DEERLIJK

2 SEPTEMBER 2020

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Claude Croes

 

Schepenen: Bert Schelfhout, Regine Vanwynsberghe-Rooryck, Sandra De Leeuw-Goussey, Matthias Vanneste, Louis Vanderbeken

Algemeen directeur: Hans Piepers

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 26 augustus 2020 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 26 augustus 2020.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 26 augustus 2020 goed te keuren.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Tweede verblijven - inventaris 2020 - vaststelling lijst - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de lijst van de inventaris tweede verblijven vast te leggen voor 2020.

 

Motivering

 

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente. De belastingplichtige moet, overeenkomstig artikel 4 van het reglement jaarlijks ten laatste op 30 april van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur of uiterlijk 2 maanden na ontvangst van het formulier. Het formulier werd op 29 januari 2020 overgemaakt aan diegenen die reeds in 2019 op de inventaris stonden, zodat zij hun aangifte moesten indienen ten laatste op 29 maart 2020.

 

Voor volgende eigendommen werd vóór 30 april 2020 een aangifteformulier voor tweede verblijf ontvangen en zal er voor 2020 een belasting van 600 euro betaald moeten worden:

 

Bottenhoek 5 te Deerlijk

Driesknoklaan 21 te Deerlijk

Gaversstraat 137 te Deerlijk

Hazewindstraat 56 te Deerlijk

Otegemsesteenweg 28 te Deerlijk

Pikkelstraat 47 te Deerlijk

Stationsstraat 118 te Deerlijk

Stationsstraat 367 te Deerlijk

Ommegangstraat 14 te Deerlijk

Vichtesteenweg 68 te Deerlijk

Sint-Rochusstraat 26 te Deerlijk

Otegemse Steenweg 36 005 te Deerlijk

Paanderstraat 35 te Deerlijk

Stationsstraat 228 bus 103 te Deerlijk

Stationsstraat 228 bus 104 te Deerlijk

Vichtesteenweg 20 te Deerlijk

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

          Andere:

          belastingreglement tweede verblijven, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 19 december 2019.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

9.600 euro

Actie

overig beleid

Jaarbudgetrekening

GBB/0020-00/73770000

Visum

neen

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de lijst tweede verblijven 2020.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Register verwaarlozing - beheerder - aanstelling - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd te beslissen over de aanstelling van de beheerder van het register verwaarlozing.

 

Motivering

 

In uitvoering van het reglement verwaarloosde woningen en gebouwen, belast het college van burgemeester en schepenen het clusterhoofd ruimte tijdelijk met de opmaak en de opbouw van het register verwaarlozing.

 

Het beheer van het register verwaarlozing wordt overgedragen aan de deskundige wonen zodra de administratieve randvoorwaarden vervuld zijn.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om het clusterhoofd ruimte tijdelijk aan te stellen als beheerder van het register verwaarlozing.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om het beheer van het register verwaarlozing over te dragen aan de deskundige wonen zodra de administratieve randvoorwaarden vervuld zijn.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

LO - extra tijdelijke aanstellingen - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

BBO De KIM & De SAM - tijdelijke aanstelling schoonmaakpersoneel - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

BBO De KIM & De SAM en LO de beuk - tijdelijke aanstelling refterpersoneel - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

BBO De KIM & De SAM - tijdelijke aanstelling busbegeleidsters -

goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Asverstrooiing - kennisname

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Grafconcessie - toekenning - goedkeuring

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Grafconcessie - toekenning - goedkeuring

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Diverse verslagen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.

 

Motivering

 

Volgend verslag werd overgemaakt aan de gemeente:

 

          LEIEDAL - verslag van de raad van bestuur van 10 juli 2020

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontvangen verslag.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Verslag politiecollege - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het aan de gemeente overgemaakte verslag van het politiecollege.

 

Motivering

 

Het verslag van het politiecollege van 13 augustus 2020 werd overgemaakt aan de gemeente.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontvangen verslag.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Jubileum - ontvangst gemeentehuis - goedkeuring

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Zwembad - offertes en raamcontracten - week 36 - 2020 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de offertes met betrekking tot bestellingen en raamcontracten in functie van de exploitatie van het zwembad Anzegem-Deerlijk goed te keuren.

 

Motivering

 

FARYS/TMVW legt offertes voor bestellingen en raamcontracten in functie van de exploitatie van het zwembad Anzegem-Deerlijk steeds ter goedkeuring voor aan beide gemeenten.

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft hiertoe het budgethouderschap.

 

Volgende offertes voor bestellingen worden ter goedkeuring voorgelegd:

 

          www.rubbermagazijn.nl, webshop:

          matten om duikflessen op te zetten: 186,00 euro, excl. btw

 

          Subliem bvba:

          industriële dampkap keuken (de dampkap voorzien en uitgevoerd in het project voldoet niet aan de reële bedrijfsvoering in de cafetaria): 2.780,00 euro, excl. btw

 

          Goossaert, offerte OF2002184:

          Extra pictogrammen en klikkaders: 162,18 euro, excl. btw

 

Volgende nieuwe raamcontracten worden ter goedkeuring voorgelegd: niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

Eénmalige kosten: 3.128,18 euro, excl. btw

(waarvan aandeel Deerlijk: 1.564,09 euro, excl. btw)

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de offertes voor de bestellingen en nieuwe raamcontracten, zoals hierboven aangegeven, goed te keuren in functie van de exploitatie van het zwembad Anzegem-Deerlijk.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

UiTPAS Zuidwest Zomertoer - bedeling flyers door wijkwerkers - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van het feit dat het bussen van de flyers voor de UiTPAS Zuidwest Zomertoer in Deerlijk zal gebeuren door wijkwerkers. De wijkwerkers worden gezocht en aangestuurd door de wijk-werkcoach van Deerlijk.

 

Motivering

 

De UiTPAS Zuidwest Zomertoer houdt ook halt in Deerlijk op woensdag 9 september 2020 op het voetbalveld De Sneppe en op woensdag 16 september 2020 op het chiroveld in Sint-Lodewijk.

 

Vanuit Zuidwest werden hiervoor flyers ontworpen en bezorgd aan de lokale UiTPAStrekker van de gemeente Deerlijk en het Sociaal Huis.

 

Voor de bedeling van de flyers in de desbetreffende wijken zou er gewerkt worden met wijkwerkers telkens voorafgaand aan de evenementen op de wijkpleintjes. De gemeente Deerlijk heeft een gebrijksovereenkomst wijk-werken met W13 en de activiteit folderbedeling is een toegelaten activiteit.

 

Het college van burgemeester en schepenen besloot in zitting van 26 augustus 2020 om de UiTPAS Zuidwest Zomertoer te laten doorgaan op woensdag 9 september 2020 in de Sneppe, woensdag 16 september 2020 in Sint-Lodewijk, op het grasveld van de Chiro en op zaterdag 19 september 2020 tijdens KuBuS.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

44,70 euro

Actie

/

Jaarbudgetrekening

CBS / 0750-00 / 61310000

Visum

Geen visum nodig

 

Wijkwerkers worden betaald aan 7,45 euro per begonnen uur. Het voorziene bedrag kan dus nog wijzigen naargelang de duur van de flyerbedeling.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het feit dat het bussen van de flyers voor de UiTPAS Zuidwest Zomertoer in Deerlijk zal gebeuren door wijkwerkers.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Animatorenvergoedingen gemeentelijk speelplein - zomervakantie augustus 2020 - goedkeuring

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Ondersteuning Natuurpunt ivm aankoop natuurgebied 'Bonte Os' - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd te beslissen over de aanvraag van Natuurpunt om de aankoop van het natuurgebied 'Bonte Os' financieel te ondersteunen en de voorziene toelage van 5.000 euro uit te betalen.

 

Motivering

 

Natuurpunt afdeling Gaverstreke heeft in 2019 een stukje natuur in Zuid-West-Vlaanderen veilig gesteld door aankoop. De Bonte Os is een 2,62 hectare groot gebied, gelegen tussen de wijk “de Belgiek” en het centrum van Deerlijk. Het omvat het grootste natuurlijke rietveld van onze regio (1 ha), omvat een bronbosje en een paar weitjes. Het gebied is uitgebreid met de aankoop van een waardevolle weide van 1 ha.

 

De gronden zijn aangekocht op 1 oktober 2019. De aankoopprijs bedroeg 57.864,46 euro. De aankoop van het gebied zorgt er voor dat er samen met het bestaande gebied van 2,6 ha, een gebied van ca. 3,8 ha in het verstedelijkte deel van Deerlijk gevrijwaard wordt als open ruimte en natuurgebied. Door middel van geleide wandelingen wordt het gebied opengesteld voor het Deerlijkse publiek. Natuurpunt Gaverstreke heeft geen bezwaar dat er een trage weg langs de rand van het gebied wordt aangelegd in de toekomst.

 

Voor het ondersteunen van de aankoop van gronden voor de uitbreiding van het natuurgebied 'Bonte Os' werd er in het meerjarenplan 5.000 euro voorzien. 

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

5.000 euro

Actie

A-1.04.5

Jaarbudgetrekening

0680-00/66400000

Visum

 

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om Natuurpunt Gaverstreke financieel te ondersteunen voor de aankoop van het natuurgebied 'Bonte Os' en de voorziene toelage van 5.000 euro te storten op rekening van Natuurpunt Beheer BE 56 2930 2120 7588 met vermelding 'project 5582 Bonte Os Deerlijk'.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Ondersteuning Natuurkoepel 'Maak het groener' - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het project ‘Maak het groener’ te ondersteunen door dit te communiceren via de gemeentelijke infokanalen en per inwoner die plantgoed aankoopt bij Natuur.koepel éénmalig 5 euro terug te financieren.

 

Motivering

 

Zoals vorige jaren organiseert Natuur.koepel ook in 2020 de actie ‘Maak het groener in Zuid-West-Vlaanderen’ in samenwerking met het Stadlandschap Leie en Schelde. Met deze verkoopactie van inheemse bomen, struiken, fruitbomen, kleinfruit en klimplanten wil men Zuid-West-Vlaanderen groener maken. De opbrengst van de campagne wordt gebruikt voor de aankoop van natuurgebied, dubbele winst voor de natuur dus.

 

Natuur.koepel vraagt hun campagne te ondersteunen door:

 

          promotie te voeren via het gemeentelijk infoblad en op de website en Facebookpagina;

          als gemeente dit project financieel te ondersteunen door elke inwoner die plantgoed bestelt via de actie, éénmalig 5 euro tegemoetkoming te geven. De gemeenten Anzegem, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen, Wevelgem en Zwevegem ondersteunen dit reeds.

Concreet kan dat heel eenvoudig; inwoners uit Deerlijk die bestellen, betalen 5 euro minder op hun bestelling.  Nadien lijst Natuur.koepel alle bestellers op en bezorgt men de gemeente een factuur.  Indien de gemeente Deerlijk hieraan meewerkt, wordt zij toegevoegd aan de website 'www.maakhetgroener.be'.

 

Het ondersteunen van deze campagne heeft volgende voordelen:

 

          Als stad of gemeente is het een goedkope manier om de burger aan te zetten tot het aanplanten van meer inheemse natuur in de gemeente, dewelke tegemoet komt aan de biodiversiteit. 

          Het gebruik van inheems plantgoed bij particulieren past volledig binnen het KLE-beleid van de gemeente.

          Er is weinig tot geen administratie nodig vanuit de gemeente.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

150 euro

Actie

overig beleid

Jaarbudgetrekening

GBB / 0390-00 / 64910004

Visum

nvt

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om het project ‘Maak het groener’ te ondersteunen door communicatie van de campagne via de gemeentelijke infokanalen en per inwoner die plantgoed aankoopt bij Natuur.koepel, een éénmalige compensatie van 5 euro te betalen.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_100 - Kleine Klijtstraat 40 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bijgebouw bij de woning, op een perceel gelegen Kleine Klijtstraat 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 878 T aangevraagd door Gilles Joye wonende Kleine Klijtstraat 40 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  28 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De eigendom situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied met landelijk karakter voor het voorste deel van het perceel en agrarisch gebied voor het achterste deel.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd door de deputatie op 5 december 1968. De voorschriften werden voor de loten 1, 2 en 3 gewijzigd en een gewijzigde vergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 10 januari 2001 (dossiernummer VK2000.9).

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De voorschriften van de verkaveling en de verkavelingswijziging zijn van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is niet in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven en de inrichting van gebieden voor dergelijke verblijven, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 16 april 1969 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woning.

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 25 mei 2011 door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen van een eengezinswoning.

 

Relevante milieuvergunningen

Volgende pré-Vlarem vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Pré-Vlarem vergunning afgeleverd op 23 september 1970 door de bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen voor het plaatsen van een ondergrondse mazouttank.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen langsheen de Kleine Klijtstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg in het oosten van de gemeente. De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande en gekoppelde ééngezinswoningen van één of twee bouwlagen en een hellend dak. Het perceel (1.798 m²) is gelegen in een oude verkaveling (1968). Achterliggend is een landbouwzone aanwezig.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst in de tuinzone bij zijn bestaande vrijstaande eengezinswoning een tuinhuis op te trekken. Het tuinhuis heeft een breedte van 4 m op een diepte van 7,20 m en bestaat deels uit een overdekt terras en deels uit een berging. Het tuinhuis wordt ingeplant aan de rechterzijde van het perceel, op 1,5 m van de rechterkavelgrens. Het bijgebouw wordt afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 2,63 m. Het bijgebouw wordt afgewerkt in hout, bij het overdekte terrasgedeelte worden glazen (schuif)wanden voorzien.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 juni 2020 tot 18 juli 2020. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ontvangen.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals oorspronkelijk goedgekeurd door de deputatie op 5 december 1968. De voorschriften werden voor de loten 1, 2 en 3 gewijzigd en een gewijzigde vergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 10 januari 2001 (dossiernummer VK2000.9).

Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden.

 

De aanvraag voldoet niet aan de voorschriften van de verkaveling en de verkavelingswijziging.

De aanvraag dient bijgevolg getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het onderliggende gewestplan. De eigendom ligt deels in een woongebied met landelijk karakter en deels in een agrarisch gebied. Aangezien de werken volledig plaatsvinden in de zone van het woongebied met landelijk karakter dient de aanvraag aan deze voorschriften getoetst te worden:

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften voor de betrokken bestemmingszone(s) luiden als volgt :

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een tuinhuis bij een bestaande eengezinswoning met behoud van deze functie zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Kleine Klijtstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte-uitbreiding (<40m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een tuinhuis in de achtertuin bij een eengezinswoning zodat de aanvraag zich functioneel inpast. Het tuinhuis is traditioneel van opbouw, beperkt in hoogte en wordt ingeplant op voldoende afstand van de perceelsgrenzen teneinde de aanpalende eigenaars niet te hinderen. Het materiaalgebruik is eigen aan de functie zodat de aanvraag zich maximaal zal inpassen in zijn omgeving. Het bijgebouw wordt ingeplant in de tuinzone zodat het straatbeeld niet geschaad wordt. Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Gilles Joye wonende Kleine Klijtstraat 40 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van een bijgebouw bij de woning, op een perceel gelegen Kleine Klijtstraat 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 878 T.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_99 - Kleine Klijtstraat 40 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een zwembad in de tuinzone bij de eengezinswoning, op een perceel gelegen Kleine Klijtstraat 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 878 T aangevraagd door Gilles Joye wonende Kleine Klijtstraat 40 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 28 augstus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De eigendom situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied met landelijk karakter voor het voorste deel van het perceel en agrarisch gebied voor het achterste deel.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd door de deputatie op 5 december 1968. De voorschriften werden voor de loten 1, 2 en 3 gewijzigd en een gewijzigde vergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 10 januari 2001 (dossiernummer VK2000.9).

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De voorschriften van de verkaveling en de verkavelingswijziging zijn van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is niet in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven en de inrichting van gebieden voor dergelijke verblijven, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 16 april 1969 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woning.

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 25 mei 2011 door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen van een eengezinswoning.

 

Relevante milieuvergunningen

Volgende pré-Vlarem vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Pré-Vlarem vergunning afgeleverd op 23 september 1970 door de bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen voor het plaatsen van een ondergrondse mazouttank.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen langsheen de Kleine Klijtstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg in het oosten van de gemeente. De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande en gekoppelde ééngezinswoningen van één of twee bouwlagen en een hellend dak. Het perceel (1.798 m²) is gelegen in een oude verkaveling (1968). Achterliggend is een landbouwzone aanwezig.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst in de tuinzone bij de woning een zwembad op te trekken. Het zwembad wordt ingeplant op 7 m afstand van de bestaande achtergevel van de woning, op 6 m afstand van de linkerperceelsgrens en op 9,7 m van de rechterperceelsgrens. Het zwembad heeft een breedte van 4 m op een lengte van 9 m. De diepte bedraagt op het diepste punt 1,55 m.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 juni 2020 tot 18 juli 2020. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ontvangen.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals oorspronkelijk goedgekeurd door de deputatie op 5 december 1968. De voorschriften werden voor de loten 1, 2 en 3 gewijzigd en een gewijzigde vergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 10 januari 2001 (dossiernummer VK2000.9).

Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden.

 

De aanvraag voldoet niet aan de voorschriften van de verkaveling gezien er geen bepalingen opgenomen werden met betrekking tot een zwembad.

De aanvraag dient bijgevolg getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het onderliggende gewestplan. De eigendom ligt deels in een woongebied met landelijk karakter en deels in een agrarisch gebied. Aangezien de werken volledig plaatsvinden in de zone van het woongebied met landelijk karakter dient de aanvraag aan deze voorschriften getoetst te worden:

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften voor de betrokken bestemmingszone(s) luiden als volgt :

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een zwembad bij een bestaande eengezinswoning met behoud van deze functie zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Kleine Klijtstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte-uitbreiding (<40m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De plaatsing van het zwembad gebeurt in de tuinzone bij een bestaande eengezinswoning zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De tuinzone is voldoende ruim zodat de impact van het zwembad beperkt zal zijn. Er wordt voldoende afstand tot de perceelsgrenzen en de bestaande bebouwing gevrijwaard. De werken situeren zich volledig aan de achterzijde van de woning zodat het straatbeeld niet geschaad wordt.

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Gilles Joye wonende Kleine Klijtstraat 40 te 8540 Deerlijk, voor het aanleggen van een zwembad in de tuinzone bij de eengezinswoning, op een perceel gelegen Kleine Klijtstraat 40 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 878 T.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_95 - Windmolenstraat 9 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een tuinhuis, op een perceel gelegen Windmolenstraat 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 142 Z4 aangevraagd door Paul Coussement wonende Windmolenstraat 9 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  28 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woonuitbreidingsgebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een bijzonder plan van aanleg, BPA Molenhoek, goedgekeurd bij KB 30 oktober 1978 met als bestemming zone voor eengezinswoningen.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

Het BPA is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is gedeeltelijk in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

      Provinciale verordening inzake het overwelven van baangrachten, vastgesteld door de provincieraad in zitting van 23 juli 2008.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 13 januari 1988 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woning.

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 21 november 1990 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een tuinhuis achter de woning.

 

Relevante milieuvergunningen

Volgende pré-Vlarem vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Pré-vlaremvergunning afgeleverd op 26 oktober 1988 door de bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen voor het plaatsen van een mazouttank van 5.000 liter.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen op het einde van de Windmolenstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een residentiële bebouwing van het vrijstaande bebouwingstype in hoofdzaak bestaand uit één bouwlaag en kamers onder het dak. In de ruimere omgeving is een landbouwbedrijf aanwezig. Op de eigendom van de aanvrager is een vrijstaande eengezinswoning aanwezig bestaand uit 1 bouwlaag en kamers onder het dak.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst in de tuinzone bij de woning op 1 m van de rechterperceelsgrens en op 1,5 m van een achterliggende perceelsgrens een tuinhuis op te trekken. Het tuinhuis heeft een lengte van 4 m op een diepte van 8 m en zal bestaan deels uit een gesloten gedeelte en deels uit een overdekt terras. Het bijgebouw wordt afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 2,40 m. In de voorzijde van het gesloten gedeelte wordt een dubbel opendraaiende deur deels beglaasd en deels in hout voorzien. De gevelbekleding bestaat uit geïmpregneerd hout en het dak uit metalen geprofileerde platen.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 juni 2020 tot 18 juli 2020. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ontvangen.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

De aanvraag dienst te worden getoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA Molenhoek.

De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

ontwerp voorziet:

Inplanting van bijgebouw op 0 of 2 m van de zijperceelsgrenzen

Inplanting van het bijgebouw op 1 m van de  rechterzijperceelsgrens en 1,50 m  van de achterperceelsgrens

Het gevraagde is voor het overige  in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien het voorwerp van de aanvraag gelegen is binnen de zone voor eengezinswoningen met een maximale terreinbezetting van 33%, voor de niet bebouwde delen van het terrein verwezen wordt naar de voorschriften van zone 11, in de zone 11 voor de delen anders dan de voortuin- en zijtuinstrook verwezen wordt naar de zone 10, gezien binnen de zone 10 bijgebouwen toegestaan en het maximaal te bebouwen percentage gevrijwaard blijft, het bijgebouw op voldoende afstand achter de voorbouwlijn staat, slechts 1 bouwlaag heeft en het materiaalgebruik eigen is aan de functie.

 

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

De afwijking heeft betrekking op inplanting zodat een afwijking overwogen kan worden. De inplanting ten opzichte van de perceelsgrenzen wijkt minimaal af van de voorschriften en zorgt niet voor een bijkomende hinder ten aanzien van de buren. Een afstand van 1 m ten opzichte van de perceelsgrenzen is op heden een algemeen geldende norm. De afwijkingen zijn miniem en schaden de geest van het BPA niet zodat deze voor het tuinhuis positief beoordeeld kunnen worden.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Windmolenstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte-uitbreiding (<40m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De tuinberging wordt opgetrokken bij een bestaande eengezinswoning met behoud van deze functie zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De oppervlakte van het bijgebouw is beperkt en het perceel voldoende ruim is zodat de overgebleven tuinzone voldoende mogelijkheden biedt om ingericht te worden als een kwalitatieve private buitenruimte. De hoogte van de tuinberging is beperkt zodat er geen negatieve impact zal ontstaan op de aanpalende percelen. Het materiaalgebruik is traditioneel en eigen aan de functie. De tuinberging bevindt zich in de tuinzone van het perceel zodat het straatbeeld niet geschaad wordt. Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Paul Coussement wonende Windmolenstraat 9 te 8540 Deerlijk, voor het plaatsen van een tuinhuis, op een perceel gelegen Windmolenstraat 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 142 Z4.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_120 - Beekstraat 47 en Boelarestraat 13 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van twee vrijstaande eengezinswoningen, op een perceel gelegen Beekstraat 47 en Boelarestraat 13 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 336 F2 en (afd. 1) sectie A 338 D2 aangevraagd door Jan Lavens namens GROEP HUYZENTRUYT NV met als contactadres Wagenaarstraat 33 te 8791 Waregem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  28 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        van de opvang van 10.000 liter hemelwater moet telkens 2.000 liter vertraagd afgevoerd worden.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 22 juli 2009 (dossiernummer gemeente:2008-26/2087-2, dossiernummer RO: 5.00/34009/1170.2).

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2017.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 22 juli 2009 door het college van burgemeester en schepenen voor het uitvoeren van wegenis- en rioleringswerken in de private verkaveling ‘De Heerlijkheid’.

 

Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen in de wijk ‘De Heerlijkheid’. De omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes (gesloten, halfopen en vrijstaand) hoofdzakelijk met de functie wonen. De beide percelen zijn momenteel braakliggende terreinen.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van twee alleenstaande eengezinswoning op de loten 96 en 97 van de verkaveling.

De woning op lot 96 wordt ingeplant op 7,95 m achter de rooilijn en op zijn smalst op 3 m van de zijperceelsgrenzen. De woning heeft een breedte van 9,60 m op een diepte van 9,60 m. Ter hoogte van de leefruimte springt de voorgevel 0,60 m achteruit. De woning bestaat uit één bouwlaag met zadeldak waarbij de noklijn evenwijdig loopt met de straat. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,29 m en de nokhoogte 7,66 m. Op het gelijkvloers bevinden zich de inkomzone met toilet en trap naar de verdieping, de leefruimte met eet- en zitruimte en open keuken en een inpandige garage met berging. Onder het dak bevinden zich 3 slaapkamers, een badkamer en een apart toilet. De woning wordt afgewerkt met de volgende materialen: de gevels in een gevelsteen in een donkergrijze kleur met zwarte pannen en buitenschrijnwerk in zilvergrijze PVC.

De woning op lot 97 wordt ingeplant op 5,41 m achter de rooilijn met de Boelarestraat en 6 m achter de rooilijn met de Beekstraat. De afstand tot de linkerzijperceelsgrens bedraagt 4,40 m. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt op zijn smalst 9 m. De woning heeft een breedte van 10,20 m op een diepte van 9 m ter hoogte van de garage en 8,40 m ter hoogte van de leefruimte. De woning bestaat uit één bouwlaag met zadeldak waarbij de noklijn evenwijdig loopt met de Beekstraat. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,29 m en de nokhoogte 7,66 m. Op het gelijkvloers bevinden zich de inkomzone met toilet en trap naar de verdieping, de leefruimte met eet- en zitruimte en open keuken en een inpandige garage met berging. Onder het dak bevinden zich 4 slaapkamers, een badkamer en een berging. De woning wordt afgewerkt met de volgende materialen: de gevels in een gevelsteen in een witte kleur met zwarte pannen en buitenschrijnwerk in basaltgrijze PVC.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

 

De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk in plan 7.p stedelijk woongebied Sneppe'.

In deze zone gelden de voorschriften van Art. 7.1. stedelijk woongebied, waarbij §1 als volgt luidt:

Het gebied is bestemd voor wonen, openbare groene en verharde ruimten en aan het wonen verwante voorzieningen. Onder aan het wonen verwante voorzieningen worden verstaan: handel, horeca, bedrijven, openbare en private nuts- en gemeenschapsvoorzieningen, kantoren en diensten, parkeer- en openbaar vervoervoorzieningen, openbare groene en verharde ruimten, socio-culturele inrichtingen en recreatieve voorzieningen.

Het gevraagde is in overeenstemming met de bestemming stedelijk woongebied gezien de aanvraag betrekking heeft op de bouw van twee eengezinswoningen.

 

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van de niet-vervallen verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de verkaveling gezien de woningen ingeplant zijn in het bouwkader volgens het verkavelingsplan, de loten bestemd zijn voor vrijstaande woningen, de afstand tot de achterkavelgrenzen minstens 8 m bedraagt, de afstand tot de zijkavelgrenzen minstens 3 m bedraagt voor een woning met 1 bouwlaag en een hellend dak, de kroonlijsthoogtes lager zijn dan 6 m, de nokhoogtes lager dan 11,60 m, de dakvorm vrij is, bij hellende daken de dakhelling van beide woningen maximaal 55° bedraagt, de materialen eigentijds en duurzaam zijn en zonnepanelen toegestaan zijn.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Boelarestraat en de Beekstraat beide voldoende uitgeruste openbare wegen zijn. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1ha) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of in een risicozone voor overstromingen. Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater: er wordt telkens een regenwaterput van 10.000 liter met hergebruik voorzien, de aanvrager voorziet de aanleg van een infiltratievoorziening met een volume van 1.025 liter en een referentieoppervlakte van 3,60 m² voor lot 96 en een infiltratievoorziening met een volume van 1.230 liter en een referentieoppervlakte van 3,60 m² voor lot 97, de terrassen, de opritten en de paden rond de woningen worden aangelegd in waterdoorlatende verharding of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

In navolging van de watertoets in het kader van de verkaveling dient opgelegd te worden dat van de opvang van 10.000 liter regenwater telkens 2.000 liter vertraagd afgevoerd moet worden. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van twee vrijstaande eengezinswoning in een residentiële omgeving zodat de aanvraag zich functioneel inpast. Bij de inplanting van de woningen is rekening gehouden met de standaardafstanden tot zowel zij- als achterkavelgrens. De bouwhoogte is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving die zowel bestaat uit volumes met 2 volwaardige bouwlagen en hellend dak als volumes met één bouwlaag en hellend dak. Het materiaalgebruik is eigentijds zodat het straatbeeld niet geschaad wordt. Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Jan Lavens namens GROEP HUYZENTRUYT NV met als contactadres Wagenaarstraat 33 te 8791 Waregem, voor het bouwen van twee vrijstaande eengezinswoningen, op een perceel gelegen Beekstraat 47 en Boelarestraat 13 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 336 F2 en (afd. 1) sectie A 338 D2, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        van de opvang van 10.000 liter hemelwater moet telkens 2.000 liter vertraagd afgevoerd worden.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_133 - Hazewindstraat 33 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van de bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen Hazewindstraat 33 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 320 V3 aangevraagd door de heer Bert Casteleyn wonende Hazewindstraat 33 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  28 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is wel in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

      Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 21 mei 1970 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een berging met autobergplaats.

 

Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen langsheen de Hazewindstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het betreft een hoekperceel. De woning van de aanvrager is een halfopen eengezinswoning die het sluitstuk vormt van een rijbebouwing. De woning bestaat uit een hoofdvolume van 2 bouwlagen met zadeldak, met aan de linkerzijde een aangebouwde carport met plat dak en aan de achterzijde aangebouwde nevenvolumes van één bouwlaag met hellende dakvorm. De bebouwing in de omgeving is residentieel van karakter en bestaat uit eengezinswoningen in hoofdzaak van het gesloten bebouwingstype.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst de bestaande eengezinswoning uit te breiden met een nieuw volume. De uitbreiding situeert zich in de oksel tussen het hoofdgebouw en de bestaande aanbouw. Het nieuwe volume heeft een breedte van 3,19 m op een diepte van 5,81 m. De afstand tot de linkerzijperceelsgrens bedraagt 10,48 m. Het volume bestaat uit één bouwlaag en wordt afgewerkt met een plat dak met hoogte van 3,12 m. De uitbreiding zal één geheel uitmaken met de bestaande leefruimte en zal ingericht worden als keuken en berging. De gevels worden afgewerkt in een gevelmetselwerk bestaand uit een rustieke steen rood-oranje-roze van kleur en het schrijnwerk wordt uitgevoerd in hout, donker van kleur.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

 

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan zijnde de voorschriften voor woongebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften voor de betrokken bestemmingszone(s) luiden als volgt :

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Hazewindstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte-uitbreiding (<40m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op de uitbreiding van een bestaande eengezinswoning met behoud van deze functie zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De uitbreiding is beperkt in oppervlakte zodat de aanvraag weinig impact zal hebben op het ruimtegebruik maar een duidelijke meerwaarde zal hebben op de woonkwaliteit. Het nieuwe volume wordt beperkt tot één bouwlaag met plat dak en de afstand tot de diverse perceelsgrenzen is voldoende ruim zodat er geen hinder zal ontstaan voor de buren. Ten opzichte van de hoofdweg van de Hazewindstraat bevindt de uitbreiding zich achterliggend het hoofdvolume en ten opzichte van de weg langs de linkerzijde is meer dan 10 m afstand gevrijwaard zodat het bestaande straatbeeld aan de beide zijden niet geschaad wordt. Het materiaalgebruik is traditioneel en in harmonie met de bestaande woning.

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art.5 6, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Bert Casteleyn wonende Hazewindstraat 33 te 8540 Deerlijk, voor het uitbreiden van de bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen Hazewindstraat 33 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 320 V3.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_2 - Desselgemstraat 19 en Vrijeigen  - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verkavelen van grond in 2 loten, op een perceel gelegen Desselgemstraat 19 en Vrijeigen  en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 317 E2, (afd. 1) sectie A 322 L, (afd. 1) sectie A 322 M en (afd. 1) sectie A 322 K aangevraagd door Brecht Robaeys namens DANNEELS DEVELOPMENT NV gevestigd Sint-Baafskerkstraat 1 te 8200 Brugge.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 28 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        Het verkoopbaarheidsattest of de omgevingsvergunning voor het bouwen pas afgeleverd kan worden na voorlegging van een attest door de Watergroep.

        De afwerkingsniveaus van de tuinen moeten met nog eens extra 10 cm zakken.

        Langs de achterperceelsgrens moet een drainage in een grindkoffer voorzien worden.

        Asbesthoudend afval moet met de nodige omzichtigheid en volgens de wettelijke bepalingen verwijderd worden.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

      De aanvraag ligt volgens de voorzieningen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk (goedgekeurd 20 januari 2006) in een stedelijk woongebied.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

Het gewestelijk RUP is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

      Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 3 maart 1976 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een duivenvolière achter de woning.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 27 juli 1976 door het college van burgemeester en schepenen voor het vernieuwen van vensterramen en dak en het plaatsen van een façadesteen aan de voor- en achtergevel van de woning.

 

Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen langsheen Vrijeigen, een voldoende uitgeruste gemeentweg. Vrijeigen betreft een recente verkaveling gekenmerkt als een pijpenkop op de Waregemstraat en voorzien van eengezinswoningen van het halfopen of gesloten bebouwingstype. Op het perceel van de aanvrager is een halfopen eengezinswoning aanwezig, ingeplant achter de woningen langs de Desselgemstraat.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst de bestaande woning te slopen en de eigendom te verkavelen in 2 loten voor eengezinswoningen. De verkaveling voorziet 2 vrijstaande woningen te bouwen die palen aan Vrijeigen en recthstreeks ontsluiten op de openbare weg via een gemeenschappelijke oprit. Ter hoogte van Vrijeigen heeft elk lot een toegangsbreedte van 3,50 m. De oprit voor lot 2 verbreedt dan naar 5 m. Via deze gemeenschappelijke toegang wordt ook een ontsluiting geboden voor de bestaande eigendom Desselgemstraat 21 dmv erfdienstbaarheid.

De 2 nieuwe loten hebben een oppervlakte van respectievelijk 1.187 m² en 591 m². De bouwloten zijn voorzien op 11 m van de westelijke perceelsgrens of op 6 m van de toegangsweg. De bouwbreedte bedraagt 10 m (lot 1) en 10,65 m (lot 2). Beide hebben een bouwzone met een diepte van maximaal 15 m. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt 9,50 m voor lot 1 en respectievelijk 9,85 m tot 21,45 m voor lot 2. De vrije zijstroken bedragen 4 m en de bouwzone op lot 2 bevindt zich op minstens 8 m van de perceelsgrens met de eigendom Desselgemstraat 21. In de voorschriften is opgenomen dat de woningen kunnen bestaan uit één bouwlaag met eventueel een dakvolume. De dakvorm is vrij en de kroonlijsthoogte bedraagt maximaal 3,50 m. Bijgebouwen kunnen een oppervlakte hebben van maximaal 40 m² voor lot 1 en 60 m² voor lot 2. In de vrije zijtuinstrook is een carport toegelaten. De tuinzones kunnen opgehoogd worden tot max. een peil 17,10 TAW voor lot 1 en 17,00 TAW voor lot 2, telkens 30 cm onder het maximale vloerpas van het gelijkvloers.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 27 april 2020 tot 26 mei 2020. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er vijf schriftelijke bezwaarschriften ontvangen.

 

De bezwaarschriften handelen samengevat over volgende elementen:

1.      Er wordt gevraagd rekening te houden met het niveauverschil met de tuinen van de woningen langs de Desselgemstraat. Door de naastliggende verkaveling is wateroverlast ontstaan in een aantal tuinen door de ophogingen. Ook nu wordt ophoging voorzien. Er wordt bezorgdheid geuit dat er opnieuw en bijkomende wateroverlast zal ontstaan door de ophoging van de gronden.

2.      In de sloopinventaris is geen sprake van asbest terwijl wel asbest aanwezig is op het schuurtje.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

 

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk , zijnde aan de bestemming stedelijk woongebied.

In deze zone gelden de voorschriften van Art. 7.1. stedelijk woongebied, waarbij §1 als volgt luidt:

Het gebied is bestemd voor wonen, openbare groene en verharde ruimten en aan het wonen verwante voorzieningen. Onder aan het wonen verwante voorzieningen worden verstaan: handel, horeca, bedrijven, openbare en private nuts- en gemeenschapsvoorzieningen, kantoren en diensten, parkeer- en openbaar vervoervoorzieningen, openbare groene en verharde ruimten, socio-culturele inrichtingen en recreatieve voorzieningen.

Het gevraagde heeft betrekking op het verkavelen van de eigendom in 2 loten voor eengezinswoningen zodat deze in overeenstemming is met de bestemming van het gewestelijk RUP.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Vijeigen een voldoende uitgeruste openbare weg is.

De verkavelingsaanvraag omvat geen aanleg van nieuwe verkeerwegen noch tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijk verkeerswegen. Een beslissing van de gemeenteraad is bijgevolg niet nodig.

Voor de uitrusting van de verkaveling is geen uitbreiding van de riolering nodig, ook is op openbaar domein is geen uitbreiding van de nutsvoorzieningen noodzakelijk zodat de opmaak van een verkavelingsovereenkomst niet nodig is.

In het advies van de watergroep is wel opgenomen dat het verkoopbaarheidsattest of de omgevingsvergunning voor het bouwen pas afgeleverd kan worden na voorlegging van een attest door de watergroep. Dit dient bijgevolg als voorwaarde opgenomen te worden bij afgifte van de vergunning.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1ha) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of in een risicozone voor overstromingen. Aangezien er geen nieuwe wegenis aangelegd wordt moeten er in de verkaveling geen collectieve voorzieningen geïnstalleerd worden. Per lot zal voldaan moeten worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De bestaande gracht op de grens van de eigendom blijft behouden. Door het voorzien van een drainage (zoals opgelegd wordt in de voorwaarden) zal de impact op de aanpalende percelen beperkt worden. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt is.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt onder de bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004, meer bepaald rubriek 10b – stadsontwikkelingsprojecten.

In navolging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 (BS 29 april 2013) dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage III bij het project-m.e.r.-besluit). De screening gebeurde via het omgevingsloket met toegevoegde nota waarbij de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd werden en waarbij geconcludeerd werd dat de effecten niet aanzienlijk zijn. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist.

 

7.5    Natuurtoets

Niet van toepassing

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag voorziet de opsplitsing van een perceel in functie van eengezinswoningen zodat de aanvraag zich qua functie inpast in zijn onmiddellijke omgeving. Het perceel betreft een restperceel in een recente verkaveling gekenmerkt door een residentiële bebouwing. Op het perceel is reeds een eengezinswoning aanwezig. Het opdelen van de eigendom in functie van de bouw van twee vrijstaande eengezinswoning, één lot voor de herbouw van de bestaande eengezinswoning en één lot voor een extra woning, rechtstreeks te ontsluiten op Vrijeigen is qua ruimtegebruik en bouwdichtheid afgestemd op zijn omgeving. De bouwzones worden ingeplant op een voldoende afstand van de naastliggende bouwpercelen zodat er geen negatieve impact zal ontstaan op de aanpalende percelen. Ook de hoogte van de woningen en het gabariet wordt afgestemd op de bestaande context. Teneinde het niveauverschil met de achterliggende percelen op te vangen zijn bepalingen inzake maximale ophogingen opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren worden nog extra voorwaarden opgelegd zodat ervan uitgegaan wordt dat de impact inzake ophoging en water op de aanpalende percelen tot de gangbare normen beperkt wordt. De toegang tot de loten betreft een gedeelde private oprit. Deze zal ook toegang verlenen aan de achterliggende bestaande woning Desselgemstraat 21. De tuinzones bij beide loten zijn voldoende ruim teneinde deze als kwalitatieve buitenruimte in te richten. De bepalingen voor de bijgebouwen zijn afgestemd op de grootte van de loten. Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 26 augustus 2020 de ingediende bezwaren behandeld.

Alle bezwaarschriften zijn tijdig ingediend en worden bijgevolg ontvankelijk verklaard. Omtrent de ingediende bezwaarschriften wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:

1.      Ophoging en vrees voor wateroverlast

In de stedenbouwkundige voorschriften bij de verkaveling is volgende bepaling opgenomen:

De afwerkingshoogte van de tuin lot 1 is max. peil 17,10 TAW.

De afwerkingshoogte van de tuin lot 2 is max. peil 17,00 TAW.

Dit voorschrift werd door de verkavelaar als volgt bijkomend gemotiveerd:

Een vloerpas van 17.40 en 17.30 voor de woningen op de loten is minimaal nodig om gravitair te kunnen aansluiten met de riolering op de aansluitpunten (RWA en DWA) in Vrijeigen. Deze vloerpassen sluiten ook aan tussen de bestaande woningen Vrijeigen 31 en Desselgemstraat 21.

Om dan tussen die vloerpassen en de niveaus van de aanpalende percelen een overgang te voorzien (en te voorkomen dat de volledige tuinzone op het vloerpasniveau afgewerkt zou worden), heeft de verkavelaar deze maximale peilen voor de tuinzones opgenomen in de voorschriften. Concreet betekent dit voorschrift dat het hoogteverschil op 2 punten opgevangen zal worden: deels na het terras met een aantal trapjes (30 cm) en deels op de achterkavelgrens met een afsluiting met betonplint.

Deze bepalingen hebben betrekking op de hoogteverschillen tussen de percelen en betekenen dat er ten opzichte van de perceelsgrenzen met de tuinzones van de woningen met de Desselgemstraat nog een niveauverschil mogelijk is tot ca. 50 à 55 cm.

Teneinde zeker te zijn dat het hoogteverschil ten opzichte van de tuinzones van de Desselgemstraat onder de halve meter blijft (wat als aanvaardbaar aanzien wordt) en eventuele overlast door water beperkt wordt dienen nog volgende bijkomende voorwaarden opgelegd te worden:

      de afwerkingsniveaus van de tuinen moeten met nog eens extra 10 cm zakken;

      langs de achterperceelsgrens moet een drainage in een grindkoffer voorzien worden.

2.      Aanwezigheid asbest

Indien bij de sloop blijkt dat inderdaad asbesthoudend materiaal aanwezig is dan dient dit met de nodige omzichtigheid en volgens de wettelijke bepalingen verwijderd te worden. Dit dient als bijkomende voorwaarde opgelegd te worden.

 

7.12     Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:
    1.          Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
    2.          Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.
    3.          Het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid.
    4.          Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 betreffende de maatregelen getroffen voor de omgevingsvergunningsprocedures en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Brecht Robaeys namens DANNEELS DEVELOPMENT NV gevestigd Sint-Baafskerkstraat 1 te 8200 Brugge, voor het verkavelen van grond in 2 loten, op een perceel gelegen Desselgemstraat 19 en Vrijeigen  en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 317 E2, (afd. 1) sectie A 322 L, (afd. 1) sectie A 322 M en (afd. 1) sectie A 322 K , mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        Het verkoopbaarheidsattest of de omgevingsvergunning voor het bouwen kan pas afgeleverd worden na voorlegging van een attest door de Watergroep.

        De afwerkingsniveaus van de tuinen moeten met nog eens extra 10 cm zakken.

        Langs de achterperceelsgrens moet een drainage in een grindkoffer voorzien worden.

        Asbesthoudend afval moet met de nodige omzichtigheid en volgens de wettelijke bepalingen verwijderd worden.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_148 - Nijverheidslaan 38 - advies aan de POVC

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd advies uit te brengen voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een loods in functie van de uitbreiding van de spoelinstallatie, op een perceel gelegen Nijverheidslaan 38 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 960 T aangevraagd door Pierre Claeys namens BRENNTAG NV met als contactadres Nijverheidslaan 38 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en motiveert haar advies als volgt:

 

1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming gebied voor milieubelastende industrieën.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

o        De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

o        De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

o        De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel gelden de volgende stedenbouwkundige verordeningen:

        Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

        infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

        Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, goedgekeurd 4 juli 1974.

 

2. Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 21 januari 1976 door het college van burgemeester en schepenen voor het uitbreiden van een nijverheidsgebouw.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 20 juli 1976 door het college van burgemeester en schepenen voor het uitbreiden van een nijverheidsgebouw.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 16 augustus 1978 door het college van burgemeester en schepenen voor het uitbreiden van een montagehal.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 15 september 1993 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een tankpark, een tank-gebouw, een luifel en een gebouw logistiek.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 26 juni 1996 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een opvangbekken laad- en losplaats, een opvangbassin, een watertank en het aanleggen van een parking voor vrachtwagens.

 

Relevante milieuvergunningen

Volgende milieuvergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        milieuvergunning afgeleverd op 9 september 1993 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor groothandel in chemicaliën;

        milieuvergunning afgeleverd op 4 augustus 2005 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor het hernieuwen van de milieuvergunning, verder exploiteren, uitbreiden en wijzigen van een groothandel in chemicaliën;

        milieuvergunning afgeleverd op 8 mei 2008 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor het verplaatsen van gevaarlijke stoffen naar het nieuwe voedingsmagazijn;

        milieuvergunning afgeleverd op 1 juni 2017 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor het wijzigen en uitbreiden van een groothandel in chemicaliën.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Volgende omgevingsvergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen afgeleverd op 2 augustus 2018 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor de structurele aanpassing: van 4 naar 3 laadkaaien;

        omgevingsvergunning voor exploitatie afgeleverd op 2 augustus 2018 door de bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen voor de uitbreiding met een opslag van natriumhypochloriet in een tank van 70 m³;

        omgevingsvergunning voor exploitatie afgeleverd op 16 mei 2019 door de deputatie voor het bijstellen van de bijzondere voorwaarden – lozingsvoorwaarden.

 

3. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1. Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen in de industriezone Deerlijk-Waregem, bevindt zich op de hoek van de Breestraat en de Nijverheidslaan en paalt in het zuiden aan de E17. Tussen de bedrijfssite en de E17 loopt de Gaverbeek, een waterloop van 1ste categorie. Ten westen van de Breestraat is een landbouwzone aanwezig. Het bedrijventerrein heeft een milieubelastend karakter. Het bedrijf Brenntag is een bedrijf voor groothandel in chemicaliën (seveso-bedrijf). Het perceel is reeds in grote mate bebouwd en verhard.

 

3.2. Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een uitbreiding te realiseren tegen de zuidgevel van het bestaande magazijn voor “zuren en basen” met een lengte van 20,44 m en een breedte van 15,10 m. De afstand tot de dichtste zijperceelsgrens bedraagt 22,65 m. Binnen deze uitbreiding wordt een nieuwe spoel- en wasinstallatie ondergebracht voor het reinigen van de kunststof vaten en verpakkingen voor opslag van chemicaliën. De lege vaten en bidons worden momenteel gestockeerd tussen dit magazijn en de autosnelweg E17 op de plaats waar deze uitbreiding voorzien wordt. Momenteel is deze zone reeds verhard (asfaltverharding) en de bestaande magazijnen worden gekenmerkt door wanden in cellenbeton met ingewerkte lichtstraten uit doorschijnend polyester.

De nieuwe uitbreiding betreft een lichte metaalstructuur voor het creëren van een nieuwe overdekte ruimte voor het opstellen van de spoelinstallatie, afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 5,2 m. Om de ruimte milieutechnisch beter te kunnen afbakenen wordt gekozen om de wanden te sluiten met lichte metalen sandwichpanelen welke geschikt zijn voor het natte binnenklimaat en makkelijk reinigbaar zijn.

Binnen in de hal worden geen goederen opgestapeld: de brandbelasting in deze uitbreiding beperkt zich tot de paar kunststoffen bidons die op dat moment in de wasstraat aanwezig zijn. In de bestaande buitengevel worden twee openingen gemaakt om de vaten via transportbanden van en naar het centrale magazijn te voeren.

 

3.3. Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op wijzigingen van de ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden, noch een adviesvraag gericht te worden aan de aanpalende eigenaars.

 

5. Adviezen

 

Door het vergunningverlenende bestuur werd eveneens advies gevraagd aan de VMM afdeling Operationeel Waterbeheer.

 

6. Project-MER of OVR

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen, komt het college van burgemeester en schepenen tot de volgende beoordeling van het dossier.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, zijnde aan de bestemming gebied voor milieubelastende industrieën.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

 

De gebieden voor milieubelastende industrieën. Deze zijn bestemd voor bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd.

De aanvraag heeft betrekking op werken aan een bestaand bedrijfsgebouw in functie van een bestaand milieubelastend bedrijf zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Nijverheidslaan een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Verder is het goed niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (308 m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of in een risicozone voor overstromingen. De aanvrager dient conform de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater een infiltratie- of buffervoorziening te plaatsen van minimaal 15.400 liter. De aanvrager vraagt hierbij een afwijking voor de plaatsing van een infiltratie- of buffervoorziening omdat de afwatering van de overdekte spoelinstallatie,  net zoals de overige nabij gelegen loodsen, naar de Gaverbeek vloeit. Voor het plaatsen van de uitbreiding wordt de verharding slechts beperkt opengebroken. Het regenwater afkomstig van het nieuw te plaatsen gebouw kan volgens de aanvrager tevens nergens hergebruikt worden in de naaste omgeving. Er wordt in de nieuwe situatie niet meer hemelwater afgevoerd dan in de bestaande situatie aangezien de locatie nu ook volledig verhard is. De VMM bracht hieromtrent reeds een ongunstig advies uit. Er wordt vast gesteld dat het bedrijf op vandaag 100 % gebruik maakt van drinkwater terwijl hemelwater vermoedelijk een waardig alternatief kan zijn tijdens het reinigingsproces van vaten. Tevens wordt er vanuit de aanvraag geargumenteerd om geen verontreinigd water te infiltreren in de bodem. Nochtans komt het hemelwater van deze uitbreiding van het plat dak, waar geen exploitatie plaats vindt, zodat kan gesteld worden dat er geen verontreinigd water van het dak kan komen. Tot slot wordt de meerwaarde van buffering met vertraagde afvoer in vraag gesteld. Het is inderdaad een terechte bemerking dat louter deze verharding alleen niet verantwoordelijk zal zijn voor problemen op de Gaverbeek. Wanneer echter dezelfde redenering wordt doorgetrokken voor elke verharding, is dat wel het geval. Dit argument kan dus niet bijgetreden worden, en de VMM wijst er daarnaast op dat nog een groot deel van het bedrijventerrein niet gebufferd is aangesloten op de Gaverbeek en dus voor aanzienlijke pieken op de waterloop zorgt. Als conclusie kan er beter een algemene visie worden uitgebouwd voor het volledige bedrijventerrein, waarin toekomstige aanvragen kunnen gekaderd worden. Op deze manier wordt vermeden dat bij elke kleine vergunningsaanvraag op hetzelfde probleem wordt gestoten. Deze kleine dakoppervlakte zal bijvoorbeeld niet volledig kunnen instaan voor een vervanging van drinkwater bij de spoelinstallatie, maar de volledige site bevat zeer veel verharde oppervlakte die vermoedelijk wel meer dan voldoende water kan voorzien voor een volledige vervanging. De dienst omgeving sluit zich aan bij het advies van de VMM en stelt voor om dit ook zo op te nemen in het voorwaardelijk gunstig advies van de gemeente Deerlijk. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect van deze uitbreiding beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Niet van toepassing

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10  Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op een bestaand milieubelastend bedrijf in een gebied voor bedrijvigheid zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De aanvraag heeft geen betrekking op uitbreiding van de bestaande activiteit. De uitbreiding met deze overdekte spoelinstallatie is eerder beperkt zodat de impact op de omgeving zowel naar schaal, ruimtegebruik als mobiliteit beperkt zal zijn. De zone waar deze uitbreiding gerealiseerd wordt bevindt zich centraal op de eigendom en sluit aan op de overige, bestaande gebouwen en loodsen zodat de visuele impact vanaf de openbare weg beperkt is. Het onderwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

o        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

o        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit een voorwaardelijk gunstig advies uit te brengen betreffende de aanvraag.

Er dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarde:

  • de aanvrager moet tegemoet komen aan de opmerkingen die gemaakt werden in het advies van de VMM afdeling Operationeel Waterbeheer.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

OMV 2020_114 - De Taeyelaan 9 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van de bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen De Taeyelaan 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 607 K aangevraagd door de heer Matthias Garez wonende Waterstraat 68 te 8710 Wielsbeke en mevrouw Sarah Algoet wonende De Taeyelaan 9 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op  20 augustus 2020.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

1.   Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Ruimtelijk uitvoeringsplan

      De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

      De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Oosthoek, goedgekeurd op 7 april 2016 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfuncties en overdrukzone behoud handel.

 

Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

Het gewestplan RUP is van toepassing op de aanvraag.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

      Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

      Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013.

 

2.   Historiek

 

Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 23 april 1969 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woning.

      Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 31 maart 1999 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een tuinhuis van 20m².

 

Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

3.   Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1.  Beschrijving van de omgeving

De De Taeyelaan is een voldoende uitgeruste gemeenteweg in het centrum van de gemeente. Deze straat wordt gekenmerkt door in hoofdzaak een halfopen bebouwing bestaande uit voornamelijk eengezinswoningen. Het betreffen in hoofdzaak eenvormige woningen met 2 bouwlagen en een licht hellend zadeldak. Op het perceel van de aanvrager staat een halfopen eengezinswoning bestaande uit twee bouwlagen met dergelijk licht hellend dak. Rechts van de woning ligt een oprit naar de garage die tot op de perceelsgrens staat. De voortuin is volledig verhard. Achteraan in de tuinzone van de woning staat een tuinhuis.

 

3.2.  Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst achter het bestaande hoofdvolume een nieuwe aanbouw te realiseren met een plat dak met een lengte van 6,32 m en een breedte van 4,2 m. De aanbouw wordt een verlengde van de leefruimte en zal tot tegen de bestaande garage gebouwd worden. Aan de linkerkant wordt de aanbouw tegen de gemeenschappelijke grens gebouwd. Hiervoor moet de gemene muur opgetrokken worden. In de achtergevel wordt een groot schuifraam voorzien om de toegang tot de tuin te realiseren. In de huidige, bestaande achtergevel wordt de raamopening tot op het vloerpas uitgebroken om de verbinding te maken tussen het bestaande volume en de nieuwe uitbouw. De kroonlijsthoogte van de nieuwe aanbouw zal dezelfde zijn als deze van de huidige garage, zijnde 2,97 m gemeten van het vloerpas.

 

3.3.  Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

4.   Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanpalende eigenaars werden op 10 juli 2020 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar ingediend.

 

5.   Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.

 

6.   Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

7.   Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1    Planologische toets

 

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP Oosthoek.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien de zone bestemd is voor residentieel wonen en dit de hoofdfunctie blijft, er geen bijkomende woongelegenheden gecreëerd worden, het aantal parkeerplaatsen ongewijzigd blijft, het maximaal te bebouwen percentage (50 %) niet overschreden wordt, minimum 25 % van de oppervlakte met groenaanleg behouden blijft en de maximale hoogte beperkt is tot 1 bouwlaag. Binnen de overdrukzone (11) wordt gesteld dat de aanblik van de woningen in de straat één uniform geheel moeten blijven. De uitbouw bevindt zich achteraan de woning en het straatbeeld wijzigt niet zodat ook aan deze vereiste voldaan is.

 

7.2    Wegenis

In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de De Taeyelaan een voldoende uitgeruste openbare weg is. De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning. De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.

 

7.3    Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.

 

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte-uitbreiding (<40m²) en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

7.4    Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5    Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6    Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7    Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing

 

7.8    Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9    Milieuaspecten

Niet van toepassing

 

7.10     Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een uitbreiding bij een bestaande eengezinswoning zodat de aanvraag zich functioneel inpast. De constructie bevindt zich volledig aan de achterzijde van de woning zodat het bestaande straatbeeld niet geschaad wordt. Het nieuwe volume bevindt zich in de oksel van het bestaande hoofdvolume zodat de maximale bouwdiepte van de woning niet wijzigt. Op de plaats waar de constructie voorzien wordt is reeds een terras aanwezig zodat de aanvraag geen impact zal hebben op de kwaliteit van de private buitenruimte. De hoogte valt binnen de gangbare normen en de aanpalende eigenaars hebben geen bezwaar geformuleerd. Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11     Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

 

7.12     Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.13     Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

  • Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
  • Andere:

      Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Matthias Garez wonende Waterstraat 68 te 8710 Wielsbeke en mevrouw Sarah Algoet wonende De Taeyelaan 9 te 8540 Deerlijk, voor het uitbreiden van de bestaande eengezinswoning, op een perceel gelegen De Taeyelaan 9 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 607 K.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Samenwerken aan de regionale energietransitie en regionaal energie- en klimaatactieplan - Leiedal - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd feedback te geven over de volgende bundels van de intercommunale Leiedal (in bijlage toegevoegd aan dit agendapunt):

          de samenwerking aan de regionale energietransitie;

          het regionaal energie- en klimaatactieplan in het kader van het burgemeestersconvenant 2030.

 

Motivering

 

In het voorjaar van 2019 organiseerde de intercommunale Leiedal zeven capacity building workshops over hernieuwbare energie en duurzame warmte voor al haar gemeenten.

 

Daaropvolgend werd een grondige analyse uitgevoerd die de basis vormt voor de bundel "Ruimtelijke energiestrategie voor Zuid-West-Vlaanderen, samenwerken aan de regionale energietransitie". Hierin werd voor iedere deelnemende gemeente het potentieel aan hernieuwbare energie en de lokale productie van warmte meer in detail besproken.

 

In Deerlijk is het niet mogelijk om een warmtenet aan te leggen en zijn er weinig kansen voor grote windturbines. De hernieuwbare energie zal voornamelijk opgewekt moeten worden door PV-panelen. De warmtevraag van gebouwen en residentiële zonnepanelen hebben het hoogste CO2-reductiepotentieel.

 

Ook voor het regionale energie- en klimaatactieplan in het kader van het burgemeestersconvenant 2030 werd een grondige analyse gemaakt van de afgelopen jaren en het potentieel in de nabije toekomst.

De nadruk van de inspanning tot CO2-reductie in Deerlijk zal vooral liggen op:

          energie-optimalisatie van het eigen patrimonium als voorbeeldfunctie;

          het stimuleren van en sensibiliseren rond energiezuinige verwarmings- en isolatietechnieken in woningen;

          bij voorbesprekingen van omgevingsvergunningen, info meegeven met betrekking tot de mogelijke alternatieven (bijvoorbeeld gasloze wijken).

 

In het overzicht van de mitigatie- en adaptatiemaatregelen wordt per actie meegegeven welke steden/gemeenten daarbij een bijdrage of inspanning kunnen leveren. Bij enkele van die maatregelen staat de gemeente Deerlijk niet vermeld terwijl we daar wel plannen rond hebben. Het gaat over de volgende maatregelen:

          installeren van digitale meters in gemeentelijke gebouwen: een doorgedreven uitrol van digitale telemetrie zal zeker de opvolging van het energiebeheer ten gunste komen;

          realisatie van local energy communities: de effectieve modaliteiten tot het creëren van local energy communities liggen bij andere overheden maar binnen de administratie en het bestuur zit de overtuiging dat dergelijke local energy communities een fundamentele bijdrage kunnen leveren bij de verdere ontwikkeling van alternatieve energieproductie;

          inzetten op meer burgerparticipatie in het kader van duurzame energieproductie: Leiedal, en bij uitbreiding al haar vennoten, heeft het engagement aangegaan om bij nieuwe energieprojecten in de regio te streven naar minstens 50 % rechtstreekse participatie door burgers, lokale bedrijven en lokale overheden via de ICA principes. Ook de gemeente Deerlijk ondersteunt dit engagement.

 

Zowel tijdens de energieworkshops als tijdens de navolgende besprekingen werd vanuit Deerlijk ook de vraag gesteld naar een ruimtelijke visie met betrekking tot kleine en middelgrote windmolens. Buiten de vermelding van deelname aan het verdubbelen van het aantal windmolens in de regio binnen mitigatiemaatregel: lokale energieproductie, werd er verder voor Deerlijk geen vermelding gemaakt van de intentie tot het opstellen van een visie rond kleine en middelgrote windmolens. Gezien de complexiteit van deze materie met betrekking tot het opstellen van een kader met voorwaarden en de verplichte bepalingen binnen de VLAREM, lijkt het ons eerder aangewezen om in detail het gesprek aan te gaan bij verschillende, geïnteresseerde steden en gemeenten of de ontwikkeling van een visie rond kleine en middelgrote windmolens of de mogelijkheid tot het ondersteunen van de lokale overheid door middel van een pooling van expertise, een toegevoegde waarde kan zijn bij beleidsbeslissingen rond kleine en middelgrote windmolens. Het aspect werd opgenomen in het meerjarenplan van de gemeente Deerlijk waardoor het opportuun lijkt om Leiedal voor te stellen een overleg te starten specifiek rond dit thema.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de volgende documenten:

          Een ruimtelijke energiestrategie voor Zuid-West-Vlaanderen: samenwerken aan een regionale energietransitie.

          Burgemeestersconvenant 2030: regionaal energie- en klimaatactieplan.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de opmerkingen zoals geformuleerd in de motivatie inzake de ruimtelijke visie met betrekking tot kleine en middelgrote windmolens en de mitigatiemaatregelen over te maken aan Leiedal.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Bestelbonnen en te betalen bedragen - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Deze goedkeuring kadert binnen de reguliere uitgavenprocedure.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen is hoofdbudgethouder en dient de bestelbonnen goed te keuren vooraleer men de verbintenissen kan aangaan. De lijst met bestelbonnen bevindt zich in bijlage. Eveneens dient men de te betalen bedragen goed te keuren. De lijst met te betalen facturen kan men terugvinden in bijlage. De individuele facturen zijn altijd raadpleegbaar via het programma foxboek.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur

          Andere: Organisatiebeheersysteem

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de bestelbonnen op de goedkeuringslijst bestelbon G/2020/33 goed te keuren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de te betalen bedragen op de goedkeuringslijst aanrekening G/2020/58 goed te keuren.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Kermisattracties Deerlijk Centrum - 25, 26 en 27 september 2020 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om toelating te verlenen voor de organisatie van de kermis op het Neunkirchenplein op 25, 26 en 27 september 2020.

 

Motivering

 

De gemeente Deerlijk wil de kermis (met kermisattracties) laten doorgaan tijdens het weekend van de kermis van Deerlijk Centrum op 25, 26 en 27 september 2020. De kermis met kermisattracties op het Neunkirchenplein wordt daarbij nagenoeg de enige kermisactiviteit tijdens het kermisweekend aangezien het feestcomité van Deerlijk Centrum heeft beslist geen grote publieksactiviteiten te plannen in deze coronatijden.

 

Op de kermis van Deerlijk Centrum hebben volgende kermiskramers met abonnement hun aanwezigheid bevestigd:

 

          Schietkraam (Vanthourout Jonathan, Bondgenotenlaan 17, 8520 Kuurne)

          Visspel (Vroman-Nuytten Geert, Molenstraat 21, 8710 Wielsbeke)

          Ballenspel (Es Stephanie, Hoogstraat 21, 8531 Bavikhove)

          Kindermolen (Daeveloose Jens, Stampkotstraat 14, 8551 Heestert)

          Lunapark (Verburgh Brian, Vestingstraat 20, 8310 Assebroek)

          Autoscooter (Vanwassenhove-Hermans, Sint-Pietersweg 10, 1745 Mazenzele)

          Frituur (Deconinck Giovanni, Kozakstraat 140, 8560 Wevelgem)

          Cocktailbar (Willems Fauve, Sint-Ambrosiusstraat 1, 9600 Ronse) 

 

Voor de organisatie van de kermis volgt de gemeente het sectorprotocol voor de handel en de specifieke richtlijnen voor kermissen die daarin zijn opgenomen. Een CERM-scan dient daarom niet doorlopen te worden. Concreet voorziet de gemeente na overleg tussen  burgemeester, schepen van feestelijkheden, noodplanningsambtenaar en hoofd vrije tijd in volgende maatregelen:

 

          Openingsuren van de kermis en de kermisattracties:

          Vrijdag 25.09.20: van 17.00 uur tot 20.00 uur

          Zaterdag 26.09.20: van 14.00 uur tot 20.00 uur

          Zondag 27.09.20: van 14.00 uur tot 20.00 uur

 

          Maximum aantal gelijktijdige bezoekers (inclusief < 12-jarigen): 70

 

          Het Neunkirchenplein wordt tijdens de openingsuren van de kermis volledig afgesloten met een aparte in- en uitgang, met name de inrit en uitrit van de parking ter hoogte van de Hoogstraat. De doorgang voor de veiligheidsdiensten richting openbare bibliotheek en appartementsgebouwen wordt vrijgehouden en tijdens de openingsuren afgesloten met HERAS-hekkens op wielen in functie van het snel kunnen openzetten of doorrijden van de hekkens in geval van nood.

 

          Op het kermisterrein wordt een éénrichtingscirculatie voorzien.

 

          Er wordt een systeem gehanteerd om te controleren hoeveel bezoekers er op de kermis aanwezig zijn. Elke inkomende bezoeker krijgt aan de ingang een geplastificeerd ticket. Er zijn maximaal 70 tickets beschikbaar. Elke uitgaande bezoeker levert zijn/haar ticket terug in aan de uitgang. Na ontsmetting wordt het ticket weer beschikbaar voor een inkomende bezoeker. Er dient niet op voorhand gereserveerd te worden.

 

          De gemeente zet 5 personeelsleden in voor opvolging van de maatregelen. Twee medewerkers aan de ingang, twee medewerkers aan de uitgang, één steward/toezichthouder op het kermisterrein. De steward/toezichthouder ziet daarbij toe op het respecteren van de social distance regels.

 

          Op het kermisterrein en op/aan de kermisattracties geldt een algemene mondmaskerplicht vanaf de leeftijd van 12 jaar.

 

          Aan de in- en uitgang worden middelen ter beschikking gesteld om de nodige handhygiëne te garanderen.

 

          De richtlijnen worden bij de ingang duidelijk geafficheerd en gecommuniceerd.

 

De kermiskramers worden in lijn met het sectorprotocol gevraagd minstens volgende maatregelen te treffen:

 

          Mondmaskerplicht voor alle kermiskramers.

 

          Ter beschikking stellen van handgels aan elk kraam.

 

          Regelmatig ontsmetten van de infrastructuur en materiaal.

 

          Spelzone, wachtzones en -rijen (rekening houdend met looprichting) inrichten met respect voor social distance.

 

          Geen vrije toegang tot de attractie, maar aparte in- en uitgang voorzien.

 

          Indien eten en drinken ter plaatse bij het kraam of foodtruck wordt geconsumeerd, gebeurt dit onder dezelfde modaliteiten als voorzien voor de horeca. Take-away blijft toegelaten, bijvoorbeeld al wandelend een ijsje of een hamburger eten op de kermis is toegelaten.

 

Om de opbouw van de kermis in goede banen te leiden, wordt een plaatsingsmeester aangeduid. De opbouw gebeurt vanaf woensdag 23 september 2020 (8.00 uur) tot en met vrijdag 25 september 2020 (14.00 uur).

 

In functie van een vlotte opbouw dient een parkeerverbod op het volledige Neunkirchenplein ingesteld te worden vanaf woensdag 23 september 2020, 7.00 uur. Hierbij zal voldoende signalisatie voorzien worden, zodat het voor bestuurders duidelijk is dat er een parkeerverbod geldt. In functie van de vrachtwagen van de auto-scooter wordt eveneens een parkeerverbod voorzien in het straatje tussen het Neunkirchenplein en de appartementsgebouwen.  Voor een vlot aan- en afrijden van de foorkramen is het wenselijk dat het paaltje op de hoek van de Hoogstraat en de Commandant Edm. Ameyestraat tijdelijk verwijderd wordt.

 

Extern advies:

 

          HVZ Fluvia, dienst noodplanning: positief advies, mits extra aandacht voor vier meter vrije doorgang zodat hulpdiensten alle gebouwen kunnen bereiken. Deze vrije doorgang wordt zoals andere jaren gegarandeerd.

          Politiezone Gavers: positief advies

 

Het ministerieel besluit van 28 juli 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken stelt dat de toegang tot markten en kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze moet georganiseerd worden. De organisatie en het beheer van de kermis (inclusief standplaatsabonnementen) op het Neunkirchenplein in Deerlijk Centrum is in handen van de gemeente Deerlijk. De gemeente Deerlijk engageert zich daarbij om ook in coronatijden deze kermis op het Neunkirchenplein te organiseren met de inzet van gemeentepersoneel, zoals het ministerieel besluit ook impliceert. De gemeente draagt als dusdanig de eindverantwoordelijkheid.

 

Het ministerieel besluit van 28 juli 2020 stelt dat de bevoegde gemeentelijke overheid toelating moet geven om markten en kermissen te organiseren volgens de van toepassing zijnde modaliteiten. Dit betekent ook dat kermisattracties a priori niet toegelaten zijn op de wijken Molenhoek, Statiewijk en Belgiek. De organisatie van de kermisattracties op de Molenhoek, Statiewijk en Belgiek zijn in handen van de respectievelijke feestcomités. Daarbij is het alvast niet haalbaar om zoals het ministerieel besluit impliceert voor elke van deze kermissen gemeentepersoneel in te zetten in functie van implementatie en handhaving van de van toepassing zijnde coronamaatregelen. Er wordt daarom geadviseerd om het kermisattractie-gebeuren in functie van maximale risicobeheersing en personeelsinzet te beperkten tot één centrale kermis op het Neunkirchenplein voor alle Deerlijkse inwoners. 

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

          Andere:

          Ministerieel besluit van 28 juli 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen in de zin van 75 gepresteerde manuren, gespreid over verschillende niveaus, dewelke gerecupereerd dienen te worden en een toeslag genereren van 35 % voor zaterdagwerk en 100 % voor zondagwerk.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit toelating te geven voor de organisatie van de kermis op het Neunkirchenplein op 25, 26 en 27 september 2020 overeenkomst de hierboven opgelijste maatregelen. Indien de richtlijnen veranderen of de coronacijfers ongunstig evolueren kan deze toelating alsnog heroverwogen of ingetrokken worden.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit dat andere kermissen en foren a priori niet toegelaten zijn. Het kermisattractie-gebeuren wordt voor alle inwoners van Deerlijk beperkt tot één kermis op het Neunkirchenplein in functie van maximale risicobeheersing en personeelsinzet. 

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan de technische dienst om voldoende signalisatie te voorzien in functie van het voorgestelde parkeerverbod op het Neunkirchenplein en het paaltje op de hoek van de Hoogstraat en de Commandant Edm. Ameyestraat tijdelijk te verwijderen in functie van het vlot aan- en afrijden van de foorkramen.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 02 SEPTEMBER 2020

Uitvoering meerjarenplan 2020-2025 - opvolgingsrapportering 1e semester 2020 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de opvolgingsrapportering uitvoering meerjarenplan 2020-2025 voor het eerste semester van 2020.

 

Motivering

 

Vanaf 1 januari 2020 voorziet het Decreet Lokaal Bestuur dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd.

 

Het rapport over het eerste semester van 2020 bevindt zich in bijlage.

 

Juridische gronden

 

          Algemene basisbevoegdheid: Art. 263, 2e lid Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het opvolgingsrapport uitvoering meerjarenplan 2020-2025 voor het eerste semester van 2020.

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 10/09/2020
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.