DEERLIJK

19 MAART 2025

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte, Marleen Prat

Algemeen directeur: Karel Bauters

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 19 MAART 2025

D.1. Ontwerp-MER project Ventilus - ongunstig advies

 

Aanleiding en context

 

Een scopingsadvies wordt gevraagd aan team Omgevingseffecten en adviesinstanties. Team Omgevingseffecten neemt een beslissing over de aanmelding en bezorgt haar beslissing uiterlijk binnen een termijn van 60 dagen na de datum van ontvangst van de aanmelding aan de initiatiefnemer.

 

Op  21 februari 2025 heeft het Team Omgevingseffecten milieueffectenrapportage een adviesaanvraag overgemaakt betreffende de aanmelding met ontwerp-MER met vraag om scopingsadvies PR3731 Ventilus.

 

Motivering

 

Het project Ventilus is MER-plichtig omwille van volgende rubrieke: Bijlage I, rubriek 24, aanleg van bovengrondse hoogspanningslijnen van 150 KV of meer en langer dan 15 km; Bijlage II, rubriek 3b, aanleg van ondergrondse hoogspanningslijnen van 150 KV of meer die over een ononderbroken lengte van 1 km of meer in bijzonder beschermd gebied gelegen zijn; Bijlage II, rubriek 10, werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, omwille van de noodzakelijke bemalingen van de sleuf van de kabelwerken, bemaling ter hoogte van mastlocaties en ter hoogte van hoogspanningsstations en opstijgpunten.

 

De initiatiefnemer heeft een aanmelding en ontwerp-MER voorgelegd, voorafgaand aan de vergunningsaanvraag, met de vraag aan het team Omgevingseffecten milieueffectenrapportage om scopingadvies na overleg met het team Omgevingseffecten en adviesinstanties met oog op het finaliseren van het ontwerp-MER.

 

Het project-MER zal in de omgevingsvergunningsprocedure geïntegreerd worden en de beoordeling en goedkeuring van het Project-MER zal deel uitmaken van de behandeling van de omgevingsvergunningsaanvraag en het openbaar onderzoek over de omgevingsvergunningsaanvraag waarbij bezwaarschriften kunnen worden ingediend.

 

Het project-MER wordt met oog op de omgevingsvergunningsprocedure opgemaakt in uitvoering van het GRUP Ventilus welke definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 22 maart 2024 en gepubliceerd op 25 mei 2024 en van kracht is sinds 30 mei 2024.

 

Het GRUP Ventilus wordt momenteel echter nog aangevochten bij de Raad van State door meerdere gemeenten en burgers. Er wordt door de gemeente dan ook enig voorbehoud gemaakt omtrent het advies, gelet op de onzekerheid van het definitief voortbestaan van GRUP Ventilus. 

Binnen het project-MER werd geen onderzoek meer gedaan naar de locatiealternatieven, gezien deze reeds werden vastgelegd via het GRUP Ventilus. Het tracé voor de 380 kV verbinding werd vastgelegd middels een ‘indicatieve overdruk’ bovenop de geldende bestemming, zodat de zones werd vastgelegd waar ondergrondse of bovengrondse aanleg gebeurt. Nochtans betekent een indicatieve overdruk net dat er een indicatie is van waar het tracé zal lopen, maar blijft er een ontwerpmarge zodat het uiteindelijke tracé nog meters kan opschuiven ten opzichte van het referentieontwerp, wat maakt dat alternatieven hier nog steeds dienden te worden bekeken binnen de indicatieve overdruk. Bovendien moesten minstens een overzicht worden hernomen van de alternatievenonderzoeken die er in het kader van het RUP Ventilus hebben plaatsgevonden, waarop voorliggend project-MER zich steunt. Daarnaast werd er evenmin bijkomend onderzoek gedaan naar mogelijkheden om alsnog delen van het traject ondergronds aan te leggen, noch werd hiernaar verwezen in het project-MER waarom verder onderzoek niet nodig zou zijn. Het DABM vereist immers dat in het project-MER een beknopte beschrijving van de alternatieven voor het project of onderdelen ervan wordt gegeven of dat de noodzakelijke alternatieven worden benoemd met opgave van de belangrijkste motieven voor de gekozen optie. In casu ontbreekt elke omschrijving van eender welk alternatief tracé en overzicht waarom gekozen werd voor het voorliggende tracé.

 

Inrichtingsalternatieven over de manier waarop de werken worden uitgevoerd, zouden nog worden meegenomen in het MER en aanpassingen hieraan kunnen nog voorgesteld worden. Keuze uit type masten kan een verschil maken in de grootte van de elektromagnetische velden, de grondinname, de grootte van de ondiepe funderingslaag en flexibiliteit in hoeken. Er wordt gekozen voor compacte vakwerkmasten en op specifieke plaatsen stopmasten. In sommige gevallen wordt de masthoogte aangepast (verhoogd) afhankelijk van het voorkomen van hogere constructies of obstakels.

 

Het project-MER voorziet dat op grondgebied van gemeente Deerlijk het GRUP Ventilus als volgt zou worden gerealiseerd:

De uitvoering van het project wordt op 3-4 jaar voorzien. Dit heeft grote gevolgen voor visuele hinder en geluidshinder en mobiliteitshinder voor omwonenden.

 

        Transportcapaciteit:

 

Tussen het hoogspanningsstation van Izegem dat wordt uitgebreid op het grondgebied van gemeente Lendelede wordt de bestaande 380 Kv-lijn voor 22,8 km versterkt zodanig dat de transportcapaciteit van 3GW naar 6GW wordt verhoogd. De transportcapaciteit wordt met andere woorden verdubbelt. De gevolgen van de aanwezigheid van een hoogspanningslijn worden daarmee eveneens verdubbelt. Momenteel produceert het hoogspanningsniveau maximaal 1 GW waarbij de hoogspanningslijn tot 3GW kan transporteren. Dit wil zeggen dat na de uitbreiding van het hoogspanningsstation en de verhoging van de transportcapaciteit van 3GW naar 6GW de vervoerde capaciteit meer dan verdubbelt. Het is onduidelijk hoeveel het toekomstige station precies zal produceren nu de capaciteit meer dan verdubbelt, evenmin zijn de effecten van de verhoogde productie op de omgeving duidelijk. Er wordt in het project-MER slechts rekening gehouden met een situatie waarbij slechts 30% van de maximaal mogelijke transportcapaciteit wordt gebruikt. Terwijl er niet duidelijk is wat er voordien werd gebruikt aan capaciteit en wat na de uitbreiding zal worden gebruikt, zodat de effecten hiervan ook niet beoordeeld kunnen worden. En terwijl de gebruikte capaciteit in de toekomst veel hoger kan liggen dan 30% nu die verhoogde transportcapaciteit verdubbeld werd mogelijk gemaakt.

 

        Visuele verstoring:

 

De versterking van de bestaande lijn gebeurt door de bestaande AMS-geleiders op de masten te vervangen door nieuwe HTLS-geleiders, waarvan het visueel verschil klein is. Tevens wordt mast P55 en P26 vervangen. Mast P26 wordt roodwit geschilderd. Mast P56 aan het hoogspanningsstation wordt afgebroken. Hier kan worden opgemerkt dat in het GRUP Ventilus werd gesteld dat de masten weinig of geen impact zouden hebben, maar dat er nu masten worden geschilderd en/of van verlichting voorzien om de impact te beperken. Schilderen in roodwit, zorgt ook net voor extra opvallendheid van de masten in het landschap.

 

        Gezondheid

 

Het project zou voldoen aan de Convenant inzake elektromagnetische velden waardoor er geen bijkomende maatregelen of aanbevelingen nodig worden geacht. Er is een statistisch verband teruggevonden bij langdurige blootstelling aan meer dan 0,4 µT en het meer voorkomen van kinderleukemie. Dit vormt de basis van het voorzorg beleid vastgelegd in een afsprakenkader. Langdurige blootstelling moet zoveel mogelijk vermeden worden. Daarom wordt voorgesteld om de blootstelling aan magnetische velden te monitoren van de real time waarde als van het jaargemiddelde. De resultaten worden gepubliceerd op de site van departement Omgeving. Afspraken worden hieromtrent vastgelegd in een convenant.

 

Allereerst dient te worden opgemerkt dat ondanks de vele opmerkingen omtrent gezondheid in het dossier van het GRUP Ventilus, er in het voorliggend project-MER geen bijkomend onderzoek werd gedaan naar de ligging van de 0,4µT contouren. Het bleek immers duidelijk uit het GRUP Ventilus dat de contouren afhankelijk zijn van de hoogte van de masten en de hoogte van waar de hoogspanningslijnen gehangen worden ten opzichte van de grond. In het GRUP Ventilus lag nog niet vast welke masten er zouden worden gebruikt en welke hoogtes. In voorliggend project-MER wordt geopteerd voor bepaalde types masten, maar wordt over de hoogte ervan niets vastgelegd of bepaald. Eigenlijk kon de initiatiefnemer nu veel beter inschatten waar de 0,4µT contouren gelegen zijn en wat de precieze impact dan is van blootstelling aan die 0,4µT, maar dat is niet gebeurd. Er werd geen verder onderzoek naar gedaan, terwijl de mogelijke gezondheidseffecten van kinderleukemie toch wel ernstig genoeg zijn om daar bijkomend onderzoek naar te doen, nu gekend is welke mast er wordt gebruikt en hoe het project zou worden uitgevoerd. We lezen dezelfde opmerkingen als in het GRUP Ventilus, dat de blootstelling wordt beperkt, dat er is voldaan aan de convenant (maar er wordt niet gemotiveerd hoe er is voldaan aan de convenant) en dat er steeds metingen zullen gebeuren ter controle van het respecteren van de blootstellingsnorm.

 

Verder kan blijvend worden opgemerkt dat of er nu reeds bestaande of nieuwe kinderopvangen gelegen zijn binnen de 0,4µT, beiden dienen beschermd te worden van een maximale blootstelling van 0,4µT. Niet alleen kinderen die verblijven in een kinderopvang, maar ook de kinderen binnen gezinnen die nu momenteel reeds wonen onder de bestaande hoogspanningslijn, dienen beschermd te worden. De gezondheidsrisico’s zijn hetzelfde. Toch werd enkel de risico’s voor ‘nieuwe’ blootstelling onderzocht in het GRUP Ventilus en werden er in het kader van voorliggend project-MER geen bijkomende onderzoeken meer gedaan. Dit terwijl zelfs de gezondheidsrisico’s voor kinderopvangen of woningen van gezinnen gelegen onder de te versterken lijnen mogelijks zelfs zwaarder zijn, gelet op de verhoogde transportcapaciteit van 3GW naar 6GW. Zelfs als er slechts 30% van de transportcapaciteit zou worden gebruikt (terwijl er moet rekening worden gehouden met de effectieve capaciteit, aangezien dit het maximale mogelijke gebruik is), dan nog wordt deze onder de bestaande lijnen verzwaard (verdubbeld!), wat hoe dan ook mogelijke bijkomende gezondheidsrisico’s met zich meebrengt die dienden te worden onderzocht in het project-MER.

Dit terwijl het voorzorgsprincipe omtrent de 0,4µT wordt geformuleerd door de Belgische Hoge Gezondheidsraad als “Ondanks het onzekere effect raadt de Hoge Gezondheidsraad (advies nr. 9432-2020) uit voorzorg aan om kinderen onder de 15 jaar niet bloot te stellen aan waarden boven de 0,4µT (gemiddeld over een lange periode).” Toch blijft de initiatiefnemer zich beperken tot het zoveel mogelijk te trachten vermijden dat er blootstelling zou zijn, terwijl er niet moet vermeden worden, maar simpelweg niet blootgesteld worden aan dergelijke waarden. Er kan dan ook niet worden verantwoord dat een hoogspanningsmast wordt versterkt, dat de transportcapaciteit wordt verdubbeld en dat er geen bijkomend onderzoek werd gedaan naar de contouren van de 0,4µT of mogelijke verdubbeling van de blootstelling nu de transportcapaciteit wordt verdubbeld, nu de exacte inrichting van het project gekend zou moeten zijn in het project-MER in voorbereiding van de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Het is teleurstellend dat er bij de aanvang van de uitvoeringswerken van het GRUP Ventilus nog steeds dergelijke grote kennislacunes bestaan omtrent de effecten van elektromagnetische velden, het bereik ervan, op de gezondheid van landbouwdieren en de gezondheid van de mens, terwijl deze zouden moeten worden beschreven en beoordeeld en op basis van die kennis milderende maatregelen moeten worden bedacht.

 

Tot slot dient nog te worden opgemerkt dat er weliswaar metingen worden vooropgesteld door de initiatiefnemer, maar er is geen garantie dat er indien uit metingen zou blijken dat er toch een verhoogde blootstelling blijkt te zijn de initiatiefnemer hiertoe gesanctioneerd zal worden of kan worden afgedwongen dat er maatregelen worden genomen om deze blootstelling opnieuw te verlagen. De burger wordt niet beschermd van mogelijke negatieve impact van de versterkte lijnen nog onder de nieuwe lijnen.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit een ongunstig advies te verlenen

betreffende het ontwerp-MER voor het project Ventilus gelet op bovenstaande uiteenzetting hieronder samengevat:

        Er is geen alternatievenonderzoek meer gebeurd omtrent locatie of het al dan niet ondergronds brengen van de hoogspanningslijn, noch werd gemotiveerd waarom dat niet zou nodig zijn of werden de resultaten van het alternatievenonderzoek uit het GRUP Ventilus besproken, terwijl dit in het project-MER moet worden besproken.

        De effectief gebruikte transportcapaciteit kan hoger liggen dan de initiatiefnemer vooropstelt omdat deze wordt verdubbeld ten opzichte van de huidige situatie (van 3GW naar 6GW).

        Er werd geen verder concreet onderzoek gedaan naar gezondheidseffecten, nu bij de uitvoering van het project gekend zou moeten zijn waar de precieze µT contouren gelegen zijn nu de type masten en de hoogte van de kabels bekend zou moeten zijn. Dit wordt niet verduidelijkt.

        Er is nog teveel kennisimpasse omtrent de gezondheidsrisico’s.

        Gemeente Deerlijk wenst het voorzorgsprincipe blijvend te hanteren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit deze beslissing over te maken aan Team Omgevingseffecten – Milieueffectrapportage,

Departement Omgeving, Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -Projecten,

Havenlaan 88 te 1000 Brussel op het e-mailadres mer@vlaanderen.be ten laatste 22 maart 2025.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/03/2025
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.