Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 27 mei 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 27 mei 2026.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 27 mei 2026 goed te keuren.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.2. Personeel - aankondiging vakbondsactie - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD-ABVV Openbare Diensten waarbij ze een actie aankondigen.
Motivering
ACOD-ABVV Openbare Diensten meldt in haar schrijven van 19 mei 2026 dat er op 4 juni 2026 een nationale actiedag voor de zorg-, welzijns- en socioculturele sector wordt georganiseerd door het gemeenschappelijk vakbondsfront. Deze actie is een reactie op het beleid van de Arizonaregering ten aanzien van het personeel van de zorg-, welzijns- en socioculturele sector.
Dit kan binnen bepaalde besturen aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers.
Deze dag wordt als stakingsdag beschouwd waarbij elk personeelslid dat afwezig is wegens deelname aan de actie, zal gedekt worden door deze stakingsaanzegging.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD-ABVV Openbare Diensten, waarbij ze laten weten dat er op 4 juni 2026 een actiedag wordt georganiseerd.
Personeelsleden die deelnemen aan deze actie zijn met deze stakingsaanzegging ingedekt.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.3. Diverse verslagen - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.
Motivering
Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:
● Fluvia - verslagen van het zonecollege en de zoneraad van 27 maart 2026
● De Watergroep - Financieel jaarverslag van de raad van bestuur van 2025
● De Watergroep - Verslag + presentatie van het Riopactcomité van 10 december 2025
● De Watergroep - Verslag + presentatie van het Riopactcomité van 27 april 2026
● Imog - verslag van de vergadering van 16 april 2026
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.4. Beslissingen algemeen directeur - mei 2026 - kennisname
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.5. Secretariaat - vrijwilligersvergoeding hostessen - mei 2026 - goedkeuring
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.6. OFP Prolocus - algemene vergadering van 22 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
OFP Prolocus nodigt de gemeente uit tot het bijwonen van haar algemene vergadering die plaatsvindt op 22 juni 2026 in het Thor Park te Genk, van 14.30 uur tot 16.00 uur.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt de algemene vergadering die bestaat uit 4 delen die de volgende agendapunten behandelen:
1) Plenaire Algemene Vergadering
2) Deelvergadering Afzonderlijk Vermogen Groep VVSG
Jaarafsluiting 2024 “Afzonderlijk Vermogen Groep VVSG”: Goedkeuring jaarrekening.
3) Deelvergadering Afzonderlijk Vermogen Groep Provant
Goedkeuring sleuteldocumenten fonds “Afzonderlijk Vermogen Groep Provant”: Goedkeuring jaarrekening.
4) Plenaire Algemene Vergadering (vervolg)
In de gemeenteraadszitting van 27 maart 2025 werd mevrouw Regine Rooryck aangesteld als effectief vertegenwoordiger en de heer Claude Croes als plaatsvervangend vertegenwoordiger, voor de algemene vergaderingen van OFP Prolocus.
De financieel directeur heeft hieromtrent geen opmerkingen om reden dat er geen financiële link is.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de agenda goed te keuren.
Artikel 2
Gezien de door de gemeenteraad aangestelde vertegenwoordigers verontschuldigd zijn voor voormelde algemene vergadering, beslist het college van burgemeester en schepenen om een blanco volmachtformulier over te maken aan OFP Prolocus samen met een voor eensluidend verklaard afschrift van onderhavige beslissing.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit om OFP Prolocus op de hoogte te brengen van onderhavige beslissing.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.7. Regionaal Landschap Leie en Schelde - algemene vergadering van 16 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Regionaal Landschap Leie en Schelde nodigt de gemeente uit tot het bijwonen van haar algemene vergadering die plaatsvindt op dinsdag 16 juni 2026 vanaf 16.00 uur. Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de agenda en de daartoe behorende bijlagen goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt de agenda met volgende agendapunten:
In de gemeenteraadszitting van 27 februari 2025 werd mevrouw Lies De witte aangesteld als effectief vertegenwoordiger en de heer Jo Tijtgat als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van Regionaal Landschap Leie en Schelde voor de duur van de legislatuur 2025-2030.
De financieel directeur heeft hieromtrent geen opmerkingen om reden dat er geen financiële link is.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de agenda goed te keuren en verzoekt de aangeduide vertegenwoordiger of zijn plaatsvervanger op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig besluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten, waarvoor een beslissing moet genomen worden, goed te keuren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit om Regionaal landschap Leie en Schelde op de hoogte te brengen van onderhavige beslissing.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.8. Gemeentelijke Holding NV in vereffening - algemene vergadering van 24 juni 2026 - goedkeuring
Aanleiding en context
Gemeentelijke Holding NV - in vereffening, nodigt de gemeente uit tot het bijwonen van haar algemene vergadering die zal plaatsvinden op woensdag 24 juni 2026 om 14.30 uur in VVSG vzw, Bischoffsheimlaan 1-8 te 1000 Brussel.
Motivering
Overeenkomstig de wettelijke regels terzake worden alle punten van de agenda, behoudens de benoeming van de commissaris, louter ter kennisname meegedeeld aan de algemene vergadering. Zij worden niet ter stemming voorgelegd.
Het college van burgemeester en schepenen overloopt de agenda als volgt:
In de gemeenteraadszitting van 27 februari 2025 werd mevrouw Lies De Witte aangesteld als effectief vertegenwoordiger en mevrouw Regine Rooryck als plaatsvervangend vertegenwoordiger, voor de algemene vergaderingen van de Gemeentelijke Holding NV in vereffening, voor de legislatuur 2025-2030.
De financieel directeur heeft hieromtrent geen opmerkingen om reden dat er geen financiële link is.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen keurt de agenda van de algemene vergadering van de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening, die plaatsvindt op 24 juni 2026, goed met volgende agendapunten:
Artikel 2
Gezien zowel de effectief als plaatsvervangend vertegenwoordiger verontschuldigd zijn voor voormelde algemene vergadering, besluit het college van burgemeester en schepenen om een blanco volmachtformulier over te maken aan de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit om Gemeentelijke Holding NV op de hoogte te brengen van onderhavige beslissing, tegen uiterlijk 17 juni 2026.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen keurt de agenda van de algemene vergadering van de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening, die plaatsvindt op 24 juni 2026, goed met volgende agendapunten:
Artikel 2
Gezien zowel de effectief als plaatsvervangend vertegenwoordiger verontschuldigd zijn voor voormelde algemene vergadering, besluit het college van burgemeester en schepenen om een blanco volmachtformulier over te maken aan de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen besluit om Gemeentelijke Holding NV op de hoogte te brengen van onderhavige beslissing, tegen uiterlijk 17 juni 2026.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.9. Feestelijkheden - Viering nationale feestdag - 21 juli 2026 - programma - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het programma van de 21 juli-viering 2026 goed te keuren.
Motivering
Het programma van de viering van de nationale feestdag op 21 juli 2026 wordt als volgt voorgesteld:
● Deerlijk centrum
○ 10.00 uur: eucharistieviering in de Sint-Columbakerk
○ 10.45 uur: bloemenhulde aan het monument
○ 11.00 uur: glas aangeboden in café Brouwershof
● Sint-Lodewijk
○ 11.45 uur: bloemenhulde aan het monument
○ 12.00 uur: glas aangeboden in café Sint-Benedictus
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 500,00 euro (aangeboden glas) |
Actie | Receptie -en representatiekosten |
Jaarbudgetrekening | GBB/0190-00/64300000 |
Visum | n.v.t. |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het programma van de nationale feestdag 21 juli 2026 vast te stellen overeenkomstig bovenstaand voorstel.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.10. LO - engagementsverklaring voor inspectie - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om voor de gemeentelijke lagere school 2 engagementsverklaringen op te sturen naar de onderwijsinspectie na een ongunstig advies bij een schooldoorlichting.
Motivering
Na het ongunstig advies ten gevolge van de schooldoorlichting van de gemeentelijke lagere school van 4 tot 8 mei 2026, dient het schoolbestuur 2 engagementsverklaringen te ondertekenen en te mailen naar de onderwijsinspectie zodat de procedure tot intrekking van de erkenning van de instelling niet opgestart wordt.
● Engagementsverklaring bij ongunstig doorlichtingsadvies met mogelijkheid tot opschorting (advies2a)
● Engagementsverklaring bij een negatieve uitspraak over het gelijkeonderwijskansenbeleid
De school kan dan samen met de pedagogische begeleiding werken aan de tekorten.
Na verloop van tijd wordt er een nieuwe doorlichting aangekondigd door de onderwijsinspectie.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Art. 6, 7 , 11-13 Het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
○ Art. 27 Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
○ Het doorlichtingsverslag van de Vlaamse Onderwijsinspectie d.d. 22 mei 2026.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de engagementsverklaring bij ongunstig doorlichtingsadvies met mogelijkheid tot opschorting (advies2a) te ondertekenen en te bezorgen aan de onderwijsinspectie via het mailadres disec@onderwijsinspectie.be
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit de engagementsverklaring bij een negatieve uitspraak over het gelijkeonderwijskansenbeleid te ondertekenen en te bezorgen aan de onderwijsinspectie via het mailadres disec@onderwijsinspectie.be
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.11. De SAM - prioriteitenlijst werken - Agion dossier - goedkeuring
Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.12. OMV 2026_65 - Klijtstraat 120 - advies
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt door de Provincie West-Vlaanderengevraagd advies uit te brengen voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Laurent Van Wonterghem namens Van Wonterghem Johan en Laurent VVZRL gevestigd Klijtstraat 120 te 8540 Deerlijk, voor het afbreken van een bergplaats en bouwen van een verwerkingsruimte/bergplaats en automatenhuisje, op een perceel gelegen Klijtstraat 120 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 482 G, (afd. 2) sectie D 482 M, (afd. 2) sectie D 482 N, (afd. 2) sectie D 482 K, (afd. 2) sectie D 484 K, (afd. 2) sectie D 484 L, (afd. 2) sectie D 485 B, (afd. 2) sectie D 495 C, (afd. 2) sectie D 496 C, (afd. 2) sectie D 497 B, (afd. 2) sectie D 498 C, (afd. 2) sectie D 499 A, (afd. 2) sectie D 501 D en (afd. 2) sectie D 522 D.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en motiveert haar beslissing als volgt:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-ZN) voor aanplanten van bos met vijver - geweigerd op 24/06/1981.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-A) voor bouwen van een groentenloods - goedgekeurd op 14/10/1987.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-B) voor bouwen van een landelijke woning - goedgekeurd op 13/09/1989.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-C) voor uitbreiden bestaand melkveebedrijf - goedgekeurd op 21/03/1990.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-D) voor bouwen van een jongveestal en een sleufsilo - goedgekeurd op 20/01/1999.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-F) voor vellen van 2 bomen - goedgekeurd op 24/01/2007.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-E) voor uitbreiden van een stal, bouwen van een mestopslag en bouwen van een sleufsilo - goedgekeurd op 28/02/2007.
● Stedenbouwkundige vergunning (2039-120-F) voor wijzigen van het plan van de reeds vergunde rundveestal + aanbouwen van een nieuwe rundveestal en aanleggen van 710m² verharding - goedgekeurd op 16/05/2007.
● Oud dossier VLAREM (1990/2/007) voor het uitbaten van een rundveestal met max. 250 dieren - gunstig op 09/01/1991.
● Oud dossier VLAREM () voor rundveestal met max. 250 dieren - gunstig op 09/01/1991.
● Milieuvergunning 1997/1/003 voor verder exploiteren en veranderen - goedgekeurd op 04/12/1997.
● Milieuvergunning 1998/3/019 voor veranderen - goedgekeurd op 01/10/1998.
● Milieuvergunning 1999/1/008 voor verder exploiteren en uitbreiden - goedgekeurd op 09/03/2000.
● Milieuvergunning 2006/3/036 voor veranderen inrichting - goedgekeurd op 26/10/2006.
● Milieuvergunning 2007/3/025 voor mededeling kleine verandering - goedgekeurd op 11/10/2007.
● Omgevingsvergunning /OMV_2018136557 voor bouwen van een nieuwe melkveestal en de aanleg van sleufsilo's goedgekeurd op 25/04/2019.
● Omgevingsvergunning /OMV_2019065088 voor gehele overdracht van het landbouwbedrijf geakteerd op 05/09/2019.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 28.800 m² en is gelegen langs de Klijtstraat op ongeveer 1.600 m ten noorden van de kern van Sint-Lodewijk. De Klijtstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd met een landbouwbedrijf bestaand uit een vrijstaande woning en verschillende vrijstaande stallen en loodsen. De omgeving is zowel agrarisch als residentieel.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het slopen van de berging die zich tussen de rundveestal en landbouwloods bevindt. De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van 57,6 m². Na de sloop wordt een nieuwe loods gebouwd tussen de loods en stal. De nieuwe constructie heeft een breedte van 8 m en een diepte van 20,25 m. De loods heeft een kroonlijsthoogte van 4 m en een nokhoogte van 5,44 m. De gevels worden afgewerkt met grijze betonplaten. De constructie heeft een oppervlakte van 162 m² en een volume van 774 m³. Binnenin wordt een verwerkingsruimte, bureau, berging, frigo en diepvries voorzien. Achterliggend wordt nog een bergplaats voorzien die toegankelijk is vanuit de achterliggende berging.
Naast de bouw van de verwerkingsruimte wordt een automatenhuisje gebouw. Het automatenhuisje bevindt zich in de voortuinstrook op 3 m van de rooilijn. Het huisje heeft een breedte van 3,2 m, een diepte van 4,4 m, een kroonlijsthoogte van 2,5 m en een nokhoogte van 4 m. In het huisje worden twee automaten voor ijs voorzien.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De inrichting is een rundveehouderij. Exploitant wenst een deel van de geproduceerde melk te verwerken tot ijs. Hiertoe wordt een oud gebouw gesloopt en een nieuwbouw voor verwerkingsruimte ingericht. Bijkomend wordt een berging gebouwd om automaten in te zetten.
De koelinstallaties (totaal 6,4 kW) en installaties voor zuivelverwerking (20 kW) worden toegevoegd aan de IIOA. Het vergund vermogen van de koelgroep van de melktank wordt eveneens gecorrigeerd, gezien het koelvermogen vergund was en niet het elektrisch vermogen. Ook wordt de opslag van fytoproducten en reinigingsmiddelen nieuw aangevraagd. De andere vergunde rubrieken wijzigen niet. Inzake de IIOA betreft voorliggende aanvraag dus een beperkte verandering.
De ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten wijzigen als volgt:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
6.5.1° | Eén brandstofverdeelslang (gekoppeld aan mazouttank van 6.400 L) (Ongewijzigd) | 1 verdeelslang | 3 |
9.4.3.c)2° | Stallen voor het houden van max. 367 runderen waarvan: - 76 rund. < 1 jaar, - 72 rund. 1-2 jaar, - 111 melkkoeien, - 78 zoogkoeien, - 30 andere rund. (Ongewijzigd) | 367 plaatsen | 1 |
15.1.1° | Bergplaats voor het opstallen van 10 voertuigen en/of aanhangwagens (Ongewijzigd) | 10 voertuigen | 3 |
16.3.2°a) | Koelinstallaties met totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 12,9 kW (Verandering) | 12,9 kW | 3 |
17.3.2.1.1.1°b) | Opslag van 5.440 kg mazout (6.400 L) in een bovengrondse dubbelwandige houder (Ongewijzigd) | 5,44 ton | 3 |
17.4. | Fytolokaal: 200 kg product + opslag reinigingsproducten: 330 kg (15 x 20 L) (Nieuw) | 530 kg | 3 |
19.6.2°c) | Opslag van 1.360 m³ stro (Ongewijzigd) | 1360 m³ | 2 |
28.2.c)1° | Opslag van 4.604 m³ dierlijke mest waarvan: - 3.259 m³ mengmest, - 950 m³ vaste mest, - 395 m³ gier (Verandering) | 4604 m³ | 3 |
45.4.e)1° | Opslag van 18,54 ton melk in een koeltank van 18.000 L (Ongewijzigd) | 18,54 ton | 3 |
45.6.a)1°b) | Installaties voor zuivelverwerking in het kader van korteketenverkoop: totaal geïnstalleerd vermogen van 20 kW (Nieuw) | 20 kW | 3 |
45.14.3° | Opslag van groenvoeders: 3.025 m³ (Ongewijzigd) | 3025 m³ | 2 |
53.8.1°a) | Grondwaterwinning uit een verbuisde boorput van 8 m diep en een drainagewinning van 4,5 m diep (beiden Quartair dek, HCOV 0100) (dieptecriterium: 11 m): max. 4.419 m³/jaar; max. 13 m³/dag (Ongewijzigd) | 4419 m³/jaar | 3 |
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
6.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De aanvraag heeft betrekking op een professioneel uitgebaat volwaardig landbouwbedrijf zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
6.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
6.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 60.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 5.320 liter en een referentieoppervlakte van 17,5 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor opkuiswerken in de verwerkingsruimte en voor de volledige site. Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
6.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
6.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
6.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
6.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
6.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
6.9 Milieuaspecten
Enkel de milieuaspecten die wijzigen ten gevolge van de aanvraag worden besproken. Voor rubriek 45 voedingsnijverheid en -handel zijn geen specifieke sectorale voorwaarden van toepassingen voor de verwerking van zuivel.
Mobiliteit
Met de opstart van de verwerking van zuivel tot ijs en het voorzien van een verkooppunt en automaten zal het personenverkeer toenemen. Er zullen verkeersbewegingen van particulieren bijkomen door rechtstreekse verkoop. Naar verwachting zal een belangrijk deel van deze bewegingen met de fiets gebeuren. Het vrachtverkeer wijzigt niet door voorliggende aanvraag. De Klijtstraat maakt een verbinding tussen de woonkernen van Deerlijk en Vichte, en wordt gekenmerkt door heel wat verkeersbewegingen. Het bijkomend aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de aanvraag wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Geluid en trillingen
De bijkomende koelinstallaties voor zuivelverwerking kunnen een mogelijke emissiebron voor geluid zijn. Uit de toestellenlijst blijkt dat het om diverse toestellen gaat zoals een schokvriezer, frigocel, diepvriescel en koeling voor automaten. Gelet op de inplanting van het gebouw voor zuivelverwerking, en de aard van de toestellen, wordt geen noemenswaardige impact op de omgeving verwacht. Gelet op de nabijheid van de automaten bij bewoning wordt in een bijzondere voorwaarde opgelegd dat de koelinstallatie geluidsarm uitgevoerd moet zijn.
Biodiversiteit
Er zijn geen aanzienlijke bijkomende stikstofemissies te verwachten ten gevolge van de aanvraag. De toegekomen mobiliteit werd getoetst aan de VITO-studie ‘Voertuigemissies en de minimis-normen: een analytische benadering voor wegverkeer’. Opgeteld komt men in de gewenste situatie voor lichte en zware voertuigen tot 0,092% van de toegelaten 100%, overeenkomend met de 1% de minimis-drempel. De NOx-bronnen tijdens de aanlegfase werden berekend met de VITO-tool ‘Emissies in de aanlegfase en de minimis-normen: een analytische benadering’. Samengeteld met de mobiliteitsgerelateerde bronnen in exploitatiefase komt men in de aanlegfase aan 0,093% van de toegelaten 100%, ruim onder de drempelwaarde. Bijgevolg voldoet het project aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.
Conclusie milieuaspecten
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.
6.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking heeft op een professioneel uitgebaat landbouwbedrijf. Het bouwen van een verwerkingsruimte en een automatenhuisje voor verkoop is een ondergeschikte functie en is functioneel inpasbaar in deze lokale ruimtelijke agrarische situatie. Het ontwerp veroorzaakt geen schade aan de externe landbouwstructuren en de aanwezige agrarische dynamiek.
Inplanting en ruimtegebruik:
De verwerkingsruimte wordt voorzien tussen de bestaande bebouwing. Hierdoor is het ruimtegebruik bij de loodsen eerder beperkt. Het automatenhuisje wordt voorzien langsheen de Klijtstraat op 3 m van de rooilijn. De constructie is beperkt in oppervlakte waardoor de bouw hiervan aanvaardbaar is.
Bouwvolume en gabarit:
De kroonlijsthoogte van de verwerkingsruimte stemt niet overeen met de bestaande loods en stallen. De nokhoogte van de verwerkingsruimte is wel lager dan de naastliggende stal. De constructie is van langs de openbare weg amper zichtbaar waardoor de impact hiervan beperkt zal zijn. Het automatenhuisje heeft een beperkte hoogte en is aanvaardbaar.
Verschijningsvorm:
De verwerkingsruimte wordt voorzien met grijze betonplaten waardoor dit integreert binnen de bestaande bebouwing. Het automatenhuisje wordt afgewerkt met houten gevelafwerking en rode dakpannen. Het betreft kleinschalige materialen waardoor dit aanvaardbaar is in de omgeving.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Naar aanleiding van de verwerkingsruimte zal geen bijkomende verkeersactiviteit te verwachten zijn. Voor het automatenhuisje wordt een bijkomende verkeersaantrek verwacht. De constructie zal toegankelijk zijn via de Klijtstraat waar de mogelijkheid bestaat om langs de straat te parkeren. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.
Groen- en omgevingsaanleg:
Op de plannen worden geen aanpassingen voorzien aan de groen- en omgevingsaanleg. Echter wordt opgemerkt dat de toegang tot het automatenhuisje wordt belemmerd door de bestaande haag. Na telefonisch contact met de opsteller van het dossier werd meegegeven dat een deel van de haag zal verdwijnen om de automaten toegankelijk te maken. Men zou naast de uitsparing voor toegang tot de automaat ook een kleinschalig fietsrek willen plaatsen zodat klanten er kunnen parkeren. Dit, op dezelfde lijn van de haag en dus op eigen grond. Teneinde hierover voldoende zekerheid in te bouwen, wordt als voorwaarde opgelegd dat de opening in de haag voor de toegang tot het automatenhuisje beperkt dient te blijven tot wat functioneel noodzakelijk is voor de toegang tot de automaat en de plaatsing van een kleinschalig fietsrek op eigen terrein. De uitsparing dient in rechte lijn aan te sluiten op de toegangsdeur van het automatenhuisje en mag maximaal 3 m breed zijn. Op die manier zijn de automaten ten alle tijden toegankelijk vanaf de Klijtstraat zonder de voortuin van de woning te moeten betreden, wordt de verharding van het toegangspad beperkt tot het strikt noodzakelijke en blijft de inkleding van de site vanaf de Klijtstraat maximaal behouden.
Conclusie goede ruimtelijke ordening
Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
6.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
6.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
6.13 Bespreking adviezen
Adviezen worden besproken door de vergunningverlenende overheid.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit een voorwaardelijk gunstig advies uit te brengen aan de Provincie West-Vlaanderen betreffende de omgevingsvergunningsaanvraag. Er dient voldaan te worden aan volgende specifieke voorwaarden:
● De koelinstallatie van de automaten dient geluidsarm uitgevoerd te zijn.
● De opening in de haag voor de toegang tot het automatenhuisje dient beperkt te blijven tot wat functioneel noodzakelijk is voor de toegang tot de automaat en de plaatsing van een kleinschalig fietsrek op eigen terrein. De uitsparing dient in rechte lijn aan te sluiten op de toegangsdeur van het automatenhuisje en mag maximaal 3 m breed zijn.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.13. OMV 2026_43 - Stationsstraat 258 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Stationsstraat 258 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 40 F3 aangevraagd door Cédrique Coussement en Léa Declerck wonende Liebaardstraat 211/9 te 8791 Waregem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 29 mei 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● Als het de intentie is om nog een bijgebouw/tuinhuis/tuinkast te plaatsen in de tuinzone dan dient dit gepaard te gaan met een ontharding van het terras a rato van de oppervlakte van dit bijgebouw.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Omgevingsvergunning /OMV_2023130546 voor verbouwen van een eengezinswoning goedgekeurd op 20/12/2023.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-258-A) voor herleggen van voetpad voor zijn woonhuis in cementdallen 30x30x5 - goedgekeurd op 14/06/1956.
● Stedenbouwkundige vergunning (0062-258-B) voor optrekken van keuken om badkamer te maken (2,95m x 1,75m) in de woning - goedgekeurd op 01/04/1976.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 121 m² en is gelegen langs de Stationsstraat op ongeveer 1.700 m ten zuiden van de kern van Deerlijk. De Stationsstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Aan de achterzijde paalt de eigendom aan de Plantenweg. Het perceel is bebouwd met een aaneengesloten eengezinswoning. De woning bestaat uit twee bouwlagen en een hellend dak. Achteraan de woning werden verschillende uitbouwen geplaatst. De eerste uitbouw heeft een oppervlakte van 8,70 m², is afgewerkt met een plat dak en bestaat uit twee bouwlagen. De tweede uitbouw heeft een oppervlakte van 12,90 m² en wordt afgewerkt met een hellend dak. De laatste uitbouw is een garage met een oppervlakte van 15,30 m². De uitbouwen bevinden zich allemaal op de rechterperceelsgrens.
De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Op het perceel werd voor de verbouwing van de woning reeds een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de woning. Deze werken werden echter niet uitgevoerd. Voorliggende aanvraag betreft een nieuwe gewijzigde aanvraag.
De aanvrager wenst de garage te slopen. Daarnaast worden de twee bestaande uitbouwen verbouwd. De oppervlaktes van deze gebouwen blijft ongewijzigd.
Intern wordt de woning verbouwd. Na de werken bestaat de gelijkvloerse verdieping uit een inkom, zithoek, eetruimte, berging, keuken en tweede eetruimte. Op het verdiep worden twee slaapkamers, een wasberging en een badkamer ingericht. Tot slot wordt onder het dak een derde slaapkamer voorzien en een technische ruimte.
In de tuinzone wordt een terras voorzien met een oppervlakte van 25 m². De overige ruimte wordt als tuin ingericht. Op de achterste perceelsgrens, gelegen langs de plantenweg, wordt een omheining geplaatst met een hoogte van 1,80 m.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden op 8 april 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :
Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen van een bestaande eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. De aanvraag heeft geen betrekking op de bouw of herbouw van een woning waardoor artikel 4.3.9 niet van toepassing is. Bij grondige wijzigingen aan het rioleringsstelsel bij verbouwing is als Riopact-vennoot de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart beperkt gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans.
Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 1.435 liter en een referentieoppervlakte van 3,50 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor spoeling toiletten, wasmachine en dubbele dienstkranen. Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of watert af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het slopen van een garage en het verbouwen van de woning. De functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiele omgeving.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op de rooilijn blijft ongewijzigd. Door de garage te slopen daalt de bebouwingsgraad op het perceel. Hierdoor wordt een kwalitatieve tuin gecreëerd.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De nevenvolumes blijven grotendeels ongewijzigd. Het tweede nevenvolume krijgt een plat dak in plaats van een hellend dak. Hierdoor wordt de gemene muur wat lager uitgevoerd. De hoogte blijft voldoende om de impact op de naastliggenden te beperken.
Verschijningsvorm:
De voorgevel van de woning wordt geïsoleerd en afgewerkt met rood-bruine steenstrips. Deze materialisatie sluit aan bij de eerder opgelegde voorwaarde van de reeds vervallen omgevingsvergunning (OMV_2023130546). Dit materiaal zal zich maximaal integreren in het bestaande straatbeeld.
De sloop van de huidige garage en aanpassingen van het nevenvolume betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden. De garage die aanwezig was op het perceel wordt gesloopt. Deze garage is op heden omwille van zijn afmetingen (diepte van slechts 4,90 m) niet geschikt voor het stallen van een wagen en ook de voorliggende oprit is te beperkt in diepte. Bijgevolg wordt door het verwijderen van de garage geen wijziging aangebracht aan de verkeeraantrek en de parkeergelegenheid bij de woning. Het herbouwen van een garage die voldoet aan de hedendaagse normen zal gelet op de beperkte oppervlakte van het perceel en het behoud van de nevenvolumes een negatieve impact hebben op de tuinzone bij de woning die in deze context wel belangrijk is. Gelet op de beperkte breedte van het perceel is het belastingsreglement op ontbrekende parkeerplaatsen niet van toepassing.
Groen- en omgevingsaanleg:
Door de sloop van de garage wordt een kwalitatieve tuin gecreëerd. De tuin wordt uitgebreid van 14 m² naar 32 m². Daarnaast wordt een deel van de bebouwde oppervlakte ingericht als terras aansluitend op de eetruimte. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt. Het perceel kent een heel groot bebouwings- en verhardingspercentage. Mocht het de intentie zijn van de bouwheer om nog een bijgebouw/tuinhuis/tuinkast te plaatsen in de tuinzone dan dient dit gepaard te gaan met een ontharding van het terras overeenkomstig de oppervlakte van dit bijgebouw teneinde de onverharde tuinzone te behouden zoals nu voorzien.
Conclusie
Het ontwerp kan bijgevolg verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Cédrique Coussement en Léa Declerck wonende Liebaardstraat 211/9 te 8791 Waregem, voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Stationsstraat 258 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 40 F3, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● Als het de intentie is om nog een bijgebouw/tuinhuis/tuinkast te plaatsen in de tuinzone dan dient dit gepaard te gaan met een ontharding van het terras a rato van de oppervlakte van dit bijgebouw.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.14. OMV 2026_49 - Heestertse steenweg 19 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het vellen van een boom, op een perceel gelegen Heestertse steenweg 19 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 791 H aangevraagd door Hilde Tanghe met als contactadres Winkelstraat 37 te 8550 Zwevegem.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 29 mei 2026.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):
● De witte Els (alnus incana) dient gecompenseerd te worden door een boom van 1ste grootte (>12 m). De boomsoort is vrij te kiezen. De boom dient centraal in de achtertuin aangeplant te worden. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de boom. Het is aanbevolen om te kiezen voor een inheemse soort zoals Zomereik (Quercus robur), wintereik (Quercus petraea), Tamme kastanje (Castanea sativa), Notelaar (Juglans regia) enz.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
1.1 Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
1.3 Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
1.4 Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 8 november 1972 met dossiernummer 1972.7. Een wijziging van deze verkaveling werd goedgekeurd op 3 mei 1995 met dossiernummer 1995.1.
1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.
1.6 Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
1.7 Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (1035-15-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 19/07/1995.
● Verkavelingsvergunning (1033-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 08/11/1972.
● Verkavelingsvergunning (1033-1) voor wijziging van een bestaande verkaveling - goedgekeurd op 03/05/1995.
3.1 Beschrijving van de omgeving
Het goed bevindt zich aan de rand van de bebouwde kern van Sint-Lodewijk. In de ruime omgeving bevinden zich voornamelijk woningen. Aan de oostkant van de Heestertse steenweg is dit open bebouwing, aan de westkant domineert halfopen of gesloten bebouwing. Rondom de woonkern van Sint-Lodewijk bevindt er zich open ruimte met vooral landbouwpercelen.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het rooien van een hoogstammige boom (die geen deel uitmaakt van een bos) in de achtertuin van een eengezinswoning. De boom is een witte Els (Alnus incana) en behoort tot een groepje van 3 Elzen.
De Els bevindt zich op 22 meter van de woning. De boom heeft een stamomtrek van 1,12 m op 1 m hoogte. De boom is aangetast door zwammen en houtboorders. Het preventief rooien wordt aangevraagd.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling. Het gevraagde is in overeenstemming met de verkaveling gezien er geen verbodsbepalingen opgenomen zijn inzake het rooien van bomen.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag heeft geen betrekking op de bouw of herbouw van een woning zodat de rioleringstoets niet van toepassing is.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Niet van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
De aanvraag betreft het rooien van een witte Els (Alnus incana), behorend tot een groep van 3 Elzen. De tuinier van de aanvrager verklaart dat de boom ziek is. Er is schimmel te zien en afbrokkelende schors. De boom zou de boom er net achter kunnen meesleuren mocht hij door een windvlaag getroffen worden. Er zou in dat geval heel wat schade zijn bij de buren, aan afsluiting en huis.
Er werd geen plaatsbezoek uitgevoerd door de omgevingsambtenaar. De beoordeling is gebaseerd op foto’s uit het aanvraagdossier, alsook op lucht- en straatbeelden. Uit foto’s in het aanvraagdossier blijkt duidelijk dat de Els aangetast is door zwammen en dat de schors reeds gedeeltelijk loslaat. Het leidt geen twijfel dat de boom niet in gezonde toestand verkeert, en een preventieve rooi bijgevolg aangewezen is vooraleer er schade ontstaat bij val. De rooi wordt toegestaan. Aangezien de achtertuinstrook een grote oppervlakte bestrijkt (ca. 850 m²), waarvan het grootste gedeelte nog beschikbaar is voor aanplant, wordt een compensatie opgelegd door een boom van 1ste grootte (> 12 m). Er dient wel rekening gehouden te worden met de omvang van de kruin in volgroeide toestand. Daarom wordt eveneens opgelegd dat de boom centraal aan te planten is in de achtertuin, zodat de kroonprojectie de perceelsgrenzen nooit zal overschrijden. De coördinator groen & proper adviseert de rooi eveneens gunstig en schaart zich achter dit compensatievoorstel.
De aanvraag wordt bijgevolg gunstig geadviseerd, mits er voldaan is aan onderstaande bijzondere voorwaarde:
● De witte Els (alnus incana) dient gecompenseerd te worden door een boom van 1ste grootte (>12m). De boomsoort is vrij te kiezen. De boom dient centraal in de achtertuin aangeplant te worden. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de boom. Het is aanbevolen om te kiezen voor een inheemse soort zoals Zomereik (Quercus robur), wintereik (Quercus petraea), Tamme kastanje (Castanea sativa), Notelaar (Juglans regia) enz.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Hilde Tanghe met als contactadres Winkelstraat 37 te 8550 Zwevegem, voor het vellen van een boom, op een perceel gelegen Heestertse steenweg 19 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 791 H, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):
● De witte Els (alnus incana) dient gecompenseerd te worden door een boom van 1ste grootte (>12 m). De boomsoort is vrij te kiezen. De boom dient centraal in de achtertuin aangeplant te worden. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de boom. Het is aanbevolen om te kiezen voor een inheemse soort zoals Zomereik (Quercus robur), wintereik (Quercus petraea), Tamme kastanje (Castanea sativa), Notelaar (Juglans regia) enz.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.15. Omgevingsvergunning - 2026.73 - Stationsstraat zn - melding bronbemaling regularisatie - kennisname
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding voor het verlengen van de vergunde bemaling op een perceel gelegen Stationsstraat en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 23 H ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt.
Motivering
De melding ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt, werd per beveiligde zending verzonden op 19 mei 2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt: “De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
VOORWERP VAN DE MELDING
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Stationsstraat, kadastraal bekend afdeling 2 sectie D nr. 23H.
Het betreft een regularisatie van een vergunde bemaling (OMV2026022790). Het betreft een verlenging in duurtijd te wijten aan onvoorziene omstandigheden (weerverlet). De koppeling van de waterleiding werd geplaatst op 13-14 mei. Op moment van de aanvraag was het nog niet duidelijk wanneer de bemaling kon stopgezet worden. Veiligheidshalve wordt een verlenging voor 30 dagen aangevraagd, voor een totale bemalingsduur van 70 dagen.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
53.2.1° | 3.749 m³ over 30 kalenderdagen (Verandering) | 9.021 m³ | 3 |
BEVOEGDHEID
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1 of 2, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER
Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen verbonden aan de melding.
Deze melding heeft een invloed op de volgende milieutechnische aspecten:
er wordt verwezen naar de milieutechnische aspecten uit beslissing van 4 maart 2026 (OMV2026022790). De bijzondere voorwaarde uit deze beslissing wordt terug overgenomen.
De omgevingsambtenaar stelt de volgende bijzondere voorwaarden strikt noodzakelijk:
● Het bemalingswater moet geloosd worden in de nabijgelegen open gracht, parallel aan de E17.
De ingedeelde inrichting of activiteit is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
De rubrieken, hoeveelheden en kadasterpercelen zijn bepaald op basis van het meldingsdossier. Er zijn geen verplichte adviezen voorzien in deze procedure, alsook geen plaatsbezoek. Bijgevolg moet dit met omzichtigheid benaderd worden.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het verlengen van de vergunde bemaling gelegen Stationsstraat te Deerlijk.
De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:
Rubriek | Omschrijving | Totale hoeveelheid | Klasse |
53.2.1° | 3.749 m³ over 30 kalenderdagen (Verandering) | 9.021 m³ | 3 |
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3
Er dient voldaan te zijn aan onderstaande bijzondere voorwaarde:
● Het bemalingswater moet geloosd worden in de nabijgelegen open gracht, parallel aan de E17.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
● het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
● het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
● het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.16. Inname openbaar domein - container t.h.v. Gaverkasteel - bezwaar - goedkeuring
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.17. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.18. Pop-up aanvraag - Sweet Sin - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor het inrichten van een pop-up Sweet Sin in de Sint-Elooistraat 15 te 8540 Deerlijk en dat van donderdag 02 juli 2026 tot en met zondag 27 september 2026.
Motivering
In april ontvingen we de volgende aanvraag voor het inrichten van een pop-up.
Gegevens van de aanvrager
Voornaam + achternaam | Alicia Waelkens |
Straatnaam + nummer | Harelbekestraat 63 |
Postcode + plaats | 8570 Vichte |
Gegevens van de pop-up
Naam pop-up | Sweet Sin |
Straatnaam + nummer | Sint-Elooistraat 15 |
Postcode + plaats | 8540 Deerlijk |
Korte omschrijving concept | Pop-up ijssalon |
Doelgroep | Jong en oud met focus op gezinnen met kinderen |
Gewenste periode | Donderdag 02 juli 2026 tot en met zondag 27 september 2026 |
Gewenste openingsdagen -en uren | ● Juli en augustus: donderdag tot en met zondag van 14.00 tot 20.00 uur ● September: woensdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 14.00 tot 20.00 uur ● Weersafhankelijk concept dus bij zeer slecht weer niet open |
Mobiliteitsinformatie | ● Parkeerplaats op de hoeve (15 auto's + fietsen) ● Dichtsbijzijnde bushalte: station Deerlijk op 750 meter van de hoeve |
Op datum van vrijdag 29 mei 2026 onderzocht de dienst lokale economie de aanvraag en werd vastgesteld dat deze voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in het gemeentelijk pop-up charter.
Er is extern advies gevraagd bij deze aanvraag:
● Politiezone Gavers: de politie verleende geen advies gezien de uitbating op privaat domein doorgaat. Weliswaar verwijzen zij naar de algemene politieverordening inzake het naleven van de regelgeving rond brandveiligheid.
● Mobiliteit: de dienst mobiliteit verleende een positief advies.
● Brandweer: HVZ Fluvia verleende een positief advies.
○ Het positief advies is gebaseerd op de toelichting van het dossier dat door de aanvrager gebeurde tijdens een overleg met de brandweer. Tijdens dat overleg werden de nodige afspraken voor een veilige uitbating gemaakt. Op basis hiervan en mits het navolgen van de geldende regels en gemaakte afspraken, adviseert de brandweer gunstig.
Juridische gronden
Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen voor het inrichten van de pop-up Sweet Sin in de Sint-Elooistraat 15 te 8540 Deerlijk en dat van donderdag 02 juli 2026 tot en met zondag 27 september 2026, mits naleving van het pop-up charter zoals terug te vinden op de website van de gemeente (www.deerlijk.be/lokale-economie) en volgende bijkomende voorwaarden:
● Voor de opening moet er een tijdelijke extra drankvergunning voor de pop-up verkregen worden. Hiervoor worden de nodige documenten en attesten zo snel mogelijk overgemaakt aan de dienst economie van de gemeente opdat zij een tijdelijke drankvergunning kunnen uitreiken.
● Naleven van de afspraken en het gegeven advies van de verschillende partijen.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.19. belasting op masten en pylonen - voorstel Proximus en tegenvoorstel Deerlijk - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een tegenvoorstel te formuleren op het aangetekend schrijven van Proximus nv inzake de belasting op masten en pylonen.
Motivering
Sinds aanslagjaar 2023 vestigt de gemeente jaarlijks een belasting op masten pylonen. De belastingschuldige Proximus nv heeft voor AJ2023-2024-2025 voor elk aanslagbiljet bezwaar ingedien, dat door het college van burgemeester en schepenen telkens ongegrond werd verklaard.
Daarop is Proximus nv voor elk aanslagjaar een beroepsprocedure gestart bij de rechtbank. Het betreft een systematische aanpak die naar verluidt ook consequent gebeurt bij andere gemeentebesturen.
Voor aanslagjaar 2023 leidde dit tot een gunstig vonnis op 14 april 2026. Gezien de opgeworpen middelen inzake de dossiers mbt AJ24 en AJ25 op heden dezelfde zijn als deze voor AJ23, verwacht onze raadsman een positief vonnis in eerste aanleg.
Op basis van de op heden opgeworpen middelen verwacht onze raadsman ook een positief arrest bij het Hof van Beroep te Gent (mocht tegenpartij in beroep gaan) maar dit is uiteraard geen zekerheid.
Op 30 april 2026 stuurde Proximus nv vertrouwelijk een voorstel tot minnelijke regeling waarbij men voorstelt om de helft van elk aanslagbiljet te betalen tot slot van alle rekeningen. Gezien het bovenstaande komt dat eerder vreemd over.
Onze raadsman adviseert om hier niet op in te gaan. Niets belet ons evenwel om een tegenvoorstel te formuleren als volgt:
● Betaling van de belastingen inzake de aanslagjaren 23-24-25;
● Geen nalatigheidsintresten;
● Betaling van een minimum rechtsplegingsvergoeding in de drie zaken ten bedrage van telkemale van 588,66 euro;
● Doorhaling van de zaken ingeval van minnelijke regeling.
De financieel directeur sluit hierbij aan en stelt voor om dit tegenvoorstel zo te formuleren.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art.56, §3, 9 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit niet in te gaan op het voorstel tot minnelijke schikking van Proximus nv.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit een tegenvoorstel te formuleren als volgt:
● Betaling van de belastingen inzake de aanslagjaren 23-24-25;
● Geen nalatigheidsintresten;
● Betaling van een minimum rechtsplegingsvergoeding in de drie zaken ten bedrage van telkemale van 588,66 euro;
● Doorhaling van de zaken ingeval van minnelijke regeling.
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.20. Asverstrooiing - kennisname
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.21. Grafconcessie - bijzetting - kennisname
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.22. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.23. Grafconcessie - toekenning - goedkeuring
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
C.24. Grafconcessie - nominatieve uitbreiding - goedkeuring
Zitting van CBS van 03 JUNI 2026
D.1. Elk Zijn Huis - interessepeiling bijkomende aandelen - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er interesse is in bijkomende aandelen van Elk Zijn Huis nv.
Motivering
In haar brief van 20 mei 2026 laat Elk Zijn Huis nv weten dat het mogelijk is dat er in de loop van komend jaar aandelen beschikbaar komen voor overdracht. Aangezien bestaande aandeelhouders in dat geval voorkooprecht hebben, wenst Elk Zijn Huis nv te peilen naar de interesse in bijkomende aandelen. Dit is een niet-bindende peiling. Mocht deze situatie zich effectief voordoen, dan zal pas aan elke aandeelhouder gevraagd worden om een beslissing te nemen. Het advies van de financieel directeur is neutraal.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, §3, 3 Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit aan Elk Zijn Huis nv te laten weten geen interesse te hebbenvoor verwerving van bijkomende aandelen.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.