Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 15 oktober 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 15 oktober 2025.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur
Adviezen
Er zijn geen adviezen nodig.
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 15 oktober 2025 goed te keuren.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.2. Administratief medewerker personeelsdienst - wijziging aanstellingsvolume - goedkeuring
Lies De Witte Regine Rooryck Karel Bauters Jo Tijtgat Claude Croes Louis Vanderbeken Marleen Prat Lies De Witte Regine Rooryck Jo Tijtgat Claude Croes Louis Vanderbeken Marleen Prat aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.3. Zwemlessen en lessen watergewenning - november en december 2025 - aanstelling lesgevers - goedkeuring
STEMMINGEN
bij geheime stemming
Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.4. Feestelijkheden - Chiro Sellewie - De Reünie - 8 november 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 15 september 2025 werd een aanvraag ingediend door Chiro Sellewie voor volgend evenement:
Naam evenement | De Reünie |
Organisator | Chiro Sellewie |
Datum | 8 november 2025 |
Plaats | Chiroheem Pladijsstraat 282 |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
Contactpersoon | Naam | Nanou Goeminne |
| Adres | Verrieststraat 32 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | De Reünie |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht |
|
Adres | Naam gebouw | chiroheem |
| Adres | Pladijsstraat 282 |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
95 dB(A)
Maximaal geluidsniveau | >95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
Duur |
|
Begin | zaterdag 8 november 2024 om 20.00 uur |
Einde | zondag 9 november 2024 om 4.00 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario:
● Het sluitingsuur voor indoor evenementen (gebouw of geluiddempende constructie) wordt als volgt bepaald:
| Einduur: | Afbouwscenario geluidsnormen: |
vrijdag- en zaterdagavond | 5.00 uur | ● Max 95 dB(A) LAeq 15 min, gemiddeld geluidsniveau tot 3.30 uur ● Max 85 dB(A) LAeq 15 min, gemiddeld geluidsniveau tot 4.00 uur |
Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
● aanvraag politionele medewerking
Er worden geen verkeerstechnische maatregelen gevraagd.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://www.hvzfluvia.be/organiseer-veilig.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst opmaken met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen / op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
○ Toelating geluidsactiviteit
■ Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
■ Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.
■ De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47
■ Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
1. Het toegelaten (maximale) geluidsniveau bedraagt:
Maximaal geluidsniveau: > 95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min |
● Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,60 min 100 dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau, gemeten als LAeq,15 min 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. ● Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. ● Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,60 min continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten en kan LAeq,15 min gemeten worden. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. ● De geregistreerde gegevens worden ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid gedurende een periode van ten minste een maand. ● De verplichting tot het meten en registreren van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm, gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. ● De exploitant/organisator neemt de volgende maatregelen om de bezoekers te beschermen tegen gehoorschade: het kosteloos ter beschikking stellen aan alle bezoekers van gehoorbescherming voor eenmalig gebruik. |
2. Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | zaterdag 8 november 2025 om 20.00 uur |
Einde | zondag 9 november 2025 om 4.00 uur |
Met toepassing van het sluitingsuur voor indoor evenementen als volgt bepaald:
| Einduur: | Afbouwscenario geluidsnormen: |
vrijdag- en zaterdagavond | 4.00 uur | ● Max 95 dB(A) LAeq 15 min, gemiddeld geluidsniveau tot 3.30 uur ● Max 85 dB(A) LAeq 15 min, gemiddeld geluidsniveau tot 4.00 uur |
3. Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 2 november 2025 om 4.00 uur mits toepassing van het afbouwscenario.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.5. Cultuur - Huldigingsmoment beeld 'Hemelvaart' op de begraafplaats van Deerlijk-centrum - goedkeuring
Aanleiding en context
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het huldigingsmoment van het beeld 'Hemelvaart' op de begraafplaats van Deerlijk-centrum op maandag 10 november 2025 om 17.30 uur, goed te keuren.
Motivering
In maart 2024 gaf de familie D'Haluin-Dekeyser te kennen het bronzen beeld "Hemelvaart" van kunstenares May Claerhout, te willen schenken aan het lokaal bestuur van Deerlijk, en deze schenking te doen uit vrijgevigheid.
Bij de wens tot schenking werd door de familie D'Haluin-Dekeyser uitgedrukt dat ze het beeld graag in een openbare ruimte in Deerlijk geplaatst zagen, zodat ook het publiek van het kunstwerk kan genieten. Jan D'Haluin stelde zelf voor om het beeld een plek te geven op de begraafplaats in het centrum. In samenspraak met de dienst ruimte en de dienst groen werd een adequate plek voor het beeld op de begraafplaats uitgekozen.
Deze schenking werd goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 maart 2025.
Nu het beeld zijn vaste plaats gekregen heeft op de begraafplaats van Deerlijk-centrum, wordt er een huldigingsmoment georganiseerd. Deze huldiging gaat door op maandag 10 november 2025 om 17.30 uur aan het beeld zelf op de begraafplaats.
Nadien wordt er een glas aangeboden door het gemeentebestuur in OC d'Iefte.
Er wordt gevraagd om tijdens de gemeentelijke receptie 2 hostessen in te zetten in functie van een vlot verloop.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Goedkeuring schenking beeld "Hemelvaart" in de gemeenteraadszitting van 27 maart 2025
Financiën
De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit het huldigingsmoment van het beeld "Hemelvaart" op de begraafplaats van Deerlijk-centrum op maandag 10 november 2025 om 17.30 uur, goed te keuren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen besluit om twee hostessen te voorzien voor het vlotte verloop van de gemeentelijke receptie in OC d'Iefte.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.6. Feestelijkheden - Centraal feestcomité - uitbetaling werkingsbudgetten feestcomités 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de uitbetaling van de werkingskosten voor de feestcomités 2025 goed te keuren en te verdelen onder de feestcomités van Deerlijk Centrum, Statiewijk, Belgiek en Molenhoek.
Motivering
Het Centraal Feestcomité vraagt in haar brief van 4 september 2025 de uitbetaling van de werkingskosten, bestemd voor de feestcomités van Deerlijk centrum, Statiewijk, Belgiek en Molenhoek.
In het meerjarenplan 2020-2025 wordt jaarlijks een bedrag voorzien van 12.000 euro voor de werkingskosten van de feestcomités van de vier verschillende wijken. De verdeling van 12.000 euro als 3.000 euro per feestcomité werd unaniem door de leden van de wijken goedgekeurd op woensdag 3 september 2025.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 3° Decreet Lokaal Bestuur
Financiën
De beslissing heeft financiële gevolgen.
Raming of bedrag | 12.000 euro |
Actie | Feestcomités |
Jaarbudgetrekening | GBB/0719-00/64420008 |
Visum | niet vereist |
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit de werkingskosten voor de feestcomités aangesloten bij het Centraal Feestcomité, voor werkjaar 2025 als volgt uit te betalen:
Feestcomité Belgiek | 3.000 euro | BE77 9611 8514 8642 |
Feestcomité Deerlijk Centrum | 3.000 euro | BE60 9735 2762 5470 |
Feestcomité Molenhoek | 3.000 euro | BE53 7380 0226 3253 |
Feestcomité Statiewijk | 3.000 euro | BE16 7380 1511 7874 |
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.7. Feestelijkheden - JRKaffee en halloween wandeltocht - 24 oktober 2025 - goedkeuring
Aanleiding en context
Op 6 oktober 2025 werd een aanvraag ingediend door Jeugd Rode Kruis Deerlijk voor volgend evenement:
Naam evenement | JRKaffee |
Organisator | Jeugd Rode Kruis Deerlijk |
Datum | vrijdag 24 oktober 2025 |
Plaats | jeugdlokaal Rode Kruis Deerlijk, Hoogstraat 46B |
Motivering
1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:
● aanvraag machtiging voor het verstrekken van sterke drank
Het is verboden sterke dranken te verkopen voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden waar openbare manifestaties plaatsvinden, tenzij het college van burgemeester en schepenen hiervoor een speciale machtiging verleent.
● aanvraag geluidsactiviteit als volgt:
95 – 100 dB
Contactpersoon | Naam | Jeugd Rode Kruis Deerlijk |
| Adres | Hoogstraat 46B |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Activiteit | Benaming activiteit | JRKaffee |
Locatie | Gebouw | X |
| Tent |
|
| Open lucht |
|
Adres | Naam gebouw | jeugdlokaal Rode Kruis Deerlijk |
| Adres | Hoogstraat 46B |
| Postcode en gemeente | 8540 Deerlijk |
Maximaal geluidsniveau | >95 dB(A) LAeq,15min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60min |
Duur |
|
Begin | vrijdag 24 oktober 2025 om 18.30 uur |
Einde | zaterdag 25 oktober 2025 om 1 uur |
De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.
De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario:
Het sluitingsuur voor indoor evenementen (gebouw of geluiddempende constructie) wordt als volgt bepaald:
| Einduur: | Afbouwscenario geluidsnormen: |
vrijdag- en zaterdagavond | 05.00 uur | Max 95 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 04.30 uur Max 85 dB(A) LAeq 15min, gemiddeld geluidsniveau tot 05.00 uur |
Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten
Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: 1 uur.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
● aanvraag wandeltocht:
De burgemeester wordt gevraagd goedkeuring te verlenen voor het organiseren van een Halloween wandeltocht op vrijdag 24 oktober 2025.
2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:
Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via https://www.hvzfluvia.be/organiseer-veilig.
Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen,... opmaken.
Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).
PZ Gavers vraagt om tijdens de Halloween wandeltocht de wegcode te respecteren.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Machtiging voor het verstrekken van sterke drank
■ Art. 9, Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.
De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen verleent een speciale machtiging voor de verkoop van sterke drank tijdens dit evenement.
Artikel 3
De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:
Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.
Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min |
Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan.Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht. Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon. De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm, gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten. |
Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:
Duur |
|
Begin | Vrijdag 24 oktober 2025 om 18.30 uur |
Einde | Zaterdag 25 oktober 2025 om 01 uur |
Voorwaarden met betrekking tot de buurt:
● Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.
● De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.
● De inrichters houden zich aan de bovengenoemde einduren en afbouwscenario's, waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet.
● De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.
Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.
Artikel 4
Inrichten wandeltocht: zie burgemeesterbesluit (goedgekeurd op 15 oktober 2025).
Artikel 5
Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator de richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.8. OMV 2025.137 - Stasegemstraat 26 - melding - aktename
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding voor het verbouwen van een woning en het maken van nieuwe gevelopeningen in zij- en achtergevel op een perceel gelegen Stasegemstraat 26 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 57 L, ingediend door mevrouw Laura Van Veerdeghem wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk en de heer Milo Destoop wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk, met OMV-referentie OMV_2025119025.
Motivering
De melding ingediend door mevrouw Laura Van Veerdeghem wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk en de heer Milo Destoop wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 3 oktober 2025.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:
1° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
2° dertig dagen in alle andere gevallen.
Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.
Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.”
VOORWERP VAN DE MELDING VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE HANDELINGEN
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Stasegemstraat 26, kadastraal bekend afdeling 2 sectie D nr. 57L.
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen: verbouwen van een woning en het maken van nieuwe gevelopeningen in zij- en achtergevel.
De werken kunnen als volgt beschreven worden:
De aanvrager wenst 2 bijkomende ramen te plaatsen in de zijgevel en 2 raamopeningen in de achtergevel te vergroten. De voorgevel blijft ongewijzigd.
De bestaande vergunde woning wordt intern verbouwd zonder structurele werken.
Op de linkerzijgevel wordt het bestaande raam op de zolderverdieping dichtgemaakt en worden er 2 nieuwe identieke raamopeningen gemaakt met een breedte van 1 m en een hoogte van 1,2 m.
De 2 ramen op de eerste verdieping van de achtergevel worden beide vergroot. Het kleinste rechts gelegen raam wordt vergroot van 0,68 m op 0,87 m, naar een hoogte van 1,16 op 1,60 m breed. Het grotere linker raam blijft 2,20 m breed, maar wordt doorgetrokken tot op het vloerniveau van de verdieping.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER VAN DE GEMELDE STEDENBOUWKUNDIGE HANDELINGEN
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
Op de ingediende melding zijn volgende bestemmingsplannen en planologische voorschriften van toepassing:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Er wordt voldaan aan het volgende artikel van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
Artikel 3. Voor handelingen met stabiliteitswerken die uitgevoerd worden aan zijgevels, achtergevels en daken van hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
3° het fysiek bouwvolume en bouwoppervlakte blijven ongewijzigd.
Bovendien voldoen de handelingen aan artikel 6 van hetzelfde besluit, aangezien ze:
● niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of vergunningen voor het verkavelen van gronden, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van omgevingsvergunningen;
● niet worden verricht op percelen waarop voorlopig of definitief beschermde monumenten aanwezig zijn, in voorlopig of definitief beschermde cultuurhistorische landschappen, in voorlopig of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten, of in voorlopig of definitief beschermde archeologische sites;
● niet worden uitgevoerd in een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, noch in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
● niet worden uitgevoerd voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook.
De gemelde stedenbouwkundige handelingen zijn meldingsplichtig en niet verboden.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de melding ingediend door mevrouw Laura Van Veerdeghem wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk en de heer Milo Destoop wonende Stasegemstraat 26 te 8540 Deerlijk voor de in het meldingsdossier opgenomen stedenbouwkundige handelingen, zijnde het verbouwen van een woning en maken van nieuwe gevelopeningen in zij- en achtergevel gelegen Stasegemstraat 26 te Deerlijk.
Artikel 2
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding. De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
Men kan tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
Men doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie).
Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoekschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
● de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoekende partij, de gekozen woonplaats in België, een telefoonnummer en een e-mailadres;
● de naam en het adres van de verweerder;
● het voorwerp van het beroep of bezwaar;
● een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
● een inventaris van de overtuigingsstukken.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.9. OMV 2025_115 - Boshoek 48 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een woning en een bijgebouw, op een perceel gelegen Boshoek 48 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 445 Z, aangevraagd door de heer Jordy Van Moorleghem met als contactadres Boshoek 48 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 16 oktober 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 14 november 1963 (dossiernummer 196318).
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Relevante stedenbouwkundige vergunningen
Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 16 januari 1964 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woning.
Relevante milieuvergunningen
Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
Relevante omgevingsvergunningen
Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1.088 m² en is gelegen langs de Boshoek op ongeveer 1,6 km ten noordoosten van de kern van Deerlijk. De Boshoek is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg, die doodloopt.
Het perceel is bebouwd met een alleenstaande eengezinswoning bestaande uit 1 bouwlaag en een laag hellend dak. De woning heeft een kroonlijsthoogte van een 2,60 m en een nokhoogte van 4 m. Er bevindt zich een bijgebouw ingeplant tot op de linker perceelsgrens dat gebruikt wordt als garage en tuinhuis.
De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst een vrijstaande eengezinswoning te verbouwen door het licht hellend dak te vervangen door een zadeldak (45°), door het plaatsen van buitenisolatie en nieuwe gevelsteen en door de interne verbouwing. Het volume van de woning wordt uitgebreid van 433 m³ naar 703 m³. De bebouwde oppervlakte blijft behouden.
Op het gelijkvloers bevinden zich een leefkeuken, berging, apart toilet, wasplaats, woonkamer met bureel, badkamer en een slaapkamer. Op de verdieping worden 3 slaapkamers, een hal met apart toilet, een badkamer, een berging en een terras ondergebracht.
De gevels worden afgewerkt in rood-bruin metselwerk, de dakbedekking bestaat uit zwarte dakpannen en het schrijnwerk is voorzien in zwart pvc. De topgevel van het nieuwe dak wordt afgewerkt met houten gevelbekleding in een grijze kleur.
In de voortuin wordt deels onthard. In de tuinzone wordt een het aangebouwde bijgebouw deels afgebroken.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.
Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van de verkaveling gezien de grondoppervlakte van de woning niet verandert en er geen verdere bepalingen inzake gabarit en bijgebouwen noch over de inrichting van de voortuin opgenomen zijn.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
In toepassing op de artikelen 4.3.5. tot en met 4.3.8. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan gesteld worden dat de Boshoek een voldoende uitgeruste openbare weg is.
De aanvraag beoogt niet de oprichting van een bedrijfswoning.
De aanvraag ligt niet in een reservatiestrook. Het goed is niet getroffen door een rooilijn.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 7.500 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 4.290 liter en een referentieoppervlakte van 12 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor een wasmachine, toiletten en een buitenkraan.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze landelijke omgeving.
Het ontwerp zorgt voor een verruiming van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning op 8,35 m achter de rooilijn blijft ongewijzigd.
De verkaveling die dateert van 1963, geeft enkel een summiere aanduiding van de bouwzone. De bebouwde oppervlakte van de woning wijzigt niet waardoor de aanvraag geen impact heeft op het ruimtegebruik
De sloop van de huidige aanbouw tegen de garage betekent een sanering van de bebouwing op het perceel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning wijzigt door het optrekken van de nokhoogte en de dakhelling. De woning behoudt evenwel zijn één bouwlaag met hellend dak waardoor de impact van het gewijzigde volume beperkt zal zijn. Voorts worden vooral interne verbouwingswerken uitgevoerd.
De totale gelijkvloerse bouwdiepte blijft op die manier tot 15 m, hetgeen zeker aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwhoogte is immers vergelijkbaar met deze van de buren en de muren op de perceelsgrens veranderen niet.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Het ontworpen volume is in overeenstemming met de verkavelingsvoorschriften.
Verschijningsvorm:
De voorgevel wijzigt voor wat betreft de afwerking van de topgevel, de afwerking van de gelijkvloerse bouwlaag wordt opnieuw voorzien in rood metselwerk waardoor het ontwerp slechts een beperkte impact heeft op het straatbeeld.
Het nieuwe gevelmateriaal integreert zich binnen de bestaande bebouwing.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht.
Groen- en omgevingsaanleg:
De voor- en achtertuin worden deels onthard. Het is belangrijk in functie van biodiversiteit en beeldkwaliteit om de niet verharde delen van de voortuin aan te planten met opgaand groen (stuiken/heesters/bloemenrijk grasland). In de voortuin wordt de oprit en een parkeerplaats als verharde oppervlakte behouden. Dit is beperkt en bijgevolg aanvaardbaar.
De woning beschikt daarnaast over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen. Er worden in de achtertuin twee nieuwe bomen voorzien wat een positieve impact zal hebben op de beleving van de tuinzone. Door de sloop van de aangebouwde constructie naast het bijgebouw ontstaat een betere relatie tussen de woning en de tuin wat de woonkwaliteit ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Jordy Van Moorleghem met als contactadres Boshoek 48 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen van een woning en een bijgebouw, op een perceel gelegen Boshoek 48 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 445 Z.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.10. OMV 2025_118 - Bouckaertstraat 30 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het renoveren van een woning en aanleggen van een zwembad, op een perceel gelegen Bouckaertstraat 30 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 333 M, aangevraagd door Stijn Vanassche namens VDS-Projects BV met als contactadres Meensesteenweg(Bis) 96 te 8501 Kortrijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 16 oktober 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Gunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming agrarisch gebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verkaveling
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 15 oktober 1964 (dossiernummer 1964.16/1106-1).
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is voor het vergunningsplichtige in overeenstemming met de vigerende verkavelingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
● Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.
Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:
● Stedenbouwkundige vergunning (1106-30-A) voor bouwen van een woning - goedgekeurd op 31/05/1968.
● Stedenbouwkundige vergunning (1106-30-B) voor bouwen van een garage - goedgekeurd op 19/05/1972.
● Verkavelingsvergunning (1106-1) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 15/10/1964.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1251 m² en is gelegen langs de Bouckaertstraat op ongeveer 650 m ten noordoosten van de kern van Sint-Lodewijk. De Bouckaertstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een landelijke en smalle weg.
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning bestaand uit 1 bouwlaag met een mansardedak en daarnaast een vrijstaande garage.
De omgeving is een landelijke, agrarische omgeving. De aanvraag bevindt zich binnen een beperkte wooncluster met een viertal woningen aan dezelfde zijde van de weg en een landbouwgebied aan de overzijde van de weg en achterliggend de eigendom.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Verbouwing woning
De aanvraag betreft het verbouwen van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de bestaande veranda aan de achterzijde. De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van 26,40 m².
Daarnaast wordt de bestaande eengezinswoning integraal gerenoveerd waarbij het gelijkvloers van de woning heringedeeld wordt en een vaste trap voorzien wordt naar het eerste verdiep teneinde het nachtgedeelte op de eerste verdieping in te richten. De interne verbouwing zorgt er ook voor dat hier en daar bestaande raamopeningen dichtgemaakt en bijgemaakt worden.
De volledige woning wordt geïsoleerd. De bestaande gevelsteen wordt verwijderd en na isolatie wordt een nieuwe gevelsteen geplaatst in een rood genuanceerde kleur. Ook de dakconstructie wordt geïsoleerd en voorzien van een nieuwe dakbedekking in pannen met een zwarte kleur.
Tuinzone
In de tuinzone wordt de bestaande garage gesloopt en vervangen door een nieuwe garage. De nieuwe garage wordt ingeplant op 1 m van de rechter zijperceelsgrens, heeft een breedte van 4 m op een diepte van 8 m en wordt afgewerkt met een plat dak met een hoogte van 2,85 m. De gevels van het bijgebouw worden voorzien in hetzelfde metselwerk als de woning. De oprit naar de garage wordt heraangelegd als een karrenspoor.
In de achtertuin, op 3,70 m afstand van de garage, voorziet de aanvrager de aanleg van een nieuw buitenzwembad met een breedte van 4,60 m op een lengte van 8,60 m.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.
Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.
De aanpalende eigenaars werden niet om advies gevraagd aangezien de aanvraag geen betrekking heeft op werken aan scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom.
Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.
De aanvraag voldoet aan de bepalingen van de verkaveling gezien de footprint en inplanting van de woning niet wijzigt en het bouwvolume slechts wijzigt ifv isolatie waardoor de bestaande afwijkingen niet groter worden.
De aanvraag voldoet niet aan de voorschriften voor wat betreft de inplanting en oppervlakte van het nutsgebouw. Evenwel valt het bijgebouw onder de bepalingen van de vrijstellingen en is de verkaveling ouder dan 15 jaar waardoor de planologische toets ook doorstaan wordt voor wat betreft het bijgebouw.
De aanvrager voorziet de aanleg van een zwembad. In de verkaveling zijn hierover geen bepalingen opgenomen en de onderliggende gewestplanbestemming betreft een agrarisch gebied waardoor het zwembad enkel gerealiseerd kan worden binnen de vrijstellingsbepalingen volgens het besluit van de Vlaamse Regering.
Artikel 2.1, 8° van het besluit tot bepaling van de handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is stelt het volgende:
8° de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, ingeplant tot op 1 meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van dergelijke constructies, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, 80 vierkante meter niet overschrijdt en voor zover het hemelwater dat op de niet-overdekte constructies valt, niet wordt afgevoerd van het eigen terrein. De overloop van een zwembad mag worden aangesloten op de riolering;
Volgens het inplantingsplan hebben het karrespoor vanaf de voorgevelbouwlijn, het terras en het zwembad samen een oppervlakte van 79,65 m² waardoor voldaan is aan de vrijstellingsbepalingen en ook het zwembad en de verharding bijgevolg de planologische toets doorstaan.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 6.000 liter en een referentieoppervlakte van 21,49 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, de wasmachine en een dienstkraan.
Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.
Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.
7.4 Mer-screening
De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Niet van toepassing.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze omgeving.
Het ontwerp zorgt voor een herindeling en rationalisering van de woning en er worden energetische ingrepen uitgevoerd. Zodoende beantwoordt het ontwerp aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
De inplanting van de woning blijft ongewijzigd.
De bebouwde oppervlakte van de woning wordt niet uitgebreid waardoor de aanvraag geen negatieve impact heeft op het ruimtegebruik. De sloop van de huidige veranda en de garage betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken en energetische werkzaamheden (isolatie) uitgevoerd.
Er wordt geen hinder verwacht voor de omringende percelen. De bouwdiepte is immers vergelijkbaar met deze van de buren, de bouwhoogte is aanvaardbaar en de muren op de perceelsgrens veranderen niet.
Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving.
Het ontworpen volume is in overeenstemming met de verkavelingsvoorschriften.
Verschijningsvorm:
De woning wordt geïsoleerd en voorzien van een nieuwe gevelbekleding en dakbedekking. De gevelbekleding behoudt zijn roodgenuanceerde kleur waardoor de impact beperkt zal zijn. De dakbedekking wordt voorzien in zwarte pannen in plaats van rode maar sluit met dit nieuwe materiaal aan bij de dakbedekking van de woningen rechts en links. Het ontwerp zal bijgevolg slechts een beperkte impact hebben op het straatbeeld.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. De garage wordt herbouwd zodat op eigen terrein voorzien is in voldoende parkeergelegenheid.
Groen- en omgevingsaanleg:
Achter de woning wordt een terras en een buitenzwembad aangelegd. De gezamenlijke oppervlakte is beperkt en de woning beschikt over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen.
Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
De woning beschikt tevens over een kleine voortuin. Deze zone dient steeds te worden aangelegd als voortuin met laagstammig groen.
De geplande verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen, wat de waterhuishouding ten goede komt.
Conclusie
Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet geen bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Niet van toepassing.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Stijn Vanassche namens VDS-Projects BV met als contactadres Meensesteenweg(Bis) 96 te 8501 Kortrijk, voor het renoveren van een woning en aanleggen van een zwembad, op een perceel gelegen Bouckaertstraat 30 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie E 333 M.
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
C.11. Inname openbaar domein - kennisname
Zitting van CBS van 22 OKTOBER 2025
D.1. OMV 2025_90 - Braamakkerstraat 14 - beslissing
Aanleiding en context
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van twee woningen met warmtepompen, op een perceel gelegen Braamakkerstraat 14 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 86 D en (afd. 2) sectie C 88 C, aangevraagd door de heer Nicolas De Smet met als contactadres Windhalmlaan 6 te 8540 Deerlijk en Nicolas De Smet namens Timeless New Concepts BV gevestigd Nieuwenhovestraat 12 te 8540 Deerlijk.
Motivering
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 17 oktober 2025.
Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Ongunstig.
Het advies wordt als volgt gemotiveerd:
Gewestplan
De eigendom is volgens de voorzieningen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) deels gelegen in een woongebied en deels in een gebied voor vervuilende industrie. De aanvraag situeert zich in het gedeelte woongebied.
Ruimtelijk uitvoeringsplan
● De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.
● De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.
● De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bijzonder plan van aanleg
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, BPA Gavers, wijziging B, dd. 1 september 1987 met als bestemming zone 3 menging halfopen en open bebouwing en zone 13 tuinstrook incl. uiterste grens der gebouwen tussen beide zones
Verkaveling
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het BPA is van toepassing op de aanvraag.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:
● Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.
● Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).
● Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.
Er zijn geen historische dossiers voor deze aanvraag.
3.1 Beschrijving van de omgeving
De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 2209 m² en is gelegen langs de Braamakkerstraat op ongeveer 450 m ten zuidwesten van de kern van Deerlijk. De Braamakkerstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
Het perceel is bebouwd. De bestaande woning, opgetrokken met 1 bouwlaag en hellend dak, bevindt zich op +/- 30 m achter de rooilijn. Deze achteruitbouwstrook is ingericht als tuin bij de woning. Op +/- 3 m van de rooilijn bevindt zich een treurwilg. Achter de woning bevindt zich over een breedte van ongeveer 20 m een bijgebouw met hellend dak. Ter hoogte van de noordelijke perceelsgrens bevindt zich ondergronds een leiding van Aquafin. Ten zuiden bevindt zich een ontsluitingsweg naar de achterliggende bedrijfsgebouwen. Conform de plannen betreft deze uitweg een erfdienstbaarheid.
De omgeving heeft een vrij residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen. Tussen de Stationsstraat en de Braamakkerstraat is een (voormalige) bedrijfssite gelegen. Deze site is zo goed als volledig bebouwd/verhard. De bedrijfsgebouwen op deze site zijn (deels) in gebruik en hebben, onder meer door hun uniforme opbouw met sheddaken, een architecturale waarde.
3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvrager wenst twee gekoppelde eengezinswoningen te bouwen voor de bestaande te behouden woning.
Er worden 2 kavels gerealiseerd die zich bevinden tot op de rechter zijperceelsgrens, tot op een afstand van 4 m van de linker zijperceelsgrens ten behoeve van de ontsluiting van de bestaande woning en met een diepte van 8 m achter de achtergevel van de nieuwe woningen. De rest van het perceel blijft gevoegd bij de bestaande achterliggende woning. Het lot 1 zal een oppervlakte hebben van 397,15 m² en het lot 2374,84 m².
De nieuwe woning op lot 1 wordt ingeplant op min. 5,30 m van de rooilijn, op de rechter zijperceelsgrens en op 3 m van de linker zijperceelsgrens. De woning op lot 2 wordt ingeplant op min. 7,37 m van de rooilijn, op 4,07 m van de rechter zijperceelsgrens en op de linker zijperceelsgrens. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt 8 m. De woningen hebben een breedte van 8,70 m. De diepte op het gelijkvloers bedraagt 12,40 m voor de woning op lot 1 en 12,50 m voor de woning op lot 2. De bouwdiepte op de verdieping bedraagt voor beide woningen 9,40 m.
De woningen bestaan uit twee bouwlagen met hellend dak. De kroonlijsthoogte bedraagt minstens 4,95 m en max. 5,45 m en de nokhoogte ligt op 10 m.
Op het gelijkvloers van woning 1 bevinden zich een inkom, toilet, garage, keuken, eet- en leefruimte. Op het gelijkvloers van woning 2 bevinden zich een inkom, toilet, berging, keuken, eet- en leefruimte. Op de verdieping worden telkens 3 slaapkamers, een badkamer en afzonderlijk toilet ondergebracht. Onder het dak wordt een zolder voorzien.
In de zijtuinstrook van lot 2 wordt tot op 1,09 m van de rechter kavelgrens een open carport voorzien met een oppervlakte van 15 m². De carport heeft een hoogte van 2,88 m.
De gevels worden afgewerkt in een combinatie van wit en bruin genuanceerd metselwerk, de dakbedekking bestaat uit zwart klassieke dakpannen en het schrijnwerk is voorzien in zwart aluminium.
In de voortuin wordt verharding voorzien in functie van de toegangen naar de voordeuren en de garage/carport. In de tuinzone wordt telkens een terras met 25,66 m² in niet waterdoorlatende verharding aangelegd.
De bestaande woning bevindt zich op een hoogte tussen de 0,57 m en 0,65 m boven het niveau van de as van de weg. De woningen worden opgetrokken op 0,22 m boven de as van de weg.
3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Ten behoeve van de bouw van 2 eengezinswoningen worden in functie van verwarming en koeling van de woningen 2 warmtepompen aangevraagd, 1 per woning. Elke warmtepomp heeft een maximaal elektrisch ingangsvermogen van 4 kW.
Volgende ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
16.3.2°a) | Het voorzien van twee individuele warmtepomp units - één per woning met een individueel maximaal elektrisch vermogen van 4kw. (Nieuw) | 8 kW | 3 |
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 25 juli 2025 tot 23 augustus 2025. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.
De nutsmaatschappijen, zijnde Fluvius, Proximus, Wyre en de Watergroep werden om advies verzocht op 16 juli 2025. Volgende adviezen werden ontvangen:
● Fluvius – voorwaardelijk gunstig met offerte voor uitbreiding van de netten – uitgebracht op 25 juli 2025
Voor dit project dienen geen werken uitgevoerd te worden binnen het project zelf, maar er zijn wel forfaitaire kosten verschuldigd voor investeringen buiten het project, vereist om dit project aansluitbaar te maken op het distributienet.
De loten mogen pas worden verkocht wanneer de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen door B.V. Timeless New Concepts Nicolas De Smet werd ondertekend voor akkoord en vervolgens de facturen m.b.t. deze offerte vereffend zijn. U wordt hiervan in kennis gesteld van zodra de voorwaarden voldaan zijn. Het volledige projectreglement kunt u raadplegen op www.fluvius.be of op eenvoudig verzoek aanvragen.
● Proximus – voorwaardelijke gunstig – uitgebracht 31 juli 2025
Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning:
○ Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.
○ Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.
○ Van zodra vergund en minimaal zes maanden voor wind- en waterdicht dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het online formulier in te vullen via https://proximusforrealestate.be/bouwen-online-formulier/
○ De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.
○ Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via network.relations.A11@proximus.com.
○ Sloop en/of gevelwerken dienen ten laatste acht weken voor uitvoering gemeld te worden via https://www.proximus.be/nl/id_f_cr_afbraak/particulieren/r-orphans/forms/afbraak.html
● De Watergroep – voorwaardelijk gunstig – uitgebracht 28 augustus 2025
Advies ACCA
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaand betaald worden:
○ een forfaitaire kost per bebouwbare kavel
○ een studiekost per project
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen. Vervolgens zal de gemeente, cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, een verkoopbaarheidsattest afleveren.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
Bij de plaatsing van de digitale watermeter is een draadloze verbinding met de digitale elektriciteitsmeter vereist. Om te verzekeren dat deze draadloze verbinding kan gemaakt worden, moet de aftakking voldoen aan onderstaande bijkomende voorwaarden:
○ De digitale watermeter staat best in dezelfde ruimte als de digitale elektriciteitsmeter.
○ De maximale afstand tussen de digitale elektriciteitsmeter en de digitale watermeter bedraagt 50 meter.
Conclusie uit het advies Riopact:
Het dossier kan aanvaard worden mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
○ Het dossier voorziet een hemelwaterput met een volume van 7.500 liter voor lot 1 en 7.500 liter voor lot 2. De hemelwaterput voor lot 1 is correct gedimensioneerd. De hemelwaterput voor lot 2 is niet correct gedimensioneerd en dient aangepast te worden naar 10.000 liter.
Aanbeveling:
○ De woning op lot 2 situeert zich op een locatie met een middelgrote kans op overstroming. Het wordt aangeraden om het project ook door de waterloopbeheerder te laten adviseren.
Er dient eveneens rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden:
○ De diameter van de regenwateraansluiting moet 160 mm bedragen.
○ De diameter van de afvalwateraansluiting moet 160 mm bedragen.
○ Afvalwater en hemelwater moeten volledig gescheiden worden. Wanneer wordt aangesloten op een gemengde leiding, gebeurt het samenbrengen van afvalwater- en hemelwaterafvoer op max. 50 cm van elkaar ter hoogte van het openbaar domein. Er dient op beide aansluitingen een externe toezichtmogelijkheid (huisaansluitputje) voorzien te worden.
○ Wat betreft de aansluiting op het openbaar stelsel: het privaat stelsel dient te worden afgestemd qua positie en diepte op het huisaansluitputje dat door de gemeente of haar aannemer geplaatst wordt. Gelieve hiermee rekening te houden zodat het privaat stelsel bij voorkeur gravitair kan aansluiten, zo niet dient men op eigen terrein een pompinstallatie te voorzien.
○ De zone is gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Bij het bouwen in een zone die gelegen is in overstromingsgevoelig gebied, is het van belang dat er voldoende aandacht wordt besteed aan waterveilig bouwen en aan het bewaren en herstellen van de ruimte voor water (bv overstroombare kelders, bouwen op palen,...). Verder dient er ook een advies verkregen te worden via de waterloopbeheerder en dient er rekening gehouden te worden met de voorwaarden volgend uit de watertoets.
○ De kanten van de wadi mogen niet steil aangelegd worden maar moeten flauw hellend zijn, zodat deze ook mee kunnen infiltreren. Men dient bovendien rekening te houden bij uitvoering van het dossier dat de gronden t.h.v. de toekomstige wadi niet verdicht worden om de optimale werking ervan te bewaren. Zo niet dienen ze opnieuw losgefreesd te worden voor definitieve aanleg. Het gras moet direct hydraulisch ingezaaid worden, bij voorkeur vóór de aansluiting van het water zelf, zodat het gras de kans krijgt om te groeien alvorens de wadi vol staat met water. Een alternatief voor hydraulisch inzaaien zijn vooraf ingezaaide, biologisch afbreekbare kokosmatten (ongewapend met plastiek of ijzerdraad). Merk wel op dat dit laatste een ecologisch minder interessant alternatief is wegens het gebruik van dominante en weinig diverse soorten.
○ De aansluiting op de openbare riolering dient steeds te gebeuren door Riopact, voor de aanvraag van uw rioolaansluiting verwijzen wij graag naar onze website www.riopact.be, 'Rioolaansluiting aanvragen'. Let op, er dient per perceel een aparte aanvraag ingediend te worden, met als bijlage het rioleringsplan met aanduiding van de aangevraagde rioolaansluitingen.
○ Bij het ontwerp en de uitvoering van de werken dient rekening te worden gehouden met het 'Reglement Ontwikkelingen met impact op de rioleringsinfrastructuur' van Riopact. In voorkomend geval kan De Watergroep nog een advies indienen dat betrekking heeft op de distributieleidingen voor drinkwater en op de bescherming van de drinkwaterbronnen.
Er dient voldaan te worden aan volgende algemene voorwaarden:
○ Het is aangewezen om op de hemelwateraansluiting een terugslagklep te voorzien. Op die manier wordt het risico op terugstroming van water uit het systeem waarop wordt aangesloten en eventuele vervuiling van het hemelwatersysteem beperkt.
○ Bij de uitvoering van de werken en de aanleg van de infiltratievoorziening(en) dient rekening te worden gehouden met de VLARIO richtlijnen infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen mogen in geen geval drainerend werken. Voorbeelden van infiltratievoorzieningen kunnen gevonden worden op www.blauwgroenvlaanderen.be
● Wyre – gunstig – uitgebracht 24 juli 2025
Hieruit blijkt dat de nodige infrastructuur op openbaar domein al aanwezig is en dat er geen uitbreiding van het Wyre netwerk dient te gebeuren.
In navolging van het advies van Riopact werd op 7 oktober 2025 advies gevraagd aan de Provinciaal Technische dienst Waterlopen. De adviesinstantie bracht op 7 oktober 2025 volgend advies uit:
Nieuwe afwaterende oppervlakte aanvraag <= 1.000 m², aanvraag is niet op een perceel/percelen gelegen langs waterloop 2de categorie en aanvraag is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied (Pluviaal/Fluviaal/Zee bij buien met een middelgrote kans (T100) in toekomstig klimaat 2050)).
Er worden vanuit onze dienst geen maatregelen opgelegd bij een overstromingskans toekomstig klimaat (2050) kleine kans (T1000).
Het is aan de vergunningverlenende overheid om verder na te gaan of de aanvraag voldoet aan de bepalingen van de Gewestelijk Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater (GSV) met in het bijzonder het toepassen van het algemeen uitgangsprincipe (duurzaamheidsprincipe) waarbij het regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk wordt gebruikt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water wordt afgevoerd. De plaatsing van de (nood)overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dienen aan dit principe te beantwoorden.
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.
Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.
7.1 Planologische toets
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van BPA Gavers wijziging B. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In het aanvraagdossier worden volgende afwijkingen gevraagd:
Plan schrijft voor: | Ontwerp voorziet: |
Max. bebouwde oppervlakte 250 m²
| Max. bebouwde oppervlakte 346,50 m²
|
Kavelbreedte van min. 12 m | Kavelbreedte van Lot 1 11,75 m
|
Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien beide woningen zich bevinden in een zone voor halfopen en open bebouwing waarbij de maximale terreinbezetting van 40 % gerespecteerd wordt, er voldoende tuinzone is (zijnde minstens 8 m tov de achterkavelgrens), de maximale bouwdieptes, kroonlijst- en nokhoogte niet overschreden worden en er op eigen terrein ruimte is voor het parkeren van auto’s en fietsen.
Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De eerste afwijking heeft betrekking op de bebouwde oppervlakte van het perceel zodat een afwijking overwogen kan worden. In het BPA is naast de bebouwde oppervlakte ook de maximale terreinbezetting opgenomen. Deze maximale terreinbezetting van 40 % wordt gerespecteerd. Ook wordt de bebouwde oppervlakte van de nieuwe bebouwing per lot gerespecteerd waardoor de afwijking als beperkt omschreven kan worden.
De tweede afwijking heeft betrekking op de kavelbreedte zodat een afwijking overwogen kan worden. Een afwijking van 0,25 m is beperkt en kan, rekening houdend met de directe omgeving, aanvaard worden.
7.2 Decretale beoordelingsgronden
Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)
De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)
De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.
Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)
Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regels betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)
De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.
Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)
Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij. In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is hier geen verplichting vanuit de rioleringstoets. Evenwel wordt deze wel verplicht door de rioolbeheerder (Riopact). Op de plannen is bij beide woningen een septische put voorzien zodat voldaan is aan deze verplichting. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd te worden tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.
7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)
Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.
Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).
Het betrokken goed is volgens de fluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
Het betrokken goed is volgens de pluviale overstromingskaart deels gelegen in een zone met middelgrote overstromingskans. Er dringen zich in het kader van de watertoets wel maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.
○ de vloerpas van de woning lot 2 op ongeveer + 15.45m TAW moet worden voorzien. Het ontwerp voorziet een vloerpas van 15.20TAW wat ruim onvoldoende is.
○ de vloerpas van woning lot 1 is niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone.
Voor mogelijke ingrepen die in overstromingsgebied toepasbaar zijn, verwijzen we naar de brochures:
o Overstromingsveilig bouwen en wonen — nl (integraalwaterbeleid.be).
o Praktische tips om waterschade aan woningen te voorkomen — Vlaamse Milieumaatschappij (vmm.be)
Gezien de impact dat het aanpassen van het vloerpas heeft op de totale vergunningsaanvraag (hoogte woning en wijziging terreinaanleg ifv aansluiting met de tuin), wordt een ongunstig advies gegeven. Een andere inplanting van de woning, waarbij buiten de watergevoelige zone gebouwd wordt, zou een positiever effect hebben op de waterhuishouding van het perceel en de directe omgeving.
Daarnaast dient de aanvraag getoetst te worden aan de gewestelijke verordening inzake hemelwater. Er is niet volledig voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.
De dakoppervlakte van woning 1 watert af naar een hemelwaterput van 7500 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 2930 liter en een referentieoppervlakte van 8 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toiletspoeling, wasmachine, buitenkraan en onderhoud. Dit voldoet.
De dakoppervlakte van woning 2 watert af naar een hemelwaterput van 7500 liter. Gezien de verharde oppervlakte van de overdekte constructies 121,44 m² bedraagt, dient een hemelwaterput te worden voorzien van 10.000 liter. Dit dient opgelegd te worden als voorwaarde. De hemelwaterput heeft een overloop naar een infiltratievoorziening met een volume van 3060 liter en een referentieoppervlakte van 7,32 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toiletspoeling, wasmachine, buitenkraan en onderhoud.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.
De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem. Gezien het watergevoelig karakter van lot 2 dient het terras te worden aangelegd in waterdoorlatende materialen. Dat dient opgelegd te worden als voorwaarde.
7.4 Mer-screening
De bouwaanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december, meer bepaald rubrieknummer 10.b) stadsontwikkeling.
In navolging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 (BS 29 april 2013) dient er voor de aanvraag een project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage III bij het project-m.e.r.-besluit).
De mer-screening wordt toegevoegd in de voorbehouden velden in het omgevingsloket.
Hierbij werden de mogelijke effecten van het project op de omgeving onderzocht en gemotiveerd waarom deze niet aanzienlijk zijn. Bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd reeds vastgesteld dat de milieueffecten niet aanzienlijk zijn. Bijgevolg was de opmaak van een milieueffectenrapport niet vereist
Stikstofdecreet
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Het ontwerp voorziet 2 bijkomende woningen, wat neerkomt op ongeveer 5840 jaarlijkse vervoersbewegingen. Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien de huizen op het meest kritische habitat gebouwd worden, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1 % de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoningen, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1 %.
7.5 Natuurtoets
Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden wordt veroorzaakt.
7.6 Erfgoed-/archeologietoets
Niet van toepassing.
7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)
Niet van toepassing.
7.8 Decreet grond- en pandenbeleid
Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.
7.9 Milieuaspecten
Geluid en trillingen
De warmtepompen (type water-water volgens uitvoeringsplan) kunnen geluidsemissies veroorzaken. De binnenunits bevinden zich in de technische berging op het gelijkvloers. De geluidshinder naar de omgeving wordt hierdoor tot een minimum beperkt. De buitenunits bevinden zich aan de buitengevels in de tuinzone. Door een kwalitatieve behuizing en regelmatig onderhoud wordt de geluidshinder eveneens tot een minimum beperkt.
Lucht
Door het gebruik van koelmiddel kunnen er luchtemissies naar de omgeving optreden. Deze emissies worden voorkomen door correct afstellen van de toestellen en regelmatig onderhoud.
Biodiversiteit
De bepalingen van het stikstofdecreet zijn niet van toepassing op het project. Het project komt voor op de lijst van vergunningsplichtige handelingen waarbij gesteld kan worden dat de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan 1 %.
Conclusie milieuaspecten
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, veroorzaakt door de gevraagde exploitatie, bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.
7.10 Goede ruimtelijke ordening
Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.
Functie:
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van twee gekoppelde eengezinswoningen. Deze functie blijft is passend binnen deze verstedelijkte omgeving.
Het ontwerp zorgt voor een voldoende ruime en rationele indeling van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.
Inplanting en ruimtegebruik:
Het perceel van 2209 m² wordt in het voorliggende ontwerp opgesplitst in drie loten, met een beoogde dichtheid van 13,5 woningen per hectare. Lot 1 en lot 2 hebben respectievelijk een oppervlakte van 397 m² en 375 m², terwijl de bestaande woning op lot 3 een oppervlakte van 1437 m² behoudt. Door deze opsplitsing wordt een dichtheid van 13,5 woningen per hectare gerealiseerd. Deze dichtheid sluit op zich niet meteen aan bij een stedelijke kernligging. Een hogere dichtheid, waarbij rekening gehouden wordt met de ontwikkelingsmogelijkheden op de percelen in de directe omgeving, is wenselijk.
De herindeling met de toevoeging van twee nieuwe woningen, impliceert ook dat de huidige woning naar een tweede bouwlijn geduwd wordt. Woningen in een tweede bouwlijn zijn slechts mogelijk als die beschikken over voldoende kwaliteit en geen hinder veroorzaken naar de omgeving toe. Daarom wordt steeds meegegeven dat de afstand tussen woning en elke perceelsgrens minstens 8 m moet zijn. Het ontwerp voldoet hier niet aan.
Daarnaast is het belangrijk om het ontwerpvoorstel te kaderen binnen het bredere masterplan waarvan de principes goedgekeurd werden door het college van burgemeester en schepenen op 26 februari 2025. Dit masterplan voorziet in een integrale ontwikkeling van het binnengebied tussen de Braamakkerstraat en de Stationsstraat, met verschillende zones: een woonproject in het noorden, een gemengde woon-werkzone in het centrale deel, en een verweven bedrijfssite in het zuiden. Het masterplan is gericht op het realiseren van een kwalitatieve en duurzame woon- en werkomgeving met een dichtheid conform de verstedelijkte omgeving. Dit masterplan vormt de basis voor het wijzigen van het bestaande BPA en voor het voeren van gesprekken tussen de betrokken eigenaars. Het concept rond de verkeersafwikkeling wordt zo voorzien dat er gewerkt wordt met een verkeersvrij binnengebied en parkeerzones voor geclusterd parkeren aan de randen. Het voorliggende perceel is gelegen binnen het noordelijke woonproject en speelt een sleutelrol in het voorzien van voldoende groen en in de ontsluiting van de parkeerhaven langs de Braamakkerstraat.
Het masterplan voorziet op dit perceel volgende belangrijke principes:
● De realisatie van bijkomende woningen op de plaats van de huidige woning, georiënteerd op het binnengebied.
● Een groenzone, die wenselijk is voor het waarborgen van de leefkwaliteit binnen de verstedelijkte kern, en noodzakelijk is bij verdichting van het binnengebied en het bufferen van de nieuwe woonontwikkeling.
● Een parkeerhaven voor de noordelijke en centrale wooncluster die de parkeerafwikkeling van het oostelijke deel van het binnengebied op een veilige manier afwikkelt richting de Braamakkerstraat in een dubbel richtingsverkeer.
Conform art. 1.1.4 VCRO dient elke ruimtelijke ontwikkeling erop gericht te zijn “om duurzame ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken, waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden en waarbij de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar worden afgewogen. Hierbij wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen.”
Hoewel het masterplan conform artikel 1.1.4 VCRO werd opgesteld en inzet op duurzame ruimtelijke ontwikkeling, verdichting, functieverweving en hergebruik van bestaande structuren, blijkt uit de analyse dat het huidige ontwerpvoorstel deze doelstellingen in het gedrang brengt. Door de toevoeging van twee woningen langs de straatzijde en het beperken van de oprit naar de achterliggende woning tot een breedte van 4 m, worden de ruimtelijke mogelijkheden voor de reconversie van het binnengebied gehypothekeerd gezien het perceel een scharnierpunt is die belangrijk is voor het mobiliteitsverhaal en het voorzien van voldoende groen.. Dit hypothekeert niet alleen de beoogde verdichting en functieverweving, maar ook het hergebruik van waardevolle industriële gebouwen.
Bouwvolume en gabarit:
Het hoofdgebouw van de woningen wordt opgetrokken met 2 bouwlagen en een hellend dak. Dit is in overeenstemming met wat gangbaar is in de directe omgeving waardoor het gevraagde inpasbaar in de betreffende omgeving.
Verschijningsvorm:
De woningen worden opgetrokken in metselwerk, waardoor de woningen zich integreren binnen de bestaande bebouwing.
De voorgevel van de woning op lot 1 heeft een vrij gesloten karakter. De kleine raampjes, voordeur en garagepoort bieden onvoldoende garantie op voldoende contact met het voorliggende publiek domein. Het is wenselijk dat er minstens 1 grotere raamopening voorzien wordt in de voorgevel.
Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:
Ten gevolge van de geplande werken waarbij 2 bijkomende woningen gebouwd worden, kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. Hoewel de bouwplaats op zich voldoende ontsloten is om deze beperkte toename op te vangen en er op het eigen terrein voldoende ruimte is voorzien om in de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen te voorzien, roept de voorgestelde ontsluitingsstructuur een ruimtelijke bezorgdheid op.
Het ontwerp voorziet links van de nieuwe bouwloten een ontsluitingsweg met een breedte van 4 meter, specifiek ten behoeve van de bestaande woning op Braamakkerstraat 14. In het kader van een toekomstige ontwikkeling van het reconversiegebied, biedt een ontsluitingsweg van slechts 4 meter breed onvoldoende garanties voor een kwalitatieve verkeersontwikkeling (volgens het masterplan in een dubbelrichting) voor meerdere woningen en magazijntje in het reconversiegebied. Om een kwalitatieve en veilige ontsluitingsstructuur te realiseren, is een minimale breedte van 6 meter noodzakelijk, verder in te richten op basis van intensiteit en type voertuigen/zwakke weggebruikers).
De huidige inplanting van de twee bijkomende woningen beperkt de beschikbare ruimte op het perceel zodanig, dat een dergelijke volwaardige ontsluiting niet langer mogelijk zal zijn en de herontwikkeling van het achterliggend gebied volgens de principes van het masterplan in het gedrang zullen worden gebracht.
Groen- en omgevingsaanleg:
Specifiek voor het ontwerp van de gekoppelde woningen wordt achter de woningen een terras aangelegd en beschikken de woningen over een voldoende ruime tuinzone om een kwalitatieve tuin te kunnen aanleggen.
Na de werken wordt het contact tussen de leefruimtes van de woning en de tuinzone versterkt, wat de woonkwaliteit ten goede komt.
De woningen beschikken tevens over een kleine voortuin. Deze zone dient steeds te worden aangelegd als voortuin met laagstammig groen. De huidige voortuin bij de bestaande woning Braamakkerstraat 14 zorgt in het bestaande dens bebouwde straatbeeld en de smalle straat voor een zekere verademing. De combinatie van de dubbele groene haag, de boom, de onbebouwde voorgrond en de toerit via de zijkant zorgen voor deze indruk.
In het ontwerp wordt de treurwilg in de voortuin behouden wat positief is, anderzijds wordt de haagstructuur aan de voorzijde verwijderd en worden diverse opritten gerealiseerd waardoor het bestaande karakter van het perceel volledig zal verdwijnen.
Door het bebouwen van de voorgrond voorziet het ontwerp ook een afname van de tuinzone van de bestaande woning Braamakkerstraat 14. De resterende buitenruimte bij de woning is grotendeels verhard. Hier liggen heel wat mogelijkheden om te ontharden.
In het kader van een toekomstige ontwikkeling van het reconversiegebied wordt een groenzone voorzien voor zowel de ontwikkeling als de directe omgeving, op een deel van de loten die nu bebouwd zullen worden. Deze groenzone is een gewenste groene inkleding in de sterk verharde en stenige omgeving van de Braamakkerstraat en vormt een verbindingsstuk tussen de reconversieontwikkeling achterliggend, en de groene omgeving van de verder gelegen basisschool De Driesprong. De invulling van dit perceel hypothekeert een toekomstige kwalitatieve ontwikkeling van de ruimere omgeving.
Conclusie
Hoewel het toevoegen van twee woningen op het eerste gezicht een beperkte impact heeft, heeft het ontwerp ingrijpende gevolgen voor de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het volledige binnengebied. Het huidige voorstel hypothekeert de gewenste verdichting, functieverweving en hergebruik van de industriële gebouwen. Het is daarom noodzakelijk dat de ontwikkeling van dit perceel verder afgestemd wordt op de bredere ontwikkelingsvisie zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 26 februari 2025.
Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.
De aanvraag doet weliswaar een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement op het eigen perceel, doch hypothekeert een verdere verdichting van de percelen in de directe omgeving. Hierdoor respecteert het ontwerp de kwaliteit van de woon- en leefomgeving niet.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in rekening brengen. Zoals eerder vermeld werd een masterplan opgemaakt voor het volledige binnengebied Stationsstraat – Braamakkerstraat in het kader van de reconversie van ‘de paarse sproet’ en ter voorbereiding van een herziening van het bestaande BPA. Het voorliggende perceel behoort door zijn beperkte bebouwde oppervlakte en centrale ligging tot het binnengebied. Het ontwerp belemmert de beleidsmatig gewenste ontwikkeling en hypothekeert de ontwikkeling in die mate dat verdichting op dit perceel in deze vorm niet wenselijk is.
7.11 Resultaten openbaar onderzoek
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.
7.12 Scheidingsmuren
Niet van toepassing.
7.13 Bespreking adviezen
Gelet op de expertise van de adviesinstanties en de impact op het bouwrijp maken van de kavels dienen de voorwaarden opgelegd door de nutsmaatschappijen strikt gevolgd te worden.
Standpunt van het college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen acht de aanvraag verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en de geldende stedenbouwkundige voorschriften.
De afstand van 4 m van de linkerzijperceelsgrens, ten behoeve van de ontsluiting van de bestaande woning, blijft behouden in de aanvraag.
De omgevingsambtenaar stelt dat een hogere dichtheid wenselijk is en dat 13,5 woningen/ha niet meteen aansluit bij een stedelijke kernligging. Echter verhindert deze aanvraag een latere verdichting niet, wanneer het binnengebied verder ontwikkeld wordt.
De omgevingsambtenaar stelt dat de bestaande woning door de nieuwe loten naar een tweede bouwlijn wordt geduwd en dat woningen in tweede bouwlijn enkel kunnen als ze voldoende kwaliteit bieden en geen hinder veroorzaken. De bestaande woning behoudt een ruime tuinzone en voldoet aan de eisen inzake woonkwaliteit. Er is geen aantoonbare hinder voor de omgeving, aangezien de ontsluiting behouden blijft en de nieuwe woningen in overeenstemming zijn met de bouwvoorschriften.
De omgevingsambtenaar verwijst naar een beleidsmatige wenselijkheid (masterplan), maar deze is richtinggevend en heeft geen verordenende kracht. Hoewel gesteld wordt dat het ontwerp de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het binnengebied zou hypothekeren, is het binnengebied uitgestrekt en blijven er nog steeds verschillende pistes mogelijk voor ontsluiting en verdere ontwikkeling. De huidige aanvraag sluit deze opties niet uit. Deze worden in kader van het masterplan verder onderzocht.
Het college van burgemeester en schepenen adviseert bijgevolg positief en is van mening dat de omgevingsvergunning verleend kan worden, mits nalevering van de volgende voorwaarden:
● Gezien het watergevoelig karakter van lot 2 dient het terras te worden aangelegd in waterdoorlatende materialen.
● In navolging van het advies van Riopact dient een hemelwaterput van 10.000 liter te worden voorzien voor lot 2.
Juridische gronden
● Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur
● Andere:
○ Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning
○ Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen
○ Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen
Financiën
De beslissing heeft geen financiële gevolgen.
BESLUIT
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning onder strikte voorwaarden aan de heer Nicolas De Smet met als contactadres Windhalmlaan 6 te 8540 Deerlijk en Nicolas De Smet namens Timeless New Concepts BV gevestigd Nieuwenhovestraat 12 te 8540 Deerlijk, voor het bouwen van twee woningen met warmtepompen, op een perceel gelegen Braamakkerstraat 14 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 86 D en (afd. 2) sectie C 88 C.
Artikel 2
Volgende ingedeelde inrichtingen en/of activiteiten worden goedgekeurd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid | Klasse |
16.3.2°a) | Het voorzien van twee individuele warmtepomp units - één per woning met een individueel maximaal elektrisch vermogen van 4kw. (Nieuw) | 8 kW | 3 |
Artikel 3
Bij afgifte van de vergunning dienen volgende voorwaarden strikt gevolgd te worden:
● Gezien het watergevoelig karakter van lot 2 dient het terras te worden aangelegd in waterdoorlatende materialen.
● In navolging van het advies van Riopact dient een hemelwaterput van 10.000 liter te worden voorzien voor lot 2.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.