Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 22 april 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 22 april 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 22 april 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.2. Informatie- en archiefbeheer - samenwerkingsovereenkomst - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de overeenkomst tot structurele samenwerking op vlak van informatie- en archiefbeheer tussen Deerlijk, Harelbeke en Wervik, te agenderen op de gemeenteraad.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 21 februari 2024 samen met de regio in te stappen in een regionaal project rond informatie- en archiefbeheer, door in te tekenen op een subsidie-oproep van de provincie West-Vlaanderen.
Vanuit die oproep werden in de regio Zuid-West-Vlaanderen 4 dergelijke projecten opgezet, zijnde:
● cluster 1: Wevelgem, Avelgem en Anzegem
● cluster 2: Wervik, Harelbeke en Deerlijk
● cluster 3: Menen, Zwevegem en Waregem
● cluster 4: Kortrijk, Lendelede en Kuurne
Met de ingediende projecten is het de ambitie om de processen waaruit bestuursdocumenten voortvloeien in kaart te brengen en een digitale structuur op te zetten waarmee iedere medewerker vlot kan werken, en het lokaal bestuur zich in regel kan stellen met de bepalingen van o.m. het Vlaams Bestuursdecreet.
Onder impuls van SHIFT, het digitale transformatietraject voor de regio Zuid-West-Vlaanderen werden de noden voor Deerlijk als volgt onderschreven, zijnde:
● een opruiming van het analoog archief waarbij op het bestaande volume actie kan ondernomen worden om alles volgens de wettelijke normen en bewaartermijnen te bewaren of te vernietigen, en tegelijk een kader met heldere en toepasbare richtlijnen voor de diensten;
● een helder kader en technische opzet rond digitaal informatiebeheer, van ontstaan tot archivering en vernietiging van digitale documenten, dat werkbaar is voor medewerkers en een kwalitatieve opzoekbaarheid garandeert.
Het college van burgemeester en schepenen besliste om akkoord te gaan met een samenwerking die zich zou richten op deze noden, en om na de oorspronkelijke looptijd van 2 jaar, mits een positieve evaluatie, de verdere samenwerking voor de langere termijn te onderschrijven.
Om de afspraken hieromtrent transparant te krijgen werd vanuit Wervik, penhouder van het traject, een retroactieve overeenkomst opgesteld met daarin alle modaliteiten van de samenwerking.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd deze overeenkomst voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het verzorgen van het gemeentelijk archief is een expliciete decretale verplichting voor het college van burgemeester en schepenen, ingeschreven in het Decreet Lokaal Bestuur.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 5 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 15.000 euro/jaar incl. subsidies - 20.000 euro/jaar t.e.m. 31.07.27. 20.000 euro/jaar exl. subsidies vanaf 01.08.27. |
Actie | We werken aan een geoptimaliseerd, analoog en digitaal archief- en informatiebeheer. |
Jaarbudgetrekening | 0119-00 613100000 |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de samenwerkingsovereenkomst tot structurele samenwerking inzake informatie- en archiefbeheer tussen Deerlijk, Harelbeke en Wervik, te agenderen op de gemeenteraad van 4 juni 2026.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.3. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Leiedal - verslag van de raad van bestuur van 10 april 2026
● Fluvius West - verslag van het regionaal bestuurscomité Leie van 28 januari 2026
● Verbroederingscomité Neunkirchen - verslag van de vergadering van 22 april 2026
● Zuidwest - verslagen van de raad van bestuur van 16 januari en 20 februari 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.4. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.5. Buitenspeeldag - woensdag 22 april 2026 - vrijwilligersvergoedingen - goedkeuring
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.6. Cultuur - volksfeest René De Clercqgenootschap - 11 juli 2027 - gratis optreden fanfare Sint-Cecilia in opdracht van de gemeente - goedkeuring
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Lies De Witte Claude Croes Lukas Viaene Karel Bauters Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Regine Rooryck Lies De Witte Claude Croes Lukas Viaene Jo Tijtgat Louis Vanderbeken Regine Rooryck aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.7. BBO De KIM & De SAM - schoonmaak juli/augustus 2026 - tijdelijke aanstellingen - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.8. Ticketverkoop voor derden - Mohsin Abbas - 20 april 2026 - samenwerking tussen Neos en Vief - terugbetaling - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de terugbetaling van de ticketverkoop voor derden via het vrijetijdspunt, voor de voorstelling "Mohsin Abbas en vrienden" van Neos en Vief, goed te keuren.
Motivering
Artikel 4 van het retributiereglement Vrijetijdsaanbod, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 november 2025, laat toe dat Deerlijkse verenigingen de ticketverkoop voor hun activiteiten en evenementen laten verlopen via het vrijetijdspunt. De ticketprijs wordt door de vereniging zelf bepaald. Het lokaal bestuur ontvangt voor haar administratieve opvolging en voor de dekking van de softwarekosten een bedrag van 0,43 euro per verkocht ticket.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 3 december 2025 kennis van de aanvraag ticketverkoop voor derden door Neos en Vief voor de voorstelling "Mohsin Abbas en vrienden".
Voor de voorstelling "Mohsin Abbas en vrienden" georganiseerd door Neos en Vief op 20 april 2026 werd volgend aantal tickets verkocht via het vrijetijdspunt:
● 296 tickets à 25 euro = 7.400 euro
● Totale aan te rekenen kost voor het lokaal bestuur: 296 tickets à 0,43 euro= 127,28 euro.
De terugbetaling van de ticketverkoop betreft aldus een bedrag van 7.272,72 euro.
In het kader van de samenwerking tussen de twee verenigingen voor deze voorstelling wordt expliciet gevraagd om het totale bedrag van 7.272,72 euro op te splitsen in twee gelijke delen van 3.636,36 euro en deze afzonderlijk over te schrijven op de rekening van Neos en de rekening van Vief.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Retributiereglement vrijetijdsaanbod, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 27 november 2025
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 7.272,72 euro |
Actie | uitbetaling ticketverkoop voor derden |
Jaarbudgetrekening | GBB/0705-00/61320003 |
Visum | / |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de terugbetaling van de ticketverkoop voor derden via het vrijetijdspunt, voor de voorstelling "Mohsin Abbas en vrienden" van Neos en Vief, goed te keuren.
Het bedrag van 3.636,36 euro mag overgeschreven worden op rekeningnummer BE64 4635 1370 0152 van Neos.
Het bedrag van 3.636,36 euro mag overgeschreven worden op rekeningnummer BE17 3632 1593 9521 van Vief.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.9. Ventilus - procedure tot vernietiging GRUP - vervolg - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om in het kader van de procedure tot vernietiging van het GRUP Ventilus bij de Raad van State, te beslissen om een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in te dienen.
Motivering
Rasschaert advocaten, die als raadsman i.k.v. het dossier Ventilus aangesteld werd, ontving recent de auditoraatsverslagen in de procedure tot vernietiging van het GRUP Ventilus bij de Raad van State. De auditeur besluit dat het beroep tot nietigverklaring ongegrond is en moet worden verworpen.
De auditeur verwerpt ten eerste het middel dat is afgeleid uit een schending van het Ruimtelijk Structuurplan. Deze stelt dat de RSV-bepalingen richtinggevend en niet absoluut zijn. Uit het dossier blijkt voldoende waarom niet voor een verdergaande ondergrondse aanleg of een andere bundeling werd gekozen. Hij acht de gemaakte keuze voldoende onderbouwd op basis van de verrichte studies en de ingewonnen expertise.
Ook het middel inzake het alternatievenonderzoek wordt niet gevolgd. De auditeur meent dat enkel redelijke en realistische alternatieven moesten worden onderzocht. Er is afdoende gemotiveerd waarom onder meer de bundeling langs de E40 en een oplossing op basis van gelijkstroom niet in overweging zijn genomen. In dat verband wordt benadrukt dat de plannende overheid over een beoordelingsruimte beschikt en dat een verschil in beleidskeuze op zich geen vernietigingsgrond oplevert.
Verder verwerpt de auditeur de argumentatie over de schending van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de gelijke behandeling van burgers voor openbare lasten. De auditeur meent dat die beginselen niet dienstig als vernietigingsgrond tegen het GRUP kunnen worden ingeroepen en het GRUP geen onwettige of ongerechtvaardigde ongelijkheid creëert.
De auditeur volgt evenmin de argumentatie aangaande de schending van de goede en duurzame ruimtelijke ordening. Volgens hem blijkt uit het dossier dat de verschillende betrokken belangen wel degelijk zijn afgewogen en dat de planologische keuzes voldoende zijn gemotiveerd. De kritiek wordt afgewezen als opportuniteitskritiek.
Tot slot wordt ook het middel over onder meer de gezondheidsimpact door de auditeur afgewezen, omdat deze van oordeel is dat de gezondheidsaspecten uitvoerig zijn onderzocht. Er werd wel degelijk een voorzichtige en onderbouwde benadering gehanteerd. De verwijzingen naar andere procedures of uitspraken brengen de auditeur niet tot een ander besluit.
Hoewel het auditoraatsverslag een belangrijk gewicht heeft in de verdere beoordeling van de zaak, vormt het nog geen einduitspraak. De Raad van State is niet gebonden door dit advies.
In een volgend stadium dient de gemeente te beslissen over het al dan niet indienen van een laatste memorie of ten minste een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging. Bij een gebrek aan een verzoek tot voortzetting gaat de Raad ervan uit dat afstand wordt gedaan van de procedure.
Rasschaert advocaten adviseert om een laatste memorie met verzoek tot voortzetting in te dienen, zodat de Raad van State zich over het dossier kan uitspreken en dit toelaat de slaagkansen van het beroep beter in te schatten. De uiterste indieningsdatum is 13 mei 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van Rasschaert advocaten te volgen en over te gaan tot het indienen van een laatste memorie zodat er door de Raad van State wel degelijk een uitspraak ten gronde wordt gedaan over de ingenomen standpunten.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.10. OMV 2025_185 - Schragenstraat 23/A - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen Schragenstraat 23/A en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 180 L aangevraagd door Hannelore Rigole - Kurt Decrock wonende Kollegeplein 18 te 8530 Harelbeke.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 20 april 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● Het gedeelte verharding in de voortuin mag maximaal 25,60 m² bedragen.
● De carport moet ingeplant worden minstens 3 m achter de voorgevelbouwlijn van de woning.
● Er dient een septische put aangelegd te worden.
● De opmerkingen geformuleerd in het advies van de VMM, als volgt geformuleerd, stipt na te leven:
○ de hemelwaterput moet voorzien worden van een kneveldeksel om te vermijden dat overstromingswater kan binnendringen;
○ aansluitingen op de openbare riolering moeten voorzien worden van een terugslagklep.
● De tuinberging achteraan het perceel maakt geen deel uit van de vergunning.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Gavers, goedgekeurd op 1 september 1987 met als bestemming menging halfopen en open bebouwing.
Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van twee goedgekeurde niet-vervallen verkavelingen, één voor het gedeelte binnen de grenzen van het voormalige BPA Gavers, wijziging A (dossiernummer 1970-16) en één voor het gedeelte buiten de grenzen van het voormalige BPA Gavers, wijziging A (dossiernummer 1970-21), beiden goedgekeurd op 21 oktober 1970.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Verkavelingsvergunning (V.K. 60-2) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 02/07/1970 - vervallen.
● Verkavelingsvergunningen (0060-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 21/10/1970.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 568 m² en is gelegen langs de Schragenstraat op ongeveer 760 m ten zuiden van de kern van Deerlijk. De Schragenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is grotendeels braakliggend. Op de achterste perceelsgrens werd een tuinberging gebouwd zonder hiervoor enige vergunning gekend is. De tuinberging heeft een oppervlakte van ongeveer 40 m² en een hoogte van 2,4 m.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een halfopen eengezinswoning te bouwen.
De woning wordt ingeplant op 4,84 m van de rooilijn, op de rechter zijperceelsgrens en op 3,94 tot 3,06 m van de linker zijperceelsgrens. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt 28 m. De woning heeft een breedte van 9 m. De diepte op het gelijkvloers bedraagt 15 m en onder het dak bedraagt de diepte 9,6 m.
De woning bestaat uit één bouwlaag met hellend dak voor het voorste deel van de woning. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,45 m en de nokhoogte ligt op 8,25 m. Het achterliggende deel van de woning bestaat uit één bouwlaag en een plat dak met een hoogte van 3,45 m.
Op het gelijkvloers bevindt zich een inkom, bureau, woonkamer, keuken, fietsberging, berging/wasplaats en toilet. Onder het dak worden 3 slaapkamers en een badkamer ondergebracht.
De gevels worden afgewerkt in lichtgrijze gevelstenen, de dakbedekking bestaat uit donkergrijze pannen en het schrijnwerk is voorzien in donkergrijs pvc.
Waar de woning zal worden gebouwd, wordt het terrein opgehoogd met maximaal 29 cm om de woning klimaatrobuust te maken.
Tegen de linker zijgevel wordt een carport ingeplant tot op de linker perceelsgrens. De constructie wordt voorzien op 2 m van de voorgevel en op 6,84 m van de rooilijn. De carport heeft een oppervlakte van 22,4 m², een breedte van 3,94 m en een diepte van 6 m. Het geheel wordt afgewerkt met een plat dak en heeft een hoogte van 3 m.
In de voortuin wordt een oprit en een pad naar de voordeur verhard en wordt in de groenzone een wadi aangelegd. De verharding in de voortuin heeft een totale oppervlakte van 35,3 m². In de tuinzone wordt een terras met 32 m² op een galvastructuur aangelegd.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 16 februari 2026 tot 17 maart 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werd er 1 bezwaarschrift ingediend.
Het ingediende bezwaar kan als volgt samengevat worden:
Het bezwaarschrift handelt enerzijds over het mogelijke opstijgend vocht in de muur waar tegenaan gebouwd wordt. Hierdoor wordt gevraagd om roofing te plaatsen tussen de gebouwen.
Anderzijds is men bezorgd om het compensatiebekken dat wordt voorzien. De bezwaarindiener vraagt zich af of er genoeg afstand is van de omheining en beplanting.
VMM werd om advies verzocht op 10 februari 2026. De adviesinstantie bracht op 26 maart 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Het project wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd en is in overeenstemming te brengen met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:
● de hemelwaterput moet voorzien worden van een kneveldeksel om te vermijden dat overstromingswater kan binnendringen;
● aansluitingen op de openbare riolering moeten voorzien worden van een terugslagklep.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.
De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de twee goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op datum 21 oktober 1970 (dossiernummer VK0060-1 / 1970-16 en 1970-21).
Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden mits de aanvraag inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening gerespecteerd wordt.
De aanvraag dient bijgevolg getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA. De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het BPA. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:
Plan schrijft voor: | Ontwerp voorziet: |
Hellende dakvorm | Het eerste deel van de woning wordt voorzien van een hellend dak. Het tweede deel wordt afgewerkt met een plat dak. |
Er dient een afstand van 3 m bewaard te blijven bij halfopen woningen ten opzichte van de open zijkavelgrens. | In de bouwvrije zijtuinstrook wordt een carport opgericht |
Het gevraagde is voor het overige, behoudens de verharding in de voortuin, in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien de maximaal te bebouwen oppervlakte, de afmetingen, de functie conform de voorschriften worden voorzien.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de dakvorm en de bouwvrije zijtuinstrook zodat een afwijking overwogen kan worden.
Het hoofdgebouw wordt afgewerkt met een hellend dak, enkel de uitbouw wordt voorzien met een plat dak. Deze opbouw sluit aan op de bestaande wachtgevel waartegen aangebouwd wordt. Aangezien het hoofdvolume nog steeds een hellend dak heeft en de aanbouw niet zichtbaar is van op de openbare weg is deze afwijking aanvaardbaar.
Een tweede afwijking heeft betrekking tot de vrije zijtuinstrook. De carport wordt opgericht in deze strook. Een carport is op heden een gangbare constructie bij een eengezinswoning. De carport wordt ingeplant op 2 m achter de voorgevelbouwlijn van de woning. In de gemeente wordt als gangbare norm een inplanting op 3 m afstand van de voorgevelbouwlijn gehanteerd teneinde het open karakter van de vrije zijtuinstrook maximaal te behouden. Dit betekent dat dit als voorwaarde opgelegd zal worden. Het betreft voorts een open constructie die mede met en inplanting op 3 m achter de voorgevelbouwlijn zorgt voor het behoud van het open karakter van de woning. De aanpalende eigenaar formuleerde geen bezwaar waardoor de afwijking mits naleving van de voorwaarde bijgevolg toegestaan kan worden.
Teneinde volledig conform de voorschriften van het BPA te zijn dient de voortuinverharding beperkt te worden tot maximaal 40 % van de oppervlakte van de voortuin. Dit betekent voor een oppervlakte van de voortuin van 64 m², een maximale verharde oppervlakte van 25,60 m². Op het plan is 29,42 m² verharding voorzien (tuinpad van 14,90 m² en gedeelte oprit naar de carport in de voortuinstrook 14,52 m²). Dit betekent dat in de voorwaarde bij afgifte van de vergunning opgelegd dient te worden dat de verharding in het gedeelte voortuin maximaal 25,60 m² mag bedragen.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (art. 4.3.9., VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks. Als Riopactvennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing.
Op het rioleringsplan is geen septische put ingetekend waardoor dit opgenomen wordt in de voorwaarden.
Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Stikstofdecreet
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1 % de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1 %
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans.
Er dringen zich in het kader van de watertoets wel maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging. De volledige tuinzone wordt 16 cm verlaagd om een compensatiebekken te voorzien. Dit bekken heeft een oppervlakte van 267 m² en een volume van 42,72 m³. Het advies van de VMM is positief.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 4360 liter en een referentieoppervlakte van 13,5 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor wc’s, uitgietbak, wasmachine en buitenkraan.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een eengezinswoning. Deze functie is passend binnen de residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning wordt voorzien op zo’n 4,8 m van rooilijn en tot op de rechter perceelsgrens. De inplanting sluit volledig aan op de inplanting van de naastliggende aan te bouwen woning. De carport wordt voorzien in de bouwvrije zijtuin. Dit wijkt af van de voorschriften van het BPA (voor de beoordeling wordt verwezen naar de titel 7.1).
Bouwvolume en gabarit:
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren, de bouwhoogte is aanvaardbaar en de muren op de perceelsgrens veranderen niet. Het gabarit van de woning sluit aan op de wachtgevel waartegen aangebouwd wordt zodat geen blinde geveldelen zichtbaar zullen zijn. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving. Het ontworpen volume is in overeenstemming met de voorschriften van het BPA.
Verschijningsvorm:
De woning wordt voorzien in een grijze gevelsteen die inpasbaar is binnen de directe omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Er wordt een nieuwe eengezinswoning gebouwd. Bijgevolg zal deze functie geen ingrijpende wijziging van de verkeersaantrek teweeg brengen. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
In de voortuin worden op de perceelsgrenzen hagen voorzien naast de strikt noodzakelijke toegang tot de carport en de voordeur en de toegang tot de fietsenberging. Deze verharding dient ingeperkt te worden teneinde te voldoen aan de bepalingen van het BPA (zie titel 7.1).
Achteraan de woning wordt een terras aangelegd en is er een voldoende ruime tuinzone. Op de achterste perceelsgrens is een tuinberging gebouwd. Voor deze tuinberging is geen vergunning gekend. Het louter vermelden van deze constructie op de plannen zorgt er niet voor dat de constructie vergund is. Dit wordt dan ook als voorwaarde aan deze vergunning gekoppeld.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Het ingediende bezwaarschrift is tijdig ingediend en wordt bijgevolg ontvankelijk verklaard.
Omtrent het ingediende bezwaarschrift wordt voorgesteld dit ongegrond te verklaren voor de beide elementen op basis van volgende motivatie:
● Opmerking i.v.m. opstijgend vocht:
Dit betreft een opmerking, niet van stedenbouwkundige aard maar een burgerrechtelijke opmerking waar de vergunningverlenende overheid zich, gelet op de bepalingen van art. 4.2.22, niet dient over uit te spreken. Stedenbouwkundige vergunningen worden immers verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten.
● Opmerking i.v.m. afstand tot de perceelsgrenzen van het compensatiebekken:
Het bekken wordt voorzien op zo’n 30 cm van de perceelsgrens. Het bekken wordt 16 cm onder het maaiveld voorzien. Deze diepte is beperkt waardoor de impact op de omheining en beplanting beperkt zal zijn.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Het advies van de VMM is voorwaardelijk gunstig. Gelet op de expertise terzake is het wenselijk de gesuggereerde voorwaarden op te leggen bij afgifte van de vergunning.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Hannelore Rigole - Kurt Decrock wonende Kollegeplein 18 te 8530 Harelbeke, voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen Schragenstraat 23/A en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 180 L, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● Het gedeelte verharding in de voortuin mag maximaal 25,60 m² bedragen.
● De carport moet ingeplant worden minstens 3 m achter de voorgevelbouwlijn van de woning.
● Er dient een septische put aangelegd te worden.
● De opmerkingen, geformuleerd in het advies van de VMM, als volgt geformuleerd, dienen stipt nageleefd te worden:
○ De hemelwaterput moet voorzien worden van een kneveldeksel om te vermijden dat overstromingswater kan binnendringen.
○ Aansluitingen op de openbare riolering moeten voorzien worden van een terugslagklep.
● De tuinberging achteraan het perceel maakt geen deel uit van de vergunning.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.11. OMV 2026_2 - Oliebergstraat - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het herbouwen van een garage, op een perceel gelegen Oliebergstraat en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 675 C3, aangevraagd door Matthias Van Gucht - Véronique Beleyn wonende Ommegangstraat 12 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 20 april 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De smeerput dient effectief verwijderd te worden. Dit moet uitgevoerd zijn voor ingebruikname van de garage.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, Sint-Lodewijk- centrum, goedgekeurd op 1 september 2011 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfunctie.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het RUP is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning /OMV_2020105393 voor herbouwen en uitbreiden van een bestaande garage goedgekeurd op 23/12/2020.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 100 m² en is gelegen langs de Oliebergstraat op ongeveer 320 m ten zuiden van de kern van Sint-Lodewijk. De Oliebergstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met de fundering van een reeds vergunde garage. De vergunning is vervallen. Enkel de fundering en een smeerput werden aangelegd. Voor het overige werden de werken niet uitgevoerd. De smeerput werd niet vergund.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst de reeds vergunde garage opnieuw aan te vragen. De garage wordt op de perceelsgrenzen gebouwd en op 5,4 m van de rooilijn. De constructie heeft een breedte van 5,83 m en een totale diepte van 11,27 m. De garage heeft een hoogte van 3 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De garage wordt niet over de volledige diepte voorzien. Op de linker perceelsgrens wordt een zone voorzien als groenzone met een oppervlakte van 8,55 m². De smeerput die zonder vergunning werd geplaatst wordt opnieuw dichtgemaakt. Voor de garage wordt de oprit aangelegd in steenslagverharding met een totale oppervlakte van 31,7 m². In de voorgevel van de garage wordt een sectionaalpoort geplaatst en een deur.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 27 februari 2026 tot 28 maart 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:
Plan schrijft voor: | Ontwerp voorziet: |
Maximum 40 % van de perceelsoppervlakte mag bebouwd worden | De bebouwing betreft 58 % van de perceelsoppervlakte |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien de functie en de overige afmetingen conform de voorschriften zijn.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de bebouwingsgraad van het perceel (door afmeting van de constructie) zodat een afwijking overwogen kan worden. De garage zal 18 % meer ruimte innemen wat eerder beperkt is en vergelijkbaar met de naastliggende garages. De garage werd daarbij in het verleden ook al vergund. Achteraan wordt nog een toegankelijke groenzone voorzien waardoor de bebouwing en verharding samen niet het volledige perceel beslaat.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
De aanvrager voorziet de regenwaterafvoer aan te sluiten op de bestaande afvoer van het bestaande bijgebouw rechtstreeks naar de regenwaterput. Gezien het opgevangen hemelwater geen hergebruik heeft dient geen infiltratievoorziening geplaatst te worden. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een garage. De nieuwe garage maakt deel uit van een geheel aan garageboxen. In de bestaande toestand is reeds een smeerput aanwezig. Deze zal worden verwijderd bij de bouw van de garage gezien het werken aan auto’s strijdig is met de voorgeschreven functies van het RUP. Teneinde voldoende zekerheid in te bouwen dat de smeerput verwijderd wordt, wordt dit als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld.
Inplanting en ruimtegebruik:
De garage wordt ingeplant op dezelfde voorbouwlijn als de rechtse garage en 70 cm dieper dan de linkse. De afstand tot de rooilijn bedraagt 5,4 m. De terreinbezetting van de bebouwing op het perceel bedraagt 58 %. De afwijking is beperkt en er wordt nog een toegankelijke groenzone voorzien in de hoek van het perceel. Hierdoor kan de afwijking toegestaan worden. Gezien dit een heraanvraag betreft werd ook in het eerder dossier geoordeeld dat de aanvraag qua inplanting en ruimtegebruik positief beoordeeld kan worden.
Bouwvolume en gabarit:
Het bouwvolume en gabarit is gelijkaardig aan de naastliggende garages. De bouwdiepte is dieper dan bij de naastliggende percelen. Er werd hier geen bezwaar over ingediend door de naastliggende eigenaars. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De gevels worden voorzien van gevelmetselwerk in een rode tint. De nieuwe garage integreert zich door zijn materiaalgebruik binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van de garage keert terug door de aanvraag. Er wordt geen grote bijkomende verkeersaantrek verwacht. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
De voortuinstrook van de garage wordt verhard. Achteraan de garage wordt een groenzone voorzien. De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Matthias Van Gucht - Véronique Beleyn wonende Ommegangstraat 12 te 8540 Deerlijk, voor het herbouwen van een garage, op een perceel gelegen Oliebergstraat en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 675 C3, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De smeerput dient effectief verwijderd te worden. Dit moet uitgevoerd zijn voor ingebruikname van de garage.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.12. OMV 2026_24 - Wafelstraat 55 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het vellen van 6 bomen (regularisatie), op een perceel gelegen Wafelstraat 55 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 1144 F, aangevraagd door Emily Van Riet met als contactadres Wafelstraat 55 te 8540 DEERLIJK.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 23 april 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De 6 gerooide wilgen zijn te compenseren door aanplant van 4 nieuwe bomen:
○ 2 hoogstammige inheemse boomsoorten van 1ste grootte (≥12m) zoals zomereik (Quercus robur), zwarte els (Alnus glutinosa), zomerlinde (Tilia platyphyllos), ruwe berk (Betula pendula), zwarte populier (Populus nigra),…
○ 2 hoogstammige inheemse boomsoorten van 2de grootte (tussen 6 en 12m) zoals veldesdoorn (Acer campestre), wilde appel (Malus sylvestris), lijsterbes (Sorbus aucuparia),…
Deze 4 bomen dienen aangeplant te worden langs de westelijke perceelsgrens en/of ten noorden van de poel (om poel te vrijwaren van schaduw).
Alternatief kan 1 hoogstammige boom van 2de grootte gesubstitueerd worden door een hoogstammige fruitboomsoort. In dat geval is de locatie van de fruitboom vrij te kiezen in de tuinzone. Alle aanplant dient op minstens 2 m van de perceelsgrenzen te gebeuren, conform het burgerlijk wetboek.
De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na afgifte van de vergunning.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning /OMV_2025025784 voor versterken van de bestaande 380kv hoogspanningsverbinding vanaf het hoogspanningsstation te Izegem tot het hoogpanningsstation te Avelgem – procedure nog lopende.
● Omgevingsvergunning /OMV_2026011842 voor vellen van 4 bomen – onontvankelijk verklaard.
● Oud dossier VLAREM (1990/2/002) voor aanvraag tot het plaatsen van een mazouttank met een inhoud van 30.000 liter - gunstig op 13/06/1990.
● Gebouwen en constructie dossier 2078-55-A voor bouwen van werkplaats - weverij bij het woonhuis - vergunning op 22/12/1955.
● Stedenbouwkundige vergunning (2078-55-B) voor bouwen van een woning na afbraak krotwoning - goedgekeurd op 23/10/1985.
● Stedenbouwkundige vergunning (2078-55-C) voor bouwen van een muur in bakstenen + optrekken van een carport achter de woning - goedgekeurd op 12/10/1988.
● Stedenbouwkundige vergunning (2078-55-D) voor herstellen van bestaande bergplaats - goedgekeurd op 22/08/1990.
● Stedenbouwkundige vergunning (DBA 2078-55-E) voor inbuizen van een baangracht en het plaatsen van een nieuwe elektriciteitscabine nr. 18995 "wafelstraat" - goedgekeurd op 22/11/2017.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom bevindt zich tussen de woonkernen van Deerlijk centrum en Sint-Lodewijk, in landelijk gebied. In de omgeving is weinig bebouwing aanwezig. Ten noorden van de eigendom bevindt zich gemengde bedrijvigheid (landbouw en KMO's). Ten zuidoosten van het perceel bevindt zich een tuinbouwbedrijf.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraagt betreft het rooien van 6 hoogstammige wilgen die geen deel uitmaken van een bos. De bomen werden reeds gerooid, het betreft een regularisatie.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Er worden geen ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten aangevraagd.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt:
Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De aanvraag heeft betrekking op het rooien van bomen. De werken zorgen niet voor een wijziging van een functie.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans, meer bepaald de westelijke en zuidoostelijke perceelsgrens alsook een grotere zone in de noordoostelijke hoek van het perceel.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Er werden 6 wilgen geveld nabij de westelijke perceelsgrens. Deze wilgen vormden een cluster, nabij een poel. Door de geringe afstand tot de rooilijn, waren deze wilgen beeldbepalend voor het straatbeeld. Als motivatie voor de rooi wordt in de aanvraag opgegeven dat de wilgen geveld werden door risico op takval richting laagspanning in de straat. In januari 2026 werd door de brandweer een interventie uitgevoerd voor verwijdering van een afgebroken tak, die de laagspanning dreigde te beschadigen en een risico vormde voor passanten. Volgens aanvrager zijn de bomen ouder dan 60 jaar en hebben ze hun leeftijdsgrens bereikt. Nog volgens de aanvrager leden de wilgen aan rotting aan de kruinen. Aanvrager stelt dat er zwammen en mos groeiden op de stammen. Uit foto’s in de aanvraag is mosgroei te zien, en 1 grote afgestorven tak. De andere tak- en stamdelen vertoonden geen tekenen van ziekte. De stammen werden gekliefd voor gebruik als brandhout, en de takken werden deels verhakseld en deels verwerkt in een takkenwal.
Volgens de aanvraag en het inplantingsplan werden de gerooide bomen reeds vervangen door 17 jonge krulwilgen en 1 appelboom (Jonagold). Vermoedelijk gaat het voor de krulwilg om de soort Salix babylonica 'Tortuosa'. Op recente straatbeelden is de aanplant met krulwilgen langsheen de perceelsgrens inderdaad te zien, alsook de aangeplante appelboom. Het is niet duidelijk of de appelboom al dan niet hoogstammig is. De aanplant met krulwilgen wordt niet als kwalitatieve compensatie voor de hoogstammige wilgen beschouwd. Vermoedelijk werden er takken geplant die nog moeten wortelen. Krulwilg is geen inheemse boomsoort en heeft dan ook geen grote meerwaarde op vlak van biodiversiteit.
De aanplant kan evenwel behouden blijven, maar moet aangevuld worden met een compensatie van 4 hoogstammige inheemse bomen: 2 van 1ste grootte (≥ 12m) en 2 van 2de grootte (tussen 6 en 12 m). Deze 4 bomen dienen aangeplant te worden langs de westelijke perceelsgrens (ten westen van de poel) en/of ten noorden van de poel, telkens op minimum 2 m van de perceelsgrenzen. Om te vermijden dat de poel teveel schaduw krijgt van deze bomen en hierdoor van lagere ecologische waarde wordt, is aanplant ten zuiden of oosten van de poel niet aangewezen.
Alternatief kan 1 hoogstammige boom van 2de grootte gesubstitueerd worden door een hoogstammige fruitboomsoort. In dat geval is de locatie van de fruitboom vrij te kiezen in de tuinzone, en geldt er dus geen restrictie van de locatie tot westelijke perceelsgrens of ten noorden van de poel.
Bovenstaand beschreven compensatie wordt opgenomen in een bijzondere voorwaarde.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Emily Van Riet met als contactadres Wafelstraat 55 te 8540 DEERLIJK, voor het vellen van 6 bomen (regularisatie), op een perceel gelegen Wafelstraat 55 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 1144 F, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De 6 gerooide wilgen zijn te compenseren door aanplant van 4 nieuwe bomen:
○ 2 hoogstammige inheemse boomsoorten van 1ste grootte (≥12 m) zoals zomereik (Quercus robur), zwarte els (Alnus glutinosa), zomerlinde (Tilia platyphyllos), ruwe berk (Betula pendula), zwarte populier (Populus nigra),…
○ 2 hoogstammige inheemse boomsoorten van 2de grootte (tussen 6 en 12m) zoals veldesdoorn (Acer campestre), wilde appel (Malus sylvestris), lijsterbes (Sorbus aucuparia),…
Deze 4 bomen dienen aangeplant te worden langs de westelijke perceelsgrens en/of ten noorden van de poel (om poel te vrijwaren van schaduw). Alternatief kan 1 hoogstammige boom van 2de grootte gesubstitueerd worden door een hoogstammige fruitboomsoort. In dat geval is de locatie van de fruitboom vrij te kiezen in de tuinzone. Alle aanplant dient op minstens 2 m van de perceelsgrenzen te gebeuren, conform het burgerlijk wetboek.
De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na afgifte van de vergunning.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.13. Afsprakennota 2024-66 - bouwcode - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akkoord te gaan met de herzieningsraming voor de ontwerpfase en de bijkomende prestaties voor de opmaak van het richtlijnenboek mobiliteit in het kader van de afsprakennota voor de opmaak van de regionale basis algemene stedenbouwkundige verordening.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 30 april 2025 om regionaal samen te werken voor de opmaak van een stedenbouwkundige verordening/bouwcode en om de uren te factureren op de reeds goedgekeurde afsprakennota 2024-66.
In het schrijven van 24 maart 2026 van Leiedal worden volgende zaken aangehaald:
● Leiedal informeert de besturen over het activeren van de herzieningsraming voor het ontwerp van bouwcode. De inwerkingtreding van het nieuwe vrijstellingsbesluit op 1 maart 2026 heeft een grote impact op de opbouw en de inhoud van de regionale basis en brengt heel wat bijkomend studiewerk en aanpassingen met zich mee. Het ontwerp moet in grote mate herschreven worden waardoor de herzieningsraming voor de ontwerpfase geactiveerd wordt. De herzieningsraming bedraagt 10.178,58 euro. Gezien 12 lokale besturen deelnemen aan het traject komt dit bedrag op 848,22 euro per lokaal bestuur. Leiedal vraag hiervoor het akkoord.
● Op vraag van de lokale besturen tijdens het proces werd het thema mobiliteit zo opgevat dat er verwezen wordt naar een richtlijnenboek mobiliteit. Dit betreft een afzonderlijk document dat normen kan opleggen voor fiets- en autostandplaatsen, evenals kwaliteitseisen. Het voorstel is om deze normen en kwaliteitseisen niet op te nemen in de verordening zelf gezien deze zeer snel evolueren en er bijgevolg nood is aan een zeer flexibel document dat op maat kan inspelen op nieuwe dynamieken. De kostprijs om een dergelijke basis voor richtlijnenboek mobiliteit op te maken bedraagt 9.679,42 euro. Gezien er 12 lokale besturen deelnamen aan het traject bedraagt het bedrag van de bijkomende prestatie per lokaal bestuur 806,62 euro. Voor deze bijkomende prestatie vraagt Leiedal het akkoord. Het richtlijnenboek zou tegen september 2026 afgerond worden.
● Tot slot laat Leiedal nog weten dat er gedurende het proces heel wat bijkomende overlegmomenten (4 extra bovenop de voorziene in de afsprakennota) noodzakelijk waren om tot een goeie afstemming te komen zowel met de GOA's als de mobiliteitsambtenaren. Leiedal zal instaan voor de budgetoverschrijding ten gevolge van deze bijkomende overlegmomenten.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 4° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen gezien op de reeds goedgekeurde afsprakennota 2024-66, waarop de prestaties voor de regionale basis van bouwcode gefactureerd worden, nog voldoende budget beschikbaar is.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akkoord te gaan met de herzieningsraming voor de ontwerpfase en met de bijkomende prestaties voor de opmaak van het richtlijnenboek mobiliteit in het kader van de afsprakennota voor de opmaak van de regionale basis algemene stedenbouwkundige verordening.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.14. OMV 2026_21 - Spinetstraat 32 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een zwembad, op een perceel gelegen Spinetstraat 32 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 658 T, aangevraagd door Michael Decruyenaere wonende Spinetstraat 32 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 22 april 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● Om te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften moet minstens 8,36 m² van het huidige terras onthard worden om te vervangen door levende groenaanplant, dit kan in de vorm van grassen, bodembedekkers, struikgewas, bloemenperken,… Deze ontharding moet uitgevoerd worden binnen het jaar na de ingebruikname van het zwembad.
● Enkel het zwembad maakt deel uit van de aanvraag en eventuele andere vergunningsplichtige handelingen worden uit de vergunning gesloten.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 21 april 2010 (dossiernummer 0026-8/2009.4, dossiernummer RO 5.00/34009/1184.1). Op het perceel is een verkavelingswijziging van toepassing, goedgekeurd op 12 januari 2011.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning /OMV_2019145657 voor bouwen van een vrijstaande eengezinswoning goedgekeurd op 19/02/2020.
● Omgevingsvergunning /OMV_2020053519 voor bouwen van een vrijstaande eengezinswoning goedgekeurd op 17/06/2020.
● Stedenbouwkundige vergunning (0012-48/50/52/54/56/58-A) voor bouwen van 6 woningen - goedgekeurd op 05/11/2014.
● Stedenbouwkundige vergunning (0012-28-A) voor bouwen van een vrijstaande moderne woning - goedgekeurd op 01/07/2015.
● Stedenbouwkundige vergunning (0012-26-A) voor bouwen van een vrijstaande moderne woning - goedgekeurd op 23/09/2015.
● Stedenbouwkundige vergunning (0012-26-B) voor bouwen van een vrijstaande moderne woning (heraanvraag) - goedgekeurd op 17/02/2016.
● Verkavelingsvergunning (0004-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 21/04/2010.
● Verkavelingsvergunning (0004-1) voor wijziging van een bestaande verkaveling - goedgekeurd op 12/01/2011.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is gelegen langsheen de Spinetstraat, een voldoende uitgeruste wegenis in de nabije omgeving van de gemeentegrens met Harelbeke. De omgeving wordt gekenmerkt door een residentiële verkaveling met woningen van zowel het open, halfopen als gesloten bebouwingstype. Het perceel heeft een kadastrale oppervlakte van 613 m² en is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning opgebouwd gedeeltelijk met één bouwlaag en gedeeltelijk twee bouwlagen en is afgewerkt met een plat dak. In de voortuinstrook is een oprit naar de inpandige garage aangelegd met afgetakte toegangspaden en tegen de achtergevel van de woning is een terras aangelegd. Er zijn geen vrijstaande bijgebouwen aanwezig in de tuinzone.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst in de tuinzone een buitenzwembad aan te leggen met een breedte van 4 m op een lengte van 11,5 m afgewerkt met een boord in Aziatische blauwsteen, de diepte bedraagt 1,5 m. Het zwembad wordt ingeplant op 3 m van de achtergevel van de woning, op 3,5 m en 7,8 m van de zijdelingse perceelsgrenzen en op 6,85 m van de achterkavelgrens. Het zwembad komt gelijk moet de vloerpas van het aanwezige terras en maaiveld. De afvoer van het gechloreerd water wordt aangesloten op de bestaande DWA riolering.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van de niet-vervallen verkaveling die door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd werd op 21 april 2010 (dossiernummer gemeente: 0026-8/2009.4, dossiernummer RO: 5.00/34009/1184.1). De voorschriften van deze verkaveling werden gewijzigd en een gewijzigde verkaveling werd goedgekeurd op 12 januari 2011.
De aanvraag dient getoetst te worden aan de voorschriften van deze verkaveling. De aanvraag voor het zwembad is in overeenstemming met de verkavelingswijziging gezien de het betreffende lot groter is dan 500 m² waarbij de oppervlakte van het zwembad minder bedraagt dan 50 m².
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Gezien de aard van de werkzaamheden is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, wel van de aanleg van bijkomende verharding.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater gezien het gechloreerd water via de DWA leiding zal afgevoerd worden als vuil water naar de bestaande riolering.
Door de naleving van de opgelegde voorwaarde inzake ontharding (zie toetsing goede ruimtelijke ordening) kan geconcludeerd worden dat er voldoende onverharde zone aanwezig zal zijn op het goed voor de natuurlijke infiltratie van het hemelwater op het eigen terrein.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een openluchtzwembad bij de bestaande eengezinswoning. Deze woonfunctie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
Het nieuwe zwembad wordt gerealiseerd in de achtertuinzone, op voldoende afstand van de perceelsgrenzen en palend aan het bestaande terras. Op die manier vormt de bijkomende inrichting van de tuinzone een compact geheel.
Bouwvolume en gabarit:
De constructie heeft geen volume gezien de bovenrand in horizontale lijn ligt met het bestaande terras. Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen.
Op de inplantingsplannen staat een kader ingetekend in de linkerhoek achteraan het lot, gezien hierover geen verdere duidelijkheid bestaat (materiaal, hoogte?) en enkel het onderdeel ‘zwembad’ aangevraagd wordt, wordt als voorwaarde opgelegd dat enkel het zwembad deel uitmaakt van de aanvraag en eventuele andere handelingen uit de vergunning worden gesloten.
De bouwheer kan wel, rekening houdend met de verkavelingsvoorschriften, een bijgebouw plaatsen in toepassing van het vrijstellingsbesluit zonder een omgevingsvergunning te moeten aanvragen.
Verschijningsvorm:
Een zwembad maakt binnen het hedendaags gebruik deel uit van een tuinzone bij een woning en integreert zich door de omliggende inrichting met levend groene beplanting in de tuin.
Doch heeft de aanleg van het betreffende zwembad invloed op de huidige groenaanleg. Dit wordt verder toegelicht bij onderdeel ‘groen- en omgevingsaanleg’.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Groen- en omgevingsaanleg:
De totale oppervlakte van het goed bedraagt 613 m². Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning, met daarnaast de strikt noodzakelijke toegangen en een terras van 48,36 m². De oppervlakte van het terras is echter in strijd met de verkavelingsvoorschriften, gezien de oppervlakte van het terras max. 40 m² kan bedragen bij percelen die groter zijn dan 500 m². M.a.w. wordt deze maximale oppervlakte met 8,36 m² overschreden, om dit in overeenstemming te brengen met de niet-vervallen verkaveling wordt als voorwaarde opgelegd dat er minstens 8,36 m² van het huidige terras moet onthard worden om te vervangen door levende groenaanplant, dit kan in de vorm van grassen, bodembedekkers, struikgewas, bloemenperken,… Deze ontharding wordt als voorwaarde opgelegd aangevuld met de uitvoeringstermijn, zijnde binnen het jaar na de ingebruikname van het zwembad.
Vanuit het oogpunt van een duurzame ruimtelijke ordening dient immers te worden gestreefd naar een beperkt bebouwings- en verhardingspercentage en overeenstemming met de relatief recente verkaveling. Een dergelijke beperking qua verhardingsoppervlakte is essentieel om de waterhuishouding op het perceel niet verder onder druk te zetten. Een hoge mate van verharding vermindert immers de infiltratiecapaciteit van hemelwater, verhoogt de afvoer naar het openbaar domein en vergroot het risico op wateroverlast, zowel op het eigen perceel als in de omgeving.
Daarnaast is een voldoende groot onverhard en groen aandeel noodzakelijk voor een kwalitatieve inrichting van de onbebouwde ruimte. Onverharde zones met levendige, groenblijvende en streekeigen beplanting dragen bij aan de ecologische waarde van het perceel, bevorderen biodiversiteit. Ze zorgen bovendien voor een aangename leefomgeving en versterken het landschappelijk en residentiële karakter van het perceel.
Gelet op bovenstaande overwegingen is het aangewezen om het aandeel verharding zoveel mogelijk te beperken, zodat ruimte wordt gevrijwaard voor infiltratie van hemelwater op het eigen perceel en een volwaardige groene inrichting van de onbebouwde ruimte.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek/scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.12 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Michael Decruyenaere wonende Spinetstraat 32 te 8540 Deerlijk, voor het aanleggen van een zwembad, op een perceel gelegen Spinetstraat 32 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 658 T, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● Om te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften moet minstens 8,36 m² van het huidige terras onthard worden om te vervangen door levende groenaanplant, dit kan in de vorm van grassen, bodembedekkers, struikgewas, bloemenperken,… Deze ontharding moet uitgevoerd worden binnen het jaar na de ingebruikname van het zwembad.
● Enkel het zwembad maakt deel uit van de aanvraag en eventuele andere vergunningsplichtige handelingen worden uit de vergunning gesloten.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.15. Attest van verdeling - Desselgemknokstraat 14 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Desselgemknokstraat 14.
Motivering
Op 17 april 2026 verstuurde men vanuit het notariskantoor notarissen Deerlijk een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Desselgemknokstraat 14, gekadastreerd afdeling 1, sectie A, nummer 434k2, met een oppervlakte volgens huidig kadaster van 1.314 m².
Een deel van de eigendom wordt afgesplitst teneinde te verkopen.
De bestemming van het goed is volgens de verwerver tuin (deel 2 en 3 volgens bijgevoegd kadasterplan) en woonhuis met tuin voor het resterende deel.
De omgevingsambtenaar stelt voor geen opmerkingen te formuleren bij het voorstel van verdeling.
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.16. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.17. Woonwijs - dagelijks bestuur - verslag van 1 april 2026 - kennisname
Aanleiding en context
Het dagelijks bestuur van Woonwijs hield een vergadering op 1 april 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
De projectcoördinator vraagt in zijn mail van 16 april 2026 het verslag ter kennisgeving voor te leggen aan de colleges van burgemeester en schepenen van de vijf betrokken gemeentes.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag.
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.18. Sint-Amandusstraat 31/33 - heffing leegstand - verzoek ontheffing van ambtswege - weigering
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.19. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
C.20. Grafconcessies - hernieuwingen - goedkeuring
Zitting van CBS van 29 APRIL 2026
D.1. Feestelijke opening De Kim & De Beuk - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor de feestelijke opening van de vernieuwde scholen De Kim & De Beuk.
Motivering
Naar aanleiding van de afwerking van het vernieuwen van de scholen De Kim & De Beuk, wensen we in samenspraak en samenwerking met de schooldirectie een feestelijk openingsmoment te voorzien.
● Woensdag 16 september 2026
○ Wat? Een officieel persmoment ter bekendmaking van de afgeronde renovatiewerken. Toelichting van bevoegd schepenen Claude Croes (onderwijs) en Regine Rooryck (patrimonium) en de schooldirectie. Aansluitend volgt een rondleiding door de vernieuwde schoolomgeving.
○ Wanneer? Woensdag 16 september 2026 om 18.00 uur.
○ Waar? De Kim & De Beuk.
○ Voor wie?
■ Pers
■ CBS
● Vrijdag 18 september 2026
○ Wat? Officiële openingsreceptie.
○ Wanneer? Vrijdag 18 september 2026 om 19.00 uur.
○ Waar? De Kim & De Beuk.
○ Voor wie?
■ CBS + GR + BCSD + MAT
■ Ere-mandatarissen
■ Pers
■ Architecten en aannemers
■ Leerkrachten en personeel
■ Kadanz directie
■ Kerstcorrida Comité
■ Ouderraden
■ Buurtbewoners
● Zaterdag 26 september 2026
○ Wat? Opendeurdag met de mogelijkheid om een uitgestippelde wandeling doorheen de school te doen.
○ Wanneer? Zaterdag 26 september 2026 tussen 14.00 en 17.00 uur.
○ Waar? De Kim & De Beuk.
○ Voor wie? Alle geïnteresseerde Deerlijkenaren en bezoekers.
○ Extra info? In samenwerking met het feestcomité Deerlijk-centrum en Femma, naar aanleiding van de centrumkermis.
● Ondersteuning en taakverdeling
○ Schooldirectie:
■ Praktische organisatie van zowel officiële openingsreceptie alsook opendeurdag.
■ Stemt verder af met de gemeentelijke vrijetijdsdiensten wat betreft drank, tafels en verdere benodigdheden.
■ Verspreiding van de communicatie onder eigen (interne) contacten
○ Dienst communicatie:
■ Opmaak communicatiemateriaal.
■ Verspreiding van de communicatie naar pers, eigen (interne) contacten en burgers algemeen.
○ Secretariaat:
■ Regelt de aanwezigheid van de nodige hostessen voor de officiële openingsreceptie op vrijdag 25 september. We verwachten 400 personen.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Drank en hapjes
Raming of bedrag | Nog niet gekend |
Actie | 0119-00 |
Jaarbudgetrekening | 64300000 |
Visum | niet vereist |
Hostessen
Raming of bedrag | Nog niet gekend |
Actie | 0119-00 of 0719-00 |
Jaarbudgetrekening | 64300000 of 61320008 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het voorstel voor de feestelijke opening van de vernieuwde scholen De Kim & De Beuk goed te keuren.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.