Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 10 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 10 juni 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 10 juni 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.2. Rapport organisatiebeheersing 2025 - kennisname + verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het rapport organisatiebeheersing met betrekking tot het jaar 2025.
Daarnaast wordt het college van burgemeester en schepenen gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken dit punt te agenderen op de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Motivering
Conform het Decreet Lokaal Bestuur rapporteert de algemeen directeur jaarlijks over de organisatiebeheersing van het lokaal bestuur. Organisatiebeheersing heeft tot doel de realisatie van beleidsdoelstellingen te ondersteunen, risico’s te beheersen en te zorgen voor een efficiënte, kwalitatieve en integere werking.
Het jaarrapport organisatiebeheersing licht de gekozen aanpak toe en geeft een stand van zaken van de belangrijkste verbeterinitiatieven. De aanpak steunt op drie samenhangende pijlers:
● zelfevaluatie op basis van de tien thema’s van Audit Vlaanderen, uitgewerkt via gerichte workshops met medewerkers en leidinggevenden;
● procesgericht werken via een structurele werkgroep processen, die inzichten vertaalt naar duidelijke processen, procedures en handleidingen; parallel kwam er in 2025 een werkgroep samen rond de processen van de sociale dienst.
● participatieve en lerende aanpak, met focus op eigenaarschap, samenwerking en haalbare verbeteracties.
De workshops worden ingezet om sterktes, risico’s en verbeterpunten te benoemen. De werkgroep processen zorgt voor verankering in de dagelijkse werking en draagt bij aan transparantie, continuïteit en risicobeheersing.
Deze aanpak:
● versterkt de interne werking en dienstverlening;
● verhoogt de beheersbaarheid van risico’s;
● creëert samenhang tussen beleid, processen en uitvoering;
● sluit aan bij de verwachtingen van Audit Vlaanderen inzake organisatiebeheersing.
Onderstaande bijlagen maken deel uit van dit besluit:
● Rapport organisatiebeheersing 2025
● Overzicht en opvolging van de prioritaire acties
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 219, tweede lid Decreet Lokaal Bestuur
● Andere: Art. 217-220 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het jaarrapport organisatiebeheersing en van de gehanteerde aanpak, in bijlage bij dit besluit gevoegd, waaronder de workshopaanpak rond de tien thema’s van Audit Vlaanderen en de rol van de werkgroep processen als structurele hefboom voor organisatiebeheersing.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken om de goedkeuring van het jaarrapport organisatiebeheersing 2025, te agenderen op de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.3. Onderhandse opstalovereenkomst vzw Bric Collage - uitbreiding bestaand opstalrecht voor de oprichting van een scoutslokaal - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken het ontwerp van onderhandse overeenkomst betreffende de uitbreiding van het bestaande recht van opstal tussen de gemeente Deerlijk en vzw Bric-Collage te agenderen op de gemeenteraad.
Motivering
Tussen de gemeente Deerlijk en vzw Bric-Collage bestaat reeds een recht van opstal met betrekking tot gronden gelegen te Deerlijk, oorspronkelijk gevestigd bij akte van 7 juni 2001 en nadien uitgebreid bij akte van 21 september 2015.
De partijen wensen het bestaande opstalrecht verder uit te breiden teneinde de oprichting mogelijk te maken van een nieuw multifunctioneel scoutslokaal, zoals nader aangeduid op het plan gehecht als bijlage 1 bij de overeenkomst.
De uitbreiding van het opstalrecht heeft betrekking op een deel van het onroerend goed gelegen te Deerlijk, tweede afdeling, sectie C, deel van perceel 192 W2, zoals aangeduid op het bijgevoegde plan.
De partijen beogen uitdrukkelijk dat deze uitbreiding geen nieuwe einddatum creëert en dat de uitgebreide opstalregeling, voor wat het bijkomende multifunctionele lokaal betreft, van rechtswege eindigt op 28 augustus 2050.
De uitbreiding van het bestaande opstalrecht is aangewezen om de realisatie en exploitatie mogelijk te maken van een bijkomend multifunctioneel scoutslokaal.
Het beoogde gebruik kadert in jeugdwerking, socio-cultureel gebruik, gemeenschapsvoorzieningen en daarmee verenigbare nevenactiviteiten.
De overeenkomst geldt als contractuele aanvulling op de bestaande opstalregeling tussen partijen. Behoudens uitdrukkelijke afwijkingen blijven de eerdere rechten en verplichtingen verder van toepassing.
De opstalhouder zal instaan voor het verkrijgen van alle noodzakelijke vergunningen, toelatingen, meldingen, attesten en administratieve goedkeuringen.
De werken, constructies en aanpassingen gebeuren binnen het vergunde kader en op kosten, risico en verantwoordelijkheid van de opstalhouder. Ook alle onderhouds-, herstellings-, exploitatie-, verzekerings-, belasting- en andere lasten verbonden aan het opstalrecht en de opstallen zijn ten laste van de opstalhouder.
Bij het einde van het opstalrecht worden de op het goed aanwezige constructies, verbeteringen en verfraaiingen zonder vergoeding eigendom van de gemeente Deerlijk.
Uit het bodemattest van 1 juni 2026 blijkt dat er geen aanwijzingen zijn van bodemverontreiniging. De stedenbouwkundige inlichtingen steunen op het door de gemeente afgeleverde stedenbouwkundig uittreksel van 11 mei 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
Deze beslissing heeft geen financiële gevolgen.
Voor deze uitbreiding van het bestaande opstalrecht is geen canon verschuldigd. Het opstalrecht wordt kosteloos gevestigd.
Alle kosten verbonden aan de onderhandse overeenkomst neemt de Opstalhouder ten laste.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken het ontwerp van onderhandse overeenkomst betreffende de uitbreiding van het bestaande recht van opstal tussen de gemeente Deerlijk en vzw Bric-Collage te agenderen op de gemeenteraad.
Claude Croes Lies De Witte Louis Vanderbeken Jo Tijtgat Lukas Viaene Regine Rooryck Karel Bauters Claude Croes Lies De Witte Louis Vanderbeken Jo Tijtgat Lukas Viaene Regine Rooryck aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.4. Poetsmedewerker gemeenschapscentrum (E1-E3) - vacantverklaring - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.5. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Leiedal - verslag van de raad van bestuur van 22 mei 2026
● Imog - besluitenlijst van de raad van bestuur van 11 juni 2026
● Imog - verslag van de raad van bestuur van 21 mei 2026
● Imog - verslag van de algemene vergadering van 19 mei 2026
● Zefier cv - verslag en powerpoint-presentatie van de algemene vergadering van 11 juni 2026
● Centraal Feestcomité - verslag van de vergadering van 11 juni 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.6. Internationale dag van de vrede - deelname - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd deel te nemen aan de jaarlijkse vredesvlagcampagne van Vrede vzw.
Motivering
De Verenigde Naties hebben 21 september uitgeroepen tot de jaarlijkse Internationale Dag voor de Vrede.
De vredesbeweging roept al vele jaren de Belgische steden en gemeenten op, om die dag zichtbaar te maken door de vredesvlag uit te hangen.
Met deze symbolische actie tonen steden en gemeenten hun engagement voor vrede, dialoog en kernontwapening.
Om haar steun te betuigen aan de campagne kan de gemeente de vredesvlag laten wapperen van 21 tot 28 september 2026, het initiatief lokaal uitdragen en mensen aanmoedigen om mee te doen. De gemeente kan ook deelnemen aan één van de andere initiatieven die voorgesteld worden rond 21 september 2026, zoals het organiseren van een eigen lokale activiteit, het stopzetten van gemeentelijke investeringen die de productie van kernwapens ondersteunen, enz.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit:
● haar deelname aan de Vredesvlaggencampagne 2026 te bevestigen uiterlijk maandag 7 september 2026;
● de vredesvlag uit te hangen aan het gemeentehuis in de week van 21 tot 28 september 2026;
● een artikel over deze campagne op de gemeentelijke website te plaatsen;
● geen gemeentelijke fondsen te investeren in de productie van kernwapens.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.7. VVSG vzw - algemene vergadering van 24 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG vzw) nodigt de gemeente uit tot het bijwonen van haar algemene vergadering die plaatsvindt op woensdag 24 juni 2026 om 19.00 uur in Huis Madou, Bisschoffsheimlaan 1-8, 1000 Brussel.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt de agenda met volgende agendapunten:
In de gemeenteraadszitting van 27 februari 2025 werd de heer Claude Croes aangesteld als effectief vertegenwoordiger en de heer Louis Vanderbeken als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van VVSG vzw.
De financieel directeur heeft hieromtrent geen opmerkingen om reden dat er geen financiële link is.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de punten op de agenda van de algemene vergadering van 24 juni 2026, van VVSG vzw, goed te keuren.
Artikel 2
Gezien de door de gemeente aangestelde vertegenwoordigers verontschuldigd zijn voor voormelde algemene vergadering, beslist het college van burgemeester en schepenen om een blanco volmachtformulier over te maken aan VVSG vzw samen met een voor eensluidend verklaard afschrift van onderhavige beslissing.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit om VVSG vzw op de hoogte te brengen van onderhavige beslissing.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.8. Werkgroep jeugdlokalen 2027 - goedkeuring
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.9. Evenementen - Obstakel Run Controlife - 27 en 28 juni 2026 - tijdelijk politiereglement op het verkeer - vaststelling
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van de Obstakel Run Controlife, die plaatsvindt op zaterdag 27 juni 2026 en zondag 28 juni 2026, vast te stellen.
Motivering
Op zaterdag 27 juni 2026 en zondag 28 juni 2026 vindt de Obstakel Run Controlife plaats in Deerlijk.
Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.
In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.
PZ Gavers maakte op 6 mei 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)
○ wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen
○ koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen
○ ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Op zaterdag 27 juni 2026 is tussen 11.00 uur en 20.00 uur alle verkeer verboden in de Oude Heerweg (tussen huisnummer 23 en de Brandsmisstraat).
Op zondag 28 juni 2026 is tussen 07.00 uur en 20.00 uur alle verkeer verboden in de Oude Heerweg (tussen huisnummer 23 en de Brandsmisstraat).
Artikel 2
Van zaterdag 27 juni 2026 om 11.00 uur tot en met zondag 28 juni 2026 om 20.00 uur, wordt in de Brandsmisstraat en Oude Heerweg (tussen de Brandsmisstraat en Pladijsstraat) tijdelijk éénrichtingsverkeer ingesteld.
Artikel 3
De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.
Artikel 4
De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.
Artikel 5
Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.
Artikel 6
Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.10. Speelstraat - Veldstraat - 25 tem 29 juli 2026 - tijdelijk politiereglement op het verkeer - vaststelling
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van een speelstraat, die plaatsvindt van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026, vast te stellen.
Motivering
Van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026 vindt een speelstraat plaats in de Veldstraat in Deerlijk.
Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht.
In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.
PZ Gavers maakte op 12 juni 2026 een tijdelijk politiereglement op het verkeer op.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 119, § 1 en art. 130 bis van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)
○ wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen
○ koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen
○ ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026, dagelijks tussen 14.00 uur en 20.00 uur, het verkeer in beide richtingen voor iedere bestuurder te verbieden in de Veldstraat (tussen de Generaal Deprezstraat en de Schragenstraat).
Artikel 2
Er werd geen parkeerverbod gevraagd.
Artikel 3
Er wordt geen omleiding voorzien.
Artikel 4
De nodige te plaatsen verkeersborden voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.
Artikel 5
De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.
Artikel 6
Overtredingen op onderhavig besluit worden gestraft met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.
Artikel 7
Afschrift van dit besluit wordt aan de bevoegde overheden overgemaakt.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.11. Evenementen - Controlife OCR vzw - Obstakel Run Controlife - 27 & 28 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 10 februari 2026 werd een aanvraag ingediend door Celine Weydts voor volgend evenement:
Naam evenement | Obstakel Run Controlife |
Organisator | Controlife OCR vzw |
Datum | zaterdag 27 juni 2026 tot en met zondag 28 juni 2026 |
Plaats | Brandsmisstraat, 8540 Deerlijk |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
85 dB - Achtergrondmuziek
Contactpersoon | Naam | Celine Weydts |
| Adres | Waregemstraat 437 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | Obstakel Run Controlife |
Locatie | Gebouw |
|
| Tent |
|
| Open lucht | X |
Adres | Naam gebouw |
|
| Adres | Brandsmisstraat |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Duur |
|
Begin | zaterdag 27 juni 2026 om 11.00 uur zondag 28 juni 2026 om 11.00 uur |
Einde | zaterdag 27 juni 2026 om 18.00 uur zondag 28 juni 2026 om 17.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
● zaterdag 27 juni 2026 om 18.00 uur;
● zondag 28 juni 2026 om 17.00 uur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
● aanvraag politionele medewerking
Controlife OCR vzw wenst een sportwedstrijd, de Obstakel Run Controlife, te organiseren in de Brandsmisstraat en Oude Heerweg, op zaterdag 27 juni 2026 en zondag 28 juni 2026 en verwijst hiervoor naar het tijdelijk politiereglement op het verkeer, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 17 juni 2026, voor het instellen van de overeenkomstige verkeersmaatregelen.
PZ Gavers verleende op 6 mei 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3363700.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
Controlife OCR vzw wenst de Obstakel Run Controlife te organiseren op zaterdag 27 juni 2026 en zondag 28 juni 2026 en vraagt toelating voor de inname van:
● Brandsmisstraat,
● Oude Heerweg
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
● Bijkomend advies
In de oorspronkelijke evenementenaanvraag was voorzien dat het parcours de Slijpbeek op twee locaties zou kruisen. Naar aanleiding hiervan raadde de coördinator Wegen & Water aan advies in te winnen bij de dienst Waterlopen van de Provincie West-Vlaanderen, als beheerder van de betrokken waterloop. De aanvraag werd vervolgens op 7 mei 2026 en 21 mei 2026 ter advisering voorgelegd aan de desbetreffende dienst.
Het advies luidde als volgt: "De obstakel run kan gebruik maken van de 3 bestaande oversteken op de Slijpbeek. De waterloop oversteken door middel van een touw kan niet toegestaan worden; dit omwille van de mogelijke schade die aan de waterloop veroorzaakt zal worden, alsook de mogelijke juridische betrokkenheid bij ongevallen."
Vervolgens werd het parcours door de organisatoren aangepast, waarbij de oversteekplaatsen over de Slijpbeek volledig in overeenstemming werden gebracht met de voorwaarden van de Provincie West-Vlaanderen.
Daarnaast werd, op vraag van de betrokken gemeentelijke diensten, een Medische Risicoanalyse voor Evenementen (MRAE) opgemaakt. Deze analyse werd ter advisering voorgelegd aan de Federale Gezondheidsinspectie.
Op 24 april 2026 werd een gunstig advies verleend, rekening houdend met de inrichting van een eigen hulppost door de organisatoren. Daarbij werden tevens aanbevelingen geformuleerd inzake de minimale inzet van medische middelen en hulpverlenend personeel tijdens het evenement.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | zaterdag 27 juni 2026 om 11.00 uur zondag 28 juni 2026 om 11.00 uur |
Einde | zaterdag 27 juni 2026 om 18.00 uur zondag 28 juni 2026 om 17.00 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet:
○ zaterdag 27 juni 2026 om 18.00 uur
○ zondag 28 juni 2026 om 17.00 uur
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op, zaterdag 27 juni 2026 en zondag 28 juni 2026:
● Oude Heerweg;
● Brandsmisstraat.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
Artikel 5
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.12. Evenementen - Speelstraat - Veldstraat - 15 t.e.m. 29 juli 2026 - aanvraag - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor de verschillende onderdelen van de aanvraag voor het inrichten van een speelstraat in de Veldstraat te Deerlijk.
Motivering
Op 1 mei 2026 werd de aanvraag ingediend voor het inrichten van een speelstraat in de Veldstraat van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026. De organisatoren hadden graag de volledige straat afgesloten.
1. Criteria Speelstraat:
● Voorwaarden inrichting:
Het reglement voor de organisatie van speelstraten, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025, stipuleert in artikel 3 dat een speelstraat enkel georganiseerd kan worden op een openbare weg of een gedeelte ervan waar er:
● een overheersend woonkarakter zonder doorgaand verkeer is;
● een snelheidsbeperking van maximaal 50 km per uur geldt;
● geen doorgang van openbaar verkeer is en niet bediend wordt door een geregelde dienst voor gemeenschappelijk vervoer;
● de omringende straten bereikbaar blijven bij het afsluiten van de speelstraat.
De Veldstraat voldoet aan deze criteria.
● Periode:
Artikel 4 bepaalt dat een speelstraat enkel ingericht kan worden in de vakanties (krokusvakantie, paasvakantie, zomervakantie en herfstvakantie). Telkens op dezelfde gekozen uren tussen 14.00 uur en 20.00 uur en dat volgende formules mogelijk zijn:
● een aaneensluitende periode van maximaal 14 dagen;
● maximaal 2 opeenvolgende weekends;
● 2 vaste dagen per week.
De organisatoren kiezen voor de aaneensluitende periode van maximaal 14 dagen.
● Specifieke voorwaarden:
Artikel 5 van het reglement bepaalt dat de aanvraag tenminste 30 kalenderdagen voor het ingaan van een speelstraat moet overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag werd op tijd ingediend.
Daarnaast kan een speelstraat enkel ingericht worden op voorstel van de bewoners van de straat waar de speelstraat zal plaatsvinden. De aanvrager voldoet aan dit criterium.
Er dient ook een bewonersenquête toegevoegd te worden waarmee aangetoond wordt dat minstens 2/3de van de bewoners akkoord gaat met de inrichting van de speelstraat.
De bewonersenquête werd toegevoegd aan de aanvraag, 100% van de inwoners gaat akkoord met de inrichting van de speelstraat in de Veldstraat.
Artikel 6 bepaalt dat er minimum 3 meters of peters moeten worden aangesteld. Zij informeren de buurtbewoners via een bureninformatiebrief. Hun gegevens werden doorgegeven via het aanvraagformulier in bijlage.
2. De bewoners vande Veldstraat wensen een speelstraat te organiseren, van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026, en vragen daarbij:
● aanvraag politionele medewerking
De bewoners van de Veldstraat wensen een speelstraat te organiseren van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026 en verwijzen hiervoor naar het tijdelijke politiereglement op het verkeer naar aanleiding van de speelstraat, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 17 juni 2026, voor het instellen van de overeenkomstige verkeersmaatregelen.
PZ Gavers verleende op 8 juni 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3574386.
● aanvraag tijdelijke inname openbaar domein
De bewoners van de Veldstraat wensen een speelstraat te organiseren van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026 en vragen toelating voor de inname van de Veldstraat.
Dienst openbare werken deelt mee op 8 juni 2026 dat er geen werken gepland zijn in de straat op voormelde periode.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.
Tijdelijke constructies, vb. springkasteel of tent, moeten voldoen aan de geldende wetgeving en voorschriften en mogen enkel op de openbare weg geplaatst worden indien er minimaal een vrije doorgang blijft bestaan van 4m breed en 4m hoog en . De vrije doorgang is specifiek bestemd voor hulpdiensten en moet vrij zijn van obstakels.
Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://news.economie.fgov.be/238908-springen-zonder-zorgen
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Plaatsing verkeerssignalisatie
■ Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008
○ Organisatie speelstraat
■ Reglement organisatie speelstraten (GR 27 november 2025)
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de inrichting van een speelstraat in de Veldstraat.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen om:
● voornoemde straat af te sluiten voor iedere bestuurder, met uitzondering van het plaatselijk verkeer en prioritaire voertuigen, van woensdag 15 juli 2026 tot en met woensdag 29 juli 2026, telkens van 14.00 uur tot 20.00 uur.
De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.
De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.
De speelstraat wordt afgezet aan de hand van nadarhekkens en een verkeersbord C3 met bord ‘speelstraat’ met vermelding van de uren.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein van woensdag 15 juli 2026 tot woensdag 29 juli 2026, de Veldstraat. Telkens tussen 14.00 uur en 20.00 uur.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de diensten te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.13. Feestelijkheden - Lijst ten lasteneming UNISONO voor feest- en gemeentelijke activiteiten - juli 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de lijst van feest- en gemeentelijke activiteiten waarvoor de gemeente de UNISONO- vergoeding op zich neemt, goed te keuren.
Motivering
Aangiftes van manifestaties, voorstellingen en/of evenementen met muziekgebruik en/of toneeluitvoeringen en evenementen dienen te gebeuren via de online applicatie van UNISONO.
De gemeentediensten voorzien in deze aangiftes van alle betreffende gemeentelijke activiteiten. Jaarlijks engageert de gemeente zich om naast de eigen activiteiten ook de aangifte van een aantal andere activiteiten met een zekere uitstraling voor de gemeente, op zich te nemen.
Volgende feest- en gemeentelijke activiteiten zullen voor de maand juli 2026 via de respectievelijke online applicatie doorgegeven worden:
● Muziekoptredens in een buitenlocatie:
○ Café Congé, 9 juli 2026
○ Café Congé, 16 juli 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming | 690 euro |
Actie | Auteursrechten, vergoedingen voor optredens, enz ... voor overige evenementen |
Jaarbudgetrekening | GBB-CBS/0719-00/61320000 |
Visum | neen |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de lijst van feest- en gemeentelijke activiteiten waarvoor de gemeente de UNISONO- vergoeding op zich neemt, goed te keuren.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.14. Feestelijkheden - KVC Deerlijk Sport - gebruik gemeentelijke roosters - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters.
Motivering
Tijdelijke publiciteit op het openbaar domein naar aanleiding van manifestaties van culturele, levensbeschouwelijke, liefdadige of sportieve aard kunnen enkel gebeuren op de daartoe door de gemeente ter beschikking gestelde roosters.
Om hun thuiswedstrijden 1ste ploeg voor het seizoen 2026 - 2027 bekend te maken, vraagt KVC Deerlijk Sport om de gemeentelijke roosters te mogen gebruiken voor het ophangen van hun publiciteitsborden.
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Hfdst. 3, art. 221-224 Algemene Politieverordening
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan KVC Deerlijk Sport toelating te verlenen voor het gebruik van de gemeentelijke roosters
Artikel 2
Voor de praktische afhandeling dient contact opgenomen te worden met het vrijetijdspunt op het telefoonnummer 056 71 89 81 of via mail aan vrijetijd@deerlijk.be.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.15. Evenementen - D-Uniek - Famil'Air - 28 juni 2026 - intrekking - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het besluit van 13 mei 2026 met als titel "Evenementen - D-Uniek - Famil'Air - 28 juni 2026 - goedkeuring", in te trekken.
Motivering
In zitting van 13 mei 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen beslist om zijn goedkeuring te verlenen voor het evenement 'Famil'Air' van organisator D-Uniek op 28 juni 2026.
Dienst evenementen ontving bericht van de organisator dat het evenement niet zal doorgaan.
Bijgevolg wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen bij deze ingetrokken.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 284 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de beslissing van 13 mei 2026, met als titel "Evenementen - D-Uniek - Famil'Air - 28 juni 2026 - goedkeuring", in te trekken.
Artikel 2
Conform artikel 284 § 1 van het Decreet Lokaal Bestuur vermeldt de algemeen directeur de intrekking van een besluit in de rand van de notulen van het college van burgemeester en schepenen en brengt hij de schepenen hiervan op de hoogte op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.16. LO - lestijdenpakket 2026-2027 - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het lestijdenpakket voor het schooljaar 2026-2027 van de gemeentelijke lagere school en de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken deze ter goedkeuring te agenderen op de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Motivering
Het lestijdenpakket voor een nieuw schooljaar wordt bepaald volgens het aantal leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar.
In het gemeentelijk lager onderwijs bedroeg het aantal leerlingen 197.
Volgens de aanwending van de lestijden betekent dit 245 lestijden.
Daaruit moeten genomen worden:
● onderwijzers-klastitularissen
● eventueel een leermeester lichamelijke opvoeding
● eventueel een ambulante leerkracht
Daarnaast krijgt de school het ambt van directeur en de lestijden levensbeschouwelijke vakken.
Ook 38 SES-lestijden zijn toegekend.
Zorgbeleid: 54 punten
● Dit betekent 18/36 in de functie van beleidsmedewerker (zorgcoördinator) en 5/36 zorguren.
ICT: 16 punten
● Dit betekent 6/36 in de functie van beleidsmedewerker met een diploma hoger onderwijs korte type (HOKT).
Administratie: 71 punten
● Dit betekent 21/36 HSO en 15/36 HOKT.
Bovenop dit alles kreeg de school
● 3 lestijden voor ondersteuning kerntaak (ter ondersteuning van de klasleerkracht);
● 3 lestijden aanvangsbegeleiding (ter ondersteuning van nieuwe leerkrachten en stagiairs);
● 1 lestijd samen school maken (lestijd voor de vakorganisatie).
VOORSTELLEN VOOR HET SCHOOLJAAR 2026-2027
Voor het bepalen van het aantal ambten wordt het aantal lestijden gedeeld door 24.
● Dit betekent 245:24= 10 voltijdse ambten en 5 restlestijden.
Voorstel van principes:
Omkadering door turnleerkracht, SES-leerkracht en ambulante leerkracht zorg.
Voorstel voor de verdeling:
● 9 voltijdse ambten (9 klastitularissen) + leermeester lichamelijke opvoeding (18 u) + 11 lestijden ambulant
● 38 SES-lestijden
● 3 lestijden voor ondersteuning kerntaak
● 3 lestijden aanvangsbegeleiding
● 1 lestijd samen school maken Met goedkeuring van het schoolbestuur:
● Er worden zeventien lestijden beleidsondersteuning toegekend om de pedagogische ondersteuning, het SES- en GOKbeleid alsook de ICT-ondersteuning te waarborgen en uit te breiden.
● Er wordt zoveel als haalbaar, geopteerd voor het invullen van de functie van zorgcoördinator, administratief medewerker en van ICT-coördinator door dezelfde personen voor de scholen van de scholengemeenschap waartoe de centrumscholen behoren.
● Voor de functies van beleidsmedewerker wordt bepaald dat, in afspraak met de directie, thuiswerk als een deel van de prestatieregeling kan opgenomen worden.
Positief advies wordt gegeven op de schoolraad en het ABOC.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit akte te nemen van het lestijdenpakket voor het schooljaar 2026-2027 van de gemeentelijke lagere school en verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad om dit lestijdenpakket ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.17. Erfpacht Pladijsstraat 276 - aanpassing - verzoek tot agendering - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter te verzoeken de aangepaste erfpachtovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en de VZW De Brug ter goedkeuring voor te leggen op de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Motivering
In het kader van de realisatie van het gezamenlijk project "Buurthuis Sint-Lodewijk" moet de lopende erfpacht herzien en hertekend worden. De erfpacht heeft enkel nog betrekking op een deel van het perceel dat functioneel behouden blijft voor schoolgebouwen, met name een oppervlakte van 10a 87ca, aangeduid als kavel 1 op het metingsplan van 2 maart 2026, opgemaakt door landmeter Bart Degezelle.
Naar aanleiding van de brief van 2 april 2026 met het verzoek van VZW De Brug tot verlenging van erfpachtovereenkomst, besliste het college van burgemeester en schepenen in zitting van 8 april 2026 akkoord te gaan met een verlenging tot 31 december 2062.
Er werd een ontwerp van aangepaste akte betreffende de erfpacht opgemaakt. Deze wordt toegevoegd als bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56., § 1. van het Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de aangepaste erfpachtovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en VZW De Brug ter goedkeuring voor te leggen op de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.18. OMV 2026_48 - Hazewindstraat 18 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het regulariseren van de uitbreiding van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Hazewindstraat 18 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 559 N4 aangevraagd door Marc Decock wonende Hazewindstraat 18 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 8 juni 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, Vichtesteenweg, goedgekeurd op 5 februari 2009 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfuncties.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA en het RUP zijn van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Er zijn geen historische dossiers voor deze aanvraag.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 315 m² en is gelegen langs de Hazewindstraat op ongeveer 500 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Hazewindstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een aaneengesloten ééngezinswoning. De woning bestaat uit een hoofdgebouw bestaande uit twee bouwlagen en een hellend dak. Achteraan de woning is een nevenvolume in een L-vorm aangebouwd. De aanbouw bestaat uit één bouwlaag en een plat dak. In het verleden werden twee delen van de aanbouw gebouwd zonder vergunning. De gelijkvloerse bouwdiepte bedraagt hierdoor 20,23 m. In de achtertuin is een terras aangelegd en een tuinhuis terug te vinden.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen. De woonfunctie bestaat zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het regulariseren van een uitbreiding bij de woning. De uitbreiding bevindt achteraan de woning en binnenin de L-vorm van de vergunde woning. De uitbreiding werd ingeplant op beide perceelsgrenzen. Hierdoor werd de gelijkvloerse bouwdiepte op de rechterperceelsgrens gewijzigd van 16,07 m naar 20,23 m. Op de linkerperceelsgrens bedraagt de diepte met de uitbreiding 12,15 m in plaats van de vergunde 8,56 m. De uitbreidingen beschikken over een plat dak en hebben een hoogte van 3,22 m. De uitbreiding is afgewerkt met wit geschilderde bakstenen. Het gelijkvloers bestaat door middel van de uitbreiding uit een garage, inkomhal, leefruimte, keuken, toilet, wasplaats/berging. Op het verdiep werden geen aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van de vergunde toestand.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 30 april 2026 tot 29 mei 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:
Plan schrijft voor: | ontwerp voorziet: |
Maximale diepte van hoofd- en nevenvolume bedraagt 20 m | De bebouwing heeft een diepte van 20,23 m |
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien de bestemming, afmetingen, bebouwingspercentages binnen de voorschriften vallen.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijking heeft betrekking op de diepte van de gelijkvloers zodat een afwijking overwogen kan worden. De uitbouw werd reeds in 1983 uitgevoerd. Op dat moment waren de voorschriften nog niet van toepassing. Daarnaast betreft het een afwijking van zo’n 23 cm wat quasi verwaarloosbaar is. Bijgevolg kan geoordeeld worden dat het hier om een beperkte afwijking gaat en kan deze toegestaan worden. Er werden bovendien geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 5.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 1.380 liter en een referentieoppervlakte van 3,45 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor wasmachine en toilet.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking tot het regulariseren van een uitbreiding horende bij een eengezinswoning. De woonfunctie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op de rooilijn is ongewijzigd gebleven. De uitbreidingen bevinden zich achteraan de woning tegen en naast de vergunde bebouwing. Het ruimtegebruik van de uitbreidingen is eerder beperkt en vormt een relatief compact geheel.
De diepte van de uitbreiding wijkt licht af van de voorschriften (zo’n 23 cm), maar deze afwijking is beperkt en vergelijkbaar met de naastliggende bebouwing.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd. De uitbreiding is beperkt in hoogte waardoor de impact op de naastliggende percelen beperkt is.
Verschijningsvorm:
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. De uitbreiding werd afgewerkt in wit geschilderd metselwerk wat zich integreert binnen de vergunde bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Groen- en omgevingsaanleg:
De uitbreiding werd voorzien op bestaande verharding. De omgevingsaanleg op het perceel blijft quasi ongewijzigd. Conform de hemelwaterverordening wordt nog een wadi aangelegd naast het houten terras.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Marc Decock wonende Hazewindstraat 18 te 8540 Deerlijk, voor het regulariseren van de uitbreiding van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Hazewindstraat 18 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 559 N4.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.19. OMV 2026_27 - Breestraat 4 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het slopen van een bestaande uitbreiding en bouwen van een nieuwe uitbreiding tegen bestaande frituur, op een perceel gelegen Breestraat 4 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 168 H en (afd. 1) sectie B 168 K aangevraagd door Jonas Bruggeman met als contactadres Nieuwenhovestraat 29 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 9 juni 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● Er dient een septische put voorzien te worden en het hemelwater dient gescheiden aangevoerd te worden op de aanwezige riolering.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2008-4-A) voor bouwen van een nieuwe frituur (op zelfde plaats) na sloping bestaande - goedgekeurd op 16/02/2000.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 133,38 m² en is gelegen langs de Breestraat op ongeveer 1,7 km ten noordwesten van de kern van Deerlijk. De Breestraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een bestaande frituur met een oppervlakte van +/- 50m². De frituur is een vrijstaande constructie met 1 bouwlaag en plat dak. De omgeving betreft de overgang tussen lintbebouwing langs de Waregemstraat / gehucht Molenhoek en een landelijke, agrarische omgeving.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van een- en meergezinswoningen en een buurthuis.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het uitbreiden van een bestaande frituur na afbraak van de niet vergunde uitbreiding.
Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich rechts van de bestaande bebouwing, op de rechter perceelsgrens en op een afstand van min. 0,50 m t.o.v. de rechter kavelgrens. De uitbreiding heeft een oppervlakte van 26,61m², een breedte van 5,50 m op een diepte van 7,10 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,11 m.
Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft antracietkleuring gevelbeplating met antracietgenuanceerd buitenschrijnwerk. De bestaande frituur ligt +/- 0,40 m hoger dan het maaiveld. De uitbreiding wordt voorzien op het maaiveld. Tussen bestaande frituur en uitbreiding wordt een trap voorzien.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 7 mei aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Brandweerzone Fluvia werd om advies verzocht op 7 mei 2025. De adviesinstantie liet op 20 mei weten dat het voorwerp van de aanvraag geen brandvoorkomingsmaatregelen impliceert, voor zover voldaan wordt aan de algemene reglementeringen en normeringen.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het uitbreiden van een bestaande frituur, zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
Voor het aanwezige toilet wordt geen vergunning teruggevonden. Op basis van de plannen blijkt dat het toilet rechtstreeks afvoert naar de riolering en dat in de nieuwe toestand op deze afvoer het hemelwater aangesloten wordt. Dit kan niet aanvaard worden. Er dient een septische put voorzien te worden en het hemelwater dient gescheiden afgevoerd te worden op de aanwezige riolering. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.
Stikstofdecreet
De impactscoretool werd op 1 maart 2024 bijgewerkt naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet. De herziene impactscoretool maakt gebruik van de recentste modellen en databronnen zoals vermeld in artikel 3 van het Stikstofdecreet.
Voor omgevingsvergunningsaanvragen waarover beslist moet worden in overeenstemming met de bepalingen van het Stikstofdecreet, moet de impactscore berekend zijn op de wijze bepaald in het Stikstofdecreet. De berekening van de impactscore moet daarvoor gebeuren met deze nieuwe versie van de impactscoretool. Art. 2, 41° van het Stikstofdecreet: een vergunningsplichtig project dat geen verkeersdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project. Art. 2, 40°: vergunningsplichtig verkeersdragend infrastructuurproject: een vergunningsplichtig project met als hoofddoel de mobiliteit wijzigen, waarbij verkeersdragende infrastructuur wordt aangelegd of gewijzigd, waarbij de capaciteit van het verkeer door de wijziging wordt verhoogd.
De afstand tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied ligt ongeveer op 7.000 m. Er is volgens de “KDW-kaart vermesting 2024” geen kritische depositiewaarde (KDW) opgenomen voor het betrokken perceel. Gelet op de afstand, afgerond naar 7.000m, zou in worst case, het aantal vervoersbewegingen 9.181.000 moeten overschrijden om de 1% drempel te overschrijden. Dat komt neer op 25.154 vervoersbewegingen met personenwagens per dag.
Het aantal jaarlijkse vervoersbewegingen wordt voor deze aanvraag lager dan 9.181.000 ingeschat.
Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, dus geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is."
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
De aanvrager voorziet de regenwaterafvoer aan te sluiten op de bestaande afvoer van het bestaande bijgebouw rechtstreeks naar de regenwaterput. Aangezien geopteerd wordt voor een afvoersysteem is de gewestelijke verordening hemelwater van toepassing. In toepassing van de hemelwaterverordening dient bijgevolg een open infiltratievoorziening geplaatst te worden (verplicht voor eigendom groter dan 120 m² als een aansluiting op de riolering voorzien wordt). De infiltratievoorziening dient een volume te hebben van 33 l/m² en een oppervlakte van 8 % van de totale afwaterende oppervlakte.
Voor het plaatsen van een infiltratievoorziening wordt een afwijking aangevraagd; Hiervoor wordt verwezen naar de bestaande, volledig verharde toestand van het terrein en het feit dat een uitbreiding geen impact zal hebben op de hemelwaterafvoer. Gezien de heel beperkte oppervlakte van het terrein en de bestaande toestand, kan akkoord gegaan worden met de afwijkingsvraag. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op een beperkte regularisatie en het uitbreiden van een bestaande frituur. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de frituur blijft ongewijzigd.
De nieuwe aanbouw wordt gerealiseerd rechts van het bestaande gebouw en sluit ruimtelijk aan op het bestaande. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.
De overschrijding van de perceelsgrens door de fundering dient burgerrechtelijk uitgeklaard te worden.
Bouwvolume en gabarit:
De uitbreiding wordt voorzien rechts van de bestaande frituur. De totale gelijkvloerse breedte wordt op die manier tot op 14,15 m gebracht, hetgeen aanvaardbaar is. Het perceel is immers ondiep, en bouwen tot op de rechter perceelsgrens laat een compact geheel toe. Gezien de uitbreiding voorzien wordt op het maaiveld en de bestaande frituur +/- 0,36 m hoger staat, worden trapjes voorzien om beiden aan te sluiten.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwhoogte is aanvaardbaar en de muren op de perceelsgrens zijn voldoende duurzaam. De muren op de perceelgrens worden gewijzigd. Hiervoor werd het akkoord verkregen van de eigenaars van het betreffende buurperceel.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De voorgevel van de nieuwbouw betreft antracietkleurig aluminium en is een gelijkaardige kleur als de bestaande frituur. Niet tegenstaande het uitzicht een rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld, is deze aanvaardbaar. De uitbreiding integreert zich in voldoende mate binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Jonas Bruggeman met als contactadres Nieuwenhovestraat 29 te 8540 Deerlijk, voor het slopen van een bestaande uitbreiding en bouwen van een nieuwe uitbreiding tegen bestaande frituur, op een perceel gelegen Breestraat 4 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 168 H en (afd. 1) sectie B 168 K, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● Er dient een septische put voorzien te worden en het hemelwater dient gescheiden aangevoerd te worden op de aanwezige riolering.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.20. OMV 2026.87 - Heestertstraat 44 - melding - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding van een tijdelijke zorgunit op een perceel gelegen Heestertstraat 44 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 538 C, (afd. 2) sectie E 542 A en (afd. 2) sectie E 543 B ingediend door Ozilia Vandenbogaerde wonende Heestertstraat 44 te 8540 Deerlijk, met OMV-referentie OMV_2026071203.
Motivering
De melding ingediend door Ozilia Vandenbogaerde wonende Heestertstraat 44 te 8540 Deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 4 juni 2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:
1° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
2° dertig dagen in alle andere gevallen.
Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.
Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.”
VOORWERP VAN DE MELDING VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE HANDELINGEN
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Heestertstraat 44, kadastraal bekend afdeling 2 sectie E nrs. 538C, 542A en 543B.
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen: plaatsen van een tijdelijke zorgunit.
De werken kunnen als volgt beschreven worden:
De aanvrager heeft in de zijtuin bij zijn woning een verplaatsbare zorgunit geplaatst. Het betreft de verlenging van een al aanwezige zorgunit.
De zorgunit heeft een breedte van 4,50 m op een lengte van 11 m en bevindt zich op een afstand van 24 m van de woning. De zorgunit wordt afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 2,93 m en is bedoeld voor de huisvesting van de moeder van de eigenaar van het perceel.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER VAN DE GEMELDE STEDENBOUWKUNDIGE HANDELINGEN
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
Op de ingediende melding zijn volgende bestemmingsplannen en planologische voorschriften van toepassing:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Er wordt voldaan aan artikel 4.1.1, 18° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
“18° zorgwonen : een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :
1) de huisvesting van ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon 65 jaar of ouder is;
2) de huisvesting van ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon die zorgbehoevend is. Een zorgbehoevende persoon is een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of een basisondersteuningsbudget als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of een persoon die behoefte heeft aan ondersteuning om zich in zijn thuismilieu te kunnen handhaven. De kinderen ten laste van de zorgbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen;
3) de huisvesting van de zorgverlener als de personen, vermeld in punt 1) of 2), gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid;
Er wordt, mits het naleven van de opgelegde voorwaarden, voldaan aan artikel 4.2.4, 3° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
In elk van de volgende gevallen is de verwezenlijking van een ondergeschikte wooneenheid met het oog op de creatie van een vorm van zorgwonen meldingsplichtig, voor de duur van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), van deze codex:
3° een tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt geplaatst waarin de ondergeschikte wooneenheid wordt verwezenlijkt en waarbij voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
a) de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van dertig meter van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid;
b) de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op een van de volgende plaatsen geplaatst:
1) in de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op drie meter van de perceelsgrenzen;
2) in de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op een meter van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt;
c) de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3,5 meter;
d) de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale brutovloeroppervlakte van vijftig vierkante meter;
e) er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie;
f) de plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing als vermeld in artikel 4, 15, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 of met het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, a), 10), van deze codex, noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied;
g) de noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid;
h) de afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid;
i) de plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur van de plaatsing kan met een nieuwe melding één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar;
j) binnen een termijn van drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), van deze codex, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd.
Teneinde te voldoen aan artikel 4.2.4, 3° van de VCRO is de aktename afhankelijk van de strikte naleving van de volgende specifieke voorwaarden:
● De aktename geldt voor de maximale totale duur van drie jaar. Omdat dit een verlenging van een voorafgaande melding betreft gaat deze 3 jaar in vanaf het moment van het verval van de eerste melding van de zorgunit, zijnde vanaf 25 april 2026. Na 3 jaar zal het niet meer mogelijk zijn om de zorgunit met een melding te verlengen.
Er wordt voldaan aan artikel 4.4.1 §2, 2°van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
§ 2. De volgende handelingen worden niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk verbieden:
1° de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak;
2° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4;
3° het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 centimeter.
Bovendien voldoen de handelingen aan artikel 6 van hetzelfde besluit, aangezien ze:
● niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of vergunningen voor het verkavelen van gronden, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van omgevingsvergunningen;
● niet worden verricht op percelen waarop voorlopig of definitief beschermde monumenten aanwezig zijn, in voorlopig of definitief beschermde cultuurhistorische landschappen, in voorlopig of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten, of in voorlopig of definitief beschermde archeologische sites;
● niet worden uitgevoerd in een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, noch in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
● niet worden uitgevoerd voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook.
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2026 betreffende de meldingsplichtige handelingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Ozilia Vandenbogaerde wonende Heestertstraat 44 te 8540 Deerlijk voor de in het meldingsdossier opgenomen stedenbouwkundige handelingen, zijnde het plaatsen van een tijdelijke zorgunit gelegen Heestertstraat 44 te Deerlijk.
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
● De aktename geldt voor de maximale totale duur van drie jaar. Omdat dit een verlenging van een voorafgaande melding betreft gaat deze 3 jaar in vanaf het moment van het verval van de eerste melding van de zorgunit, zijnde vanaf 25 april 2026. Na 3 jaar zal het niet meer mogelijk zijn om de zorgunit met een melding te verlengen.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding. De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
Men kan tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
Men doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie).
Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoekschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
● De naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoekende partij, de gekozen woonplaats in België, een telefoonnummer en een e-mailadres;
● De naam en het adres van de verweerder;
● Het voorwerp van het beroep of bezwaar;
● Een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
● Een inventaris van de overtuigingsstukken.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.21. OMV 2026_52 - Hazewindstraat 63 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het isoleren voorgevel en aanbrengen crepi, op een perceel gelegen Hazewindstraat 63 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 318 F2 aangevraagd door M-DESK namens Frank Deleersnyder wonende Hazewindstraat 63 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 10 juni 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.
Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De crepi wordt uitgesloten van vergunning. De gevel moet uitgevoerd worden met rood-bruine of wit-beige steenstrips.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (DBA 2079-63-A) voor uitbreiden van bestaande woning - goedgekeurd op 19/07/2017.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 214 m² en is gelegen langs de Hazewindstraat op ongeveer 600 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Hazewindstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een rijwoning bestaande uit 2 bouwlagen als hoofdvolume met een hellend dak en een gelijkvloerse aanbouw. De woning heeft een gevelbreedte van 6,17 m met aan de rechterkant een open ruimte dat afgesloten wordt met een toegangspoortje (breedte t.h.v. rooilijn 1,53 m). De totale bouwdiepte van de woning bedraagt ongeveer 18 m.
De omgeving is een overgangsgebied tussen stedelijke en landelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel en bedrijvigheid.
Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst de voorgevel van zijn eengezinswoning te isoleren en vervolgens af te werken met crepi. De bestaande façade wordt niet afgebroken en de raam- en deuropeningen blijven ongewijzigd. Vóór de huidige rode gevelsteen wordt isolatie aangebracht met een dikte van 12 cm om vervolgens af te werken met een witte bepleistering met een dikte van 2 cm. Enkel de gevelplint (30cm) zal afgewerkt worden met een zwarte granietkorrel. Na de uitvoering van de geplande werken zal de voetpadbreedte nog 1,5 m bedragen.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanpalende eigenaars werden op 7 mei 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van isolatie op de voorgevel en het afwerken ervan zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De geplande werken hebben geen impact op het rioleringssysteem waardoor een verdere aftoetsing hier niet vereist is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het aanbrengen van isolatie aan de voorgevel van de eengezinswoning waarbij de binnenruimtes behouden blijven alsook de bestaande raam- en deuropeningen. De functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.
Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en verschijningsvorm:
De inplanting van de woning op de rooilijn wijzigt licht. Er wordt op de bestaande voorgevel, die gelijkloopt met de rooilijn, 12 cm isolatie en 2 cm crepi aangebracht. De rooilijn wordt dus beperkt overschreden, maar valt binnen de bepalingen van het rooilijndecreet.
Het voetpad blijft na het uitvoeren van de werken nog voldoende breed waardoor het uitsteken van de gevel gunstig kan worden ervaren.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
De voorgevel wordt voorzien van een witte crepi met zwarte gevelplint. Zo goed als alle woningen in de nabije omgeving werden voorzien van rood-bruinmetselwerk en vormen zo een eenheid in de straat. In de ruimere omgeving zijn ook woningen terug te vinden in een lichtere kleur, zowel als baksteentype als geschilderde baksteen waardoor de kleinschalige structuur behouden blijft. Crepi is echter geen onderhoudsvriendelijk en duurzaam materiaal. Door het aanbrengen van crepi verdwijnt ook de kleinschaligheid van de gevel gezien de structuur van het metselwerk niet langer zichtbaar is.
De gevel dient een eenheid te blijven vormen met de aanpalende en tegenoverliggende woningen door het toepassen van dezelfde gevelafwerking. Crepi is bovendien een moeilijk verwijderbaar materiaal omdat het zich hecht aan de ondermuur. Bijgevolg wordt de afwerking van de voorgevel met gevelbepleistering ongunstig geadviseerd en wordt als voorwaarde opgelegd dat de afwerking dient te gebeuren met rood-bruine of wit-beige steenstrips in harmonie met de omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Groen- en omgevingsaanleg:
De werken hebben geen invloed op het bestaande groen bij de woning. Er is geen voortuin aanwezig bij de woning.
Conclusie
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarde verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek/scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen:
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar om de voorgestelde voorwaarde op te leggen en besluit de vergunning gunstig te verlenen zoals aangevraagd, zonder deze voorwaarde over te nemen.
Het aanbrengen van buitenisolatie en de bijhorende gevelafwerking (crepi) zijn vandaag gangbare ingrepen om bestaande woningen energiezuiniger en toekomstbestendiger te maken. De Vlaamse overheid stimuleert dergelijke energetische renovaties uitdrukkelijk in het kader van duurzaam wonen en verbouwen.
Aangezien de materiaalkeuze en de afwerking niet worden beperkt door geldende stedenbouwkundige voorschriften en de woning geen beschermd of geïnventariseerd erfgoed betreft, ziet het college geen aanleiding om bijkomende beperkingen op te leggen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning zonder specifieke voorwaarden aan M-DESK namens Frank Deleersnyder wonende Hazewindstraat 63 te 8540 Deerlijk, voor het isoleren voorgevel en aanbrengen crepi, op een perceel gelegen Hazewindstraat 63 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 318 F2.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.22. Rioleringsproject DEE3013 : Wafelstraat - Olekenbosstraat - wegenisplannen - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het ontwerp-wegenisplan voor het rioleringsproject Wafelstraat - Olekenbosstraat, goed te keuren.
Motivering
In het kader van een rioleringsproject in de Wafelstraat - Olekenbosstraat - Braamheuvelstraat werd studiebureau Cnockaert aangesteld vanuit Riopact.
Het eerste voorstel voor de wegenisplannen werd nagezien door de diensten en de bevoegde schepen. Er werd gevraagd het ontwerp aan te passen op onderstaande punten :
Het aangepaste ontwerp ligt vandaag voor ter goedkeuring. Er werd eveneens een motivatienota m.b.t. het concept van de wegenis in de Olekenbosstraat - in het bijzonder over het voorstel om te werken van gemengd verkeer en fietssuggestiestroken in de bebouwde zone - toegevoegd.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56. §1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de ontwerp-wegenisplannen voor het rioleringsproject Wafelstraat - Olekenbosstraat goed te keuren mits er nog een aantal parkeerplaatsen in grasdallen wordt gecreëerd in de groenstroken in het begin van de Wafelstraat.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.23. De SAM - prioriteitenlijst werken - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de draft versie van het rapport "Conditiemeting De Sam" opgemaakt in voorbereiding van de opmaak van een Agion dossier en een beslissing te nemen over de verdere aanpak voor de uitvoering en spreiding van deze werken.
Motivering
In functie van het indienen van een Agiondossier werd in december 2025 studiebureau Sweco aangesteld om een conditiemeting van de gebouwen van de Sam uit te voeren en een Agiondossier op te maken.
De eerste conclusie van het studiebureau was dat de school in een behoorlijk goede staat verkeert. Daarnaast werd vastgesteld dat er ook een aantal werkzaamheden nodig zijn die niet kunnen wachten op de goedkeuring van een Agion dossier.
Op basis van keuringsverslagen van elektriciteit, het asbestverslag, het brandweerverslag, info over de stookinstallatie en een rondgang ter plaatse werden de benodigde werken opgedeeld in drie categorieën :
● EISEN
● NODEN
● WENSEN
EISEN :
Extra vluchtwegen voor sommige klassen (via buitentrap) | 110.000 euro excl.btw |
Compartimentering traphallen | 50.000 euro excl.btw |
Borstweringen trappen aanpassen aan normen | 20.000 euro excl.btw |
Doorgang technieken compartimenteringswanden | nog in te schatten |
Keuringen elektriciteit | aanpassingswerken in uitvoering |
Verwijderen asbest | 70.000 euro excl.btw |
NODEN :
Vervangen stookinstallatie | 60.000 euro excl.btw |
WENSEN :
Nieuwe akoestische plafonds en verlichting | 60.000 euro excl.btw |
Vervangen schrijnwerk sanitair blok | 15.000 euro excl.btw |
In een intern overleg met de betrokken schepenen werd voorgesteld om de werken in verband met de brandveiligheid (extra vluchtwegen en compartimentering) en het in orde brengen van de elektriciteit, zo snel mogelijk uit te voeren. De overige werken worden opgenomen in een Agiondossier om de subsidiëring van de werken te optimaliseren.
De school had de wens om in 2026 in een aantal klassen schilderwerken uit te voeren en verlaagde plafonds met nieuwe verlichting te plaatsen. Tijdens een overleg op 11 juni werd aan de directie toegelicht dat er enkele dringende werken zijn in kader van brandveiligheid en dat de werken aan de klassen kunnen meegenomen worden in het in te dienen Agion dossier om zo in aanmerking te komen voor subsidies.
Tijdens dit overleg kwam ook de verwarming ter sprake. Het vervangen van één gasketel moet nu opgestart worden omdat gevreesd wordt dat deze ketel niet meer zal opstarten en een deel van de school zonder verwarming zal zitten. Hiervoor kunnen we niet wachten op het indienen van een Agiondossier. De andere ketel en het vernieuwen van de verwarmingsinstallatie met duurzame verwarmingstechnieken wordt wel opgenomen in het Agiondossier.
Er wordt voorgesteld om een Agion dossier op te maken waarin een deel renovatiewerken (met ondermeer de opgelijste werken) en een deel nieuwbouw (bv. op locatie van huidig huis Lemayeur) wordt opgenomen.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56., §1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de draft versie van het rapport "Conditiemeting De Sam" opgemaakt in voorbereiding van de opmaak van een Agion dossier.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de werken in verband met de brandveiligheid, de vervanging van één stookinstallatie en het in orde brengen van de elektriciteit prioritair uit te voeren en hiervoor de nodige budgetten te voorzien in het huidige meerjarenplan.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluiten om een Agion dossier op te maken met een deel renovatie en een deel nieuwbouw en de plaatsing van verlaagde plafonds met nieuwe verlichting in enkele klaslokalen uit te stellen en op te nemen in het Agion dossier zodat deze werken in aanmerking komen voor subsidie.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.24. Omgevingsvergunning OMV2026070325 - 2026.84 - Vrijeigen 30 - melding 5 honden - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding voor het houden van 5 honden op een perceel gelegen Vrijeigen 30 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 322 L ingediend door Femke Vanhoucke wonende Vrijeigen 30 te 8540 Deerlijk.
Motivering
De melding ingediend door Femke Vanhoucke wonende Vrijeigen 30 te 8540 Deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 3 juni 2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt: “De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
VOORWERP VAN DE MELDING
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Vrijeigen 30, kadastraal bekend afdeling 1 sectie A nr. 322L.
De melding omvat de volgende ingedeelde inrichting of activiteit: melden van het houden van 5 honden.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
9.9.1° | Houden van 5 honden: 3 Shiba Inu's en 2 Husky's (Nieuw) | 5 dieren | 3 |
BEVOEGDHEID
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1 of 2, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER
Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen verbonden aan de melding.
Deze melding heeft een invloed op de volgende milieutechnische aspecten:
Het betreft een aanvraag voor het houden van 5 honden in een particuliere woning. Er waren reeds 4 honden aanwezig, en er is recent een vijfde bijgekomen. Volgens de aanvraag slapen de honden 's nachts binnen. Indien de eigenaars niet thuis zijn, zitten zij eveneens binnen in een bench. Deze zijn ruim genoeg om bewegingsvrijheid toe te laten. Het valt niet uit te sluiten dat de honden af en toe eens zullen blaffen (tijdens het spelen, bij het zien van een ander dier, naar mensen die ze niet kennen...), maar eigenaars stellen dat ze altijd kijken waarom de honden blaffen. Ofwel spreken ze erop om het geblaf stil te leggen, ofwel worden de honden binnenshuis gestopt. Dit om overlast naar de buren zoveel als mogelijk te vermijden.
Volgens artikel 5.9.12.2. van Vlarem II betreffende het houden van honden dient de inrichting voorzien te zijn van een omheining die belet dat de dieren kunnen ontsnappen. Aan de zijden die uitgeven op andermans woning of op de openbare weg moet deze omheining uit ondoorzichtige elementen bestaan met minimale hoogte van 2 meter. Ook dienen de honden tussen 22:00 en 7:00 uur binnengehouden te worden, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning.
Aanvrager geeft aan te zullen voldoen aan Vlarem II:
● Het huis is volledig omheind. De omheining is versterkt met piquetten, die beletten dat de honden de draad omhoog zouden duwen om eronder door te glippen. Niemand kan ongevraagd in de tuin komen. Iedere bezoeker moet aanbellen aan een deurbel aan een toegangspoortje. Men is gestart met de aanplant van een haag (stedenbouwkundig vrijgesteld) zodat de honden geen zicht meer hebben op aanpalende percelen.
● De honden komen nauwelijks na 22:00 uur buiten. Als dit zich voordoet, is dit meestal om een plasje te doen, en altijd onder begeleiding van de eigenaars.
Door aanplant van een haag (oranje markering op plan) zal voldaan zijn aan de voorwaarde voor een ondoorzichtige omheining. Volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek dient een haag op minstens 0,5 m van de perceelsgrens geplaatst te worden, indien deze maximaal 2 m blijft. Dit wordt overgenomen in een bijzondere voorwaarde.
De omgevingsambtenaar stelt volgende bijzondere voorwaarden noodzakelijk:
● De haag dient op min. 0,5 m van de perceelsgrens geplaatst te worden, en mag maximaal 2 m hoog zijn.
De ingedeelde inrichting of activiteit is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
De rubrieken, hoeveelheden en kadasterpercelen zijn bepaald op basis van het meldingsdossier. Er zijn geen verplichte adviezen voorzien in deze procedure, alsook geen plaatsbezoek. Bijgevolg moet dit met omzichtigheid benaderd worden.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Femke Vanhoucke wonende Vrijeigen 30 te 8540 Deerlijk voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het houden van 5 honden gelegen Vrijeigen 30 te Deerlijk.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
9.9.1° | Houden van 5 honden: 3 Shiba Inu's en 2 Husky's (Nieuw) | 5 dieren | 3 |
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3
Algemene voorwaarden
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Bijzondere voorwaarde
De haag dient op min. 0,5 m van de perceelsgrens geplaatst te worden, en mag maximaal 2 m hoog zijn.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
● het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
● het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
● het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.25. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.26. Stuurgroep landschapskarakterisatie Zuid-West-Vlaanderen - politieke vertegenwoordiging - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om een politieke vertegenwoordiger aan te duiden om toe te treden in de stuurgroep landschapskarakterisatie voor Zuid-West-Vlaanderen.
Motivering
Vanuit IOED Leiedal wordt samengewerkt met het Regionaal Landschap Leie en Schelde, aan een landschapskarakerisatie voor Zuid-West-Vlaanderen.
Deze studie heeft als doel de landschappelijke diversiteit van de regio systematisch in kaart te brengen en te beschrijven, zodat het landschap beter en geïntegreerd (over beleidsdomeinen heen) kan worden benaderd.
Concreet resulteert dit in een landschapszonekaart, die de regio opdeelt in zones met een gelijkaardig karakter en in een landschapsgids waarin de kenmerken van deze landschappen helder worden toegelicht in woord en beeld.
Voor de begeleiding van dit traject wordt een stuurgroep samengesteld die de inhoudelijke lijnen mee zal uitzetten.
De eerste stuurgroep vindt plaats op maandag 29 juni 2026 van 15:30 uur tot 17:00 uur, in de kantoren van Leiedal.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, §1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit schepen Lies De Witte af te vaardigen als vertegenwoordiger voor de stuurgroep landschapskarakterisatie van Zuid-West-Vlaanderen.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.27. Premie zwerfvuilactie - Chiro Sellewie - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een premie toe te kennen naar aanleiding van het uitvoeren van een zwerfvuilactie.
Motivering
We ontvingen de volgende aanvraag
Naam en adres aanvrager
| Rekeningnummer | Premie (100 euro per deelgebied) | Nummer(s) deelgebied(en) |
Milo Delbeke Chiro Sellewie Pladijsstraat 282 8540 Deerlijk | BE82 7360 7446 7368 | 300 euro | 8, 12 en 13 |
De oorspronkelijke aanvraag was ingediend voor deelgebieden 11, 12, 14. Omdat deelgebieden 11 en 14 nog maar opgeruimd waren op 10 mei, voldeed de aanvraag niet aan het reglement.
Bij navraag bij de aanvragers om de zwerfvuilactie uit te stellen of andere deelgebieden te kiezen, koos men voor deelgebieden 8, 12 en 13.
De zwerfvuilactie vond plaats op 7 juni 2026.
Er werd een totaal gewicht van 15 kg ingezameld.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● andere:
○ Het gemeentelijk reglement betreffende betoelaging voor zwerfvuilacties, goedgekeurd door de gemeenteraad op 11 september 2025
Adviezen
Op 8 juni voerden de gemeentediensten controle ter plaatse uit om vast te stellen of er aan de verplichtingen werd voldaan om tot uitbetaling van de premie over te gaan. Er werd een gunstig advies verleend.
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Bedrag | 300 euro |
Actie | Overig beleid |
Jaarbudgetrekening | GBB / 0390-00 / 64910002 |
Begunstigde(n) | Milo Delbeke Chiro Sellewie Pladijsstraat 282 8540 Deerlijk |
Rekeningnummer begunstigde(n) | BE82 7360 7446 7368 |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de premie uit te betalen.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.28. OMV 2025_184 - Vichtesteenweg 70 - aanpassing rubriekenlijst - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om in het besluit van 27 mei 2026 met als titel OMV 2025_184 - Vichtesteenweg 70 - beslissing, een rechtzetting door te voeren.
Motivering
In zitting van 27 mei 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen beslist om een voorwaardelijke vergunning af te leveren aan Ivan Martin namens G & V ENERGY GROUP NV en namens XL SERVICESTATIONS NV gevestigd Vredestraat 53 te 8790 Waregem, voor het herinrichten van een tankstation met laadinfrastructuur, op een perceel gelegen Vichtesteenweg 70 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 571 L.
In de rubriekentabel werd de lozing naar de Vichtesteenweg vergund.
De VMM advisering afvalwater gaf deels ongunstig advies omdat hoofdriolering ontbreekt in Vichtesteenweg op hoek met De Taeyelaan. Hierop werd door aanvrager een nieuwe projectinhoudversie opgeladen met lozingspunt in De Taeyelaan.
De tekst van verslag GOA werd hierop aangepast, maar het foutieve lozingspunt is blijven staan in de rubriekentabel.
VMM merkte deze tegenstrijdigheid op na het ontvangen van de beslissing, en vraagt een gecorrigeerde beslissing op te maken.
Bijgevolg wordt in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen bij deze de rubriekentabel rechtgezet.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
● Art. 284 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de beslissing van 27 mei 2026 met als titel OMV 2025_184 - Vichtesteenweg 70 - beslissing recht te zetten, door aanpassing van de rubriekenlijst als volgt:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
3.4.2° | lozen van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering in de De Taeyelaan met een maximum debiet van 3,22 m³/uur (Verandering) | 3,22 m³/uur | 2 |
6.5.2° | Brandstofverdeelinstallatie met 10 verdeelslangen (Verandering) | 10 verdeelslangen | 2 |
17.3.2.1.1.1°b) | Opslag diesel in ondergrondse houders (14.000 l + 8.000 l) (à 0,84 kg/l) (Ongewijzigd) | 18,48 ton | 3 |
17.3.2.2.2°a) | Opslag benzine in ondergrondse houders (10.000 l + 8.000 l) (à 0,72 kg/l) (Ongewijzigd) | 12,96 ton | 2 |
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.29. Goedkeuring jaarrekening 2025 - besluit gouverneur - kennisname en verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring van de jaarrekening 2025 en de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken deze ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Motivering
De gemeenteraad heeft op 30 april 2026 de jaarrekening 2025 vastgesteld. Op 9 juni 2026 werd de jaarrekening goedgekeurd door de plaatsvervangend gouverneur. Dit besluit bevindt zich in bijlage. Het college van burgemeester en schepenen neemt hiervan kennis en verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad deze ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de goedkeuring van de jaarrekening 2025.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad de goedkeuring van de jaarrekening 2025 ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad van 9 juli 2026.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.30. Kohier van belasting op tweede verblijven - uitvoerbaarverklaring - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het kohier van de gemeentelijke belasting op tweede verblijven uitvoerbaar te verklaren.
Motivering
De gemeenteraad keurde op 18 december 2025 het gemeentelijk belastingreglement tweede verblijven goed. In uitvoering daarvan wordt jaarlijks een kohier opgemaakt.
Er zijn geen adviezen nodig.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 4, § 3 decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en de latere wijzigingen ervan
○ Gemeentelijk belastingreglement tweede verblijven
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 32.000,00 euro |
Actie | GBB-CBS : gelijkblijvend beleid CBS |
Jaarbudgetrekening | 0020-00/73770000 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het belastingkohier terzake voor aanslagjaar 2026 uitvoerbaar te verklaren. Het kohier bevat 37 artikels voor een totaal bedrag van 32.000,00 euro.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.31. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.32. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.33. MAT - verslag 3 juni 2026 - kennisname
Aanleiding en context
Het MAT hield een vergadering op 3 juni 2026.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.
Motivering
Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd door de leden van het managementteam.
De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag in bijlage.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
C.34. Nota en samenwerkingsovereenkomst bbox bpost - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de nota en het ontwerp van overeenkomst tussen de gemeente Deerlijk en bpost, met betrekking tot het plaatsen van 2 pakjesautomaten bbox, goed te keuren.
Motivering
bpost biedt lokale besturen de mogelijkheid om op hun grondgebied een zogenaamde bpost box (pakjesautomaat) te laten plaatsen. Dit zijn geautomatiseerde lockers waarin burgers pakjes kunnen afhalen en verzenden, onafhankelijk van de openingsuren van een postkantoor of afhaalpunt. Deze automaten kunnen ook door de lokale handelaars gebruikt worden voor het op en afhalen van pakketten buiten de openingsuren. De automaten genereren bijkomende passanten in de winkelstraat.
bpost stelt voor om in Deerlijk twee pakjesautomatente plaatsen. De automaten worden publiek toegankelijk opgesteld en maken deel uit van het netwerk van pakjesautomaten dat bpost verder uitbouwt.
De voorgestelde bpost boxen zijn volledig zelfvoorzienend en werken op basis van geïntegreerde zonnepanelen. Hierdoor is geen aansluiting op het elektriciteitsnet noodzakelijk. De plaatsing, het beheer, het onderhoud en de exploitatie van de automaten gebeuren volledig door Bpost.
De beleidsnota en het voorstel van samenwerkingsovereenkomst werden als bijlage toegevoegd bij het collegepunt.
Bij de verdere bespreking met Bpost kwamen ook volgende aandachtspunten naar boven:
- Verbrekingsvergoeding: de clausule van €1.250 verbrekingsvergoeding voor een vervroegde opzegging binnen de 3 jaar dient uit de overeenkomst gehaald. Aangezien de gemeente zelf geen dienstverlening afneemt is het vreemd om hiervoor een risico te dragen.
- juridische tekstuele opmerkingen die nog dienen opgenomen te worden
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen kan niet akkoord gaan met een mogelijke schadevergoeding van 1250 euro indien de periode van 3 jaar niet gehaald wordt.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Deerlijk en bpost, met betrekking tot het plaatsen van 2 pakjesautomaten bbox principieel goed te keuren rekening houdend met artikel 1. Een aangepaste versie rekening houdend met deze wijziging en de juridische tekstuele opmerkingen dient opnieuw voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
D.1. Digitaal infoscherm - Goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen tot het opstarten van de procedure voor het plaatsen van een digitaal infoscherm in het straatbeeld van Deerlijk.
Motivering
Doelstelling
Als gemeentebestuur willen we onze communicatie kracht bijzetten. Een digitaal infoscherm in het straatbeeld van Deerlijk is - letterlijk en figuurlijk - een geschikt communicatiekanaal om meer naar buiten te komen met onze communicatie. Met dat infoscherm wensen we:
● Onze inwoners en bezoekers te informeren en sensibiliseren.
● Deerlijkse verenigingen, niet-commerciële organisaties en partners van het gemeentebestuur de kans te bieden om gratis promotie te voeren voor hun activiteiten die zij organiseren ten voordele van hun werking.
● Lokale ondernemers de mogelijkheid te bieden om eveneens - maar mits tegen betaling - promotie te voeren voor hun onderneming.
Locatie
Er worden 2 voorkeurslocaties opgegeven, zijnde:
● Optie 1: in de Vichtesteenweg op de kruising met de Sint-Rochusweg ter hoogte en ter vervanging van het gemeentelijk informatierooster.
● Optie 2: op de kruising van de Harelbekestraat en de Hoogstraat ter hoogte van de parking schuin tegenover frituur De Barakke ter hoogte en ter vervanging van het gemeentelijk inforooster.
Het college van burgemeester en schepenen kiest voor optie 2. De dienst communicatie bekijkt in samenwerking met de dienst vrije tijd het hergebruik van het gemeentelijk informatierooster dat op die locatie vervangen zal worden door het digitaal infoscherm.
Domeinconcessie
We opteren ervoor het scherm niet zelf aan te kopen en te beheren, maar om een leverancier te zoeken die dit scherm kan installeren en uitbaten op openbaar domein. Bijgevolg opteren we ervoor te werken met een domeinconcessie. Daarbij verlenen we als gemeente het recht aan de leverancier en uitbater van het infoscherm het recht om op een zone van het openbaar domein tijdelijk en op een wijze die het recht van anderen uitsluit, in gebruik te nemen.
Voorwaarden
De inhoud en voorwaarden van deze marktbevraging worden in een apart collegepunt in detail toegelicht met de vraag om dit te agenderen ter goedkeuring op de eerstvolgende gemeenteraad.
Adviezen
Advies door de onderstaande diensten werd/wordt ingewonnen naarmate het verloop van het project.
● Dienst ruimte voor de domeinconcessie + nutsvoorzieningen
● Dienst aankoop voor de procedure domeinconcessie
● Dienst lokale economie voor de betrokkenheid van de ondernemers
● Dienst vrije tijd voor de betrokkenheid van de verenigingen
● Dienst ICT voor de internetvoorzieningen
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Decreet Lokaal Bestuur Art. 56. § 1
Financiën
De financiële gevolgen zijn nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen tot het opstarten van de procedure voor het plaatsen van een digitaal infoscherm in het straatbeeld van Deerlijk.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
D.2. OMV_2025126074 - Gen. Deprezstraat 2E en 2F - beroep - hoorzitting en advies
Aanleiding en context
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 25 februari 2026 betreffende een voorwaardelijk omgevingsvergunning voor het ontbossen van een deel van het perceel en het verkavelen van een perceel voor twee loten voor vrijstaande woningen, op een perceel gelegen Generaal Deprezstraat 2E, 2F en Pontstraat 18 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 119 S, werd beroep ingesteld.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 25 februari 2026 de omgevingsvergunning op naam van mevrouw Monique Van Eeckhout, voor het ontbossen van een deel van het perceel en het verkavelen van een perceel voor twee loten voor vrijstaande woningen, op een perceel gelegen Generaal Deprezstraat 2E, 2F en Pontstraat 18 voorwaardelijk vergund.
Een belanghebbende derde heeft op 13 april 2026 tegen deze vergunningsbeslissing beroep aangetekend bij de deputatie.
De deputatie heeft op 13 mei 2026 het beroep van de aanvrager ontvankelijk en volledig verklaard.
De beroepindieners hebben gevraagd om gehoord te worden. De hoorzitting zal doorgaan vermoedelijk op 14 juli 2026.Ook het college van burgemeester en schepenen zal uitgenodigd worden op de hoorzitting.
Overeenkomstig artikel 60 lid 2 van het omgevingsvergunningsdecreet en artikel 75 van het omgevingsbesluit beschikt het college van burgemeester en schepenen over een termijn van 50 dagen om advies uit te brengen over dit beroep.
Het college kan beslissen om de motivering uit de vergunningsbeslissing te behouden of om deze aan te vullen op basis van het beroepsschrift.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 2 Decreet Lokaal Bestuur.
● Andere:
○ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van het ingestelde beroep.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist gehoord te willen worden in deze zaak. Schepen Lies De Witte zal aanwezig zijn op de hoorzitting.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit bij de motivering van de vergunningsbeslissing te blijven.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
D.3. De Kim - De Beuk - EDF - meerprijs doormelding brandalarm - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de meerprijs goed te keuren voor de doorschakeling van de brandalarmen in het dossier De Kim - De Beuk.
Motivering
Op de nieuwe brandcentrale van De Beuk en De Kim moet nog een doormeldsysteem worden geplaatst om de nodige personen te verwittigen in geval van een alarmmelding.
Dit doormeldsysteem is beschreven in het bestek, maar financieel is er geen post voorzien in het bestek. De beschrijving spreekt nog van doormelding via een analoge lijn, maar deze technologie is intussen achterhaald.
De firma EDF heeft twee opties voorgesteld om via een GSM-module de doormelding te realiseren :
● Via een doormelding naar een meldkamer : 1.949 euro excl.btw
● Via een vocale doormelder naar een vooraf bepaalde lijst met personen : 1.561,35 euro excl.btw.
Moest er een slechte GSM ontvangst zijn ter hoogte van de brandcentrale wordt ook nog de optie aangeboden om een externe antenne te plaatsen voor een bedrag van 888,28 euro excl.btw. Er wordt echter verwacht dat een extra antenne niet nodig zal zijn.
Voor beide opties is een GSM-abonnement vereist, maar voor de eerste optie is ook nog een contract met een meldkamer nodig.
Na overleg met de school gaat de voorkeur uit naar de tweede optie met de vocale doormelder. Dit systeem is vlot verkrijgbaar en kan nog voor de keuring op 6 juli 2026 geplaatst worden om zo de kosten voor een extra keuring te vermijden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 4° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 1.655,03 euro incl. 6% btw |
Actie | Verrichtingen zonder beleidsdoelstellingen |
Jaarbudgetrekening | GBB/0800-00/22100000 |
Visum | n.v.t. |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit verrekeningsvoorstel 67 optie 2 van de firma EDF voor het doormelden van de brandalarmen via een vocale doorvermelder goed te keuren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit verrekeningsvoorstel 67 optie 3 van de firma EDF voor het eventueel plaatsen van externe antenne voor het doormeldingssyteem goed te keuren moest een extra buitenantenne noodzakelijk blijken.
Zitting van CBS van 17 JUNI 2026
D.4. Kohier van belasting op gebouwen, woningen en kamers opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister - aanslagjaar 2025 - uitvoerbaarverklaring - goedkeuring
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.