DEERLIJK

11 FEBRUARI 2026

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte, Lukas Viaene

Algemeen directeur: Karel Bauters

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 4 februari 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 4 februari 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 4 februari 2026 goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.2. Zwemlessen en lessen watergewenning - 7 februari 2026 - aanstelling lesgever - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.3. Technisch assistent timmerman - arbeidsongeval - afwijzing - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.4. Reglement toekenning eretitels aan lokale mandatarissen - verzoek tot agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van het reglement "toekenning eretitels aan lokale mandatarissen", te agenderen op de gemeenteraad van 26 februari 2026.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft een nieuw reglement. 

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

met het oog op een eenduidige toepassing is het aangewezen om de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van eretitels aan de voorzitter van de gemeenteraad, gemeenteraadsleden en schepenen, vast te stellen bij wijze van reglement.

 

Conform het Decreet Lokaal Bestuur

        kan de Vlaamse Regering de eretitels toekennen, onder de voorwaarden die ze bepaalt,

        aan de burgemeester (art. 148);

        kan de gemeenteraad de eretitels toekennen, onder de voorwaarden die hij bepaalt,

        aan de schepenen (art. 148);

        aan de voorzitter van de gemeenteraad (art. 17 § 4);

        aan de gemeenteraadsleden (art. 17 § 4).

 

Sinds de integratie van gemeente en OCMW in het Decreet Lokaal Bestuur bestaat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde personen. Zo ook voor het college van burgemeester en schepenen en de leden van het vast bureau. Daarom worden enkel de titels van ere-raadsvoorzitter, ere-raadslid en ere-schepen, opgenomen in het reglement.

 

De goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van een eretitel aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, behoort tot de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Teneinde de hanteerbaarheid en consistentie van het reglement te bevorderen in de toekomst, stelt het college van burgemeester en schepenen voor om de procedure en voorwaarden voor het toekennen van eretitels aan mandatarissen, te bundelen in één geïntegreerd reglement voor gemeente en OCMW.

 

Conform art. 41, 2° van het Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 41, 2° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van volgend reglement voor te leggen aan de gemeenteraad van 26 februari 2026:

 

REGLEMENT TOEKENNING ERETITELS AAN LOKALE MANDATARISSEN

 

Art. 1. Doel en toepassingsgebied

 

Dit reglement regelt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de titels ere-voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn (hierna: ere-raadsvoorzitter), ere-gemeenteraadslid/lid OCMW-raad (hierna: ere-raadslid) en ere-schepen/lid vast bureau (hierna ere-schepen), ere-voorzitter BCSD en ere-lid BCSD in de gemeente Deerlijk. De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn beslissen over de toekenning van deze eretitels.

Het toekennen van de titel van ere-burgemeester valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid en wordt aldus geregeld middels de voorwaarden zoals bepaald door de Vlaamse overheid.

 

Art. 2. Algemene principes

 

  1. De eretitel is een onderscheiding tot beloning van een langdurige en eervolle loopbaan  die de mandataris heeft uitgeoefend in de gemeente Deerlijk en verleent geen financieel recht of voordeel.
  2. De eretitel mag niet worden gevoerd gedurende de periode waarin het overeenkomstige mandaat effectief wordt uitgeoefend.
  3. De eretitel mag niet worden gevoerd door een persoon die bezoldigd is door de gemeente of het OCMW, zolang die bezoldigde relatie bestaat.
  4. De genoemde periodes hoeven niet aaneensluitend te zijn.
  5. De betrokkene is van onberispelijk gedrag (hiermee wordt bedoeld het ontbreken van een zware strafrechtelijke veroordeling dan wel van een zware tuchtstraf).

 

Art. 3. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-raadsvoorzitter

 

        De betrokkene heeft

        minstens 10 jaar het ambt van voorzitter van de gemeenteraad uitgeoefend;

 OF 

        minstens 6 jaar het ambt van voorzitter van de gemeenteraad uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 12 jaar het mandaat van gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn uitgeoefend.

 

Art. 4. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-raadslid

 

        De betrokkene heeft ten minste 18 jaar effectief gezeteld in de gemeenteraad.

        Hierbij worden de jaren als lid van de OCMW-raad van voor 2019, ook opgeteld.

 

Art. 5. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-schepen

 

        De betrokkene heeft

        minstens 10 jaar het ambt van schepen uitgeoefend;

 OF

        minstens 6 jaar schepen het ambt van schepen uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 6 jaar het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn uitgeoefend;

 OF

        minstens 6 jaar het ambt van schepen uitgeoefend én vooraf of nadien minstens 12 jaar het mandaat van gemeenteraadslid/lid van de raad voor maatschappelijk welzijn/lid van het bijzonder comité uitgeoefend.

 

Art. 6. Duurvoorwaarden voor de titel van ere-lid BCSD

 

        De betrokkene heeft ten minste 18 jaar effectief gezeteld in het BCSD.

        Hierbij worden de jaren als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van voor 2019, ook opgeteld.

 

Art. 7. Voorrangsregels en incompatibiliteiten

 

Voor de eretitels geldt onderstaande hiërarchie, waarbij een hogere titel voorrang heeft op een lagere; wanneer een hogere titel wordt toegekend, kan een lagere titel niet (langer) worden gedragen.

 Ere-burgemeester (toekenning = bevoegdheid hogere overheid)

  Ere-raadsvoorzitter

 Ere-schepen

 Ere-raadslid

 Ere-lid BCSD 

 

Art. 8. Procedure en aanvraag

 

        De aanvraag tot toekenning van een eretitel gebeurt door het aftredende of reeds afgetreden raadslid, gemeenteraadsvoorzitter, schepen, voorzitter BCSD of lid BCSD, per mail of schriftelijk (gedateerd en ondertekend) en is vergezeld van een recent uittreksel uit het strafregister.

        De procedure kan eveneens gestart worden door het college van burgemeester en schepenen (of vast bureau voor de voorzitter of lid BCSD). In dit geval is de schriftelijke instemming van betrokkene vereist.

        Het college van burgemeester en schepenen (of vast bureau voor de voorzitter of lid BCSD) onderzoekt of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan en verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD) om de toekenning van de eretitel te agenderen op de gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD).

        De gemeenteraad (of raad voor maatschappelijk welzijn voor de voorzitter of lid BCSD) beslist over de toekenning in openbare zitting.

        De aanvraag bevat minstens: een overzicht van de mandaatperiodes, een verklaring op eer dat aan de voorwaarden is voldaan en het bewijs van goed gedrag en zeden indien van toepassing.

        De eretitel kan postuum worden toegekend op verzoek van de nabestaanden.

 

Art. 9. Intrekking van de eretitel

 

        De gemeenteraad kan de eretitel intrekken bij met redenen omkleed besluit in geheime zitting.

 

Art. 10. Overgangs- en telregels

 

        Voor de berekening van de vereiste mandaatjaren worden periodes van wettelijke verhindering meegeteld conform het Decreet Lokaal Bestuur.

        Alle jaren dat iemand een politiek mandaat heeft uitgeoefend in een vroegere gemeente, die later is gefusioneerd of aangehecht aan een nieuwe gemeente, tellen volledig mee alsof ze in de huidige gemeente zelf zijn uitgeoefend.

 

Art. 11. Uitnodiging

 

        Het college van burgemeester en schepenen beslist op welke evenementen de mandatarissen die de eretitel toegekend kregen, worden uitgenodigd.

 

Art. 12. Inwerkingtreding

 

Dit reglement treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan op de website.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.5. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.6. Diverse verslagen - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van de aan de gemeente overgemaakte verslagen.

 

Motivering

 

Volgende verslagen werden overgemaakt aan de gemeente:

 

        Centraal feestcomité - verslag van de vergadering van 5 februari 2026

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontvangen verslagen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.7. Welkomstmoment nieuwe inwoners 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de principes van het welkomstmoment voor nieuwe inwoners goed te keuren.

 

Motivering

 

Het welkomstmoment voor nieuwe inwoners vindt dit jaar plaats op zaterdag 28 februari 2026. We starten om 09.00 uur en eindigen omstreeks 11.30 uur. Op het programma staat:

 

        09.00 uur: ontbijt

        09.30 uur: verwelkoming door de burgemeester

        09.45 uur: presentatie door de schepen van communicatie

        10.30 uur: aansluitende receptie met infostandjes vrijetijdspunt/sociaal huis

 

Zoals elk jaar willen we de nieuwe inwoners een goodiebag schenken. De inhoud daarvan is als volgt:

 

        2 zwembeurten ter waarde van 3 euro per zwembeurt

        Een voucher voor een gratis cultuurvoorstelling (niet-gederfde inkomensten)

        Een Deerlijkbon ter waarde van 10 euro

        Een buurttoerismekaart met stratenplan

        Overige flyers/folders/brochures die interessant kunnen zijn voor nieuwe inwoners

 

De uit te nodigen lijst telt 322 unieke adressen. We verzamelen alle inschrijvingen tegen 18 februari 2026 en maken op basis daarvan een totaalbudget op.

 

Op basis van de aantallen van vorige jaren en de benodigde ruimte, kiezen we ervoor om dit jaar het welkomstmoment te laten doorgaan in de trouwzaal van het gemeentehuis.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56. § 1. Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de nodige financiële middelen te voorzien voor het ontbijt, de receptie en de goodiebags voor het welkomstmoment voor nieuwe inwoners dat doorgaat op zaterdag 28 februari 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.8. Premiereglement - Exploitatiepremie Bokkeslot- verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van het premiereglement "Exploitatiepremie Bokkeslot"  te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van27 november 2025.

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd: Overwegende de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 in de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 wordt het exploitatiebedrag in het reglement verhoogd van 37.000 euro naar 39.300 euro per legislatuur. Met als volgende reden:

 

        De exploitatiepremie wordt verhoogd tot € 39.300, conform de goedkeuring binnen het MJP. Er is reeds jarenlang sprake van een goede samenwerking met Kinderboerderij Bokkeslot. In het kader van deze exploitatiepremie werd overeengekomen dat men opnieuw minstens het volgende aanbod voorziet:

        Een open aanbod voor alle scholen.

        Een gratis klasbezoek voor elke klas via het geldende registratiesysteem, waarbij de materiaalkost kan worden doorgerekend.

        Publiek toegankelijke activiteiten, evenementen en boerderijkampen.

        Een versterkt aanbod voor kansengroepen, dankzij samenwerking met relevante partners (zoals bijzondere jeugdzorg en voorzieningen voor personen met een beperking).

Vrijwilligers en animatoren staan onder andere in voor de begeleiding van bovenstaande activiteiten. De verhoging van de premie werd berekend op basis van de momenteel toegekende vrijwilligersvergoedingen en het aantal vrijwilligersdagen doorheen de jaren.

 

 

 

Conform artikel 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van subsidiereglementen tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van volgend reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

 

PREMIEREGLEMENT EXPLOITATIEPREMIE VOOR KINDERBOERDERIJ BOKKESLOT

 

Art.1. - Bedrag jaarlijkse premie

De gemeente verleent een jaarlijkse exploitatiepremie van 39.300 euro aan vzw

Kinderboerderij Bokkeslot. De werking van voorgenoemde vormt zowel op educatief, sociaal

als recreatief vlak een meerwaarde voor onze gemeente en haar inwoners, met aandacht

voor kansengroepen, duurzaamheid, innovatie en toegankelijkheid.

 

Art.2. - Waarvoor gebruiken?

De kinderboerderij dient de in artikel 1 vermelde exploitatiepremie aan te wenden voor haar

werking.

 

Art.3. - Voorwaarden jaarlijkse premie

De in artikel 1 vermelde exploitatiepremie wordt aan de kinderboerderij toegekend wanneer

cumulatief aan volgende extra voorwaarden wordt voldaan:

  1. De kinderboerderij biedt jaarlijks minstens het volgende aan:

        Open aanbod voor Deerlijkse scholen.

        Een gratis bezoek voor klasgroepen van alle Deerlijkse scholen via het vigerende registratiesysteem, waarbij de materiaalkost van de activiteiten kan doorgerekend worden aan de betreffende school. De bezoekmogelijkheden en pedagogische arrangementen daartoe worden gecommuniceerd naar de Deerlijkse schooldirecties.

         Publiek toegankelijke activiteiten, evenementen en boerderijkampen.

        Een aanbod creëren voor kansengroepen via samenwerkingsinitiatieven met actoren uit betrokken sectoren (zoals bijzondere jeugdzorg, voorzieningen voor mensen met een beperking,…).

  1. In de algemene vergadering van de kinderboerderij zetelt naast de schepen van jeugd een vertegenwoordiger van elk van de in de gemeenteraad zetelende politieke partijen. De jeugdconsulent wordt opgenomen in de algemene vergadering met een adviserende rol.
    In het bestuur van Bokkeslot zetelt naast de schepen van jeugd ook een administratieve dienst zich tot de overlegstructuur van vzw kinderboerderij Bokkeslot.
  2. De verslagen van de raad van bestuur en de algemene vergadering worden na goedkeuring in haar raad van bestuur bezorgd aan de jeugdconsulent en ter kennisname voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
  3. De kinderboerderij, het gemeentebestuur en de gemeentelijke administratieve diensten voorzien in een onderlinge, open en transparante dialoog. Daarbij worden de inspanning met betrekking tot kansengroepen, duurzaamheid, innovatie en toegankelijkheid afgetoetst en geëvalueerd.
  4. De kinderboerderij vaardigt een vertegenwoordiger, aangesteld door haar raad van bestuur, af in de gemeentelijke jeugdraad.
  5. Gemeentelijke speelpleinwerking Kerekewere! kan als een bevoorrechte partner van de kinderboerderij iedere kleine vakantie één dag op bezoek komen naar de kinderboerderij in overleg met de reservatie-verantwoordelijke van de kinderboerderij.
  6. De kinderboerderij werkt vanuit haar milieu-educatieve functie mee aan milieu-educatieve projecten georganiseerd door de gemeente.
  7.  De gemeente kan, in overleg en in samenwerking met de kinderboerderij, publieksactiviteiten en -evenementen organiseren op de gronden van de kinderboerderij indien deze kaderen in de visie en missie van de kinderboerderij.
  8. Het educatieve aspect van de werking wordt vertaald in een actieplan en besproken met de jeugddienst.

 

Art.4. - Begroting en jaarrekening

De kinderboerderij dient jaarlijks haar begroting en haar jaarrekening, onmiddellijk na hun

vaststelling, aan het college van burgemeester en schepenen voor te leggen.

 

Vóór 15 oktober van elk jaar dient een ontwerp van begroting voor het volgende jaar voorgelegd te worden aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van

burgemeester en schepen kan daarop eventuele opmerkingen formuleren die de

kinderboerderij dient mee te delen op haar eerstvolgende raad van bestuur en algemene

vergadering. Tijdens de indiening tot de ontwerpbegroting kan er tot 50 procent van de premie opgevraagd worden. Het voorschot van de premie wordt vanaf 1 januari het jaar volgend op het jaar van aanvraag rechtstreeks overgemaakt op de rekening van vzw Kinderboerderij Bokkeslot.

 

De kinderboerderij dient jaarlijks haar begroting en haar jaarrekening, onmiddellijk na hun

vaststelling, aan het college van burgemeester en schepenen voor te leggen. Hierbij wordt de overige helft van het bedrag gestort op  de rekening van vzw Kinderboerderij Bokkeslot.

 

Art.5. - Cumulatie met het premiereglement 'investeringspremie voor Kinderboerderij Bokkeslot

Deze premie is cumulatief met het premiereglement ‘investeringspremie voor Kinderboerderij

Bokkeslot’, maar niet met andere gemeentelijke premies ter ondersteuning van de algemene

werking van verenigingen en andere gemeentelijke investerings- en renovatiepremies.

 

Art. 6. – Betwistingen

Mogelijke betwistingen bij de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college behoudt daarenboven het recht aanvullende inlichtingen of bewijsstukken te vragen indien de voorgelegde documenten niet als staving zouden volstaan.

 

Indien blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of wanneer de voorwaarden van dit

reglement niet worden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de

premie geheel of gedeeltelijk weigeren of de toegekende premie geheel of gedeeltelijk

terugvorderen voor het bedrag waarop vzw Kinderboerderij Bokkeslot geen recht heeft

conform dit reglement.

 

Art. 7. - Bovenstaand reglement gaat in op 5 maart 2026 en loopt af op 31 december 2031.

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.9. Premiereglement - Investeringspremie Bokkeslot - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van het premiereglement "Investeringspremie Bokkeslot"  te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van05 november 2025.

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

 

Overwegende de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 in de gemeenteraadszitting van 18 december 2025, wordt de investeringspremie aangepast van 30.000 euro naar 43.600 euro per legislatuur. De huidige investeringspremie werd opgesteld in 2024 en bedroeg 30.000 euro. Dit budget kon aangewend worden in de vorige legislatuur tijdens de looptijd van het reglement (nl. gedurende 2 jaar, 2024 t.e.m. 2025). In de huidige legislatuur wordt een bedrag van 43.600 euro voorzien om te besteden tijdens de looptijd van het nieuwe reglement (nl. gedurende 6 jaar, 2026 t.e.m. 2031)

 

Conform artikel 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van subsidiereglementen tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van volgend reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

 

PREMIEREGLEMENT INVESTERINGSSPREMIE BOKKESLOT

 

Art.1. - Aan vzw Kinderboerderij Bokkeslot wordt een premie toegekend voor structurele investeringen aan de gebouwen en bijbehorende grond gelegen langs de Tapuitstraat 57 te Deerlijk (gekadastreerd sectie D, nummers 372B en 376D) en aan gebouwen en bijhorende grond gelegen langs de Vichtesteenweg 65 te Deerlijk (gekadastreerd sectie B, nummers 594E, 595H, 637H, 651F, 640D, 649E, 587E en 644P) die vzw kinderboerderij Bokkeslot gebruikt voor het voeren van hun dagelijkse werking onder de bij dit besluit gestelde voorwaarden.

 

Art.2. - Om voor betoelaging in aanmerking te komen dient bij de voorbereiding van de investeringswerkenrekening gehouden te worden met werken die vallen onder volgende thema’s:

        veiligheid (brandveiligheid, stevigheid, elektrische installatie, inbraak- en vandalismebeveiliging etc.);

        toegankelijkheid;

        nutsvoorzieningen (met aandacht voor sanitair en hygiëne);

        duurzaamheid;

        structurele instandhoudingswerken.

 

De bovenstaande rangorde is niet prioriteitsbepalend.

 

Er wordt aangetoond wat het ruimer kader is van de investeringswerken en wat de meerwaarde ervan is. Vzw kinderboerderij Bokkeslot kan door het aanvragen van deze investeringspremie geen aanspraak maken op andere premies van de gemeente Deerlijk die betrekking hebben op structurele investeringen aan gebouwen.

 

Art.3. - Kosten die niet in aanmerking komen voor betoelaging zijn:

        gewone onderhoudskosten;

        kosten voor los meubilair;

        kosten voor deskundigen (vb. architect, vergunning, administratieve kosten,…);

        luxe-uitvoeringen.

 

Deze opsomming is niet limitatief.

 

Art.4. - Een eventuele goedkeuring van deze investeringspremie staat niet gelijk aan het verkrijgen van een vergunning voor bepaalde werken. Vergunningen dienen nog altijd via de gangbare weg aangevraagd te worden bij de bevoegde instanties.

 

Art.5. - De premie bedraagt 100 % van de kostprijs van de uitgevoerde investeringswerken met een maximum van 43.600 euro per beleidsperiode.

        Hierbij moet vzw kinderboerderij Bokkeslot ook inspanningen doen om voor de ingediende investeringswerken ook subsidies van een overheid aan te vragen. Hierover wordt open gecommuniceerd en deze inspanningen moeten ook aangetoond worden bij het indienen van het aanvraagformulier.

        Indien er van een overheid een subsidie voor dezelfde investeringswerken bekomen wordt, dan word deze in mindering gebracht van deze premie. Het is niet de bedoeling dat een investeringsproject dubbel gefinancierd wordt.

Art.6. - De aanvraag tot principiële toekenning van de investeringspremie dient vóór 1 juni van het desbetreffende jaar gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen op het daartoe voorziene aanvraagformulier.

Bij de aanvraag dient toegevoegd te worden:

        een beschrijving van de geplande werken met een timing van uitvoering;

        een gedetailleerde kostenraming van de werken of bestekken;

        een overzicht van eventuele andere subsidies die voor dit project aangevraagd worden.

 

Art.7. - Uiterlijk twee maanden na de indiening van het volledige principe-aanvraagdossier brengt het college van burgemeester en schepenen, na advies ingewonnen te hebben bij het omgevingsloket, de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de subsidieerbaarheid van het voorgestelde dossier.

 

Art. 8. - Indien de aanvrager niet over voldoende middelen beschikt, kan de aanvrager na de principiële goedkeuring van het voorgestelde dossier een voorschot op de premie aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.9. - Na het einde van de investeringswerken dient de aanvraag, voor definitieve toekenning van de premie, aan het college van burgemeester en schepenen gericht te worden op het daartoe voorziene aanvraagformulier.

 

Bij deze aanvraag dienen gevoegd te worden:

        de voor echt verklaarde facturen;

        het betalingsbewijs van deze facturen;

        het eventuele toekenningsbewijs van een subsidie voor dit project, van andere overheden.

Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 8 reeds een voorschot op de premie heeft ontvangen, wordt het saldo van de premie berekend in functie van een terugvordering of nastorting.

 

De bevoegde diensten kunnen in functie van de definitieve toekenning van de premie een plaatsbezoek doen om vast te stellen of de werken effectief werden uitgevoerd.

 

Art. 10. - Het college van burgemeester en schepenen beslist over mogelijke betwistingen bij de toepassing van dit reglement. Het heeft daarenboven het recht aanvullende inlichtingen of bewijsstukken te vragen indien de voorgelegde documenten niet als staving zouden volstaan.

Indien blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of wanneer de voorwaarden van dit reglement niet worden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de premie geheel of gedeeltelijk weigeren of de toegekende premie geheel of gedeeltelijk terugvorderen voor het bedrag waarop vzw kinderboerderij Bokkeslot geen recht heeft conform dit reglement.

 

Artikel 2

Conform artikel 286, § 1, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

Artikel 3

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

Inwerkingtreding

 

Dit reglement treedt in werking vanaf 5 maart 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.10. Premiereglement - Renovatie- en-of herstellingswerken aan jeugdlokalen - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van het reglement "Premiereglement renovatie- en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen", te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft de aanpassing van het bestaande reglement goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 november 2025.

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd: Volgende termen worden aangepast in het premiereglement renovatie-en-of herstellingswerken aan jeugdlokalen "de vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdvereniging" naar "de vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging". Om van hieruit de focus te leggen op de jeugdbewegingen.

 

Conform artikel 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van subsidiereglementen tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Volgend advies van jeugdraad werd verleend: Positief advies

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 41, tweede lid, 23° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de vaststelling van volgend reglement te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad:

 

PREMIEREGLEMENT RENOVATIE- EN/OF HERSTELLINGSWERKEN AAN JEUGDLOKALEN

 

Art. 1. - Wie en wat?

Een premie wordt toegekend aan de vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging, voor renovatie- en/of herstellingswerken aan jeugdlokalen die zich bevinden op het grondgebied van de gemeente en gebruikt worden voor de reguliere werking (conform de gestelde voorwaarden van dit reglement). De aanvraag wordt ingediend door de vzw die aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging verbonden is. 

 

Deze premie kan niet gecumuleerd worden met de premie verbonden aan het

premiereglement lokalen in eigendom van cultuur en sport.

 

Art. 2. - Voorwaarden voor werken om in aanmerking te komen

Volgende renovatie- en/of herstellingswerken komen in aanmerking voor betoelaging:

        Onderhoudswerken aan gebouwen en installaties

        Werken die het gebruik van een constructie voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen.

        Structurele werken

        Werken aan het geheel van funderingen, dragende en niet-dragende muren, draagvloeren en vaste binnentrappen.

        Werken aan het dak.

        Stabiliteitswerken

        Het geheel of gedeeltelijk vervangen van buitenmuren of dragende binnenmuren.

        Veiligheidswerken

        Brandveiligheid, stevigheid, elektrische installatie, inbraak- en vandalismebeveiliging etc.

        Investeringen in energiebesparende maatregelen

        Chauffages vervangen, zonnepanelen, dubbel glas, LED-verlichting etc.

        Werken in functie van de toegankelijkheid van het jeugdlokaal

        Werken aan nutsvoorzieningen

        Gas, water en elektriciteit.

        Afwerking binnenin het gebouw

        Vloeren, binnendeuren, schuifwanden etc.

        Verfraaiingswerken

        Kleinschalige werk en om het gebouw mooier te maken of het voorkomen ervan te verbeteren vb. schilderen.

 

Art. 3. – Werken die niet in aanmerking komen

        Kosten die niet in aanmerking komen voor betoelaging zijn:

        Kosten voor los meubilair en losse toestellen (vb kookplaat)

        Luxe-uitvoeringen

        Bijbouwen of volume-uitbreiding van het gebouw

 

Deze opsomming geldt ten exemplatieve titel.

 

Art. 4. - Berekening premie

De premie bedraagt voor volgende werken 25 % van de kostprijs van de uitgevoerde

renovatie- en/of herstellingswerken:

        Onderhoudswerken aan installaties

        Verfraaiingswerken

 

De premie bedraagt voor volgende werken 50 % van de kostprijs van de uitgevoerde

renovatie- en/of herstellingswerken:

        Onderhoudswerken aan gebouwen

        Structurele werken

        Stabiliteitswerken

        Veiligheidswerken

        Investeringen in energiebesparende maatregelen

        Werken in functie van de toegankelijkheid van het jeugdlokaal

        Werken aan nutsvoorzieningen

        Afwerking binnenin het gebouw

 

Voor de vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging kan de premie maximaal 10.000 euro bedragen per kalenderjaar. De aanvrager kan verschillende dossieraanvragen indienen per jaar die dan gecumuleerd kunnen worden tot maximum 10.000 euro op jaarbasis. Werken kunnen gespreid worden over verschillende jaren. De factuurdatum bepaalt voor welk jaar de premie toegekend kan worden. Als men wil spreiden, zal de aannemer de werken in verschillende kalenderjaren moeten factureren.

 

De premie wordt toegekend binnen de perken van het in het meerjarenplan

ingeschreven krediet.

 

Art. 5. – Procedure bij werken met een totale kostprijs lager dan 3.000 euro (incl. BTW).

Indien de totale kostprijs van een uit te voeren herstelling of renovatie niet hoger is dan 3.000 euro (incl. BTW), dient er geen principiële aanvraag ingediend te worden.

 

De minimum totale kostprijs van de aanvraag voor een uit te voeren herstelling of renovatie moet ten minste 300 euro (incl. BTW) bedragen.

 

Binnen de 4 maanden na het einde van de renovatie- en/of herstellingswerken dient de aanvraag voor definitieve toekenning van de premie aan het college van burgemeester en schepenen gericht te worden op het daartoe voorgeschreven aanvraagformulier. Er wordt een aanvraag ingediend per renovatie- en/of herstellingsdossier. Een vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging kan dus per jaar meerdere dossiers indienen.

 

Bij deze aanvraag dienen gevoegd te worden:

        de voor echt verklaarde facturen;

        het betalingsbewijs van deze facturen.

 

Indien de vzw die aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging verbonden is geen eigenaar is van de lokalen, dient een kopie van de overeenkomst met de eigenaar, die garandeert dat de aanvrager nog minstens 5 jaar over het lokaal kan beschikken, toegevoegd te worden. Na advies ingewonnen te hebben van de gemeentelijke jeugdraad zal de definitieve premie bepaald worden door het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

 

De bevoegde diensten kunnen een controle ter plaatse doen om na te gaan of de werken degelijk werden uitgevoerd en of de bewezen kosten effectief voor de werken gebruikt werden.

 

Art. 6. – Procedure bij werken met een totale kostprijs hoger dan 3.000 euro (incl. BTW).

De aanvraag tot principiële betoelaging dient ten laatste 3 maanden voor de start van de werken gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen op het daartoe voorgeschreven aanvraagformulier. Er wordt een aanvraag ingediend per renovatie- en/of herstellingsdossier. Een vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging kan dus per jaar meerdere dossiers indienen.

 

Bij de aanvraag dient gevoegd te worden:

        een beschrijving van de geplande werken

        de vermoedelijke datum voor de aanvang van de werken

        de vermoedelijke einddatum van de werken

        een gedetailleerde kostenraming van de werken of bestekken

 

Indien de vzw die aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging verbonden is geen eigenaar is van de lokalen, dient een kopie van de overeenkomst met de eigenaar, die garandeert dat de aanvrager nog minstens 5 jaar over het lokaal kan beschikken, toegevoegd te worden. Vanuit de technische diensten van de gemeente zal voorafgaand een technisch advies opgemaakt worden. Hierbij kan extra uitleg of informatie opgevraagd worden bij de geplande werken aan de vzw verbonden aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging en/of wordt de situatie ter plaatse onderzocht. Daarna wordt ook advies ingewonnen van de gemeentelijke jeugdraad.

 

Uiterlijk twee maanden na de indiening van het volledige principe-aanvraagdossier brengt het college van burgemeester en schepenen de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de subsidieerbaarheid van het voorgestelde dossier op basis van de verschillende adviezen. Het college van burgemeester en schepenen moet haar principiële goedkeuring geven vooraleer de werken kunnen starten.

 

Binnen maximum 4 maanden na het einde van de renovatie- en/of herstellingswerken dient de aanvraag voor definitieve toekenning van de premie aan het college van burgemeester en schepenen gericht te worden op het daartoe voorgeschreven aanvraagformulier.

 

Bij deze aanvraag dienen gevoegd te worden:

        de voor echt verklaarde facturen

        het betalingsbewijs van deze facturen

 

Na opnieuw advies ingewonnen te hebben van de gemeentelijke jeugdraad zal de definitieve premie bepaald worden door het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

 

De bevoegde diensten kunnen een controle ter plaatse doen om na te gaan of de werken degelijk werden uitgevoerd en of de bewezen kosten effectief voor de werken gebruikt werden.

 

De begunstigde zal zowel tijdens als na de uitvoering van de werken toezicht en controle door de bevoegde diensten toelaten.

 

Art. 7. – Voorschot

De vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging die dit wensen, kunnen een voorschot van 60 % van de voor de uit te

voeren werken geraamde premie bekomen op voorwaarde dat:

        Voor het starten van de werken hiertoe een principiële aanvraag ingediend werd en deze na advies door de gemeentelijke jeugdraad werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.

        De aanvraag vergezeld wordt van een gedetailleerde kostenraming van de werken of bestekken en een schriftelijke overeenkomst tussen de vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging en de aannemer.

        Het totale bedrag van de uit te voeren werken minimaal 3.000 euro (incl. BTW) bedraagt.

        De vzw die verbonden is aan een erkende Deerlijkse jeugdbeweging expliciet verklaart de ter beschikking gestelde middelen te zullen aanwenden voor de opgegeven werken.

        De werken binnen het jaar na het ontvangen van het voorschot beëindigd zijn en de nodige bewijsstukken binnengebracht worden op de jeugddienst.

        De vzw verbonden aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging zich verantwoordelijk stelt tot terugbetaling van het voorschot in geval van misbruik (zie artikel 8).

        Het voorschot wordt gestort op de rekening van de vzw verbonden aan de erkende Deerlijkse jeugdbeweging.

 

Bij de definitieve afrekening en bepaling van de definitieve premie, zal het reeds verkregen voorschot in mindering gebracht worden.

 

Art. 8. - Aanvragen voor meerdere jaren

Een aanvrager kan het premiebedrag voor meerdere jaren ver in één keer aanvragen. De aanvrager moet hiervoor kunnen aantonen dat de omvang van de werken van die orde is om deze verhoogde premie te kunnen aanvragen. In dit geval kan de aanvrager voor de daaropvolgende jaren geen beroep doen op de premie. Daarbij wordt het aantal jaren volgend op de aanvraag berekend door het totale bedrag van de aanvraag te delen door het jaarlijks maximumbedrag van de premie. Met een maximum van 60.000 euro per beleidsperiode per vereniging.

 

Art. 9. – Misbruiken

Indien de bepalingen uit dit reglement niet nageleefd worden en het college van

burgemeester en schepenen vaststelt dat de toegekende premie (incl. voorschot) niet

wordt/werd aangewend conform dit reglement, kan het college van burgemeester en

schepenen – na advies van de gemeentelijke jeugdraad – haar beslissing tot toekennen van

de premie (incl. voorschot) intrekken. Bedragen die in het kader van dit premiereglement

werden uitgekeerd en niet aangewend werden conform dit reglement, kunnen door de gemeente worden teruggevorderd.

 

Art. 10. - Betwistingen
Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 11. – Inwerkingtreding en beëindiging

Dit reglement treedt in werking op 5 maart 2026 en eindigt op 31 december 2031

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.11. Erfgoed - Inhuldiging van de maquettes geschonken in Sint-Columbakerk - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het officiële inhuldigingsmoment van de geschonken maquettes, met aansluitend gemeentelijke receptie, goed te keuren.

 

Motivering

 

Wijlen Frans Demuynck maakte van alle veldkapelletjes en andere historisch significante gebouwen in Deerlijk maquettes. Marcella Vanoverschelde, weduwe van Frans Demuynck, gaf in maart 2024 aan de collectie maquettes te willen schenken aan het lokaal bestuur van Deerlijk, en deze schenking te doen uit vrijgevigheid.

 

Bij de wens tot schenking werd uitgedrukt door de weduwe dat ze graag (een deel van) de maquettes geëtaleerd zag in de gemeente. Na aankoop van enkele tentoonstellingskasten door het lokaal bestuur werden al de maquettes uitgestald in de Sint-Columbakerk, waar ze op heden te bezichtigen zijn.

 

Er wordt een officieel huldigingsmoment ingericht op woensdag 11 maart 2026 om 19:00 uur in de Sint-Columbakerk, waarbij de familie en alle betrokkenen bij het project op uitgenodigd worden. Daarna volgt in gemeentelijke receptie in de bar van het ontmoetingscentrum d'Iefte.

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56 § 1. Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Erfgoed - goedkeuring schenking maquettes veldkapelletjes en historische gebouwen, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 februari 2025.             

 

Financiën

 

De financiële impact van de beslissing is nog niet gekend.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om het officiële inhuldigingsmoment van de maquettes geschonken door Frans Demuynck, met aansluitend gemeentelijke receptie, goed te keuren.

 

Artikel 2

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gemeentelijke medewerking door middel van 2 hostessen en het aanbieden van een gemeentelijke receptie na het huldigingsmoment goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.12. Evenementen - Chiro Sellewie - Quiz en Party - 14 maart 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 30 januari werd een aanvraag ingediend door Chiro Sellewie voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Quiz en Party

Organisator

Chiro Sellewie

Datum

Zaterdag 14 maart 2026

Plaats

'T Heem Chiro Sellewie

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

95 – 100 dB

Contactpersoon

Naam

Niene Bulckaen

 

Adres

Pladijsstraat 282

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Quiz en Party

Locatie

Gebouw

X

 

Tent

/

 

Open lucht

/

Adres

Naam gebouw

'T Heem Chiro Sellewie

 

Adres

Pladijsstraat 282

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min

 

Duur

 

Begin

Zaterdag 14 maart 2026 om 19.00 uur

Einde

Zondag 15 maart 2026 om 3.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 15 maart 2026 om 3.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

PZ Gavers verleende op 4 februari positief advies en vraagt de organisatoren het opgelegde einduur te respecteren om eventuele overlast voor de buurtbewoners tot een minimum te beperken.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend advies werd verleend op 3 februari 2026 waarin wordt benadrukt dat het gebruik van kaarsen als sfeerverlichting sterk afgeraden wordt wegens het verhoogde brandrisico en dat veilige alternatieven aanbevolen zijn. Tevens wordt aangegeven dat friteuses uitsluitend mogen worden gebruikt in open lucht of in een kooktent die op voldoende afstand van gebouwen en brandbare materialen geplaatst is.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Toelating geluidsactiviteit

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 95 dB(A) LAeq,15 min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60 min

        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,60 min 100 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAeq,15 min 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,60 min continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten en kan LAeq,15 min gemeten worden. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

        De geregistreerde gegevens worden ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid gedurende een periode van ten minste een maand.

        De verplichting tot het meten en registreren van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

        De exploitant/organisator neemt de volgende maatregelen om de bezoekers te beschermen tegen gehoorschade: het kosteloos ter beschikking stellen aan alle bezoekers van gehoorbescherming voor eenmalig gebruik.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

Zaterdag 14 maart 2026 om 19.00 uur

Einde

Zondag 15 maart 2026 om 3.00 uur

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: zondag 15 maart 2026 om 3.00 uur.

        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het advies van de evenementencel te volgen en verzoekt de organisator deze richtlijnen van de verschillende disciplines te volgen inzake veiligheid.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.13. Samenwerkingsovereenkomst Regionaal landschap Leie en Schelde - verzoek tot agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken de samenwerkingsovereenkomst "Regionaal landschap Leie en Schelde" voor goedkeuring te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

Motivering

 

De gemeente was tot eind 2023 lid van het Stadlandschap Leie en Schelde. Dit samenwerkingsverband bracht de provincie West-Vlaanderen, de 13 gemeenten van het arrondissement Kortrijk, middenveldorganisaties en inwoners samen om in overleg een wervend verhaal voor de regio zuid West-Vlaanderen te schrijven en uit te voeren.

 

Tussen de partners werden er afspraken gemaakt rond de werking en de financiering van het Stadlandschap:

 

        'samenwerkingsovereenkomst inzake de werking van het Stad-Land-schap Leie en Schelde' in functie van een algemene ledenbijdrage per inwoner;

        'samenwerkingsovereenkomst op het vlak van promotie en ontwikkeling van kleine landschapselementen' in functie van de gezamenlijke financiering van landschapsplannen;

 

In 2023 gaven de 13 gemeenten van het arrondissement Kortrijk en de provincie West-Vlaanderen de goedkeuring voor de oprichting van en toetreding tot Regionaal Landschap Leie en Schelde (RLLS) vzw. De vzw werd opgericht op 7 april 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad ). De concrete werking van het RLLS ging van start op 21 december 2023 met de eerste Algemene Vergadering.

 

Deze overeenkomst tussen de gemeente en het RLLS vervangt de overeenkomsten en afspraken met het Stadlandschap Leie en Schelde.

 

Elke gemeente die lid is van het RLLS maakt deel uit van een duurzaam samenwerkingsverband: een vzw waar de provincie West-Vlaanderen, de 13 gemeenten van het arrondissement Kortrijk en middenveldorganisaties (landbouw, natuur, toerisme, jacht, erfgoed, ...) lid van zijn, met deskundige medewerkers, die over eigen professionele netwerken beschikken. RLLS werkt aan de uitbouw van de regio zuid West-Vlaanderen op vlak van natuur, landschap, klimaat, erfgoed, educatie en recreatie. RLLS is in de regio verankerd, is een expertisecentrum dat maatwerk levert, gemeenten versterkt in hun eigen werking en gemeenten optilt in bredere samenwerkingsverbanden en netwerken.

 

RLLS bevordert de landschapskwaliteit, en -toegankelijkheid, het streekeigen karakter, recreatie, natuur- en landschapseducatie en het draagvlak voor natuurbehoud en landschap. RLLS zet in op groenblauwe netwerken en klimaatadaptieve landschappen als basis voor functionele natuurverbindingen en versterking van de lokale landschappelijke basiskwaliteiten (functioneel, cultuurhistorisch, ecologisch,…).

 

Het RLLS doet dit intersectoraal en geïntegreerd:

 

        We zijn een bruggenbouwer die zorgt voor een platform voor overleg en van gebundelde krachten en die zoekt naar gemeentegrensoverschrijdende samenwerking;

        We werken via een bottom-up-benadering en spelen in op lokale behoeften;

        We richten ons op natuur en landschap in de brede zin, waarbij we drempelverlagend werken;

        We zorgen voor concrete realisaties die op een duidelijke manier worden gecommuniceerd;

        We gebruiken de streekidentiteit als kracht om de verbondenheid van inwoners met hun streek te verhogen;

        We maken natuur en landschappelijk erfgoed toegankelijk.

 

Het RLLS engageert zich tot:

 

  1. Het leveren van een basisdienstenpakket aan de gemeente, haar inwoners en verenigingen;
  2. De promotie en ontwikkeling van kleine landschapselementen (KLE);
  3. De organisatie van educatieve hubs;
  4. Projectmatige samenwerking;
  5. Werking op maat.

 

De gemeente engageert zich tot:

 

  1. Het betalen van een jaarlijkse financiële algemene bijdrage van 30 eurocent per inwoner, jaarlijks geïndexeerd met 2%. De bijdrage voor de gemeente wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de inwonersaantallen per 1 januari van het jaar waarvoor de bijdrage betaald wordt, en dit op basis van de cijfers in het rijksregister.
  2. Het voorzien van de nodige budgetten voor de bijdrage in kader van de promotie en ontwikkeling van kleine landschapselementen.
  3. Het meewerken aan de hierboven omschreven activiteiten en het actief mee zoeken naar uit te voeren acties die in overleg worden ingewerkt in de jaaractieplannen van het RLLS.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst voor goedkeuring te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.14. Attest van verdeling - Otegemstraat 68 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Otegemstraat 68 en 68+.

 

Motivering

 

Op 29 januari 2026 verstuurde men vanuit de notarissenassociatie Devos - Turpyn - Mullie - Voet een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Otegemstraat 68 en 68+, gekadastreerd afdeling 2, sectie E, nummer 475a2, 475b2, 474e, 474f, met een oppervlakte van 3.057m².

 

Een deel van de eigendom wordt afgesplitst teneinde te verkopen met behoud van de huidige bestemming.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor volgende opmerking te formuleren:

De woning en achterliggende gebouwen/magazijn moeten functioneel en stedenbouwkundig als 1 geheel behouden blijven.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen bezwaar tegen de splitsing, doch wenst op te merken dat de woning en achterliggende gebouwen/magazijn functioneel en stedenbouwkundig als 1 geheel moeten behouden blijven.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.15. Attest van verdeling - Paanderstraat 27 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd of er opmerkingen zijn bij het attest van verdeling voor de eigendom gelegen Waregemstraat en Paanderstraat 27.

 

Motivering

 

Op 27 januari 2026 verstuurde men vanuit het notariaat notarissen Deerlijk een attest van verdeling voor de eigendom gelegen Waregemstraat, Paanderstraat 27+ en Paanderstraat 27, gekadastreerd afdeling 1, sectie A, nummers 272V, 272L3, 272N3 en 272M3, met een kadastrale oppervlakte van totaal 1.326 m². De goederen zijn volgens het kadaster omschreven als tuin en garage doch in realiteit op heden gebruikt als parking en magazijn.

 

De goederen zullen te koop aangeboden worden met openbare verkoop via Biddit als volgt:

        lot 1: de percelen met nummer 272V4 en 272L3 samen,

        lot 2: de percelen met nummers 272N3 en 272M3 samen,

        lot 3: de 4 percelen samen in één geheel.

 

Behoudens een verkoop in één geheel is een attest van splitsing noodzakelijk gezien de huidige eigenaar, eigenaar is van de 4 aan elkaar grenzende onroerende goederen.

 

In het attest van verdeling is geen bestemming volgens verwerver opgenomen, dit dient verder bekeken te worden na totstandkoming van de verkoop.

 

De omgevingsambtenaar stelt voor volgende opmerking te formuleren:

        de eigendom is gelegen in een 2de bouwlijn zowel ten opzichte van de Paanderstraat als van de Waregemstraat

        de ontsluiting van de eigendom gebeurt via een private oprit van een derde

        in de voorgelegde gegevens wordt geen toekomstige bestemming weergegeven

Bijgevolg kan er geen uitspraak gedaan worden over de (verdere) gebruiks-/bebouwingsmogelijkheden van de op te splitsen loten.

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen wenst op te merken dat op basis van de voorgelegde gegevens geen uitspraak kan gedaan worden over de (verdere) gebruiks-/bebouwingsmogelijkheden van de af te splitsen loten.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.16. Afsprakennota 2025_14 - Projectregie Braamakker - verlenging - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de afsprakennota 2025-14 te verlengen tot 31 december 2026.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 14 mei 2025 de afsprakennota "2025-14 - Projectregie Braamakker" goed voor een geraamd bedrag van 15.000 euro/werkjaar. Deze afsprakennota bleef van kracht tot 31 december 2025.  Op vraag van het college kan deze afsprakennota verlengd worden tot en met het einde van het volgende werkingsjaar.

 

Aangezien het traject voor de projectregie nog lopende is, is het wenselijk de afsprakennota te verlengen en verder te werken binnen het resterende budget van het vorig werkjaar (8.488,9 euro).

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 3, 4° Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

8.488,90 euro

Actie

overige beleid

Jaarbudgetrekening

GBB-CBS/0600-00/61300000

Visum

n.v.t.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen keurt de verlenging van de afsprakennota 2025-14 Projectregie Braamakker goed.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.17. OMV 2025_117 - De Cassinastraat 19 - beslissing - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen De Cassinastraat 19 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 68 K4 aangevraagd door Pauline Vanneste - Pieter Thomas met als contactadres Schoolstraat 22 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 5 februari 2026.

 

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde:

        De verharding en groenzone dienen uitgevoerd te worden zoals de afmetingen op het inplantingsplan aangegeven worden: een oprit van 24 m² en een groenzone van 7,44 m².

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, RUP De Gavers, goedgekeurd op 26 mei 2016 met als bestemming zone voor wonen met beperkte nevenfuncties – aaneengesloten bebouwing

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het RUP is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

2.1 Relevante stedenbouwkundige vergunningen

Volgende stedenbouwkundige vergunningen en/of weigeringen zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd op 29 april 1958 door het college van burgemeester en schepenen voor het optrekken van een scheidingsmuur in betonplaten achter nieuw te bouwen woonhuis.

        Stedenbouwkundige vergunning afgeleverd 12 oktober 1962 door het college van burgemeester en schepenen voor het plaatsen van een afsluiting.

 

2.2 Relevante milieuvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

2.3 Relevante omgevingsvergunningen

Er zijn geen voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is gelegen langsheen de De Cassinastraat, een voldoende uitgerust gemeenteweg. De De Cassinastraat wordt gekenmerkt door eengezinswoningen aan de ene zijde van de weg en een bedrijfssite in herontwikkeling aan de overzijde van de weg. De woningen in de straat zijn hoofdzakelijk van het gesloten bebouwingstype en bestaan uit hoofdvolumes van 2 bouwlagen met hellende daken en achterliggende nevenvolumes.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van het bijgebouw en nevenvolume. 

De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van 57,4 m². Het nevenvolume bevindt zich tegen de achtergevel van de bestaande bebouwing, op 3,10 m van de linkerperceelsgrens en op 5,46 m van de rechterperceelsgrens. Het bijgebouw bevindt zich op de rechterperceelsgrens.

Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op de beide perceelsgrenzen. De uitbreiding heeft een breedte van 11,48 m, een diepte van 7,71 m en een oppervlakte van 69,40 m². De kroonlijsthoogte bedraagt 3,30 m. Het materiaalgebruik van het nieuwe volume betreft witte gevelstenen met antracietkleuring aluminium buitenschrijnwerk. Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, bureau, zithoek, berging en leefruimte. Op het verdiep worden twee slaapkamers, een badkamer en toilet voorzien. Onder het dak bevindt zich nog een zolder.

In de tuinzone wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 36,40 m². In het terras wordt een zone van 4 m² vrijgelaten om een boom aan te planten. In de voortuinstrook wordt een oprit voorzien. De oprit heeft een breedte van 4 m en een diepte van 6 m. Op de rechterperceelsgrens wordt een groenzone met een oppervlakte van 4,50 m² voorzien.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 17 oktober 2025 tot 15 november 2025. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

ontwerp voorziet:

Het hoofdvolume bestaat uit twee bouwlagen en een hellend dak. Het hoofdvolume beslaat de bouwzone gelegen tussen de rooilijn en de maximum diepte op de verdieping (12 m) van dit hoofdvolume

De uitbreiding bevindt zich grotendeels binnen de bouwzone voor het hoofdvolume, maar wordt afgewerkt met een plat dak

 

Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het RUP gezien de bestemming, inplanting en hoogtes gerespecteerd worden.

 

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

 

De afwijking heeft betrekking op de dakafwerking zodat een afwijking overwogen kan worden. De afwijking heeft betrekking op het nevenvolume en het hoofdvolume blijft zijn hellende dakvorm behouden. De afwijking van hellend dak naar plat dak met een beperkte hoogte geeft de woning een moderne uitstraling. In de omgeving zijn verschillende woningen met een nevenvolume met platte daken, door de ligging dieper van de rooilijn wordt het straatbeeld niet geschaad en behoudt de hellende dakvorm zijn voorkomen op de rooilijn en er werden ook geen bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek. De aanpalenden zullen hiervan geen hinder ondervinden. De afwijking kan bijgevolg toegestaan worden.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2.920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2.920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha). Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 10.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een  infiltratievoorziening met een volume van 3.545,50 liter en een referentieoppervlakte van 11,20 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, wasmachine en een buitenkraan.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of watert af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving. Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De inplanting van de uitbreiding bevindt zich achteraan de woning. Een klein gedeelte hiervan bevindt zich in de zijtuinstrook van het hoofdvolume. De inplanting ten opzichte van de rooilijn blijft ongewijzigd. Na de werken vormt de bebouwing een compact geheel.

 

Bouwvolume en gabarit:

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd. De nieuwe uitbreiding heeft een beperkte hoogte. De gelijkvloerse diepte van de woning daalt van 20,84 m naar 13,71 m. Dit is zeker aanvaardbaar binnen deze woonomgeving.

 

Verschijningsvorm:

 De voorgevel van de woning blijft ongewijzigd. De uitbreiding heeft een voorgevel die zichtbaar zal zijn van op de straat maar door zijn diepere ligging ten opzichte van de rooilijn weinig impact heeft. De afwerking van deze nieuwe voorgevel is niet gelijk aan deze van het hoofdvolume (witte gevelstenen i.p.v. rode gevelstenen). Deze afwerking bevindt zich heel wat dieper dan de bestaande bebouwing waardoor de rechtstreekse impact op het straatbeeld beperkt zal zijn. De sloop van de huidige achterbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.

  

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

In de zijtuinstrook wordt een nieuwe oprit gecreëerd. De oprit is voldoende ontsloten om deze functioneel te gaan gebruiken. De verkeersimpact op de woning zal eerder beperkt zijn en daarbij worden geen grote wijzigingen verwacht aan de verkeersaantrek gezien de woonfunctie behouden blijft.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

In de zijtuinstrook wordt een oprit en groenzone voorzien. Op de plannen is op te merken dat de oppervlaktes en afmetingen niet in overeenstemming zijn met elkaar. De oprit heeft een oppervlakte gemeten op het inplantingsplan van 24 m², maar er wordt woordelijk aangegeven dat deze 27 m² groot zal zijn. Daarnaast heeft de getekende groenzone een oppervlakte van 7,44 m², maar op het plan wordt woordelijk 4,50 m² vermeld. De verharding en groenzone dienen uitgevoerd te worden zoals de afmetingen op het inplantingsplan aangegeven worden, zijnde een oprit met een breedte van 4 m op een diepte van 6 m (24 m²) en een groenzone met een breedte van 1;24 m op een diepte van 6 m (7,44 m²). Dit wordt als voorwaarde opgelegd. De verharding in de achtertuinzone is beperkt waardoor er nog voldoende ruimte overblijft om een kwalitatieve tuinzone te voorzien.

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Pauline Vanneste - Pieter Thomas met als contactadres Schoolstraat 22 te 8540 Deerlijk, voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, op een perceel gelegen De Cassinastraat 19 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 68 K4, mits te voldoen aan volgende voorwaarde:

        De verharding en groenzone dienen uitgevoerd te worden zoals de afmetingen op het inplantingsplan aangegeven worden: een oprit van 24 m² en een groenzone van 7,44 m².

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.18. Omgevingsvergunning - 2026.15 - Ter Donkt 8 - melding tussentijdse inspanning PAS - aktename

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding van tussentijdse reductie voor rundveehouderij op een perceel gelegen Ter Donkt 8 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 196 H, (afd. 2) sectie C 206 D, (afd. 2) sectie C 208 H, (afd. 2) sectie C 208 K en (afd. 2) sectie C 212 S ingediend door de heer Raphaël Destoop met als contactadres Ter Donkt 7 te 8540 deerlijk.

 

Motivering

 

De melding ingediend door Raphaël Destoop met als contactadres Ter Donkt 7 te 8540 deerlijk, werd per beveiligde zending verzonden op 2 februari 2026.

 

Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten en het decreet over de programmatische aanpak stikstof van 26 januari 2024.

 

VOORWERP VAN DE MELDING

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Ter Donkt 8, kadastraal bekend afdeling 2 sectie C nrs. 196H, 206D, 208H, 208K en 212S.

 

De melding betreft het melden van een tussentijdse reductie voor een rundveehouderij, meer bepaald een vleesveehouderij, in kader van het PAS.

 

BEOORDELING

 

Volgens art. 8 van het decreet over de Programmatische Aanpak Stikstof 26 januari 2024 (kortweg het Stikstofdecreet) dient iedere rundveehouderij die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet vergund is, uiterlijk tegen 31 december 2025 een ammoniakemissiereducerende maatregel met minimaal rendement van 5% te nemen.

 

De 5% tussentijdse emissiereductie vormt een onderdeel van de reductie-inspanning die een rundveebedrijf dient te realiseren tegen eind 2030. Bijgevolg dient de 5% emissiereductie gerealiseerd te worden t.o.v. de referentiesituatie 2021.

 

De inrichting is wat de dieren betreft vergund tot 2030 voor 20 zoogkoeien, 1 ander rund > 2 jaar, 20 runderen 1-2 jaar en 19 runderen 0-1 jaar.

 

De exploitant wenst de ammoniakemissie met meer dan 5% te verminderen door het tijdelijk schrappen van 5 standplaatsen voor runderen van 0-1 jaar. Op deze wijze daalt de totale ammoniakemissie van 277,80 kg NH3/jaar naar 255,80 kg NH3/jaar. Hierdoor wordt een reductie bekomen van 7,92% ten opzichte van de vergunde situatie, overeenkomend met 22 kg NH3/jaar. De aanvraag bevat hiervoor een berekening. Hiermee is voldaan aan de bepalingen van het Stikstofdecreet.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

     Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

     Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen.

     Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 26 januari 2024.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Er wordt akte genomen van de melding ingediend door de heer Raphaël Destoop met als contactadres Ter Donkt 7 te 8540 deerlijk voor een tussentijdse inspanning voor reductie van ammoniak voor een rundveehouderij gelegen Ter Donkt 8 te Deerlijk.

 

Als maatregel worden tijdelijk 5 standplaatsen voor runderen van 0-1 jaar geschrapt. De melding voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 van het Stikstofdecreet.

 

Beroepsmogelijkheid

Uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning:

 

Artikel 105. § 1. De aktename van een melding vermeld in artikel 111 kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

 

De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in

        het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,

        het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.

Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.19. Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.20. Premie kleine landschapselementen - toekennen subsidie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.21. Premie kleine landschapselementen - toekennen subsidie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.22. Inname openbaar domein - container t.h.v. Hazewindstraat 47 - bezwaar

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.23. MJP 2026-2031 goedkeuring toezicht - verzoek agendering gemeenteraad - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring van de toezichthoudende overheid van het meerjarenplan 2026-2031, en de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken dit ter kennisname te agenderen op de zitting van 26 februari 2026.

 

Motivering

 

Op 18 december 2025 heeft de gemeenteraad het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.

 

Op 30 januari 2026 heeft de gouverneur het meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd met één inhoudelijke vaststelling, namelijk dat het verwerken van de jaarrekening 2024 in het meerjarenplan onvoldoende was toegelicht.  Na het bezorgen van een bijkomende toelichting werd vastgesteld dat de jaarrekening 2024 wel degelijk werd verwerkt.

 

De brief die wij hierover ontvingen, en de bijkomende toelichting, bevinden zich in bijlage.  Zoals elk jaar zijn er ook een aantal eerder technische, boekhoudkundige of vormelijke bemerkingen die helpen de kwaliteit van de beleidsrapporten in de toekomst te verbeteren.

 

Conform het Decreet Lokaal Bestuur wordt dit besluit ter kennis gebracht van de gemeenteraad.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Art. 332, §1, 3e lid Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 en besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken om dit ter kennisname te agenderen op de gemeenteraad van 26 februari 2026.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.24. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.25. Ingebruikname niet-geconcedeerd graf - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.26. Asverstrooiing - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.27. Asverstrooiing - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

C.28. Asverstrooiing - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 11 FEBRUARI 2026

D.1. Gemeenteraad van 26 februari 2026 - agendapunten - verzoek agendering - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

De agenda van de gemeenteraad bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.

Het college en burgemeester en schepenen wordt gevraagd de agenda voor de komende gemeenteraad te overlopen.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt de voorziene punten voor de gemeenteraadszitting van 26 februari 2026.

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 19 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de voorzitter van de gemeenteraad te verzoeken om volgende punten te agenderen op de gemeenteraad van 26 februari 2026:

 

OPENBARE ZITTING

 

        Gemeenteraad - 29 januari 2026 - notulen en audio-opname - goedkeuring

        Meerjarenplan 2026-2031 - goedkeuring toezichthoudende overheid - kennisname

        Samenwerkingsovereenkomst Regionaal Landschap Leie en Schelde - goedkeuring

        Vernieuwen, herstellen of aanpassen van voetpaden - raming, lastvoorwaarden en wijze van gunnen - goedkeuring

        Premiereglement - Exploitatiepremie Kinderboerderij Bokkeslot - vaststelling

        Premiereglement - Investeringspremie Kinderboerderij Bokkeslot - vaststelling

        Premiereglement - Renovatie- en-of herstellingswerken aan jeugdlokalen - vaststelling

        Reglement toekenning eretitels aan lokale mandatarissen - vaststelling

        Vragen gesteld door raadsleden - kennisname

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.