Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 9 september 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 9 september 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 9 september 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.2. Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 2 (elektriciteit) en Perceel 6 (elektriciteit woning) - voorlopige oplevering en vrijgave borgtocht - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdrachten “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 2 (elektriciteit) en “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 2 (elektriciteit)” goed te keuren en de eerste helft van de borgtochten vrij te geven.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 7 juli 2021 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 2 (elektriciteit)” aan E.D.F. NV, Flanders Fieldweg 36 te 8790 Waregem tegen het nagerekende offertebedrag van 499.740,12 euro excl. btw of 529.724,53 euro incl. 6 % btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2019/20.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 11 augustus 2021 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - elektriciteit woning” aan E.D.F. NV, Flanders Fieldweg 36 te 8790 Waregem tegen het nagerekende offertebedrag van 35.738,29 euro excl. btw of 37.882,59 euro incl. 6% btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 5772.
De aannemer E.D.F. NV, Flanders Fieldweg 36 te 8790 Waregem heeft aan zijn verplichtingen voldaan.
De ontwerper, Sweco Belgium bv - Arteum Architects, Engelse Wandeling 70 te 8510 Kortrijk-Marke stelde een proces-verbaal op van voorlopige oplevering, die plaatsvond op 14 juli 2026.
Uit het bijgevoegde proces-verbaal van voorlopige oplevering blijkt dat er geen opmerkingen zijn.
Met betrekking tot de vrijgave van de borgtocht is volgende bepaling opgenomen in het lastenboek: "33 & 93 KB AUR Vrijgave van de borgtocht: De aanbesteder wenst garanties voor een spoedige en degelijke oplossing van opmerkingen bij opleveringen en wenst bijgevolg de dat de borgtocht pas wordt vrijgegeven wanneer aan de opmerkingen van de opleveringen is voldaan. Op herstellingswerken binnen de waarborgtermijn wenst de aanbesteder een aanvullende waarborg en uitgestelde vrijgave van de borgtocht. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om ingeval gesplitste oplevering de borgtocht gesplitst vrij te geven."
Bijgevolg wordt voorgesteld volgende borgtochten vrij te geven:
● de eerste helft (12.500,00 euro) van borgtocht nr. 10/322790 (Borgstellingskas: Gemeenschappelijke borgstellingen voor openbare en privé werken cv) van 24.990,00 euro;
● De eerste helft (900,00 euro) van borgtocht nr. 10/322629 (Borgstellingskas: Deposito- en Consignatiekas - Borgtochten in geld (werkstation 2)) van 1.790,00 euro.
De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 12 maanden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
○ Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
○ De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
○ De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.
○ Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
○ Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Adviezen
De projectmanager ruimte verleent positief advies.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
De opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - Perceel 2 (elektriciteit)” wordt voorlopig opgeleverd.
Artikel 2
De eerste helft (12.500,00 euro) van borgtocht nr. 10/322790 (Borgstellingskas: Gemeenschappelijke borgstellingen voor openbare en privé werken cv) van 24.990,00 euro mag worden vrijgegeven.
Artikel 3
De opdracht “Nieuwbouw en renovatie De Kim & De Beuk - elektriciteit woning” wordt voorlopig opgeleverd.
Artikel 4
De eerste helft (900,00 euro) van borgtocht nr. 10/322629 (Borgstellingskas: Gemeenschappelijke borgstellingen voor openbare en privé werken cv) van 1.790,00 euro mag worden vrijgegeven.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.3. Busvervoer schoolzwemmen - schooljaren 2024-2025, 2025-2026, 2026-2027 - prijsherziening - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de prijsherziening voor de opdracht “Busvervoer schoolzwemmen – schooljaren 2024-2025, 2025-2026, 2026-2027”, gegund aan Garage Cortina bvba, Zwevegemstraat 104 te 8553 Zwevegem-Otegem, goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen gunde in zitting van 3 juli 2024 de opdracht “Busvervoer schoolzwemmen - schooljaren 2024-2025, 2025-2026, 2026-2027” aan de firma met de enige offerte (op basis van de prijs), zijnde Garage Cortina bvba, Zwevegemstraat 104 te 8553 Zwevegem-Otegem.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2024-20.
Overeenkomstig de bepalingen van het bestek kan de opdrachtnemer een prijsherziening toepassen op de eenheidsprijzen voor het busvervoer.
Garage Cortina bvba heeft voor het lopende schooljaar een prijsherziening aangevraagd. Sinds de aanvang van de opdracht in september 2024 werden de oorspronkelijke eenheidsprijzen, met name 60,00 euro excl. btw per rit heen en terug, nog niet aangepast.
Op basis van de in het bestek opgenomen herzieningsformule bedraagt de herziene eenheidsprijs 67,45 euro excl. btw per rit heen en terug.
De gevraagde prijsherziening kan worden verantwoord door de gestegen kosten, in het bijzonder de evolutie van de uurlonen en de brandstofprijzen sinds de aanvang van de opdracht. Daarnaast werd sinds de start van de opdracht geen eerdere prijsherziening toegepast.
Gelet op het voorgaande en aangezien de gevraagde prijsherziening overeenkomstig de bepalingen van het bestek en de daarin opgenomen herzieningsformule werd berekend, kan deze prijsherziening worden toegestaan.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 4° betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
● Andere:
○ De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
○ Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
○ Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
○ De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
○ De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten;
○ Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
○ Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Bedrag per rit (heen en terug) | 67,45 euro excl. btw of 71,50 euro incl. 6% btw |
Actie | Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling |
Jaarbudgetrekening | 0870-00/61330000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN |
Visum | Niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de prijsherziening voor de overheidsopdracht “Busvervoer schoolzwemmen – schooljaren 2024-2025, 2025-2026, 2026-2027”, gegund aan Garage Cortina bvba, Zwevegemstraat 104 te 8553 Zwevegem-Otegem, goed te keuren.
Artikel 2
De herziene eenheidsprijs voor het busvervoer bedraagt, overeenkomstig de in het bestek nr. 2024-20 opgenomen prijsherzieningsformule, 67,45 euro excl. btw per rit heen en terug, met ingang van het huidige schooljaar.
Artikel 3
De overige bepalingen en voorwaarden van de opdracht, zoals vastgelegd in het bestek nr. 2024-20, blijven ongewijzigd van toepassing.
Lies De Witte Karel Bauters Regine Rooryck Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Lukas Viaene Claude Croes Lies De Witte Regine Rooryck Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Lukas Viaene Claude Croes aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.4. Poetsmedewerker (E1-E3) - afsluiting kandidaturen, uitslag selectieprocedure en aanstelling - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.5. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Zuidwest - verslag van de Raad van Bestuur van 19 juni 2026
● Vervoerregioraad - verslag van 19 juni 2026
● IMOG - verslag van de Raad van Bestuur van 9 juli 2026
● Leiedal - verslag van de Raad van Bestuur van 28 augustus 2026
● Leiedal - verslag van de Raad van Bestuur van 11 september 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.6. Jeugdraad - verslag van 28 juni 2026 - kennisname
Aanleiding en context
De jeugdraad hield een vergadering op 28 juni 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de jeugdraad in de zitting van 6 september 2026.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag van de jeugdraad.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.7. Renovatiedossier scouts en gidsen Deerlijk - jeugdlokaal - definitieve goedkeuring - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.8. Animatorenvergoedingen gemeentelijk speelplein - augustus 2026 - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.9. Vrijetijdsaanbod - inrichting en retributie yoga- goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de inrichting van en de retributie voor een extra lessenreeks yoga, goed te keuren.
Motivering
In het huidige aanbod van de gemeentelijke sport-/vrijetijdsactiviteiten worden momenteel twee lessenreeksen yoga georganiseerd op donderdagvoormiddag. Beide lessenreeksen zijn voor het najaar volledig uitverkocht en waren snel volzet.
Daarnaast kregen we van enkele potentiële deelnemers de vraag of het mogelijk is om een lessenreeks in te plannen buiten de gebruikelijke werktijden. Om hieraan te voldoen is er contact opgenomen met een zelfstandige yoga-instructrice uit Deerlijk. Onze vaste yoga-instructrice ziet het op dit moment niet zitten om extra uren op te nemen.
In lijn met het retributiereglement vrijtijdsaanbod, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 november 2025 wordt de inrichting en retributie voor lessenreeks yoga ter goedkeuring voorgelegd aan het college burgemeester en schepenen.
Volgende lessenreeks worden voorgesteld te organiseren:
● Yoga
○ Locatie: Sporthal (polyvalente zaal)
○ Maximaal aantal deelnemers: 20
○ In eigen organisatie
○ Kostprijs: 38 euro voor 9 lessen (in lijn met huidig aanbod)
○ Periode: 12/10 tot en met 14/12 (geen les op 02/11)
○ Richtmoment: Maandag 19:00 uur
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributieregelement vrijetijdsaanbod goedgekeurd in gemeenteraad van 27 november 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Lessenreeks yoga
Raming of bedrag | 585 euro incl. btw |
Actie | Lesgevers en andere vergoedingen sport |
Jaarbudgetrekening | 074-00 61320006 |
Visum | N.v.t. |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de inrichting van en de retributie voor lessenreeks yoga, goed te keuren.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.10. Sport - plaatsen bordjes kerstcorrida ter aanduiding route - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het plaatsen van route-aanduidingsborden op de route van de kerstcorrida tussen 1 oktober 2026 en 23 oktober 2026.
Motivering
Het bestuur van de Kerstcorrida vraagt het gemeentebestuur om bordjes te mogen plaatsen op de route van de Kerstcorrida. Dit ter aanduiding van de loop/wandel/fiets-route die dient gevolgd te worden. Aan de start van de route vraagt het bestuur van de Kerstcorrida om een bord met extra info en de volledige route te mogen plaatsen. Het informatiebord zou geplaatst worden aan de voorkant van de kerk, zonder hierbij het zicht van de bezienswaardigheden te hinderen.
Concreet vraagt de organisator om op volgende plaats de borden te plaatsen:
● Start aan Sint-Columbakerk;
● De SAM: goede doel van de Kerstcorrida, school voor buitengewoon onderwijs;
● De KIM: goede doel van de Kerstcorrida, school voor buitengewoon onderwijs;
● Voetbalterrein sportsite Guido Gezelle met looppistes;
● Jules Vanderbeken-bocht, erevoorzitter Kerstcorrida;
● Lucien Vandenbroucke-bocht, bezieler en organisator Kerstcorrida;
● Guido en Carine Dujardin, trouwste sponsor Kerstcorrida;
● Kapel ter Ruste;
● Gemeentehuis;
● Maurice Deseyn-bocht, stichter en oprichter Kerstcorrida;
● Einde aan Sint-Columbakerk.
Het ontwerp van de borden is opgesteld door de dienst vrije tijd. De aanschaf van de borden gebeurt door het bestuur van de Kerstcorrida. Er wordt gevraagd of de technische dienst van de gemeente mag instaan voor het plaatsen van deze borden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit toelating en medewerking te verlenen voor het plaatsen van de borden langs de route van de Kerstcorrida tussen 1 oktober 2026 en 23 oktober 2026.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit toelating en medewerking te verlenen voor het plaatsen van het infobord aan de start van de Kerstcorrida tussen 1 oktober 2026 en 23 oktober 2026.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.11. Evenementen - tijdelijk politiereglement op het verkeer ter gelegenheid van een straatfeest in de Stijn Streuvelslaan op zondag 27 september 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van het straatfeest in de Stijn Streuvelslaan, die plaatsvindt op het grondgebied van de gemeente Deerlijk op zondag 27 september 2026, goed te keuren.
Motivering
Op zondag 27 september 2026 vindt een straatfeest plaats in de Stijn Streuvelslaan, te Deerlijk
Ter plaatse zijn, naar aanleiding van de bedoelde manifestatie, bijzondere verkeersmaatregelen vereist met het oog op de veiligheid van de deelnemers, de weggebruikers en met het oog op een vlot verloop van het normale verkeer.
PZ Gavers verleende op 17 augustus 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met unieke 3806649.
PZ Gavers maakte op 10 september 2026 een overeenkomstig tijdelijk politiereglement op het verkeer op.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
Andere:
● Art. 119, 130 bis en art. 135 § 2 van de nieuwe gemeentewet;
● Wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen;
● Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen;
● Ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om op zondag 27 september 2026, tussen 14.00 uur en 20.00 uur, in de Stijn Streuvelslaan, het verkeer in beide richtingen voor iedere bestuurder te verbieden.
Artikel 2
Het stilstaan en parkeren langs weerszijden van de openbare weg wordt op zondag 27 september 2026 tussen 10.00 uur en 20.00 uur verboden in de Stijn Streuvelslaan ter hoogte van huisnummers 5 en 7 (op het einde van de straat).
Artikel 3
Er wordt geen plaatselijke omleiding voorzien.
Artikel 4
De hiertoe nodige signalisatie wordt overeenkomstig de wettelijke voorschriften aangebracht.
Artikel 5
De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.
Overtredingen op onderhavig besluit worden beteugeld met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.
Artikel 6
Afschrift van deze verordening wordt overgemaakt aan de griffie van de Rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk en aan de griffie van de Politierechtbank te Kortrijk.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.12. Evenementen - Straatfeest - Stijn Streuvelslaan - aanvraag - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor de verschillende onderdelen van de aanvraag voor het houden van een straatfeest in de Stijn Streuvelslaan te Deerlijk.
Motivering
1. De bewoners vande Stijn Streuvelslaan wensen een straatfeest te organiseren op zondag 27 september 2026.
Zij vragen daarbij:
● aanvraag politionele medewerking
De bewoners van de Stijn Streuvelslaan wensen een straatfeest te organiseren op zondag 27 september 2026 en verwijzen hiervoor naar het tijdelijke politiereglement op het verkeer naar aanleiding van het straatfeest, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16 september 2026, voor het instellen van de overeenkomstige verkeersmaatregelen.
PZ Gavers verleende op 17 augustus 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3806649.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
De bewoners van de Stijn Streuvelslaan wensen een straatfeest te organiseren op zondag 27 september 2026 en vragen toelating voor de inname van de Stijn Streuvelslaan.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Tijdelijke constructies, vb. springkasteel of tent, moeten voldoen aan de geldende wetgeving en voorschriften en mogen enkel op de openbare weg geplaatst worden indien er minimaal een vrije doorgang blijft bestaan van 4m breed en 4m hoog en . De vrije doorgang is specifiek bestemd voor hulpdiensten en moet vrij zijn van obstakels.
Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://news.economie.fgov.be/238908-springen-zonder-zorgen
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit straatfeest.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op zondag 27 september 2026, van 10.00 uur tot 22.00 uur, Stijn Streuvelslaan.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de diensten te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.13. Evenementen - Scouts & Gidsen Deerlijk - Openingsweekend JIN-lokaal - 9-11 oktober 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 8 september 2026 werd een aanvraag ingediend door Scouts & Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | Openingsweekend JIN-lokaal |
Organisator | Scouts & Gidsen Deerlijk |
Datum | vrijdag 9 oktober 2026 zaterdag 10 oktober 2026 zondag 11 oktober 2026 |
Plaats | Vercruysse de Solartstraat 28 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 – 95 dB
Contactpersoon | Naam | Kobe Vannieuwenhuyze |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Openingsweekend JIN-lokaal |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht |
|
Adres | Naam gebouw | JIN-lokaal |
| Adres | Vercruysse de Solartstraat 28 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | vrijdag 9 oktober 2026 om 19.00 uur zaterdag 10 oktober 2026 om 16.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 14.00 uur |
Einde | zaterdag 10 oktober 2026 om 4.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 0.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 20.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen, ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | vrijdag 9 oktober 2026 om 19.00 uur zaterdag 10 oktober 2026 om 16.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 14.00 uur |
Einde | zaterdag 10 oktober 2026 om 4.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 0.00 uur zondag 11 oktober 2026 om 20.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 10 oktober 2026 om 4.00 uur;
○ zondag 11 oktober 2026 om 0.00 uur;
○ zondag 11 oktober 2026 om 20.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.14. Feestelijkheden - Wild van Klassiek - gebruik gemeentelijke roosters - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters.
Motivering
Tijdelijke publiciteit op het openbaar domein naar aanleiding van manifestaties van culturele, levensbeschouwelijke, liefdadige of sportieve aard kunnen enkel gebeuren op de daartoe door de gemeente ter beschikking gestelde roosters.
Om hun herfstconcert Best Movie Soundtracks op zaterdag 21 november 2026 bekend te maken, vraagt Wild van Klassiek om de gemeentelijke roosters te mogen gebruiken voor het ophangen van hun publiciteitsborden.
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Hfdst. 3, art. 221-224 Algemene Politieverordening
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan Wild van Klassiek toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters.
Artikel 2
Voor de praktische afhandeling dient contact opgenomen te worden met het vrijetijdspunt op het telefoonnummer 056 71 89 81 of via mail aan vrijetijd@deerlijk.be.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.15. Evenementen - Zing! - UZIEN - 28 november 2026 - toelating geluidsactiviteit - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor volgende geluidsactiviteit:
Naam evenement | Zing! |
Organisator | UZIEN |
Datum | zaterdag 28 november 2026 |
Plaats | De Cassinastraat 10, 8540 Deerlijk |
Motivering
Gevraagde geluidsactiviteit:
Contactpersoon | Naam | Chris Benoit |
| Adres | Kapel Ter Rustestraat 29 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Zing! |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht |
|
Adres | Naam gebouw | UZIEN |
| Adres | De Cassinastraat 10 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
95 dB - Live optreden
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | zaterdag 28 november 2026 om 18.00 uur |
Einde | zaterdag 28 november 2026 om 23.30 uur |
Het betreft een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid, waarbij de aangevraagde activiteit beperkt is in duur en al dan niet plaatsvindt in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 28 november 2026 om 23.30 uur
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit toelating te verlenen voor volgende geluidsactiviteit:
Naam evenement | Zing! |
Organisator | UZIEN |
Datum | zaterdag 28 november 2026 |
Plaats | De Cassinastraat 10, 8540 Deerlijk |
Artikel 2
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
1. Het toegelaten (maximale) geluidsniveau bedraagt:
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau wordt zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht; ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats; ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm, gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
2. Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | zaterdag 28 november 2026 om 18.00 uur |
Einde | zaterdag 28 november 2026 om 23.30 uur |
3. Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● De inrichters als bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 28 november 2026 om 23.30 uur.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.16. Evenementen - Deerlijkse Vogelvrienden - vogeltentoonstelling - 26 en 27 september 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 28 augustus 2026 werd een aanvraag ingediend door de Deerlijkse Vogelvrienden voor volgend evenement:
Naam evenement | vogeltentoonstelling met prijskamp |
Organisator | Koninklijke Deerlijkse Vogelvrienden |
Datum | 26 en 27 september 2026 |
Locatie | buurthuis De Wieke, Wiekeplein 1, 8540 Deerlijk |
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag toelating voor het organiseren van de vogeltentoonstelling
De vereniging Deerlijkse Vogelvrienden vraagt toelating voor het organiseren van een vogeltentoonstelling met prijskamp en vogelverkoop op 26 en 27 september 2026.
● aanvraag gemeentelijke medewerking
De vereniging Deerlijkse Vogelvrienden vraagt medewerking voor het ter plaatse bezorgen van het materiaal van de Hoogstraat naar de Wieke.
● aanvraag keuring dierenarts
De vereniging Deerlijkse Vogelvrienden vraagt de medewerking van het gemeentebestuur voor het aanstellen van een dierenarts voor ofwel de keuring op 25 september 2026, ofwel de vogelverkoop op zaterdagvoormiddag 26 september 2026, ofwel de duur van de tentoonstelling op 26 en 27 september 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 294,00 euro ( aanstellen dierenarts) |
Actie | Diverse dienstverlening |
Jaarbudgetrekening | GBB/0719-00/61310000 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor het organiseren van de vogeltentoonstelling op 26 en 27 september 2026.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit in te staan voor het vervoer van materiaal vanaf de Hoogstraat naar buurthuis de Wieke.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit een dierenarts aan te stellen voor de gezondheidskeuring voor de duur van de vogeltentoonstelling.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.17. Feestelijkheden - Gezinsbond Deerlijk - gebruik gemeentelijke roosters - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters.
Motivering
Tijdelijke publiciteit op het openbaar domein naar aanleiding van manifestaties van culturele, levensbeschouwelijke, liefdadige of sportieve aard kunnen enkel gebeuren op de daartoe door de gemeente ter beschikking gestelde roosters.
Om hun tweedehandsbeurs op zaterdag 10 oktober 2026 bekend te maken, vraagt Gezinsbond Deerlijk om de gemeentelijke roosters te mogen gebruiken voor het ophangen van hun publiciteitsborden.
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Hfdst. 3, art. 221-224 Algemene Politieverordening
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan Gezinsbond Deerlijk toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters
Artikel 2
Voor de praktische afhandeling dient contact opgenomen te worden met het vrijetijdspunt op het telefoonnummer 056 71 89 81 of via mail aan vrijetijd@deerlijk.be.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.18. Evenementen - feestcomité Molenhoek - plaatsing werfhekkens ter promotie Molenhoek Kermis - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van werfhekkens op de verschillende ingangswegen, ter promotie van Molenhoek Kermis georganiseerd door feestcomité Molenhoek .
Motivering
Feestcomité Molenhoek vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te plaatsen op de invalswegen voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van hun jaarlijkse kermis dat plaatsvindt van 16 oktober 2026 tot en met 19 oktober 2026.
Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden onderstaande locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:
● recht tegenover kerk Sint-Lodewijk
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
● kruispunt Molenhoek
● kruispunt Belgiek
● Statie (dicht bij de overweg)
Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseerden de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op deze vijf goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit feestcomité Molenhoek toelating/medewerking te verlenen ter promotie van Molenhoek kermis, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locaties, en dit vanaf 19 september 2026 tot en met 19 oktober 2026:
● kruispunt Molenhoek
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.19. Evenementen - Unizo - plaatsing werfhekkens ter promotie van Koop bij mij - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van werfhekkens op de verschillende ingangswegen, ter promotie van Koop bij mij georganiseerd door Unizo Deerlijk .
Motivering
Unizo Deerlijk vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te plaatsen op de invalswegen voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van hun Koop bij mij actie dat plaatsvindt van 3 oktober 2026 tot en met 31 oktober 2026.
Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden onderstaande locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:
● recht tegenover kerk Sint-Lodewijk
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
● kruispunt Molenhoek
● kruispunt Belgiek
● Statie (dicht bij de overweg)
Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseerden de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op deze vijf goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit Unizo Deerlijk toelating/medewerking te verlenen ter promotie van "Koop bij mij", door heras-opstellingen te voorzien op volgende locaties, en dit vanaf 3 oktober 2026 tot en met 31 oktober 2026:
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
● kruispunt Molenhoek
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit Unizo Deerlijk toelating/medewerking te verlenen ter promotie van "Koop bij mij", door heras-opstellingen te voorzien op volgende locatie, en dit vanaf 7 oktober 2026 tot en met 31 oktober 2026:
● Statie (dicht bij de overweg)
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.20. Evenementen - Koninklijke Fanfare Sint Cecilia Deerlijk - plaatsing werfhekkens ter promotie Lierefeesten - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van werfhekkens op de verschillende ingangswegen, ter promotie van de Lierefeesten georganiseerd door de Koninklijke Fanfare Sint Cecilia Deerlijk.
Motivering
De Koninklijke Fanfare Sint Cecilia Deerlijk vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te plaatsen op de invalswegen voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van hun Lierefeesten dat plaatsvindt van 23 oktober 2026 tot en met 25 oktober 2026.
Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden onderstaande locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:
● recht tegenover kerk Sint-Lodewijk
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
● kruispunt Molenhoek
● kruispunt Belgiek
● Statie (dicht bij de overweg)
Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseerden de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op deze vijf goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de Koninklijke Fanfare Sint Cecilia Deerlijk toelating/medewerking te verlenen ter promotie van de Lierefeesten, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locatie, en dit vanaf 29 september 2026 tot en met 26 oktober 2026:
● kerk centrum (kant Hoogstraat)
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit de Koninklijke Fanfare Sint Cecilia Deerlijk toelating/medewerking te verlenen ter promotie van de Lierefeesten, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locaties, en dit vanaf 7 oktober 2026 tot en met 26 oktober 2026:
● recht tegenover kerk Sint-Lodewijk
● Statie (dicht bij de overweg)
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.21. B.B.O. De KIM & De SAM - vrijwilligersvergoeding - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.22. B.B.O. De KIM & De SAM - Vrijwilligersvergoeding refterhulp 25 en 26 juni 2026 - uitbetaling - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.23. Evangelieboomstraat 30 - schrapping risicogrond - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te geven voor de schrapping van een risicogrond van de gemeentelijke inventaris, gelegen te Evangelieboomstraat 30, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 1, sectie A, nummer 600p2.
Motivering
Op 2 september 2026 heeft de deskundige van de dienst omgeving de vraag tot schrapping bekeken. Op basis van het opzoekingswerk werd afgeleid dat een mazouttank van 10.000 liter geen Vlarebo-risico is. De aangegeven rubriek 17.3.6.2°a), uit de vergunning van de weverij d.d. 1976, is foutief en heeft geen betrekking op het genoemde perceel.
Op 3 september 2026 werd een gemotiveerde verklaring tot schrapping (met bewijzen) van Evangelieboomstraat 30, 8540 Deerlijk ontvangen door het immokantoor die het pand wenst te verkopen.
Korte samenvatting van de gemotiveerde verklaring door de aanvrager
Volgens het afgeleverde bodemattest en doorgegeven informatie aan OVAM, zou er op het betreffende perceel een mazouttank met een capaciteit van >= 10.000 liter aanwezig geweest zijn. Als bewijsstuk wordt het buitengebruikstellingsattest aangeleverd van de ondergrondse mazouttank, die bovendien op het naastliggende perceel gelegen was. Daarnaast werd in het verleden enkel melding gemaakt van een stookolietank van 10.000 liter, bijgevolg is dit geen VLAREBO-risicoactiviteit.
Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat er voldoende aangetoond wordt dat er in werkelijkheid geen risicoactiviteiten hebben plaatsgevonden op het perceel in kwestie. Er kan geconcludeerd worden dat de vermelding op het huidige bodemattest als opname van de grond in het grondeninformatieregister, geen risicogrond betreft.
Er zijn geen externe adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 en § 3, 7° Decreet lokaal bestuur
● Andere:
○ Art. 7, § 1 Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
● het advies van de dienst omgeving te volgen en het perceel Evangelieboomstraat 30, 8540 Deerlijk, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nummer 600p2, te schrappen als risicoperceel;
● deze schrapping uit te voeren via de website risicolocaties.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.24. Pladijsstraat 12 - schrapping risicogrond - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te geven voor de schrapping van een risicogrond van de gemeentelijke inventaris, gelegen te Pladijsstraat 12, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 2, sectie D, perceel 82N.
Motivering
Op 12 augustus 2026 werd een elektronisch schrijven ontvangen van TAUW. Het betreft een gemotiveerde verklaring tot schrapping van Pladijsstraat 12, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 2, sectie D, perceel 82N.
Korte samenvatting van de gemotiveerde verklaring
Het perceel 82N werd opgenomen in het grondeninformatieregister op basis van de milieuvergunningen van 1967, waarin een benzine en gasolie depot (rubriek 17.3.4.2°a)2) vergund is. In werkelijkheid vond er op het terrein nooit een Vlarebo-activiteit plaats en was het altijd een woonhuis met beperkte stookolietank. Het benzinedepot werd geplaatst op het naburige perceel 79D3, dat van dezelfde eigenaar is. De benzinetank is daar geplaatst om makkelijk te kunnen tanken. Dit is tijdens het plaatsbezoek bevestigd.
Op 8 september 2026 werd door de dienst omgeving een administratief onderzoek gevoerd waaruit blijkt dat er voldoende aangetoond wordt dat er in werkelijkheid geen risicoactiviteiten hebben plaatsgevonden op het perceel in kwestie.
Er zijn geen externe adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 en § 3, 7° Decreet lokaal bestuur
● Andere:
○ Art. 7, § 1 Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
● het advies van de dienst omgeving te volgen en het perceel Pladijsstraat 12, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 2, sectie D, perceel 82N te schrappen als risicoperceel;
● deze schrapping uit te voeren via de website risicolocaties.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.25. OMV 2026_109 - Waregemstraat 389 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Waregemstraat 389 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 467 W aangevraagd door Laurent Lakfif namens Initio Flanders BV gevestigd August Craslaan 25 te 8790 Waregem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 9 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2079-389-B) voor bouwen van een garage - bergplaats - goedgekeurd op 20 mei 1966.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 239 m² en is gelegen langs de Waregemstraat op ongeveer 1,5 km ten noordoosten van de kern van Deerlijk. De Waregemstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een aaneengesloten eengezinswoning ingeplant op 2,79 m achter de rooilijn. De woning bestaat uit 2 bouwlagen en een hellen dak. Het hoofdvolume van de woning heeft een breedte van 5,85 m op een diepte van 8,20 m. Aan de achterzijde is een terras aangelegd over de volledige breedte van de woning met een diepte van 3,50 m.
Achteraan het perceel is een parkeerzone in grind aangelegd van 5,95 m breed die via een private garageweg ontsluit via de Waregemstraat. Een pad in grind verbindt deze verharding met het terras bij de woning. De grindverharding heeft een totale oppervlakte van 60,32 m². De woning heeft eveneens een kleine voortuin die deels verhard (7,25 m²) is met een pad naar de woning.
De woning maakt deel uit van een gesloten bebouwingsrij waarbij alle woningen een gelijkaardig uitzicht hebben. De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst het hoofdvolume van zijn woning intern te verbouwen en wenst het slopen van de achterbouwen en de nieuwe verharding in de achtertuin te regulariseren.
De drie bestaande aanbouwen werden reeds afgebroken. Het achteraan aangebouwde volume bestond uit drie delen met verschillende breedtes en dieptes. Alle delen omvatten één bouwlaag; twee volumes waren afgewerkt met een lessenaarsdak en één volume met een plat dak. De totale bouwdiepte op het perceel bedroeg 21,41 m. Na de afbraak bedraagt de totale bouwdiepte 8,2 m. Achteraan de woning werd een terras aangelegd in tegels van 19,46 m². De verharding in de voortuin blijft behouden. Achteraan het perceel werd grindverharding aangelegd van 60,32 m².
Het hoofdvolume van de woning wordt intern verbouwd en zal bestaan uit een inkom met toilet en berging, zitruimte, eetruimte en keuken. De eerste verdieping bestaat na verbouwing uit twee slaapkamers, een nachthal met toilet en een badkamer. Op de zolder wordt een derde slaapkamer met nachthal voorzien.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 5 augustus 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen van een eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag betreft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning blijft ongewijzigd. Er is geen uitbreiding van het bebouwde volume waardoor een verdere beoordeling niet aan de orde is.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De bestaande achterbouwen werden integraal afgebroken. Enkel het hoofdgebouw van de woning blijft behouden. De totale bouwdiepte wordt bijgevolg verminderd van 21,4 m naar 8,2 m. De sloop van de achterbouwen betekent een sanering van de bebouwing op het perceel.
Verschijningsvorm:
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.
De woning integreert zich door zijn materiaalgebruik (metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Er wordt achteraan het perceel grindverharding voorzien om te kunnen parkeren op eigen terrein.
Groen- en omgevingsaanleg:
Door de sanering van de bebouwing op het perceel ontstaat er meer ruimte om een kwalitatieve tuin aan te leggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Achter de woning wordt een terras aangelegd van 19,46 m² in niet-waterdoorlatende verharding. Achteraan het perceel wordt grindverharding aangelegd die dient als parkeerzone. Er blijft voldoende ruimte over om een ruimte groenzone aan te leggen.
De woning beschikt tevens over een kleine voortuin die ongewijzigd blijft.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Laurent Lakfif namens Initio Flanders BV gevestigd August Craslaan 25 te 8790 Waregem, voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Waregemstraat 389 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 467 W.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.26. Kapmachtiging Dossiernr 26-003863 - 34009B0662/00W- Beslissing Vlaamse Overheid - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de beslissing over de aanvraag tot kapmachtiging in openbaar bos, ingediend door Simon November, namens Elia, voor 2 percelen gelegen langs de Vichtesteenweg/Ringlaan/E17, kadastraal gekend 34009B0662/00W000 en een perceel zonder kadastraal nummer (openbare weg), gelegen in Deerlijk.
Het betreft een aanvraag tot kaalkap, voor het aanleggen van een werfzone.
De werfzones en toegangswegen veroorzaken dus een tijdelijk ruimtebeslag dat gepaard gaat met de vernietiging van de aanwezige ecotopen (vegetatie en leefgebieden voor avifauna). Deze vegetatie wordt na de werken opnieuw hersteld. Buiten de veiligheidszone wordt hoge opgaande vegetatie (bomen en/of struiken) terug aangeplant. Binnen de veiligheidszone wordt een heraanplant voorzien met lager blijvende (streekeigen, inheemse) soorten.
Er worden 2 kappingen aangevraagd. Enerzijds een kapping bij de oude af te breken mast P26 (noordelijk deel) en anderzijds voor de nieuw te bouwen mast (P26N).
Motivering
Een aanvraag werd ingediend op 31 augustus 2026 bij de Vlaamse Overheid, Agentschap Natuur en Bos, door Simon November namens Elia en geregistreerd onder dossiernummer 26-003863.
Deze aanvraag heeft betrekking op de percelen zoals vermeld in de tabel onder artikel 1 van dit besluit.
De eindkap betreft geen ontbossing maar betreft een kapping met spontane verbossing in combinatie met een heraanplant. De kapping kadert binnen een project van algemeen belang. Het huidige aanwezige bostype heeft een beperkte ecologische waarde. De kapping zal schade veroorzaken op een aantal organismen. Er kan mogelijk een tijdelijk effect zijn op de broed- of rustplaatsen van de aanwezige beschermde soorten. Dit effect wordt als beperkt en herstelbaar beschouwd indien de milderende maatregelen opgenomen in dit besluit worden opgevolgd. Voor andere organismen zoals bijvoorbeeld insecten en invertebraten zal de schade zich herstellen enkele jaren na de ingreep. Ook op deze organismen kan de impact deels vermeden worden door de opvolging van de milderende maatregelen vermeld in dit besluit. De kapmachtiging dient om een werfzone aan te leggen. De kapzone wordt na de werken opnieuw hersteld met streekeigen inheemse soorten. Buiten de veiligheidszone worden hoge opgaande bomen aangeplant en binnen de veiligheidszone wordt een heraanplant voorzien met lager blijvende soorten.
DE ADJUNCT-DIRECTEUR ADVIEZEN & VERGUNNINGEN VAN HET AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS BESLUIT
Artikel 1. Aan Ministeries van de Vlaamse Gemeenschap, Avenue du Port 88 Bus 50, 1000, Bruxelles, wordt een machtiging verleend om kappingen uit te voeren in Deerlijk als voorzien in onderstaande tabel:
Kadastrale ligging | Soort | Aard | Aantal of % |
34009B0662/00W000, Zonder nummer | Divers loofhout | Individuele eindkap | 50% |
Art. 2. De machtiging is geldig vanaf de datum van ondertekening tot en met 7 september 2029.
Art. 3. De machtiging kan worden uitgeoefend onder de volgende voorwaarden:
1° Tijdens het uitvoeren van de kapping moet de exploitant een kopie van deze machtiging bij zich hebben.
2° Er mag niet worden geveld of geruimd tijdens de standaard schoontijd van 1 april tot en met 30 juni.
3° De kapping mag in geen geval leiden tot een vermindering van de huidige bosoppervlakte. Omvorming van bos naar tuin, aanplanten van sierstruiken, heesters of sierconiferen, aanleg van grasperk, gazon, bloemperken of andere tuinelementen, inbreng van landbouw- of tuingewassen, wijzigen van de struiklaag of de kruidlaag, houden van dieren, storten van afval en plaatsen van constructies is niet toegestaan in het bos. De stronken van de gekapte bomen moeten behouden blijven. Er mag niet ontstronkt worden.
4° Het ruimen van de bomen dient te gebeuren langs het kortst mogelijke tracé en gebruik makend van machines op rupsbanden.
5° Buiten de gekapte zone mogen er geen bouwmaterialen of dergelijke in het bos gestockeerd worden, ook niet tijdelijk.
6° Herbebossing is verplicht. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de al aanwezige, natuurlijke verjonging. Indien 3 jaar na het uitvoeren van de kapping nog onvoldoende natuurlijke verjonging met geschikte soorten aanwezig is, moet de verjonging aangevuld worden met inheems loofhout tot een plantverband niet wijder dan 2 x 2.5 meter bereikt is. Alle afgestorven plantsoen moet vervangen worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen tot minimaal 90% van de aanplanting in groei is, voldoende verspreid over het bos.
Art. 4. Deze machtiging kan, mits motivering, ten allen tijde worden ingetrokken. De machtiging moet worden getoond op elk verzoek van de officieren van gerechtelijke politie en van de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de naleving van de natuur- en bosregelgeving. Deze personen moeten door de begunstigde van de machtiging in staat worden gesteld om de uitvoering van de machtiging op het terrein te controleren.
Art. 5. Het niet naleven van de bepalingen van deze machtiging kan aanleiding geven tot een bestuurlijke en/of strafrechtelijke sanctionering volgens titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Het bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 81, laatst gewijzigd bij het decreet van 29 april 2019;
○ Het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 96, laatst gewijzigd bij decreet van 30 april 2009;
○ Het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 97, §2, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019;
○ Het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos houdende delegatie en toewijzing van bevoegdheden van 1 januari 2020, artikel 25, §2, 1°
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos inzake de kapmachtiging voor de aanleg van werfzones in het kader van het Ventilusproject. Het college wenst te benadrukken dat de procedure in de raad van state nog lopende is en de gemeente formeel niet akkoord gaat met de realisatie van het Ventilusproject.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.27. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.28. OMV 2026_74 - Burg. Hector Isebaertstraat 13 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een tuinhuis, op een perceel gelegen Burg. Hector Isebaertstraat 13 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 473 D5 aangevraagd door Thomas Vancraeynest wonende Burg. Hector Isebaertstraat 13 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 7 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Marquettestraat wijziging A, met als bestemming zone voor woningen, half-open bebouwing.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Oud dossier VLAREM (1970/2/022) voor ondergrondse mazouttank van 5.000 l - gunstig op 04/11/1970.
● Stedenbouwkundige vergunning (0029-13-A) voor bouwen van een woonhuis - goedgekeurd op 22/11/1963.
● Omgevingsvergunning /OMV_2019144195 voor verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning goedgekeurd op 04/03/2020.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is gelegen op een hoekperceel langsheen de Burg. Hector Isebaertstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De woning van de aanvrager betreft een halfopen koppelbebouwing. Het betreft een woning bestaand uit een hoofdvolume van 2 bouwlagen met een hellend dak en een aangebouwde uitbouw bestaande uit 1 bouwlaag. De omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door ééngezinswoningen van zowel het open, halfopen als aaneengesloten bebouwingstype. De achtertuin bij de woning is voldoende ruim om kwalitatief te kunnen aanleggen met beplantingen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
In de tuinzone bevindt zich op heden een serre, tuinhuis en verharding (bij kippenhok) die weggenomen zullen worden. In de plaats hiervan wenst de bouwheer één bijgebouw te plaatsen met een oppervlakte van 40 m² (10 m x 4 m). Het tuinhuis wordt ingeplant in de rechterhoek in de achtertuin bij de halfopen ééngezinswoning. De afstand tot de perceelgrenzen bedraagt overal minstens 1 m. Er wordt gewerkt met een licht hellend dak waarbij de kroonlijsthoogte 2,50 m en de nokhoogte 3m bedraagt. De gevel uitgevend naar de tuinzone bevat een schuifraam, de andere wanden zijn volledig gesloten. De constructie wordt afgewerkt met hout. De tuinzone zal volledig heringericht worden met beplanting, er worden hiervoor geen terreinaanpassingen doorgevoerd.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 16 juni 2026 tot 15 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:
Plan schrijft voor: | ontwerp voorziet: |
De oppervlakte van het bijgebouw is beperkt tot 30 m² per perceel. | Het oprichten van een bijgebouw van 40 m². |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien de maximale bebouwingpercentage (max. 40 % van het perceeldeel met een maximum van 250 m²) op het perceel niet wordt overschreden, de hoogte vanaf de perceelsgrens gerespecteerd wordt (op grens max. 2,70 m) evenals de maximale dakhelling (30°) en de inplanting van de houten constructie zich op minstens 1m van de perceelsgrenzen situeert.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de afmetingen van de constructie zodat een afwijking overwogen kan worden. De afwijking van de oppervlakte van 30 m² naar 40 m² is te motiveren aangezien deze afwijking beperkt is en de oppervlakte van de tuin voldoende groot is. Er werden ook geen bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek zodat ook de aanpalenden hiervan geen hinder zullen ondervinden.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Gezien de geringe omvang van de werken, bijgebouw niet groter dan 40m² en afwatering op een natuurlijke wijze in de naastliggende onverharde bodem, is een rioleringstoets niet vereist.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (niet groter dan 40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater gezien de afwatering van het dak op een natuurlijke wijze infiltreert in de omliggende onverharde bodem die minstens ¼ van de oppervlakte van het dak bedraagt en er geen aansluiting wordt gemaakt met de bestaande regenwaterput.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het oprichten van een vrijstaand bijgebouw bij een bestaande eengezinswoning. De hoofdfunctie van het perceel, namelijk wonen, blijft ongewijzigd en is passend binnen de bestaande woonomgeving.
Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en gabarit:
Het bijgebouw wordt ingeplant in de rechter achterhoek van de tuin, op voldoende afstand van de perceelsgrenzen. Deze positionering laat een kwalitatieve en open inrichting van de tuin toe. De inplanting is niet storend voor de woning noch voor de aanpalende percelen en bevordert een optimaal contact tussen de woning en de tuinzone.
Het bijgebouw is ondergeschikt aan de hoofdwoning en blijft bescheiden qua volume en schaal. Er wordt geen hinder verwacht voor de omliggende percelen; bovendien werd akkoord verkregen van de eigenaars van de betrokken buurpercelen. Het voorgestelde volume en gabarit zijn inpasbaar binnen de onmiddellijke omgeving, en de gevraagde oppervlakte is hedendaags en in verhouding tot de perceelgrootte.
Verschijningsvorm:
De gebruikte materialen zijn natuurlijk en passend binnen een tuincontext, waardoor het bijgebouw harmonieus integreert in de omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Aangezien de functie van eengezinswoning behouden blijft, wordt geen bijkomende verkeersaantrek gegenereerd en is er geen impact op de parkeersituatie.
Groen- en omgevingsaanleg:
De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve groenaanleg te realiseren. Na uitvoering van de werken wordt het contact tussen de leefruimtes en de tuin versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Thomas Vancraeynest wonende Burg. Hector Isebaertstraat 13 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een tuinhuis, op een perceel gelegen Burg. Hector Isebaertstraat 13 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 473 D5
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.29. OMV 2026_114 - Hoogstraat 59 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het schilderen van de voorgevel, op een perceel gelegen Hoogstraat 59 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 344 B4 aangevraagd door Jan Deman wonende Hoogstraat 59 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 10 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Oud dossier VLAREM (1958/1/002) voor weverij - gunstig op 20/06/1958.
● Gebouwen en constructie dossier 0028-59-B voor bouwen van een winkel - vergunning op 7 januari 1955.
● Gebouwen en constructie dossier 0028-59-E voor bouwen van een weefplaats - vergunning op 19 september 1957.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-59-A) voor slopen van woonhuis - goedgekeurd op 25 november1954.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-59-C) voor leggen van een voetpad en een 5-tal fietsblokken - goedgekeurd op 6 oktober1955.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-59-F) voor plaatsen van een verlicht uithangbord - goedgekeurd op 8 november 1978.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-59-G) voor afbreken bestaande loods en verbouwen bestaande gebouwen - goedgekeurd op 6 maart 1985.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-59-H) voor plaatsen van een lichtreclame - goedgekeurd op 25 januari 1989.
● Omgevingsvergunning /OMV_2024087871 voor wijzigen van de voorgevel goedgekeurd op 4 september 2024.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 490 m² en is gelegen langs de Hoogstraat op ongeveer 100 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Hoogstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het perceel is bebouwd met een aanééngesloten ééngezinswoning. De woning is ingeplant op de rooilijn, bestaat uit twee bouwlagen en een hellend dak. De breedte bedraagt 9 m.
De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen. De woonfunctie bestaan zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De voorgevel van het gelijkvloers werd reeds aangepast volgens OMV_2024087871. In deze aanvraag werd wit schilderwerk vergund voor de verdieping. Het is niet de bedoeling deze kleur nog te gebruiken, maar wel aan te passen naar een olijfgroene genuanceerd tint. De raamopeningen in de voorgevel blijven ongewijzigd. Het schrijnwerk dat nu in beige is uitgevoerd wordt geschilderd in het zwart. De omlijsting wordt meegeschilderd in de kleur van de voorgevel (olijfgroen). De dwarse muurdelen, verticaal met de straat krijgen een zwarte kleur, evenals de overige delen op het gelijkvloers (voorgevel, ter hoogte van poort,…).
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het wijzigen van de voorgevelkleur van de ééngezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Gezien de aanvraag geen betrekking heeft op de wijziging van de riolering is een verdere beoordeling niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect nihil zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De huidige functie, zijnde ééngezinswoning, wordt met betreffende aanvraag niet gewijzigd.
Ruimtelijke kenmerken:
De inplanting, het ruimtegebruik, het hoofdvolume, gabarit, parkeerplaatsen, verkeersaantrek en omgevingsaanleg worden met deze aanvraag niet gewijzigd.
Verschijningsvorm:
De voorgevel werd reeds deels aangepast bij de uitvoering van een vorige omgevingsvergunning (OMV_2024087871, goedgekeurd door het CBS in zitting van 4 september 2024), het gelijkvloers werd afgewerkt met latjes nadat het voormalige etalageraam werd vervangen door een garagepoort. In deze aanvraag werden de te schilderen delen aangevraagd om met een witte kleur af te werken. Het wijzigen van de initieel aangevraagde/vergunde kleur van hoofdzakelijk het bovenste gedeelte van de woning zal geen negatieve impact hebben op het straatbeeld. De gevraagde olijfgroene kleur (en andere onderschikte afwerkingen in een zwarte kleur) betreft een natuurlijke tint en is integreerbaar binnen de aanwezige kleuren in de nabije omgeving. Het schilderwerk laat de kleinschaligheid van het onderliggende metselwerk verder tot zijn recht komen.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek/groen- en omgevingsaanleg:
De aanvraag heeft geen invloed op deze items gezien de werken geen aanpassingen met zich teweegbrengen hieromtrent. Een verdere beoordeling is hierdoor niet aan de orde.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Jan Deman wonende Hoogstraat 59 te 8540 Deerlijk, voor het schilderen van de voorgevel, op een perceel gelegen Hoogstraat 59 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 344 B4
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.30. Individueel bezoldigd personenvervoer - Vergunning - Goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.31. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.32. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.33. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.34. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.35. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.36. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.37. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.38. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.39. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.40. Afvoering van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.41. Afvoering van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.42. Afvoering van ambtswege - goedkeuring
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
C.43. Kinderopvanginitiatieven - starterspremie en aanmoedigingspremie 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een premie te verlenen aan de in bijlage genoemde kinderopvanginitiatieven conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Motivering
In zitting van 27 november 2025 heeft de gemeenteraad het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar, goedgekeurd.
Voormeld premiereglement houdt in dat aan een erkend kinderopvanginitiatief een premie wordt toegekend:
● Starterspremie:
○ 500 euro voor nieuw gestarte initiatieven die 8 vergunde plaatsen of minder voorzien;
○ 1.000 euro voor nieuw gestarte initiatieven die 9 plaatsen of meer voorzien.
● Uitbreidingspremie:
○ 500 euro voor de uitbreiding van een bestaand initiatief met minimum 4 en maximum 8 vergunde plaatsen;
○ 1.000 euro voor uitbreiding van een bestaand initiatief met minimum 9 plaatsen.
● Aanmoedigingspremie:
○ een vast bedrag per locatie van 145 euro;
○ daarbovenop 7,5 euro per vergunde plaats;
○ met een maximum van 350 euro per locatie.
De premie moet aangevraagd worden voor 31 oktober. De bedoelde opvanginitiatieven dienen hun aanvraag tot toekenning van een premie te richten aan het Sociaal Huis.
Op 5 juni 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie ingediend:
○ Sharon Bekaert
○ Mieke Houpline
○ Mijn Tweede Thuis
Op 8 juni 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie
ingediend:
○ Veronique Hollebeke
○ 't Coconnetje
Op 9 juni 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie
ingediend:
○ De BraamRakkertjes
○ Heidi Van Landuyt
Op 17 juni 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie
ingediend:
○ 't Kadeetje
Op 2 september 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie ingediend:
○ De Kastaarkes
Op 9 september 2026 hebben volgende initiatieven de aanvraag voor een aanmoedigingspremie ingediend:
○ Filoeke
Er werd geen aanvraag ingediend voor de starterspremie.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Premiereglement - Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 2.405 euro |
Actie | GBB |
Jaarbudgetrekening | 2026/GBB/0750-01/64910036/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN |
Visum | Niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief Veronique Hollebeke en De Kastaarkes een aanmoedigingspremie te verlenen van 198 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief Filoeke, Mieke Houpline, Sharon Bekaert en Heide Van Landuyt een aanmoedigingspremie te verlenen van 205 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief 't Coconnetje een aanmoedigingspremie te verlenen van 258 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief 't Kadeetje een aanmoedigingspremie te verlenen van 280 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief Mijn Tweede thuis een aanmoedigingspremie te verlenen van 303 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan kinderopvanginitiatief De Braamrakkertjes een aanmoedigingspremie te verlenen van 350 euro conform het premiereglement Installatie- en aanmoedigingspremie voor kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar.
Artikel 2
De premies, vermeld in artikel 1, zullen gestort worden op de desbetreffende rekeningnummers zoals vermeld in bijlage.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
D.1. OMV 2026_63 - Hoogstraat 106, 112, 114 en Tulpenlaan 3 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een meergezinswoning met 2 handelspanden (wijzigen vergunde aanvraag), op een perceel gelegen Hoogstraat 106, 112, 114 en Tulpenlaan 3 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 214 V, (afd. 1) sectie A 214 W, (afd. 1) sectie A 223 G, (afd. 1) sectie A 224 F en (afd. 1) sectie A 226 G aangevraagd door Thibault Meulebroeck namens THUZ NV gevestigd Gentseweg 461 te 8793 Waregem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 10 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2017.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-106-B) voor verbouwing van café-woning - goedgekeurd op 7 mei 1953.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-114-A) voor veranderen van de voorgevel, verbouwen tot winkel - goedgekeurd op 19 juli 1955.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-A) voor plaatsen van lichtreclame - goedgekeurd op 21 februari 1958.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-B) voor plaatsen van een lichtreclame - goedgekeurd op 16 juni 1960.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-114-B) voor vervangen van pannendak - goedgekeurd op 28 juni 1962.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-114-C) voor uitbreiden van winkel - goedgekeurd op 23 maart 1967.
● Stedenbouwkundige vergunning (0107-3-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 31 juli 1968.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-C) voor plaatsen van een lichtreclame - goedgekeurd op 31 december 1971.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-D) voor plaatsen van een lichtreclame - goedgekeurd op 29 juni 1977.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-E) voor wijzigen voorgevel winkelhuis - goedgekeurd op 2 april 1980.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-106-D) voor uitbreiden van winkel - goedgekeurd op 23 december 1980.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-F) voor plaatsen van een lichtreclame - goedgekeurd op 30 september 1981.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-G) voor verbouwen van voorgevel winkelhuis - goedgekeurd op 25 juni 1986.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-112-H) voor - plaatsen van gevelsteen tegen voorgevel- raam halverwege verlagen - vervangen van luifel -plaatsen van lichtreclame - goedgekeurd op 7 september1988.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-114-D) voor plaatsen van uithangbord - goedgekeurd op 24 november 1993.
● Stedenbouwkundige vergunning (0028-106-E) voor plaatse nvan verlicht uitgangbord (2,5 m x 1m) - goedgekeurd op 30 november 1994.
● Omgevingsvergunning /OMV_2024113825 voor slopen van de bestaande bebouwing, bouwen van twee meergezinswoningen goedgekeurd op 3 september 2025.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 2.684 m² en is zowel gelegen langs de Hoogstraat als de Tulpenlaan in de kern van Deerlijk, recht tegenover de kerk ten zuiden en gelegen binnen een woonwijk ten noorden. Beide straten zijn voldoende uitgeruste gemeentewegen. Langs de kant Hoogstraat omarmt het perceel het bestaande handelsgebouw Hoogstraat 110 waarbij langs de oostkant een met 2 bouwlagen visueel overbouwde doorsteek aanwezig is met een breedte van 2,46 m en langs de westkant twee handelswoningen. Het perceel is bebouwd met langs de Hoogstraat aaneengesloten bebouwing die bestaat uit handelswoningen bestaande uit 2 bouwlagen en een hellend dak. Op het perceel bevindt zich daarnaast een combinatie van gebouwvolumes. De bebouwing langs de Tulpenlaan werd reeds vergund en maakt geen deel uit van deze aanvraag.
De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen. De woonfunctie langs de Hoogstraat bestaat zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.
De aanvraag is gelegen in het gezichtsveld van de Sint-Columbakerk. De kerk wordt omgeven door straten en parking.
Nazicht van het straatbeeld leert dat het gros van de gebouwen in de omgeving wordt gekenmerkt door gevels waarin metselwerk domineert. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om kleinschalig metselwerk in verschillende kleurtinten , in ondergeschikte mate aangevuld met metselwerk in zand- of wit-tinten. Slechts in mindere mate komen sierpleisters en cementpleisters voor in de omgeving, waarbij zij geenszins een structureel onderdeel vormen van het gangbaar bebouwingsbeeld die getypeerd wordt door kleinschalige, duurzame en residentiële materialen.
Het dakenlandschap in de directe omgeving wordt gedomineerd door dakpannen in rood(bruine) en zwart kleur.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst het ontwerpplan van de reeds afgeleverde omgevingsvergunning voor het bouwen en een meergezinswoning langs de Hoogstraat te wijzigen. Het nieuwe ontwerp omvat op het gelijkvloers 2 handelspanden en 3 bovenliggende woongelegenheden binnen een gesloten bebouwingscontext. De meergezinswoning volgt over een afstand van 3 m vanaf de rechter perceelsgrens de rooilijn. Vanaf de linker perceelsgrens wordt de voorgevel teruggetrokken van de rooilijn en dat over een lengte van +/- 10 m en een diepte tov de rooilijn van 1 m. Op het 1e verdiep wordt de omgekeerde beweging gemaakt en komt de voorgevel met een gelijkaardige knik tot 0,60 m over de rooilijn.
Het gebouw heeft een gevelbreedte op de rooilijn van ongeveer 19,7 m. De diepte op het gelijkvloers bedraagt 15 m en deze op de verdieping 15,60 m. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen met hellend dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 6,40 m en de nokhoogte ligt op 10,98 m. Boven het terras van het appartement op de 3e bouwlaag wordt een afdak voorzien waardoor de kroonlijst daar 10 m bedraagt.
Op het gelijkvloers bevindt zich centraal een doorgang naar de tuinzone en zowel links als rechts hiervan een handelspand. De handelspanden hebben een plafondhoogte van 2,70 m. Beide handelsruimtes zijn bereikbaar via een schuifdeur gericht op de Hoogstraat. De handelspanden beschikken beiden over een terras en kleine private groenzone.
Op de verdieping worden 2 woongelegenheden ondergebracht. Deze omvatten beiden 2 slaapkamers gelegen aan de straatzijde, een badkamer, afzonderlijk toilet en open keuken, eet- en leefruimte. Beide woongelegenheden hebben langs de straatzijde een terras van 6m², woongelegenheid 1 heeft een terras van 10m² aan de achterzijde, woongelegenheid 2 heeft een terras van 12 m² aan de achterzijde. Tussen beide terrassen wordt een haag voorzien met een breedte van 1,20 m. Vermoedelijk wordt deze haag in pot aangeplant. De rest van het plat dak wordt ingericht als groendak.
Onder het dak wordt een woongelegenheid voorzien bestaande uit 3 slaapkamers, badkamer, dressing en badkamer, wasplaats, berging en open keuken, eet- en leefruimte. Er is zowel aan de voor- als aan de achtergevel, door middel van een dakuitbouw, een overdekt terras voorzien. Vooraan heeft het terras een oppervlakte van 8 m², achteraan 20 m².
De gevels worden afgewerkt in licht gekleurd metselwerk in combinatie met architectonisch beton. De dakbedekking bestaat uit tegelpannen met een lichte kleur en het schrijnwerk en de dakkapel zijn voorzien in donkerbrons aluminium. De muur op de rooilijn op het gelijkvloers wordt afgewerkt in witte crepie. De borstwering wordt voorzien in donkerbrons staal.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Ten behoeve van de bouw van twee meergezinswoningen (10 wooneenheden en 2 handelspanden, zijnde 12 units) wordt er per unit een warmtepomp voorzien. Elk toestel heeft een elektrisch ingangsvermogen van 4,8 kW, waardoor het totaal vermogen 57,6 kW bedraagt. De warmtepompen zijn van het type lucht-lucht. De aanvraag bevat technische fiches van de toestellen.
Volgende ingedeelde inrichtingen of activiteiten worden aangevraagd:
De aanvraag is een herneming van aanvraag met referentie OMV2024113825. De gebouwen aan Tulpenlaan zijn stedenbouwkundig reeds vergund, voor de gebouwen in de Hoogstraat wordt in het stedenbouwkundig luik van deze aanvraag een aanpassing van het ontwerp doorgevoerd. Om een dubbel vergunde toestand voor de IIOA te vermijden, dient in een bijzondere voorwaarde opgelegd dat de vorige vergunde exploitatie stopgezet moet worden.
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
16.3.2°a) | 1 warmtepomp per unit (appartement of handelspand) met een maximaal elektrisch ingangsvermogen van 4,80 kW per toestel en het telt in totaal 12 units. In de Hoogstraat telt het 5 unit en in de Tulpenlaan telt het 7 units. 12 x 4.80 kW = 57.6 kW (Nieuw) | 57,6 kW | 3 |
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 12 juni 2026 tot 11 juli 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
Brandweerzone Fluvia werd om advies verzocht op 16 juni 2026. De adviesinstantie bracht op 16 juni 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
● De bouwheer heeft de type bezetting (type 1/2/3’ ((niet) zelfredzame slapende/wakende bezetters)) niet bepaald (per compartiment) van het gebouw. De bekledingsmaterialen worden bepaald in functie van het type bezetting, zie bijlage 5/1 van het KB van 7 juli 1994 en wijzigingen op de basisnormen.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het slopen van handelspanden/woningen en het bouwen van een meergezinswoning met handelsfunctie zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
De aanvraag heeft betrekking op een publiek toegankelijk gebouw. Dit dient te voldoen aan de Vlaamse stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Aangezien de publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150 m², dient enkel de toegang tot de gebouwen te voldoen.
De ruwbouwmaten van toegangen of deuropeningen voor publiek toegankelijke delen moeten minstens 105 cm breed zijn, zodat na afwerking een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90 cm gegarandeerd wordt. Voor en achter deze toegang of deur moet voor een vrije en vlakke draairuimte met een diameter van 150 cm worden gezorgd. Niveauverschillen mogen maximum twee cm bedragen, zoniet dienen deze overbrugd te worden met een helling met een hellingspercentage van maximum 10%.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Stikstofdecreet
Het project betreft de oprichting van een meergezinswoning met in totaal 3 wooneenheden en twee handelsruimtes op percelen in de Hoogstraat te Deerlijk. In het kader van het Stikstofdecreet werd nagegaan of het project een significante impact heeft op nabijgelegen speciale beschermingszones (SBZ-H), als gevolg van verkeer en werfactiviteiten.
De dichtstbijzijnde SBZ-H ligt op 4.640 meter afstand. Tijdens de aanlegfase wordt gerekend op jaarlijks 3.300 zware en 3.300 lichte vervoersbewegingen. Daarnaast wordt een jaarlijkse NOx-uitstoot van 2.368 kg geschat voor de werfmachines. Bij vergelijking met de VITO-richtwaarden blijkt dat deze waarden respectievelijk 36,6%, 4,7% en 32% uitmaken van de maximaal toegestane drempels bij een impactscore van 1%. De totale impactscore voor de aanlegfase bedraagt zo 73,3%, dus ruim onder de drempelwaarde. Er is bijgevolg geen verdere passende beoordeling vereist.
Voor de exploitatiefase wordt het verkeer geraamd op 47.814 lichte vervoersbewegingen per jaar, voortkomend uit bewoners- en bezoekersverkeer. Volgens de VITO-tabellen blijft dit 68,3% onder de maximale drempel van 70.000 bewegingen per jaar. Ook hier blijft de impactscore onder 1% en is geen verdere beoordeling nodig.
Aangezien in geen van beide fasen de drempelwaarde van 1% wordt overschreden, kan worden besloten dat het project geen aanzienlijke stikstofimpact veroorzaakt op nabijgelegen SBZ-H-gebieden. De opmaak van een passende beoordeling blijkt niet noodzakelijk.
Zorgplicht natuurdecreet
Overeenkomstig artikel 16 van het Natuurdecreet draagt de bevoegde overheid, in het geval van een vergunningsplichtige activiteit, er zorg voor dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door wanneer noodzakelijk de vergunning te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen.
De voorliggende aanvraag bevindt zich verder niet in de nabijheid van of in een speciale beschermingszone, evenmin in de nabijheid van of in een gebied van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) of het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON).
Het gevraagde vormt bovendien geen risico op een betekenisvolle aantasting van de actuele en mogelijke toekomstige habitats (voorlopige zoekzones) in habitatrichtlijngebied. Rekening houdende met de aard van het project, de ruimtelijke context en de relatie tot de omgeving, waarbij geen aanzienlijke effecten op kwetsbare gebieden te verwachten zijn, kan geconcludeerd worden dat er ten gevolge van het project geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten zijn.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Volgens de door de Vlaamse overheid ter beschikkende gestelde watertoetskaarten (www.watertoets.be) is de aanvraag buiten enig overstromingsgevoelig gebied gelegen (hetzij pluviaal, fluviaal of vanuit zee). Gelet op deze ligging mag er vanuit gegaan worden dat er voor de aanvraag geen schadelijke effecten te verwachten zijn zoals bedoeld binnen artikel 1.1.3., §2, 18° van het decreet integraal waterbeleid. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging. Hetzij tot zover de aanvraag in overeenstemming is met de geldende gewestelijke verordening hemelwater.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte van gebouw kant Hoogstraat watert af naar een dubbele hemelwaterput van in totaal 30.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 12.000 liter en een referentieoppervlakte van 40 m². Deze infiltratievoorziening loopt af naar de wadi kant Tulpenlaan die op zijn beurt overloopt naar de RWA in de Tulpenlaan. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor het spoelen van sanitair in de appartementen en het bewateren van de tuin. De afwikkeling van het hemelwater werd vergund in OMV 2025_41 (OMV_2024113825) dd. 3/9/2025 en maakt geen deel meer uit van deze vergunning.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025, meerbepaald rubrieknummer 10b stadsontwikkelingsprojecten.
In navolging van het besluit dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage II bij het m.e.r.-besluit). De m.e.r.-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket. Hierbij werden de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd waarom deze niet aanzienlijk zijn. Bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd reeds vastgesteld dat de milieueffecten niet aanzienlijk zijn. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Het project betreft de sloop van bestaande bebouwing gelegen te Deerlijk in de Hoogstraat nr. 106, 112 en 114, gevolgd door de oprichting van een meergezinswoningen. In totaal worden binnen dit project 3 wooneenheden en 2 handelspanden gerealiseerd. Volgens de Codex is de last bescheiden wonen enkel van toepassing op appartementsgebouwen wanneer minstens 50 woongelegenheden worden gecreëerd. Aangezien het voorliggende project slechts 3 woongelegenheden omvat, valt het buiten het toepassingsgebied van de last bescheiden wonen.
7.9 Milieuaspecten
Warmtepompen kunnen een bron zijn van geluid en trillingen. Volgens de technische fiche in de aanvraag produceert ieder toestel een geluidsvermogenniveau van 73 dB(A). De warmtepompen komen op de daken te staan.
Voor gebouw A in de Tulpenlaan is de inschatting dat dit geen problemen zal opleveren naar geluidsoverlast, gelet op de afstand van ca. 10 m tot aan de perceelsgrenzen. Een benaderende berekening met 1 reflecterend oppervlak en afstandsverzwakking van een puntbron levert ca. 35 dB aan de perceelsgrens op.
Voor het gebouw B in de Hoogstraat zijn de warmtepompen volgens stedenbouwkundige doorsnede ingewerkt in het dak, dus deels afgeschermd. De afstand van de warmtepompen tot de perceelsgrenzen van naburige percelen is geringer dan kant Tulpenlaan. Er dient voldaan te zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II (bijlage 4.5.4). Voor woongebied op minder dan 500 m van industriegebied is dit 45 dB(A) overdag, 40 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ’s nachts voor een nieuwe inrichting. Exploitant dient alle mogelijke maatregelen te treffen om aan deze richtwaarden te voldoen.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
In het voorjaar van 2024 werd een woonkaart kernversterking goedgekeurd. Deze woonkaart betreft een tijdelijk kader voor kernversterking en toont aan waar de gemeente naar streeft qua woondensiteit en functies. Het perceel is conform de woonkaart gelegen in de zone voor wonen in de verstedelijkte kern. Binnen deze zone wordt gestreefd naar een maximum van 40 woningen/ha in combinatie met centrumfuncties en kernversterkende detailhandel. Het ontwerp voorziet in 37w/ha en 2 handelspanden. Dit is conform het bestaande visiekader.
Functie:
De ontwikkeling wordt voorzien binnen de kleinhandelskern langs de ladderstructuur van de gemeente en paalt aan de kerk, het Neunkirchenplein en de school. De ligging aan de voet van de kerk, helemaal centraal in de gemeente is een strategische locatie met heel wat potentieel. Binnen de strategische visie van de kleinhandelskern van Deerlijk wordt gestreefd naar het verhogen van de belevingswaarde en de woonkwaliteit door kernverdichting te koppelen aan kernversterking, naar het verbinden van groene ruimtes als onderdeel van de groenblauwe strategie, het voorzien van doorsteken en verbindingen op de juiste plaats en duurzame en klimaatbewuste ambities nastreven binnen elk project. Dit dient voornamelijk tot uiting komen in de (beeld)kwaliteit van de gebouwen en de buitenruimte.
Het ontwerp gaat uit van een tabula rasa van het bestaande en een volledige herinrichting van het terrein. Over de sloop en herbouw werd door het college in zitting van 3 september 2025 reeds een beslissing genomen. Voorliggende aanvraag heeft slecht betrekking op een wijziging van een deel van de oorspronkelijke vergunde aanvraag. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een meergezinswoning met handelsgelijkvloers. Deze functie is passend binnen deze gemengde omgeving. Het college oordeelde in vorige aanvraag dat een handelsplint binnen de centrale ladderstructuur van de gemeente noodzakelijk is om een positieve bijdrage te leveren aan de levendigheid en leefbaarheid van de kern in lijn met het gemeentelijk beleid en de kernversterkende visie.
Inplanting:
Het gebouw wordt opgericht in gesloten bebouwing en sluit aan op de bestaande constructies op zowel de linker- als de rechterperceelsgrens. Op het gelijkvloers wordt de voorgevel evenwel tot circa 1,00 m achter de rooilijn ingeplant, terwijl op de verdieping een uitkraging wordt voorzien die de rooilijn met ongeveer 0,65 m overschrijdt. Deze inplanting betreft een wijziging ten opzichte van het eerder vergunde plan.
In de onmiddellijke omgeving bevinden de gebouwen zich overwegend op de rooilijn, waardoor deze stedenbouwkundige inplanting bepalend is voor het straatbeeld. Uit de ingediende motivatienota blijkt onvoldoende welke functionele, ruimtelijke of architecturale noodzaak aan de basis ligt van de voorgestelde verspringing in de voorgevel.
De voorgestelde terugliggende gevel op het gelijkvloers en de uitkraging op de verdieping leveren geen aantoonbare ruimtelijke meerwaarde op voor het openbaar domein of het straatbeeld. Integendeel, zowel de externe als de interne gevelverspringingen versterken de horizontale geleding van het gebouw, wat afbreuk doet aan een evenwichtige integratie binnen de bestaande bebouwingsstructuur. Het voorzien van verticale gevelelementen, zoals penanten ter hoogte van de rooilijn, zou de gewenste verticale geleding en ritmering van de gevel daarentegen beter ondersteunen.
Het accentueren van de hoofdtoegang door deze beperkt terug te leggen ten opzichte van de rooilijn kan vanuit architecturaal oogpunt als een kwalitatieve ingreep worden beschouwd. Het terugtrekken van de bouwlijn op het gelijkvloers ten opzichte van de rooilijn wordt echter niet wenselijk geacht, aangezien dit afwijkt van de gangbare inplantingswijze in de straat en onvoldoende ruimtelijk wordt verantwoord.
Bouwvolume en gabarit:
Het voorgestelde bouwvolume sluit met twee bouwlagen en een hellend dak in grote lijnen aan bij het gabarit van de aanpalende bebouwing. Zoals ook in het oorspronkelijk dossier aangegeven zou een betere afstemming op de bestaande gevelvlakken een duidelijke meerwaarde kunnen betekenen voor de integratie van het project binnen de straatwand (meer bepaald een aansluiting op de kroonlijsthoogte en nokhoogte van één van de aanpalende gebouwen). Evenwel werd door het college op 3 september 2025 reeds beslist akkoord te kunnen gaan met het voorgestelde bouwvolume en gabarit.
Verschijningsvorm:
De verschijningsvorm van het gebouw wordt gekenmerkt door een uitgesproken horizontale gevelgeleding. Door de toepassing van doorlopende gevelelementen, verspringingen en materialisatieaccenten wordt de horizontaliteit van het gevelbeeld nadrukkelijk in de verf gezet.
Hierdoor wordt onvoldoende aansluiting gevonden bij de overwegend verticaal gearticuleerde bebouwing die kenmerkend is voor de historische kern van Deerlijk. Een sterkere verticale geleding zou bijdragen aan een evenwichtiger gevelbeeld en een betere inpassing binnen de omgeving. Dit kan onder meer worden gerealiseerd door het voorzien van verticale accenten, penanten of een verdere opdeling van de gevelvlakken in de plint.
Positief is dat in de gevel langs de Hoogstraat een verwijzing wordt opgenomen naar voormalig bewoner priester-dichter Hugo Verriest. De gedenksteen werd, overeenkomstig de voorwaarden van een eerder verleende vergunning, geïntegreerd in de nieuwe voorgevel. Dit element draagt bij aan het behoud van de historische leesbaarheid van de locatie.
In voorliggende aanvraag is eveneens tegemoet gekomen aan de in de vorige vergunning opgelegde voorwaarden met de doelstelling de handelsfuncties duidelijk zichtbaar te maken vanuit het openbaar domein door de beide handelsruimtes voldoende vitrine te geven in de vorm van voldoende grote glaspartijen en glazen schuifdeuren.
Materialisatie
Het gebouw aan de zijde van de Hoogstraat wordt uitgevoerd in een lichtkleurig gevelmetselwerk in combinatie met architectonisch beton. Het dak wordt afgewerkt met lichtgekleurde tegelpannen. Het gedeelte van de gevel dat wordt overbouwd door Hoogstraat 110 wordt afgewerkt met een lichtkleurige crepi.
De voorgestelde gewijzigde materialisatie vloeit voort uit de in de vorige vergunning opgelegde voorwaarde waarbij het college het volgende oplegde:
De gevelafwerking dient te gebeuren in kleinschalig beige/grijs metselwerk (baksteen) in vlakke gevel in plaats van het architectonisch beton. Het gebruik van glad architectonisch beton als hoofdgevelmateriaal is niet toegestaan.
De voorwaarde waarborgt de inpassing in het straatbeeld.
Het straatbeeld vormt immers een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en draagt bij aan de herkenbaarheid en samenhang van de kern. Een doordachte materiaalkeuze en een zorgvuldige afstemming van kleurgebruik en textuur zijn daarbij essentieel. Zij versterken de samenhang van het straatbeeld en voorkomen een versnipperde of onsamenhangende perceptie.
De bebouwing in de directe omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door gevels in traditioneel metselwerk met een gevarieerd maar harmonieus kleurenpalet. Deze duurzame en tijdloze materialen dragen bij aan de menselijke schaal, de dorpse identiteit en de belevingskwaliteit van de omgeving. Het aanbrengen van architecturale accenten in afwijkende materialen kan hierbij verantwoord zijn. Ondanks het feit dat in voorliggend ontwerp een deel van de materialisatie aangepast werd naar gevelmetselwerk wordt het gebruik van vlak architectonisch beton echter op een wijze toegepast die de horizontale geleding van het gebouw verder benadrukt. Dit staat haaks op de gewenste verticale articulatie van de gevel en wordt stedenbouwkundig als niet wenselijk geacht.
Daarnaast wordt het dak afgewerkt met lichtgekleurde dakpannen. In de onmiddellijke omgeving worden de daken evenwel voornamelijk gekenmerkt door roodbruine en zwarte dakpannen. Een licht dak komt in de directe context niet voor. Gelet op de prominente ligging van het project nabij de beschermde kerk en binnen een beeldbepalend deel van de kern, is een terughoudende en contextgerichte materiaalkeuze aangewezen. Het toepassen van dakpannen in een roodbruine of zwarte tint sluit beter aan bij het karakter van de omgeving en zou bijgevolg voor dat aspect wel gunstig worden beoordeeld.
Parkeerplaatsen, verkeersaantrek en groen- en omgevingsaanleg:
De inrichting van de buitenruimte, inclusief de parkeervoorzieningen, de verkeersafwikkeling en de groenaanleg, maakte reeds het voorwerp uit van de vergunning met referentie OMV_2024113825.
Aangezien de voorliggende aanvraag geen wijzigingen aanbrengt aan deze vergunde inrichting, worden hieromtrent geen bijkomende stedenbouwkundige bemerkingen geformuleerd.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg NIET volledig verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg omwille van de gewijzigde inplanting (inspringing en uitkraging tov de rooilijn), de horizontaliteit van het gebouw door de luifel in architectonisch beton en het ontbreken van voldoende vertikaliteit in de gevel en de kleur van de dakbedekking.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving NIET. Het aangevraagde past zich NIET in in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing
7.13 Bespreking adviezen
De voorwaarden gesteld in het advies van brandweerzone Fluvia worden integraal overgenomen.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het standpunt van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en is van mening dat het aangevraagde project in aanmerking komt voor vergunning.
De gevelmaterialisatie werd aangepast grotendeels tot gevelmetselwerk zoals opgelegd in de vorige vergunning en het architectonisch beton beperkt zich tot gevelaccenten. De kleur van de dakbedekking sluit aan bij de kleur van het gevelmateriaal en zal er één geheel mee vormen.
De vergunning wordt afgeleverd mits naleving van de gesuggereerde voorwaarde inzake de IIOA en mits naleving van het advies van de brandweerzone FLuvia.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Thibault Meulebroeck namens THUZ NV gevestigd Gentseweg 461 te 8793 Waregem, voor het bouwen van een meergezinswoning met 2 handelspanden (wijzigen vergunde aanvraag), op een perceel gelegen Hoogstraat 106, 112, 114 en Tulpenlaan 3 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 214 V, (afd. 1) sectie A 214 W, (afd. 1) sectie A 223 G, (afd. 1) sectie A 224 F en (afd. 1) sectie A 226 G, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten die vergund werden in omgevingsvergunning met referentie OMV2024113825 dienen stopgezet te worden zodra huidige vergunning verleend is. Dit gebeurt via de procedure in het omgevingsloket genaamd ‘Melding stopzetting of verval van een vergunning van een ingedeelde inrichting of activiteit’.
● Het advies van de brandweerzone Fluvia dient nageleefd te worden.
Zitting van CBS van 16 SEPTEMBER 2026
D.2. OMV 2026_2 - Berglaan/Oudstrijderslaan - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verkavelen van een perceel tot 4 loten, op een perceel gelegen Berglaan en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 156 G aangevraagd door Axel Beyaert namens WIM BEYAERT PROJECTS BV met als contactadres Otegemstraat 235 te 8550 Zwevegem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 11 september 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt:Ongunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
Er zijn geen historische dossier relevant voor deze eigendom.
3.a. Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.855 m² en is gelegen op de hoek van de Berglaan en Oudstrijderslaan op ongeveer 300 m ten westen van de kern van Sint-Lodewijk. Beide straten zijn een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het perceel is braakliggend en is ingezaaid met gras.
De omgeving heeft een residentieel karakter aan de rand van de dorpskern van Sint-Lodewijk. De omgeving bestaat hoofdzakelijk uit eengezinswoningen in open, halfopen en gesloten bebouwingsvormen.
Het merendeel van de woningen telt één tot twee bouwlagen onder hellend dak, afgewisseld met meer recente woningen met een eigentijdse architectuur. De perceelsstructuur is heterogeen, met voornamelijk compacte percelen. Groen is voornamelijk aanwezig in de vorm van private tuinen en bomenrijen langs de wegen. Publiek groen is in beperkte mate aanwezig. De wijk wordt ontsloten via de Oudstrijderslaan, wat de hoofdstraat is in de woonwijk, de Berglaan is hieraan ondergeschikt.
3.b. Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag beoogt de verkaveling en residentiële ontwikkeling van een momenteel onbebouwd perceel omarmd door de Berglaan en de Oudstrijderslaan binnen een bestaande woonomgeving.
De verkaveling voorziet in vier loten met een oppervlakte van respectievelijk ongeveer 488 m², 530 m², 430 m² en 430 m² waarbij de loten worden georiënteerd op de Berglaan. De loten 1 en 2 en 3 en 4 kunnen samengevoegd worden i.f.v. het bouwen van een alleenstaande woning. Nevenfuncties zoals handel, diensten en kantoren kunnen mits ze maximum 30% van de totale vloeroppervlakte innemen.
Voor de woningen worden maximale bouwzones en -volumes vastgelegd. Binnen deze bouwzones kunnen eengezinswoningen worden opgericht met een maximale bouwdiepte van maximum 15 m op het gelijkvloers en 12 m op de verdieping. De woningen worden voorzien met een bouwvrije zijstrook ten opzichte van de perceelsgrenzen. In deze vrije zijstrook wordt de mogelijkheid voorzien om een carport te plaatsen. De verharding in de voortuin ifv oprit en toegang tot de woning heeft een maximale breedte van 4 m. De verkavelingsvoorschriften laten een bouwvolume toe bestaande uit maximaal twee bouwlagen, afgewerkt met een hellend dak tussen 30° en 45°. De dakhelling van de carport ligt tussen 0 en 30°.
De niet-bebouwde delen van de loten worden ingericht als voor-, zij- en achtertuin. In functie van de oprichting van de carports op de perceelsgrens tussen lot 2 en lot 3 wordt één bestaande straatboom gerooid. Het hoogteverschil tussen lot 4 en het openbaar domein wordt opgevangen door middel van een keermuur, gecombineerd met een haag langs de zijde van het openbaar domein. Reliëfwijzigingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van beperkte aanpassingen die noodzakelijk zijn voor de aanleg van infiltratievoorzieningen.
Binnen de tuinzone is de aanplant van minstens één boom van tweede grootte verplicht. Bijgebouwen zijn toegelaten tot een maximale oppervlakte van 40 m². Niet-overdekte constructies mogen maximaal 80 m² bedragen.
Afsluitingen grenzend aan het openbaar domein hebben in de voortuin een maximale hoogte van 1,00 m. In de zij- en achtertuin geldt een maximale hoogte van 2,00 m. Onder afsluiting wordt verstaan: een haag of een constructie uitgevoerd in duurzame en esthetisch verantwoorde materialen.
Achteraan de loten 2, 3 en 4 wordt een tuinpoortje voorzien met een rechtstreekse aansluiting op de Oudstrijderslaan. Voor lot 1 wordt een verbinding met de Oudstrijderslaan gerealiseerd via een erfdienstbaarheidsstrook langs de perceelsgrens, eveneens uitgerust met een tuinpoortje. Op die manier beschikken alle loten over een secundaire toegang tot het openbaar domein.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 15 juni 2026 tot 14 juli 2026. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er één bezwaarschrift ontvangen.
Het ingediende bezwaar kan als volgt samengevat worden:
De bezwaarindiener vreest dat de vier geplande woningen achter zijn perceel:
● het huidige open uitzicht aanzienlijk zullen aantasten;
● een negatieve invloed zullen hebben op de waarde van zijn woning;
● zullen leiden tot meer directe aanpalende buren, met een verhoogde kans op toekomstige burenconflicten.
Daarnaast vraagt hij om de inrichting van de verkaveling te herbekijken door de loten meer gelijkwaardig op te delen. Concreet stelt hij voor om loten 1 en 2 dezelfde diepte te geven als loten 3 en 4, zodat eventueel een gedeelde achteruitweg kan worden voorzien. Dit zou volgens hem zowel de bereikbaarheid en brandveiligheid verbeteren als mogelijke conflicten tussen buren helpen voorkomen.
Brandweer Fluvia heeft advies uitgebracht binnen de termijn van 30 dagen volgend op de ontvangst van de adviesvraag. De eindconclusie van het advies luidt als volgt: gunstig voor zover
● de aangeplante bomen tijdens hun levensduur de vrije doorgang van brandweervoertuigen niet zullen hinderen;
● de aanleg van wegenis, circulatie- en parkeerzones rekening houdt met een permanente toegankelijkheid van de bluswatervoorziening.
Proximus heeft advies uitgebracht binnen de termijn van 30 dagen volgend op de ontvangst van de adviesvraag. De eindconclusie van het advies luidt als volgt: voorwaardelijk gunstig. Volgende voorwaarden dienen overgenomen te worden:
● Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.
● Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.
● Van zodra vergund en minimaal zes maanden voor wind- en waterdicht dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het online formulier in te vullen via https://proximusforrealestate.be/bouwen-online-formulier/
● De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.
● Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via network.relations.A11@proximus.com.
● Sloop en/of gevelwerken dienen ten laatste acht weken voor uitvoering gemeld te worden via https://www.proximus.be/nl/id_f_cr_afbraak/particulieren/r-orphans/forms/afbraak.html
De Watergroep heeft advies uitgebracht binnen de termijn van 30 dagen volgend op de ontvangst van de adviesvraag. De eindconclusie van het advies luidt als volgt : voorwaardelijk gunstig.
Er dient wel voldaan te worden aan volgende algemene voorwaarden.
Wyre heeft advies uitgebracht binnen de termijn van 30 dagen volgend op de ontvangst van de adviesvraag. De eindconclusie van het advies luidt als volgt : voorwaardelijk gunstig.
Onze studiedienst stelde vast dat er een netuitbreiding nodig is om alle loten van dit project aansluitbaar te maken. Er werd een offerte (zie bijlage) opgesteld. In deze offerte houden we rekening met het aanleggen van nutsleidingen in overleg met andere nutsmaatschappijen. Dit is kostenbesparend en beperkt de hinder. We stemmen de uitvoeringstermijnen dan ook af op de planning van de andere werken.
Deze vaststelling omvat niet de aftak- en aansluitkosten van de abonnee. Deze worden met de latere abonnee verrekend.
Fluvius heeft advies uitgebracht betreffende de verkaveling. De eindconclusie van het advies luidt als volgt: voorwaardelijk gunstig
Er werd een offerte opgesteld die opgeladen werd op het omgevingsloket. De offerte heeft betrekking op de uitvoering van de verkaveling en op de last die opgelegd zal worden bij afgifte van de vergunning. De loten mogen pas worden verkocht wanneer de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen door de bouwheer voor akkoord ondertekend wordt en de facturen vereffend zijn.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.a. Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het verkavelen van een perceel grond in 4 loten, bestemd voor woningbouw, zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.b. Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De verkavelingsaanvraag omvat geen aanleg van nieuwe openbare verkeerwegen noch tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijk verkeerswegen.
Voor de uitrusting van de verkaveling is advies gevraagd aan de nutsmaatschappijen. Er is een uitbreiding nodig van de netten van de Watergroep (drinkwater en riolering), Proximus, Wyre en Fluvius.
In de diverse adviezen zijn offertes opgenomen en is opgenomen dat het verkoopbaarheidsattest pas afgeleverd kan worden nadat voldaan is aan alle voorwaarden en verplichtingen opgelegd in de adviezen.
Het naleven van deze adviezen dient bijgevolg opgenomen te worden in de voorwaarden bij afgifte van de vergunning.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
Stikstof
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2.920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2.920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. Dit geldt ook voor het bouwen van 4 woningen. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van deze verkaveling voor vier eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.
7.c. Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1ha) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of in een risicozone voor overstromingen. Aangezien er geen nieuwe wegenis aangelegd wordt moeten er in de verkaveling geen collectieve voorzieningen geïnstalleerd worden. Per lot zal voldaan moeten worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. In de motivatienota bij het verkavelingsdossier is opgenomen dat nieuwe verhardingen dienen aangelegd met waterdoorlatende materialen of materialen toegepast met een brede voeg. Waterdichte vlakken zijn enkel toegestaan voor verharding van de terrassen (max. 80m²) mits ze afwateren in de naastliggende bodem. Deze bepalingen zijn belangrijk ikv de watertoets zodat ze verordenend opgelegd dienen te worden. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is.
7.d. Mer-screening
De bouwaanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025, meerbepaald rubrieknummer 10b stadsontwikkelingsprojecten.
In navolging van het besluit dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage II bij het m.e.r.-besluit). De m.e.r.-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket.
Hierbij werden de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd waarom deze niet aanzienlijk zijn. Bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd reeds vastgesteld dat de milieueffecten niet aanzienlijk zijn. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist.
7.e. Natuurtoets
Niet van toepassing.
7.f. Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.g. Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.h. Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.i. Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.j. Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het verkavelen van een stuk grond in functie van woningbouw met nevenbestemming handel, diensten en kantoren. Gelet op de functies aanwezig in de omgeving past woningbouw zich functioneel in. Gezien de ligging van de eigendom in de woonwijk dienen nevenfunctie beperkt te worden tot deze die voorzien zijn in het vrijstellingsbesluit in combinatie met de bepalingen uit de voorschriften.
Inplanting en ruimtegebruik:
Deerlijk heeft een groot bestand aan bouwgronden gelegen in woongebied. Om te bepalen of een grond goed gelegen is om al dan niet te verdichten, om een overaanbod aan woningen te vermijden en om te vermijden dat bijkomend woonaanbod op de verkeerde locatie terecht komt, werd een woonkaart opgemaakt. De woonkaart geeft aan welke woondensiteit wenselijk is in welk type woongebied en welke functies er naast wonen mogelijk zijn. Het woongebied werd op basis van de ruimtelijke morfologie en het programma onderverdeeld in 4 typegebieden onderscheiden. Deze woonkaart werd als BGO goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 september 2024.
De eigendom situeert zich binnen het typegebied ‘wonen in een landelijke cluster’ waarbij de maximale dichtheid vastgelegd wordt op 15we/ha, waarbij de perceelsoppervlakte minstens 666 m² bedraagt en waarbij opgenomen is dat percelen vanaf 1.333 m² opsplitsbaar zijn. Dat betekent dat rekening houdend met het bestaande referentiekader het perceel geschikt is voor 2,78 woningen. Het voorstel beantwoordt bijgevolg niet aan de bepalingen uit de BGO. Indien de loten samengevoegd worden, zoals ook opgenomen als een mogelijkheid in de voorschriften dan kan wel voldaan worden aan de bepalingen uit het BGO.
Voor Sint-Lodewijk werd ook een DNA-masterplan opgemaakt en goedgekeurd. In het DNA-masterplan is opgenomen dat verdichting een middel kan zijn om de kwaliteit van het dorp te versterken en dat onbebouwde percelen met meerwaarde voor de buurt ontworpen dienen te worden.
Voor voorliggende eigendom werd tijdens het voortraject aangegeven dat een verdichting en bijgevolg het creëren van de voorziene 4 loten mogelijk was op voorwaarde dat ingezet werd op het vergroenen van de kern. Er werd gesuggereerd om een deel van het perceel in te richten als over te dragen groenzone (zoals ook gesuggereerd in het masterplan) en dat te koppelen aan een ontharding en vergroening van de doorsteek naar de Camiel Vereeckelaan ten zuiden zodat deze verbinding voor fietsers en voetgangers een meerwaarde kan hebben en op die manier het project een meerwaarde heeft voor het dorp. In voorliggende aanvraag werden 4 loten gecreëerd zonder publieke meerwaarde waardoor het voorstel niet beantwoord aan de visie uit het DNA-masterplan.
De inplanting van de woningen op de loten wordt voorzien op +/- 5 m achter de rooilijn. Een dergelijke inplanting is standaard en laat toe om een wagen te plaatsen in de voortuinstrook.
Bouwvolume en gabarit:
Het volume van de woningen kan maximaal bestaan uit 2 bouwlagen met een hellend dak. Dit maximale volume is in overeenstemming met heel wat woningen in de directe omgeving. De maximale bouwdiepte op het verdiep bedraagt 12 m. De voorschriften voorzien de mogelijkheid om een carport op te richten in de zijtuinstrook en dat op 3 m achter de voorbouwlijn. Deze bouwvolumes sluiten aan bij de omgeving.
Verschijningsvorm:
De voorschriften bepalen dat de woningen moeten worden opgericht in duurzame en esthetisch verantwoorde materialen. Dit voorschrift biedt echter onvoldoende garanties voor een goede integratie binnen de bestaande omgeving. Gelet op het straatbeeld en de directe omgeving, waar de woningen hoofdzakelijk zijn opgetrokken in metselwerk, is het aangewezen om de materiaalkeuze hierop af te stemmen. Daarom wordt voorgesteld om bij een herwerking van het ontwerp op te nemen dat het hoofdvolume van de woningen dient te worden uitgevoerd in metselwerk. Door deze aanvulling wordt voldoende gewaarborgd dat de nieuwe woningen op een kwaliteitsvolle wijze aansluiten bij de bestaande bebouwing en bijdragen aan een coherent straatbeeld.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Ten gevolge van de geplande ontwikkeling wordt een beperkte toename van de verkeersaantrek verwacht. Gelet op de goede ontsluiting van de site kan deze toename door het omliggende wegennet worden opgevangen. De voorschriften voorzien per lot een carport in de vrije zijstrook, met bijkomende parkeerruimte op de oprit ervoor. Dit betekent dat op eigen terrein 2 autostandplaatsen voorzien worden en de parkeerbehoefte bijgevolg op eigen terrein opgevangen wordt. Gelet op de aanwezigheid van poortjes palend aan het openbaar domein die toegang geven tot de tuinzone is er de mogelijkheid om op eigen terrein ook vlot toegankelijke fietsvoorzieningen te kunnen realiseren.
Groen- en omgevingsaanleg:
De percelen zijn voldoende ruim om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. De voorschriften leggen veel nadruk op het groene karakter van de tuinzone. In de voorschriften is ook opgenomen dat er verplicht wordt tot aanplant van een boom per lot. Ook de voortuin wordt voldoende groen ingericht door het beperken van de verharde oppervlakte.
Om het niveauverschil tussen lot 4 en het openbaar domein op te vangen is in de voorschriften opgenomen dat een keermuur geplaatst kan worden en dat tussen de rooilijn en de keermuur een haag aangeplant moet worden. Teneinde voldoende garanties te hebben dat de haag kan uitgroeien tot een volwaardige afsluiting is het wenselijk de keermuur te plaatsen op minstens 1 m van de rooilijn.
Gelet op de helling van het terrein en de impact hiervan op de individuele kavels is het wenselijk, indien de loten apart verkocht worden, de verkavelaar reeds de terreinaanlegwerken in zijn geheel uitvoert zoals mogelijk gemaakt wordt in de verkavelingsvoorschriften alvorens over te gaan tot de verkoop van de lopen. Indien een groepswoningbouwproject gerealiseerd wordt dan kunnen deze terreinaanlegwerken binnen het groepswoningbouwproject opgevangen worden.
De straatbomen worden maximaal behouden. Eén boom wordt gerooid maar wordt gecompenseerd langs de zuidzijde van de eigendom. Dit dient opgelegd te worden als last.
De voetpadstrook rondom het perceel bestaat nu uit deels gras en deels dallen. Teneinde de straatbomen maximaal te laten uitgroeien, de voetpadstrook uniform en voldoende klimaatadatief in te richten en gelet op het verkeersluwe karakter van de omgeving dient als last opgelegd te worden dat de voetpadstrook palend aan de eigendom onthard en ingezaaid moet worden, behoudens de zones waar de opritten naar de carports en de woningen aanwezig zijn waar deze verhard kan worden met betonstraatstenen.
7.k. Resultaten openbaar onderzoek
Het bezwaar is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk.
Omtrent het ingediende bezwaar kan volgend standpunt ingenomen worden:
De bezwaren betreffende verlies van uitzicht, waardevermindering van eigendommen en mogelijke burengeschillen zijn niet relevant in het kader van de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening.
De opmerking over het aantasten van het huidige open uitzicht wordt ongegrond verklaard. Het betrokken perceel is bestemd als een woongebied en bijgevolg steeds bedoeld om te bebouwen.
De opmerking omtrent het herbekijken van de perceelsconfiguratie, de inrichting van de loten en de eventuele meerwaarde van een achterontsluiting worden beschouwd als ruimtelijk relevante aandachtspunten en worden meegenomen in de verdere beoordeling van de goede ruimtelijke ordening (maatschappelijke meerwaarde).
7.l. Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.m. Bespreking adviezen
De nutsmaatschappijen Wyre, Fluvius, Proximus formuleren een aantal voorwaarden. Deze dienen, gezien de specifieke problematiek stipt nageleefd te worden.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen volgt het ongunstig advies van de omgevingsambtenaar niet.
Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de aanvraag, mits naleving van onderstaande voorwaarden en lasten, ruimtelijk aanvaardbaar is.
De aanvraag wijkt af van de richtwaarden inzake woondichtheid zoals opgenomen in de gemeentelijke Beleidsmatig Gewenste Ontwikkeling (BGO). Deze beleidsvisie vormt evenwel geen juridisch bindend stedenbouwkundig voorschrift en sluiten niet uit dat, op grond van de concrete ruimtelijke kenmerken van een aanvraag en haar omgeving, gemotiveerd van deze richtwaarden wordt afgeweken.
Het college is van oordeel dat de afwijking in dit concrete geval ruimtelijk verantwoord is. De aanvraag is gelegen binnen de kern van Sint-Lodewijk en sluit aan bij de bestaande bebouwings- en perceelsstructuur van de omgeving. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de feitelijke ruimtelijke context. De omliggende percelen vertonen een heterogene perceelsstructuur. In de onmiddellijke omgeving komen onder meer percelen voor met een oppervlakte van circa 530 m², 507 m² en 596 m². Aan de overzijde van de straat komen eveneens percelen voor met een oppervlakte van circa 315 m², 312 m², 460 m² en 625 m². De voorgestelde lotgroottes zijn bijgevolg niet vreemd aan de bestaande ruimtelijke context en kunnen binnen deze context worden ingepast. De aanvraag vormt geen geïsoleerde verdichting die losstaat van de bestaande structuur, maar sluit aan bij de reeds aanwezige verscheidenheid aan perceelsgroottes in de onmiddellijke omgeving. Het college acht de concrete ruimtelijke inpassing daarom voldoende verantwoord om af te wijken van de in de BGO opgenomen richtwaarde inzake woondichtheid.
In de motivatie van de omgevingsambtenaar worden een aantal voorwaarden gesuggereerd die in functie van de goedkeuring over te nemen zijn. Het betreffen volgende elementen die het college wenst op te leggen bij afgifte van de vergunning:
● Gelet op de helling van het terrein en de impact hiervan op de individuele kavels dient, indien de loten apart verkocht worden, de verkavelaar reeds de terreinaanlegwerken in zijn geheel uit te voeren zoals mogelijk gemaakt wordt in de verkavelingsvoorschriften alvorens over te gaan tot de verkoop van de loten (indien noodzakelijk na vergunning). Indien een groepswoningbouwproject gerealiseerd wordt dan kunnen deze terreinaanlegwerken binnen het groepswoningbouwproject opgevangen worden.
● Om het niveauverschil tussen lot 4 en het openbaar domein op te vangen is in de voorschriften opgenomen dat een keermuur geplaatst kan worden en dat tussen de rooilijn en de keermuur een haag aangeplant moet worden. Teneinde voldoende garanties te hebben dat de haag kan uitgroeien tot een volwaardige afsluiting dient de keermuur te worden geplaatst op minstens 1 m van de rooilijn. Indien technisch noodzakelijk kan ter hoogte van de carport voor lot 4 deze afstand van 1 m beperkter worden mits de haag tussen de rooilijn en de keermuur voldoende kan uitgroeien en een continuïteit heeft met de rest van de aanplant langs de rooilijn.
● Gezien de ligging van de eigendom in de woonwijk worden nevenfuncties beperkt tot deze die voorzien zijn in het vrijstellingsbesluit in combinatie met de bepalingen uit de voorschriften.
● De voorwaarden opgenomen in de adviezen van de betrokken nutsmaatschappijen dienen integraal te worden nageleefd.
● De loten mogen slechts worden verkocht nadat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door de nutsmaatschappijen en nadat de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen zijn nagekomen.
● De straatboom die naar aanleiding van de realisatie van de verkaveling dient te verdwijnen, moet worden gecompenseerd door de aanplant van minstens één volwaardige hoogstammige boom op een geschikte locatie langs de zuidzijde van het projectgebied. De concrete locatie, soortkeuze en wijze van aanplant worden bepaald in overleg met de gemeentelijke coördinator groen en proper.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Axel Beyaert namens WIM BEYAERT PROJECTS BV met als contactadres Otegemstraat 235 te 8550 Zwevegem, voor het verkavelen van een perceel tot 4 loten, op een perceel gelegen langs de Berglaan en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 156 G mits naleving van de in artikel 2 van dit besluit opgenomen voorwaarden en last en met behoud van de overige toepasselijke wettelijke en reglementaire voorschriften.
Artikel 2
De vergunning wordt afgeleverd mits naleving van volgende voorwaarden en last:
● Gelet op de helling van het terrein en de impact hiervan op de individuele kavels dient, indien de loten apart verkocht worden, de verkavelaar reeds de terreinaanlegwerken in zijn geheel uit te voeren zoals mogelijk gemaakt wordt in de verkavelingsvoorschriften alvorens over te gaan tot de verkoop van de loten (indien noodzakelijk na vergunning). Indien een groepswoningbouwproject gerealiseerd wordt dan kunnen deze terreinaanlegwerken binnen het groepswoningbouwproject opgevangen worden.
● Om het niveauverschil tussen lot 4 en het openbaar domein op te vangen is in de voorschriften opgenomen dat een keermuur geplaatst kan worden en dat tussen de rooilijn en de keermuur een haag aangeplant moet worden. De keermuur dient te worden geplaatst op minstens 1 m van de rooilijn. Indien technisch noodzakelijk kan ter hoogte van de carport voor lot 4 deze afstand van 1 m beperkter worden mits de haag tussen de rooilijn en de keermuur voldoende kan uitgroeien en een continuïteit heeft met de rest van de aanplant langs de rooilijn.
● Nevenfuncties moeten beperkt worden tot deze die voorzien zijn in het vrijstellingsbesluit in combinatie met de bepalingen uit de voorschriften.
● De voorwaarden opgenomen in de adviezen van de betrokken nutsmaatschappijen dienen integraal te worden nageleefd.
● De loten mogen slechts worden verkocht nadat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door de nutsmaatschappijen en nadat de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen zijn nagekomen.
● De straatboom die naar aanleiding van de realisatie van de verkaveling dient te verdwijnen, moet worden gecompenseerd door de aanplant van minstens één volwaardige hoogstammige boom op een geschikte locatie langs de zuidzijde van het projectgebied. De concrete locatie, soortkeuze en wijze van aanplant worden bepaald in overleg met de gemeentelijke coördinator groen en proper.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.