DEERLIJK

28 JANUARI 2026

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte, Lukas Viaene

Algemeen directeur: Karel Bauters

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 21 januari 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 21 januari 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 21 januari 2026 goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.2. Herinrichting onthaal en dienst burgerzaken - gunning - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de gunning van de opdracht “Herinrichting onthaal en dienst burgerzaken” goed te keuren.

 

Motivering

 

In het kader van de opdracht “Herinrichting onthaal en dienst burgerzaken” werd een bestek met nr. 2025-19 opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 49.586,77 euro excl. btw of 60.000,00 euro incl. 21% btw (10.413,22 euro btw medecontractant).

 

De gemeenteraad verleende in zitting van 23 oktober 2025 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 5 november 2025 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:

        Joye Kantoorinrichting NV, Ter Donkt 30 te 8540 Deerlijk;

        HRP - Haerinck Renovatie Projecten BV, Mirakelstraat 86 te 8790 Waregem;

        Inofec BV, Deinsesteenweg 77 te 8700 Tielt;

        BM Kantoor & Projectmeubelen BV, Wijmeriestraat 15 te 8790 Waregem;

        Kinnarps (Belgium) NV, Heide 15 te 1780 Wemmel;

        Rocor België NV, Nijverheidsstraat 72 Unit 21 te 2160 Wommelgem;

        BBOOST BVBA, Wielsbeeksestraat 32 te 8710 Wielsbeke;

        Riek Ryckoort Meubeltechniek, Desselgemstraat 81 te 8540 Deerlijk;

        De Roo Interieur BV, Hazewindstraat 67 te 8540 Deerlijk;

        Jan Labeeuw, Klijtstraat 153 te 8540 Deerlijk.

 

De offertes dienden het bestuur ten laatste op 8 december 2025 om 11.00 uur te bereiken.

 

De verbintenistermijn van 90 kalenderdagen eindigt op 8 maart 2026.

 

Er werden 2 offertes ontvangen :

        Joye Kantoorinrichting NV, Ter Donkt 30 te 8540 Deerlijk (48.886,50 euro excl. btw of 59.152,67 euro incl. 21% btw);

        HRP - Haerinck Renovatie Projecten BV, Mirakelstraat 86 te 8790 Waregem (85.237,59 euro excl. btw of 103.137,48 euro incl. 21% btw);

 

De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelde op 19 januari 2026 het verslag van nazicht van de offertes op.

 

De deskundige aankoop, contracten & verzekeringen stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, deze opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Joye Kantoorinrichting NV, Ter Donkt 30 te 8540 Deerlijk tegen het nagerekende offertebedrag van 48.886,50 euro excl. btw of 59.152,67 euro incl. 21% btw.

 

Juridische gronden

 

   Algemene basisbevoegdheid: Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

   Andere:

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143.000,00 euro niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

 

Adviezen

 

De betrokken diensten verlenen positief advies.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Bestelbedrag

48.886,50 euro excl. btw of 59.152,67 euro incl. btw

Actie

Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling (GBB)

Jaarbudgetrekening

0130-00/24000000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

Visum

G-2026-19 dd. 22/01/2026

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 19 januari 2026, opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.

 

Artikel 2

 

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3

 

De opdracht “Herinrichting onthaal en dienst burgerzaken” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Joye Kantoorinrichting NV, Ter Donkt 30 te 8540 Deerlijk tegen het nagerekende offertebedrag van 48.886,50 euro excl. btw of 59.152,67 euro incl. 21% btw.

 

De uitvoeringstermijn wordt vastgesteld op 8 werkdagen.

 

Artikel 4

 

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2025-19.

 

Artikel 5

 

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0130-00/24000000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.3. Sportfunctionaris - datum indiensttreding - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.4. Diverse verslagen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.

 

Motivering

 

Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:

 

        Leiedal - verslag van de raad van bestuur van 9 januari 2026

        Verbroederingscomité Neunkirchen - verslag van de vergadering van 21 januari 2026

        Politiezone Gavers - verslag van de politieraad van 16 september 2025

        FLUVIA - verslag van de zoneraad van 19 december 2025

        FLUVIA - verslag van het zonecollege van 19 december 2025

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.5. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.6. Onderwijs - premie verkeersveiligheidsactie 2025 - Berk en Beuk - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de aanvraag van centrumscholen Berk en Beuk tot het verkrijgen van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, goed te keuren.

 

Motivering

 

De directie van Berk en Beuk heeft op 18 december 2025 een aanvraag ingediend voor het bekomen van de premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie.

 

Deze actie vertaalt zich in de aankoop van fluohesjes voor de leerlingen van het eerste, derde en vijfde leerjaar.

 

De aanvraag beantwoordt aan de vereisten van het premiereglement, goedgekeurd door de

gemeenteraad in zitting van 28 november 2019. Overeenkomstig het premiereglement dekt

de premie de kostprijs van de verkeersveiligheidsactie met een maximum van 1 euro per

kind per jaar. In 2025 nemen 625 leerlingen van Berk en Beuk deel aan de verkeersveiligheidsactie. Er wordt een maximale tegemoetkoming berekend van 625 euro.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56. § 1. Decreet Lokaal bestuur

        Andere:

       Premiereglement verkeersveiligheidsacties scholen goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 28 november 2019

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

625 euro

Actie

Veiligheidsacties

Jaarbudgetrekening

GBB/0200-00/64910001

Visum

niet vereist

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag van de Berk en de Beuk tot het verkrijgen van een premie voor het voeren van een verkeersveiligheidsactie, goed te keuren. Deze premie, ten bedrage van 625 euro, zal uitbetaald worden op bankrekeningnummer BE24 7755 9933 5638.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.7. Jeugd - Buitenspeeldag 2026 - overzicht activiteiten - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het overzicht van de activiteiten voor de Buitenspeeldag 2026.

 

Motivering

 

Samen met het PRNC De Gavers en de stad Harelbeke organiseert de jeugddienst jaarlijks de Buitenspeeldag in De Gavers.

 

Tijdens de Buitenspeeldag wordt een ruim en gevarieerd aanbod aan buitenspeelactiviteiten voorzien. Elk van de partners neemt een deel van dit aanbod logistiek en/of financieel op zich. De activiteiten voor rekening van de jeugddienst staan in het overzicht hieronder schuin gemarkeerd.

 

        Modderkeuken

        Insectenmobiel

        Energiemobiel

        Waterdiertjes scheppen

        Knutselen met natuur

        Go4oriëntiering

        Reuzekano’s

        Kajakken

        Lage teambuildingspiste

        Hoog touwenparcours

        Kidstouwenparcours

        Hindernissenpiste

        Klimmuur

        Zipline

        Mountainbiken

        Speleobox

        Trail

        Strandspelen 

        Springkasteel Bijenkorf

        Springkasteel Deerlijk

        Speelspook

        Fietsparcours 

        Bobsleebaan

        Houten boxen speelstraat

        Petanque 

        Springkasteel SPW Bavikhove

        Grime

        Sportbak

        IPS kegels  (lichtjes)

        Rodeostier

        Atletiek - Gaverrunners

        Brandweerspuiten

        Pannavoetbal

        Bouwspeelplaats

        Archery tag

        Pico

        Pretcamionette + reuzespelen

        Go-carts

        Percussiespektakel

        Bamboestiek

        Creatool

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het overzicht van de activiteiten voor de Buitenspeeldag 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.8. Vrijwilligersovereenkomst animatoren speelpleinwerking - goedkeuring - 2026

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.9. Cultuur - Afrekening tussenkomst werkingskosten Fanfare Sint-Cecilia 2025  - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.10. Evenementen - Dwars door Vlaanderen Elite Dames - 1 april 2026 - vaststelling tijdelijk politiereglement op het verkeer - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het tijdelijk politiereglement op het verkeer, naar aanleiding van de wielerwedstrijd Dwars door Vlaanderen, die plaatsvindt op woensdag 1 april 2026, goed te keuren.

 

Motivering

 

Op woensdag 1 april 2026 vindt de doortocht van de wielerwedstrijd Dwars door Vlaanderen plaats op het grondgebied van de gemeente Deerlijk.

 

Op die dag wordt op de gemeentewegen een grote toeloop van kijklustigen en weggebruikers verwacht. In het belang van de openbare orde en van de veiligheid dient onverwijld opgetreden te worden.

 

De burgemeester heeft de aanvraag voor de wedstrijd op 20 januari 2026 vergund.

 

PZ Gavers verleende positief advies op 15 januari 2026, maakte een tijdelijk politiereglement op het verkeer op en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3229229.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 119, art. 130 bis  en artikel 135 § 2 van de nieuwe gemeentewet (gewijzigd bij wet van 12 januari 2007)

        Wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, met latere wijzigingen en aanvullingen

        Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met latere wijzigingen en aanvullingen

        Ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de aanvullende reglementen en de te plaatsen verkeersborden

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1
 

Het college van burgemeester en schepenen besluit op woensdag 1 april 2026 tussen 14.00 uur en 14.30 uur voor de passage van de elite dames enkel verkeer toe te laten in de rijrichting van de renners, zijnde de richting van de opsomming van volgende straten: 

        Waregemstraat (tussen de Deerlijkseweg grondgebied Waregem en Desselgemse Steenweg);

        Desselgemse Steenweg.

 

In de andere richting zijn enkel voetgangers en personen die een fiets of bromfiets aan de hand leiden toegelaten, voor zover zij het trottoir gebruiken.

 

Artikel 2

 

Het stilstaan en parkeren wordt op woensdag 1 april 2026 verboden in de in artikel 1 opgesomde straten of straatgedeelten, tussen 13.00 uur en 14.30 uur.

 

Artikel 3

 

Er zijn geen bijzondere aanpassingen.

 

Artikel 4

 

Er zijn geen omleidingen voorzien. Het verkeer kan na de doortocht zijn weg vervolgen.

 

Artikel 5

 

Alle nodige te plaatsen verkeersborden, voortvloeiend uit de bepalingen vervat in voorgaande artikels, worden overeenkomstig de bij wet voorziene bepalingen aangebracht.

 

Artikel 6

 

De inrichters dienen zich te houden aan de bepalingen vermeld in de huidige politieverordening.

 

Overtredingen op onderhavig besluit worden beteugeld met politiestraffen voor zover geen wet of hogere verordening andere straffen voorziet.

 

Artikel 7

 

Afschrift van deze verordening wordt overgemaakt aan de griffie van de Rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk en aan de griffie van de Politierechtbank te Kortrijk.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.11. Evenementen - LaserX - 14 maart 2026 - projectpremie - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een beslissing te nemen omtrent de projectpremie voor het lasershoot-evenement LaserX op 14 maart 2026.

 

Motivering

 

In het kader van een schoolopdracht organiseren de studenten een lasershoot-evenement in de eventhal van Uzien, waarbij de ruimte volledig wordt ingericht als een volwaardige lasershoot-arena. De activiteit richt zich in eerste instantie tot lokale bedrijven, die zich kunnen inschrijven met teams van telkens zes personen om het tegen elkaar op te nemen in een recreatieve, maar competitieve setting. Met dit project beogen de studenten praktijkervaring op te doen in het volledige traject van eventorganisatie

 

De ingediende aanvraag voor het lasershoot-evenement werd beoordeeld door de deskundige evenementen. Op basis van artikel 5 ‘Welke projecten komen niet in aanmerking?’ van het geldende premiereglement, waarin duidelijk gesteld wordt dat afstudeerprojecten niet in aanmerking komen voor een projectpremie, kan deze aanvraag niet ontvankelijk verklaard worden. Aangezien het voorgestelde initiatief expliciet wordt georganiseerd in het kader van een schoolopdracht, voldoet het project niet aan de voorwaarden voor subsidiëring. Er wordt dan ook geadviseerd aan het college van burgemeester en schepenen om de premie-aanvraag niet goed te keuren.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Premiereglement projectpremie, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de aanvraag omtrent de premie-aanvraag voor het lasershoot-evenement LaserX op 14 maart 2026 af te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.12. Evenementen - koninklijke fanfare St. Cecilia - plaatsen werfhekkens ter promotie van het Lenteconcert Deprez-Historie  - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating/medewerking te verlenen voor het plaatsen van werfhekkens op de verschillende ingangswegen, ter promotie van het Lenteconcert, georganiseerd door de koninklijke fanfare St. Cecilia Deerlijk, op 17 en 18 april 2026.

 

Motivering

 

De koninklijke fanfare St. Cecilia vraagt het gemeentebestuur om werfhekkens te plaatsen op de invalswegen voor het ophangen van banners ter communicatie en promotie van het Lenteconcert dat plaatsvindt op 17 en 18 april 2026.

 

Bij eerdere aanvragen van organisatoren om heras-opstellingen met spandoeken te voorzien, ter promotie van hun evenement, werden onderstaande locaties door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd:

 

        recht tegenover kerk Sint-Lodewijk;

        kerk centrum (kant Hoogstraat);

        kruispunt Molenhoek;

        kruispunt Belgiek;

        Statie (dicht bij de overweg).

 

Om een wildgroei van dergelijke heras-opstellingen, in aanvulling van de gemeentelijke roosters, te vermijden, adviseren de gemeentediensten om enkel opstellingen door de gemeente te voorzien op bovenstaande vijf reeds eerder goedgekeurde, strategisch in het oog springende locaties.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de koninklijke fanfare St. Cecilia Deerlijk toelating/medewerking te verlenen ter promotie van het Lenteconcert, door heras-opstellingen te voorzien op volgende locaties, en dit vanaf 18 maart 2026 tot en met 18 april 2026:

 

        recht tegenover kerk Sint-Lodewijk;

        kerk centrum (kant Hoogstraat);

        kruispunt Molenhoek

        kruispunt Belgiek;

        Statie (dicht bij de overweg).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.13. Evenementen - De Rode Lantaarn - Kubbtornooi - 15 augustus 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 16 november 2025 werd een aanvraag ingediend door De Rode Lantaarn voor volgend evenement:

Naam evenement

Kubbtornooi De Rode Lantaarn

Organisator

De Rode Lantaarn

Datum

zaterdag 15 augustus 2026

Plaats

plein chiroheem, Kardinaal Cardijnlaan 8, Deerlijk

 

Motivering

 

  1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Jenne Van Eeckhout

 

Adres

Spietestraat 14

 

Postcode en gemeente

8792 Desselgem

 

Activiteit

Benaming activiteit

kubbtornooi

Locatie

Gebouw

/

 

Tent

/

 

Open lucht

x

Adres

Naam gebouw

plein chiroheem

 

Adres

Kardinaal Cardijnlaan 8

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

zaterdag 15 augustus 2026 om 8.00 uur

Einde

zaterdag 15 augustus 2026 om 19.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

De Rode Lantaarn wenst Kubbtornooi De Rode Lantaarn te organiseren op zaterdag 15 augustus 2026 en vraag toelating voor een tijdelijke inname van het openbaar domein: het grasplein aan het chiroheem in de Kardinaal Cardijnlaan.

 

  1. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://www.hvzfluvia.be/organiseer-veilig.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Toelating geluidsactiviteit

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

       Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

 

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15 min

        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15 min 95 dB(A) niet overschrijden.
Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan.
Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15 min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

  

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

zaterdag 15 augustus 2026 om 8.00 uur

Einde

zaterdag 15 augustus 2026 om 19.00 uur

 

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zaterdag 15 augustus 2026 om 19.00 uur.

        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein, grasplein chiroheem Joeki , van vrijdag 14 augustus om 14.00 uur tot en met zondag 16 augustus om 11.00 uur (op- en afbouw inbegrepen).

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.14. BBO De KIM & De SAM + LO De Beuk - opvang - tijdelijke aanstelling Manon Kiss - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.15. Vrijwilligersovereenkomst peuterkampen - zomer 2026 - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.16. Subsidie LEKP - terugvordering - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor de terugbetaling van de onterecht uitgekeerde subsidies LEKP.

 

Motivering

 

Het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) liet in een schrijven van 19 december 2023 en een daaropvolgend schrijven van 25 april 2024 weten dat Deerlijk geen recht heeft op subsidies in het kader van LEKP 2.0 en 2.1.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 10 september 2025 om geen verdere juridische stappen te ondernemen.

 

Bij de motivatie in deze beslissing stond vermeld dat er in mei 2025 toch een subsidie voor LEKP 2.0 en 2.1 werd uitbetaald, respectievelijk 16.224 euro en 21.140 euro waardoor het vermoeden was dat we nog standaard in het uitbetalingssysteem zaten en ook de

bedragen voor 2026 automatisch zouden uitbetaald worden.

 

Op 16 september 2025 ontvingen we een schrijven van ABB dat de subsidie voor het jaar 2024 onterecht werden uitbetaald aan de gemeente Deerlijk door ABB en het verzoek om het bedrag van 37.364,87 euro terug te betalen.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56., § 1. van het Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

-37.364,87 euro

Actie

Projectmedewerking klimaat en patrimonium

Jaarbudgetrekening

A-6.8.1/0350-00/74050008

Visum

n.v.t.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de subsidie voor het jaar 2024 voor LEKP 2.0 en 2.1 terug te betalen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.17. Harelbekestraat 47 - vergunningstoestand 'vergund geacht' - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de constructie gelegen Harelbekestraat 47, op het kadastraal perceel afdeling 2, sectie C, nummer 26f2 als vergund geacht te verklaren en op te nemen in het vergunningenregister.

 

Motivering

 

Op de eigendom gelegen Harelbekestraat 47, gekadastreerd afdeling 2, sectie C, nummer 26f2, was vroeger een winkelhuis aanwezig en nu vraagt de eigenaar om het gebouw als vergund geachte woning te verklaren zodat deze verder kan gebruikt worden voor bewoning zonder functiewijziging.

 

In het vergunningenregister is met betrekking tot de eigendom volgende info opgenomen:

 

dossiernr.

onderwerp

datum vergunning

1954.55

slopen van een klein werkhuis achter woonhuis, herleggen voetpad en 3 woonhuizen in cementdallen

28 januari 1954

1957.66

aanbrengen van een lichtreclame aan de voorgevel van zijn woonhuis

21 maart 1957

1984.159

plaatsen van twee verlichte reclame uithangborden tegen voorgevel winkelhuis

26 september 1984

 

Uit de beschikbare plannen horende bij de vergunningen kan niet afgeleid worden wat de verhouding is handel(bakkerij) versus wonen.

De eigenaar verklaart op eer dat de oppervlakte van de bakkerij ondergeschikt is aan oppervlakte van de woongelegenheid en dat deze nevenfunctie minder dan 100m² bedraagt.  Dit wordt ook gestaafd aan de hand van een huurcontract en een plannetje met foto's uit een eerdere verzekeringspolis.

 

Er dient bijgevolg geen omgevingsvergunning voor een functiewijziging aangevraagd te worden gezien zowel de inrichting als het weghalen van de complementaire functie vrijgesteld is van vergunning cfr. art. 2§3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen, gezien aan de volgende vereisten voor de vrijstelling is voldaan:

1° het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied;
2° de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie;
3° de complementaire functie beslaat een geringere oppervlakte dan de woonfunctie met een totale maximale vloeroppervlakte van 100 vierkante meter;
4° de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, minder dan vijftien jaar oude verkavelingsvergunningen of minder dan vijftien jaar oude omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden.

 

Artikel 4.2.14, § 2 van de VCRO voorziet dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn (voor Deerlijk is dat gewestplan Kortrijk van 4 november 1977), worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie. Het tegenbewijs kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 57, § 2 Gemeentedecreet

        Andere:

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit op basis van de geleverde verklaringen dat de constructie gelegen Harelbekestraat 47, op het kadastraal perceel afdeling 2, sectie C, nummer 26f2 als vergund geachte woning (hoofdbestemming) opgenomen dient te worden in het vergunningenregister.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.18. OMV 2025_157 - Waregemstraat 409 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en uitbreiden van een woning, op een perceel gelegen Waregemstraat 409 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 476 S2 aangevraagd door de heer Tom Moerman wonende Modest Huys-laan 66 te 9870 Zulte.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het gewestelijk RUP Ventilus, definitief vastgesteld op 22 maart 2024.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

Er zijn geen historische dossiers voor deze aanvraag.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 251 m² en is gelegen langs de Waregemstraat op ongeveer 1,50 km ten oosten van de kern van Deerlijk. De Waregemstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg geflankeerd met lintbebouwing.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning van het aaneengesloten bouwtype. De woning bestaat uit 2 bouwlagen en een hellend dak met op een afstand van 4 m van het hoofdvolume een klein bijgebouw. De woning maakt deel uit van een gesloten bebouwingsrij waarbij alle woningen een gelijkaardig uitzicht hebben.

De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het intern verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning.

De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op de linker kavelgrens en op min. 3,25 m t.o.v. de rechterkavelgrens en verbindt het hoofdgebouw met het vrijstaande bijgebouw. De uitbreiding heeft een breedte van 2,57 m op een diepte van 4 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,95 m. De bouwdiepte van de woning wordt op 16,75 m gebracht.

Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft houten gevelbekleding en zwart PVC buitenschrijnwerk. Het bestaande bijgebouw wordt wit geschilderd.

 

Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd en het bestaande bijgebouw wordt geïntegreerd in de woonfunctie. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, toilet, eetplaats, zitplaats, bureauhoek, open keuken met aansluitend ontbijthoek en bijkeuken.

Op het verdiep worden 2 slaapkamers en een badkamer voorzien. Onder het dak bevindt zich nog derde slaapkamer.

 

Tussen de uitbreiding en de rechter perceelsgrens wordt een terras van 13 m² aangelegd. Achter het bestaande bijgebouw wordt de infiltratievoorziening voorzien.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

De aanpalende eigenaars werden op 3 december 2025 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.

 

  1. Adviezen

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen en uitbreiding van een eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

7.2.6 Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2.920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW = 6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 7.500 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 1.295 liter en een referentieoppervlakte van 5,01 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor wc’s, buitenkranen, wasmachine.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.

Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De inplanting van de woning blijft ongewijzigd. De nieuwe achterbouw wordt gerealiseerd tussen de bestaande woning en het bestaande bijgebouw. Op die manier wordt aansluiting gecreëerd tot het bijgebouw en kan de woning heringericht worden.

  

Bouwvolume en gabarit:

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd. De nieuwe uitbreiding is beperkt in oppervlakte en hoogte. De totale gelijkvloerse bouwdiepte van de woning wijzigt, maar komt niet verder dan het reeds bestaande bijgebouw dat nu deel zal uitmaken van de woning. Op aanpalende percelen zijn soortgelijke of zelfs grotere bouwdieptes aanwezig. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.

  

Verschijningsvorm:
De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. Ondanks de afwerking van de buitengevel met hout, integreert zich dit in het geheel van de bestaande bebouwing.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Naast de uitbreiding wordt een terras en pad aangelegd. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen.

Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.

 

Conclusie

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Tom Moerman wonende Modest Huys-laan 66 te 9870 Zulte, voor het verbouwen en uitbreiden van een woning, op een perceel gelegen Waregemstraat 409 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 476 S2.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.19. OMV 2025_123 - Klijtstraat 62 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Klijtstraat 62 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 462 F2 aangevraagd door Gilles De Keukelaere - Ruth Snauwaert met als contactadres Veldm. Montgomerystraat 137 te 8520 Kuurne.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 20 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        De bestaande hagen dienen behouden te blijven

        Er dient minstens één hoogstammige boom aangeplant in de voortuinstrook tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De eigendom situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied met landelijk karakter voor de eerste 50 m vanaf de rooilijn en voor het overige in een agrarisch gebied. De werken bevinden zich in het gedeelte woongebied met landelijk karakter.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 20 september 1962 (dossiernummer 19627)

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

2.1 Relevante stedenbouwkundige vergunningen

 

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 23 januari 1964 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 13 november 1964 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis (heraanvraag).

 

2.2 Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

2.3 Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.365 m² en is gelegen langs de Klijtstraat op ongeveer 2 km ten zuidoosten van de kern van Deerlijk. De Klijtstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg sporadisch geflankeerd met lintbebouwing.

 

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning. De woning bestaat uit 1 bouwlaag en een hellend dak opgetrokken op 10,84 m van de rooilijn. De woning is ingeplant op 4 m van de linker perceelsgrens en op 4 m van de rechter perceelsgrens. Op de rooilijn is een haag aanwezig met een hoogte van 1 m, op de zijkavelgrenzen heeft de aanwezige haag een hoogte van min. 2 m. De volledige linker vrije zijtuinstrook van het perceel is verhard tot aan de garage. De oppervlakte hiervan bedraagt 132 m². In de voortuin is verder de toegang tot woning verhard. De rest van de voortuin bestaat uit gras en beperkte aanplant. De woning heeft een breedte van 12,01 m en een diepte van 8,58 m. In de rechter vrije zijtuinstrook is een tuinhuis aanwezig van 2,5 m breed en 3 m diep.

De omgeving is een vrij landelijke, agrarische omgeving in combinatie met enkele woonlinten. Het wonen bestaat er uitsluitend uit eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing uit een inkom, leefruimte, eetruimte, keuken en twee bergruimtes. Op het verdiep bevinden zich 3 slaapkamers, een badkamer en een dressing. Onder het dak is een zolder voorzien.

Het bestaande metselwerk wordt vervangen door grijze bakstenen.

 

In de vrije zijtuinstrook wordt een carport gebouwd op 3 m achter de voorbouwlijn en op 0,92 m van de rechter perceelsgrens. De carport betreft een open constructie afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 3,1 m.

De bestaande oprit links van de woning wordt volledig opgebroken en vervangen door gras.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 31 oktober 2025 tot 29 november 2025. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

ontwerp voorziet:

Een garage van max. 22 m².

 

Rood gevelmetselwerk

Een bijgebouw van 32 m².

 

Grijs gevelmetselwerk

 

Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van de verkaveling gezien er een vrije strook van 8 m aan de achterkant van het perceel blijft.

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

De afwijking heeft betrekking op het bijgebouw en materiaalgebruik zodat een afwijking overwogen kan worden.

 

Het bijgebouw wordt zo’n 10 m² groter voorzien dan volgens de voorschriften mogelijk is. Het betreft een bestaande garage die gedeeltelijk afgebroken wordt waardoor de totale oppervlakte van de garage halveert. De afwijking is eerder beperkt waardoor deze toegestaan kan worden. De afwerking van de gevels wijkt daarbij ook af van de voorschriften. In plaats van een rode gevelsteen die wit geschilderd mag worden, worden de gevels in grijs metselwerk voorzien. De afwerking blijft metselwerk waardoor de kleinschaligheid van de materialisatie behouden blijft. De kleuren van het metselwerk in de omgeving zijn grotendeels roodbruin maar ook beige en witte tinten zijn in de omgeving aanwezig waardoor de lichtgrijze kleur aanvaardbaar is.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 4.100 liter en een referentieoppervlakte van 10 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor 2 toiletten, 3 buitenkraantjes en de wasmachine.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze vrij landelijke omgeving.

Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

 De inplanting van de woning wijzigt slechts beperkt.

 

Bouwvolume, gabarit en verschijningsvorm:

 Rechts van de woning wordt een carport ingeplant tot op 0,92 m van de perceelsgrens. Een carport is op heden een gangbare constructie bij een eengezinswoning. De carport wordt ingeplant op meer dan 3 m achter de voorgevelbouwlijn van de woning. Het betreft een open constructie waardoor het open karakter van de woning behouden blijft. Hierdoor wordt de carport geïntegreerd binnen de directe omgeving.

Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De carport bevindt zich op een voldoende ruimte afstand t.o.v. de rechter perceelsgrens.

   

De sloop van de huidige bijbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.

De gevels worden afgewerkt met een nieuwe grijze gevelsteen. Gezien er in de directe omgeving reeds woningen aanwezig zijn in lichte kleuren, kan geoordeeld worden dat een grijze gevelkleur geïntegreerd kan worden binnen de bestaande bebouwing. De gevelafwerking blijft een kleinschalig materiaal.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

 De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Voor een eengezinswoning in het buitengebied wordt uitgegaan van een parkeerbehoefte van 2 wagens op eigen terrein. Door de inplanting van de carport en het voorzien van verharding tussen rooilijn en parkeerruimte kunnen max. een 4-tal wagens geparkeerd worden op het perceel. Hiermee wordt meer dan voldaan aan de eigen parkeerbehoefte.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Achter de woning wordt een deels overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van 15,9 m² in keramische tegels. Dit is ruim voldoende. De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.

 

De woning beschikt over een ruime voortuin. De inrichting van een voortuin heeft invloed op het straatbeeld, de verkeersveiligheid en op de goede waterhuishouding. Beplanting, hagen en bomen in de voortuin maken het straatbeeld mooier en zorgen voor het residentiële karakter van een omgeving. Deze groenzones helpen ook bij de infiltratie van het regenwater en halen fijn stof uit de lucht.

Dat zal bijdragen aan de beeldkwaliteit van de straat. De bestaande hagen dienen behouden te blijven. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Aan de overzijde van de weg is ter hoogte van de eigendom landbouwzone aanwezig. Teneinde de overgang tussen het landelijk gebied en de lintbebouwing te versterken dient in de voortuin minstens één hoogstammige boom te worden aangeplant. Deze boom dient aangeplant te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken. Dit wordt opgelegd als voorwaarde. Meer opgaand groen in de voortuin (in plaats van het voorziene gras) kan hier ook nog een meerwaarde bieden.

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Gilles De Keukelaere - Ruth Snauwaert met als contactadres Veldm. Montgomerystraat 137 te 8520 Kuurne, voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Klijtstraat 62 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 462 F2, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        De bestaande hagen dienen behouden te blijven.

        Er dient minstens één hoogstammige boom aangeplant in de voortuinstrook tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.20. OMV 2025_175 - Sint-Pietersabdijstraat 35 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen Sint-Pietersabdijstraat 35 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 286 S3 en (afd. 1) sectie A 296 B2 aangevraagd door mevrouw Femke Clarysse en de heer Jonas Cottens met als contactadres Winston Churchillstraat 48 bus 2001 te 9770 Kruisem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 19 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

1.1 Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 22 juli 2009 (dossiernummer 2008/26 – 2087-2)

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het verkavelingsplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Verkavelingsvergunning (2087-2) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 22/07/2009.

        Stedenbouwkundige vergunning voor het uitvoeren van rioleringswerken in de private verkaveling ‘De Heerlijkheid’ - goedgekeurd op 22/07/2009.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 546 m² en is gelegen langs de Sint-Pietersabdijstraat op ongeveer 1 km ten noordoosten van de kern van Deerlijk. De Sint-Pietersabdijstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is braakliggend.

De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van in hoofdzaak eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een vrijstaande eengezinswoning met zwembad te bouwen.

De woning wordt ingeplant op 6 m van de rooilijn, op 4 m van de rechter zijperceelsgrens en op 7 m van de linker zijperceelsgrens. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt minstens 12 m. De woning heeft een breedte van 9 m. De diepte op het gelijkvloers en het verdiep bedraagt 9m.

De woning bestaat uit twee bouwlagen met hellend dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 5,67 m en de nokhoogte ligt op 9,53 m.

Op het gelijkvloers bevindt zich een inkom, toilet, living met open keuken en een wasplaats/berging. Op de verdieping worden een nachthal, bureau, 2 slaapkamers, badkamer en toilet ondergebracht.

De gevels worden afgewerkt in grijze gevelsteen, de dakbedekking bestaat uit zwarte dakpannen en het schrijnwerk is voorzien in pvc of aluminium.

In de voortuin wordt een oprit met een breedte van 6 m verhard in waterdoorlatende verharding. In de tuinzone wordt een terras met 40 m² in niet-waterdoorlatende verharding aangelegd.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.

 

  1. Adviezen

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het verkavelingsplan.

Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het verkavelingsplan gezien het een eengezinswoning betreft van het open type, opgetrokken op 6 m van de rooilijn en op min. 4 m van de zijkavelgrenzen. De kroonlijsthoogte is lager dan 6 m, de nokhoogte is lager dan 11,60 m, de bouwdiepte is minder dan 18 m op het gelijkvloers en minder dan 12 m op het verdiep. De maximale dakhelling wordt gerespecteerd, er wordt geen bijgebouw voorzien en de afsluitingen worden voorzien conform de voorschriften.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

7.2.6 Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2.920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW = 6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 7.500 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een  infiltratievoorziening met een volume van 1.782 liter en een referentieoppervlakte van 8,78 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor spoeling 2 wc’s, wasmachine, buitenkraan.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of watert af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een eengezinswoning. Deze functie is passend binnen deze residentiele omgeving.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De woning wordt ingeplant conform de voorschriften van de verkaveling. Verder wordt de opgelegde bouwzone gerespecteerd.

  

Bouwvolume en gabarit:

Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.

Het ontworpen volume is in overeenstemming met de verkavelingsvoorschriften.

 

Verschijningsvorm:

De gevels worden voorzien van grijze gevelstenen. Deze afwerking is passend binnen de omgeving en zal geen grote impact hebben op het straatbeeld.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

Bij de woning wordt een oprit voorzien met een breedte van 6 m. Deze oprit is voldoende breed om het parkeren op eigen terrein te kunnen faciliteren. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Achter de woning wordt een terras aangelegd.

De woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. De woning beschikt tevens over een voortuin. In de voortuin wordt een haag aangeplant en zal de wadi worden geplaatst. De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt en de verharding voldoet qua breedte aan de bepalingen uit de verkaveling.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan mevrouw Femke Clarysse en de heer Jonas Cottens met als contactadres Winston Churchillstraat 48 bus 2001 te 9770 Kruisem, voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen Sint-Pietersabdijstraat 35 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 286 S3 en (afd. 1) sectie A 296 B2.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.21. OMV 2025_130 - Tapuitstraat 15 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het regulariseren van een veranda, op een perceel gelegen Tapuitstraat 15 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 395 V aangevraagd door de heer Anton Van Derbeken wonende Bergdal 60 te 8830 Hooglede.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 20 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied met landelijk karakter.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 11 oktober 1963 (dossiernummer 196317/0068-1).

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-15-A) voor bouwen van een villa - goedgekeurd op 01/04/1965.

        Stedenbouwkundige vergunning (0068-15-B) voor bouwen van een garage - goedgekeurd op 31/07/1970.

        Verkavelingsvergunning (0068-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 11/10/1963.

        Milieuvergunning  voor ondergrondse mazouttank van 5.000 l - goedgekeurd op 30/06/1993.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.193 m² en is gelegen langs de Tapuitstraat op ongeveer 1.477 m ten zuiden van de kern van Deerlijk. De Tapuitstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg geflankeerd met lintbebouwing.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag en een hellend dak. In het verleden werd tegen de achtergevel van de woning een veranda gebouwd zonder vergunning. De woning heeft een breedte van 12,20 m en een gelijkvloerse diepte van 10,90 m. Achter de woning, op de linkerperceelsgrens, is een bijgebouw terug te vinden. De woning heeft een totale oppervlakte van 132,46 m².

De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het regulariseren van de veranda. De constructie bevindt zich tegen de achtergevel van de woning en heeft een diepte van 3 m en een breedte van 5,31 m. De veranda werd afgewerkt met een licht hellend dak waarbij de kroonlijsthoogte 2,47 m bedraagt en de nokhoogte 2,71 m. De constructie is voorzien van een naturel houten gevelafwerking.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 24 oktober 2025 tot 22 november 2025. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag wijkt af van de voorschriften van de verkaveling. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

Ontwerp voorziet:

De maximale bouwdiepte bedraagt 10 m

Een bouwdiepte van 10,90 m

 

Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van de verkavelingsvoorschriften gezien de functie, inplanting, oppervlaktes conform de voorschriften behouden blijft.

 

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

 

De afwijking heeft betrekking op de bouwdiepte van de constructie zodat een afwijking overwogen kan worden. De bouwdiepte van de veranda en het geheel van de bebouwing van 10,90 m in plaats van 10 m is te motiveren aangezien deze afwijking beperkt is en de oppervlakte van de tuin voldoende groot is. De hoofdwoning week reeds af van de voorschriften en de veranda komt niet dieper dan de hoofdwoning waardoor de afwijking aanvaardbaar is.  Er werden ook geen bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek zodat ook de aanpalenden hiervan geen hinder zullen ondervinden.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater gewijzigd wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Volgens de plannen nieuwe toestand zal de goot van de veranda afgekoppeld worden van de hemelwaterput. Er wordt bijgevolg geopteerd voor een natuurlijke infiltratie door rechtstreeks af te wateren in een onverharde zone naast de constructie die een onverharde oppervlakte heeft van minstens één vierde van de afwaterende oppervlakte van de veranda zodat de aanvraag niet valt onder het toepassingsgebied van de verordening.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de regularisatie van een veranda horende bij een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De verkaveling die dateert van 1963, geeft enkel een summiere aanduiding van de bouwzone. De uitbreiding wijkt beperkt af van deze bepaling. De inplanting van de veranda bevindt zich achteraan de woning op gelijke diepte als de achtergevel van de woning. Op die manier vormt de bebouwing een compact geheel en kan de afwijking toegestaan worden.

  

Bouwvolume en gabarit:

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd. De veranda is een relatief kleine constructie die zich achteraan een deel van de woning bevindt. Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.

  

Verschijningsvorm:

De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor de regularisatie geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

De woning beschikt over een voldoende ruimte tuinzone. De veranda doet hier geen afbreuk aan en hierdoor wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.

 

Conclusie

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Anton Van Derbeken wonende Bergdal 60 te 8830 Hooglede, voor het regulariseren van een veranda, op een perceel gelegen Tapuitstraat 15 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 395 V

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.22. OMV 2025_135 - Ter Donkt 38 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen luifel, aanpassen raam- en deuropeningen, optimaliseren brandpreventieconcept, op een perceel gelegen Ter Donkt 38 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 632 D, (afd. 1) sectie B 656 L en (afd. 1) sectie B 1259 A aangevraagd door de heer Ignace Coudron namens VANOMOBIL NV gevestigd Ter Donkt 38 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 22 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        In navolging van het advies van de Watergroep werd de PIV 3 toegevoegd die hierbij de goedgekeurde projectinhoudversie betreft.

        De aandacht dient erop gevestigd te worden dat de handelsactiviteit niet losgekoppeld kan worden van de industriële activiteit.

        Het bijkomende logo wordt uitgesloten van vergunning

        De bedrijfsgebonden parkeren mogen enkel en alleen aangewend worden voor het stockeren van wagens/mobilhomes. Deze parkeerplaatsen kunnen geenszins aangewend worden door bezoekers of personeel.

        De aandacht wordt gevestigd op het feit dat het belangrijk is dat de ontsluiting van de site niet gebeurt via de Vichtesteenweg (met uitzondering van de noodtoegang).

        Waar mogelijk is het hier raadzaam om een haagje te voorzien tussen de gracht en de parkeerplaatsen. Dat zal de aanblik, alsook de overgang tussen verharding en gracht ten goede komen.

        De haag H3 in stand dient te worden gehouden

        Het brandpreventieadvies is na te leven met bijzondere aandacht voor volgende specifieke voorwaarden gesteld in het advies van de brandweerzone Fluvia:

     de deur tussen de demonstratieruimte en de overdekte zone moet zelfsluitend of bij brand zelfsluitend zijn.

     het is aangewezen om de nieuw te bouwen trap tussen magazijn brandwerend af te scheiden met een wand EI60 en een (bij brand) zelfsluitende deur EI130. Zodoende wordt het magazijn (tussenvloer ) gecompartimenteerd met een brandweerstand van 30 minuten.

     er een eigen bluswatervoorraad moet worden voorzien.  Indien er een gemeenschappelijke voorraad van 600m³ binnen de 500 m of 1200m³ binnen de 1 km rijafstand aanwezig is, vervalt deze voorwaarde.

        De geldende bepalingen en veiligheidsvoorschriften uit het advies van Elia zijn stikt te volgen.

        Het advies van de Watergroep dient nageleefd te worden met bijzondere aandacht voor de onderstaande voorwaarden: 

     Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.

     Indien er een bemaling wordt opgezet moet het bemalingswater bij voorkeur ter plaatse infiltreren. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden aangesloten op oppervlaktewater of een RWA leiding. Pas als de bovenstaande opties technisch niet haalbaar zijn mag er geloosd worden op een afvalwaterleiding. Hiervoor moet een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners indien het debiet >10 m³/u.

     Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter en gebied voor milieubelastende industrie.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Provinciale verordening inzake het overwelven van baangrachten, vastgesteld door de provincieraad in zitting van 23 juli 2008.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023.

 

  1. Historiek

 

 

Er zijn geen historische dossiers voor deze aanvraag.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van ca. 22.600 m² en is gelegen langs Ter Donkt op ongeveer 1.200 m ten zuidoosten van de kern van Deerlijk. Ter Donkt is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich het bestaande bedrijf Vanomobil. Het bedrijf bestaat uit een industriebouw met een gedeelte showroom en een administratief gedeelte met een totale footprint van +/- 8.000 m². Het gebouw heeft een kroonlijsthoogte van 10m met daarbovenop een mobilhomelift tot op 14 m hoogte t.o.v. de dorpel.

De aanvraag bevindt zich binnen de industriezone Ter Donkt, die gekenmerkt wordt door grootschalige milieubelastende bedrijven.

Ter Donkt is gelegen in de oksel van de Vichtesteenweg en de autosnelweg (E17). Ten noordwesten grenst het perceel aan het bedrijf Lattestore bvba. Ten oosten grenst het perceel aan een braakliggend terrein met twee hoogspanningsmasten op, van elkaar gescheiden door een buffergracht en een omheining. Ten westen bevindt zich een weiland. Het perceel dat onderwerp uitmaakt van deze aanvraag is toegankelijk via Ter Donkt.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft een regularisatie voor het uitbreiden van een industriegebouw die reeds op 4 mei 2022 werden vergund. Daarnaast betreft de aanvraag een aantal aanpassingen ten aanzien van de verkregen vergunning  nl.:

        Het bouwen van een luifel tussen de twee rechter zijvleugels

        Het beperkt aanpassen van enkele raam- en deuropeningen zowel aan buitengevel als binnenin het gebouw

        Het optimaliseren van het brandpreventieconcept

        Het toevoegen van een bijkomend bedrijfslogo aan de achterzijde van de liftschacht

 

Tussen de twee rechter zijgevels wordt, ter hoogte van de vergunde bedrijfsgebonden parking (stockage) een luifel voorzien zodat deze ruimte ook volledig overdekt wordt en aangewend wordt als ‘afleverruimte – niet publiek toegankelijk’. De afleverruimte wordt grotendeels opgetrokken met een hoogte van 8,15 m, het meest zuidelijke deel wordt, over een diepte van 4,80 m ingericht als groendak op een hoogte van 5,08 m. Dit groendak wordt overbouwd met een brug met een breedte van 5,30 m zodat een verbinding behouden blijft tussen parkeerdak vooraan en achteraan.  Bovenop de afleverruimte wordt het parkeerdak verder uitgebreid zodat 16 extra mobilhomes kunnen gestald worden. Deze zone is niet publiek toegankelijk.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.

 

  1. Adviezen

 

De Vlaamse Overheid, Agentschap Wegen en Verkeer werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 10 december 2025 een gunstig advies uit.

 

Elia Asset werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 31 december 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

“Naar aanleiding van uw aanvraag, kunnen wij u meedelen dat voor alle activiteiten nabij bovengrondse hoogspanningslijnen wettelijke horizontale en verticale veiligheidsafstanden gelden.

     In een zone van 0 tot 50 meter langs beide zijden van deze hoogspanningslijnen geeft Elia steeds een gedetailleerd advies met te respecteren hoogtebeperkingen.

     In de zone van 50 tot 100 meter langs beide zijden van deze hoogspanningslijnen zijn er geen specifieke hoogtebeperkingen tenzij u werken uitvoert met werfkranen, betonpompen, hoogtewerkers of andere hijstoestellen waarvan sommige delen (vb. giek van de kraan) toch binnen de zone van 0 tot 50 meter zouden kunnen binnendringen.

Na situering van uw activiteit hebben wij vastgesteld dat deze voorzien is in de zone van 0 tot 50 meter t.o.v. de hoogspanningslijn. Hieronder vindt u ons advies.

Wij vragen dat er rekening gehouden wordt met de vermelde bepalingen en de veiligheidsvoorschriften die u in bijgevoegd advies van 17 juni 2025 met ref 457168-KVR kunt vinden.

 

Waarschuwingsborden/banners:

Om tijdens uw werken en op deze werf de nodige aandacht te vestigen op de gevaren van de nabij gelegen hoogspanningslijnen, kunnen wij u gratis volgende waarschuwingsborden/banners aanbieden:

     waarschuwingsborden 80 x 60 cm

     waarschuwingsbanner 340 x 200 cm, komt overeen met de afmetingen van een Heras hekken.

Deze borden/banners bieden een duidelijke visuele waarschuwing betreffende de aanwezige hoogspanningslijnen en het daaraan verbonden elektrocutiegevaar (zie bijlage - aanvraagformulier).

U kan deze waarschuwingsborden/banners gratis bekomen door een e-mail - met ingevuld aanvraagformulier - te sturen naar: contactcenternoord@elia.be met vermelding van:

1) Elia referentie (reeds vermeld op het formulier)

2) Adres van de werf (reeds vermeld op het formulier)

3) Gewenst aantal (per type)

4) Naam + adres aanvrager (bestemmeling)

Gelieve dan deze borden/banners te positioneren op de plaats(en) die u het meest aangewezen acht in uw werkzone.

Teneinde de veiligheid van mensen, de continuïteit van de elektriciteitsvoorzieningen en de vrijwaring van alle betrokken installaties te garanderen, dient men in de onmiddellijke omgeving van de hoogspanningsgeleiders enkele wettelijke bepalingen te eerbiedigen.

Gelieve daarom kennis te nemen van de veiligheidsvoorschriften ter zake die wij in een beknopte weergave als bijlage zenden.”

 

Het FOD Binnenlandse Zaken – Astrid veiligheidscommissie werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 23 december 2025 een gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

“Gezien geen van de deelprojecten in deze aanvraag binnen de criteria van de Veiligheidscommissie vallen, heeft de commissie dan ook beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking voor de projecten binnen deze aanvraag”

 

De brandweerzone Fluvia – hulpverleningszone Fluvia - Brandweerpreventie werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 8 december 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

“De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits rekening wordt gehouden met bijgaand brandvoorkomingsverslag.

In functie van de maatgevende brandbelasting werd het industriegedeelte van het gebouw door de bouwheer ingedeeld in klasse A.

Het gebouw mag hierdoor enkel gebruikt worden voor activiteiten met dezelfde of een lagere maatgevende brandbelasting of activiteiten die leiden tot dezelfde klasse of lagere klasse, zoniet is het gebouw niet meer conform en zullen mogelijks aanpassingswerken nodig zijn. Bij wijziging van brandklasse vervalt sowieso bijgevoegd verslag en dient een nieuw dossier ingediend bij de brandweer.”

 

De intercommunale Leiedal werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 16 december 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

  1. Toetsingskader

Corpus van contractuele bepalingen en voorwaarden opgenomen in “voorwaarden en stedenbouwkundige voorschriften Deerlijk: bedrijventerrein Ter Donkt II”, bepaaldelijk daarin de inplantingsvoorschriften, kortweg genoemd ‘inlpantingsvoorschriften’.

Door ze aldus ten aanzien van de gevestigde bedrijven contractueel op dezelfde manier bindend op te leggen in de authentieke titel van verkoop, verkrijgen de inplantingsvoorschriften een uniforme uitwerking alover het bedrijventerrein waarin ze van toepassing zijn.

  1. Bemerkingen en vaststellingen

2.a.                       Vooraf: ruimtelijke invulling- bouwtechnische elementen

Het advies van Leiedal behelst steeds louter de ruimtelijke invulling van het bouwproject en de bouwtechnische elementen. Het advies doet geen uitspraak over andere, daarmee gerelateerde elementen, zo onder meer de milieutechnische facetten, de waterinfiltratie en -buffering, …

2.b.                       Logo – naamaanduiding

Qua logo’s en naamaanduidingen voorzien de inplantingsvoorschriften in 2.3.9 “Reclamepanelen/naamaanduiding” het volgende:

Met betrekking tot het aanbrengen of plaatsen van naamaanduidingen, reclamepanelen, lichtreclames, logo’s zal de koper zich dienen te schikken naar de geldende reglementering ter zake.

Voor namen en logo’s van bedrijven wordt een globaal concept uitgewerkt dat samengaat met de architectuur van het gebouw.

…/…

Er kan een concept uitgewerkt worden waarbij het logo uitgewerkt wordt over de volle lengte en hoogte van het bedrijfsgebouw, of geconcentreerd wordt op één plaats op de gevel of op het dak. Er moet gekozen worden voor 1 concept, een menging is niet toegelaten.

Het bestaande logo op het dak toont aan dat de bouwheer van bij aanvang heeft gekozen voor één logo op één locatie. De gevelplannen nieuwe toestand geven aan dat het bedrijfslogo in totaal 5 keer op het gebouw wordt aangebracht, hierbij de publiciteit op de ramen niet meegerekend. Naar onze mening is deze combinatie te overheersend en voldoet deze niet aan de voorwaarden uit voormeld artikel. Wij adviseren dan ook dat het eerder gekozen concept moet worden aangehouden in dit dossier. Het komt uiteraard toe aan uw bestuur om de opportuniteit van dit inplantingsvoorschrift te beoordelen.

2.c.Buitenaanleg – haag

Inliggend is een plan gevoegd rond de verplichte instandhouding van de haag aangeduid met “H3”. Deze haag staat niet meer volledig weergegeven op het inplantingsplan bij de aanvraag. Als voorwaarde dient gesteld dat de haag ‘H3’ dient in stand te worden gehouden.

 

Deputatie, Dienst Integraal Waterbeleid werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie liet op 10 december 2025 weten geen advies uit te brengen gezien de waterbeheerder voor dit dossier de VMM is.

 

De VMM werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht binnen een termijn van 30 dagen geen advies uit waardoor voorbijgegaan kan worden aan de adviesvraag.

 

De Watergroep werd om advies verzocht op 4 december 2025. De adviesinstantie bracht op 20 januari 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

Advies ACCA
Geen bezwaar

Er wordt geen melding gemaakt van een nieuwe aftakking. We gaan ervan uit dat de binnenleiding wordt afgetakt van de bestaande aftakking. 

Advies Riopact
Volledig gunstig advies met volgende specifieke voorwaarde

        Voor de uitbreiding in deze aanvraag wordt gracht type 6 uitgebreid met gracht type 6b met een buffervolume van 114.79 m³. Deze uitbreiding is rondom voorzien van keerwanden en betreft dus geen uitbreiding van het infiltratieoppervlak. Hiermee is niet voldaan aan de GSV van 2023. Gezien er een combinatie van infiltratie en buffering met vertraagde afvoer wordt voorzien wegens de slechte infiltratiecapaciteit dient het nieuwe volume aan 43 l/m² gedimensioneerd te worden. Dit volume dient boven de grondwaterstand gerealiseerd te worden.

Voorts zijn de algemene voorwaarden opgenomen in het advies eveneens na te leven met bijzondere aandacht voor volgende voorwaarden:

        Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.

        Indien er een bemaling wordt opgezet moet het bemalingswater bij voorkeur ter plaatse infiltreren. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden aangesloten op oppervlaktewater of een RWA leiding. Pas als de bovenstaande opties technisch niet haalbaar zijn mag er geloosd worden op een afvalwaterleiding. Hiervoor moet een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners indien het debiet >10 m³/u.

        Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

Volgens het Gewestplan “Kortrijk” ligt ca. 4% van de site (de noordwestelijke hoek van de site) in een zone voor milieubelastende industrieën. Ca. 96% van de site, met inbegrip van het deel waarop de nieuwbouw/de uitbreiding voorzien wordt, ligt in een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter.

De aanvraag dient zodus voor 4% getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meerbepaald aan de voorschriften voor milieubelastende bedrijvigheid.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 7.2.0. + 8.2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.

Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

Gebieden voor milieubelastende industrieën zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.

 

In deze zone gelden voor ca. 96% de stedenbouwkundige voorschriften van art. 4 van bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse regering van 10 november 1998 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijzigingen van het gewestplan Kortrijk op het grondgebied van de gemeenten Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wevelgem en Zwevegem. 

Deze voorschriften luiden als volgt

Een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter is bestemd voor de vestiging van bedrijven zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, lid 2.1.1 en 2.1.2 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972. Het kan evenwel alleen worden gerealiseerd door de overheid. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden worden met de natuurlijke en de landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het karakter van het terrein, de aard van de activiteiten, de omvang van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende bufferzone.

De Vlaamse regering kan bepalen dat een bijzonder plan van aanleg voorafgaand aan de ontwikkeling van dat gebied dient goedgekeurd te worden. Dat is niet gebeurd.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan omdat het bedrijf niet enkel een kleinhandelsactiviteit heeft, maar er ook ruime ateliers voor carrosseriewerken en assemblage aanwezig zijn. Ook de werkplaats wordt uitgebreid teneinde voor kwaliteitsherstellingen te kunnen zorgen.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.2.6 Stikstoftoets

De impactscoretool werd op 1 maart 2024 bijgewerkt naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet. De herziene impactscoretool maakt gebruik van de recentste modellen en databronnen zoals vermeld in artikel 3 van het Stikstofdecreet.

Er wordt, naar aanleiding van de gevraagde stedenbouwkundige handelingen, geen impact naar stikstof toe verwacht. Het betreft geen vergunningsplichtig verkeersgenererend project waarvan de 1%-drempel overschreden is."

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart gelegen in een zone met kleine overstromingskans onder klimaatverandering

 

Bij het bouwen in een zone die gelegen is in overstromingsgevoelig gebied, is het van belang dat er voldoende aandacht wordt besteed aan waterveilig bouwen en aan het bewaren en herstellen van de ruimte voor water (bv overstroombare kelders, bouwen op palen,...).

 

Er kan voldaan worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Hiervoor werd beroep gedaan op het advies van De Watergroep die het dossier onderzocht.

In  het advies wordt volgende overweging opgenomen:

Hemelwaterput

Er is reeds een volume van 80.000 l aan hemelwaterputten geïnstalleerd. Het is onbekend waarvoor dit hemelwater gebruikt wordt. Voor het bijkomende dakoppervlak wordt geen extra volume aan hemelwaterputten geïnstalleerd. Hiermee wordt akkoord gegaan aangezien het parkeerdak en groendak betreft. Het vergunde parkeerdak watert ook rechtstreeks af naar de infiltratievoorziening.

De overloop van de hemelwaterput moet naar de infiltratievoorziening.

Het hergebruiksysteem dient uitgerust te zijn met een regenwaterpomp die automatisch omschakelt tussen het waterleidingnet en de hemelwaterput in functie van de vullingsgraad van de hemelwaterput.

Infiltratievoorzieining

Er is reeds infiltratie voorzien voor het bestaande en vergunde deel volgens de GSV van voor 2023. De fundering en riolering is reeds deels uitgevoerd. De totale verharde oppervlakte van de site bedraagt 11.112,51 m² plat dak en 8.406,47 m² waterdoorlatende verharding. Vanwege de slechte infiltreerbaarheid van de bodem wordt de verharding mee ingerekend bij de infiltratievoorzieningen.

Voor het bijkomende dakoppervlak dient een infiltratievoorziening te worden geplaatst met een minimaal infiltratievolume van 30.129 liter en een minimale infiltratieoppervlakte van 73 m².

Echter wordt er wegens de slechte infiltratiecapaciteit van de bodem ingezet op een combinatie van infiltratie en buffering. Het bijkomende volume wordt zonder infiltrerende wanden uitgevoerd aangezien het totaalconcept reeds voldoende infiltratieoppervlak heeft. Het nieuwe volume dient 43 l/m² dus 39.259 l te bedragen.

De dimensionering van de grachten is toegelicht met een berekening. De grachten bij de recentste aanvraag uit 2022 worden in deze nieuwe aanvraag ingerekend vanaf het GHG van 0,66 m-mv in plaats van vanaf het bodempeil op 1 m-mv. Nu heeft de infiltratievoorziening een buffervolume van 647,24 m³ en een infiltratieoppervlakte van 511,88 m². Dit geeft met het bijkomende dakoppervlak van 818,73 ingerekend een tekort van 106,80 m³ buffervolume en een overschot van 22,16 m² infiltratieoppervlakte.

Voor de uitbreiding in deze aanvraag wordt gracht type 6 uitgebreid met gracht type 6b met een buffervolume van 114,79 m³. Deze uitbreiding is rondom voorzien van keerwanden en betreft dus geen uitbreiding van het infiltratieoppervlak. Hiermee is niet voldaan aan de GSV van 2023. Gezien er een combinatie van infiltratie en buffering met vertraagde afvoer wordt voorzien wegens de slechte infiltratiecapaciteit dient het nieuwe volume aan 43 l/m² gedimensioneerd te worden. 

Afwaarts naar het bufferbekken op openbaar domein is een knijpconstructie voorzien.

De afwaterende oppervlakte is groter dan 1.000 m² en de infiltratievoorziening is dieper dan 50 cm. Grondwaterpeilmetingen en minimaal drie infiltratieproeven zijn verplicht.

Er zijn geen infiltratieproeven uitgevoerd. Gezien de bodemtypes is de infiltratiecapaciteit matig tot slecht. Er zijn grondwaterpeilmetingen uitgevoerd tussen 13/10/2023 en 10/10/2024. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) bedraagt 0,66 mTAW.

 

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat mits te voldoen aan volgende voorwaarden het schadelijk effect beperkt zal zijn.

        Voor de uitbreiding in deze aanvraag wordt gracht type 6 uitgebreid met gracht type 6b met een buffervolume van 114,79 m³. Deze uitbreiding is rondom voorzien van keerwanden en betreft dus geen uitbreiding van het infiltratieoppervlak. Hiermee is niet voldaan aan de GSV van 2023. Gezien er een combinatie van infiltratie en buffering met vertraagde afvoer wordt voorzien wegens de slechte infiltratiecapaciteit dient het nieuwe volume aan 43 l/m² gedimensioneerd te worden. Dit volume dient boven de grondwaterstand gerealiseerd te worden.

 

In de PIV 3 die toegevoegd werd op het omgevingsloket op 20 januari 2026 werd de buffergracht type 6B aangepast (beperkt verbreed) en werd ook het hemelwatertoets geactualiseerd teneinde te voldoen aan de volumebepalingen uit het advies. De PIV 3 dient bijgevolg goedgekeurd te worden waardoor de voorwaarde niet langer weerhouden dient te worden.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de uitbreiding van een bestaande industrieel gebouw met een atelier voor assemblage en handels- demonstratieruimte. Gezien de oppervlakteverhouding industrie handel van 60-40 gerespecteerd blijft en de bestaande functie ongewijzigd blijft is deze passend binnen deze industriële omgeving. De aandacht dient erop gevestigd te worden dat de handelsactiviteit niet losgekoppeld kan worden van de industriële activiteit.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De inplanting ten opzichte van de rooilijn blijft ongewijzigd.

De nieuwe uitbreiding wordt gerealiseerd tussen de twee rechter vleugels. Door het voorzien van bijkomende parkeergelegenheid op het dak en de inplanting van de uitbreiding vormt de bebouwing na de werken blijvend een compact geheel.

   

Bouwvolume en gabarit:

De bouwhoogte van de uitbreiding is dezelfde als die van het bestaande gebouw. Deze hoogte is zeker aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.

Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze binnen de directe omgeving, de bouwhoogte is aanvaardbaar en de muren op de perceelsgrens veranderen niet.

Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.

   

Verschijningsvorm:

Het uitzicht vanaf de Ter Donkt /E17 wijzigt niet, de gevel kant Vichtesteenweg wordt gewijzigd.

De uitbreiding wordt voorzien in eenzelfde vormentaal als de bestaande voorgevel, wat een positieve impact heeft op het straatbeeld. Het voorzien van bijkomende ruimte voor parkeren op het dak is aanvaardbaar.

De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik binnen de bestaande bebouwing.

De bestaande bedrijfsnaamgeving op het dak van het gebouw en zowel op de linker als de rechter gevel van de mobilhomelift blijft behouden en wordt uitgebreid met een logo aan de noordzijde van de liftschacht op het dak. Zoals reeds uit het advies van intercommunale leiedal blijkt wordt het bedrijfslogo hierdoor reeds 5 keer op het gebouw aangebracht, wat te overheersend is. Het bedrijfslogo is op vandaag al meer dan voldoende aanwezig waardoor het bijkomende logo uitgesloten wordt van vergunning.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

Vanomobil is gelegen in Ter Donkt, wat een straat is met tweerichtingsverkeer. In deze straat ontbreken er voorzieningen voor de zwakke weggebruiker. Gezien de aard van de activiteiten is de afwezigheid van voetgangersinfrastructuur niet problematisch. Gezien het regionaal karakter van het bedrijf zijn er geen fietsenstallingen nodig voor bezoekers van de handelszaak.

In het bedrijf worden 45 personeelsleden tewerkgesteld. Voor hen is er voldoende parkeermogelijkheid (voor zowel auto als fiets) op eigen terrein. 

Er wordt op zich geen toename van de verkeersgeneratie verwacht, want:

        de bijkomende overdekte stockageruimte komt in de plaats van het buiten stockeren

        Het beperkt aantal bijkomende bedrijfsgebonden parkeerplaatsen op het dak zijn beperkt

De directe aansluiting op het hogere wegennet zal ook tijdens de aanlegfase zorgen dat er geen problemen optreden.

Door de aard van de activiteiten bestaat het parkeren zowel voorzien in bedrijfsgebonden parkeren (stockage), personeelsparking en bezoekersparkeren.  De aard van de parking mag niet gewijzigd worden. Als voorwaarde wordt dan ook opgelegd dat bedrijfsgebonden parkeren enkel en alleen aangewend mag worden voor het stockeren van wagens/mobilhomes en dat deze parkeerplaatsen geenszins aangewend kunnen worden door bezoekers of personeel.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat het belangrijk is dat de ontsluiting van de site niet gebeurt via de Vichtesteenweg (met uitzondering van de noodtoegang). Dat wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

De geplande verharding wordt zoveel als mogelijk voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.

Tussen de parkeerplaatsen worden langs de zijde van de Vichtesteenweg bomen voorzien. Dat is een minimale voorziening van een groene inkleding van het terrein. Deze bomen dienen van het hoogstammige type te zijn en dienen te worden aangelegd tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgende op het voltooien van de werken.

Daarnaast wordt rondom het terrein een gracht voorzien. De voorziene gracht betreft verschillende types, waarbij 5 van de 6 types voorzien wordt van een graswand. De gracht langsheen de Vichtesteenweg is een zo goed als volledige gracht in L-profiel / keermuur en mutategels. Waar mogelijk is het hier raadzaam om een haagje te voorzien tussen de gracht en de parkeerplaatsen. Dat zal de aanblik, alsook de overgang tussen verharding en gracht ten goede komen. Dat wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Conclusie:

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13  Bespreking adviezen

De adviezen van het Agentschap Wegen en Verkeer en  ASTRID veiligheidscommissie zijn gunstig en vergen geen verdere beoordeling.

 

Gelet op de specifieke expertise is het wenselijk onderstaande specifieke voorwaarden gesteld in het advies van de brandweerzone Fluvia na te leven:

        de deur tussen de demonstratieruimte en de overdekte zone moet zelfsluitend of bij brand zelfsluitend zijn.

        het is aangewezen om de nieuw te bouwen trap tussen magazijn brandwerend af te scheiden met een wand EI60 en een (bij brand) zelfsluitende deur EI130. Zodoende wordt het magazijn (tussenvloer ) gecompartimenteerd met een brandweerstand van 30 minuten.

        er een eigen bluswatervoorraad moet worden voorzien.  Indien er een gemeenschappelijke voorraad van 600m³ binnen de 500 m of 1200m³ binnen de 1 km rijafstand aanwezig is, vervalt deze voorwaarde.

 

Voor zover rekening gehouden wordt met de geldende bepalingen en veiligheidsvoorschriften liet Elia weten geen bezwaar te hebben tegen de werken. Het naleven van deze bepalingen wordt bijgevolg opgelegd als voorwaarde.

 

Omtrent de gesuggereerde voorwaarden opgenomen in het advies van de intercommunale Leiedal wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen

        Het feit dat het bedrijfslogo in totaal 5 keer op het gebouw wordt aangebracht en hierbij wordt de publiciteit op de ramen niet meegerekend. Deze combinatie is te overheersend waardoor het ontwerp niet voldoet aan de voorwaarden. Er wordt dan ook geadviseerd om het eerder gekozen concept aan te houden.

        De haag aangeduid als h3 staat niet meer volledig weergegeven op het inplantingsplan. Als voorwaarde dient gesteld dat de haag H3 in stand dient te worden gehouden.

 

Het advies van de Watergroep werd reeds behandeld in de watertoets. Aanvullend is het wenselijk de onderstaande voorwaarden opgenomen in de algemene voorwaarden nog eens extra toe te voegen bij afgifte van de vergunning.

        Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.

        Indien er een bemaling wordt opgezet moet het bemalingswater bij voorkeur ter plaatse infiltreren. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden aangesloten op oppervlaktewater of een RWA leiding. Pas als de bovenstaande opties technisch niet haalbaar zijn mag er geloosd worden op een afvalwaterleiding. Hiervoor moet een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners indien het debiet >10 m³/u.

        Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

     Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Ignace Coudron wonende Bosquillonserf 3 te 7700 Moeskroen en Ignace Coudron namens VANOMOBIL NV gevestigd Ter Donkt 38 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen luifel, aanpassen raam- en deuropeningen, optimaliseren brandpreventieconcept, op een perceel gelegen Ter Donkt 38 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 632 D, (afd. 1) sectie B 656 L en (afd. 1) sectie B 1259 A, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        In navolging van het advies van de Watergroep werd de PIV 3 toegevoegd die hierbij de goedgekeurde projectinhoudversie betreft.

        De aandacht dient erop gevestigd te worden dat de handelsactiviteit niet losgekoppeld kan worden van de industriële activiteit.

        Het bijkomende logo wordt uitgesloten van vergunning

        De bedrijfsgebonden parkeren mogen enkel en alleen aangewend worden voor het stockeren van wagens/mobilhomes. Deze parkeerplaatsen kunnen geenszins aangewend worden door bezoekers of personeel.

        De aandacht wordt gevestigd op het feit dat het belangrijk is dat de ontsluiting van de site niet gebeurt via de Vichtesteenweg (met uitzondering van de noodtoegang).

        Waar mogelijk is het hier raadzaam om een haagje te voorzien tussen de gracht en de parkeerplaatsen. Dat zal de aanblik, alsook de overgang tussen verharding en gracht ten goede komen.

        De haag H3 in stand dient te worden gehouden

        Het brandpreventieadvies is na te leven met bijzondere aandacht voor volgende specifieke voorwaarden gesteld in het advies van de brandweerzone Fluvia:

     de deur tussen de demonstratieruimte en de overdekte zone moet zelfsluitend of bij brand zelfsluitend zijn.

     het is aangewezen om de nieuw te bouwen trap tussen magazijn brandwerend af te scheiden met een wand EI60 en een (bij brand) zelfsluitende deur EI130. Zodoende wordt het magazijn (tussenvloer ) gecompartimenteerd met een brandweerstand van 30 minuten.

     er een eigen bluswatervoorraad moet worden voorzien.  Indien er een gemeenschappelijke voorraad van 600 m³ binnen de 500 m of 1.200 m³ binnen de 1 km rijafstand aanwezig is, vervalt deze voorwaarde.

        De geldende bepalingen en veiligheidsvoorschriften uit het advies van Elia zijn stikt te volgen.

        Het advies van de Watergroep dient nageleefd te worden met bijzondere aandacht voor de onderstaande voorwaarden: 

     Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.

     Indien er een bemaling wordt opgezet moet het bemalingswater bij voorkeur ter plaatse infiltreren. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden aangesloten op oppervlaktewater of een RWA leiding. Pas als de bovenstaande opties technisch niet haalbaar zijn mag er geloosd worden op een afvalwaterleiding. Hiervoor moet een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners indien het debiet >10 m³/u.

     Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be .

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.23. OMV 2025_183 - Nijverheidslaan 60A - advies - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt door de POVC gevraagd advies uit te brengen voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Niki Ghys namens AQUALEX NV gevestigd Nijverheidslaan 60A te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een CO2-tank en exploiteren van een ingedeelde inrichting (drinkwatersystemen), op een perceel gelegen Nijverheidslaan 60A en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 964 T en (afd. 1) sectie B 981 T.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en motiveert haar beslissing als volgt:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming gebied voor milieubelastende industrie.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg..

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Omgevingsvergunning /OMV_2021014829 voor uitvoeren van een gevelrenovatie van een bestaande bedrijfsgebouw, het plaatsen van 2 uithangborden aan de gevel richting e17 en het exploiteren van het bedrijf aqualex goedgekeurd op 30/06/2021.

        Omgevingsvergunning /OMV_2024161888 voor renoveren achtergevel, plaatsen ramen, plaatsen uithangborden en inrichten van kantoorruimte goedgekeurd op 26/03/2025.

        Oud dossier VLAREM (1990/1/003) voor exploiteren van een autobergplaats voor 50 voertuigen en een fueldepot (8000 l) - gunstig op 21/02/1991.

        Stedenbouwkundige vergunning (2004-52/62-A) voor bouwen van industriegebouwen - goedgekeurd op 29/06/1988.

        Stedenbouwkundige vergunning (2004-52/62-B) voor bouwen van een industriegebouw - goedgekeurd op 02/10/1991.

        Stedenbouwkundige vergunning (2004-52/62-C) voor uitbreiden industriegebouw: bouwen van een stapelplaats - goedgekeurd op 17/05/1994.

        Stedenbouwkundige vergunning (2004-52/62-D) voor uitbreiden industriegebouw - goedgekeurd op 21/09/1994.

        Stedenbouwkundige vergunning (2004-52/62-E) voor wederopbouwen (na brand) van de industriegebouwen - goedgekeurd op 26/04/1995.

        Milieuvergunning M19897 voor aanvraag tot het uitbaten van een inrichting voor goederenbehandeling -  op 02/05/1990.

        Milieuvergunning 1996/2/004 voor tapijtafwerking - goedgekeurd op 02/07/1996.

        Milieuvergunning 1996/2/005 voor tapijtveredeling - goedgekeurd op 10/07/1996.

        Milieuvergunning 1996/2/009 voor tapijtafwerking - goedgekeurd op 04/09/1996.

        Milieuvergunning 2002/2/002 voor textielweverij - goedgekeurd op 21/08/2002.

        Milieuvergunning 2002/2/004 voor een groothandel in materialen  (regularisatie van een bestaande toestand). - goedgekeurd op 08/01/2003.

        Milieuvergunning 2003/3/005 voor appreteren van tapijten - goedgekeurd op 02/04/2003.

        Milieuvergunning 2002/2/003 voor het oprichten van een windturbine in de groenzone van het parkeerterrein van het bedrijf ibcom nv. - vernietigd op 03/04/2008.

        Milieuvergunning 2009/2/007 voor import en verkoop van brandblusapparatuur, brandhaspels en brandweermateriaal - goedgekeurd op 13/01/2010.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 11 358 m² en is gelegen langs de Nijverheidslaan op ongeveer 2400 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Nijverheidslaan is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De omgeving is een industriële omgeving.

Het perceel is bebouwd met een bedrijfsgebouw met een nokhoogte van 9,60 m. Rondom het gebouw is parking en groenzone terug te vinden.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen – PIV 3

De aanvrager wenst een CO2 tank te bouwen en verharding aan te leggen.

De tank bevindt zich in de voortuinstrook van het bedrijf tussen de twee wandelpaden en achter de parkeerplekken. Om de tank te plaatsen wordt een zone van 36 m² verhard met beton. De verharding bevindt zich op 13 m van de rechterperceelsgrens en op 15,36 m van de rooilijn.

De tank heeft een hoogte van 7,65 m en een diameter van 2 m. Er wordt voorzien om de levering van op de in-en uitrit voor het bedrijf te organiseren.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Het bedrijf Aqualex ontwikkelt, produceert en installeert drinkwatersystemen. Het assortiment omvat designkranen en waterbehandelingsapparatuur voor koud, warm, bruisend en gefilterd water. De activiteiten omvatten lichte mechanische bewerkingen, montage van onderdelen, kwaliteitscontrole en verpakking. Daarnaast is er een afvulstation voor het niet-huishoudelijk vullen van verplaatsbare CO2-recipiënten. Er vindt geen intensief productieproces plaats.

De site bestaat uit een vrijstaand gebouw met:

        Kantoren en vergaderruimtes

        Toonzaal voor productpresentatie

        Magazijn voor opslag van afgewerkte en half-afgewerkte producten en CO2-recipiënten (vol en leeg)

        Productieafdeling voor mechanische bewerkingen, assemblage en kwaliteitscontrole

        Technische lokalen (serverruimte, stookplaats) en sanitair

Op de site werken 85 medewerkers, waarvan het merendeel techniekers die hoofdzakelijk extern actief zijn. De activiteiten vinden plaats op weekdagen tussen 8 uur en 17 uur. Er is geen nacht- of weekendwerk noch transport buiten de werkuren.

 

Met voorliggende aanvraag wenst Aqualex de ingedeelde inrichtingen of activiteiten te vergunnen op hun site in Deerlijk. Het betreft dus in hoofdzaak een regularisatie. Volgende IIOA worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

Klasse

15.1.1°

3 voertuigen andere dan personenwagens (Nieuw)

3 voertuigen

3

16.3.2°a)

Airco's en compressor (Nieuw)

30,50 kW

3

16.4.2°

1 vulstation voor CO2 (Nieuw)

1 vulstation

2

17.1.2.1.3°

Opslag van CO2 in verplaatsbare recipiënten (Nieuw)

50.000 liter

1

17.1.2.2.3°

Bovengrondse CO2-tank (Nieuw)

10.430 liter

1

17.3.2.1.1.1°b)

Ondergrondse stookolietank van 5.000 l. (Nieuw)

4,20 ton

3

17.4.

Opslag van gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen (Nieuw)

610 kg

3

19.6.1°a)

Opslag hout (Nieuw)

40 m³

3

23.3.1°a)

Opslag kunststoffen (Nieuw)

10 ton

3

24.2.

1 labo (Nieuw)

1 labo

3

43.1.1°a)

Twee stookinstallaties (Nieuw)

360 kW

3

 

Naast een regularisatie wenst de aanvrager een bovengrondse houder voor CO2 met inhoud 10.430 liter aan te vragen, om CO2 op eigen site te kunnen opslaan en hervullen. Deze installatie vermindert de nood aan extern transport en maakt nauwkeurigere registratie van verbruik en overstap op hervulbare recipiënten mogelijk.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 24 december 2025 tot 22 januari 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

 

De ingewonnen adviezen worden behandeld door de vergunningverlenende overheid.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meerbepaald aan de voorschriften voor milieubelastende bedrijvigheid.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 7.2.0. + 8.2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.

Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

Gebieden voor milieubelastende industrieën zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.

Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook van de achterliggende autosnelweg E17, hiervoor werd het advies van AWV ingewonnen.

 

7.2.5 Rioleringstoets (art. 4.3.9., VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of watert af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

Het project komt niet voor in bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Er diende bijgevolg geen project-m.e.r.-screening opgemaakt te worden.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de aard van de werkzaamheden is het decreet grond- en pandenbeleid niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Afval- en hemelwaterbeheer

Volgens de zonering- en uitvoeringsplannen van de VMM ligt de inrichting in centraal gebied. Er wordt geen bedrijfsafvalwater gegenereerd in de inrichting. Er wordt eveneens geen potentieel verontreinigd hemelwater verwacht ten gevolge van de aangevraagde activiteiten. Het huishoudelijk afvalwater (349 m³/j, niet ingedeeld) wordt geloosd in de openbare riolering in de Nijverheidslaan. Er is volgens uitvoeringsplan geen hemelwateropvang voorzien. In de tabel voor waterbevoorradingsbronnen wordt eveneens geen vermelding gemaakt van hemelwater.

 

Bodem

Op de site zijn een aantal activiteiten aanwezig die potentieel als bodem- en grondwaterverontreinigend kunnen beschouwd worden:

        Opslag gevaarlijke producten in vaste houders

        Opslag gevaarlijke producten in kleine verpakkingen

        Opslag van afvalcontainers in open lucht

De opslagtank voor mazout is dubbelwandig en voorzien van lekdetectie. De nodige periodieke beperkte en algemene onderzoeken worden uitgevoerd. De conformiteitsattesten en keuringsattesten van de houder worden bijgehouden op de exploitatiezetel.

De opslag van gevaarlijke producten gebeurt in kleine verpakkingen, waardoor het risico voor milieu en omgeving beperkt is. De producten zijn opgeslagen in de technische ruimte, in gepaste inkuiping. De recipiënten zijn voorzien van duidelijke labels en worden steeds afgesloten bewaard.

Afvalcontainers waarbij uitloging naar oppervlaktewater of bodem mogelijk is worden binnen geplaatst of afgedekt (deksel of dekzeil). Klein gevaarlijk afval, chemisch afval en oliehoudend afval wordt binnen opgeslagen.

 

Mobiliteit

De inrichting is gelegen in het bedrijventerrein Deerlijk-Waregem. De exploitatie is vlot bereikbaar via de E17 (via kruispunt Belgiek) waardoor verkeer nauwelijks gebruik hoeft te maken van dorpskernen of secundaire wegen.

De aanvoer van grondstoffen en afvoer van afgewerkte producten gebeurt via vrachtwagens. Er zijn gemiddeld 10 inkomende en 10 uitgaande vrachtwagenbewegingen per week. De bovengrondse gastank wordt 1 keer per maand bijgevuld. Laden en lossen gebeurt tussen 8 uur en 17 uur aan de laadkaaien aan het magazijn.

Op de site werken 85 medewerkers, waarvan het merendeel met de wagen komt. Er zijn voldoende parkeerplaatsen en fietsenstallingen voorzien voor personeel en bezoekers. De activiteiten vinden plaats tussen 8 uur en 17 uur, zonder ploegensysteem.

Gelet op de goede ontsluiting van de inrichting, en de beperkte verkeersgeneratie, kan gesteld worden dat de effecten op mobiliteit beperkt zijn.

 

Lucht

In de aanvraag wordt 1 emissiepunt met hoogte van 10 m aangeduid, voor geleide emissies van de 2 stookinstallaties. De stookinstallaties worden periodiek onderhouden. Er zijn geen installaties aanwezig met een thermisch ingangsvermogen van 300 kW of meer, waardoor geen verplichte emissiemetingen van toepassing zijn. Ook de koelinstallaties worden periodiek onderhouden. Er dienen geen lekdichtheidstesten uitgevoerd te worden door de geringe koelmiddelinhoud per installatie.

 

Geluid en trillingen

De transporten en de airco’s kunnen aanleiding geven tot geluidsemissies. De potentiële geluidsbronnen worden zoveel mogelijk binnen opgesteld. Er wordt gebruik gemaakt van geluidsarme machines. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met gesloten deuren. Laden en lossen gebeurt enkel tijdens de dagperiode (8 uur tot 17 uur). De inrichting is gelegen naast de E17, waardoor de autosnelweg als overheersend beschouwd kan worden voor het geluidsklimaat.

 

Afvalstoffen

De afvalstromen op de site zijn beperkt. Deze worden maximaal gescheiden ingezameld en aangeboden aan geregistreerde IHM’s met het oog op recyclage waar mogelijk. CO2 wordt lokaal aangekocht en via hervulbare recipiënten gebruikt.

 

Biodiversiteit

Op de site of binnen haar directe invloedssfeer zijn geen speciale beschermingszones gelegen. Het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied is gelegen op ca. 6,20 km ten zuidoosten van de inrichting. Het dichtstbijzijnde VEN-gebied ‘De Vallei van de Kasselrijbeek’ bevindt zich op 270 m van de inrichting. De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (2024), meer bepaald aan het beoordelingskader stationaire bronnen omwille van de stookinstallaties. De impactscore vermesting bedraagt 0%, waardoor geen passende beoordeling dient opgesteld te worden. Er is voldaan aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.

De inrichting wordt fysiek gescheiden het VEN-gebied door de E17. Deze snelweg vormt een duidelijke barrière tussen de bedrijfsactiviteiten en het beschermde natuurgebied. Op basis van jaargemiddelde NO2-concentraties blijkt dat de verkeersstromen op de E17 de dominante bron zijn van NOx-uitstoot in de omgeving. De bijdrage van het bedrijf aan deze emissies is verwaarloosbaar. Er worden geen significante emissies gegenereerd die een aantasting van de luchtkwaliteit in het VEN-gebied zouden veroorzaken. Gezien de beperkte aanwezigheid van stationaire bronnen, de beperkte transporten, alsook de uitstoot van de E17, zullen de activiteiten van het bedrijf geen onvermijdbare en onherstelbare schade aanrichten aan de natuur van het VEN.

 

Zware ongevallen of rampen

De aard en hoeveelheid van de aanwezige gevaarlijke stoffen is te beperkt, zodat zware ongevallen ten gevolge van chemische stoffen uitgesloten zijn. Op vlak van brandveiligheid voldoet de site aan de wettelijke vereisten volgens de aanvraag.

De opslag van gasflessen gebeurt conform Vlarem II en volgens richtlijnen voor brandveiligheid en toegankelijkheid:

        De opslagzones zijn duidelijk afgebakend en gescheiden voor volle en lege flessen, met correcte pictogrammen en markeringen

        Veiligheidsschermen van onbrandbaar materiaal zijn voorzien, met een minimale hoogte van 2 meter en voldoende dikte

        Gesloten opslagplaatsen zijn volledig opgebouwd uit onbrandbaar materiaal, voorzien ven verluchting laag en hoog, en uitgerust met deuren die naar buiten openen

        Verstikkingsgevaar wordt geminimaliseerd door goede ventilatie en verplichte gasmetingen vóór betreding besloten ruimten

        Roken, open vuur en opslag van brandbare stoffen zijn strikt verboden in en rond de opslagzones. Verbodsborden zijn duidelijk zichtbaar aangebracht.

        De minimale veiligheidsafstanden tot eigendomsgrenzen en risicovolle zones worden gerespecteerd.

 

De vaste houder voor CO2 is ingericht en beheerd volgens geldende milieuwetgeving:

        De tank zal zich in een afzonderlijk compartiment bevinden met een drukbestendige, ondoorlatende vloer en afwatering. De zone is fysiek afgebakend en goed bereikbaar voor hulpdiensten

        Enkel bevoegde personen zullen het vullen uitvoeren, onder permanent toezicht

        Brandbeveiliging zal voorzien zijn, ondanks de inertheid van CO2, om naburige installaties te beschermen

        Alle keuringen en onderzoeken zullen worden uitgevoerd door een erkend milieudeskundige:

        Bij ingebruikname zal de tank gecontroleerd worden op lekdichtheid, corrosiebescherming en geldige EG-attesten

        Periodieke inspecties van de tank en veiligheidskleppen zullen worden uitgevoerd volgens de voorgeschreven termijnen

        Alle attesten, keuringsrapporten en het register van opgeslagen hoeveelheden zullen ter plaatse beschikbaar zijn en up-to-date gehouden worden.

 

De opslag van gas in verplaatsbare recipiënten en in vaste houder betreft louter opslag van CO2 (gas uit groep 4). Zodoende gelden er geen scheidingsafstanden ten opzichte van andere gassen. De afstand tot limiet eigendom dient volgens bijlage 5.17.1. van Vlarem II minstens 2 meter te bedragen. Hieraan is voldaan.

 

Betreffende brandpreventie worden volgende maatregelen getroffen:

        Elektrische installaties en veiligheidsverlichting worden periodiek gekeurd

        Interne brandbestrijdingsdienst is aanwezig

        De voorzijde van het gebouw is vlot bereikbaar voor brandweervoertuigen

        De aanduiding van evacuatiewegen en uitgangen is verbeterd en afgestemd op het evacuatieplan. Alle pictogrammen zijn aangebracht waar vereist. De veiligheidsverlichting is gecontroleerd en hersteld. Bijkomende verlichting werd voorzien zodat uitgangen veilig bereikbaar zijn.

        De stookplaats voldoet aan de brandwerendheidsvoorschriften (EI 120). De deurpomp is geplaatst, de archiefruimte is afgeschermd en de frigo verwijderd.

        Het gebouw is uitgerust met handbediende brandmelders en een automatische branddetectie-installatie conform de geldende normen. Alle snelblussers zijn correct geplaatst en voorzien van pictogrammen.

 

Licht en straling

De burelen zijn zoveel mogelijk voorzien van vensters waardoor daglicht aanwezig is. ’s Nachts is minimale verlichting voorzien om de veiligheid te garanderen. De buitenverlichting is beperkt tot het noodzakelijke en is overwegend naar beneden gericht en dient om de veiligheid voor personeel en bezoekers te waarborgen. De buitenverlichting bevindt zich nooit dichtbij de perceelsgrenzen, waardoor er geen lichthinder naar de omgeving kan optreden. Stralingsbronnen zijn niet aanwezig. Aan de voorgevel wordt voorzien in verlichte publiciteit. De geldende wetgeving en bijzondere voorschriften worden gerespecteerd.

 

Onroerend erfgoed

Op de site noch in de omgeving is bouwkundig erfgoed aanwezig. Er zullen geen effecten optreden met betrekking tot onroerend erfgoed.

 

Conclusie milieuaspecten

Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een CO2 tank horende bij het bedrijf. De tank is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en is gelegen in een zone voor milieubelastende industrie. Bijgevolg is de aanvraag functioneel inpasbaar.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De tank wordt ingeplant aan de voorzijde van het bedrijf conform de PIV 3. De nieuw aan te leggen verharding wordt voorzien tussen twee wandelpaden die reeds aanwezig zijn en tegen de bestaande parkeerplekken. Hierdoor wordt de verharding geclusterd en beperkt. Doormiddel van deze inplanting wordt de vrije zijtuinstrook gevrijwaard van bebouwing en bijkomend ruimtebeslag. Het is van belang dat de tank effectief geplaatst wordt zoals meegegeven in de PIV 3. De inplanting volgens de eerdere projectinhoudversies is niet wenselijk gezien deze zich bevond in de vrije zijstrook waar doorgang voor de brandweer noodzakelijk is.   

 

Bouwvolume en gabarit:

De tank heeft een hoogte van 7,65 m. Deze hoogte is lager dan het bestaande bedrijfsgebouw. Er wordt hierdoor geen hinder verwacht voor de omringende percelen.

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd.

  

Verschijningsvorm:

Gezien de tank voorzien wordt voor het gebouw, zal deze niet zichtbaar zijn van op de autosnelweg. Daarnaast zullen enkel de bezoekers van het bedrijventerrein de tank kunnen waarnemen en is er een beperkte impact op het straatbeeld.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functie van het bedrijf blijft behouden. Er wordt voorzien dat de tank 1 keer per maand bijgevuld zal worden. De verkeersaantrek van het bedrijf zal bijgevolg beperkt toenemen. Ook de parkeerplekken voor het bedrijfsgebouw zullen behouden blijven. Enkel tijdens het laden zal dit voor een beperkte hinder zorgen voor de geparkeerde wagens.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

De verharding zorgt voor een beperkte inname van de bestaande groenzones rondom het bedrijfsgebouw. De impact op de omgevingsaanleg zal bijgevolg eerder beperkt zijn.  

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Te beoordelen door de vergunningverlenende overheid.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

     Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit een gunstig advies uit te brengen aan de POVC betreffende de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.24. Kapvergunning - De Taeyelaan 9 - rooien van een boom - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een kapvergunning te verlenen, aangevraagd door Matthias Garez en Sarah Algoet, De Taeyelaan 9 te 8540 Deerlijk, voor het rooien van een notelaar.

 

Motivering

 

Beschrijving van de aanvraag, de bouwplaats en de omgeving

De notelaar bevindt zich in de De Taeyelaan 9, op het kadastraal perceel afdeling 1 – sectie B – nr. 607K. De notelaar heeft een stamomtrek van 1,09 m, gemeten op 1 m boven maaiveld, en een hoogte van ca. 7 m. De afstand tot de woning bedraagt ongeveer 14,5 m.

Als motivatie wordt opgegeven dat de boom doorheen de jaren te groot geworden is voor een bescheiden dorpstuin. Er zijn overhangende takken die overlast geven naar de buren. De boom wordt op regelmatige tijdstippen aan snoei onderworpen, maar dit biedt geen structurele oplossing. Volgens eigenaar heeft de boom spijtig genoeg de schaal van zijn huidige standplaats overschreden. Men wenst dan ook over te gaan tot vellen om toekomstige problemen met de buren (takbreuk/takval) te voorkomen. Er wordt een heraanleg van de tuin gepland, waarbij ruimte zal voorzien worden voor inheems groen.

 

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

Voor het rooien van deze boom is geen omgevingsvergunning nodig omdat de boom:

        geen deel uitmaakt van een bos;

        gelegen is in woongebied in de ruime zin, en niet in een woonparkgebied;

        zich bevindt binnen een straal van maximaal 15 m rondom een vergund gebouw.

Het rooien van de boom is onderworpen aan een gemeentelijke politieverordening die stelt dat er dient gestreefd te worden naar maximaal behoud van bomen.

 

Advies gemeentelijke omgevingsambtenaar

De boom betreft een gewone walnoot (Juglans regia). Er werd geen plaatsbezoek uitgevoerd. De beoordeling gebeurt op basis van de aangeleverde foto’s. De kroonprojectie is quasi gelijk aan de breedte van de tuin, met overhangende takken aan de westelijke perceelgrens. De notelaar overschrijdt inderdaad de schaal van een dorpstuin. Daarom wordt de aanvraag gunstig geadviseerd onder volgende voorwaarde:

        De notelaar dient gecompenseerd te worden door een boom van 2de grootte (6 tot 12 m) of 3de grootte (< 6 m), zodat deze meer op schaal van een dorpstuin is. De soort is vrij te kiezen. De locatie mag gekozen worden in de vrije tuinzone, mits een afstand van 2 m t.o.v. alle perceelsgrenzen gerespecteerd wordt. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het verlenen van de vergunning.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet lokaal bestuur

        Andere:

        Gemeentelijke politieverordening inzake het vellen van hoogstammige bomen van 2 maart 1974

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het afleveren van de kapvergunning voor het rooien van een notelaar.

 

Artikel 2

De notelaar dient gecompenseerd te worden door een boom van 2de grootte (6 tot 12 m) of 3de grootte (< 6 m), zodat deze meer op schaal van een dorpstuin is. De soort is vrij te kiezen. De locatie mag gekozen worden in de vrije tuinzone, mits een afstand van 2 m t.o.v. alle perceelsgrenzen gerespecteerd wordt. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het verlenen van de vergunning.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.25. Kapvergunning - Vredeplein 32  - rooien van 2 bomen - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een kapvergunning te verlenen, aangevraagd door Sofie Vlieghe in naam van Vivus woonmaatschappij voor het rooien van 2 bomen te Vredeplein 32, 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Beschrijving van de aanvraag, de bouwplaats en de omgeving

De bomen bevinden zich te Vredeplein 32, op het kadastraal perceel afdeling 2 – sectie E – nr. 153C2.

Het betreft een aanvraag voor het rooien van een esdoorn en een spar. De esdoorn heeft een stamomtrek van 2 m op 1 m hoogte, en bevindt zich op 9 m van de woning. De spar heeft een stamomtrek van 1,15 m op 1 m hoogte en bevindt zich op 4 m van de woning.

Als motivatie wordt opgegeven dat de spar te dicht bij de woning staat en de esdoorn overhangt op straat. Beide bomen veroorzaken veel ‘vuilnis’ en ergernis in de straat.

 

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

Voor het rooien van deze bomen is geen omgevingsvergunning nodig omdat de bomen:

        geen deel uitmaken van een bos;

        gelegen zijn in woongebied in de ruime zin, en niet in een woonparkgebied;

        zich bevinden binnen een straal van maximaal 15 m rondom een vergund gebouw.

Het rooien van de bomen is onderworpen aan een gemeentelijke politieverordening die stelt dat er dient gestreefd te worden naar maximaal behoud van bomen.

 

Advies gemeentelijke omgevingsambtenaar

Het gaat om een gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) en een fijnspar (Abies sp.). Er werd geen plaatsbezoek uitgevoerd. De beoordeling gebeurt op basis van de aangeleverde foto’s en luchtbeelden.

De esdoorn staat op de rooilijn en hangt inderdaad over op openbaar domein. De esdoorn is hierdoor beeldbepalend in de straat. De boom werd in het verleden reeds drastisch gesnoeid (kandelaberen). Hierdoor bestaat het risico op uitbreken van takken. Het maakt de esdoorn ook minder waardevol dan een niet-gesnoeid exemplaar.

De spar staat dicht bij de woning en groeit reeds over de bijgebouwen. De vorm doet vermoeden dat ook deze boom een drastische snoei ondergaan heeft in het verleden. Gelet op de boomsoort en deze snoei, wordt ook de spar minder waardevol bevonden.

Gelet op bovenstaande argumentatie, wordt het rooien van beide bomen gunstig geadviseerd onder volgende voorwaarden:

        De esdoorn en de spar dienen gecompenseerd te worden door 2 bomen van 2de grootte (6 tot 12 m). De soorten zijn vrij te kiezen. Eén boom dient voorzien te worden in de voortuin, op de hoek van Vredeplein met Oudstrijderslaan. De andere boom dient voorzien te worden in de achtertuin. Er dient een afstand van 2 m t.o.v. alle perceelsgrenzen gerespecteerd te worden. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het verlenen van de vergunning.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet lokaal bestuur

        Andere:

        Gemeentelijke politieverordening inzake het vellen van hoogstammige bomen van 2 maart 1974

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het afleveren van de kapvergunning voor het rooien van een esdoorn en een spar.

 

Artikel 2

De esdoorn en de spar dienen gecompenseerd te worden door 2 bomen van 2de grootte (6 tot 12 m). De soorten zijn vrij te kiezen. Eén boom dient voorzien te worden in de voortuin, op de hoek van Vredeplein met Oudstrijderslaan. De andere boom dient voorzien te worden in de achtertuin. Er dient een afstand van 2 m t.o.v. alle perceelsgrenzen gerespecteerd te worden. De aanplant dient te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen na het verlenen van de vergunning.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.26. Afsprakennota 2025-15 - Ondersteuning bij kleine ruimtelijke onderzoeken - verlenging - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de afsprakennota 2025-15 te vernieuwen tot 31 december 2030.

 

Motivering

 

Op 30 april 2025 keurde het college van burgemeester en schepenen de afsprakennota "2025-15 - Ondersteuning bij kleine ruimtelijke onderzoeken" met de Intercommunale Leiedal goed. De afsprakennota heeft tot doel om op eenvoudig verzoek van het college van burgemeester en schepenen de gemeente te ondersteunen en adviseren omtrent kleine ruimtelijke onderzoeken. Het voorbije werkjaar werd het vooropgestelde budget volledig ingezet.

 

Deze afsprakennota bleef van kracht tot 31 december 2025 en kan onder dezelfde voorwaarden vernieuwd worden tot 31 december 2030. Het vooropgestelde geraamd bedrag wordt vastgesteld op 12.000 euro/werkjaar.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 4°Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

12.000 euro/werkjaar

Actie

Overig beleid

Jaarbudgetrekening

GBB-CBS/0600-00/61300000

Visum

G-2026-18

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen keurt de vernieuwen van de afsprakennota "2025-15 - Ondersteuning bij kleine ruimtelijke onderzoeken" goed tot 31 december 2030.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.27. Rioleringsproject DEE3013 : Wafelstraat - Olekenbosstraat - Wegenisplannen - goedkeuring

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.28. Onderzoek energetische oplossingen Technisch depot - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.29. OMV 2025_162 - Beverenstraat 5 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een zwembad, op een perceel gelegen Beverenstraat 5 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 94 T5 aangevraagd door Hélène Vandenbulcke wonende Beverenstraat 5 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  23 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        Enkel het zwembad maakt deel uit van de vergunning, eventuele andere stedenbouwkundige handelingen worden uit de vergunning gesloten.

        Minstens 36m² van de huidige verharding moet onthard worden teneinde te vervangen door levende groenaanplant (bv. grassen, bodembedekkers, struikgewas, bloemenperken,…) en dit binnen het jaar na de ingebruikname van het zwembad.

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

 

2.1 Relevante stedenbouwkundige vergunningen

 

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 3 december 1959 door het college van burgemeester en schepenen voor het plaatsen van een voorhof-muurtje voor zijn nieuw gebouwd woonhuis.  Het bouwen van de villa werd opgenomen in het gebouwenregister (1958).

 

2.2 Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

2.3 Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 841 m² en is gelegen langs de Beverenstraat op ongeveer 200 m ten westen van de kern van Deerlijk. De Beverenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning waarbij de garage deels aangebouwd is aan de woning en zich tot op de rechterperceelgrens bevindt.

De woning is ingeplant op ruim 6 m ten opzichte van de rooilijn en is opgebouwd met 2 bouwlagen en een hellend dak, de bouwdiepte bedraagt 12 m, de afstand tot de achterkavelgrens bedraagt een 20 tal meter. Het bijgebouw is opgetrokken met 1 bouwlaag en een hellend dak.  Buiten de aangebouwde garage zijn geen vrijstaande bijgebouwen aanwezig op het goed. In de achtertuin bevindt zich, ter hoogte van de achtergevel van de woning, een terras.

 

De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen. De woonfunctie bestaat zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De bouwheer wenst in de achtertuinzone een openlucht zwembad aan te leggen. Het zwembad wordt ingeplant vanaf 4,75 m achter de achtergevel van de woning, palend aan het bestaande terras. De breedte bedraagt 3,80 m en de lengte 9,60 m. De afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt respectievelijk 4,55 m en 10 m en t.o.v. de achterkavelgrens minstens 5,40 m.  Het zwembad is 1,50 m diep en wordt op dezelfde hoogte als het aanwezig terras aangelegd, vlak met het maaiveld. Voor de afwerking van de randen wordt met een boordsteen gewerkt met een breedte van 0,30 m.

De overloop van het gechloreerd zwembadwater wordt aangesloten op de vuilwaterafvoer DWA onder de bestaande garage en wordt zo afgevoerd naar de riolering. De oppervlakte van woning met garage bedraagt 198 m², de verharding in de voor- en zijtuinzone 127 m² en het huidige terras 51 m².  De oppervlakte van het aangevraagde zwembad bedraagt 36 m².

Bijgevolg zal het bebouwingspercentage (som 3D constructies en vlakke tuinrichtingen) op het volledige goed (841 m²) 49% bedragen na de werken.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een privaat zwembad in de tuinzone bij de eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

7.2.1 Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

7.2.2 Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

7.2.3 Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

7.2.4 Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

7.2.5 Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Gezien de aard van de werkzaamheden is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.

 

De voorliggende aanvraag heeft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een openluchtzwembad bij de bestaande eengezinswoning.  Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze woonomgeving.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

Het nieuwe zwembad wordt gerealiseerd in de achtertuinzone, palend aan het bestaande terras, op voldoende afstand van de perceelsgrenzen.  Op die manier vormt de bijkomende inrichting van de tuinzone een compact geheel.

 

Op de inplantingsplannen staat een kader ingetekend in het verlengde van de bestaande garage. Gezien hierover geen verdere duidelijkheid bestaat en in de nota is opgenomen dat er geen bijkomende bovengrondse constructies worden aangevraagd, wordt als voorwaarde opgelegd dat enkel het zwembad deel uitmaakt van de aanvraag en eventuele andere handelingen uit de vergunning worden gesloten.

 

Bouwvolume en gabarit:

De constructie heeft geen volume gezien de bovenrand in lijn ligt met het aanwezige terras.  Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. 

 

Verschijningsvorm:

Een zwembad maakt binnen het hedendaags gebruik deel uit van een tuinzone bij een woning en integreert zich door de omliggende inrichting met levend groene beplanting in de tuin.

Doch heeft de aanleg van het betreffende zwembad invloed op de huidige groenaanleg.  Dit wordt verder toegelicht bij onderdeel ‘groen- en omgevingsaanleg’.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Op het onroerend goed is reeds een aanzienlijke oppervlakte bebouwd en verhard. De aanleg van het voorziene zwembad zou ertoe leiden dat in totaal 49% van de perceeloppervlakte wordt ingenomen door bebouwing en verhardingen, wat neerkomt op 412 m² op een totale oppervlakte van ongeveer 841 m².

 

Voor een perceel van deze omvang wordt dit aandeel als te hoog beschouwd. Vanuit het oogpunt van een duurzame ruimtelijke ordening dient te worden gestreefd naar een lager bebouwings- verhardingspercentage. Een dergelijke beperking is essentieel om de waterhuishouding op het perceel niet verder onder druk te zetten. Een hoge mate van verharding vermindert immers de infiltratiecapaciteit van hemelwater, verhoogt de afvoer naar het openbaar domein en vergroot het risico op wateroverlast, zowel op het eigen perceel als in de omgeving.

 

Daarnaast is een voldoende groot onverhard en groen aandeel noodzakelijk voor een kwalitatieve inrichting van de onbebouwde ruimte. Onverharde zones met levendige, groenblijvende en streekeigen beplanting dragen bij aan de ecologische waarde van het perceel, bevorderen biodiversiteit. Ze zorgen bovendien voor een aangename leefomgeving en versterken het landschappelijk en residentiële karakter van het perceel.

 

Gelet op bovenstaande overwegingen is het aangewezen om het aandeel bebouwing en verharding te verminderen, zodat ruimte wordt gevrijwaard voor infiltratie, buffering van hemelwater en een volwaardige groene inrichting van de open ruimte.

 

Dat impliceert dat minstens 36 m² (oppervlakte van het nieuwe zwembad) van de huidige verharding op het goed moet onthard worden om te vervangen door levende groenaanplant, dit kan in de vorm van grassen, bodembedekkers, struikgewas, bloemenperken,… Deze ontharding wordt als voorwaarde opgelegd aangevuld met de termijn, zijnde binnen het jaar na de ingebruikname van het zwembad.

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Standpunt college van burgemeester en schepenen

 

Het college stelt vast dat het perceel bestemd is als woongebied volgens het Gewestplan en dat de aanleg van een ingegraven zwembad in de achtertuin binnen deze bestemming past. Uit de beoordeling van de omgevingsambtenaar blijkt dat het betrokken goed volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen is binnen een overstromingsgevoelige zone. 

 

Hoewel de bebouwing en verharding 49% van de perceeloppervlakte innemen, beschikt de tuin nog steeds over een kwalitatieve & levendige groenaanleg. Daarnaast wordt in het advies van de omgevingsambtenaar op vlak van de watertoets geoordeeld dat “in alle redelijkheid kan worden geoordeeld dat het schadelijk effect beperkt zal zijn”.

 

Gelet op deze vaststellingen en op het beperkte ruimtelijke effect acht het college het niet in verhouding om bijkomende ontharding op te leggen.

 

Het college acht het daarom ruimtelijk verantwoord om de vergunning te verlenen zonder bijkomende onthardingsvoorwaarde.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet volledig aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Hélène Vandenbulcke wonende Beverenstraat 5 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een zwembad, op een perceel gelegen Beverenstraat 5 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 94 T5, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        Enkel het zwembad maakt deel uit van de vergunning, eventuele andere stedenbouwkundige handelingen worden uit de vergunning gesloten.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.30. Renovatiepremie eigenaars-verhuurders -  goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.31. Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.32. Uitvoerbaarverklaring visum dwangbevel AP - goedkeuring

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.33. FietsBIEB - werkingskosten 2025 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de tussenkomst in de werkingskosten van de FietsBIEB, voor de periode januari 2025 tot december 2025, goed te keuren.

 

Motivering

 

Een overzicht van de gemaakte onkosten, samen met de rekeninguittreksels werden door Marc Coppens via e-mail bezorgd in januari 2026.

 

Bedrag

 

 

 

120 euro

aankoop fietsen

913,42 euro

aankoop materialen werking fietsbieb

10 euro

verplaatsingskosten ophalen fietsjes

60,94 euro

bankkosten

83,17

bijeenkomst vrijwilligers

 

 

1187,53 euro

 

 

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

1.187,53 euro

Actie

tussenkomst werkingskosten FietsBIEB

Jaarbudgetrekening

2026/GBB/0900-00/61500014/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

Visum

n.v.t.

 

Dit bedrag mag worden gestort op rekening van de FietsBIEB ( BE36 0689 4781 1881)

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de tussenkomst in de werkingskosten van de FietsBIEB, voor de periode van januari 2025 tot en met december 2025, goed te keuren en over te maken op de rekening van de FietsBIEB.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.34. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.35. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.36. Grafconcessie - bijzetting en hernieuwing - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.37. Grafconcessies hernieuwingen - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

C.38. Grafconcessie - nominatieve uitbreiding - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 28 JANUARI 2026

D.1. OMV 2025_132 - Otegemse steenweg 53 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het slopen van bestaande woning en bouwen van twee woningen, op een perceel gelegen Otegemse steenweg 53 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 644 S3 aangevraagd door Wouter Devaere namens WOKAT BV gevestigd Sint Antoniusstraat 1 te 8570 Anzegem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  22 januari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied de eerste 50m en achterliggend agrarisch gebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Gebouwen en constructie dossier 1034-53-A voor premiewoonhuis - vergunning op 04/02/1954.

        Stedenbouwkundige vergunning (1034-53-B) voor verbouwing woonhuis (nr. 55) tot eenmaking met huidig woonhuis - goedgekeurd op 02/07/1964.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1350 m² en is gelegen langs de Otegemse steenweg op ongeveer 600 m ten zuiden van de kern van Sint-Lodewijk. De Otegemse steenweg is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning van het gesloten type bestaande uit 2 bouwlagen en een hellend dak en gebouwd op de rooilijn. De kroonlijsthoogte ligt tussen de 5,68m en 6,14m, de nokhoogte bedraagt 9,86m en 10,36m. Het hoofdvolume van de woning heeft een bouwdiepte van 7,88m, met aan beide perceelsgrenzen een uitbouw tot max. 20m achter de achtergevel. Het volume opgetrokken tot op de rechter perceelsgrens bestaat uit 1 bouwlaag en lessenaarsdak waarbij de hoogte op de perceelsgrens  5,12m  bedraagt en op de linker perceelsgrens hoofdzakelijk 1 bouwlaag met plat dak en een hoogte van 2,76m.  Op het perceel is een bijgebouw aanwezig met een oppervlakte van +/- 9m en 2 hoogstammige bomen.

De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door lintbebouwing hoofdzakelijk bestaande uit eengezinswoningen opgetrokken op de rooilijn die bestaan uit 2 bouwlagen en een hellend dak.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst de bestaande eengezinswoning te slopen en deze te vervangen door 2 eengezinswoningen.

De woningen worden ingeplant op minstens 9,20 m afstand van de rooilijn en op beide zijdelingse perceelsgrenzen. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt 82,8m. De linker woning heeft een breedte van 5,11 m, de rechter woning heeft een breedte van 5,75m. De diepte van de linker woning op het gelijkvloers bedraagt 14,40 m en deze op de verdieping 14,40m. De diepte van de rechter woning op het gelijkvloers bedraagt 17,40 m en deze op de verdieping 11m.

De woningen bestaan uit twee bouwlagen met hellend dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 6,20 m en de nokhoogte ligt op 9,95 m. De hellingsgraad bedraagt tov de voorgevel 55°, tov de achtergevel 40°

Op het gelijkvloers van de linker woning bevindt zich de inkom, toilet, wasruimte/berging en achterliggende open keuken/leefruimte. Op het gelijkvloers van de rechter woning bevindt zich de inkom, toilet, bureauwasruimte/berging en achterliggende open keuken/leefruimte.  Op de verdieping worden een toilet, badkamer en 2 slaapkamers ondergebracht. Op het verdiep van de linker woning is nog een berging aanwezig. Onder het dak wordt een 3e slaapkamer en ruimte voor technieken voorzien. Beide woningen beschikken over een prefab kelder.

De gevels worden afgewerkt in roodbruine baksteen met een luifel in architectonisch beton, de dakbedekking bestaat uit roodbruin getinte dakpannen en het schrijnwerk is voorzien in donkergetint aluminium.

De achteruitbouwstrook wordt thv woning 1 verhard met een oppervlakte van 35m² en 15,5m² groen en thv woning 2 verhard met een oppervlakte van 31,5m² en 25m² groenzone. Een deel van de groenzone bevindt zich onder de luifel. In de achtertuinzone wordt een terras met een oppervlakte van telkens 23 m² aangelegd. De bestaande bomen in de tuinzone blijven behouden.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

De aanpalende eigenaars werden op 5 december 2025 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben een bezwaar ingediend. Dit kan als volgt samengevat worden:

Aansluiting achtergevel 

Het is onduidelijk of de nieuwe achterbouw volledig of slechts gedeeltelijk tegen de woning zal aansluiten. Er wordt expliciete duidelijkheid hierover gevraagd en een volledige aansluiting om problemen zoals vocht, ongedierte en onderhoudsmoeilijkheden te vermijden krijgt de voorkeur.

Ontbrekende isolatie op het gelijkvloers 

In de plannen lijkt geen thermische of akoestische isolatie voorzien tussen beide woningen op het gelijkvloers. Er wordt gevraagd om dit wel te voorzien en duidelijk op plan aan te geven, gezien de nieuwe inplanting en de ligging van de leefruimtes.

Behandeling van het vrijgekomen geveldeel 

Door de gewijzigde inplanting wordt een deel van de zijgevel plots vrijstaand. Het is onduidelijk hoe dit geveldeel thermisch en akoestisch zal worden beschermd. Er worden hiervoor passende maatregelen gevraagd.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meer bepaald aan de voorschriften van het woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De aanvraag heeft betrekking op het slopen van de bestaande eengezinswoning en het heropbouwen van 2 woningen zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meebepaald aan de voorschriften van het agrarisch gebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 11.4.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

Binnen het agrarisch gebied wordt de infiltratievoorziening voorzien binnen de vrijstelling, zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze twee eengezinswoningen, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 20.000 liter. Beide hemelwaterputten hebben een overloop naar een gezamenlijke  infiltratievoorziening met een volume van 4,6 liter en een referentieoppervlakte van 12,75 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor spoeling van de toiletten, schoonmaak en wasmachine. Vanuit de infiltratieput wordt een pomp voorzien om het overtollige water weg te pompen. Aangezien de ruime afstand van de infiltratievoorziening tov zowel de rooilijn als de achterste bouwlijn, lijkt het echter aangewezen om in noodsituaties het water gecontroleerd buiten de grenzen van de infiltratievoorziening te laten afvloeien in de tuinzone, waardoor het gebruik van een pomp kan vermeden worden.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

 

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De bouwaanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025, meerbepaald rubrieknummer 10b stedelijke ontwikkeling.

In navolging van het dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage III bij het project-m.e.r.-besluit). De mer-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket.

Hierbij werden de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd waarom deze niet aanzienlijk zijn. Bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd reeds vastgesteld dat de milieueffecten niet aanzienlijk zijn. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op het slopen van een eengezinswoning en het bouwen van twee nieuwe eengezinswoningen. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze omgeving.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

Deerlijk heeft een groot bestand aan bouwgronden gelegen in woongebied. Om te bepalen of een grond goed gelegen is om al dan niet te verdichten, om een overaanbod aan woningen te vermijden en om te vermijden dat bijkomend woonaanbod op de verkeerde locatie terecht komt, werd een woonkaart opgemaakt. De woonkaart geeft aan welke woondensiteit wenselijk is in welk type woongebied en welke functies er naast wonen mogelijk zijn. Het woongebied werd op basis van de ruimtelijke morfologie en het programma onderverdeeld in 4 typegebieden onderscheiden. Deze woonkaart werd als BGO goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 september 2024. 

De site situeert zich binnen het typegebied ‘wonen in een landelijke cluster’ waarbij de maximale dichtheid vastgelegd wordt op 15we/ha waarbij de perceelsoppervlakte minstens 666m² bedraagt en dat percelen vanaf 1333m² opsplitsbaar zijn. Gezien het perceel zich situeert buiten het stedelijk gebied, in een zone waar de gemiddelde woondichtheid 15we/ha bedraagt, het perceel zich bevindt binnen de historische wooncluster rond de invalsweg Otegemse steenweg met een gemiddelde knooppuntwaarde, is het niet wenselijk actief in te zetten op verdichting.

Het gedeelte in woongebied volgens het gewestplan heeft een diepte van 50 m waardoor het voorliggende project een oppervlakte van 606,50m² in het woongebied. Dat betekent dat rekening houdend met het bestaande referentiekader het perceel geschikt is voor 1 woning en dat opsplitsing in meerdere eenheden de ruimtelijke draagkracht van de omgeving overschrijdt en niet meer voldoet aan de bepalingen uit de BGO.

 

Het ontwerp betreft het bouwen van twee woningen die worden ingeplant op beide zijdelingse perceelsgrenzen, doch op 9,30m achter de rooilijn.

De woningen in de onmiddellijke omgeving (zowel aanpalend als in de rij) zijn woningen opgetrokken op de rooilijn, wat een homogeen straatbeeld met zich meebrengt. Deze bestaande voorbouwlijn vormt een duidelijk en uniform structurerend element van de straatwand. Afwijken van deze lijn leidt tot een verstoring van de ruimtelijke samenhang, een doorbreking van de gevelritmiek en een aantasting van de leesbaarheid. Daarom is het niet aangewezen hiervan af te wijken en betekent het ontwerp een afbreuk aan de goede ruimtelijke ordening.

 

Door de inplanting op 9,30m achter de rooilijn, ontstaat op de rechter zijperceelsgrens een nieuwe wachtgevel en komt de wachtgevel van de linker buren nog prominenter in beeld. Daarnaast leidt deze inplanting ertoe dat het hoofdvolume van de nieuwbouwwoningen zich achterliggend aan de hoofdvolumes van de bestaande woningen in de rij bevindt en dat op die manier 2 wachtgevels worden gecreëerd op ruime afstand van de rooilijn. Aanvullend wordt opgemerkt dat de vrijgekomen gevel van de woning nr. 57 niet beschermd of afgewerkt wordt. Het creëren van nieuwe wachtgevels is niet wenselijk. Niet alleen zorgt dit voor een rommelig en versnipperd straatbeeld, het ondermijnt ook de principes van de goede ruimtelijke ordening.

 

Bouwvolume en gabarit:

 

Het ontwerp voorziet 2 woningen met gevelbreedtes van 5,11 m en 5,75 m waardoor heel smalle woningen ontstaan. De bestaande gevelbreedteritmiek van voorgevels in de directe omgeving varieert. Het merendeel van de woningen beschikt over een gevelbreedte van minstens 6 m. Niet alleen vindt een gevelbreedte van minder dan 6 m geen aansluiting op de gevelbreedtes in de directe omgeving, woningen met een dergelijk gevelbreedte ontbreekt het dikwijls aan voldoende functionele binnenruimte om een kwalitatieve woonindeling te voorzien die voldoende leefcomfort biedt. Daarnaast wordt ook vastgesteld dat door de beperkte gevelbreedte en de bouwdiepte er in het midden donkere zones (door de beperkte lichtinval) voorzien worden, wat evenmin een positieve bijdrage levert aan het leefcomfort.

 

De omgeving wordt gekenmerkt door woningen bestaande uit 2 bouwlagen en een hellend dak waarbij het hoofdvolume een diepte heeft van +/- 9m. Achterliggend heeft het merendeel van de woningen een uitbouw. Deze uitbouw bestaat uit een variatie van 1 of 2 bouwlagen.

De algemeen door de dienst gehanteerde bouwdiepte voor woningen van 15m op het gelijklvoers en 12m op het verdiep te rekenen vanaf de rooilijn, wordt binnen de aanvraag niet gerespecteerd en overschrijdt het maximale.

De woning links beschikt over een uitbouw met 1 bouwlaag en hellend dak met verschillende raamopeningen in de rechter zijgevel. Het ontwerp voorziet voor de linker woning 2 bouwlagen over een diepte van 14,39 m vanaf de voorgevelbouwlijn. Het hellend dak bevindt zich op een diepte van 7,70m. Niettegenstaande de buren akkoord gaan met het ontwerp, wordt geoordeeld dat er door de specifieke opbouw (bouwdiepte) van het ontwerp er heel wat hinder (visueel en schaduwwerking) zal ontstaan voor de woning en bijhorende tuin. Ook het ontwerp van het volume van de rechter woning wijkt af van het bestaande volume bij de buren. Ook hier zijn vragen over hinder en draagkracht. De gekozen volumetrie en vooral positionering van het volume van de linker woning is niet in overeenstemming met de draagkracht van het perceel.

 

Om het volume visueel vormelijk inpasbaar te maken in de onmiddellijke omgeving, op basis van de bestaande situatie, bestaande perceelsbreedte en de specifieke situatie werd sinds de verkoop van de eigendom steeds voorgesteld om ofwel het bestaande volume te behouden, ofwel te voorzien in herbouw van maximaal 1 woning opgetrokken op de rooilijn, met een vrije zijstrook van 3m ten opzichte van de linker woning.

 

Verschijningsvorm:

De voorgevels bieden weinig meerwaarde aan het voorliggende publiek domein. Niet alleen door hun diepe ligging, maar ook door de specifieke indeling van de voorgevel en achterliggende functionele inrichting.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

Het parkeren van de wagen wordt voorzien in de achteruitbouwstrook. Gezien de bestaande bebouwing op de rechter perceelsgrens tot op de rooilijn is de zichtbaarheid op het aanrijdend verkeer heel beperkt. Dat leidt tot onveilige situaties door kruisende bewegingen met zowel gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd verkeer.

Om de bereikbaarheid en leefbaarheid te blijven garanderen in de gemeenten, is het stimuleren van het fietsgebruik een must. Het fietsgebruik stimuleren start met het hebben van een private ruimte waar de fiets kan gestald worden. Deze dient vlot, diefstalveilig en kwaliteitsvol gestald te kunnen worden. Algemeen wordt gerekend dat er per slaapkamer + 1 fietsen moeten kunnen worden gestald op eigen terrein.

De opmars van de elektrische fiets is merkbaar, ook bakfietsen kennen een stijging in aantal. Teneinde nieuwe bouwprojecten op een duurzame manier te bouwen die klaar zijn voor de huidige en toekomstige ontwikkelingen, dient van bij het ontwerp van een fietsenstalling rekening te worden gehouden met deze trends.  Specifiek voor het ontwerp betekent dit dat er bij elke woning minstens 4 fietsen moeten gestald kunnen worden op een kwalitatieve en veilige manier.

Het ontwerp voorziet in 2 fietsplaatsen in open lucht in de achteruitbouwstrook. Deze inplanting kan niet gezien worden als voldoende kwalitatieve en diefstalveilig, waardoor dit  niet aanvaard kan worden.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Door het bouwen van de woningen op 9,30m achter de rooilijn ontstaat een disproportioneel ruime voortuinstrook, wat leidt tot heel wat bijkomende verharding.

De inrichting van de achteruitbouwstrook is weinig concreet, bevat geen afmetingen en de verharding is te ruim om als strikt noodzakelijke verharding te worden beschouwd. Daarnaast is er geen specifiek onderscheid vast te stellen tussen de voortuin van de linker en de rechter woning noch tov de woning Otegemse Steenweg 51. Het is noodzakelijk dat de achteruitbouwstrook ingericht wordt als voortuin met laagstammig groen.

Overwegende dat elke verharde oppervlakte bijdraagt tot het verhogen van de hittestress en het  beperken van de infiltratie van het hemelwater, en dat het de uitdrukkelijke wens is van het bestuur dat elke inwoners bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen hiervan, is het noodzakelijk dat alle niet-noodzakelijke verhardingen ingericht worden als groenzone.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is niet verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg omwille van de inplanting ten opzichte van de rooilijn, het ontbreken van een vrije zijtuinstrook ten opzichte van de aanpalende vrije zijtuinstrook, de bouwdiepte ten opzichte van de rooilijn en de impact inzake schaduwwerking en privacy op de aanpalende eigendommen.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving niet. Het aangevraagde past zich echter niet in de betrokken omgeving.

 

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen. Het ontwerp houdt geen rekening met de woonkaart, die als beleidsmatig gewenste ontwikkeling een gewenste woondichtheid van 15w/ha voorschrijft. Het ontwerp voorziet met 30w/ha het dubbele, waardoor de draagkracht overschreden wordt.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden enkele opmerkingen geformuleerd. Deze opmerkingen zijn tijdig ingediend en worden bijgevolg ontvankelijk verklaard.

Omtrent de ingediende bezwaarschriften wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:

Er wordt terecht gewezen op de onduidelijkheid in de plannen omtrent de mate van aansluiting tussen de nieuwbouw en de bestaande woning en op het feit dat er geen isolatie wordt voorzien op het gelijkvloers. Daarnaast wordt terecht opgemerkt dat het vrijgekomen geveldeel na de werken niet beschermd of afgewerkt wordt.

De geformuleerde opmerkingen zijn, gezien ze betrekking hebben op bouwfysische aspecten en impact hebben op de woonkwaliteit, gegrond. Dit werd verwerkt  bij het bespreken van de goede ruimtelijke ordening.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Standpunt van het college van burgemeester en schepenen

 

Het college sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaaren motiveert haar standpunt als volgt:

Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat de aanvraag in overeenstemming is met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan en dat, gezien de ligging binnen een bestaand woonlint en de aanzienlijke perceelsdiepte, het principe van zuinig ruimtegebruik in dit dossier op een verantwoorde manier kan worden toegepast. Bij de beoordeling werden zowel het ongunstig advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar als het ingediende bezwaar zorgvuldig afgewogen. Het college erkent dat bepaalde elementen uit het advies relevant zijn, maar oordeelt dat deze bezorgdheden in dit concrete dossier kunnen worden opgevangen door het opleggen van aangepaste en proportionele voorwaarden.

 

Zo oordeelt het College gunstig over deze aanvraag, mits aan volgende voorschriften wordt voldaan:

    De aansluiting tussen de aanpalende woning & de nieuw op te trekken woning op het gelijkvloers en de eerste verdieping dient zorgvuldig en bouwfysisch correct te gebeuren zonder reststroken & moet ook voorzien worden van akoestische & thermische isolatie over de volledige scheidingswand. 

    De vrijgekomen wachtgevel moet water- en winddicht zijn. De wachtgevel dient ook in dezelfde gevelsteen als de nieuw op te trekken woning worden afgewerkt, zodat dit in overeenstemming is met het straatbeeld en de goede ruimtelijke ordening. De isolatie dient te gebeuren in overleg met de aanpalende buur om hinder te vermijden.

 

Het college is daarnaast van oordeel dat de gekozen inplanting binnen het woonlint, mits voorwaarden, geen afbreuk doet aan de goede ruimtelijke ordening. Door de voorziene groenzone in de voortuin én de verharding te beperken, blijft de ruimtelijke relatie met het straatbeeld evenwichtig. Omdat bijkomende openruimte-innames worden vermeden en de bouwheer via aangepaste maatregelen aantoont de ruimtelijke draagkracht te respecteren, sluit de aanvraag aan bij de beleidsmatig gewenste ontwikkeling die inzet op kwalitatieve, compacte woonvormen binnen reeds bebouwde structuren.

 

Op basis van deze gemotiveerde afweging besluit het college dat de oorspronkelijke bezwaren voldoende kunnen worden verholpen door het opleggen van gepaste voorwaarden en dat de aanvraag - zoals aangepast en onder voorwaarden - verenigbaar is met de toepasselijke bepalingen van de VCRO en de goede ruimtelijke ordening.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Wouter Devaere namens WOKAT BV gevestigd Sint Antoniusstraat 1 te 8570 Anzegem, voor het slopen van bestaande woning en bouwen van twee woningen, op een perceel gelegen Otegemse steenweg 53 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 644 S3 mits volgende voorwaarde na te leven:

        De aansluiting tussen de aanpalende woning & de nieuw op te trekken woning op het gelijkvloers en de eerste verdieping dient zorgvuldig en bouwfysisch correct te gebeuren zonder reststroken & moet ook voorzien worden van akoestische & thermische isolatie over de volledige scheidingswand. 

        De vrijgekomen wachtgevel moet water- en winddicht zijn. De wachtgevel dient ook in dezelfde gevelsteen als de nieuw op te trekken woning worden afgewerkt, zodat dit in overeenstemming is met het straatbeeld en de goede ruimtelijke ordening. De isolatie dient te gebeuren in overleg met de aanpalende buur om hinder te vermijden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 06/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.