DEERLIJK

4 MAART 2026

 

AANWEZIG

 

Burgemeester: Louis Vanderbeken

Schepenen: Claude Croes, Regine Rooryck, Jo Tijtgat, Lies De Witte, Lukas Viaene

Algemeen directeur: Karel Bauters

Claude Croes, schepen verlaat de zitting vanaf punt C.7.

Claude Croes, schepen vervoegt de zitting vanaf punt C.8.

Lukas Viaene, schepen verlaat de zitting vanaf punt C.12.

Lukas Viaene, schepen vervoegt de zitting vanaf punt C.14.

 

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.1. College van burgemeester en schepenen - verslag van de zitting van 25 februari 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het verslag van de vorige zitting goed te keuren.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen overloopt het verslag van de zitting van 25 februari 2026.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 50 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit het verslag van de zitting van 25 februari 2026 goed te keuren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.2. Controle en onderhoud hydranten 2026 & 2028 - raming, lastvoorwaarden, wijze van gunnen en uit te nodigen firma's - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de raming, lastvoorwaarden, wijze van gunnen en de lijst met uit te nodigen firma’s van de opdracht “Controle en onderhoud hydranten 2026 & 2028” goed te keuren.

 

Motivering

 

De hydranten op het gemeentelijk grondgebied maken integraal deel uit van de bluswatervoorziening en zijn van essentieel belang voor een doeltreffende brandbestrijding en de veiligheid van personen en goederen.

 

Overeenkomstig het ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden (B.S. 31 januari 1976) rust op de gemeenten de verantwoordelijkheid om te voorzien in het nazicht en het onderhoud van de watervoorraden, evenals van alle hiermee samenhangende elementen, waaronder de toegankelijkheid en de goede werking van de hydranten.

 

Er werd advies ingewonnen bij de zonecommandant van de brandweerzone met betrekking tot het bovenvermelde ministerieel rondschrijven. De zonecommandant adviseert om de hydranten structureel om de twee jaar te controleren op hun goede werking. Deze controle omvat het nagaan van de aanwezigheid, bereikbaarheid en zichtbaarheid van de brandkranen, signalisatiepalen en signalisatieplaten, evenals het beproeven van de hydranten.  Daarnaast wordt geadviseerd om bijkomende controles uit te voeren naar aanleiding van openbare werken.

 

In het kader van de opdracht “Controle en onderhoud hydranten 2026 & 2028” werd een bestek met nr. 2026-06 opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen.

 

Volgens artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten wordt de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel heeft.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 45.626,88 euro excl. btw of 55.208,52 euro incl. 21 % btw.

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Volgende ondernemers komen in aanmerking om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:

        Werkplus Maatwerk vzw, Windhoek 17 te 8790 Waregem;

        Waak Maatwerkbedrijf 'WSW' vzw, Heirweg 125 te 8520 Kuurne;

        Poerderie vzw, Wagenmakersstraat 54 te 8500 Kortrijk.

 

Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 26 maart 2026 om 9.00 uur voorgesteld.

 

Voor deze opdracht is budget voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0690-00/61510000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.

 

Juridische gronden

 

   Algemene basisbevoegdheid: Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

   Andere:

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben) en artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

 

Adviezen

 

De coördinator wegen & water verleent positief advies.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het bestek met nr. 2026-06 en de raming voor de opdracht “Controle en onderhoud hydranten 2026 & 2028”, opgesteld door de deskundige aankoop, contracten & verzekeringen worden goedgekeurd.

 

De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.

 

De raming bedraagt 45.626,88 euro excl. btw of 55.208,52 euro incl. 21 % btw.

 

Artikel 2

 

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Artikel 3

 

In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.

 

Artikel 4

 

Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:

        Werkplus Maatwerk vzw, Windhoek 17 te 8790 Waregem;

        Waak Maatwerkbedrijf 'WSW' vzw, Heirweg 125 te 8520 Kuurne;

        Poerderie vzw, Wagenmakersstraat 54 te 8500 Kortrijk.

 

Artikel 5

 

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 26 maart 2026 om 9.00 uur.

 

Artikel 6

 

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op jaarbudgetrekening 0690-00/61510000/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.3. Personeel - aankondiging vakbondsactie - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD ABVV openbare diensten waarbij ze acties aankondigen.

 

Motivering

 

ACOD ABVV openbare diensten meldt in hun schrijven van 18 februari 2026 en 19 februari 2026 dat er op 8 maart 2026 een nationale actiedag georganiseerd wordt door het ABVV en het ACV in het kader van Internationale Vrouwendag en op 12 maart 2026 een nationale actiedag tegen de sociaaleconomische maatregelen van de federale regering.

 

Dit kan binnen bepaalde besturen aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers.

 

Deze dagen worden als stakingsdag beschouwd waarbij elk personeelslid dat afwezig is wegens deelname aan de actie, zal gedekt worden door deze stakingsaanzegging.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van ACOD ABVV openbare diensten, waarbij ze laten weten dat er op 8 maart 2026 en op 12 maart 2026 een nationale stakingsdag wordt georganiseerd.

 

Personeelsleden die deelnemen aan deze acties zijn met deze stakingsaanzegging ingedekt.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.4. Bibliothecaris - beslissing genezenverklaring zonder blijvende arbeidsongeschiktheid - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.5. Vrije tijd - vervanging technieker gemeenschapscentrum wegens arbeidsongeschiktheid - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.6. Beslissingen algemeen directeur - februari 2026 - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.7. Secretariaat - vrijwilligersvergoeding hostessen - februari 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om de uitbetaling van de onkostenvergoedingen voor de prestaties van de hostessen van de maand februari 2026, goed te keuren.

 

Motivering

 

Elke hostess heeft een vrijwilligersovereenkomst ondertekend waarin de onkostenvergoeding werd vastgelegd. Deze vrijwilligersovereenkomst is een overeenkomst tussen de vrijwilliger en het gemeentebestuur van Deerlijk.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8 januari 2025

 

Financiën

 

De beslissing heeft financiële gevolgen.

 

Raming of bedrag

452,16 euro

Actie

Overig beleid

Jaarbudgetrekening

GBB / 0751-00 / 61320000

Visum

Geen visum

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit om de hostessen te vergoeden voor de geleverde prestaties in februari 2026, volgens het overzicht in bijlage.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.8. Receptionele aangelegenheden - tijdstip en locatie - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.9. Informatieveiligheidscel - jaarverslag van 2025 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het jaarverslag van de informatieveiligheidscel van 2025. 

 

Motivering

 

De informatieveiligheidscel wordt op de hoogte gesteld van de incidenten en de risico's die de informatieveiligheid in gedrang brengen, alsook van de genomen maatregelen die invloed hebben op de informatieveiligheid. 

 

Het jaarverslag van 2025 is terug te vinden in bijlage.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Adviezen

 

Er zijn geen adviezen nodig.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde jaarverslag van 2025 van de informatieveiligheidscel in bijlage.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.10. Kinderboerderij Bokkeslot - verslag Raad van Bestuur van 17 november 2025 - kennisname

 

Aanleiding en context

 

De Raad van Bestuur van Kinderboerderij Bokkeslot hield een vergadering op 17 november 2025.

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht kennis te nemen van het verslag.

 

Motivering

 

De gemeenteraad keurde in zitting van 28 mei 2020 het vernieuwde premiereglement exploitatiepremie Kinderboerderij Bokkeslot goed. Volgens artikel 3 van dit premiereglement is één van de voorwaarden voor het ontvangen van de jaarlijkse premie dat de verslagen van de raad van bestuur en de algemene vergadering na goedkeuring in haar raad van bestuur bezorgd aan de jeugdconsulent en ter kennisname voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Het verslag van deze vergadering werd goedgekeurd in een volgende zitting van de raad van bestuur van Kinderboerderij Bokkeslot van 16 december 2025.

 

De bijhorende toelichting is te vinden in het verslag als bijlage.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het goedgekeurde verslag in bijlage.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.11. Animatorenvergoedingen gemeentelijk speelplein - krokusvakantie 2026 - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.12. Cultuur - Uitbetaling barvrijwilligers 14 februari 2026 - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.13. Evenementen - Scouts & Gidsen Deerlijk - Nacht van de Arboit - 30 april 2026 - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Op 6 januari 2026 werd een aanvraag ingediend door Scouts en Gidsen Deerlijk voor volgend evenement:

 

Naam evenement

Nacht van de Arboit 2026

Organisator

Scouts en Gidsen Deerlijk

Datum

Donderdag 30 april 2026

Plaats

Gaverdomein,

Vercruysse de Solartstraat 28

8540 Deerlijk

 

Motivering

 

1. Het college van burgemeester en schepenen overloopt volgende onderdelen van de aanvraag:

 

        aanvraag geluidsactiviteit als volgt:

 

85 – 95 dB

 

Contactpersoon

Naam

Kobe Vannieuwenhuyze

 

Adres

Vercruyssse de Solartstraat 28

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Activiteit

Benaming activiteit

Nacht van de Arboit 2026

Locatie

Gebouw

/

 

Tent

/

 

Open lucht

X

Adres

Naam gebouw

 

 

Adres

Vercruysse de Solartstraat 28

 

Postcode en gemeente

8540 Deerlijk

 

Maximaal geluidsniveau

>85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

 

Duur

 

Begin

Donderdag 30 april 2026 om 17.30 uur

Einde

Vrijdag 1 mei 2026 om 2.00 uur

 

De aangevraagde muziekactiviteit vindt plaats in een woonomgeving of in de nabijheid van een bewoonde omgeving. Het gaat hier om een muziekactiviteit naar aanleiding van een bijzondere gelegenheid en de aangevraagde activiteit is beperkt in duur.

 

De aangevraagde muziekactiviteit kan toegestaan worden maar het is evenwel noodzakelijk om het toegelaten geluidsniveau en de toegelaten periode nauwkeurig vast te leggen conform de toepassing van het sluitingsuur, gekoppeld aan een afbouwscenario.

 

Het uitdovend effect van de muziekactiviteit (afbouwscenario) gaat gepaard met het stopzetten van de catering een half uur voor het einduur. Het publiek dient het evenemententerrein een half uur na sluitingsuur te hebben verlaten.

 

Indien een organisator voor diens evenement een einduur vooropstelt dat vroeger valt dan het maximale einduur én buiten het afbouwscenario valt, is het afbouwscenario niet van toepassing, met dien verstande dat op het door de organisator vooropgestelde einduur alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: vrijdag 1 mei 2025 om 2.00 uur.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

        aanvraag politionele medewerking

 

Parkeerverbod op volgende plaats(en):

        parking inrit Gaverdomein (ter hoogte van de torentjes) op donderdag 30 april 2026 van 6.00 uur tot en met vrijdag 1 mei 2026 om 22.00 uur.

        parkeerstrook langs de tennisvelden in de Vercruysse de Solartstraat, op donderdag 30 april 206 van 6.00 uur tot en met vrijdag 1 mei 2026 om 22.00 uur.

 

PZ Gavers verleende op 22 januari 2026 positief advies en vraagt, gelet op de problemen tijdens de twee vorige edities en conform de evaluatie van de veiligheidscel, om een inzet van private veiligheid te voorzien. Daarnaast wordt gevraagd het opgelegde einduur te respecteren en met een uitdovend karakter te werken, zodat de overlast voor de buurtbewoners tot een minimum beperkt wordt.

 

PZ Gavers heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3261810.

 

        aanvraag tijdelijke inname openbaar domein

 

Scouts en Gidsen Deerlijk wenst Nacht van de Arboit 2026 te organiseren op donderdag 30 april 2026 en vraag toelating voor: de inname van het Gaverdomein, specifiek het polyvalente plein naast de scoutslokalen, waarbij tijdens het weekend, op zaterdag 25 april en zondag 26 april 2026, reeds wordt gestart met opbouw van het evenement.

 

2. De evenementencel verleent volgend advies voor dit evenement:

 

Men moet rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

Alsook moet de organisator een risico-analyse (lijst met de mogelijke risico’s en maatregelen om deze te verhelpen/op te lossen) en plan met aanduiding opstelling, evacuatiewegen ... opmaken.

 

Alle cateringstanden dienen te beschikken over geldige en blanco keuringsverslagen (conformiteit installatie en gasdichtheid beiden uitgevoerd door een EDTC).

 

Bijkomend specifiek advies kan later nog volgen vanuit de veiligheidscel.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

 

        Toelating geluidsactiviteit

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, verder aangeduid als Vlarem II, waaronder, en zonder zich hiertoe te willen beperken, art. 6.7.3.

        De algemene gemeentelijke politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen, meer specifiek en zonder zich daartoe te willen beperken, de artikelen 37, 38 en 47.

        Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 maart 2024

        Plaatsing verkeerssignalisatie

        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor dit evenement mits de aanstelling van een verantwoordelijke die ook optreedt als contactpersoon voor de hulp- en veiligheidsdiensten.

De eindverantwoordelijke zorgt voor de veiligheid in en rond het evenemententerrein, houdt toezicht in de omgeving en zal, indien nodig, politiezone Gavers contacteren.

 

Artikel 2

 

De aangevraagde muziekactiviteit wordt toegelaten mits naleving van volgende voorwaarden:

 

Voorwaarden met betrekking tot het maximaal geluidsniveau.

Maximaal geluidsniveau: > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min

        Het maximaal geluidsniveau mag LAeq,15min 95 dB(A) niet overschrijden. Als het maximaal geluidsniveau, gemeten als LAmax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Bij het meten van het geluidsniveau worden zowel het geluid van muziek als het omgevingsgeluid in rekening gebracht.

        Het geluidsniveau geldt ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats.

        Op initiatief en op kosten van de exploitant/organisator wordt ofwel LAeq,15min ofwel LAmax,slow continu gemeten d.m.v. meetapparatuur die voldoet aan de vereisten. Het geluidsniveau is tijdens de muziekactiviteit continu zichtbaar voor en wordt continu bewaakt door de exploitant/organisator of een door hem aangestelde persoon.

        De verplichting tot het meten van het geluidsniveau geldt niet als door de organisator/exploitant een geluidsbegrenzer gebruikt wordt die zo is afgesteld dat de norm gerespecteerd wordt. De geluidsbegrenzer moet voldoen aan de vereisten.

 

Voorwaarden met betrekking tot de duur van de muziekactiviteit:

Duur

 

Begin

Donderdag 30 april 2026 om 17.30 uur

Einde

Vrijdag 1 mei 2026 om 2.00 uur

 

 

Voorwaarden met betrekking tot de buurt:

        Zowel de inrichters als de bedieners van de muziekinstallatie moeten zich houden aan een voor de buurt aanvaardbaar geluidsniveau. In geen geval mag de muziek de nachtrust van de omwonenden storen. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd.

        De inrichters verwittigen de inwoners van de omliggende straten van de muziekactiviteit.

        De inrichters houden zich aan het vooropgestelde einduur waarop alle geluidsactiviteit wordt stopgezet: vrijdag 1 mei 2026 om 2.00 uur.

        De organisator brengt de politie op de hoogte van de muziekactiviteit.

 

Deze toelating betekent in geen geval een vrijgeleide om onbeperkt hinder te veroorzaken.

 

Artikel 3

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit zijn goedkeuring te verlenen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein op het Gaverdomein, specifiek het polyvalente plein naast de scoutslokalen, vanaf zaterdag 25 april 2026, in functie van de opbouw van het evenement, tot en met zaterdag 3 mei 2026, in functie van de afbouw van het evenement.

 

Artikel 4

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit de gevraagde politionele medewerking te verlenen.

 

De inrichter dient zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie.  De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

De levering van de verkeerssignalisatie gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het eventuele parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 5

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist om voor deze editie in eerste instantie in te zetten op ouders die toezicht houden tijdens het evenement en nog geen private security schakelen. Dit systeem zal na afloop van het evenement geëvalueerd worden met het oog op eventuele bijsturing voor toekomstige edities.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.14. Evenementen - Okra - streekpuntwandeling - 16 april 2026 - parkeerverbod - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Aan het college van burgemeester wordt gevraagd toelating te verlenen voor een parkeerverbod, naar aanleiding van een evenement.

 

Motivering

 

Okra Sint- Lodewijk wenst hun Streekpuntwandeling te organiseren op donderdag 16 april 2026 en vraagt toelating voor:

 

        het invoeren van parkeerverbod op de parking van buurthuis Sint- Lodewijk op donderdag 16 april 2026 van 8.00 uur tot 20.00 uur.

 

PZ Gavers verleende op 24 februari 2026 positief advies en heeft de nodige verkeersmaatregelen opgesteld conform het signalisatieplan ingetekend in Eagle.be met uniek nummer 3399784.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art.56,§1 Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Algemene politieverordening, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 april 2010 en latere wijzigingen

        Beslissing van het politiecollege van 27 november 2008 in verband met plaatsing verkeerssignalisatie

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen voor:

 

        het invoeren van parkeerverbod op de parking van buurthuis Sint- Lodewijk op donderdag 16 april 2026 van 8.00 uur tot 20.00 uur.

 

Artikel 2

 

Naar aanleiding van de beslissing van het politiecollege van 27 november 2008 dient de organisatie/vereniging zelf in te staan voor de plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie aan de hand van het toegestuurde signalisatieplan, opgemaakt door de politie. De politie zal enkel instaan voor het toezicht op de correcte plaatsing van de verkeers- en omleggingssignalisatie.

 

Het plaatsen van het parkeerverbod wordt als volgt geregeld : het aanbrengen en wegnemen van parkeerverbodsborden gebeurt door de technische diensten van de gemeente. De controle op de naleving van het parkeerverbod gebeurt door de politie.

 

Artikel 3

 

De organisatoren moeten rekening houden met de algemene voorschriften van de hulpverleningszone Fluvia inzake brandpreventie. Deze voorschriften kan men terugvinden op de website via volgende link: www.brandweerfluvia.be/brandveiligheid/organiseer.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.15. BBO De KIM & De SAM - tijdelijke aanstelling Buspersoneel - goedkeuring

 

STEMMINGEN

bij geheime stemming

Het college van burgemeester en schepenen besluit met 6 ja-stemmen

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.16. Vrijwilligersvergoeding - BOA - activiteiten - vergoeding kinderfilmnamiddag 25 februari 2026 - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.17. OMV 2025_159 - De Cassinastraat 12 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen De Cassinastraat 12 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 452 N en (afd. 2) sectie C 452 R aangevraagd door Cédric Bosteels - Jonas Bossuyt wonende Isabella van Oostenrijkstraat 12 te 9052 Gent.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 26 februari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.

 

Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:

        De nieuwe bomen die op 2 à 3 m van de perceelsgrens ingetekend staan dienen vervangen te worden door een boom van 3de grootte en deze dichtbij het gebouw door bomen van 2de of 3de grootte. 

        In de achtertuinzone wordt minstens één boom van 1ste grootte (vb. eik) aangeplant.

        Alle groenaanplant conform het plan en voorwaarden worden aangeplant tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, BPA Gavers wijziging B, dd. 30 oktober 1987 met als bestemming zone 3 – menging halfopen en open bebouwing en zone 13 - tuinstrook.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 11 september 1970 (dossiernummer 1970.14)

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het BPA en verkavelingsplan zijn van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Verkavelingsvergunning (0011-3) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 11/09/1970.

        Gebouwen en constructie dossier 0058-10-A voor bouwen van landhuis - vergunning op 22/03/1951.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van +/- 1116 m² en is gelegen langs de De Cassinastraat op ongeveer 500 m ten zuidwesten van de kern van Deerlijk. De De Cassinastraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is braakliggend. Op het perceel bevindt zich naast heel wat hoogstammige bomen, een vervallen tennisveld. De omgeving is een stedelijke omgeving. Het wonen bestaat er bijna uitsluitend uit eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een vrijstaande eengezinswoning te bouwen.

De woning wordt ingeplant op 7 m van de rooilijn, op 3 m van de rechterzijperceelsgrens en op 3,60 m van de linkerzijperceelsgrens. De afstand tot de achterkavelgrens bedraagt 24,79 m. De woning heeft een typerende S-vorm en zal een maximale breedte van 13,50 m hebben. De diepte op het gelijkvloers bedraagt op zijn diepst 26 m en deze op de verdieping 15 m.

De woning bestaat uit twee bouwlagen met grotendeels hellend dak en deels plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt minimaal 4,92 m en maximaal 5,80 m en de nokhoogte ligt op 8,50 m.  Op het gelijkvloers bevindt zich een fietsberging, inkom, wasberging, polyvalente ruimte, leefruimte, eetruimte, keuken en berging. Op de verdieping worden drie slaapkamers, twee badkamers en een logeerkamer/bureauruimte ondergebracht.

De platte daken van de woning worden ingericht als groendaken. De gevels worden afgewerkt in lichtrood gevelmetselwerk, de dakbedekking van het hellend dak bestaat uit zwarte dakpannen en het schrijnwerk is voorzien in zwart aluminium buitenschrijnwerk.

In de voortuin wordt 57,76 m² verhard in functie van oprit en toegangspad. Op het perceel worden drie terrassen aangelegd. Het eerste terras bevindt zich in het eerste deel van de S-vorm. Dit terras heeft een oppervlakte van 28,30 m². Het tweede terras wordt in de bovenste oksel van de S voorzien. Dit terras heeft een oppervlakte van 28,47 m². Achteraan de woning wordt een derde terras aangelegd met een oppervlakte van 34,81 m². De terrassen worden voorzien in uitgewassen beton. Binnen de aanvraag wordt voorzien om de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden. Daarnaast worden er op het perceel verschillende groenzones aangelegd met organische vormen. In de aan te leggen wadi worden twee nieuwe bomen aangeplant. Ook achteraan de woning worden twee nieuwe bomen voorzien. Binnen de aanvraag worden 14 bomen gerooid.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 december 2025 tot 17 januari 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er één bezwaarschriften ingediend.

 

Het ingediende bezwaar kan als volgt samengevat worden:

Het bezwaarschrift handelt over mogelijke inkijk en schending van de privacy door de aanwezigheid van vier ramen op de eerste verdieping. De bezwaarindiener geeft aan dat dit zou kunnen worden opgelost door de aanplant van verschillende hoogstammige bomen in de vrije zijstrook.

 

  1. Adviezen

 

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.

De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 11 september 1970 (dossiernummer VK 1970.14).

De aanvraag voldoet grotendeels aan de voorzieningen van de verkaveling gezien het een eengezinswoning betreft van het open type.

Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden mits de aanvraag inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening gerespecteerd wordt.

 

De aanvraag dient bijgevolg te worden afgetoetst aan de voorschriften van het BPA. De aanvraag wijkt af van de voorschriften. Hiervoor wordt toepassing gemaakt van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Het ontwerp is op volgende punten in strijd met de voorschriften:

Plan schrijft voor:

ontwerp voorziet:

Kroonlijsthoogte nevenvolume 3 m

Kroonlijsthoogte nevenvolume 3,20 m

Hellend dak met helling tussen 30° en 60°

Lessenaarsdak variërend tussen 10,78° en 22,48° en luifels met plat dak

De maximale bouwdiepte gelijkvloers bedraagt 25 m

Bouwdiepte gelijkvloers 26 m


Het gevraagde is voor het overige in overeenstemming met de voorzieningen van het BPA gezien het een eengezinswoning betreft waarbij de richtlijnen m.b.t. inplanting, kroonlijst van het hoofdvolume en nokhoogte gerespecteerd worden. Ook de maximale bebouwde oppervlakte, verharding in de voortuinstrook beperken zich tot binnen de richtlijnen van het BAP.

Artikel 4.4.1 van de VCRO voorziet dat na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen kunnen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.

De afwijking heeft betrekking op de dakhelling en de bouwhoogte zodat een afwijking overwogen kan worden.

De afwijking van de dakhelling tussen 30° en 60° naar een helling variërend tussen 10° en 22° is te motiveren aangezien deze afwijking beperkt is en de nokhoogte en kroonlijsthoogte binnen de maximaal toegelaten hoogtes valt. Er werden hierover ook geen bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek zodat ook de aanpalenden hiervan geen hinder zullen ondervinden.

De afwijking van de kroonlijsthoogte van 3 m naar een hoogte van 3,20 m is te motiveren aangezien deze afwijking beperkt is en het valt binnen de huidige comfort-eisen en normen m.b.t. isolatie en klimaatbestendig bouwen. Er werden ook geen bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek zodat ook de aanpalenden hiervan geen hinder zullen ondervinden.

De afwijking heeft betrekking op de bouwdiepte van de constructie zodat een afwijking overwogen kan worden. De afwijking waarbij de bouwdiepte toeneemt van 25 m naar 26 m is te motiveren. De woning zelf heeft een bouwdiepte van 25 m; de bijkomende meter ontstaat door de integratie van een gemetselde barbecue die aansluit op het hoofdvolume. De overschrijding van de maximaal toegelaten bouwdiepte betreft dus een architecturaal accent van zeer beperkte omvang. Hierdoor gaat het om een minimale afwijking met een verwaarloosbare ruimtelijke impact, die geen afbreuk doet aan de goede ruimtelijke ordening.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is opgenomen in collectief te optimaliseren buitengebied met volgende voorschriften volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse Milieu Maatschappij. Op deze locatie is nog geen collector en/of riolering aanwezig en is deze nog niet verbonden met een operationele waterzuiveringsinstallatie.

In afwachting van de aanleg van riolering moet het afvalwater minstens voor behandeld worden in een septische put per woonentiteit. De septische put moet in dat geval zowel het grijs afvalwater (bad, douche, wasmachine, keuken) als het zwart afvalwater (toilet) verwerken. Wanneer de privéwaterafvoer dan wordt aangesloten op de aangelegde riolering, kan de put (indien toegelaten door de rioolbeheerder) geheel of gedeeltelijk worden kortgesloten.

In afwachting van aansluiting op de riolering, zijn er 3 mogelijke situaties voor de lozing van het effluent van de septische put:

        lozing in een riool (vaak een ingebuisde gracht) die nog niet is aangesloten op een zuiveringsinstallatie;

        lozing in een gracht;

        indirecte lozing in de bodem (besterfput)

 

Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

De dakoppervlakte watert af naar een hemelwaterput van 15.000 liter. De hemelwaterput heeft een overloop naar een  infiltratievoorziening met een volume van 5.806 liter en een referentieoppervlakte van 34,36 m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor spoeling toiletten, irrigatie en onderhoud tuin en groendak, schoonmaak wagen en woning.

Hemel- en afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot aan de perceelsgrens.

De verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende materialen of wateren af in de naastliggende onverharde ruimte zodat het water van de verhardingen infiltreert in de bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking tot het bouwen van een nieuwe vrijstaande eengezinswoning. De aanvraag bevindt zich in een residentiele omgeving waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De woning wordt ingeplant op 8 m van de rooilijn. Deze positionering is bewust gekozen om een deel van de bestaande bomen op het perceel te kunnen behouden. Hoewel dit resulteert in een minder compacte bouwconfiguratie, wordt het ruimtegebruik in dit geval als aanvaardbaar beschouwd. De combinatie van het ruime perceel en het streven naar maximaal behoud van de aanwezige groenstructuur vormt een verantwoorde ruimtelijke keuze.

De woning heeft een bouwdiepte van 25 m. Aansluitend aan de woning, wordt een gemetselde barbecue voorzien, waardoor de bouwdiepte voorzien wordt op 26 m. De bouwdiepte van 26 m wijkt af van de bepalingen van het geldende BPA. De overschrijding van de maximale diepte heeft betrekking op een architecturaal accent en is bijgevolg beperkt waarvoor tijdens het openbaar onderzoek ook  geen bezwaren werden ingediend. Gelet op de context, de perceelsgrootte en de zorgvuldige inplanting die het behoud van waardevolle bomen mogelijk maakt, kan deze afwijking ruimtelijk verantwoord worden geacht.

  

Bouwvolume en gabarit:

Het gevraagde is qua volume en gabarit inpasbaar in de betreffende omgeving. De afwerking van de woning met verschillende hellende daken is veel voorkomend in de nabije omgeving. De hellingsgraad van het lessenaarsdak wijkt licht af van de voorschriften en er wordt een plat dak voorzien bij de luifels. Ook de kroonlijsthoogte van het nevenvolume is een beperkte afwijking. Er wordt geen hinder verwacht voor de omliggende percelen.

  

Verschijningsvorm:

De woning wordt afgewerkt met lichtrood gevelmetselwerk. Deze afwerking is passend binnen de omgeving.

In de voorgevel van de woning zijn verschillende raam- en deuropeningen aanwezig zodat er voldoende (sociaal) contact ontstaat met het voorliggende openbaar domein. In de linker-en rechterzijgevels zijn telkens verschillende raamopeningen aanwezig. Deze zijn zo gepositioneerd dat ze zich op ruim voldoende afstand situeren t.o.v. de zijdelingse perceelsgrenzen zodat inkijk vermeden wordt.

Het behoud van de bomen en hagen in de voortuinstrook zal een positieve impact hebben op het straatbeeld.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

Gezien de aanvraag de bouw van een nieuwe woning betreft, zal de verkeersaantrek in de omgeving beperkt wijzigen. Voor een ééngezinswoning is dit echter beperkt tot voornamelijk woon-werkverkeer. Op het terrein wordt een dubbele oprit aangelegd waardoor het parkeren volledig op eigen terrein wordt voorzien. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Bij de inplanting van de woning heeft men zoveel mogelijk rekening gehouden met het behoud van bestaande waardevolle bomen.  Voor de beoordeling van dit aspect werd intern advies gevraagd aan de coördinator groen en proper. De geknotte populieren, laagstammige perelaars en de sparren worden als niet waardevol beschouwd.  Enkel de meerstammige katsuraboom (nr. 8) en de appelboom (nr. 9) zouden enigszins als waardevol kunnen beschouwd worden.  De appelboom (fruitboom) omwille van een klein landschapselement (KLE) en de katsuraboom omwille van de soortwaarde en omvang.  Gezien beide bomen hinder veroorzaken voor de inplanting van de toekomstige woning en men 4 extra hoogstammige bomen aanplant, is het rooien ervan te verantwoorden.

De 4 voorgestelde nieuwe bomen worden op 2 m à 6 m van de perceelsgrenzen aangeplant.  De voorgestelde eiken (Quercus robur, hispanica en Phellos) zijn bomen van 1ste grootte en hebben een te omvangrijke kruin (10 m à 25 m omvang) om op een dergelijke afstand aan te planten, zonder dat deze in de toekomst drastisch dienen te worden gesnoeid.  Centraal in de achtertuin zou een dergelijke boom wel kunnen uitgroeien tot een volwaardige boom gezien de tuin een breedte van 20 m heeft.  Er wordt voorgesteld om de bomen die op 2 m à 3 m van de perceelsgrens ingetekend staan, te vervangen door een boom van 3de grootte en deze dichtbij het gebouw door bomen van 2de of 3de grootte.  De kale achtertuin kan aangevuld worden met een boom van 1ste grootte zoals een eik. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Het  ingediende bezwaarschriften is  tijdig ingediend en worden bijgevolg ontvankelijk verklaard.

Omtrent de ingediende bezwaarschriften wordt voorgesteld volgend standpunt in te nemen:

Dat bezwaarschirft ongegrond te verklaren.

De geplande ramen op de eerste verdieping bevinden zich grotendeels op minstens 8 m van de zijperceelsgrens, wat ruimschoots voldoet aan de gangbare normen inzake afstand en privacy. Een afstand van 8 m is meer dan het dubbele van wat in de ruimtelijke ordening algemeen aanvaard wordt als voldoende om hinder of disproportionele inkijk te vermijden waardoor hier geen sprake zijn van onaanvaardbare inkijk. Enkel het raam in slaapkamer 1 bevindt zich op een korte afstand (3 m van de zijperceelsgrens) doch voldoet aan de bepalingen van het BPA en het raam heeft slechts een beperkte bruto-breedte van 50 cm waardoor de impact beperkt zal zijn.

Daarnaast gaat het bij alle ramen om slaapkamerramen, ruimtes die niet als woon- of verblijfsfunctie worden beschouwd. Aangezien er geen permanente aanwezigheid is in slaapkamers, kan moeilijk worden gesteld dat er sprake zou zijn van een relevante of voortdurende inkijk.

Ook blijft op het betrokken perceel in de zijtuin, ter hoogte van de slaapkamer 2 en 3, een bestaande boom behouden, die reeds een natuurlijke visuele filter vormt. Bovendien is op het perceel van de bezwaarindiener zelf een aanzienlijke hoeveelheid bomen aanwezig, die bijkomend mogelijke inkijk beperken.

Gelet op deze elementen kan het bezwaar niet worden gevolgd en vormt het geen grond om bijkomende voorwaarden op te leggen in het kader van de omgevingsvergunning.

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Cédric Bosteels - Jonas Bossuyt wonende Isabella van Oostenrijkstraat 12 te 9052 Gent, voor het bouwen van een woning, op een perceel gelegen De Cassinastraat 12 en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie C 452 N en (afd. 2) sectie C 452 R, mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De nieuwe bomen die op 2 m à 3 m van de perceelsgrens ingetekend staan dienen vervangen te worden door een boom van 3de grootte en deze dichtbij het gebouw door bomen van 2de of 3de grootte. 

        In de achtertuinzone wordt minstens één boom van 1ste grootte (vb. eik) aangeplant.

        Alle groenaanplant conform het plan en voorwaarden worden aangeplant tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het voltooien van de werken.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.18. Braamheuvelstraat 43 - schrapping risicogrond - goedkeuring

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd goedkeuring te geven voor de schrapping van een risicogrond van de gemeentelijke inventaris, gelegen te Braamheuvelstraat 43, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 1, sectie B, nr 767S.

 

Motivering

 

Op 24 februari 2026 werd een elektronisch schrijven ontvangen van Universoil. Het betreft een gemotiveerde verklaring tot schrapping van Braamheuvelstraat 43, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 1, sectie B, nr 767S.

 

Het te schrappen perceel maakte vroeger deel uit van het voormalig perceel 767R, waarop een ARAB-vergunning afgeleverd werd op 29/04/1976, en later milieuvergunningen op 10/10/1996 en 27/08/2009. Alle vergunningen waren op naam van Devos-Caby voor de exploitatie van een tapijtweverij. In de vergunningsaanvraag van 1976 werd een ondergrondse benzinetank van 10.200 liter aangevraagd. Een plan is echter niet voorhanden. In latere vergunningen en in het oriënterend bodemonderzoek van 2002 wordt geen vermelding meer gemaakt van deze benzinetank. De Vlaremrubriek 17.3.4.2°a)1) voor deze ondergrondse benzinetank werd niet opgenomen in de gemeentelijke inventaris. De voormalige bewoners van het woonhuis op betreffende perceel 767S verklaren op eer dat de benzinetank er in werkelijkheid nooit geweest is. De vrachtwagens van de weverij tankten telkens bij het tankstation tegenover de weverij in de Vichtesteenweg. Hoewel er dus geen sluitend bewijs is in de vorm van een plan, is het zeer aannemelijk dat er in werkelijkheid nooit risico-activiteiten plaatsvonden op perceel 767S, waar minstens vanaf 1971 tot nu een woonhuis gestaan heeft.

 

Op 25 februari 2026 werd door de dienst omgeving een administratief onderzoek gevoerd waaruit blijkt dat er voldoende aangetoond wordt dat er in werkelijkheid geen risicoactiviteiten hebben plaatsgevonden op het perceel in kwestie.

 

Er zijn geen externe adviezen nodig.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 en § 3, 7° Decreet lokaal bestuur

        Andere:

        Art. 7, § 1 Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1 

 

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

        het advies van de dienst omgeving te volgen en het perceel Braamheuvelstraat 43, 8540 Deerlijk met als kadastrale omschrijving afdeling 1, sectie B, nr 767S, te schrappen als risicoperceel;

        deze schrapping uit te voeren via de website risicolocaties.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.19. OMV 2025_163 - Kortrijkse heerweg 116 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Kortrijkse heerweg 116 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 2 S aangevraagd door de heer Darioush Dehghani Alvandi met als contactadres Ijzerkaai 36 te 8500 Kortrijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 26 februari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.

 

Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:

        De wederrechtelijk aangelegde waterdoorlatende verharding in de voortuinstrook (op in het inplantingsplan aangeduid met +) dient verwijderd te worden. De vrijgekomen ruimte dient voorzien te worden van levend groen. Deze werken moeten uitgevoerd zijn in het eerstvolgend plantseizoen na voltooiing van de aangevraagde  bouwwerken.

        De siervijver dient effectief aangepast te worden naar wadi waarbij het minimale infiltratieoppervlak en volume voorzien worden.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De bepalingen van het gewestplan Kortrijk (goedgekeurd 4 november 1977) zijn niet meer van toepassing en werden vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 7.4.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 21 februari 1963 (dossiernummer 0026/01)

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

De verkaveling is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

Er zijn geen historische dossiers voor deze aanvraag.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 814 m² en is gelegen langs de Kortrijkse heerweg op ongeveer 1,70 km ten westen van de kern van Deerlijk. De Kortrijkse heerweg is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning. De woning is ingeplant op 7,63 m t.o.v. de rooilijn, op 4,54 m t.o.v. de linker perceelsgrens en op 3,79 m t.o.v. de rechter perceelsgrens. De bouwdiepte van de woning bedraagt 16,81 m. Op het perceel bevinden zich 2 vrijstaande bijgebouwen. De achteruitbouwstrook is zo goed als volledig verhard.

De omgeving heeft een residentieel karakter en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen. Langs de overzijde van de weg bevindt zich een industriegebouw.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning na afbraak van de bestaande veranda.

De bestaande af te breken bebouwing heeft een oppervlakte van 33,23 m² en bevindt zich op 4,54 m van de linker perceelsgrens. Op de plaats van de te slopen constructies wordt een nieuwbouw voorzien. De uitbreiding bevindt zich achteraan de woning, op een afstand van min. 4,23 m t.o.v. de linkerkavelgrens. De uitbreiding heeft een breedte van 8,16 m op een diepte van 5 m en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,20 m.

Het materiaalgebruik voor het nieuwe volume betreft geel genuanceerd metselwerk als gevelbekleding en bruin, houten buitenschrijnwerk.

Het bestaande hoofdvolume wordt intern verbouwd. Het gelijkvloers bestaat na verbouwing en uitbreiding uit een inkom, zit- en eetruimte met open keuken, een koele berging, wasplaats/berging, badkamer, 2 slaapkamers en 1 slaapkamer/bureau. De bestaande garage wordt ingericht als badkamer. Onder het dak bevindt zich nog een zolder.

In de tuinzone wordt een bestaand bijgebouw afgebroken. Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 8,70 m². Op de plaats van de vijver wordt in de linker vrije zijstrook een wadi voorzien. In de beide zijtuinen voorziet de aanvrager een ontharding en inrichting met groenzone. De inrichting van de voortuin blijft grotendeels  behouden behoudens een strook van ongeveer 3 m ten opzichte van de linker zijperceelsgrens die onthard wordt (in het verlengde van de te ontharden zijtuinstrook).

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 december 2025 tot 17 januari 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

Er dienden geen adviezen ingewonnen te worden. 

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.

De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21 februari 1963 (dossiernummer 0026/1).

De aanvraag voldoet grotendeels aan de voorzieningen van de verkaveling gezien het een eengezinswoning betreft waarbij de richtlijnen m.b.t. bouwhoogte en inplanting gerespecteerd worden. De aanvraag beantwoordt niet aan de voorschriften voor wat betreft onder meer de bouwdiepte.

Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden mits de aanvraag inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening gerespecteerd wordt.

 

De aanvraag dient bijgevolg te worden afgetoetst aan de onderliggende gewestplanbestemming, zijnde aan de voorschriften van woonuitbreidingsgebied. De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan, meerbepaald aan de voorschriften van het woonuitbreidingsgebied.

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De aanvraag bevindt zich in geordend woonuitbreidingsgebied en betreft een verbouwing van een eengezinswoning met behoud van het aantal woongelegenheden waardoor de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

Het adres is gelegen in het centraal gebied volgens de zoneringsplannen van de Vlaamse milieumaatschappij.  In het centraal gebied is er in de straat een afvalwaterriolering aanwezig die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. De lozing van huishoudelijk afvalwater op de riolering gebeurt rechtstreeks, een septische put is mag geplaatst worden. Als Riopact-vennoot is de plaatsing van een septische put in Deerlijk verplicht bij nieuwbouw en verbouwing. Zowel DWA (vuil water) als RWA (regenwater) dienen gescheiden aangelegd tot op de perceelsgrens waarbij alles op 1 punt samenkomt om aan te sluiten op de bestaande gescheiden riolering.

 

Stikstofdecreet

Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minimis. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

De aanvrager voorziet de regenwaterafvoer aan te sluiten op de bestaande afvoer van het bestaande bijgebouw rechtstreeks naar de regenwaterput. Aangezien geopteerd wordt voor een afvoersysteem is de gewestelijke verordening hemelwater van toepassing. In toepassing van de hemelwaterverordening dient bijgevolg een open infiltratievoorziening geplaatst te worden. De infiltratievoorziening dient een volume te hebben van 33l/m² en een oppervlakte van 8 % van de totale afwaterende oppervlakte.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een eengezinswoning. Deze functie blijft ongewijzigd en is passend binnen deze residentiële omgeving.

Het ontwerp zorgt voor een verruiming, herindeling en rationalisering van de woning en beantwoordt zodoende aan de huidige normen van wooncomfort.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De inplanting van de woning blijft ongewijzigd. De nieuwe uitbreiding bevindt zich grotendeels op dezelfde plek als de bestaande veranda en sluit aan op het hoofdgebouw. Op die manier vormt de bebouwing na de werken een compact geheel.

  

Bouwvolume en gabarit:

Het hoofdgebouw van de woning blijft qua gabarit ongewijzigd, er worden enkel interne verbouwingswerken uitgevoerd. De bestaande achterbouwen worden vervangen door een nieuwe, ruime achterbouw. De totale gelijkvloerse bouwdiepte wordt op die manier tot op 16,24 m gebracht, hetgeen zeker aanvaardbaar is binnen deze woonomgeving.

  

Verschijningsvorm:

De voorgevel van de woning blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld.

De sloop van de huidige achterbouwen en de realisatie van een nieuwe achterbouw betekenen een sanering van de bebouwing op het perceel.

De uitbreiding integreert zich door zijn materiaalgebruik (metselwerk) binnen de bestaande bebouwing.

  

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

 De functie van eengezinswoning blijft behouden, bijgevolg wordt geen wijziging van de verkeersaantrek verwacht. Ten gevolge van de geplande werken kan een toename van de verkeersaantrek verwacht worden. De bouwplaats is voldoende goed ontsloten om deze toename te kunnen opvangen.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

In de voortuinstrook wordt een deel van de verharding uitgebroken en vervangen door groenzone. Echter blijft een grote oppervlakte verharding in de voortuinstrook behouden.

Overwegende dat elke verharde oppervlakte bijdraagt tot het verhogen van de hittestress en het  beperken van de infiltratie van het hemelwater, en dat het de uitdrukkelijke wens is van het bestuur dat elke inwoners bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen hiervan, is het noodzakelijk dat alle niet-noodzakelijke verhardingen ingericht worden als groenzone. 

Consultatie van de luchtfoto’s leert dat de steenslagverharding in de voortuin (links van de oprit naar de woning en rechts van de bestaande plantenvakken) niet aanwezig was op het moment van opname op 30 maart 2021 en wel bestaand op het moment van opname 28 februari 2022. In het vergunningenregister is geen omgevingsvergunning te vinden voor het bijkomend verharden van de voortuin (betreft immers geen strikt noodzakelijke toegang of oprit). Deze wederrechtelijk opgerichte steenslagverharding (op inplantingsplan aangeduid met +) moet opgebroken worden en moet hersteld worden in zijn oorspronkelijke staat, zijnde ingericht worden als groenzone. Deze werken moeten uitgevoerd zijn in het eerstvolgend plantseizoen na voltooiing van de aangevraagde  bouwwerken. Dit wordt als voorwaarde meegenomen bij de vergunning.

 

In de zijtuinstrook wordt de siervijver aangepast naar wadi. Teneinde voldoende garantie in te bouwen dat de siervijver effectief aangepast zal worden naar wadi, wordt een dit als voorwaarde opgelegd. 

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

Niet van toepassing.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan de heer Darioush Dehghani Alvandi met als contactadres Ijzerkaai 36 te 8500 Kortrijk, voor het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Kortrijkse heerweg 116 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 2 S, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        De wederrechtelijk aangelegde waterdoorlatende verharding in de voortuinstrook (op in het inplantingsplan aangeduid met +) dient verwijderd te worden. De vrijgekomen ruimte dient voorzien te worden van levend groen. Deze werken moeten uitgevoerd zijn in het eerstvolgend plantseizoen na voltooiing van de aangevraagde  bouwwerken.

        De siervijver dient effectief aangepast te worden naar wadi waarbij het minimale infiltratieoppervlak en volume voorzien worden.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.20. OMV 2025_171 - Hazewindstraat 81 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een zwembad, verleggen oprit, plaatsen afsluiting, op een perceel gelegen Hazewindstraat 81 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 317 X7 en (afd. 1) sectie B 317 Y7 aangevraagd door Andy Delatter met als contactadres Hazewindstraat 81 te 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 26 februari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig.

 

Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:

        De voorwaarden opgenomen in het advies van de brandweerzone Fluvia dient gevolgd te worden

        Indien een ingedeelde activiteit in de loods wordt voorzien, dient deze aangevraagd te worden.

        Aan de voorzijde van  de schutting die zich zal bevinden tussen de linkerzijperceelsgrens en de woning (in het verlengde van de voorgevelbouwlijn) moet een haag aangeplant worden als groene inkleding naar de straat toe.

        De voortuin moet ingericht worden met een menging van struiken en heesters en opgaand groen eventueel in combinatie met gazon.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming woongebied. 

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd op 1 juni 1988 (dossiernummer 19881 / 0024-3).

Voor dit perceel is een verkavelingswijziging van toepassing, goedgekeurd op 18 februari 2009 (dossiernummer 200820 / 0024-3).

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

De VK is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag wijkt af van de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

     Gemeentelijke algemene bouwverordening inzake vellen van hoogstammige bomen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 22 maart 1974 en goedgekeurd bij KB op 4 juli 1974.

 

  1. Historiek

 

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Stedenbouwkundige vergunning (0024-81-A) voor bouwen van een stapelloods - goedgekeurd op 18/07/1990.

        Stedenbouwkundige vergunning (0024-81-B) voor bouwen van een alleenstaande woning - goedgekeurd op 03/05/2006.

        Verkavelingsvergunning (0024-3) voor nieuwe verkaveling - goedgekeurd op 01/06/1988.

        Verkavelingsvergunning (0024-3) voor wijziging van een bestaande verkaveling - goedgekeurd op 18/02/2009.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 1970 m² en is gelegen langs de Hazewindstraat op ongeveer 750 m ten oosten van de kern van Deerlijk. De Hazewindstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg. Het is een vrij landelijke en smalle weg geflankeerd met lintbebouwing aan een kant.

Het perceel is bebouwd. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande woning met achterliggend magazijn. De toegang tot het magazijn bevindt zich links van de woning. De linker vrije zijstrook is volledig verhard, incl. een groot deel van de achteruitbouwstrook. Ook rondom het magazijn is er veel verharding aanwezig. Achteraan de woning is een pool house /bijgebouw en een kleine verharde koer afgescheiden van het magazijn d.m.v. een houten afsluiting.

De omgeving heeft een vrij residentieel karakter in combinatie met bedrijvigheid en wordt bepaald door de aanwezigheid van eengezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvrager wenst een nieuwe oprit aan te leggen en een zwembad te bouwen.

De nieuwe oprit bevindt zich ter hoogte van de rechterperceelsgrens en biedt ontsluiting van op de Hazewindstraat naar de achterliggende loods. De oprit zal een breedte hebben van 3,50 m, een diepte van ongeveer 50 m en een oppervlakte van 182,40 m². Ter hoogte van de rooilijn zal de oprit afgesloten zijn met een schuifpoort. In de linker zijtuin van de woning wordt de bestaande oprit onthard, met een oppervlakte van ongeveer 393 m². Na de ontharding zal een zwembad geplaatst worden. Het zwembad bevindt zich op 1,50 m van de linkerperceelsgrens, op 6,70 m achter de voorgevel van de woning en heeft een oppervlakte van 24 m².  De achterliggende loods blijft ongewijzigd. Deze wordt gebruikt voor de opslag en het plaatsen van trekhaken. 

Tenslotte wordt langs een deel van beide perceelsgrenzen een houten afsluiting geplaatst met een hoogte van 1,80 m. Aan de linkerzijde wordt de schutting geplaatst vanaf de voorgevelbouwlijn over een lengte van ongeveer 30 m en aan de rechterzijde vanaf de voorgevelbouwlijn over een lengte van ongeveer 45 m. Ook tussen de linkerzijperceelsgrens en de woning wordt diezelfde schutting geplaatst en ook in de achtertuin ter afscherming van de tuinzone ten opzichte van de loods.

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 19 december 2025 tot 17 januari 2026. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden er geen bezwaarschriften ingediend.

 

  1. Adviezen

 

Brandweerzone Fluvia werd om advies verzocht op 12 december 2025. De adviesinstantie bracht op 16 december een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

Gunstig voor zover de oprit een draagkracht heeft van 13ton en er voldaan wordt aan de algemene reglementeringen (bv. Algemene politieverordening, ARAB, CODEX, AREI, VLAREM, ... .) en normeringen.

In functie van het faciliteren van een eventuele brandweertussenkomst dient een geactualiseerde infofiche en/of grondplan (op digitale drager bv. Autocad of Visio), met alle voor de brandweer nuttige gegevens, over gemaakt te worden aan de brandweer. Zie e-loket website Fluvia.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

 

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

 

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient te worden afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften van de verkaveling.

De eigendom is gelegen binnen de grenzen van de goedgekeurde niet-vervallen verkaveling zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 3 juni 1988 (dossiernummer VK 24/8 – 510.1039).

De aanvraag voldoet grotendeels aan de voorzieningen van de verkaveling gezien het een bestaande woning met achterliggend magazijn betreft gelegen binnen een zone voor ambacht en kleinbedrijf. De afstanden tot de zij- en achterkavelgrenzen worden gerespecteerd, alsook het maximale bouwvolume. Er gelden geen voorschriften voor wat betreft de verharding in de zijtuinstrook. De voortuinstrook wordt max. 30% verhard als toegang. De aanvraag beantwoordt niet aan de voorschriften voor wat betreft onder meer het materiaal van de tuinafsluiting.

Aangezien de verkaveling meer dan 15 jaar oud is, vormt deze in toepassing van artikel 4.3.1 §1 van de VCRO geen weigeringsgrond meer voor de vergunningverlenende overheid en kan ze bijgevolg als het ware buiten beschouwing gelaten worden mits de aanvraag inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening gerespecteerd wordt.

 

De aanvraag dient bijgevolg te worden afgetoetst aan de onderliggende gewestplanbestemming, zijnde aan de voorschriften van woongebied.

 

In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van art. 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt :

Woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De aanvraag heeft betrekking op het herinrichten van de voor- en zijtuinstrook, het plaatsen van een zwembad en het plaatsen van een houten afsluiting zodat de aanvraag in overeenstemming is met de voorzieningen van het gewestplan.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<40 m²).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Gezien de beperkte omvang/aard van het project zijn geen normen of percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft geen betrekking op het wijzigen van de functie. De loods en woning blijven behouden en zijn passend binnen deze omgeving. In de loods wordt gewerkt met trekhaken. Er wordt in de aanvraag niet meegedeeld of hier ingedeelde activiteiten voor noodzakelijk zijn. Indien dit het geval is dient dit afzonderlijk aangevraagd te worden.

 

Inplanting en ruimtegebruik:

De inplanting van het zwembad bevindt zich in de zijtuinstrook. De constructie wordt op voldoende afstand van de zijperceelsgrens en voldoende achter de voorgevelbouwlijn geplaatst. Er wordt een nieuwe oprit voorzien. Gezien heel wat bestaande verharding verwijdert, daalt het ruimtegebruik op de site significant. Bijgevolg is de aanvraag qua inplanting en ruimtegebruik aanvaardbaar.

  

Bouwvolume en gabarit:

Er worden uitsluitend constructies op het maaiveld voorzien. Het bouwvolume en gabarit van de bestaande bebouwing blijft ongewijzigd.

  

Verschijningsvorm:

 De grootschalige ontharding zal een positief effect hebben op de uitstraling van de woning. Er worden op de perceelsgrenzen omheiningen geplaatst. Deze in de voortuin zijn beperkt van hoogte waardoor de impact op het straatbeeld beperkt zal zijn. Echter wordt in het verlengde van de voorgevelbouwlijn eveneens een houten schutting geplaatst. Teneinde deze houten afsluiting maximaal te integreren in de voortuinstrook is het wenselijk om voor de schutting een haag aan te planten die geïntegreerd wordt in de groenaanleg van de voortuinstrook.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De functies op de site blijven behouden. Er wordt geen bijkomende verkeersaantrek verwacht. Na de ontharding zal er nog voldoende ruimte zijn om de parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen voorzien.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Na de werken zal de site over zo’n 422 m² groenzone beschikken in vergelijking met de huidige 257 m². Dit heeft een positief effect op de uitstraling van de percelen en zorgt voor een kwalitatieve en ruime tuinzone. De aanvrager voorziet de voortuinstrook in te richten met gazon. In functie van het creëren van voldoende biodiversiteit is het wenselijk om de voortuin in te richten met een combinatie van struiken en heesters en opgaand groen eventueel in combinatie met gazon.

De plaatsing van houten afsluitingen in zij- en achtertuinen zijn vrijgesteld van vergunning.

 

Conclusie

Het ontwerp kan mits het naleven van de voorwaarden verenigbaar gemaakt worden met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

Artikel 4.3.1§2, 2° stelt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan ook met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement rekening kan houden.

De aanvraag doet een beperkte bijdrage tot de verhoging van het ruimtelijk rendement, doch respecteert de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het aangevraagde past zich in de betrokken omgeving.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.12 Scheidingsmuren

Niet van toepassing.

 

7.13 Bespreking adviezen

 

Brandweerzone Fluvia

Het advies van de brandweerzone Fluvia is voorwaardelijk gunstig en wordt bijgetreden.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Andy Delatter met als contactadres Hazewindstraat 81 te 8540 Deerlijk, voor het aanleggen van een zwembad, verleggen oprit, plaatsen afsluiting op beide zijperceelsgrenzen, op een perceel gelegen Hazewindstraat 81 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie B 317 X7 en (afd. 1) sectie B 317 Y7, mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De voorwaarden opgenomen in het advies van de brandweerzone Fluvia dient gevolgd te worden

        Indien een ingedeelde activiteit in de loods wordt voorzien, dient deze aangevraagd te worden.

        Aan de voorzijde van  de schutting die zich zal bevinden tussen de linkerzijperceelsgrens en de woning (in het verlengde van de voorgevelbouwlijn) moet een haag aangeplant worden als groene inkleding naar de straat toe.

        De voortuin moet ingericht worden met een menging van struiken en heesters en opgaand groen eventueel in combinatie met gazon. .

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.21. OMV 2025_189 - Beverenstraat 14/0001 - beslissing

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een appartement en bouwen van een garage, op een perceel gelegen Beverenstraat 14/0001 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 203 E8 aangevraagd door Hilde Van Riet namens Dr. Van Riet Hilde BV gevestigd Klokketuin 71A te 8570 Anzegem.

 

Motivering

 

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de vermelde aanvraag, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen en heeft betreffende de aanvraag het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar ingewonnen.

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar zoals uitgebracht op 26 februari 2026.

Het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar luidt als volgt: Voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarde(n):

        De voorwaarden opgenomen in het advies van de brandweerzone Fluvia dient gevolgd te worden.

        De 3 hoogstammige bomen achteraan het perceel dienen aangeplant te worden in het eerstvolgend plantseizoen na van kracht worden van de vergunning.

 

Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

1.1 Gewestplan

De aanvraag situeert zich in het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde origineel gewestplan Kortrijk met als bestemming grotendeels woongebied en deels gemengde woon- en industriegebieden.

 

1.2 Ruimtelijk uitvoeringsplan

     De aanvraag ligt in een gebied waarvoor een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Grens afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk’ door de Vlaamse Regering werd vastgesteld op 20 januari 2006.

     De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan Solitaire vakantiewoningen – Interfluvium, zoals vastgesteld door de deputatie op 25 juni 2015.

     De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

1.3 Bijzonder plan van aanleg

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

1.4 Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.

 

1.5 Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag 

Het gewestplan is van toepassing op de aanvraag.

 

1.6 Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de vigerende voorschriften.

 

1.7 Stedenbouwkundige verordeningen

Voor het perceel zijn de volgende stedenbouwkundige verordeningen relevant:

     Algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997.

     Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 (en latere wijzigingen).

     Gewestelijke verordening inzake hemelwater, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

Volgende historisch gekoppelde dossiers zijn relevant:

        Oud dossier VLAREM (1953/2/004) voor bovengrondse mazouttank van 3.000 l - gunstig op 30/10/1953.

        Stedenbouwkundige vergunning (DBA 0002-14-A) voor aanpassen van een gebouw naar meergezinswoning - goedgekeurd op 23/08/2017.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

3.1 Beschrijving van de omgeving

De eigendom is een perceel met een oppervlakte van 931 m² en is gelegen langs de Beverenstraat op ongeveer 300 m ten noordwesten van de kern van Deerlijk. De Beverenstraat is een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

Het perceel is bebouwd met een aaneengesloten meergezinswoning. Het geheel heeft een gelijkvloerse diepte van ongeveer 18 m. Het appartement waartoe de aanvraag zich strekt heeft een breedte van 4,41 m en een diepte van 18 m. Het appartement is gelegen op de linkerperceelsgrens. De achtergevel van het appartement wordt getypeerd door een boogvorm.

De omgeving is een stedelijke omgeving die gekenmerkt wordt door een menging aan functies, zoals wonen, handel, horeca, kantoren, diensten en gemeenschapsvoorzieningen.

De woonfunctie bestaat zowel uit eengezinswoningen als uit meergezinswoningen.

 

3.2 Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het verbouwen van een bestaand appartement in een appartementsgebouw. De werken bevinden zich op het gelijkvloers. De boog op de achtergevel wordt verwijderd en wordt vervangen door een grote raampartij. In de linkerzijgevel van het appartement wordt een raamopening dichtgemaakt. De buitengevel van de achterbouw wordt geïsoleerd met een laag van 14 cm waarop 1 cm sierpleister wordt geplaatst. Het appartement wordt verder intern verbouwd. De gevel op de linkerperceelsgrens wordt met houten gevelbekleding afgewerkt. De nieuwe sierpleister zal een witte kleur hebben. Ook het platte dak van het nevenvolume en de vloer van het volledige appartement worden geïsoleerd.

In de tuinzone wordt een nieuwe garage gebouwd. De garage wordt ingeplant op de rechterperceelsgrens en op 48,39 m van de achtergevel van het gebouw. De garage heeft een breedte van 5 m, een diepte van 6 m en een hoogte van 2,25 m. De constructie bestaat enerzijds uit een afgesloten garage en anderzijds uit een overdekt terras. Tussen de nieuwe garage en de bestaande open parkeerplaatsen wordt nog een extra parkeerplaats aangelegd teneinde blijvend te voldoen aan de vergunning van 2017 opgenomen normen (1,5 pp/WGH).

 

3.3 Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag heeft geen betrekking op een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

  1. Openbaar onderzoek/raadpleging aanpalende eigenaar

 

Er diende over de aanvraag geen openbaar onderzoek gehouden te worden.

 

De aanpalende eigenaars werden op 23 januari 2026 aangeschreven aangezien de aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. De aanpalende eigenaars hebben  geen bezwaar ingediend.

 

  1. Adviezen

Brandweerzone Fluvia werd om advies verzocht op 22 januari 2026. De adviesinstantie bracht op 4 februari 2026 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies wordt als volgt gemotiveerd:

De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits het appartement brandwerend gescheiden is/wordt door wanden EI 60 (beton, metselwerk of andere) en deur(en) EI130.

Voor de algemene brandveiligheid van het gebouw wordt verwezen naar het brandvoorkomingsverslag (ref. 1700502.25.002) van dd. 24 juni 2025.

 

  1. Project-MER of OVR (ingeval van toepassing)

De aanvraag valt niet onder de bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. Project-MER of OVR is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier

Op basis van de hierboven vermelde overwegingen wordt tot de volgende beoordeling van het dossier gekomen.

 

7.1 Planologische toets

De aanvraag dient getoetst te worden aan de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan. De werken situeren zich in het gedeelte woongebied volgens het gewestplan.

Het gevraagde is in overeenstemming met de voorzieningen van het gewestplan gezien het bestaande appartement verbouwd wordt zonder de functie te wijzigen. Ook de garage is gekoppeld aan de appartementen en is eigen aan een woongebied.

 

7.2 Decretale beoordelingsgronden

Voldoende uitgeruste weg (artikel 4.3.5.,VCRO)

De aanvraag is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde een weg die met duurzame materialen is verhard en voorzien is van een elektriciteitsnet. Tevens voldoet de weg aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, waaronder de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

 

Bedrijfswoningen (artikel 4.3.6.,VCRO)

De aanvraag voorziet niet in de oprichting van een bedrijfswoning waardoor de bepalingen van artikel 4.3.6 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening niet van toepassing zijn.

 

Toegankelijkheid (artikel 4.3.7.,VCRO)

Artikel 4.3.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de stedenbouwkundige vergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, niet wordt verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

Uit nazicht van het onderwerp blijkt het gevraagde buiten het toepassingsgebied te vallen zoals omschreven in hoofdstuk 2 van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Rooilijnen, achteruitbouwstroken en reservatiestroken (artikel 4.3.8.,VCRO)

De aanvraag wordt niet getroffen door een rooilijn, reservatiestrook of achteruitbouwstrook.

 

Rioleringstoets (artikel 4.3.9.,VCRO)

De aanvraag betreft geen bouw of herbouw van een gebouw waarin de lozing van huishoudelijk afvalwater voorzien wordt. Bijgevolg is de rioleringstoets niet van toepassing.

 

7.3 Watertoets (decreet integraal waterbeleid)

Hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt bepaalde verplichtingen op, die de watertoets worden genoemd. Deze watertoets houdt in dat de eventuele schadelijke effecten van het innemen van ruimte ten koste van de watersystemen worden ingeschat.
De omzendbrief OMG/2022/1 ‘Richtlijnen voor de toepassing van een klimaatbestendige watertoets en de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden’ reikt richtlijnen aan voor het toepassen van het nieuwe watertoetsbesluit, alsook voor het vrijwaren van watergevoelige gebieden.

 

Het voorliggend project heeft geen omvangrijke oppervlakte (<0,1 ha).

Het betrokken goed is volgens de fluviale en de pluviale overstromingskaart niet gelegen binnen een overstromingsgevoelige zone. Er dringen zich in het kader van de watertoets geen maatregelen op inzake overstromingsvrij bouwen of beperkingen inzake de inname van komberging.

 

De verbouwingen van het gebouw vallen niet onder het toepassingsgebied van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. De bouw van de nieuwe garage valt wel onder het toepassingsgebied. De constructie wordt niet aangesloten op de bestaande hemelwaterput. Er wordt gekozen om het bijgebouw te laten afwateren in de naastliggende onverharde bodem.

Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect beperkt zal zijn.

 

7.4 Mer-screening

De aanvraag valt niet onder de bijlage I,II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004.

 

7.5 Natuurtoets

Volgens de natuurtoets blijkt dat geen onvermijdbare schade aan belangrijke natuurwaarden worden veroorzaakt.

 

7.6 Erfgoed-/archeologietoets

Niet van toepassing.

 

7.7 Mobiliteit – MOBER (transport en verkeersveiligheid)

Niet van toepassing.

 

7.8 Decreet grond- en pandenbeleid

Niet van toepassing.

 

7.9 Milieuaspecten

Niet van toepassing.

 

7.10 Goede ruimtelijke ordening

Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt de aanvraag getoetst aan de hand van de aandachtspunten en criteria zoals vermeld in artikel 4.3.1 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover noodzakelijk en relevant.

 

Functie:

De aanvraag heeft betrekking tot het verbouwen van één appartement binnen een meergezinswoning. De woonfunctie blijft behouden waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is. De bouw van een nieuwe garage en de aanleg van een bijkomende parkeerplek zijn ook inpasbaar binnen de omgeving.

 

Inplanting, ruimtegebruik, bouwvolume en gabarit:

De inplanting van het gebouw blijft ongewijzigd. Door de verbouwing wordt de achterbouw iets dieper, zo’n 15 cm. De bebouwing blijft een compact geheel en de uitbreiding is eerder beperkt. Het nevenvolume wijzigt van gabarit. De kroonlijsthoogte wordt zo’n 20 cm hoger.

De buren werden om advies gevraagd gezien de wijzigingen op de perceelsgrens. Hier werd geen bezwaar over ingediend.

De nieuwe garage heeft een beperkte oppervlakte en laat voldoende ruimte over voor een kwalitatieve inrichting van de tuinzone. De constructie is daarnaast ook beperkt in hoogte.

 

Verschijningsvorm:

De voorgevel blijft ongewijzigd waardoor het ontwerp geen rechtstreekse impact heeft op het straatbeeld. De verbouwingen aan de achterbouw integreert zich door zijn materiaalgebruik ,binnen de bestaande bebouwing. De garage wordt afgewerkt met houten gevelbekleding wat naar materialisatie toelaatbaar is.

 

Parkeerplaatsen en verkeersaantrek:

De aanvraag voorziet twee bijkomende parkeerplekken (één in de garage en één staanplaats). Na de werken beschikt de site over 8 parkeerplekken. Dit voldoet aan de normen voor de 5 appartementen op de site.

 

Groen- en omgevingsaanleg:

Op de achterste perceelsgrenzen worden drie nieuwe hoogstammige bomen aangeplant zoals opgelegd in de vorige vergunning. Teneinde voldoende garanties te hebben over de aanplant van deze bomen wordt opgelegd dat deze aangeplant moeten worden binnen het eerstvolgend plantseizoen na het van kracht worden van de vergunning. De afsluiting wordt aangepast tot aan de garage. De verharding waar de eerder gesloopte garage terug te vinden was wordt uitgebroken en ingericht als groenzone.

 

Conclusie

 

Het ontwerp is bijgevolg verenigbaar met zijn onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke aanleg.

 

7.11 Resultaten openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

7.12 Scheidingsmuren

Naar aanleiding van de adviesvraag voor de werken aan de scheidingsmuren werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd zodat een verdere beoordeling niet aan de orde is.

 

7.13 Bespreking adviezen

Brandweerzone Fluvia

Het advies van de brandweerzone Fluvia is voorwaardelijk gunstig en wordt bijgetreden.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheden: Art.56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

     Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en besluit bijgevolg tot het afleveren van de omgevingsvergunning aan Hilde Van Riet namens Dr. Van Riet Hilde BV gevestigd Klokketuin 71A te 8570 Anzegem, voor het verbouwen van een appartement en bouwen van een garage, op een perceel gelegen Beverenstraat 14/0001 en met als kadastrale omschrijving (afd. 1) sectie A 203 E8, mits te voldoen aan volgende voorwaarde(n):

        De voorwaarden opgenomen in het advies van de brandweerzone Fluvia dient gevolgd te worden.

        De 3 hoogstammige bomen achteraan het perceel dienen aangeplant te worden in het eerstvolgend plantseizoen na van kracht worden van de vergunning.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.22. Omgevingsvergunning OMV2026022790 - 2026.29 - Stationsstraat zn - melding bronbemaling - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de melding van tijdelijke bronbemaling in functie van nutswerken op een perceel gelegen Stationsstraat  en met als kadastrale omschrijving (afd. 2) sectie D 23 H ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt.

 

Motivering

 

De melding ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt, werd per beveiligde zending verzonden op 20 februari 2026.

 

Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt: “De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens: 1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM; 2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.

Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”

 

VOORWERP VAN DE MELDING

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Stationsstraat zn, kadastraal bekend afdeling 2 sectie D nr. 23H.

 

De melding omvat de volgende ingedeelde inrichting of activiteit: melden van tijdelijke bronbemaling in functie van nutswerken.

 

De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:

 

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

Klasse

53.2.1°

Debiet van de bemaling: 5.272 m³ over 40 kalenderdagen

Gemiddeld dagdebiet: 132 m³/dag (5.50 m³/u)

Maximum dagdebiet: 180 m³/dag (7.50 m³/u) (Nieuw)

5.272 m³

3

 

BEVOEGDHEID

 

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1 of 2, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.

 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

ONDERZOEK VAN HET MELDINGSPLICHTIG EN NIET-VERBODEN KARAKTER

 

Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen verbonden aan de melding.

 

Deze melding heeft een invloed op de volgende milieutechnische aspecten:

 

De aanvraag betreft een tijdelijke bronbemaling voor werken aan de nutsleidingen (koppeling van een DN700-leiding). De bemaling wordt uitgevoerd als een klassieke vacuümbemaling. De noodzakelijke uitgraafdiepte bedraagt ca. 4 m onder maaiveld. Met een opgelegde veiligheidsmarge van 0,50 m, bedraagt de maximale grondwaterverlaging 4,50 m onder maaiveld. Het bemalingswater zal geloosd worden in de nabijgelegen open gracht, parallel aan de E17.

 

De zettingen werden berekend op 5,40 mm, zonder rekening te houden met voorbelasting van de grond. De werfzone is niet naast (< 20 m) of in de nabijheid van een mogelijk verontreinigde zone, waardoor geen sprake is van potentieel verontreinigd bemalingswater. Met een verwacht debiet < 1000 m³/d en duurtijd < 6 maand is de lozing sowieso niet ingedeeld. Binnen de invloedstraal van de bemaling bevinden zich 2 oriënterende bodemonderzoeken gekend bij OVAM. Voor bodemonderzoek met referentie 106014 werd geen overschrijding van de toetsingswaarden voor grondwater aangetroffen. voor bodemonderzoek met referentie 63225 werd een overschrijding aangetroffen voor de parameter nikkel. Gezien de niet-mobiele eigenschappen van nikkel in het grondwater verwacht aanvrager geen significante verspreiding/aantrekking.

 

De werf bevindt zich in biologisch waardevol gebied (jong loofbos en verruigd grasland). Gelet op de zeer korte tijdsduur van de bemaling, het beperkt opgepompt debiet, en lozing in nabijgelegen gracht, zal de impact op dit gebied minimaal zijn.

 

De omgevingsambtenaar stelt de volgende bijzondere voorwaarden strikt noodzakelijk:

        Lozing van het bemalingswater dient te gebeuren in de nabijgelegen open gracht, parallel aan de E17.

 

De ingedeelde inrichting of activiteit is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

De rubrieken, hoeveelheden en kadasterpercelen zijn bepaald op basis van het meldingsdossier. Er zijn geen verplichte adviezen voorzien in deze procedure, alsook geen plaatsbezoek. Bijgevolg moet dit met omzichtigheid benaderd worden.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

     Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

     Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

     Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en zijn bijlagen.

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Thomas Casteleyn namens CASTELEYN EN ZONEN NV gevestigd Steenovenstraat 80 te 8760 Tielt voor de in het meldingsdossier opgenomen ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bronbemaling in functie van nutswerken gelegen Stationsstraat te Deerlijk.

 

De ingedeelde inrichting of activiteit omvat:

 

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

Klasse

53.2.1°

Debiet van de bemaling: 5 272 m³ over 40 kalenderdagen

Gemiddeld dagdebiet: 132 m³/dag (5.50 m³/u)

Maximum dagdebiet: 180 m³/dag (7.50 m³/u) (Nieuw)

5272 m³

3

 

Artikel 2

 

De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3

 

Er dient voldaan te zijn aan onderstaande bijzondere voorwaarde:

        Het bemalingswater moet geloosd worden in de nabijgelegen open gracht, parallel aan de E17.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.

 

Uitvoerbaarheid

U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

 

Aanplakking

U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".

 

Verval

De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;

2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

 

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Beroepsmogelijkheid

U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:

Raad voor Vergunningsbetwistingen

p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges

Koning Albert II-laan 35 bus 81

1030 Brussel

 

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

 

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:

        200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;

        100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

 

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

 

Meer info

De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in

        het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,

        het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.

Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.23. Omgevingsvergunning - 2025.112 - Pontstraat  - beslissing deputatie - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de beslissing over de aanvraag tot omgevingsvergunning, ingediend door Conrad Everaerdt namens Fluvius System Operator CV met als contactadres President Kennedypark 12 te 8500 Kortrijk. 

Het betreft een aanvraag tot het plaatsen van een prefab betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut, ter vervanging van bestaande cabine, op een perceel gelegen Pontstraat, 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Het College van Burgemeester en Schepenen van 8 oktober 2025 verleende een vergunning tot het plaatsen van de prefab hoogspanningscabine.

 

Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend door de aanpalende eigenaars.

 

Tijdens de beroepsprocedure werd door de aanvrager een bericht opgeladen in het omgevingsloket dat ze wilden verzaken aan de vergunning.
Hierdoor is het ingestelde beroep zonder voorwerp.
De rechtszekerheid gebiedt evenwel dat de omgevingsvergunning zoals verleend door het

college van burgemeester en schepenen uit het rechtsverkeer wordt genomen. Om die reden dient de beslissing van het schepencollege te worden vernietigd.

 

Op 19 februari 2026 heeft de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen  de volgende beslissing genomen:

        aktename van de afstand van de omgevingsvergunning die verleend was door het College van Burgemeester en Schepenen

        Beroep bijgevolg zonder voorwerp

        Vernietiging van de beslissing door het College van Burgemeester en Schepenen.

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

        Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.

        Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn bijlagen

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.24. Omgevingsvergunning 2024.100 - Gaversstraat - beslissing RvVb - kennisname

 

Aanleiding en context

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd akte te nemen van de beslissing over de aanvraag tot omgevingsvergunning, ingediend door Heidi Malengier namens Provincie West-Vlaanderen met als contactadres Koning Leopold III-laan 41 te 8200 Brugge.  Het betreft een aanvraag tot het overwelven van 2 grachten, op een perceel gelegen Gaversstraat, 8540 Deerlijk.

 

Motivering

 

Op 11 september 2024 verleende het College van Burgemeester en Schepenen een voorwaardelijke vergunning.

 

Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend door een aanpalende eigenaar.

 

De Deputatie besliste op 16 januari 2025 het volgende:

Het beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen te Deerlijk wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard.

De omgevingsvergunning wordt verleend volgens ingediend plan en onder de volgende

voorwaarden:

        De beide overwelvingen worden beperkt tot een breedte van 5 m.

        Het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij, uitgebracht op 11 december 2024, stipt na te leven.

 

Tegen de beslissing van de deputatie werd beroep aangetekend door de aanpalende eigenaar.

 

Op 12 februari 2026 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen de volgende beslissing genomen: Verwerping beroep

 

Juridische gronden

 

     Algemene basisbevoegdheid: Art. 56, § 2 Decreet Lokaal Bestuur

     Andere:

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingen

        Vlarem II, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en zijn wijzigingen.

        Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

        Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn bijlagen

        Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT

 

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing (Verwerping beroep) van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.25. Inname openbaar domein - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.26. Windhalmlaan 19 - beheerovereenkomst - verfraaiingswerken - goedkeuring

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.27. Poetsdienst - wijziging - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.28. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.29. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.30. Grafconcessie - bijzetting - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.31. Asverstrooiing - kennisname

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Overzicht punten

 

Zitting van CBS van 04 MAART 2026

C.32. Afvoering van ambtswege - goedkeuring

 

 

 

Publicatiedatum: 12/03/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.