en de versterking van woonfuncties in de kern. Daarom wordt de gevraagde functiewijziging niet gunstig beoordeeld.

Deerlijk wenst in te zetten op verdichting en kernversterking. Hiertoe werd een woonkaart opgemaakt. De woonkaart geeft aan welke woondensiteit wenselijk is in welk type woongebied en welke functies er naast wonen mogelijk zijn. Het woongebied werd op basis van de ruimtelijke morfologie en het programma onderverdeeld in 4 typegebieden onderscheiden. Deze woonkaart werd als BGO goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 september 2024. De procedure voor de opmaak van een RUP kernversterking in uitvoering van dit BGO is opgestart.

De eigendom is gelegen in het typgebied 2 “wonen in een stedelijke wijk”. In het woontypegebied ‘wonen in een stedelijke wijk’ vormt wonen de hoofdfunctie. Gezien de nabijheid van de centrumstraten liggen voorzieningen in de kern op fiets- en wandelafstand voor inwoners van de stedelijke wijk. Vandaar worden ook geen bijkomende voorzieningen als hoofdfunctie in de stedelijke wijk opgenomen. Enkel beperkte gemeenschapsvoorzieningen of bedrijven blijven mogelijk. Wonen is mogelijk in het gebied, alsook de bijhorende uitrusting: tuinen, tuinhuisjes, garages... Daarnaast zijn ondergeschikt aan het wonen ook de niet-woonfuncties mogelijk die voldoen aan de voorwaarden van het vrijstellingenbesluit. Bijvoorbeeld volgende functies, maar beperkt in oppervlakte: dienstverlening, vrije beroepen, verblijfsrecreatie, restaurant en café, kantoorfunctie...

 

Concreet betekent dit dat in de woning een onderschikte kantoorfunctie mogelijk is binnen de bepalingen van het vrijstellingsbesluit maar niet een hoofdfunctie als kantoorfunctie met ondergeschikte woonfunctie. De aanvraag voldoet voor wat de hoofdfunctie als kantoor betreft bijgevolg niet aan de BGO. De hoofdfunctie dient wonen te blijven.

 

Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en gabarit:

De inplanting van de woning achter de rooilijn blijft ongewijzigd. Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte waardoor een verdere beoordeling niet aan de orde is.

  

Verschijningsvorm:

De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.

  

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

Ten gevolge van de functiewijziging kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is niet voldoende goed ontsloten om de toename, die veroorzaakt zal worden door een bijkomende kantoorruimte, te kunnen opvangen. Er wordt voorgelegd dat er 8 personenwagens kunnen parkeren op de al aanwezige verharding in de linker vrije zijtuinstrook. De inrichting van deze zone met 8 parkeerplaatsen is ruimtelijk echter niet haalbaar. Volgens de voorgestelde inrichting zullen meerdere voertuigen achter elkaar moeten parkeren. Hierdoor worden de achterliggende voertuigen geblokkeerd en kunnen deze niet zelfstandig het terrein verlaten wanneer alle parkeerplaatsen bezet zijn. Bij een totale bezetting van de parkeerzone zullen vier voertuigen achter elkaar staan opgesteld, wat een vlotte en autonome bereikbaarheid van de parkeerplaatsen onmogelijk maakt. Bovendien wordt er ontsloten via een relatief smalle doorgang met steunpalen.

Dit leidt tot een gebrekkige interne circulatie, een slechte gebruikskwaliteit en bijkomende manoeuvres op het terrein. De voorgestelde capaciteit staat bijgevolg niet in verhouding tot de beschikbare ruimte en resulteert in een onvoldoende grote en onpraktische parkeeroplossing.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Het onbebouwde deel van perceel is zo goed als volledig verhard met waterdoorlatende en niet-waterdoorlatende verharding wat gezien wordt als een weinig kwalitatieve inrichting. Er zijn 2 plantenvakken voorzien in de voortuin maar deze zijn ook verhard met grind en slechts beperkt beplant. Hierdoor gaat de beperkte groenvoorziening langsheen de perceelsgrens volledig verloren. De verharding van het perceel vermindert bovendien de infiltratiemogelijkheden voor hemelwater en doet afbreuk aan het groene en open karakter dat een voortuin beoogt te vrijwaren. De omgevingsaanleg van het perceel draagt niet bij aan de kwaliteit van het straatbeeld.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

 

Standpunt college van burgemeester en schepenen

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en sluit zich hierbij grotendeels aan, doch wijkt gemotiveerd af van het advies.

 

Het college stelt vast dat de aanvraag volledig in overeenstemming is met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Kortrijk. Kantoorfuncties worden uitdrukkelijk toegelaten binnen woongebied voor zover zij verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Er worden geen stedenbouwkundige werken uitgevoerd en het bouwvolume, de inplanting, de verschijningsvorm en de vergunde ruimtelijke structuur van het gebouw blijven ongewijzigd. Het gebouw werd in 1993 vergund als gemengd gebouw met kantoorruimte op het gelijkvloers en woongelegenheden op de verdieping. Na uitvoering van de functiewijziging blijft het gebouw een gemengd gebouw met zowel een kantoorfunctie als een woonfunctie.

Het college stelt vast dat de aangehaalde woonkaart een beleidsmatig gewenste ontwikkeling betreft en als afwegingselement kan worden meegenomen, maar op zich onvoldoende grond vormt om een aanvraag te weigeren die in overeenstemming is met het gewestplan en waarvan de impact op de omgeving beperkt is.

De eigendom beschikt over parkeermogelijkheden op eigen terrein, waaronder twee inpandige garages. Gelet op de beperkte functiewijziging en de ligging langs een voldoende uitgeruste gemeenteweg, wordt geen onaanvaardbare impact op de mobiliteit of parkeerdruk verwacht. Het college acht de parkeer- en mobiliteitsimpact dan ook aanvaardbaar.

De bestaande, vergunde terreinindeling blijft behouden. De aanvraag omvat geen bijkomende bebouwing of verharding, zodat de bestaande verharding op zich geen weigeringsgrond vormt.

Het college besluit dat de aanvraag, rekening houdend met de voormelde elementen, verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening, overeenkomstig artikel 4.3.1 VCRO.

 

 

 

Juridische gronden

 

●     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●     Andere:

○     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

○     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Carine Vermoere-Vereecke wonende Vichtesteenweg 48 te 8540 Deerlijk, voor het wijzigen van de functie van appartement naar kantoor, op een perceel gelegen Schragenstraat 2 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 162 F.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.4. OMV 2026_68 - Sint-Elooistraat 15 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de functie van schuur en aanbouwen, verbouwen van werkplaats en opslagruimte tot productieruimte, verbouwen van schuur tot ijssalon, slopen bijgebouwen, ontharden, aanleg parking, op een perceel gelegen Sint-Elooistraat 15 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 331 E en (afd. 2) sectie D 670 A aangevraagd door Alicia Waelkens - Tim van cauwenberghe wonende Harelbekestraat 63 te 8570 Anzegem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 12 oktober 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woonuitbreidingsgebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

●     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

●     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

●     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

●     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

●     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

●     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023. De aanvraag voldoet aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.

 

  1. Historiek

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

●        Oud dossier VLAREM (1967/2/001) voor varkensstal - gunstig op 23/03/1967.

●        Oud dossier VLAREM () voor aangifte landbouwbedrijf - gunstig op 08/04/1977.

●        Oud dossier VLAREM (1977/1/007) voor landbouwbedrijf en een handel in vaste brandstoffen - gunstig op 27/10/1977.

●        Oud dossier VLAREM (1990/0/253) voor aktename ingedeelde inrichting klasse 2 - gunstig op 10/10/1990.

●        Milieuvergunning 1992/3/002 voor overname landbouwbedrijf - goedgekeurd op 15/01/1992.

●        Milieuvergunning 1996/3/020 voor gastank 1.600 l - goedgekeurd op 04/12/1996.

●        Gebouwen en constructie dossier 0065-7-A voor bouwen van landhuis bij de hofstede - vergunning op 17/08/1961.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0065-5-A) voor bouwen van een varkenshok - goedgekeurd op 26/01/1967.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0065-5-B) voor bouwen van een stal voor fokvarkens bij zijn bedrijf - goedgekeurd op 27/12/1984.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0065-5-C) voor verbouwen van 3 bestaande gebouwen in één degelijk gebouw aan de schuur (volume wordt niet vergroot) - goedgekeurd op 30/12/1986.

●        Stedenbouwkundige vergunning (0065-5-D) voor verbouwen bestaande woning: plaatsen nieuwe ramen, verplaatsen voordeur en maken nieuwe inkom en loggia - goedgekeurd op 13/03/1991.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom betreft een perceel van ongeveer 4.640 m², gelegen langs de Sint-Elooistraat, op circa 1,7 km ten zuiden van het centrum van Deerlijk. De Sint-Elooistraat is een uitgeruste gemeenteweg en heeft een landelijk en relatief smal karakter. De straat heeft een rijbreedte van 2,60m en eindigt aan de hoeve, waardoor er weinig/geen doorgaand verkeer is. Recent werd tussen de Tapuitstraat en de Sint-Elooistraat een nieuwe ontsluitingsweg, Overakkerstraat, aangelegd voor een bijkomende verkaveling van 82 loten bestemd voor eengezinswoningen. Deze woonwijk is in volle ontwikkeling. De Overakkerstraat is een doodlopende straat met een breedte van +/- 4,8m waarlangs woningen gepland zijn.
Bij het ontwerp van de woonwijk werd heel wat aandacht besteed aan de verkeersveiligheid en -leefbaarheid in de wijk door de aanleg van verkeersluwe woonstraten te koppelen aan een centrale ontsluitingsweg (Overakkerstraat).  De wegbreedte werd beperkt zodat straatparkeren uitgesloten werd, er werden een aantal parkeerpockets voorzien voor bezoekers, er werden verschillende doorsteken voorzien voor traag verkeer en doorgaand verkeer tussen Overakkerstraat en St-Elooistraat werd vermeden door het voorzien van een traktorsluis.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel staat een deels omwalde hoeve die bestaat uit een woonhuis, enkele stallen en bijhorende sleufsilo’s en een opslagruimte.
 

De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving, doch door de nog in opbouw zijnde  verkaveling, zal de omgeving ook een residentieel karakter krijgen die wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.

Ten zuiden van de site bevindt zich op een afstand van 280 m het recyclagebedrijf Casier, aansluitend aan het bedrijf bevinden zich eengezinswoningen. Ten noordwesten van de site liggen gemeentelijke volkstuintjes.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft een functiewijziging en verbouwing van de bestaande gebouwen op het perceel Sint-Elooistraat 15 te Deerlijk, gelegen binnen woonuitbreidingsgebied. De aanvragers wensen de voormalige gebouwencluster met erfgoedwaarde te herbestemmen voor de productie en verkoop van ambachtelijk ijs en aanverwante producten en formuleren hun vraag als volgt:

  1. Functiewijziging van een erfgoedschuur naar een ijssalon/tearoom
    Binnen de bestaande schuur wordt een verbruiksruimte ingericht, waarbij binnen het concept van ‘box-in-box’ nieuwe constructies los van de bestaande muren worden geplaatst.
    De box binnen het gebouw wordt ingericht als tearoom incl. het afhalen en verkopen van ijs. Deze ruimte omvat 34 zitplaatsen. De ruimte buiten de ‘box’ wordt ingericht als ‘overdekte verbruikersruimte’ en is voorzien van 24 zitplaatsen. De tearoom omvat in totaal 58 zitplaatsen. Daarnaast wordt binnen het gebouw ook een sanitaire ruimte ingericht voor de bezoekers.
    De dakconstructie van de schuur wordt behouden en hersteld.
  2. Verbouwing van een bestaande ambachtelijke werkplaats en opslagruimte tot een atelier voor ambachtelijke ijsproductie
    De bestaande opslag- en verpakkingsruimte wordt verbouwd tot ambachtelijk productieatelier voor het verwerken van melkproducten en de bereiding van ijs. Daarnaast wordt het te verwerken fruit ofwel zelf gekweekt of aangekocht voor de verwerking in ijs of confituren. In de ruimte worden koel- en diepvriesvoorzieningen aangebracht. De noordoostelijke hoek van het gebouw met een oppervlakte van +/- 45m², wordt verbouwd en omgevormd tot fietsenparking (2 m x 6 m). In deze ruimte wordt ook een ijsautomaat geplaatst.

Alle gevels worden voorzien van houten planchetten, het overdekte volume blijft behouden.

Op de linker gevel wordt een reclamespandoek aangebracht met een oppervlakte van 6m².
Het gebouw werd in 1986 vergund als garage (52 m²), frigo (27,30 m²) en verpakkingsplaats (61,25 m²) en is gekend als een aan de landbouw ondergeschikte activiteit.

  1. Sloop van enkele bijgebouwen
    De aanbouw van de voormalige stalvleugel met wagenhuis (= ten westen van de erfgoedstal cfr. plan) met een oppervlakte van 80,20 m²  wordt gesloopt. Ook twee kleinere constructies met een oppervlakte van 8,41 m² ten noorden van de erfgoedstal en 40,59 m² ten oosten van het perceel  worden gesloopt.
  2. Ontharden van bestaande verhardingen
    Uit de projectinfo blijkt dat er 303,84 m² zal onthard worden. De plannen nieuwe toestand geven heel wat meer verharding aan die vervangen wordt door groenzone. Beide zijn niet correct afgestemd op elkaar.
  3. Aanleg van een parking in deels bestaande verharding en deels grasdallen.

100 m² asfaltverharding gelegen ten oosten van het perceel wordt vervangen door grasdallen en zal in gebruik genomen worden als parkeerplaats..

Daarnaast worden grote delen van de bestaande asfaltverharding bestemd voor parkeren. In totaal worden 21 parkeerplaatsen, waaronder 1 voor minder valide personen voorzien op eigen terrein.

Alle te behouden verharding is noodzakelijke als toegang tot gebouwen of wordt ingericht als (manoeuvreerruimte bij) parkeerplaats. Er wordt binnen het dossier maw geen ruimte voorzien om bestaande verharding te gebruiken als buitenterras/verbruikersruimte.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag betreft de oprichting en uitbating van een ijssalon met als hoofdactiviteit de ambachtelijke productie van ijsbereidingen: literijs in meerdere smaken en ijstaarten. Aanvullend wordt ook gebak, confituren, crèmes en sappen bereid. Deze worden geproduceerd voor eigen gebruik in de ijsbereidingen, voor de eigen tearoom en verkoop ter plaatse. De hoofdactiviteit is het bereiden van ijs voor verkoop ter plaatse, waarbij 1 dag per week geleverd wordt aan horeca. De productie gebeurt voornamelijk in de voormiddag en op sluitingsdagen van de tearoom. De tearoom is 4 dagen per week (woe, vrij, zat en zon) open in de namiddag van 14u tot 18u (uitzonderlijk tot 20u bij goed weer).

Volgende ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten worden nieuw aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

Klasse

16.3.2°a)

nr 1Koelcel  Embraco UNEK 6212Z r134a 230 V 3.56 A en 820 W

              Friga Bohn MR110R 230V, 0.48A en 110.4 W

nr 2 Vriescel UH FH2480Z R404A 230V, 4.78A en 3818 W

nr 3 Warmtepomp productieatelier 230 VAC, 7.8 A en 2130 W

nr 4Warmtepomp horeca 230 V, 23 A en 5323 W

nr 6Warmtepompboiler 230 v en 0.5 kW

nr 5 Ventilatiebox 100 W

nr 11 Gelato &pastry dolce vita 8 350 W

nr 12 Topcold D400DFSGFF bakvriezer 230 V,  0.49A en 112 W

nr 13 en nr 14 Topcold vitrinediepvries UF 400VGW 230 V, 1.3A en 300 W

nr 15 Caravell 53593 bakvriezer 230V, 1.1A en 253W

nr 16 Mirabella scheptoog230V, 50 Hz en 500W

nr 17 ijs automaat  375W

nr 8 shockvriezer 1560 W (Nieuw)

16,25 kW

3

45.6.a)1°b)

nr 9 Carpigiani Pastaomaster 60XPL P pasteurisatie 3 x 400 V, 10.11 A en 7000W

Nr 10 Promag Stargel 6 ijsmachine 3 x 400V, 8.08 A en 5600W (Nieuw)

12,6 kW

3

 

  1. Openbaar onderzoek

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 9 juli 2026 tot 7 augustus 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er 13 bezwaarschriften ingediend.

De ingediende bezwaren kunnen als volgt samengevat worden:

Tijdens het openbaar onderzoek werden 13 bezwaarschriften ingediend. De bezwaren richten zich niet zozeer tegen de uitbating van een ijssalon op zich, maar voornamelijk tegen de verkeers- en parkeerimpact van een permanente horecafunctie op deze locatie en op de aanpalende woonwijk.

De bezwaarindieners verwijzen daarbij naar de ervaringen met de tijdelijke pop-up tijdens de zomerperiode, die volgens hen een indicatie geven van de mogelijke impact van een permanente exploitatie. Verschillende bezwaarschriften werden ter staving aangevuld met fotomateriaal. Volgens meerdere bezwaarindieners stemt de tijdens deze tijdelijke uitbating ervaren verkeers- en parkeerdruk niet overeen met de eerder vooropgestelde beperkte mobiliteitsimpact van de aanvraag.

Tot slot geven enkele bezwaarindieners aan dat zij hun bezorgdheden reeds bij de uitbaters hebben aangekaart, maar dat dit volgens hen onvoldoende tot bijkomende maatregelen heeft geleid. Zij vragen onder meer om meer overleg met de buurt, voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en een actievere aanpak van foutparkeren.

 

1. Verkeersdruk, ontsluiting en verkeersveiligheid

De bezwaarindieners vrezen dat de permanente uitbating van de horecazaak zal leiden tot een grote toename van het gemotoriseerd verkeer in de omgeving en in de aanpalende woonwijk. Daarbij wordt verwezen naar de ervaringen met de tijdelijke pop-up, waarbij reeds sprake zou zijn van bijkomend verkeer en zoek- en sluipverkeer doorheen de woonwijk. De geschiktheid van de Sint-Elooistraat als ontsluitingsweg wordt eveneens in vraag gesteld, gelet op het smalle en landelijke karakter ervan. De bijkomende verkeersbewegingen en manoeuvres zouden bovendien leiden tot verkeersonveilige situaties voor voetgangers en fietsers, in het bijzonder voor kinderen uit de woonwijk.

 

2. Parkeerdruk en afwenteling op de omgeving

Volgens de bezwaarindieners is onvoldoende aangetoond dat de parkeercapaciteit op eigen terrein volstaat om de parkeerbehoefte van de zaak op te vangen. Er wordt gewezen op onduidelijkheid omtrent het effectieve aantal bruikbare parkeerplaatsen en op de huidige situatie waarbij bezoekers zouden parkeren in de omliggende woonstraten en op braakliggende of private percelen. Gevreesd wordt dat de parkeerbehoefte van de horecazaak structureel wordt afgewenteld op de woonomgeving. Ook de tractorsluis wordt niet als een volledige oplossing beschouwd, aangezien bezoekers hun wagen alsnog in de wijk zouden kunnen parkeren en vervolgens te voet naar de zaak kunnen gaan.

 

3. Impact op woonkwaliteit en draagkracht van de omgeving

De bezwaarindieners stellen dat de aard en omvang van de horecafunctie moeilijk verenigbaar zijn met het rustige, residentiële en kindvriendelijke karakter van de omgeving. De bijkomende bezoekersstromen, verkeersbewegingen en parkeerdruk zouden leiden tot een aantasting van de rust, privacy en algemene woonkwaliteit. Daarbij wordt de vergelijking gemaakt met de vroegere, kleinschaligere activiteit, die volgens de bezwaarindieners een beperktere ruimtelijke en mobiliteitsimpact genereerde.

 

4. Onvoldoende onderbouwing van de mobiliteitsimpact en toekomstige ontwikkeling

Verschillende bezwaarindieners stellen dat de mobiliteits- en parkeergegevens waarop de aanvraag is gebaseerd onvoldoende overeenstemmen met de tijdens de tijdelijke exploitatie ervaren situatie. Zij vragen om de effectieve verkeersgeneratie, bezoekersaantallen en parkeerbehoefte grondiger te beoordelen en na te gaan of de voorziene parkeercapaciteit toereikend is om de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein op te vangen.

Eén bezwaarschrift verwijst hierbij naar een geraamde verkeersgeneratie van 52.828 lichte verkeersbewegingen per jaar, overeenkomend met circa 140 wagens per openingsdag, en stelt dat hiervoor geen afdoende parkeerbalans wordt aangetoond.

Daarnaast wordt gewezen op de verdere ontwikkeling en bewoning van de omliggende woonwijk. Hierdoor zal volgens de bezwaarindieners ook de autonome verkeers- en parkeerdruk in de omgeving toenemen. Bovendien zullen de momenteel nog braakliggende percelen, die volgens de bezwaren occasioneel als informele parkeergelegenheid worden gebruikt, bij verdere ontwikkeling van de wijk niet langer beschikbaar zijn.

 

5. Ruimtelijke en planologische verenigbaarheid

Tot slot wordt de verenigbaarheid van de gevraagde horecafunctie met de ruimtelijke draagkracht van de locatie in vraag gesteld. De combinatie van verkeersgeneratie, parkeerbehoefte, impact op de woonomgeving en de aard van de ontsluiting wordt aangehaald als argument waarom de functie volgens de bezwaarindieners niet verenigbaar zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast worden vragen gesteld bij de planologische verenigbaarheid van de functie gelet op de geldende bestemming van het perceel.

 

  1. Adviezen

Aquafin werd om advies verzocht op 2 juli 2026 en bracht geen advies uit binnen de gestelde termijn, bijgevolg kan aan het advies voorbij gegaan worden.

 

De dienst integraal waterbeheer werd op 22 september om advies verzocht. In het advies wordt aangegeven dat, gezien het gebied niet gelegen is in overstromingsgevoelig gebied, het aan de vergunningverlenende overheid is om verder na te gaan of de aanvraag voldoen aan de GSV..

 

Departement Landbouw en Visserij werd om advies verzocht op 2 juli 2026 en opnieuw op 25 augustus 2026. De adviesinstantie bracht op 20 augustus aan dat de adviesvraag geen verband houdt met landbouw en niet gelegen is in  agrarisch gebied en zodoende buiten de adviesbevoegdheid valt van het departement. Bij een nieuwe adviesvraag werd aangegeven dat de aanvraagsite een voormalige landbouwsite betreft waar er al lange tijd geen landbouwactiviteiten meer geregistreerd zijn en geeft aan dat de aanvraag aanvaardbaar is indien de geldende normen gerespecteerd worden. 

 

Brandweerzone Fluvia werd om advies verzocht op 2 juli 2026. Uit het advies blijkt dat er geen brandvoorkomingsmaatregelen noodzakelijk zijn voor zover voldaan wordt aan de algemene reglementeringen.

 

Er werd een intern advies gevraagd aan de expert mobiliteit. De conclusie uit het advies luidt als volgt:

In haar huidige staat is de Sint-Elooistraat niet geschikt voor het verwachte verkeer dat het ijssalon zal genereren. Bovendien is de parkeercapaciteit op eigen terrein onvoldoende. Er dient voorkomen te worden dat de naastgelegen woonwijk belast wordt met verkeer en parkeerdruk van bezoekers aan het ijssalon.

Op basis van bovenstaande is het advies van de mobiliteitsdienst voor de plannen voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden:

●        Beperking van de bezoekerscapacteit tot 47 personen

●        Uitbreiding van de fietscapaciteit met 18 plaatsen

●        Het voorzien van 1 bijkomende parkeerplaatsen voor personen met beperking (bovenop de reeds ingeplande)

●        De aanleg van 3 passeerstroken in de Sint-Elooistraat: één langs Casier, één tussen Casier en Sint-Elooistraat 17 en één tussen Sint-Elooistraat 17 en het ijssalon waarbij telkens een verhardingsbreedte van 5 m dient bekomen te worden over een lengte van 20 meter (cf. richtlijnen Kennisbank CROW).

●        De toegang tot de woonwijk via de Tapuitstraat dient verboden te worden met een C3 en onderbord ‘uitgezonderd plaatselijk verkeer’

●        Een snelheidsbeperking van 50 km/u in de Sint-Elooistraat buiten de bebouwde kom.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag beoogt de herinrichting van de bestaande gebouwencluster tot een samenhangend geheel van productie, opslag, afhaal/verkoop, horeca en wonen, waarbij de verschillende gebouwen op het erf functioneel met elkaar verbonden zijn. Uit de aard en omvang van de aanvraag blijkt dat, naast wonen, de publieksgerichte horecafunctie de bepalende functie is, bestaande uit een ijssalon/tearoom met een maximale gelijktijdige bezoekerscapaciteit van 58 personen. De ambachtelijke ijsproductie, opslag, verkoop vormen onderscheiden functies binnen dit gebouwencomplex.

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meerbepaald aan de voorschriften van het woonuitbreidingsgebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woonuitbreidingsgebied. Het betreft een niet-geordend woonuitbreidingsgebied. Voor de beoordeling van de aanvraag dient derhalve rekening te worden gehouden met de bijzondere regeling voor woonreservegebieden in de VCRO en met de daarin opgenomen mogelijkheden tot afwijking.

Voor zover de decretale regeling voor woonreservegebieden de toepassing van de afwijkingsmogelijkheden van titel IV, hoofdstuk IV VCRO toelaat, dient voor de aangevraagde zonevreemde functiewijzigingen te worden onderzocht of toepassing kan worden gemaakt van artikel 4.4.23 VCRO en het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen.

 

Toepassingsvoorwaarden art. 4.4.23 VCRO

Artikel 4.4.23 VCRO voorziet een afwijkingsregeling voor bepaalde zonevreemde functiewijzigingen. De hierin bedoelde afwijking kan slechts worden toegepast wanneer het betrokken gebouw of gebouwencomplex onder meer bestaat, niet verkrot is, hoofdzakelijk vergund is en niet gelegen is in de door de bepaling uitgesloten gebieden. Daarnaast moet de gevraagde functiewijziging voorkomen op de door de Vlaamse Regering vastgestelde lijst. Het begrip“hoofdzakelijk vergund” heeft daarbij niet uitsluitend betrekking op de fysieke constructies, maar eveneens op de functie. Het is bijgevolg noodzakelijk om voorafgaandelijk vast te stellen welke functie van de betrokken gebouwen als vergund of vergund geacht kan worden beschouwd en vervolgens na te gaan of vanuit deze vergunde uitgangstoestand een rechtsgrond bestaat voor de aangevraagde nieuwe functie.

 

Vastsstelling vergunde uitgangstoestand

Vergunde functionele toestand

Voor de toepassing van de regeling inzake zonevreemde functiewijzigingen is het in eerste instantie noodzakelijk om de vergunde functionele uitgangstoestand van de betrokken gebouwen vast te stellen.

Uit de beschikbare vergunningenhistoriek blijkt dat de site historisch werd ontwikkeld en gebruikt als landbouwbedrijf. In 1967 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een varkenshok en in 1984 voor het bouwen van een stal voor fokvarkens bij het bedrijf. Ook uit de milieuvergunning van 1992 voor de overname van het landbouwbedrijf blijkt dat de inrichting op dat ogenblik nog steeds als landbouwbedrijf werd beschouwd.

De stedenbouwkundige vergunning van 1986 had betrekking op het verbouwen van drie bestaande gebouwen tot één gebouw aansluitend bij de schuur, zonder volumevermeerdering. Binnen deze verbouwing werden onder meer een garage, frigoruimte en verpakkingsplaats voorzien. Uit deze vergunning kan evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat daarmee eveneens een zelfstandige functiewijziging van landbouw naar handel of ambacht werd vergund. Garage-, koel-, opslag- en verpakkingsruimten kunnen immers eveneens een ondersteunende functie hebben binnen een landbouwbedrijf, onder meer in functie van de bewaring, verpakking en commercialisering van landbouwproducten (fruit, groenten, …). Het feit dat ook in 1992 opnieuw uitdrukkelijk sprake is van de overname van een landbouwbedrijf ondersteunt deze beoordeling.

Uit de milieuvergunning van 27 oktober 1977 blijkt dat op de site naast het landbouwbedrijf tevens een handel in vaste brandstoffen werd uitgebaat. Deze activiteit was op milieuvlak expliciet vergund. Hoewel hieruit niet zonder meer kan worden afgeleid dat hierdoor voor het volledige gebouwencomplex een zelfstandige stedenbouwkundige hoofdfunctie van handel werd vergund, dient deze historische vergunde toestand wel betrokken te worden bij de beoordeling van de vroegere functie in het kader van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003.

Op basis van de beschikbare vergunningstoestand kan niet worden aangenomen dat voor het volledige gebouwencomplex een zelfstandige handels- of ambachtelijke hoofdfunctie werd vergund. Wel blijkt uit de milieuvergunning van 1977 dat op de site naast het landbouwbedrijf ook een handel in vaste brandstoffen aanwezig was.

Beoordeling van de aangehaalde vergunde functie ‘ambachtelijke handel’

De aanvrager stelt dat de landbouwactiviteit reeds vanaf de jaren 1960 slechts een nevenactiviteit vormde en dat de kolenhandel, fruithandel en ambachtelijke productie de hoofdactiviteiten op de site waren.

In de motivatienota wordt onder meer gesteld:

“Sinds 1960 is de hoofdactiviteit van het bedrijf verschoven naar kolenhandel en een fruithandel samen met loonsproeier om economisch haalbaar te zijn.”

Verder wordt aangegeven dat:

“er sinds de jaren 1960 een hoofdactiviteit van handel en ambachtelijke productie is geweest en dat de landbouwactiviteit slechts als nevenactiviteit 10 à 15 % van het inkomen bepaalde.”

De aanvrager besluit hieruit dat sprake zou zijn van een historisch aanwezige “ambachtelijke handelsfunctie”. Deze redenering kan niet zonder meer worden gevolgd.

Dat een bepaalde activiteit feitelijk gedurende lange tijd werd uitgeoefend of economisch een groter aandeel in het bedrijfsinkomen vertegenwoordigde, betekent op zichzelf niet dat deze activiteit daardoor eveneens de stedenbouwkundig vergunde hoofdfunctie van de gebouwen heeft verworven. Voor de beoordeling van de vergunde toestand is de vergunningstoestand bepalend.

Beoordeling van de gewenste functie

De activiteiten die binnen de voorliggende aanvraag worden voorzien, dienen bijgevolg volgens hun concrete aard en gebruik te worden onderscheiden:

●        het bereiden en verwerken van ijs, confituren, gebak, crèmes en sappen betreft een productie- of ambachtelijke activiteit;

●        het opslaan van grondstoffen, afgewerkte producten en materiaal betreft een opslagactiviteit, die slechts als ondergeschikt kan worden beschouwd voor zover deze aantoonbaar ten dienste staat van een duidelijk omschreven hoofdactiviteit;

●        de rechtstreekse verkoop van ijs en andere producten aan consumenten, met inbegrip van de verkoop via de ijsautomaat, betreft een handelsactiviteit;

●        het ter plaatse aanbieden van producten voor consumptie in het ijssalon/de tearoom en de overdekte verbruiksruimte betreft een horecafunctie.

Het feit dat deze activiteiten door dezelfde exploitant en binnen één economische exploitatie worden georganiseerd, betekent niet dat zij stedenbouwkundig zonder meer als één samengestelde hoofdfunctie “ambachtelijke handel” kunnen worden beschouwd.

Dit onderscheid is essentieel voor de toepassing van artikel 4.4.23 VCRO. Voor ieder gebouw waarvan het gebruik wordt gewijzigd moet voldoende duidelijk zijn welke vergunde uitgangsfunctie aanwezig is, welke nieuwe functie wordt aangevraagd en op welke bepaling uit het besluit zonevreemde functiewijzigingen deze overgang wordt gesteund.

De aanvraag biedt hierover onvoldoende duidelijkheid. Voor verschillende gebouwen wordt uitgegaan van een historisch feitelijk gebruik als opslag-, handels- of ambachtelijke ruimte zonder dat wordt aangetoond dat dit gebruik tevens de stedenbouwkundig vergunde functie van het betrokken gebouw is.

Op basis van de ruimte-inname voorzien in de aanvraag vallen de activiteiten in hoofdzaak onder één economische functie ‘horeca’, waarbij de productie- of ambachtelijke activiteit en de handelsactiviteit ondergeschikt zijn hieraan.

Conclusie: Er wordt niet voldaan aan de voorwaarde uit 4.4.23 voor wat betreft de hoofdzakelijk vergunde toestand van de functie.

 

Toepassing art 10 – geïnventariseerd bouwkundig erfgoed

De aanvrager geeft aan beroep te willen doen op art. 10. Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de zonevreemde functiewijziging kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex dat is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed:

●        Het gebouw of gebouwencomplex is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundige erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

●        De voortzetting van de vroegere functie blijkt niet haalbaar of garandeert de duurzame leefbaarheid van het gebouw of het gebouwencomplex niet.

●        De nieuwe functie laat de erfgoedwaarde ongeschonden of verhoogt ze

De nieuwe functie wordt binnen artikel 10 niet beperkt tot een vooraf bepaalde functiecategorie. Uit het verslag aan de Vlaamse Regering blijkt uitdrukkelijk dat voor geïnventariseerd bouwkundig erfgoed de nieuwe functie bewust wordt vrijgelaten, omdat het voor dergelijke gebouwen soms onmogelijk is een functie te vinden die tegelijk overeenstemt met de planologische bestemming en economisch haalbaar is.
 

Beoordeling van de voorwaarden van artikel 10.
In voorliggende aanvraag staat vast dat een deel van het gebouwencomplex (woning en 2 stallen) is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. Aan de eerste voorwaarde is bijgevolg voldaan. Ook uit het advies van de intergemeentelijke erfgoeddienst blijkt dat de voorgestelde fysieke ingrepen in hoofdzaak verenigbaar zijn met het behoud van de erfgoedwaarden, waardoor aan de derde voorwaarde wordt voldaan.

De tweede voorwaarde vereist dat wordt aangetoond dat de voortzetting van de vroegere functie niet haalbaar is of de duurzame leefbaarheid van het gebouw of gebouwencomplex niet garandeert. Deze voorwaarde veronderstelt dat eerst voldoende duidelijk wordt bepaald welke functie als vroegere, rechtmatig tot stand gekomen functie van het betrokken gebouw of gebouwencomplex moet worden beschouwd. Vervolgens moet worden gemotiveerd waarom de voortzetting van deze functie niet haalbaar is of onvoldoende garanties biedt voor de duurzame leefbaarheid van het erfgoed.

De aanvraag vertrekt op dit punt van de stelling dat op de site reeds een ambachtelijke handelsfunctie aanwezig en vergund geacht is en dat de landbouwfunctie slechts als nevenactiviteit aanwezig was. Er wordt aangevoerd dat de gebouwen reeds gekend zouden zijn als handels- en ambachtelijke gebouwen bij een niet meer landbouwgebonden gebouwencomplex. Vanuit deze redenering wordt de ijsproductie minstens gedeeltelijk voorgesteld als een verderzetting van de bestaande ambachtelijke activiteit. Anderzijds wenst de aanvrager voor de herbestemming van de gebouwen toepassing te maken van art. 10, waarvoor juist moet blijken dat de voortzetting van de vroegere functie niet haalbaar is. Hierdoor ontstaat een tegenstrijdigheid in de motivering van de aanvraag: enerzijds wordt de bestaande of vroegere ambachtelijke handelsactiviteit aangehaald als rechtsgrond en wordt de verdere uitoefening ervan beoogd, terwijl anderzijds voor de herbestemming een beroep wordt gedaan op artikel 10, waarvoor moet worden aangetoond dat de voortzetting van de vroegere functie niet haalbaar is of de duurzame leefbaarheid van het gebouwencomplex niet garandeert.

Beide uitgangspunten zijn onvoldoende met elkaar verzoenbaar. Indien, zoals de aanvrager zelf stelt, een bestaande vergunde ambachtelijke handelsfunctie aanwezig is en deze activiteit door middel van de nieuwe ijsproductie en - verkoop wordt verdergezet, wordt niet aangetoond waarom de voortzetting van deze beweerde vroegere functie niet haalbaar zou zijn of de duurzame leefbaarheid van het gebouwencomplex niet zou kunnen garanderen. Indien daarentegen wordt uitgegaan van de uit de stedenbouwkundige vergunningenhistoriek blijkende landbouwfunctie, al dan niet in combinatie met de historisch aanwezige handel in vaste brandstoffen, bevat het dossier heel wat elementen waarom de voortzetting van deze vroegere functie niet haalbaar is of onvoldoende garanties biedt voor de duurzame leefbaarheid van het gebouwencomplex en kan art. 10 voor de erfgoedgebouwen toegepast worden. Zelfs indien wordt aangenomen dat naast de landbouwfunctie eveneens een vergund geachte handelsfunctie aanwezig was in de vorm van een handel in vaste brandstoffen, wordt in het dossier onvoldoende aangetoond dat de voortzetting van deze vroegere functies niet haalbaar is of de duurzame leefbaarheid van het gebouwencomplex niet langer verzekert. De motivering van de aanvraag spitst zich hoofdzakelijk toe op het beëindigen van de landbouwactiviteiten. Een afzonderlijke analyse van de haalbaarheid van de historische handelsfunctie ontbreekt.

Op basis van de voorliggende gegevens is bijgevolg onvoldoende aangetoond dat aan de tweede toepassingsvoorwaarde van artikel 10 is voldaan. Bij gebrek aan het vervullen van deze cumulatieve voorwaarde kan de gevraagde afwijking van de bestemmingsvoorschriften op grond van artikel 10 niet worden toegestaan.

 

Art. 2 §3 zonevreemd fucntiewijzigingsbesluit: Bouwfysische geschiktheid

Artikel 2 §3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 bepaalt dat de functiewijzigingen vermeld in onder meer artikel 10 enkel kunnen worden toegestaan indien het gebouw of gebouwencomplex bouwfysisch geschikt is voor de nieuwe functie. Dit houdt in dat de nieuwe functie realiseerbaar moet zijn zonder ingrijpende bouwtechnische of financiële ingrepen en waarbij de bestaande gebouwstructuur in hoofdzaak behouden en benut blijft. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de hedendaagse comfort-, energie- en milieueisen.
Dit veronderstelt dat geen ingrijpende werken noodzakelijk zijn en dat de bestaande structuur van het gebouw grotendeels wordt benut en gevaloriseerd. Uit de aanvraag blijkt evenwel dat binnen de erfgoedschuur een omvangrijke inrichting wordt voorzien bestaande uit een box-in-boxconstructie, nieuwe binnenwanden, plafonds, technieken en een nieuwe vloeropbouw. Deze ingrepen gaan verder dan louter beperkte aanpassingswerken en roepen minstens de vraag op of het gebouw bouwfysisch geschikt kan worden geacht voor de beoogde horecafunctie in de zin van artikel 2 §3 van voornoemd besluit. De aanvraag bevat hierover geen afzonderlijke motivering.

 

Toepassing Artikel 11: voormalig landbouwbedrijf naar wonen

Artikel 11 voorziet een andere specifieke afwijkingsmogelijkheid voor een eventueel leegstaand landbouwbedrijf waarbij het nieuwe gebruik uitsluitend wonen betreft. Daarbij kan de bedrijfswoning een woonfunctie krijgen en kunnen de bedrijfsgebouwen, binnen de voorwaarden van deze bepaling, enkel een nieuw gebruik krijgen als woningbijgebouwen of als accommodatie voor tijdelijke verblijfsgelegenheden wanneer landbouw als nevenbestemming aanwezig blijft. Deze bepaling biedt bijgevolg geen juridische basis voor de functiewijziging van voormalige landbouwgebouwen naar horeca of ambachtelijke ijsproductie.
Voor de voormalige stal uit 1984, die volgens de aanvraag als woningbijgebouw wordt gebruikt, en voor de voormalige landbouwwoning dient afzonderlijk te worden nagegaan of de aanvraag daadwerkelijk een vergunningsplichtige functiewijziging beoogt en, indien dat het geval is, of aan de specifieke voorwaarden van artikel 11 wordt voldaan.

De aanvrager vertrekt evenwel zelf van het uitgangspunt dat geen sprake is van een voormalig landbouwbedrijf maar van een vergund geachte ambachtelijke/handelsmatige exploitatie. Daardoor wordt ook voor deze gebouwen geen consistente juridische grondslag voor de vooropgestelde functiewijziging uitgewerkt.

 

Beoordeling per gebouw

Op basis van de beschikbare gegevens kan de functionele toestand als volgt worden samengevat.

Erfgoedschuur

De schuur maakte historisch deel uit van het landbouwbedrijf en krijgt binnen de aanvraag een winkel- en verbruiksfunctie als ijssalon/tearoom. Deze functiewijziging kan in beginsel worden onderzocht op grond van artikel 10, gelet op de opname in de inventaris van het bouwkundige erfgoed. Zoals hoger uiteengezet is evenwel onvoldoende aangetoond dat aan de tweede toepassingsvoorwaarde van artikel 10 is voldaan.

Erfgoedstalling

De erfgoedstalling heeft als vergunde uitgangsfunctie een functie als stal binnen het landbouwbedrijf. Uit de aanvraag blijkt onvoldoende welk concreet nieuw gebruik aan dit gebouw wordt toegekend. Artikel 10 voorziet onder voorwaarden het toekennen van een nieuwe functie. Artikel 11 voorziet onder voorwaarden in een omzetting van een eventueel leegstaand landbouwbedrijf naar woningbijgebouw. Voor zover het gebouw als garage of opslagruimte zal worden gebruikt, moet worden bepaald ten dienste van welke hoofdactiviteit deze opslag of garage staat en op welke rechtsgrond de wijziging van landbouw naar dit gebruik wordt gesteund. Een loutere aanduiding als “erfgoedstalling” volstaat niet om het functionele gebruik te beoordelen. De aanvraag laat bovendien niet toe met voldoende rechtszekerheid vast te stellen welk concreet gebruik voor dit gebouw wordt beoogd. Een vergunning kan slechts worden verleend voor duidelijk omschreven stedenbouwkundige handelingen en functies. Bij gebrek aan een voldoende duidelijke functiebeschrijving kan de verenigbaarheid met de bestemmingsvoorschriften, de regeling inzake zonevreemde functiewijzigingen en de goede ruimtelijke ordening niet worden beoordeeld.

Voormalige varkensstal uit 1967

Deze werd vergund als varkensstal bij het landbouwbedrijf. Volgens de stukken wordt het gebouw feitelijk gebruikt voor opslag van onder meer een foodtruck, ijskar en fruitkisten. Gezien deze opslag ten dienste staat van de aangevraagde ijsproductie en horeca, betreft dit een wijziging ten opzichte van de vergunde landbouwfunctie. Voor de functiewijziging van dit gebouw naar ambachtelijke activiteit wordt in de aanvraag geen afdoende juridische grondslag aangetoond.

Voormalige varkensstal uit 1984

Dit gebouw werd vergund als stal voor fokvarkens. Volgens de aanvraag wordt het gebruikt voor opslag van tuinmachines, materiaal voor terreinonderhoud en materiaal voor kleine dieren en wordt het beschouwd als woningbijgebouw. Voor zover hiermee een functiewijziging van landbouwbedrijfsgebouw naar woningbijgebouw wordt beoogd, moet deze worden beoordeeld volgens de daarvoor toepasselijke regeling, waaronder in voorkomend geval artikel 11, wat een juridische grondslag is.

Garage, frigoruimte en verpakkingsplaats vergund in 1986

Deze ruimten werden vergund binnen de toenmalige landbouwexploitatie. De vergunning zelf toont niet aan dat hiermee een zelfstandige ambachtelijke hoofdfunctie werd vergund. De aangevraagde inrichting als productieatelier voor ijs, opslagruimte, fietsenstalling en locatie van een ijsautomaat kan bijgevolg niet zonder meer als een voortzetting van de vergunde functie worden beschouwd.

Meer bepaald houdt de inrichting als productieatelier een zelfstandige ambachtelijke productieactiviteit in. De ijsautomaat vormt daarnaast een vorm van rechtstreekse verkoop aan consumenten en betreft derhalve een bijkomend te onderscheiden gebruik. Voor zover voor deze wijzigingen geen toepasselijke bepaling uit het besluit zonevreemde functiewijzigingen wordt aangetoond, ontbreekt hiervoor een rechtsgrond om van de bestemmingsvoorschriften af te wijken.

Erfgoedwoning

De woning werd in 1961 vergund als “landhuis bij de hofstede”. Uit de aanvraag dient duidelijk te blijken of voor de woning daadwerkelijk een functiewijziging wordt aangevraagd. Indien juridisch sprake is van een landbouwbedrijfswoning die wordt omgevormd naar een zuiver residentiële woning, moet de toepasselijke afwijkingsgrond afzonderlijk worden beoordeeld. Artikel 10 voorziet onder voorwaarden het toekennen van een nieuwe functie. Artikel 11 voorziet onder voorwaarden in een omzetting van een eventueel leegstaand landbouwbedrijf naar uitsluitend wonen.

Het loutere feit dat de woning reeds geruime tijd feitelijk residentieel wordt gebruikt volstaat op zichzelf niet om de vergunde functionele toestand te wijzigen.

 

Conclusie

Uit de beschikbare vergunningenhistoriek blijkt dat de site historisch werd gebruikt als een gemengde exploitatie bestaande uit een landbouwbedrijf en een handel in vaste brandstoffen. De betrokken bedrijfsgebouwen werden evenwel in hoofdzaak opgericht en vergund in functie van het landbouwbedrijf. Hoewel op de site historisch eveneens opslag- en verpakkingsactiviteiten hebben plaatsgevonden, wordt niet voldoende aangetoond dat hierdoor stedenbouwkundig een zelfstandige hoofdfunctie van handel of ambacht voor het volledige gebouwencomplex werd vergund. De aanvraag toont onvoldoende aan vanuit welke vergunde functie voor elk betrokken gebouw wordt vertrokken en op welke afwijkingsgrond de beoogde functiewijzigingen worden gesteund.

De door de aanvrager gebruikte kwalificatie“ambachtelijke handelsactiviteit” kan daarom niet als eenduidige vergunde uitgangsfunctie voor het volledige gebouwencomplex worden aanvaard. Handel, productie/ambacht, horeca, opslag en wonen vormen functioneel te onderscheiden gebruiken waarvoor afzonderlijk moet worden nagegaan vanuit welke vergunde functie wordt vertrokken en welke juridische grondslag voor de functiewijziging wordt ingeroepen.

Voor de geïnventariseerde erfgoedgebouwen biedt artikel 10 van het besluit van 28 november 2003 een mogelijke juridische grondslag voor een nieuwe functie, aangezien deze bepaling de aard van de nieuwe functie niet vooraf beperkt. Voor toepassing van die bepaling moet evenwel cumulatief aan de voorwaarden van artikel 10 worden voldaan. In voorliggende aanvraag wordt onvoldoende aangetoond dat de voortzetting van de vroegere functie niet haalbaar is of de duurzame leefbaarheid van het gebouw of gebouwencomplex niet garandeert. Daarbij wordt in de aanvraag hoofdzakelijk gemotiveerd waarom de landbouwfunctie niet langer haalbaar is, terwijl geen afzonderlijke analyse wordt gemaakt van de historisch aanwezige handel in vaste brandstoffen, die eveneens deel uitmaakt van de gekende vergunde toestand van de site.

Daarnaast wordt onvoldoende aangetoond dat het betrokken gebouwencomplex bouwfysisch geschikt is voor de aangevraagde nieuwe functie zoals bedoeld in artikel 2 §3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003. De aanvraag voorziet immers aanzienlijke interne ingrepen binnen de erfgoedschuur, waaronder een box-in-boxconstructie, nieuwe binnenwanden, technieken en een nieuwe vloeropbouw, zonder dat afzonderlijk wordt gemotiveerd waarom het bestaande gebouw bouwfysisch geschikt is voor de beoogde horecafunctie.

Voor de functiewijziging van de overige voormalige landbouwbedrijfsgebouwen naar ambachtelijke ijsproductie en daarmee verbonden opslag en/of verkoop wordt evenmin een toepasselijke afwijkingsgrond aangetoond. Artikel 11 kan onder de daarin bepaalde voorwaarden een rechtsgrond bieden voor de omzetting van een voormalig landbouwbedrijf naar wonen en voor het gebruik van bedrijfsgebouwen als woningbijgebouwen, maar biedt geen rechtsgrond voor horeca of ambachtelijke bedrijvigheid.

Daarnaast blijft voor de erfgoedstalling onvoldoende duidelijk welk concreet gebruik wordt beoogd. Bij gebrek aan een voldoende duidelijke functiebeschrijving kan de verenigbaarheid met de bestemmingsvoorschriften, de regeling inzake zonevreemde functiewijzigingen en de goede ruimtelijke ordening niet op afdoende wijze worden beoordeeld.

Deze legaliteitstoets vormt een zelfstandige weigeringsgrond. Volledigheidshalve wordt de aanvraag onder punt 7.10 eveneens beoordeeld vanuit de goede ruimtelijke ordening.

 

 

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordening Publiciteit

De aanvraag dient tevens getoetst te worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023. Om de publiciteitsinrichting in overeenstemming te brengen met de bepalingen inzake zaakgebonden publiciteit, wordt als voorwaarde opgelegd dat het reclamespandoek uitsluitend zaakgebonden publiciteit bevat die rechtstreeks verband houden met de op deze locatie uitgeoefende activiteit.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
De aanvraag heeft betrekking op een publiek toegankelijk gebouw. Het betreft echter enkel het intern herinrichten en herbestemmen van een bestaand pand waarbij de vergunningsplichtige handelingen beperkt blijven tot onderdelen van de constructie waarvoor in dit besluit geen normen worden opgelegd. De Vlaamse stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid is bijgevolg niet van toepassing.

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Hier is geen riolering voorzien. Het afvalwater moet individueel gezuiverd worden met een individuele behandeling afvalwater (IBA).

Stikstofdecreet

De impactscoretool werd op 1 maart 2024 bijgewerkt naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet. De herziene impactscoretool maakt gebruik van de recentste modellen en databronnen zoals vermeld in artikel 3 van het Stikstofdecreet.

Voor omgevingsvergunningsaanvragen waarover beslist moet worden in overeenstemming met de bepalingen van het Stikstofdecreet, moet de impactscore berekend zijn op de wijze bepaald in het Stikstofdecreet. De berekening van de impactscore moet daarvoor gebeuren met deze nieuwe versie van de impactscoretool.

Art. 2, 41° van het Stikstofdecreet: een vergunningsplichtig project dat geen verkeersdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

Art. 2, 40°: vergunningsplichtig verkeersdragend infrastructuurproject: een vergunningsplichtig project met als hoofddoel de mobiliteit wijzigen, waarbij verkeersdragende infrastructuur wordt aangelegd of gewijzigd, waarbij de capaciteit van het verkeer door de wijziging wordt verhoogd.

De bouw van woningen bv. is vergunningsplichtig en heeft niet als hoofddoel de mobiliteit te wijzigen maar zal wel stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaken. Dergelijk project is dan ook een verkeersgenererend project.

De impact van een dergelijke stedenbouwkundige handeling, op vlak van stikstof, zal normalerwijze een impactscore van minder dan 1 hebben. De exacte stikstofscore is niet berekend door de aanvrager.

De afstand tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied ligt ongeveer op 3.000m. Er is volgens de “KDW-kaart vermesting 2024” geen kritische depositiewaarde (KDW) opgenomen voor het betrokken perceel. Gelet op de afstand, afgerond naar 2.000m, zou in worst case, het aantal vervoersbewegingen 9.181.000 moeten overschrijden om de 1% drempel te overschrijden. Dat komt neer op 25.154 vervoersbewegingen met personenwagens per dag.

Het aantal jaarlijkse vervoersbewegingen wordt voor deze aanvraag lager dan 9.181.000 ingeschat.

Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, dus geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is."

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

Het betrokken goed is in het zuidoosten van het perceel volgens de pluviale overstromingskaart gelegen in een zone met kleine overstromingskans. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 30.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar de omwalling van de gebouwencluster die fungeert als open wadi. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor meerdere toiletten, wasmachine, kuismachine, koelen van productiemachine, tuin besproeien, buitenkranen.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd en verwerkt op eigen terrein.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Het gebouw waaraan de werken voorzien worden, is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed "Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen: Gemeente Deerlijk" zoals opgemaakt door de Vlaamse Overheid en wordt als volgt beschreven: Relictnummer 86445

Historische hoeve "Goed Ter Cruuse", afhankelijk van de heerlijkheid van Hoenlede, die op haar beurt afhankelijk was van de heerlijkheid "te Frans" (zie Kortrijkse Heerweg). Als omwalde hoeve met losse bestanddelen afgebeeld op de Atlas der Buurtwegen (1849).

Aangepaste hoeve met 19de-eeuws uitzicht. Losse bakstenen bestanddelen gegroepeerd rondom gekiezeld erf. Resten van omwalling in het oosten. Ten noorden boerenhuis met gereinigd parement. Verankerde lijstgevel geritmeerd door getoogde muuropeningen met vernieuwd schrijnwerk. Aanpalende lagere vleugel onder hoogopgaand pannen dak. Ten westen lage stalvleugel met wagenhuis en ten zuiden dwarsschuur.

 

Het pand heeft een middelhoge locuswaarde. Een middelhoge locuswaarde: vertegenwoordigt de gebouwen waarvan de erfgoedwaarde minder hoog is en andere factoren meer doorslaggevend zijn. Gebouwen kunnen grondig verbouwd worden mits behoud van de erfgoedelementen en met een architectuur die deze respecteert. In principe wordt het gebouw niet gesloopt. Sloop kan echter overwogen worden mits een grondige motivatie en een beoordeling van de nieuwbouw. Sloop zonder nieuwbouw is uitgesloten. De omgevingsambtenaar vraagt indien nodig advies aan de kwaliteitscommissie bouwkundig erfgoed bij aanvragen voor grondige verbouwingen. Men streeft voor deze panden naar een behoud van het beeld met inzet van een vrije materiaalkeuze.

 

Het pand is gelegen in de open ruimte van Deerlijk. Het gebied wordt gekenmerkt door talrijke historisch waardevolle hoeves, die getuigen van de middeleeuwse ontginning van de open ruimte rond Deerlijk. Kenmerkend zijn de historische erfoptellingen, vaak bestaande uit een opper- en neerhof binnen een omwalling, met een samenhang van woon- en bedrijfsgebouwen. De waarde historische bebouwing en de samenhang tussen hoeves en hun landschappelijke context zijn belangrijke te koesteren kwaliteiten.

 

Het advies van het IOED, de intergemeentelijke erfgoeddienst, luidt als volgt:

Overwegende dat:

●        De erfgoedsite een middelhoge locuswaarde heeft

●        De geplande ingrepen beperkte impact hebben en zorgen voor behoud van de erfgoedwaarden en het historisch karakter van de hoevesite

●        De woonfunctie in het hoofdgebouw (boerenhuis) behouden blijft

●        De herbestemming van de bijgebouwen bijdraagt aan het behoud en de herwaardering van de historische hoevesite en een kleinschalige, ambachtelijke invulling van de site ondersteunt

Wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd:

●        De toepassing van artikel 10 van het Besluit zonevreemde functiewijzigingen dient verder te worden onderzocht, in het bijzonder wat betreft de tweede toepassingsvoorwaarde inzake de voorzetting van de vroegere functie.

●        Er dient onderzocht te worden of een gedeeltelijk herstel van de historische omwallingsstructuur  mogelijk is, waarbij de vrijgekomen grond kan worden aangewend voor de heraanleg van de gesaneerde zones, teneinde zowel de historische leesbaarheid van de site als waterbergende capaciteit van het terrein te versterken.

Gelet op de specifieke kennis ter zake van het IOED wordt het advies overgenomen en dienen de voorwaarden gesteld in het advies stipt nageleefd te worden.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Afvalwater- en hemelwaterbeheer

Volgens de zonering- en uitvoeringsplannen van de VMM ligt de inrichting in individueel te optimaliseren buitengebied. Volgens de coördinator wegen en water werd aansluiting van de hoeve niet meegenomen in het rioleringsproject van de verkaveling van de naastliggende woonwijk. De reden is dat er niet gravitair kon worden aangesloten. De inrichting is dus aanwezen op een eigen zuiveringsinstallatie (IBA) voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Voor zuivering van het afvalwater afkomstig van de woning is reeds een IBA aanwezig. Voor het ijssalon wordt een tweede IBA geplaatst, waarbij voor het fecaal water een voorzuivering voorzien wordt met septische put, en voor afvalwater afkomstig van de productie een voorzuivering via vetafscheider. Lozing van het effluent van beide IBA’s is voorzien in de noordoostelijke wal. De wal is aangesloten op de openbare RWA richting Stationsstraat.

 

Er worden 2 nieuwe hemelwaterputten van elk 15.000 liter voorzien naast het gebouw dat dienst zal doen als productie- en verbruiksruimte, opslag en winkel. Dit hemelwater zal aangewend worden voor de toiletten, als poetswater en om de machines te koelen. De overloop van deze hemelwaterputten mondt eveneens uit in de wal.

 

Geluid en trillingen

Geluidsemissies kunnen afkomstig zijn van de werffase (verbouwing + ontharding) en van de installaties in de exploitatiefase. Tijdelijke geluidshinder tijdens de werffase is niet te vermijden, maar zal van zeer korte duur zijn. In de aanvraag wordt gesteld dat vervanging van de dakbedekking slechts enkele dagen in beslag neemt, en ontharden van de terreinen 10 werkdagen. In de exploitatiefase wordt geen noemenswaardige geluidshinder verwacht afkomstig van de technische installaties. De koelcellen en buitenunits van de warmtepompen zijn zodanig ingepland dat ze zo ver mogelijk van omliggende bewoning (bestaand en nog te realiseren) staan. De richtwaarden voor het specifieke geluid in open lucht (bijlage 4.5.4 van Vlarem II) dienen te allen tijde gerespecteerd te zijn. Voor een gebied gelegen op minder dan 500 m van industriegebied gelden de richtwaarden 45 dB(A) overdag, 40 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ’s nachts. Dit zijn de richtwaarden uit de tabel, verminderd met 5 dB voor een nieuwe inrichting. De aanvraag vermeldt dat er geen avondactiviteiten of feesten georganiseerd zullen worden, gelet op het sluitingsuur van 18u (of 20u bij goed weer).

 

Biodiversiteit

Het project voorziet extra groenzones en bomen, wat mogelijk een positief effect zal hebben op de biodiversiteit binnen de inrichting. De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het decreet Programmatische Aanpak Stikstof (2024), kortweg Stikstofdecreet, meer bepaald aan het beoordelingskader voor mobiliteit. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de VITO-studie ‘Voertuigemissies en de minimis-normen: een analytische benadering voor wegverkeer’. Zowel voor de werffase als de exploitatiefase wordt er ruim onder de de minimis-drempel van 1% gebleven, waardoor voldaan is aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.

 

Conclusie milieuaspecten

Wat betreft impact op water, geluid en biodiversiteit is de impact op de omgeving ten gevolge van de aanvraag beperkt. Voor de discipline mobiliteit wordt verwezen naar de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Niettegenstaande hierboven wordt vastgesteld dat voor de aangevraagde functiewijzigingen onvoldoende wordt aangetoond dat toepassing kan worden gemaakt van een geldige afwijkingsgrond ten aanzien van de geldende bestemmingsvoorschriften, wordt de aanvraag volledigheidshalve tevens getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

 

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag beoogt de inrichting van een samenhangend geheel van productie, opslag, afhaal, horeca en wonen op één erf, waarbij de verschillende gebouwen samen één functioneel geheel vormen. Uit de aard en omvang van de aanvraag blijkt dat, naast wonen, de publieksgerichte horecafunctie de bepalende functie is, bestaande uit een ijssalon/tearoom met een maximale gelijktijdige bezoekerscapaciteit van 58 personen (deels binnen en deels in overdekte ruimte). De ambachtelijke ijsproductie, opslag, verkoop vormen te onderscheiden functies binnen dit gebouwencomplex.
Een dergelijke functie brengt een regelmatig komen en gaan van bezoekers met zich mee en genereert daarnaast leveringen, parkeerbewegingen, laden en lossen en een intensiever gebruik van zowel de bebouwde als onbebouwde delen van het erf.

Een horecafunctie is op zichzelf niet noodzakelijk onverenigbaar met de omgeving. Bij de beoordeling van de functionele inpasbaarheid moet evenwel rekening worden gehouden met de concrete schaal en intensiteit van de exploitatie en de draagkracht van de betrokken locatie en haar onmiddellijke omgeving. In dit geval wordt de voorgestelde bezoekerscapaciteit van 58 personen, in combinatie met het publieksgerichte karakter van de activiteit, als te omvangrijk beschouwd voor deze locatie.

Daarbij is tevens relevant dat de site wordt ontsloten via een smalle erftoegangsweg. De inrichting en uitrusting van deze weg, onder meer wat betreft breedte, zichtbaarheid en uitwijkmogelijkheden, is niet afgestemd op de verkeersgeneratie die met een horecazaak van deze omvang gepaard gaat. Dit vormt een bijkomende indicatie dat de schaal en intensiteit van de aangevraagde functie niet in verhouding staan tot de draagkracht van de locatie. De concrete gevolgen hiervan voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid worden verder beoordeeld onder het aspect mobiliteitsimpact.

De aanvraag wordt bijgevolg in haar huidige vorm functioneel onvoldoende inpasbaar geacht. Niet de horecafunctie als dusdanig wordt als onverenigbaar beschouwd (mits correcte juridische basis), maar wel de voorliggende schaal en intensiteit ervan.
Een aangepast voorstel waarbij de horecafunctie duidelijk wordt beperkt in bezoekerscapaciteit en waarbij de publieksgerichte activiteit aantoonbaar wordt afgestemd op de draagkracht van de locatie en haar ontsluiting, kan vanuit het oogpunt van functionele inpassing wel worden overwogen.

 

Daarnaast wordt voor zowel de opslagruimte ‘geen stal sinds 1992’ als de erfgoedstalling geen functionele invulling opgegeven. In het kader van de aangevraagde functiewijziging is dit noodzakelijk. Uit de aanvraag moet duidelijk blijken welk concreet gebruik van elk gebouw wordt beoogd en bij welke hoofd- of nevenfunctie dit gebruik aansluit. De loutere aanduiding als opslagruimte of erfgoedstalling volstaat niet, aangezien niet duidelijk is in functie van welke activiteit de opslag of stalling gebeurt. Zonder deze informatie kan niet worden beoordeeld of de beoogde functiewijziging verenigbaar is met de planologische bestemming, de toepasselijke bepalingen inzake zonevreemde functiewijzigingen en de goede ruimtelijke ordening. De aanvraag dient op dit punt te worden verduidelijkt en aangevuld.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

 

De inplanting van de verschillende gebouwen blijft ongewijzigd.
Het ruimtegebruik van de site wijzigt evenwel aanzienlijk. Een groot deel van de buitenruimte wordt volgens de aanvraag ingericht in functie van parkeren en de interne verkeersafwikkeling. De overige buitenruimte wordt ingericht als private tuinzone bij de woning. Het innemen van het binnenerf deels als parkeerruimte biedt ook een negatieve impact op de beleving van het erf.

Binnen de aanvraag wordt geen buitenterras voorzien. Gelet op de aangevraagde horecafunctie is het evenwel aannemelijk dat tijdens de zomer behoefte zal ontstaan aan een buitenterras. Binnen de voorliggende aanvraag wordt hiervoor geen afzonderlijke ruimte aangeduid of gereserveerd. Hierdoor bestaat het risico dat de zones die momenteel worden voorgesteld in functie van parkeren, manoeuvreren en verkeersafwikkeling of privétuin, in de praktijk geheel of gedeeltelijk als buitenterras zullen worden ingenomen.

Het voorgestelde ruimtegebruik biedt bijgevolg onvoldoende zekerheid dat de noodzakelijke parkeer- en circulatieruimte ook bij de effectieve exploitatie van de horecazaak gevrijwaard zal blijven. De aanvraag geeft daardoor onvoldoende duidelijkheid over het werkelijke en duurzame ruimtegebruik van de site.

 

Bouwvolume en gabarit:

 

Het bestaande bouwvolume en het bijhorende gabarit van de bebouwing blijven in hoofdzaak behouden. Ook de bestaande overdekte ruimte wordt behouden, waardoor de ruimtelijke configuratie van het hoofdvolume slechts beperkt wijzigt. De verbouwingswerken worden hoofdzakelijk binnen de bestaande bebouwing en het bestaande volume gerealiseerd.

Aan de achterzijde van de erfgoedstalling wordt het aansluitende achterliggende gebouw gesloopt. Door deze sloop wordt het totale bouwvolume op de site gereduceerd en neemt de bebouwde massa, weliswaar in beperkte mate, af. Door de sloop ontstaat een compacter gebouw, waarbij de erfgoedstalling duidelijker als afzonderlijk volume naar voren komt.

Om deze reductie daadwerkelijk te realiseren, is het noodzakelijk dat niet alleen het gebouw wordt gesloopt, maar ook de onderliggende vloerplaat en bijhorende verharding volledig worden verwijderd. De vrijgekomen ruimte dient vervolgens als volwaardige groenzone te worden ingericht.

  

Verschijningsvorm:

 

De aanvraag zet hoofdzakelijk in op het behoud van de bestaande architecturale kenmerken, waardoor de wijzigingen aan de verschijningsvorm beperkt blijven. De bestaande poortopeningen worden behouden. Ter hoogte van de erfgoedschuur wordt de bestaande opening ingevuld met een open smeedijzeren poort, waardoor het oorspronkelijke karakter en de leesbaarheid van de gevel behouden blijven.

In functie van de inrichting als verbruikersruimte wordt de erfgoedschuur geïsoleerd volgens een box-in-box principe, waarbij de oorspronkelijke binnenwanden en dakconstructie visueel waarneembaar blijven. De ingreep respecteert hierdoor de bestaande architecturale structuur en heeft een beperkte impact op de verschijningsvorm van het erfgoedvolume.

De meest zichtbare wijziging situeert zich ter hoogte van de voor- en zijgevel van de ‘loods opslag – productieruimte’. Deze gevel wordt afgewerkt met houten planchetten en voorzien van een vast reclamespandoek van 3 m bij 2 m.
De zijgevel wordt teruggetrokken in functie van het inrichten van een fietsenstalling en ijsautomaat. De ingrepen aan de gevels worden op een herkenbare maar ondergeschikte wijze geïntegreerd in de bestaande bebouwing.

 

Mobiliteitsimpact, ontsluiting en parkeervoorzieningen:

 

Bij het beoordelen van de mobiliteitsimpact van de aanvraag dient zowel rekening te worden gehouden met de bestaande toestand in de omgeving als met de verkeersgeneratie van de aangevraagde functie, de capaciteit en de inrichting van de ontsluitingswegen, de parkeerbehoefte die door de functie worden gegenereerd en de impact hiervan op de verkeersveiligheid en de woon- en leefkwaliteit van de omgeving.

 

Voor de beoordeling van de mobiliteitsimpact werd advies ingewonnen bij de gemeentelijke expert mobiliteit. Het advies is voorwaardelijk gunstig en wordt verwerkt in onderstaande. De voorwaarden uit het advies die betrekking hebben op de passeerstroken zijn zonder toedoen van derden niet mogelijk, waardoor ze niet overgenomen kunnen worden als voorwaarde bij de vergunning. Het beperken van de bezoekerscapaciteit is, zonder het inperken van de oppervlakte aan beschikbare ruimte, niet handhaafbaar..

 

Gelet op de aard en capaciteit van het ijssalon wordt een regelmatige verkeersgeneratie verwacht van bezoekers, personeel en leveranciers. De meest aangewezen ontsluiting verloopt via de Sint-Elooistraat naar de Stationsstraat. De inrichting en dimensionering van deze ontsluitingsroute zijn evenwel onvoldoende afgestemd op de verkeersgeneratie van de aangevraagde functie.

De Sint-Elooistraat is slechts ca. 2,70 tot 3,00 m breed, beschikt niet over voldoende kwalitatieve uitwijkmogelijkheden en kent plaatselijk een beperkte zichtbaarheid door de aanwezige groenstructuren en, afhankelijk van het seizoen, hogere landbouwgewassen. Ter hoogte van Casier zijn slechts beperkte uitwijkmogelijkheden aanwezig in de berm, die plaatselijk met steenslag is uitgevoerd. Op het wegsegment tussen Casier en het ijssalon zijn de uitwijkmogelijkheden hoofdzakelijk afhankelijk van private gronden, waaronder landbouwgrond en een private oprit, en van de beperkte verharde ruimte ter hoogte van de tractorsluis. Deze kunnen niet als structurele uitwijkmogelijkheden voor de ontsluiting van de inrichting worden beschouwd. De geldende tonnagebeperking vanaf 1,5 ton bevestigt bovendien dat de weg niet is afgestemd op regelmatig vrachtverkeer in functie van leveringen.

Als alternatieve ontsluitingsroute kan gebruik worden gemaakt van de naastgelegen woonwijk en de Tapuitstraat. De aanwezigheid van de tractorsluis en de voetgangersverbinding tussen de Sint-Elooistraat en de aanpalende woonwijk bevestigt evenwel het gewenste gebruik van deze verbinding door zacht verkeer. Dit werd ook expliciet aangehaald bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de verkaveling van de woonwijk.

Door het ruimere wegprofiel vormt de route via de woonwijk een aantrekkelijker alternatief voor bezoekers. Hierdoor bestaat een reëel risico dat een deel van de verkeers- en parkeerdruk van het ijssalon wordt afgewenteld op de woonwijk. Dit is niet wenselijk gelet op het verblijfskarakter van de wijk, het gemengd gebruik van de wegenis door voetgangers en gemotoriseerd verkeer en de beperkte publieke parkeercapaciteit. De bezorgdheid over deze bijkomende verkeers- en parkeerdruk komt eveneens naar voren in de ingediende bezwaarschriften.

 

Ook de parkeercapaciteit dient in verhouding te staan met de aard en omvang van de gevraagde functie. De parkeerbehoefte die door het ijssalon zelf wordt gegenereerd, dient daarbij maximaal op het eigen terrein te worden opgevangen.

De aanvraag voorziet een maximale bezoekerscapaciteit van 58 personen en 21 autoparkeerplaatsen. Rekening houdend met gemiddeld 2 à 2,5 bezoekers per wagen bedraagt de indicatieve parkeerbehoefte bij volledige bezetting ca. 24 tot 29 parkeerplaatsen voor bezoekers, te vermeerderen met de parkeerbehoefte van het personeel. De 21 voorziene parkeerplaatsen bieden bijgevolg onvoldoende garantie om de parkeerbehoefte bij maximale bezetting volledig op eigen terrein op te vangen. De expert mobiliteit geeft daarnaast aan dat er een bijkomende parkeerplaats moet voorzien worden voor personen met een beperking.

 

Deze beoordeling is niet louter theoretisch. Tijdens de tijdelijke uitbating als pop-up in de afgelopen zomer werd vastgesteld dat bezoekers eveneens parkeerden in de naastgelegen woonwijk, zowel op de voorziene publieke parkeerplaatsen als op nog onbebouwde of onbewoonde percelen. Dit bevestigt dat de parkeerdruk minstens op piekmomenten gedeeltelijk werd afgewenteld op de woonomgeving. In voorliggende definitieve aanvraag worden wel meer parkeerplaatsen voorzien op privaat terrein maar wordt aangenomen dat in de zomer een deel van deze parkeerplaatsen mogelijks zullen sneuvelen als ruimte gezocht wordt voor een buitenterras.

Een dergelijke afwenteling is ruimtelijk niet wenselijk. De beperkte publieke parkeerplaatsen in de woonwijk staan in eerste instantie ten dienste van de bewoners en hun bezoekers. Bovendien geldt er een parkeerverbod om parkeren op de rijbaan en in de bermen te voorkomen. Naarmate de woonwijk verder wordt gerealiseerd, zullen ook de informele parkeermogelijkheden op momenteel nog onbebouwde percelen verdwijnen.

 

Ook de fietsparkeervoorzieningen dienen afgestemd te zijn op de schaal en bezoekerscapaciteit van de inrichting. Een voldoende groot en kwalitatief fietsparkeeraanbod is hierbij des te belangrijker gelet op de nabijheid van het functioneel fietsroutenetwerk en om te vermijden dat de bereikbaarheid van de inrichting hoofdzakelijk op autogebruik wordt afgestemd.

Uitgaande van de gehanteerde berekeningswijze, met een maximale gelijktijdige aanwezigheid van 58 bezoekers, een nagestreefde modal split van 45% duurzame verplaatsingen en een groeimarge van 25%, zijn ca. 33 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers aangewezen. Binnen de aangeduide zone van ca. 2 m bij 6 m kunnen slechts ongeveer 9 kwalitatieve fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. De voorziene fietsparkeercapaciteit staat bijgevolg niet in verhouding tot de bezoekerscapaciteit. Uit het advies van de expert mobiliteit zou de fietsparkeercapaciteit moeten worden uitgebreid met 18 plaatsen. Een ontoereikend fietsparkeeraanbod kan bovendien het fietsgebruik ontmoedigen en daardoor bijkomende druk leggen op de autoparkeervoorzieningen en de ontsluitingswegen.

 

Gelet op het voorgaande wordt vastgesteld dat de schaal en bezoekerscapaciteit van de aangevraagde functie onvoldoende zijn afgestemd op de draagkracht van de directe ontsluitingsweg en op de beschikbare auto- en fietsparkeercapaciteit op eigen terrein. Bovendien bestaat een reëel risico dat de hieruit voortvloeiende verkeers- en parkeerdruk wordt afgewenteld op de aanpalende woonwijk, wat niet wenselijk is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en de woon- en leefkwaliteit.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

 

Uit de beoordeling van de mobiliteitsimpact blijkt dat de bestaande verharde ruimte op het terrein noodzakelijk is voor de bereikbaarheid, circulatie en het parkeren. De beschikbare parkeercapaciteit op eigen terrein is bovendien reeds beperkt in verhouding tot de bezoekerscapaciteit.

Binnen de aanvraag wordt geen buitenterras voorzien. Een verdere inname van de buitenruimte, zowel verhard als onverhard, in functie van een terras of andere bijkomende verbruiksruimte is ruimtelijk dan ook niet aangewezen. Een dergelijke inrichting zou de beschikbare ruimte voor parkeren, groenaanleg en infiltratie verder beperken en kan bovendien aanleiding geven tot een verhoging van de feitelijke bezoekerscapaciteit en de daarmee samenhangende parkeer- en mobiliteitsdruk.

Het ontwerp voorziet dat de delen van het terrein die niet noodzakelijk zijn voor bereikbaarheid, circulatie en parkeren worden onthard en groen ingericht. Deze ingreep wordt positief beoordeeld. Gelet op de aanwezige verhardingsgraad is het van belang om de resterende buitenruimte maximaal als kwalitatieve groene ruimte in te richten. Dit draagt bij aan een betere landschappelijke inpassing van de site in de directe omgeving, een beperking van de verhardingsgraad en voldoende mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater op eigen terrein.

Om een kwalitatieve omgevingsaanleg te verzekeren, wordt daarom als voorwaarde opgelegd dat de op het plan voorziene ontharding effectief wordt uitgevoerd en dat deze zones een volwaardige groene inrichting krijgen en als dusdanig behouden blijven. Deze zones kunnen niet worden aangewend als terras, bijkomende verbruiksruimte, parkeerplaats of andere verharde gebruiksruimte.

 

Conclusie

Het ontwerp is bijgevolg niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en evenmin met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, echter respecteert men met deze aanvraag de kwaliteit van de woon- en leefomgeving niet meer. Het aangevraagde past zich niet in in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Alle ingediende bezwaarschriften zijn tijdig ingediend en worden bijgevolg ontvankelijk verklaard.

Omtrent de ingediende bezwaarschriften wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:

De ingediende bezwaren hebben in hoofdzaak betrekking op de mobiliteitsimpact van de aangevraagde horecafunctie en de gevolgen hiervan voor de verkeersveiligheid en woon- en leefkwaliteit van de aanpalende woonomgeving. Hoewel de huidige aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de exploitatie van een horecagelegenheid binnenin het gebouw, kunnen de vaststellingen tijdens de tijdelijke pop-upuitbating in de zomer worden betrokken als feitelijk gegeven bij de beoordeling van de te verwachten mobiliteitsimpact.

De bezwaren worden in hoofdzaak gegrond geacht. Uit de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag en het advies van de gemeentelijke expert mobiliteit blijkt dat de door de bezwaarindieners aangehaalde bezorgdheden inzake verkeersgeneratie, verkeersveiligheid, parkeerdruk en afwenteling op de aanpalende woonwijk voldoende worden bevestigd.

De vaststellingen tijdens de tijdelijke exploitatie geven aanleiding om de vooropgestelde mobiliteitsimpact kritisch te beoordelen.  De beschikbare ontsluiting en de parkeer- en fietsparkeercapaciteit op eigen terrein zijn onvoldoende afgestemd op de schaal en maximale bezoekerscapaciteit van de aangevraagde horecafunctie. Hierdoor bestaat een reëel risico dat een deel van de mobiliteits- en parkeerimpact wordt afgewenteld op de aanpalende woonwijk, hetgeen niet wenselijk is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en woon- en leefkwaliteit. Dit werd volledig verwerkt onder het punt ‘mobiliteitsimpact, ontsluiting en parkeervoorzieningen.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Aquafin bracht geen advies uit binnen de gestelde termijn, bijgevolg kan aan het advies voorbij gegaan worden.

Departement Landbouw en Visserij
Gelet op de specifieke problematiek dient opgelegd te worden dat de voorwaarden geformuleerd in het advies van het departement stipt nageleefd moeten worden.

Brandweerzone Fluvia

Gelet op de specifieke problematiek dient opgelegd te worden dat de voorwaarden geformuleerd in het brandvoorkomingsadvies stipt nageleefd moeten worden.

 

7.14 Stedenbouwkundige lasten

Niettegenstaande hierboven wordt vastgesteld dat voor de aangevraagde functiewijzigingen onvoldoende wordt aangetoond dat toepassing kan worden gemaakt van art. 4.4.23, wordt voor de volledigheid en in functie van  mogelijke toekomstige aanvragen al een voorstel gedaan van de te heffen lasten.

Overeenkomstig artikel 75 §1, lid 2, 4° van het omgevingsvergunningsdecreet moet de bevoegde overheid bij de afgifte van een omgevingsvergunning een last opleggen wanneer het gaat om omgevingsvergunningsaanvragen waarbij toepassing gemaakt wordt van de volgende afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:

  1. De afwerkingsregel conform artikel 4.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  2. De basisrechten van zonevreemde constructies conform artikelen 4.4.10 tem 4.4.20 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  3. De zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

Deze last vindt zijn oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit de vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich neemt. De voorliggende vergunningsaanvraag maakt toepassing van de basisrechten voor zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waardoor een stedenbouwkundige last opgelegd dient te worden.

Aangezien het bestuur niet beschikt over een stedenbouwkundige verordening voor het heffen van een financiële last, dient een last in natura opgelegd te worden.

 

In het dossier werd een voorstel van last in natura overgemaakt door de aanvrager. Er werd voorgesteld om

●        Ontharden 599,58 m²

●        Aanleggen ontharde ruimte als groenzone met grassen, struiken, 4 hoogstammige bomen, 10 laagstammige bomen, kruidentuin, … Het merendeel van de groenplant wordt voorzien op perceel 310B

●        Behoud en opwaarderen van het erfgoed

●        Sloop bergplaats achter erfgoedstalling opp 80,20m²; bergplaats ernaast met 8,41m², stapelruimte verspreid 32m² en in 2e fase deel van de winkelruimte met opp 54,27m² (totaal 174,9m²) (strijdig met nota: 145m² aan bijgebouwen te slopen)

 

Er kan slechts deels akkoord gegaan worden met de voorgestelde last. Het slopen van de bijgebouwen en het ontharden van de buitenruimte is een voorwaarde die wordt gekoppeld aan de aanvraag.
Het behoud en opwaarderen van het erfgoed wordt evenmin als een aanvaardbare last gezien. Dit maakt integraal deel uit van de omgevingsaanvraag. De aanvrager haalt rechten uit het feit dat enkele gebouwen een erfgoedkundige waarde hebben. Ook dit is een voorwaarde die gekoppeld wordt aan de aanvraag.
Het aanleggen van de ontharde ruimte i.f.v. groen en de aanplant van 4 hoogstammige bomen en 10 laagstammige bomen kan wel aanvaarde worden als last. Dit is echter onvoldoende om als last aanvaarde te worden. Ook de aanplant van de groenzone ten zuidwesten van de parkeerruimte van 108,57m² kan aanvaard worden als last.

Uit het advies van het IOED blijkt dat het wenselijk is om de oude omwalling in ere te herstellen.
 

Bijgevolg wordt voorgesteld volgende lasten in natura op te leggen:

●        aanplant 4 hoogstammige bomen op perceel 310b

●        aanplant 10 halfstam bomen op perceel 310b

●        Aanplant bloemrijk grasland 108 m²

●        Oude omwalling in ere herstellen

 

De opgelegde last moet uitgevoerd worden binnen het jaar na afgifte van de vergunning.

Voor de uitvoering van de last in natura wordt bij de afgifte van de vergunning eveneens een waarborg opgenomen. De waarborg dekt de volledige geraamde kostprijs van de lasten.  Als de uitvoering van diverse lasten financieel wordt gewaarborgd, dient één waarborg voor de totaliteit van de lasten in kwestie gehanteerd te worden, waarbij aangegeven wordt welk waarborggedeelte betrekking heeft op elke last afzonderlijk.

De financiële waarborg wordt geraamd op 4.322 euro, als volgt op te delen:

●        Last aanplant 4 hoogstammige bomen:  1.200euro

●        Last aanplant 10 halfstam bomen: 1.500 euro

●        Aanplant bloemrijk grasland 108 m²: 972€

●        Oude omwalling in ere herstellen: 650€ 

 

Juridische gronden

 

●     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

●     Andere:

○     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

○     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

○     Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het weigeren van de omgevingsvergunning aan Alicia Waelkens - Tim van cauwenberghe wonende Harelbekestraat 63 te 8570 Anzegem, voor het wijzigen van de functie van schuur en aanbouwen, verbouwen van werkplaats en opslagruimte tot productieruimte, verbouwen van schuur tot ijssalon, slopen bijgebouwen, ontharden, aanleg parking, op een perceel gelegen Sint-Elooistraat 15 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 331 E en (afd. 2) sectie D 670 A

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.5. Overname private wegen naar openbaar domein bij rioleringswerken - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het principe goed te keuren waarbij bepaald wordt welke private wegen in het kader van een rioleringsproject in aanmerking komen om overgedragen te worden naar het openbaar domein.

 

Motivering

 

Bij de voorbereiding van rioleringsprojecten worden we geconfronteerd met private wegen waarlangs meerdere woningen staan. Soms is een mogelijke overname naar het openbaar domein een logische beslissing die al in de studiefase van een rioleringsproject dient genomen te worden.

 

Omdat de meeste rioleringsprojecten zich momenteel eerder in het buitengebied situeren, wordt verwacht dat deze problematiek in de toekomst meer zal voorkomen.

 

Er werd een lijst opgesteld met private wegen op het Deerlijkse grondgebied waarna de lijst aan de hand van een aantal criteria werd gefilterd:

 

●        Er zijn minimaal vijf woningen, die niet grenzen aan de openbaar weg, gelegen langs de private weg,

●        Het betreft geen recente woningen die correct (gescheiden) zijn aangesloten op het rioleringsnet dat richting een zuiveringsstation gaat.

 

Per individueel geval dient het "openbare karakter" dan nog te worden geverifieerd. Het betreft hier dan eerder criteria als :

 

●        Is er openbare verlichting aanwezig?

●        Rijdt de Post tot aan de woningen?

●        Komt de vuilnisophaler tot aan de woningen?

●        Werd er bewust gekozen om de weg privaat te houden

●        ....

 

Na toepassing van deze criteria zouden onderstaande private wegen in aanmerking komen om overgedragen te worden naar het openbaar domein :

 

BOUCKAERTSTRAAT 21 - 32

OMMEGANGSTRAAT

PAANDERSTRAAT 47 - 59

SINT-JOZEFSWEG 2 - 23

VICHTESTEENWEG 84 - 98

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het principe om vast te stellen of private wegen in aanmerking komen voor overname naar het openbaar domein, goed te keuren.

 

De gebruikte criteria zijn:

 

●        Er zijn minimaal vijf woningen, die niet grenzen aan de openbare weg, gelegen langs de private weg.

●        Het betreft geen recente woningen die correct (gescheiden) zijn aangesloten op het rioleringsnet dat richting een zuiveringsstation gaat.

●        Openbaar karakter.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.6. BBO De SAM - indiening subsidiedossier - goedkeuring

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 14 OKTOBER 2026

D.7. Gemeenteraad van 29 oktober 2026 - agendapunten - verzoek agendering - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

De agenda van de gemeenteraad bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.

Het college en burgemeester en schepenen wordt gevraagd de agenda voor de komende gemeenteraad te overlopen.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt de voorziene punten voor de gemeenteraadszitting van 29 oktober 2026.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

●        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

●        Andere:

○        Art. 19 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken om volgende punten te agenderen op de gemeenteraad van 29 oktober 2026:

 

OPENBARE ZITTING

 

●        Gemeenteraad - 3 september 2026 - notulen en audio-opname - goedkeuring

●        Politie - toestemming gebruik mobiele camera's op grondgebied Deerlijk - goedkeuring

●        Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - aanpassing inzake politie - goedkeuring

●        Aanleg van niet-watergedragen kunstgrasveld op de site Guido Gezellelaan (terrein B) - toetreding groepsaankoop Sport Vlaanderen, voorwaarden mini-competitie en raming - goedkeuring

●        Data Protection Officer (DPO) - bedrijfspolicies - goedkeuring

●        Onderwijs - ondertekening engagementsverklaring - vervolg klacht ABB- kennisname

●        Retributiereglement vrijetijdsaanbod - hervaststelling

●        BBO - schoolreglement 2026-2027 - vaststelling

●        Hulpverleningszone Fluvia - kennisname budgetwijziging 2026 en budget 2027 - goedkeuring dotatie 2027

●        Vragen gesteld door raadsleden

 

 

 

 

Publicatiedatum: 22/10/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.