Aanleiding en context

 

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd het reglement "crisiswoning" goed te keuren met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Motivering

 

Voorliggend reglement betreft een nieuw reglement.

 

De noodzaak tot agendering wordt als volgt gemotiveerd:

        om de werking ervan juridisch en praktisch goed te organiseren;

        om duidelijkheid te bieden over de rechten en plichten van de tijdelijke bewoners, de voorwaarden voor gebruik en de rol van de hulpverleners en betrokken diensten. Zo voorkomen we misverstanden, zorgen we voor een veilige en respectvolle omgeving, en kunnen we de hulpverlening efficiënt en rechtvaardig laten verlopen;

        om bij te dragen aan transparantie, rechtszekerheid en een vlotte doorstroming, wat essentieel is gezien het tijdelijke en urgente karakter van een crisisopvang.

 

Conform artikel 78, tweede lid, 3° Decreet Lokaal Bestuur behoort het vaststellen van reglementen die niet over personeelsaangelegenheden handelen, tot de exclusieve bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Het vast bureau heeft voorliggend reglement besproken in zitting van 5 november 2025 en heeft de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzocht de goedkeuring van dit reglement te agenderen op de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

 

        Algemene basisbevoegdheid: Art. 78, §2, 3° Decreet Lokaal Bestuur

        Andere:

        Art. 286 § 2, 288, 330 Decreet Lokaal Bestuur

 

Financiën

 

De beslissing heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

Eenparig goedgekeurd

 

Artikel 1

 

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit voorliggend reglement als volgt goed te keuren:

 

REGLEMENT crisiswoning

 

Bevoegdheid

 

Art. 1 - De bevoegdheid voor het nemen van de beslissing over het toekennen van de crisiswoning valt onder de algemene bevoegdheidsregels van het OCMW (Art. 1.1° van de wet van 02/04/1965). Het is het OCMW van de gemeente waar de cliënt zijn gewoonlijke feitelijke verblijfplaats heeft dat bevoegd is voor de aanvraag.

 

Volgende uitzonderingen op de algemene bevoegdheidsregel (art. 2 van de wet van 02/04/1965) kunnen ook voorkomen:

 

        Dakloos en persoon verblijft niet in een instelling: Het OCMW van de plaats waar de cliënt feitelijk verblijft op het moment van de hulpaanvraag moet de steunaanvraag onderzoeken.

        Student: het OCMW van de gemeente waar de student op het moment van de aanvraag ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister is bevoegd voor de hele ononderbroken duur van de studies.

 

De uitzondering voor een verblijf in een instelling is niet van toepassing.  Wanneer iemand in een instelling verblijft, is er namelijk geen hoogdringende nood aan een woning. 

 

Betrokkenen

 

Art. 2 - Sociaal Huis

De maatschappelijk werkers van het Sociaal Huis Deerlijk staan in voor de sociale begeleiding van de persoon die verblijft in de crisiswoning. Zij staan in voor de opvolging van het sociale dossier van de cliënt, gaan op (on)gepland huisbezoek, de plaatsbeschrijving van de woning, …

 

Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor de inschrijving van de cliënt in het centraal inschrijvingsregister van de sociale woningen (indien dit noodzakelijk wordt geacht door de begeleidend maatschappelijk werker of de sociaal ondersteuner).

 

Art. 3 - Dienst facility

De dienst facility neemt infrastructurele werkzaamheden op. Concreet betekent dit, het opnemen van o.a. kleine herstellingswerken, wijzigingen aan infrastructuur, …. Zaken die dienen hersteld te worden, worden gemeld aan de coördinator sociale dienst en welzijn die op zijn zijn/haar beurt het nodige doet om de dienst facility in te lichten.

 

Doel

 

Art 4 - Een crisis- of noodwoning is een woning die het OCMW via een bezettingsovereenkomst ter beschikking stelt aan mensen in een noodsituatie (na bijvoorbeeld een waterlek, een brand, … in de huidige woonst). Het verblijf biedt een periode van woonzekerheid waarin de bewoners de kans krijgen om een duurzame oplossing voor hun huisvestingssituatie te vinden. Hiermee wordt voorkomen dat mensen in een neerwaartse spiraal van bestaansonzekerheid terechtkomen. Tevens biedt dit de kans om de noodsituatie in hun huidige woonst (proberen) op te lossen.

 

Doelgroep

 

Art. 5 - Personen of gezinnen die niet over een (vaste) verblijfsplaats beschikken ten gevolge van een acute noodsituatie:

        domicilieadres werd ongezond of onbewoonbaar verklaard door bv. een waterlek;

        ernstig gezinsconflict (partnergeweld);

        domicilieadres is door brand, ontploffing, overstroming, storm of andere schade tijdelijk of definitief onbewoonbaar verklaard.

 

Deze lijst is niet-limitatief.

 

Een crisiswoning biedt dus geen oplossing voor mensen die willen verhuizen omdat hun huur te hoog is of voor asielzoekers die zich installeren op het territorium van de gemeente.

 

Voorwaarden

 

Art. 6 - Nationaliteit/verblijfsrecht

De betrokkene moet Belg zijn, of voldoen aan de voorwaarden voor maatschappelijke dienstverlening.

 

Art. 7 - Verblijfplaats

De gewoonlijke verblijfplaats van de betrokken burger moet in België zijn. Opdat het OCMW van Deerlijk deze aanvraag moet behandelen, moet gekeken worden naar de bevoegdheidsregel hierboven vermeld.

 

Art. 8 - Hoogdringendheid

Er moet sprake zijn van een ernstige acute situatie. 

Alle andere alternatieven, zoals inwonen bij familie, vrienden, of andere instanties werden overlopen en bieden geen optie.

 

Art. 9 - Begeleiding door het Sociaal Huis

De betrokkene moet ten allen tijde openstaan voor een sociale begeleiding door het OCMW, of via doorverwijzing naar de gepaste dienst, om de overgang naar een stabiele huisvestingssituatie te ondersteunen.

 

De betrokkene verbindt zich ertoe intensief op zoek te gaan naar stabiele huisvesting (of om terug te keren naar hun huidige woonst indien mogelijk) en dient hiervoor wekelijks bewijzen voor te leggen aan het OCMW.

 

Art. 10 - Uitputten van sociale rechten

De betrokkene moet zijn sociale rechten uitputten. Indien dit nog niet gebeurd is, zal het Sociaal Huis van Deerlijk de betrokkene hierin ondersteunen. De eindverantwoordelijkheid voor de uitputting van de sociale rechten blijft wel bij de betrokkene.

De sociale rechten kunnen het volgende omvatten:

        zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (Vlaamse Overheid);

        zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (Vlaamse Overheid);

        inkomensgarantie voor ouderen = IGO (Rijksdienst voor pensioenen);

        pensioen (Rijksdienst voor pensioenen);

        verhoogde tegemoetkoming (Mutualiteit);

        invaliditeitsuitkering (Mutualiteit);

        persoonsvolgend budget (Vlaamse Overheid);

        inkomensvervangende/ integratietegemoetkoming (FOD sociale zekerheid);

        werkloosheidsuitkering (Vlaamse Overheid);

        groeipakket;

        ..

 

Deze lijst is niet-limitatief.

 

Art. 11 - Gebruik verdovende middelen of extreem gokken

Volgende exclusiecriteria gelden als weigering voor een verblijf in de crisiswoning:

        de persoon gebruikt drugs;

        de persoon kent buitensporig misbruik van medicatie of alcohol;

        de persoon kent een verslaving aan gokken.

 

Wanneer er vermoeden heerst dat de betrokken persoon verdovende middelen, buitensporig misbruik van alcohol of medicatie, een ernstige gokverslaving kent, kan OCMW Deerlijk eenzijdig beslissen om de bezettingsovereenkomst stop te zetten. 

 

Bezettingsovereenkomst

 

Art. 12 - Terbeschikkingstelling

Het tijdelijk terbeschikkingstelling van de crisiswoning is een vorm van maatschappelijke dienstverlening en omvat naast het tijdelijke verblijfsrecht ook de terbeschikkingstelling van de aanwezige inboedel, water, internet, elektriciteit en verwarming, dit gedurende de duur van de terbeschikkingstelling.

 

De toewijs van de crisiswoning dient bekrachtigd te worden door het bijzonder comité voor de sociale dienst en het vast bureau. Gezien de situatie van de betrokkene vaak acuut is, dient men de beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst of het vast bureau niet af te wachten, alvorens men hun intrek kan nemen. Een dringende beslissing van de voorzitter van het OCMW, in de vorm van een voorzittersbesluit is echter wel noodzakelijk alvorens men hun intrek neemt in de crisiswoning. Dit besluit wordt nadien bekrachtigd op het eerstvolgend bijzonder comité voor de sociale dienst.

 

De betrokkene moet op een verantwoorde manier omgaan met de nutsvoorzieningen.

 

Er wordt tussen betrokkene en OCMW een bezettingsovereenkomst opgesteld, waarin de afspraken voor het verblijven in de woning duidelijk vermeld staan.

 

Art. 13 - Waarborg

De bezetter dient € 50 per maand waarborg te betalen. Moedwillige schade die tijdens het verblijf in de tijdelijke woning werd aangericht, zal door deze borg vergoed worden evenals terugbetaling(en) van financiële steun verleend door OCMW Deerlijk. Indien dit niet van toepassing is, zal het opgespaarde bedrag op de rekening van de bezetter worden overgemaakt na opmaak van de uittredende plaatsbeschrijving. 

 

Art. 14 - Onkostenvergoeding

De onkostenvergoeding voor een crisiswoning wordt vastgelegd op 10,00 euro per dag. Er wordt een forfaitaire kost aangerekend voor de extra kosten van 6,00 euro per dag. Per bijkomende bewoner wordt 1,50 euro per dag aangerekend voor de extra kosten (kinderen vanaf 12 jaar).

 

Bij vaststelling van overmatig gebruik van gas, water of elektriciteit kan het forfaitair voorschot worden aangepast. Bij overmatig gebruik zal er bij het einde van de dienstverlening een afrekening worden opgemaakt voor gas, water en elektriciteit. In dit kader zullen zowel bij aanvang van de terbeschikkingstelling, als bij het einde de meterstanden worden opgenomen.

 

De maandelijkse onkostenvergoeding + de waarborg dient ten laatste op de 5de kalenderdag van de betrokken maand betaald te worden aan het OCMW van Deerlijk op het rekeningnummer BE24 0910 0021 4338 met als mededeling ‘crisiswoning maand en naam’.

 

De verblijfsvergoeding en het forfaitair voorschot in de extra kosten is onderhevig aan indexatie.

De vergoeding wordt jaarlijks herzien, op basis van het huidige cijfer van de gezondheidsindex en wel volgens volgende formule:

 

Basishuurprijs x nieuwe index (voorafgaand aan de indexatie)

Startindex januari 2026

 

Indien betrokkene financiële steun van het OCMW van Deerlijk krijgt, onder de vorm van een leefloon of equivalent leefloon, dient er een attest opgemaakt te worden waarin betrokkene verklaart dat de onkostenvergoeding rechtstreeks van het (equivalent) leefloon ingehouden mag worden.

 

Art. 15 - Woning(en) en diens bezetting

Er wordt rekening gehouden met de rationele bezetting van de crisiswoning.

 

Tijdelijke overbezetting wordt niet toegestaan.

 

Woning

Maximale bezetting 

Adres:
Lisstraat 13 – 8540 Deerlijk

 

Gezin van maximum 6 personen

 

Naast de bewoner(s) opgenomen in de bezettingsovereenkomst mag niemand anders in de woning verblijven of wonen.

 

Art. 16 - Duur

Het verblijfsrecht in de crisiswoning heeft een strikt tijdelijk karakter en kan worden toegekend voor een periode van maximaal 3 maanden. Deze termijn kan, na beslissing door het vast bureau, verlengd worden, maar mag nooit de termijn van 6 maanden overschrijden.

 

Bij vroegtijdige stopzetting van de bezettingsovereenkomst, dient dit gemeld worden aan het Sociaal Huis. Er wordt melding gemaakt van de vroegtijdige stopzetting van de bezettingsovereenkomst aan het vast bureau.

 

Art. 17 - Domicilieadres

De betrokkene kan zijn/haar domicilie nemen op het adres van de woning. Na het verlaten van de woning moet onmiddellijk het domicilie veranderd worden naar het adres van de nieuwe woonplaats.

 

Art. 18 - Huisdieren

Huisdieren zijn (niet) toegelaten in de crisiswoning, wanneer geen andere opvang kan voorzien worden. Er worden maximum drie kleine huisdieren toegelaten. Het is aan het OCMW van Deerlijk om te bepalen wat gezien wordt als klein huisdier.

 

Een vaststelling dat de betrokkene toch een of meerdere huisdieren in de woning heeft die niet toegestaan werden, leidt tot de onmiddellijke beëindiging van de bezettingsovereenkomst.

 

Art. 19 - Onderhoud woning

Er wordt van de betrokkene verwacht de woning en de bijhorende goederen, te onderhouden als een voorzichtig en redelijk persoon en dus met het nodige respect te behandelen.

 

Het OCMW mag zelf een onderhoud laten uitvoeren, op kosten van de betrokkene, indien de woning niet goed onderhouden wordt.

 

Hiermee wordt onder meer volgende bedoelt:

        regelmatig poetsen van de vloeren;

        reinigen van de ramen en deuren;

        poetsen van de keukenmeubelen en -toestellen;

        poetsen van de badkamermeubelen;

        reinigen van sanitaire toestellen;

        regelmatig ontvetten van de dampkap;

        onderhouden van de tuin;

        ….

 

Deze lijst is niet-limitatief.

 

Er zijn een aantal zaken die niet toegelaten zijn om uit te voeren in/of aan de woning: 

        Er mag zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant niets gewijzigd worden. Er mogen dus geen gaten geboord worden en er mag niets geschilderd worden. 

        Vetten, zoals frituurvet, of andere stoffen die een verstopping kunnen veroorzaken, mogen niet door de afvoer gegoten worden. Voorwerpen die verstopping kunnen veroorzaken mogen niet via het toilet doorgespoeld worden. Maandverbanden, tampons of vochtige doekjes mogen niet door het toilet worden doorgespoeld.

        Bijkomende verwarming plaatsen mag niet.

        Rijwielen of andere voertuigen mogen niet in de woning staan.

        Roken in de woning is niet toegelaten.

 

Art. 20 - Schade/herstellingen aan de woning

Bij schade aan de woning (of aan de inboedel van de woning), of defecten die dringend uitgevoerd dienen te worden, dan dient de betrokkene het OCMW hier zo snel mogelijk van op de hoogte te brengen.

 

Indien er sprake is van verzuim of bij schade door een grote fout van de betrokkene, zal de herstellingskost verhaald worden op de betrokkene. Volgende kosten zijn ten laste van de betrokkene:

        het vernieuwen van gebroken of gebarsten ramen;

        het vernieuwen van verloren of gebroken sleutels;

        het voorkomen en herstellen van schade voortvloeiend uit het niet ‘normaal’ gebruik van inrichtingen van water, elektriciteit en gas;

        vrijmaken van afvoerbuizen, toiletten, waterstenen bij verstopping;

        herstellen van beschadigingen aan muur- en plafondbezetting, plinten, raam- en deurdorpels en ingemaakte kasten;

        onderhoud van de tuin;

        ...

 

Deze lijst is niet-limitatief.

 

Het OCMW beslist door wie en op welke wijze de herstelling wordt uitgevoerd. De bewoner mag zelf geen werken of herstellingen uitvoeren, zonder uitdrukkelijke toestemming van het OMCW. Indien de betrokkene hiervan afwijkt, dan zijn de gemaakte kosten voor hem/haar en wordt de eventueel aangebrachte schade ook op de betrokkene verhaalt.

Het bedrag, de ten lastename van het OCMW of verhaling op de betrokkene, de wijze waarop de herstellingen worden uitgevoerd, .. worden beslist door het vast bureau.

 

Art. 21 - Afval

De betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het correct buiten zetten van zijn/haar afval, en dit op de juiste data. Deze staan vermeld in de afvalkalender, die gratis kan bekomen worden op het gemeentehuis van Deerlijk.

 

Het afval moet correct gesorteerd worden.

 

Glas wordt tijdig naar een glascontainer of het containerpark gebracht. Indien de bewoner nalaat deze regels te volgen, kan het OCMW het afval laten verwijderen en de kostprijs hiervoor aanrekenen aan de bewoner.

 

Art. 22 - betwistingen

Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement worden in eerste instantie behandeld door het vast bureau.

 

Art. 23 - Inwerkingtreding en geldigheidstermijn

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.

 

Artikel 2

 

Conform artikel 286, § 2, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur wordt voorliggend reglement bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente.

 

Artikel 3

 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur brengt de gemeenteoverheid, op dezelfde dag als de bekendmaking zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, de toezichthoudende overheid op de hoogte van voormelde bekendmaking.

 

Artikel 4

 

Conform artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur wordt de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 2 van dit besluit, ingeschreven in het daartoe bestemde register, dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.

 

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.